6 Bijlage 5 Natuuronderzoek Molenwijk tbv project Bomen in Schalkwijk
Tekst van het document
NATUURONDERZOEK MOLENWIJK TE HAARLEM Grote vos en vleermuizen
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 29-10-2024
VERANTWOORDING Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:
Uitvoering: Adres:
Sweco Nederland B.V. Dhr. B. Noordman De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt 088 811 6600 bas.noordman@sweco.nl
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Projectleider:
J.I. Andringa MSc.
Auteur: Kwaliteitscontrole:
ing. M.R. Hansma J.I Andringa MSc.
Projectcode: Datum:
SWVW2403 29-10-2024
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten bij brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.
2
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel.................................................................................................................... 4 1.2 Natuurbeschermingswetgeving ................................................................................................. 4 1.2.1 Soortbescherming ................................................................................................................. 4 2 Onderzoeksmethodiek................................................................................................................ 6 2.1 Grote vos ................................................................................................................................. 6 2.2 Vleermuizen ............................................................................................................................. 6 2.2.1 Zomerverblijfplaatsen ............................................................................................................ 6 2.2.2 Paarverblijfplaatsen...............................................................................................................
6 2.3 Overzicht inventarisaties........................................................................................................... 7 3 Resultaten................................................................................................................................... 8 3.1 Grote vos ................................................................................................................................. 8 3.2 Vleermuizen ............................................................................................................................. 8 3.2.1 Zomerverblijfplaatsen ............................................................................................................ 8 3.2.2 Paarverblijfplaatsen............................................................................................................... 8 3.3 Beschermde functies projectgebied .......................................................................................... 8 4 4.1 4.2
Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................................... 9 Conclusie ................................................................................................................................. 9 Aanbevelingen t.a.v. de natuurwetgeving .................................................................................. 9
Bijlage 1: Kaart resultaten vleermuizen ............................................................................................... 10
3
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL De gemeente Haarlem (afdeling beheer en onderhoud) is voornemens kapwerkzaamheden van circa 35 bomen uit te voeren in de Molenwijk te Haarlem. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In 2023 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan1. Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor de grote vos en vleermuizen. In 2024 is derhalve door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V in opdracht van Sweco Nederland B.V. een aanvullend onderzoek uitgevoerd middels een bomencheck naar de geschiktheid van de te kappen bomen als voortplantingsbiotoop voor de grote vos en als verblijfplaats voor vleermuizen2. Uit het onderzoek is vastgesteld dat vijf bomen (boomnummers 109828, 117800, 156667, 156668 en 617937) potentieel beschermde functies voor de grote vos en vleermuizen bevatten. Aanvullend op deze beoordeling is onderzoek uitgevoerd naar voortplantingsbiotoop van de grote vos en verblijfplaatsen van vleermuizen in de vijf bovengenoemde bomen. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek en aanbevelingen ten opzichte van de natuurwetgeving. 1.2
NATUURBESCHERMINGSWETGEVING Natuurbescherming is opgenomen in de Omgevingswet. Dit beslaat gebiedsbescherming, soortbescherming en in specifieke gevallen de bescherming van houtopstanden. Daarnaast is gebiedsbescherming in Nederland geregeld via beleid uit de Nationale Omgevingsvisie. Voor wat betreft de soortbescherming in de Omgevingswet zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn, soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen en Rode lijstsoorten. Middels een provinciale verordening kunnen de nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de bepalingen uit de natuurbeschermingswetgeving. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. De voor flora- en fauna-activiteiten meest relevante onderdelen van de natuurbeschermingswetgeving zijn hier opgenomen. 1.2.1
SOORTBESCHERMING
Het is conform artikel 5.1, lid 1g van de Omgevingswet verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die tot schadelijke gevolgen kunnen leiden voor van nature in het wild levende dieren en planten (zogenaamde flora- en fauna-activiteiten). Ten aanzien van flora- en fauna-activiteiten die tot nadelige gevolgen kunnen leiden voor soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten zijn vanuit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) artikelen 11.37, 11.46 en 11.54 van toepassing. Daarnaast is onder artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving een specifieke zorgplicht aangewezen. De specifieke zorgplicht verplicht een ieder met het voornemen een project te realiseren of een andere handeling te verrichten na te gaan of die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor flora en fauna en passende maatregelen te treffen. Alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd. De bepalingen voor wat betreft vleermuizen zijn opgenomen in artikel 11.46 lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. De grote vos is op nationaal niveau beschermd. De bepalingen voor wat betreft nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 11.54 lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
1
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2023). Quickscan Wet natuurbescherming Molenwijk Haarlem (Projectcode: AGNA2320). Definitief. 11 november 2023. 2 Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2024). Notitie bomencheck Molenwijk Haarlem (Projectcode: AGVW2401). 26 april 2024. 4
Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen De bepalingen voor wat betreft overige Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 11.46 lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 1.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied.
