CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Brief van VNG 2025

commissie Beheer 5 maart 2026, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.00 uur Stand van zaken aanpak buitengebied (RB)4.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Haarlem Dhr D Jabar Postbus 562 2003 RN HAARLEM

Datum

27 januari 2025 Kenmerk

TLE/U202500043 Bijlage(n)

Gebruik bestrijdingsmiddelen - Glyfosaat

Geachte heer Jabar. Hartelijk dank voor uw brief 28 november Jl. waarin u het signaal afgeeft t.a.v. het gebruik van bestrijdingsmiddelen met betrekking tot de situatie in de gemeente Haarlem De VNG herkent de punten die u aan de orde brengt. lnzet VNG Zoals eerder omschreven herkennen wij de punten die u aanhaalt, mede omdat wij van meerdere gemeenten in de laatste maanden signalen hebben opgevangen over de toenemende zorgen omtrent dit dossier. Enerzijds wat betreft gebiedsontwikkeling en woningbouw, maar ook in relatie tot de Kaderrichtlijn Water, gezondheid en onrust bij inwoners Zoals deze signalen op ons afkomen, en zoals we deze ook uit uw brief halen, destilleren wij twee sporen waarvoor aandacht van de VNG wordt gevraagd. Afstandsbepaling spuitzonering U roept de VNG op om aandacht te blijven vragen voor de noodzaak om te komen tot heldere kaders voor het kunnen vaststellen van spuitzonering. Hierbij refereert u aan de VNG-inbreng in de commissiedebatten op 6 oktober 2023 en 13 mei 2024. Zoals u mogelijk weet, is in navolging op de VNG-inbreng een motie aangenomen in de Tweede Kamer die de minister oproept te komen tot wetenschappelijk onderbouwde kaders om te komen tot spuitzonering. Hiervoor s ondertussen een opdracht verleend aan de WUR en het RIVM, zoals kort omschreven in bijgevoegde kamerbrief.

Om te komen tot de opdracht waar de WUR en het RIVM aan zullen werken zijn de ministeries LVVN en VRO meermaals in overleg getreden met de VNG en een aantal betrokken gemeenten. De VNG is in afwachting van een definitieve versie van de waarna zo spoedig mogelijk een startgesprek met de opdrachtnemers gevoerd wordt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassauiaan 12 Den Haag l Postbus 30435 l 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 l infovng,ni

De ambitie van de VNG is de gemeentelijke praktijk zo veel mogelijk centraal te stellen in de adviezen en kaders die worden uitgewerkt in dit onderzoek. Wij zijn ons ervan bewust dat de opdracht zoals deze verleend is mogelijk niet zal leiden tot een oplossing op de (zeer) korte termijn. Daarom heeft de VNG een groep ambtenaren- die ervaren ziin met het spuitzoneringsdossier- verzameld in een klankbordgroep, om gezamenlijk te onderzoeken welke zaken met urgentie verder gebracht moeten en kunnen worden en welke concrete oproepen de VNG hiervoor richting het rijk moet inbrengen via een lobby. Deze zaken zullen dan geagendeerd worden bij de VNG commissies Ruimte, Wonen en Mobiliteit en Economie. Klimaat, Energie en Mobiliteit voor verdere bestuurlijke besluitvorming. Het is ook mogelijk dat er uit deze bijeenkomsten blijkt dat er een aantal zaken via kennisontwikkeling en -deling door de VNG opgepakt moeten worden. Daarvoor zal, indien nodig, ook een voorstel aan onze commissies voorgelegd worden. Gemeentelijke emissiebeperking Het onderwerp gewasbescherming heeft de laatste maanden meer aandacht gekregen bij gemeenten.

