CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

5 Bijlage 4 Advies kavelstrategie en publiek warmtebedrijf Fakton

commissie Beheer 13 februari 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17.20 uur Bouwstenen warmteprogramma (RB)4.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies kavelstrategie en publiek warmtebedrijf gemeente Haarlem

Datum: Versie: Auteurs;

7 januari 2025 Definitief Willem Wolleswinkel, Michel Verëll, Hans Otten

Situatie en vraagstelling Actualisatie transitievisie warmte in 2024 voor aardgasvrij Haarlem in 2040 Om de gebouwde omgeving in Haarlem tegen 2040 aardgasvrij te maken, is een duidelijk eindbeeld en koers naar de warmteoplossing toe noodzakelijk. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke wijken en buurten in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Zo weten bewoners en lokale ondernemers of het verstandig is om zelf te investeren in een warmteoplossing. Met een duidelijk warmteprogramma kan Haarlem een koers en strategie vaststellen om tegen 2040 volledig energieneutraal te worden. Het Warmteprogramma vormt hiervoor een essentieel vertrekpunt. Uit het Warmteprogramma volgt waar in Haarlem welke oplossing van toepassing is. Voor een groot deel van Haarlem verwachten wij dat grootschalige collectieve warmte de maatschappelijk meest geschikte oplossing is. Convergeren en concretiseren van warmteprojecten noodzakelijk De gemeente Haarlem vroeg ons om te spiegelen of zij de juiste koers vaart richting haar doelstellingen om in 2040 aardgasvrij te zijn en wat zij te doen heeft om tot versnelling van de uitvoering te komen.

In september 2024 kwamen wij tot de conclusie dat de gemeente Haarlem met de huidige aanpak haar doelstellingen niet haalt, omdat de concrete realisatie van warmteprojecten stokt, er onvoldoende regie is op de ontwikkeling van bronnen en afzet en een integrale visie voor het toekomstige warmtesysteem in Haarlem ontbreekt. In het rapport adviseren we om duidelijke keuzes te maken in de warmteoplossingen en bijhorende marktordening (convergeren) om projecten te concretiseren en bewoners een handelingsperspectief te geven. In het rapport geven we de volgende twee adviezen, onderverdeeld naar groot-, kleinschalige en individuele warmteoplossingen 1.

Fakton schets een beeld hoe de koers naar aardgasvrij 2040 eruit ziet per systeemtype. • Grootschalig collectief: werk toe naar één groot kavel in Haarlem, met één publiek warmtebedrijf als actor om dit kavel te realiseren en exploiteren. Dit biedt schaalvoordelen op het gebied van kennis, kunde, expertise en financiering en leidt tot eenduidige tarieven en kostensocialisatie. • Kleinschalig collectief: faciliteer een bottom-up benadering voor kleinschalige bewonersinitiatieven. Deze lokale initiatieven zijn cruciaal voor het creëren van lokaal draagvlak en kunnen effectief zijn in het adresseren van specifieke uitdagingen onder bewoners. • Individueel/all-electric: beperk de stimulering van individuele oplossingen in de beginfase van de transitie om netcongestie te beperken en de potentiële afzet voor het collectieve systeem zoveel mogelijk te benutten.

2.

Fakton adviseert in collectieve warmte een duidelijke marktordening, speelveld en kaders • Grootschalig collectief; Positioneer het opgerichte Warmtenetbedrijf Haarlem (WNHa) als het toekomstgerichte warmtebedrijf dat als uitvoeringsorganisatie alle grootschalige warmtenetten in Haarlem gaat realiseren en exploiteren. • Kleinschalig collectief: Geef Polderwarmte de ruimte om te groeien en zich verder te ontwikkelen, zodat zij op termijn ook de nieuwbouwontwikkelingen in de Waarderpolder kan integreren in haar warmtesysteem. Faciliteer Zonnewarmte in hun aanpak om een concept voor kleine kernen te ontwikkelen – zonder verdere actieve gemeentelijke ondersteuning • Individueel/all-electric; Faciliteer deze oplossing met collectieve inkoop en stimuleer deze in een later stadium

Op basis van deze adviezen en de mondeling toelichtingen heeft de gemeente Haarlem ons de volgende vragen gesteld.

