6 Bijlage 4 bij bijlage 1 Normbedragen voor vergoeding en indexering
Tekst van het document
Bijlage 4 - Normbedragen voor vergoeding en indexering Deel A – Algemene Bepaling Indien het jaar van aanbesteding afwijkt van het jaar van toekenning van de voorziening, is het prijspeil van het jaar van aanbesteding bepalend voor het beschikbaar te stellen bedrag.
Deel B - Indexering De normbedragen in de delen C, D, F, G en I worden jaarlijks aangepast in overeenstemming met de onderstaande systematiek van prijsbijstelling:
B.1. Nieuwbouw, renovatie en uitbreiding
1
----------------------------* ------MEV, jaar t, bruto investeringen door bedrijven in woningen (bron: CPB, Middelen en bestedingen)
Prijsindexcijfer van de bouwkosten van nieuwe woningen, jaar t, tweede kwartaal (bron: CBS, kerncijfers, bouwnijverheid, inclusief btw) ------------------------------* -----Prijsindexcijfer van de bouwkosten van nieuwe woningen, jaar t-1, tweede kwartaal (bron: CBS, kerncijfers, bouwnijverheid, inclusief btw)
1
MEV, jaar t+1, bruto investeringen door bedrijven in woningen (bron: CPB, Middelen en bestedingen) ----------------------------------
1
B.2. Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair
1
-----------------------------* -----MEV, jaar t, prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie (bron: CPB, Kerngegevens collectieve sector)
Consumentenprijsindex, alle huishoudens, jaar t, per 1 juli (bron: CBS, Kerncijfers, cijfer van de maand juni jaar t) --------------------------------* ---Consumentenprijsindex, alle huishoudens, jaar t-1, per 1 juli (bron: CBS, Kerncijfers, cijfer van de maand juni jaar t-1)
MEV, jaar t+1 prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie (bron: CPB, Kerngegevens collectieve sector) ----------------------------------
1
Deel C – Normbedragen1 Alle in dit deel genoemde bedragen zijn inclusief BTW.
C. Nieuwbouw met permanente bouwaard C.1. Kostencomponenten nieuwbouw 1. De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de volgende kostencomponenten: a. kosten voor terrein; b. bouwkosten; c. toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw; d. als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag paalfundering; e. als het een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal, en f. als het een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs betreft, toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie. 2. Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B.
C.2. Kosten voor terreinen Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridisch eigendom wordt aan 1
Weergegeven zijn de normbedragen voor 2027.
2
hen overgedragen. De kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt. De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waarde vaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen. C.3.1. Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en b. de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen moet de in overeenkomstig bijlage 3, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. C.3.2. Bouwkosten school voor (speciaal) basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs De vergoeding voor een school wordt vastgesteld op basis van het volgende bedrag: Voor elke m2 bvo2
€ 4.065
C.3.3. Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw. 1. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing. 2. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen. 3. De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten.
D. Uitbreiding met permanente bouwaard D.1. Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard tot 1.000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op overige uitbreidingen is paragraaf C overeenkomstig van toepassing.
D.2. Kosten terrein Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in C.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein.
2
Onder m2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte.
3
D.3. Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, en b. kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage 3, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. D.3.1. Bouwkosten school voor (speciaal) basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m2 bvo of groter Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 381.254 € 3.685
E. Tijdelijke voorziening E.1. Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen 1. Voor tijdelijke huisvesting wordt geen normvergoeding vastgesteld. De voorziening wordt toegekend op basis van de werkelijke kosten. 2. Tijdelijke huisvesting wordt uitsluitend verstrekt in de vorm van huur van voorzieningen voor een tijdelijke periode. 3. Onder de werkelijke kosten als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan de huurkosten van de tijdelijke huisvesting gedurende de toegekende periode.
E.2. Kosten voor terreinen Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig C.2.