lncidentele inzet is daarom vervangen door een integrale aanpak, waarbij de domeinen water, bodem, gezondheid en ruimtelijke ordening binnen de VNG zijn samengekomen om strategisch te bezien hoe we als VNG met lobby, kennisdeling en netwerkondersteuning zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij de behoefte van onze leden. Hiervoor hebben wij op 31 oktoberj.l. een ambtelijke aftrap gehad, waarbij leden van het Ambtelijk Netwerk Landelijk Gebied samen met de VNG het gesprek hebben gevoerd over dit dossier. Daaruit bleek een grote kennisbehoefte over gemeentelijke emissiebeperking, wat het handelingsperspectief van gemeenten kan zijn en ook welke rolverdeling men daarvoor ziet tussen overheden, ondernemers en de markt. Aanvullende informatie ln uw brief refereert u aan beperkte instrumentarium om op aangrenzend privaat domein in te grijpen. Zoals bij ons bekend zijn er een aantal aanknopingspunten voor gemeenten om te werken aan emissiebeperking. Wij delen de tot zover bekende informatiebronnen graag met u, voor het geval deze nog niet bekend waren. Daarnaast delen wij graag een aantal gremia en informatiebronnen waarmee u op de hoogte gehouden kan worden over de voortgang van dit dossier bij de VNG Bijgevoegd vindt u een document. Factsheet aanpassen grondgebruik voor KRW Mogelijk bieden dit document wat inzichten in bestaand instrumentarium.

Wij moeten wel meegeven dat deze weinig getoetst is in de praktijk, waardoor de juridische houdbaarheid nog onbekend is. Via het Ambtelijk Netwerk Landelijk Gebied (ANLG) worden ambtenaren werkzaam bij gemeenten op de hoogte gehouden van actualiteiten, ook i.r.t. gewasbeschermingsmiddelen. Er worden elke 5/6 weken digitale bijeenkomsten georganiseerd en leden ontvangen mededelingen, uitnodigingen en oproepen vanuit VNG/Rijk via de mailing. Een gemeente kan zich aanmelden voor het ANLG door een mail te sturen naar flore vesseurvng nl . Momenteel wordt gewerkt aan een informele informatiebundel gewasbeschermingsmiddelen, als voorloper op mogelijk te ontwikkelen kennisproducten vanuit de VNG en betrokken partners. Bij aanmelding ontvangt u deze bundel ook.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/3

3.

Op basis van de ALV-uitkomst m.b.t. de motie van gemeente Buren t.a.v. een wetenschappelijk onderbouwde afstandsnorm en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen blijft de VNG zich inzetten voor een oplossing en is er overleg met de relevante departementen en andere koepels om te komen tot een oplossing voor gemeenten

ln vertrouwen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

A.J Vermuë Directeur fysieke leefomgeving

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/3

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Directoraat-generaal Agro

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG

Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001858272854000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www. ri] ksoverheid . nl/lvvn

Datum Betreft

26 november 2024 Kamerbrief moties en toezeggingen op het gebied van gewasbescherming en aanbieden rapporten - november 2024

Ons kenmerk DGA / 88684755 Bijlage(n) 2

Geachte Voorzltter, Op 27 november aanstaande spreek ik met uw Kamer over gewasbeschermingsmiddelen. Ter voorbereiding op het debat bied ik uw Kamer eveneens een overzicht van de stand van zaken van diverse moties en toezeggingen op het gebied van gewasbescherming en bijbehorende rapporten aan (zie bijlagen). Daarnaast wil ik graag toelichten welke stappen ik op korte termijn wil zetten op dit dossier. Het telen van gewassen moet voor telers en tuinders een redelijke beloning opleveren binnen de bandbreedte van: het ecologisch draagvlak, zoals schoon water en biodiversiteit; de gezondheid van omwonenden; maatschappelijke acceptatie. Mijn aanpak om aan het bovenstaande doel te voldoen loopt langs drie lijnen: 1. de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en de goedkeuring van werkzame stoffen 2. het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en -maatregelen (minder afhankelijkheid van hoog risico-middelen en stimulering van het gebruik van alternatieven) 3. de naleving van de wettelijke (gebruiks)voorschriften van gewasbeschermingsmiddelen en handhaving van de regelgeving Toelating Bij besluitvorming over de Europese goedkeuring en de nationale toelating van gewasbeschermingsmiddelen, respecteert het kabinet de onafhankelijke wetenschappelijke adviezen van daartoe aangewezen en bevoegde instanties, conform het regeerprogramma.

Daarnaast blijf ik me - ook Europees - inzetten voor een middelenpakket dat verschuift naar lagere risicos en meer groene middelen. Hiervoor is in 2024 een Verduurzamingsloket geopend bij het ctgb, waarbij laagrisico aanvragen met voorrang worden behandeld. Nederland zet ook in op het uitbreiden van capaciteit en expertise hierop in alle lidstaten, bij de Europese Commissie en EFSA, zodat vooral het langdurende goedkeuringstraject voor werkzame stoffen verkort kan worden met meer menskracht. Om dit proces

Pagina 1 van 9

Directoraat-generaal Agro

te versnellen overweeg ik om een conferentie te organiseren in EU-verband om . het belang hiervan te benadrukken en kennis en kunde uit te wisselen.