Nationaal beschermde soorten De bepalingen voor wat betreft nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 11.54 lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 1.
Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.
5
2
ONDERZOEKSMETHODIEK
2.1
GROTE VOS Het onderzoek naar dagvlinders is gericht op de grote vos. De methode van dit onderzoek is gebaseerd op de ‘Handleiding landelijke meetnetten vlinders, libellen en nachtvlinders’ 3. De bomen en omgeving van de bomen is onderzocht op de aanwezigheid van individuen van de grote vos. De onderzoeksperiode van de grote vos is vanaf half februari t/m eind juli met een piek in maart/april en juni/juli. In periode maart en april en de periode juni en juli zijn vier inventarisatierondes uitgevoerd. De inventarisaties hebben plaatsgevonden onder gunstige omstandigheden en tussen 10:00 en 16:00 uur. Het onderzoek naar de grote vos is uitgevoerd bij de bomen met boomnummers 109828, 117800, 156667 en 156668. In paragraaf 2.3 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.
2.2
VLEERMUIZEN Onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, migratieroutes, vliegroutes en foerageergebied. De bomen met boomnummers 117800, 156667, 156668 en 617937 zijn onderzocht op de aanwezigheid van zomeren paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en de watervleermuis. Per onderzochte functie is er onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 20214. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt standaard met de Pettersson D240X. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. Het onderzoek wordt daarnaast ondersteund door het gebruik van warmtebeeldcamera’s van het type Hikmicro Owl, Lynx, Pulsar Axion XM30s of Accolade. In paragraaf 2.3 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.
2.2.1
ZOMERVERBLIJFPLAATSEN
In de periode 1 juni – 15 juli 2024 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee rondes, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa drie uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De overige ronde is 's avonds vanaf zonsondergang uitgevoerd.
2.2.2
PAARVERBLIJFPLAATSEN
In de periode 15 augustus – 15 september 2024 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee rondes, waarvan er één vanaf middernacht is uitgevoerd. De overige ronde is vanaf zonsondergang uitgevoerd.
3 Van Swaay, C.A.M., Bos-Groenendijk, G.I., Deijk, J.R. van, Grunsven, R.H.A. van, Kok, J.M., Huskens, K. & Poot, M. (2018). Handleiding landelijke meetnetten vlinders, libellen en nachtvlinders. Rapport VS2018.011, De Vlinderstichting, Wageningen Tweede, herziene druk, maart 2018. 4 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2020). Vleermuisprotocol 2021. Oktober 2020.