Vraagstelling Kunt u de gemeente Haarlem in een korte notitie de volgende twee adviezen specifieker toelichten: 1.

de keuze voor een (1) warmtekavel voor alle gebieden in Haarlem waar een collectieve warmteoplossing het beste alternatief lijkt te zijn. Hierbij kan het Ramplaan kwartier buiten beschouwing worden gelaten. Het advies licht de visie toe die Fakton heeft neergelegd voor de collectieve opgave.

2.

De keuze van een (1) warmtebedrijf voor de gehele stad (ook indien gekozen wordt voor meerdere warmtekavels). Hierbij speelt naast de onderbouwing van het warmtekavel, de afweging van het warmtebedrijf ten opzichte van de gemeentelijke regierol en de sturingsmogelijkheden en risico’s voor de gemeente.

Leeswijzer Voor de beantwoording van de gestelde vragen nemen we u eerst mee in de context van de aankomende Wet collectieve warmte, de veranderingen die het met zich mee neemt voor een gebied, de bevoegdheid van de gemeente, de tariefstelling en het warmtebedrijf waar een warmtenet de voorkeur geniet. Tot slot lichten wij toe waarom een groot kavel met een warmtebedrijf voor Haarlem de voorkeur geniet.

Context Wet collectieve warmte en warmtekavel Rol van gemeente gewenst in publieke warmtebedrijven Nederland wil uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zijn. Warmtenetten leveren hier een substantiële bijdrage aan. Om deze grote maatschappelijke opgave te realiseren, welke op dit moment te langzaam gaat, is de Wet collectieve warmte (Wcw) opgesteld. Deze wet vervangt de huidige Warmtewet en beoogde inwerkingtredingsdatum is 1 januari 2026. Deze wetgeving wil de publieke belangen van de warmtetransitie optimaal waarborgen, namelijk; betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid. Dit beoogt de wet te doen aan de hand van de volgende kerndoelen: -

Groei en versnelling van collectieve warmtesystemen door nieuwe spelregels (marktordening: publiek integrale warmtebedrijven met publiek meerderheidsaandeel); Transparante en kosten gebaseerde tariefstelling; Het zekerstellen van de verduurzaming van de warmteoplossing; Het aanscherpen van de vereisten voor leveringszekerheid van warmte.

Met de inwerkingtreding van de Wcw komt er een algemeen verbod op de levering van warmte. Enkel warmtebedrijven met een publiek meerderheidsaandeel kunnen middels een kavelaanwijzing warmte gaan leveren. Dit geldt voor kavels vanaf 1.500 aansluitingen. Voor kleinere gebieden kunnen private partijen aanspraak doen op de levering van warmte middels een ontheffing. De vier grootste veranderpunten van de Wcw zijn: 1.

Publiek meerderheidsaandeel in een integraal warmtebedrijf (PIW)

De Wcw schrijft voor dat een warmtebedrijf voor meer dan 50% in handen dient te zijn van publieke partijen. Naast regie in de warmtetransitie gaan gemeenten publieke warmtebedrijven oprichten. Publieke partijen krijgen doorslaggevend zeggenschap over het beleid en de infrastructuur van een warmtebedrijf. Zo beoogt de wetgever de publieke regie op de warmtetransitie te versterken en publieke belangen beter te borgen.

2.

Kavelsystematiek

Een warmtekavel is een door de gemeente aangewezen geografisch gebied waar één of meerdere collectieve warmtesystemen komen. De gemeente krijgt de bevoegdheid om warmtekavels te definiëren en een publiek integraal warmtebedrijf (PIW) aan te wijzen voor het leveren en transporteren van warmte. Het aangewezen PIW wordt daarmee levering plichtig binnen het gestelde warmtekavel voor de duur van 20 tot 30 jaar. 3.