Ons kenmerk DGA / 88684755

Gebruik Zoals uw Kamer weet, is dit kabinet een groot voorstander van innovaties. Ik vind het belangrijk dat telers een breed scala aan mogelijkheden krijgen om hun gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruiden. Op deze manier worden telers minder afhankelijk van chemische-synthetische gewasbeschermingsmiddelen, wat helpt bij het aanpakken van de maatschappelijke opgaves op dit gebied. Ik wil daarom inzetten op technische innovaties, zoals drones om in een vroegtijdig stadium een ziekte te ontdekken. Daarnaast wil ik vol inzetten op weerbare rassen en weerbare teeltsystemen. Een ander voorbeeld is het toepassen van precisietechnieken. Op deze manier worden ziekten en plagen met minder gebruik van middelen bestreden. Tot slot is het belangrijk om de toepassing van alternatieven door telers te stimuleren. Dit doe ik bijvoorbeeld via eco-regelingen in het Gemeenschappelijk landbouwbeleid. Hierbij doe ik ook een nadrukkelijk verzoek richting de sector om reeds beschikbare innovaties in de praktijk brengen en te experimenteren met duurzame alternatieven. Hierover ben ik in gesprek met de betrokken partijen van het Uitvoeringsprogramma van de Toekomstvisie gewasbescherming 2030. Bo//ensector Met name in de bollensector wordt er veel gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen.

De sector heeft de verantwoordelijkheid genomen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terug te dringen. Dit wordt uitgewerkt in een convenant, dat naar verwachting dit jaar gereed is. Ik waardeer dat de sector deze verantwoordelijkheid neemt, want er zijn in deze sector nog stappen te zetten. Transarantie en naleving Naast de inzet op technische innovaties helpt het wanneer telers inzicht hebben ¡n hoe hun gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zich verhoudt tot dat van collegas. Dit zorgt ook voor transparantie in het gebruik, tot meer bewustwording en gedragsverandering. Daarom ben ik met de sector in gesprek om te komen tot een instrument voor monitoring en benchmarking. Dat instrument moet zowel voor telers als ook voor adviseurs inzetbaar zijn. Het doel van benchmarking is om het toepassen van geïntegreerde gewasbescherming in de praktijk te optimaliseren, zodat het accent verschuift naar het gebruik van preventieve en niet-chemische maatregelen. Doordat er meer inzicht wordt gecreëerd in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en het toepassen van IPM (en de bijbehorende milieu impact) van agrariërs, zal de sector grote stappen kunnen maken in het verminderen van het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Mijn verwachting is ook dat daardoor beter zal worden nageleefd.

Agrariërs willen hun milieu impact verlagen, maar weten niet altijd wat hun exacte impact is en hoe ze dit optimaal kunnen veranderen. Vergelijken mét en leren ván anderen via een benchmarkingssysteem helpt hierbij enorm. Dit past ook goed bij de overgang tot doelsturing. Ik zie hiervoor overigens een belangrijke rol voor de markt weggelegd.

Pagna 2 van 9

Directoraat-generaal

Overzicht van de stand van zaken van diverse moties en toezeggingen op het gebied van gewasbescherming en bijbehorende rapporten De motie van het lid Grinwis c.s. die de regering verzoekt de betrokken overheden, ofwel het betreffende bevoegd gezag, in gebieden waar sprake is van normoverschrijdingen, ertoe op te roepen bestaande regelgeving optimaal in te zetten en te benutten en adequate en effectieve maatregelen te treffen ten behoeve van waterkwaliteit en veiligheid voor mens, dier en milieu (Kamerstuk 27858, nr. 664) Het verzoek van uw Kamer is onder de aandacht gebracht bij de VNG, het IPO, de Unie van Waterschappen en RBO in de reguliere overleggen op 5 september 2024 en 17 oktober 2024, waarin op hoog-ambtelijk en politiek-bestuurlijk niveau door ministeries, provincies, waterschappen en gemeenten wordt gesproken over te nemen maatregelen voor KRW-doelbereik. Alle overheden hebben hun verantwoordelijkheid om concrete maatregelen te nemen daar waar zij bevoegd gezag zijn. Het Rijk kan, indien gewenst door andere bevoegde gezagen, daarbij soms helpen met bijvoorbeeld kennis en afwegingskaders. Hiermee beschouw ik ook de toezegging van mljn voorganger over het betrekken van gewaskeuzes in de gebiedsprogrammas van de provincies (TZ202303-080) als afgedaan. De motie van het lid Vedder c.s.