E.3. Bijkomende kosten tijdelijke voorzieningen 1. Naast de huurkosten kunnen, voor zover noodzakelijk en doelmatig, de volgende kosten voor vergoeding in aanmerking komen: a. kosten voor civiele en bouwkundige werkzaamheden, waaronder begrepen terreinvoorbereiding; b. kosten voor aansluiting op nutsvoorzieningen en bijbehorende aansluitkosten; c. kosten voor plaatsing, installatie en verwijdering van de tijdelijke huisvesting; d. kosten voor herstel van het terrein in de oorspronkelijke staat.
4
2. De in het eerste lid bedoelde kosten worden uitsluitend vergoed op basis van werkelijke kosten en voor zover zij direct samenhangen met de realisatie en het gebruik van de tijdelijke huisvesting en naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn.
F. Eerste inrichting F.1 Primair en speciaal onderwijs F.1.1. Vergoeding onderwijsleerpakket en meubilair Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende vergoeding. F.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, incl. 200 m2 bvo Voor elke volgende m2 bvo
€ 48.785 € 171
F.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, incl. 250 m2 bvo Voor elke volgende m2 bvo
€ 103.505 € 177
F.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 366.177 € 288
F.1.5. Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 9.445.
5
F.2. School voor voortgezet onderwijs 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per onderwijssoort. De vergoeding per onderwijssoort wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Onderwijssoort Praktijkonderwijs VMBO Theoretische leerweg (TLW) VMBO Theoretische leerwegondersteunend onderwijs (TLWLWOO) VMBO- Profiel Bouwen, Wonen en Interieur (BWI) VMBO- Profiel Produceren, Installeren en Energie (PIE) VMBO- Profiel Mobiliteit en Transport (M&T) VMBO- Profiel Maritiem en Techniek (MaT) VMBO- Profiel Media, Vormgeving en ICT (MVI) VMBO- Profiel Economie en Ondernemen (E&O) VMBO- Profiel Horeca, Bakkerij en Recreatie (HBR) VMBO- Profiel Zorg-Welzijn (Z&W) VMBO- Profiel Groen VMBO- Profiel Dienstverlening en Producten (D&P) HAVO VWO
per m2 bvo € 386 € 201 € 201 € 494 € 494 € 494 € 494 € 288 € 288 € 956 € 471 € 494 € 201 € 201 € 201
2. Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is.
G. Lokalen bewegingsonderwijs G.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 308 vierkante meter bedraagt € 2.090.000.
6
G.2. OLP en meubilair voor (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs G.2.1. OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 65.357. G.2.2. OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 65.357. G.2.3. Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Eerste lokaal Tweede lokaal Derde lokaal Oefenplaats 1 Oefenplaats 2
Meubilair Leer- en hulpmiddelen Totaal € 1.380 € 82.312 € 83.692 € 1.380 € 64.210 € 65.590 € 1.380 € 27.915 € 29.295 € 0,00 € 18.178 € 0,00 € 2.098
G.3. Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van: a. medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente of b. huur van een gebouw van een commerciële exploitant. Recht op vergoeding is afhankelijk van de eigenaar van de accommodatie en van de onderwijssoort die van de accommodatie gebruik maakt: De gemeente: a. vergoedt, als het bevoegd gezag eigenaar van de school voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs, aan de eigenaar het vaste bedrag vermeerderd met het variabele deel, gebaseerd op het aantal klokuren x het klokuurbedrag als het lokaal bewegingsonderwijs door een school of nevenvestiging voor primair onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs wordt gebruikt; b. vergoedt, als het bevoegd gezag van de school of nevenvestiging voor voortgezet onderwijs eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs aan de eigenaar het vaste en het variabele deel van het klokuurbedrag naar rato van het aantal klokuren gebruik als 7
het lokaal bewegingsonderwijs door een school of nevenvestiging voor primair onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs wordt gebruikt; c. stelt, als de gemeente eigenaar is van het gebouw en het lokaal bewegingsonderwijs wordt gebruikt door een school of nevenvestiging voor primair onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs het lokaal bewegingsonderwijs om niet beschikbaar; d. vergoedt aan de commerciële exploitant de huurprijs, bestaande uit stichtingskosten + kosten materiële instandhouding als het lokaal bewegingsonderwijs wordt gebruikt door een school of nevenvestiging voor primair onderwijs of (voortgezet) speciaal onderwijs; e. vergoedt, als de school voor voortgezet onderwijs gebruik maakt van een lokaal bewegingsonderwijs van een commerciële exploitant, aan de school voor voortgezet onderwijs de stichtingskostenvergoeding, die onderdeel uitmaakt van de door de school voor voortgezet onderwijs te betalen huurprijs. Het bedrag van de stichtingskostenvergoeding wordt als volgt berekend: - totale huurbedrag – aantal klokuren gebruik x het vaste en variabele deel van het klokuurbedrag. De school voor voortgezet onderwijs is verschuldigd aan: a. de gemeente, als de school voor voortgezet onderwijs een lokaal bewegingsonderwijs van de gemeente gebruikt, een bedrag aan exploitatiekosten voor het aantal lesuren gebruik.