Tariefregulering

Een derde belangrijk punt uit de Wcw is de invoering van kosten gebaseerde tariefregulering. Op dit moment zijn de kosten voor warmte gekoppeld aan de aardgasprijs. De Wcw gaat een nieuwe kostenstructuur voorschrijven waarin de warmtetarieven gebaseerd zijn op daadwerkelijke kosten van het desbetreffende energiesysteem. De tarieven worden gekoppeld aan het energiesysteem binnen het warmtekavel. Daarmee gelden gelijke tarieven aan eindgebruikers binnen één warmtekavel. Buiten het kavel kunnen de tarieven verschillen, tenzij hierover afspraken worden gemaakt. 4.

Vervallen groepsverbod publieke netbeheerders

Met de inwerkingtreding van de Wcw wordt het groepsverbod voor warmtelevering van publieke netwerkbedrijven opgeheven. Dit verbod, dat publieke netwerkbedrijven verhindert deel uit te maken van een bedrijvengroep die zich bezighoudt met de productie en/of levering van elektriciteit en gas, belemmert diezelfde netwerkbedrijven om warmte te mogen leveren. Publieke netbeheerders zijn door deze beoogde wettelijke aanpassing instaat om te functioneren als (publiek) integraal warmtebedrijf.

Toelichting een groot warmtekavel voor heel Haarlem Voor de vaststelling van een warmtekavel is bepalend dat een duurzame, betaalbare en betrouwbare collectieve warmtevoorziening kan worden gerealiseerd. De omvang van de warmtekavel moet waarborgen dat het aangewezen warmtebedrijf de collectieve warmtevoorziening op een doelmatige wijze kan aanleggen en exploiteren. Daarnaast wordt de grootte van de warmtekavel bepaald door de leveringszekerheid, zoals de beschikbaarheid en inzet van een warmtebron of een potentiële schaarse warmtebron in een nabij gelegen gemeente.

Figuur 1: Systeemkaart met kansrijke warmtebronnen, warmteoplossingen tegen 2040 en huidige marktordening binnen de gemeente Haarlem

•

Warmteprogramma wijst gemeente aardgasvrije wijken aan In het Warmteprogramma onderbouwt de gemeente welke wijken de komende tien jaar worden aangepakt en welke niet. Deze planning vormt het startpunt voor de communicatie over de strategische koers van de gemeente in de warmtetransitie richting lokale eindgebruikers.

•

Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) In december 2024 is de Wgiw aangenomen. Deze wet stelt gemeenten in staat om lokaal regels te stellen voor de overgang van aardgas naar duurzame energie. Hierdoor krijgen woningcorporaties, particulieren en ondernemers duidelijkheid en handelingsperspectief over wanneer en hoe zij op een collectief warmtenet worden aangesloten. De WGIW is vooral bedoeld om gemeenten de regie te geven bij het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het fungeert in de regel als stok achter de deur om de voortgang van de transitie te waarborgen wanneer participatieprocessen moeizaam verlopen. Om het participatieproces op gang te krijgen en te versnellen, is het cruciaal om de strategische koers van Haarlem – één groot warmtekavel – in het Warmteprogramma op te nemen. Dit zorgt direct voor tijdige en duidelijke communicatie over de energievoorziening en geeft lokale eindgebruikers meteen een concreet handelingsperspectief voor het aardgasvrij maken van hun bezit, zonder dat de gemeente hoeft te wachten op of direct gebruik hoeft te maken van de Wgiw.