die de regering verzoekt om zo spoedig moge/ijk een wetenschappe/ijk onderbouwd kader op te laten stellen van de benodigde breedte van spuitzones voor een gezonde woon- en leefsituatie voor bewoners naast agrarische percelen (Kamerstuk 27858, nr. 659) Conform de interpretatie van mijn ambtsvoorganger is deze motie uitgevoerd (samen met de VNG en BZK zal een onderbouwd (afwegings)kader opgesteld worden, zodat gemeentes kunnen komen tot een goede invulling van de spuitzones). Gemeentes zijn bevoegd gezag daar waar het de ruimtelijke ordening betreft. Zij maken keuzes over de inrichting van het landelijk gebied, daarbij maken zij een afweging tussen veel verschillende factoren. Er is geen algemene wettelijke verplichting ten aanzien van spuitzones voor woningbouw nabij agrarische percelen. In de jurisprudentie is echter inmiddels een vuistregel ontstaan waaruit volgt dat een afstand van 50 meter tussen woningbouw en agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast niet onredelijk is. Gemeenten kunnen in bepaalde situaties afwijken van deze afstand. Dit moeten gemeentes onderbouwen aan de hand van de drie criteria noodzakelijkheid, evenredigheid en geschiktheid van de maatregel.

Na gesprekken met verschillende gemeentes en de VNG is het duidelijk geworden dat de gemeentes een - wetenschappelijk gefundeerd - afwegingskader behoeven bij het onderbouwen van deze afstand. Omdat dat er nog niet is, zijn er door mijn ministerie en VRO gesprekken gevoerd met WUR en RIVM om te komen tot een gezamenlijk onderzoek. Ik ben voornemens samen met de minister van VRO een opdracht te verstrekken voor dit onderzoek. Momenteel zijn WUR en RIVM aan het bezien hoe een dergelijk kader ter onderbouwing van spuitzones vorm moet krijgen, wat hun bijdrage hieraan kan zijn en welke rollen en verantwoordelijkheden daarbij horen.

Pagna 3 van 9

Agro

Directoraat-generaal Agro

De motie van het lid Kostié die de regering verzoekt om middelen met de werkzame stof glyfosaat zo vee/ mogeluk van de markt te halen totdat onomstotelìjk bewezen is dat ze geen risico vormen voor de gezondheid (Kamerstuk 21501-32, nr. 659)

Ons kenmerk DGA / 88684755

Toelating Het Ctgb ¡s bij wet aangewezen als de bevoegde autoriteit in Nederland die bes!ist over de nationale toelating van gewasbeschermingsmiddelen op de markt. Ik acht het van groot belang dat het Ctgb zelf de onafhankelijke en wetenschappelijke besluiten neemt hierover. Om deze taak uit te voeren heeft het ctgb de status van een zelfstandig bestuursorgaan. Zoals in het regeerprogramma staat beschreven respecteert het kabinet de onafhankelijke wetenschappelijke adviezen van daartoe aangewezen en bevoegde instanties. Het Ctgb heeft mij verzekerd dat zij alleen middelen toelaat wanneer de werkzame stoffen op Europees niveau zijn goedgekeurd en wanneer op grond van het wettelijk kader wetenschappelijk is aangetoond dat veilig gebruik mogelijk is. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen is binnen de EU wettelijk vastgelegd binnen de Verordening (EG) nr. 1107/2009. Hiermee acht ik de motie in strikte zin afgedaan. Gebruik Ik heb uiteraard begrip voor de maatschappelijke zorgen over het gebruik van glyfosaat. Er is een aantal relevante ontwikkelingen op het gebied van glyfosaat, waaronder ontwikkelingen die het gebruik van glyfosaat beperken. Zo heeft het vorige kabinet opdracht gegeven aan het RIVM om specifiek wetenschappelijk onderzoek te starten naar de mogelijke relatie tussen glyfosaat en het ontstaan van de ziekte van Parkinson.