6
2.3
OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. B.G. Aalbers, ing. B. Albers, J.I. Andringa MSc., S. Breur, N. Guida, L.E. Kramer, J.J. van der Meulen, E. Oosterlee BSc., S.W.A. Osinga en R.M. Waij. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum
Tijd
Hoofdgroep Activiteit
12-04-2024
12:00 - 13:30
Vlinders
30-04-2024
13:30 - 15:00
Vlinders
10-06-2024
22:02 – 00:02 Vleermuizen Zomerverblijfplaatsen (15667 en 15668)
11-06-2024
11:00 - 12:30
13-06-2024
22:04 – 00:04 Vleermuizen Zomerverblijfplaatsen (117800 en 617937)
Geheel bewolkt, 2 Bft, 11 °C
08-07-2024
02:30 – 05:30 Vleermuizen Zomerverblijfplaatsen (15667 en 15668)
Half bewolkt, 2 Bft, 12 °C
09-07-2024
02:31 – 05:31 Vleermuizen Zomerverblijfplaatsen (117800 en 617937)
Geheel bewolkt, 2 Bft, 16 °C
16-07-2024
11:30 – 13:00 Vlinders
15-08-2024
21:06 – 00:06 Vleermuizen
06-09-2024
00:00 – 02:00 Vleermuizen
Vlinders
Voortplantingsbiotoop grote vos (109828, 117800, 156667 en 156668) Voortplantingsbiotoop grote vos (109828, 117800, 156667 en 156668)
Voortplantingsbiotoop grote vos (109828, 117800, 156667 en 156668)
Voortplantingsbiotoop grote vos (109828, 117800, 156667 en 156668) Paarverblijfplaatsen (117800, 15667, 15668 en 617937) Paarverblijfplaatsen (117800, 15667, 15668 en 617937)
Weersomstandigheden Geheel bewolkt, 3 Bft, 17 °C
Geheel bewolkt, 2 Bft, 19 °C Geheel bewolkt, 3 Bft, 11 °C Vrijwel geheel bewolkt, 2 Bft, 17 °C
Vrijwel geheel bewolkt, 3 Bft, 21 °C
Half bewolkt, 2 Bft, 18 °C
Half bewolkt, 2 Bft, 18 °C
(#= corresponderend met boomnummers)
7
3
RESULTATEN
3.1
GROTE VOS Tijdens het onderzoek zijn in het projectgebied en de directe omgeving geen individuen van de grote vos waargenomen en is geen voortplantingsbiotoop van de grote vos vastgesteld. In de directe omgeving zijn individuen waargenomen van het groot koolwitje. 3.2
VLEERMUIZEN In het projectgebied en in de directe omgeving zijn gedurende het onderzoek de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de gewone dwergvleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 1 zijn de resultaten van het onderzoek naar vleermuizen op kaart weergegeven.
3.2.1
ZOMERVERBLIJFPLAATSEN
In het projectgebied en de directe omgeving zijn geen zomerverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen zijn enkele foeragerende of passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de rosse vleermuis waargenomen.
3.2.2
PAARVERBLIJFPLAATSEN
In het projectgebied en de directe omgeving zijn geen paarverblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Tijdens het onderzoek naar paarverblijfplaatsen zijn enkele foeragerende of passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen.
3.3
BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat geen elementen welke worden benut door beschermde soorten.
8
4
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
4.1
CONCLUSIE Het projectgebied bevat geen elementen welke worden benut door beschermde soorten. Tijdens het onderzoek naar dagvlinders zijn er geen individuen of voortplantingsbiotoop van de grote vos vastgesteld. Eveneens zijn tijdens het onderzoek naar vleermuizen geen zomer- of paarverblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied vastgesteld. In het projectgebied en de directe omgeving zijn enkele foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. 4.2
AANBEVELINGEN T.A.V. DE NATUURWETGEVING Het projectgebied bevat geen beschermde functies voor de grote vos of vleermuizen. Derhalve is er geen noodzaak voor de aanvraag van een omgevingswet voor bepalingen met betrekking tot artikel 11.46 lid 1 en artikel 11.54 lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het is aan te bevelen de kapwerkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen van vogels dat globaal van maart tot en met augustus loopt. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen van vogels plaatsvinden kunnen mogelijke broedgevallen en individuen van broedvogels worden verstoord. De vermelde periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet verstoord worden. Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaats moeten vinden dient een aanvullende inspectie op broedvogels door een deskundig ecoloog te worden uitgevoerd om overtredingen te voorkomen. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden van algemene amfibieën en zoogdieren te voorkomen. Algemene amfibieën en zoogdieren die zich tijdens de kapwerkzaamheden in het werkterrein bevinden dienen de werkzaamheden zelfstandig te kunnen verlaten of waar nodig door een deskundig ecoloog uit het werkterrein te worden begeleid.
9
Bijlage 1:
Kaart resultaten vleermuizen
10
11
12