De hoogte van de vergoeding wordt berekend voor zowel het vaste en variabele deel op basis van het aantal klokuren gebruik. b. een school voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs, als het lokaal bewegingsonderwijs van een school voor primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt gebruikt, zowel het vaste en variabele deel op basis van het aantal klokuren gebruik voor het aantal lesuren medegebruik. De gemeentelijke vergoeding voor het vaste deel aan de school voor primair en (voortgezet) speciaal onderwijs wordt in deze situatie verminderd met het aantal klokuren als gevolg van het medegebruik door de VO-school en c. aan een commerciële exploitant, als een gymnastiekaccommodatie van de commerciële exploitant wordt gebruikt, de huurprijs (stichtingskosten en materiële instandhouding). Voor de hoogte van het vaste deel van het klokuurbedrag onder a, b en c wordt het vaste bedrag, genoemd in onderstaande tabel, gedeeld door 26. Het op deze wijze verkregen bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal klokuren. Het berekende bedrag van de vaste vergoeding wordt verhoogd met de berekende vergoeding per klokuur en het saldo is het totale vergoedingsbedrag dat een school voor voortgezet onderwijs moet vergoeden.
8
Stichtingsjaar Tot 1987 < 90 m² 90-130 m² 130-170 m² 170-190 m² 190-230 m² > 230 m² Vanaf 1987 > 252 m²
Vaste kosten (excl. verzekering en ozb) € 2.890,88
Variabele kosten
€ 3.709,48 € 4.056,03 € 3.870,73 € 3.707,14 € 4.195,61 € 3.331,26
€ 444,48 € 479,67 € 524,81 € 578,18 € 646,78 € 588,16
€ 351,25
H. Verhoging vergoedingen H.1. Verhoging feitelijke kosten in verband met technische ondersteuning Technische ondersteuning wordt vergoed op basis van werkelijke kosten met een maximum van 8% en geldt bij: -
sloopkosten; bouwrijp maken; herstel terrein; (uitbreiding) tijdelijke voorzieningen; ingebruikneming; herstel van constructiefouten; herstel en vervanging in verband met schade;
Indien de technische ondersteuning door eigen personeel van het bevoegd gezag wordt geboden, geldt tevens een maximum van € 40.000 per project.
H.2. Verhoging normbedragen in verband met locatiegebonden kosten De normbedragen voor voorzieningen niet zijnde onderwijsleerpakket en meubilair kunnen op aanvraag van het bevoegd gezag worden verhoogd indien het bevoegd gezag kan aantonen dat er sprake is van locatiegebonden kosten die niet kunnen worden gedekt uit het normbedrag.
I. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 27 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.
9
J. Renovatie De vergoeding voor renovatie bedraagt maximaal de normvergoeding voor nieuwbouw die zou worden verstrekt als er vervangende bouw zou worden toegekend.
10