Dit onderzoek levert over ongeveer 5 jaar gegevens op, waarbij een teststrategie wordt ontwikkeld om de mogelijke relatie tussen gewasbeschermingsmiddeien, waaronder glyfosaat, en de ziekte van Parkinson te onderzoeken. Er is momenteel geen bewijs dat er een causaal verband is tussen glyfosaat en Parkinson (Kamerstuk 27858, nr. 636). Daarbij merk ik op dat het Ctgb - mocht ertoe aanleiding zijn op basis van de wetenschappelijke bevindingen tijdens het onderzoek - op elk moment kan ingrijpen in de toelating. Mijn ambtsvoorganger heeft verdere stappen gezet om het gebruik van glyfosaathoudende middelen te verminderen. Agrarische ondernemers konden een aanvraag indienen voor apparatuur om groenbemester en vanggewassen op een mechanische wijze te vernietigen via de subsidieregeling geïntegreerde gewasbescherming. Ik heb uw Kamer recent het rapport van WUR aangeboden met daarin een analyse van het gebruik en een inventarisatie alternatieven van glyfosaathoudende middelen. Bovendien kan ik u melden dat ik het voornemen heb om het voorstel tot wijziging van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden naar de Raad van State te sturen. De internetconsuiatie van het voorstel tot wijziglng van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden heeft in de periode van 16 mei tot en met 13 juni 2024 plaatsgevonden.

Er zijn 84 reacties geplaatst, waarvan 67 tegenstanders en 17 voorstanders van het voorstel. De aanleiding voor dit voorstel is gelegen in de wens van uw Kamer om het gebruik van verschillende toepassingen van glyfosaat te verbieden. Mijn voorganger heeft eerder laten weten dat dit juridisch niet mogelijk is. Dit sluit ook aan bij de Pagina 4 van 9

Directoraat-generaal Agro

passage in het regeerprogramma, dat we ons baseren op adviezen van onafhankelijke instanties. Wat wel zou kunnen is het verplichten van alternatieven, daarvoor zijn eerste stappen gezet met een voorstel voor aanpassing van het besluit, zoals mijn voorganger heeft ingezet. Omdat ¡n het regeerprogramma ¡s afgesproken dat we ons baseren op adviezen van onafhankelijke instanties blijven er - na de hernieuwing van de goedkeuring - ook toelatingen van glyfosaat op de markt. Wat mij betreft is dit het belangrijkste uitgangspunt en zou dat leidend moeten zijn. In uw Kamer is het sentiment echter anders. Daarom heb ik alles overwegende besloten om het wijzigingsvoorstel naar de Raad van State te sturen voor advies. Pas na deze eerste stap ¡s het mogelijk om per regeling alternatieven te verplichten. Bij de verdere invulling daarvan zie ik een tweetal randvoorwaarden. Het alternatief moet voor de ondernemer in de praktijk doeltreffend, doelmatig, uitvoerbaar en betaalbaar zijn. De impact van (de toepassing van) een alternatief op andere doelen (stikstof, klimaat, biodiversiteit) mag niet slechter zijn dan de impact van gangbare methoden. Ik laat me daarbij adviseren door zowel wetenschap, als de agrarische sector. Zodra het advies van de Raad van State er ligt, ga ik mij hierop beraden en vervolgens zal ik uw Kamer informeren.

De motie van de leden van Campen en Grinwis verzoekt de regering om een rolzuivere werkmethode te blijven hanteren voor toelating, toepassing en toezicht van gewasbeschermingsmiddelen, waarbij de adviezen en besluiten van de daartoe aangewezen onafhankelijke en deskundige instanties door de politiek worden gerespecteerd (Kamerstuk 27858, nr. 665) Deze aangenomen motie beschouw ¡k als steun voor het huidig kabinetsbeleid waarbij de wetenschappelijke adviezen en besluiten van instanties als het Ctgb de basis vormen van het Nederlandse beleid ten aanzien van gewasbeschermingsmiddelen, zoals ook in het regeerprogramma is vastgelegd. De motie van het lid Holman c.s. die de regering verzoekt om actief bij de Europese Commissie te bevorderen dat de beoordelingskaders voor de goedkeuring en toelating van deze effectieve groene middelen meer worden toegesneden op de aard en kenmerken van deze middelen, mede door een kopgroep te vormen met andere lidstaten (Kamerstuk 27858, nr. 660) In Nederland heeft het Ctgb ruime ervaring met het beoordelen van biologische werkzame stoffen en middelen en zijn de goede praktijken al geïmplementeerd.

Nederland vindt dat de oplossingen in dit kader liggen in uitbreiden van capaciteit en expertise in alle lidstaten en bij de Europese Commissie en EFSA, zodat vooral het langdurende goedkeuringstraject voor werkzame stoffen verkort kan worden met meer menskracht. Ook ligt dit in aangepaste procedures voor de risicobeoordeling zodat die zijn toegesneden op de aard en kenmerken van deze stoffen en middelen, waar het Ctgb met kennis aan bijdraagt. Dit zal Nederland uitdragen, ook in de Raad en het SCoPAFF. Om dit proces te versnellen, overweeg ik om een conferentie te organiseren ¡n EU-verband om het belang hiervan te benadrukken en kennis en kunde uit te wisselen.

--

-

Pagina 5 van 9

Directoraat-generaal Agro

.

In iijn met het verzoek van uw Kamer levert Nederlarìd op EU-niveau momenteel inbreng aan een nieuw initiatief van de Europese Commissie (DG Grow). Hierin wordt met lidstaten bekeken of goede praktijken en oplossingerì voor het verbeteren van het toelatingsproces voor biologische gewasbeschermingsmiddelen EU-breed ingevoerd kunnen worden. Wegnemen van marktbelemmeringen binnerì bestaande wettelijke kaders is hierbij het uitgangspunt. Dit project resulteert in eerì eindrapport aan de Raad Concurrentievermogen in het voorjaar van 2025, waarover ik de Kamer zal informeren.

Ons kenmerk DGA / 88684755

Toezegging over het uitvoeren van onderzoek naar de moge/ijkheden voor het beperken van het areaal lelietee/t en de motie van de leden Hoiman en Vedder die de regering verzoekt om in gesprek met de sector te gaan om te komen tot 50% reductie van chemische gewasbeschermingsmidde/en in de /e/ieteelt in 2030 en te komen tot een gids voor goede praktijken (Kamerstuk 27858, nr. 662) lvlijn ambtsvoorganger heeft toegezegd een onderzoek te starten naar de mogelijkheden om uitbreiding van het areaai lelieteelt te beperken. Daarbij heeft hij de Kamer gemeld dat er voor dit onderzoek een plan van aanpak wordt opgesteld bestaande uit twee delen (Kamerstuk 27858, nr. 671). Een onderdeel van dit plan van aanpak is om samen met de sector en de keten te kijken hoe het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan worden verminderd. Hiermee wordt ook uitvoering gegeven aan deze motie (Kamerstuk 27858, nr. 662). Hierover ben ik in gesprek met de bollensector en de keten (Kamerstuk 2024z16108). Uit de gesprekken die gevoerd zijn blijkt dat de bollensector zijn verantwoordelijkheid wil nemen om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bollenteelt terug te dringen. De sector is bezig om dit concreet uit te werken in een convenant. Dit convenant is naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 gereed. Ik zie het convenant met veel belangstelling en vertrouwen tegemoet.

Er is vanuit het impulsprogramma Kaderrichtlijn water een overzicht gemaakt van de juridische instrumenten die de verschillende overheden beschikbaar hebben om emissies vanaf agrarische percelen te verminderen. In navolging hiervan wordt gewerkt aan een gezamenlijk kader om te bepalen wanneer welk instrument door welke overheid ingezet kan worden. Dit is in het voorjaar van 2025 gereed (Kamerstuk 27625, nr. 693). Uit het overzicht bleek dat niet alleen het Rijk, maar ook provincies, waterschappen en gemeenten verschillende instrumenten hebben om maatregelen te nemen om deze emissies te verminderen. Dat kunnen ook maatregelen zijn, mits uiteraard goed juridisch en wetenschappelijk onderbouwd, die betrekking hebben op landbouwkundige activiteiten, zoals de teelt van lelies en/of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Voor dat laatste bied ik reeds hulp aan bij het onderbouwen van keuzes aangaande spuitvrije zones (zie motie Vedder c.s. - Kamerstuk 27858, nr. 664). Daarnaast werk ik op dit moment aan een nieuwe gebiedsgerichte aanpak. In december zend ik de contouren van deze aanpak naar uw Kamer. Het blijft belangrijk om de doelen in het landelijk gebied in samenhang te bezien. Bij de ontwikkeling van de nieuwe aanpak houd ik hier aandacht voor (Kamerstuk 2O24z13227).

Paqina 6 van 9

Directoraat-generaal Agro

De motie van hetlid Grinwis c.s. over ervoorzorg dragen dat de toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het ctgb en de toepassing van deze middelen ¡n overeenstemmign worden gebracht met de normering van de KRW (Kamerstuk 27858 nr. 663) en de toezegging over vervolg toelatingsbeleid gewasbeschermingsmiddelen en waterkwaliteit (KR W)

Onskenmerk DG / 88684755

In mei 2024 is er een motie aangenomen van het lid Grinwis c.s. die de regering verzoekt ervoor zorg te dragen dat de toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb en de toepassing van deze middelen in overeenstemmign worden gebracht met de normering van de KRW (Kamerstuk 27858 nr. 663). In iuni 2024 heeft de toenmalige minister van LNV, mede namens de minister van IenW, uw Kamer geïnformeerd over drie opties om in het toelatingsbeleid voor gewasbeschermingsmiddelen meer rekening te houden met de KRWmilieukwaliteitsnormen (hierna: KRW-normen) die iri wetgeving zijn opgenomen (Kamerstuk 27858, nr 671). In deze analyse is de brief van de Europese Commissie en het advies van Ctgb meegenomen (Kamerstuk 27858, nr 653). Dit in aanvulling op maatregelen die meer gericht zijn op gebruik van toegelaten middelen en versterkt toezicht op de toepassing van middelen, als bijdrage aan KRW doelbereik in 2027. Er zijn ook niet KRW-genormeerde stoffen die een belemmering kunnen vormen voor het behalen van de ecologische doelen van de KRW. Het gaat daarbij om a. de verplichting uit Verordening 1107-2009 om in specifieke situaties bestaande toelatingen opnieuw te toetsen indien uit meetgegevens blijkt dat er KRW-normoverschrijdingen hebben plaatsgevonden en er een relatie is met toepassing volgens de wettelijke gebruiksvoorschriften, b.

het aanpassen van Europese toelatingscriteria voor de stoffen die in Europees verband als prioritair zijn aangewezen voor de KRW (chemische toestand) en, als derde, c. het hanteren van de KRW-normen bij nieuwe toelatingsaanvragen of bij reguliere herbeoordeling van bestaande toelatingen. Ik beraad me samen met de minister van IenW over de preciezere uitvoering van de motie Grinwis en zal uw Kamer hierover zo spoedig mogelijk informeren. Er is inmiddels al wel een start gemaakt met een opdracht aan WUR om een stappenplan te ontwikkelen hoe het toetsen aan de KRW-normen vorm moet krijgen in de beoordeling van het Ctgb. Overigens heeft het Ctgb recent gepubliceerd]] meer rekening te gaan houden met de meetgegevens uit de Bestrijdingsmiddelenatlas. Het colìege kijkt daarvoor naar de monitoringsgegevens uit de Bestrijdingsmiddelenatlas - de Top overschrijdende stoffen voor het toelatingscriterium. Wanneer sprake is van een terugkerend patroon van overschrijdingen van het toelatingscriterium gaat het Ctgb de toelating van het gewasbeschermingsmiddel herbeoordeien. Het ingrijpen kan bestaan uit verschillende maatregelen, zoals het voorschrijven van extra driftreducererìde maatregelen, het inperken van de dosering of frequentie van toedienen, het intrekken van bepaalde toepassingen of de hele toelating. Vanaf

[

Ctab akt overschriiding toeiatinasnorm gewasbescherm,ngsmicldelen aan l Nieuwsbericht l College voor de toeiatir,g van gewasbeschermingsmiddelen en biociden Pa9ina 7 van 9

Directoraat-generaal Agro

2025 worden de eerste besluiten verwacht op basis van deze nieuwe beleidsregel. • . -. : Vervolgens wordt dit jaarlijks herhaald op basis van de nieuwste monitoringsgegevens uit de Bestrijdingsmiddelenatlas. Met deze maatregel wordt beoogd het aantal overschrijdingen van de toelatingsnormen terug te dringen en levert daarmee ook een bijdrage aan KRW doelbereik.

Ons kenmerk DGA / 88684755

Aanbieden handreiking gewasbescherming buiten de landbouw recrea tieterreinen Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw is niet toegestaan, behoudens enkele uitzonderingen, zoals het gebruik op recreatieterreinen. Ook op die terreinen geldt het uitgangspunt dat het beheer zoveel mogelijk zonder gebruik van gewasbeschermingsmiddelen moet plaatsvinden (Kamerstuk 27858, nr. 488). Om terreinbeheerders daarin te ondersteunen, heeft het adviesbureau EcoConsult een praktische handreiking opgesteld, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (zie bijlage 1). Inmiddels hebben voorlichtingsbijeenkomsten plaatsgevonden waarin de handreiking onder de aandacht van de sector is gebracht. Aanbieden monitoringsrapport 2023 Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 22 november ji. is een rapport naar de Kamer gestuurd dat is opgesteld door CLM Onderzoek en Advies en Royal Haskoning DHV met daarin een advies om te komen tot indicatoren, waarmee de voortgang van de drie strategische doelen van Uitvoeringsprogramma (hierna: UP) gemeten kan worden. Aan de hand van dit rapport en de keuzes die ik naar aanleiding daarvan genomen heb, is nu een monitoringsrapport voor hetjaar 2023 opgesteld (zie bijlage 2). In het rapport worden 16 indicatoren weergegeven, waarin de meest recente beschikbare informatie is meegenomen.

De keuze voor deze indicatoren is toegelicht in de Kamerbrief van 22 november 2024 (Kamerstuk 27858, nr. 678). Het rapport biedt een goede afspiegeling van de ontwikkelingen die er plaatsgevonden hebben in relatie tot de strategische doelen van het UP. Voor het strategische doel nagenoeg zonder emissies naar het milieu en nagenoeg zonder residuen op producten laten de laatste jaren 8 van de 10 indicatoren een positief beeld zien. Daarnaast neemt de diversiteitsindex van het strategisch doel land- en tuinbouw en natuur zijn met elkaar verbonden toe, dit toont aan dat er stappen worden gezet naar een grotere diversiteit in de gewassen die geteeld worden. Ook voor het strategische doel Planten en teeltsystemen zijn weerbaar is een positieve ontwikkeling te zien bij het areaal onder beheerschemas en het areaal biologisch. Voor het realiseren van de strategische doelen van het UP is echter nog werk te doen de komende jaren. Het beeld is dat verschillende indicatoren, zoals de emissies van gewasbeschermingsmiddelen door af- en uitspoeling naar het oppervlaktewater en het aandeel bodembedekking afhankelijk zijn van bijvoorbeeld Pagtna 8 van 9

Directoraat-generaal Agro

weersomstandigheden, en hierdoor kunnen fluctueren tussen jaren. Het aantal normoverschrijdingen in het oppervlaktewater beweegt echter al een aantal jaren (vanaf 2018) rond hetzelfde niveau. Het doel van de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst voor 2023 is niet gehaald. Het terugdringen van emissies naar water behoeft daarom urgent aandacht om het doel van het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie gewasbescherming 2030 (hierna: UP), een landbouw nagenoeg zonder emissies (uitstoot van gewasbeschermingsmiddelen) naar het milieu, wel te kunnen behalen.

/4755

Zoals de onderzoekers in het rapport benoemen zijn er op dit moment nog onvoldoende data beschikbaar om een conclusie te trekken over de voortgang die geboekt wordt onder het UP, onder andere omdat er voor een aantal indicatoren slechts heel beperkt datapunten beschikbaar zijn. Daarom zetten we de monitoring de komende jaren voort om meer datapunten toe te voegen. Met verdere aanvulling over de volgende jaren wordt er meer inzicht verkregen en kan er bijgestuurd worden mocht dat nodig blijken, zodat de strategische doelen binnen bereik komen. Hoogachtend,

Femke Marije Wiersma Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Pagina 9 van 9

Port Betaad Port Payé Pays-Bas

Postbus 30435 I 2500 GK Den Haag

Gemeente Haarlem Dhr. Jabar Postbus 511 2003 PB Haariem

põstnl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16629539/1