•

Organiseren draagvlak Haarlem heeft binnen haar gemeente veel potentie voor grote (> 1.500 weq) en kleine (<1.500 weq) collectieve warmtenetten. Gezien de huidige netcongestie is het wenselijk om collectieve warmtenetten te realiseren, echter niet als de betaalbaarheid ongunstig uitpakt voor de bewoners. Door negatieve berichtgeving blijken burgers onvoldoende vertrouwen te hebben in een betaalbare energierekening op korte en lange termijn bij aansluiting op een warmtenet. Dit gaat ten koste van het aantal aansluitingen welke nodig zijn om een warmtenet betaalbaar te ontwikkelen, stellen de aardgasvrije oplossing uit, of stappen over op individuele warmteoplossingen. Om draagvlak bij bewoners te vergroten is de rol van de gemeente cruciaal, zeker als ze deelneemt in een warmtebedrijf.

•

Afdoende warmteafzet is basis voor rendabel project Voor een rendabele exploitatie van een warmtenet is het essentieel dat het warmtebedrijf beschikt over voldoende aansluitingen, waardoor de investeringskosten en risico’s over een grotere gebruikersgroep worden verdeeld. Dit zorgt voor lagere eindgebruikerstarieven. Een warmtebedrijf (privaat en publiek) moet rendement maken om de forse investeringen in een warmtenet mogelijk te maken en terug te verdienen. Dit gebeurt door een langjarige exploitatie, afdoende aansluitingen, door ACM jaarlijks gemaximeerde warmtetarieven en in de toekomst een door de ACM vastgestelde WACC op het geïnvesteerde kapitaal. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor het contracteren van de afnemers, de ontwikkeling van het warmtesysteem en de exploitatie ervan. Deze ontwikkel- en opstartkosten dienen verdeeld te worden over een groter volume potentiële warmteafnemers om een aantrekkelijke warmtepropositie te ontwikkelen. Een groter gebied draagt bij om aansluitrisico’s van het project over meerdere woningen te verdelen.

•

Optimalisatie betrouwbare collectieve warmteoplossing Door verschillende warmtebronnen te integreren in één systeem/ grootkavel ontstaat redundantie. De integratie van meerdere warmtebronnen binnen één groot warmtekavel versterkt zowel de leveringszekerheid als de betrouwbaarheid van het energiesysteem. Door de inzet van aanvullende capaciteit en back-upvoorzieningen kan het systeem effectief blijven functioneren, zelfs bij uitval van een individuele warmtebron. Eén integraal warmtebedrijf wordt verantwoordelijk gesteld voor de coördinatie en het beheer van dit systeem. Deze centrale aansturing maakt het mogelijk om de bronnen optimaal in te zetten, wat niet alleen bijdraagt aan een stabiele warmtelevering, maar ook aan een efficiëntere en duurzamere benutting van de beschikbare warmte en daarmee lagere eindgebruikerskosten.

•

Rendabele exploitatie en opschaalbaarheid met groter kavel. Een rendabele exploitatie van schaarse en kostbare warmtebronnen vereist een omvangrijke afnamebasis, zodat de aanzienlijke ontwikkelingskosten en risico’s evenredig worden verdeeld en de bronnen efficiënt worden benut. Warmtebronnen zijn schaars en relatief duur om te ontwikkelen, zo ook in Haarlem. De gemeente lijkt kansrijke data-, aquathermie- en geothermiebronnen te hebben. Om deze bronnen te ontwikkelen, is voldoende afnamepotentie een vereiste. Anders gaan private en publieke bronontwikkelaars niet aan de gang. Zonder bron geen afzet en vice versa. Zeker voor geothermie gaan miljoeneninvesteringen vooraf aan onderzoeken voorafgaand de exploitatie. Hiervoor zijn minimaal 4.000-6.000 (groter kavel) woningen nodig om een basislast continue te draaien. Naar mate de warmteafname stijgt worden de bronnen efficiënter en goedkoper. De inzet van meerdere bronnen in de stad zorgt daarmee potentieel voor een marktmechanisme, indien de netten gekoppeld zijn aan elkaar. Ook voor de ontwikkeling van deze warmtebronnen in Haarlem is grootschalige afzet nodig, dus een groter kavel.

•

Gelijke warmtetarieven binnen een kavel en voor heel Haarlem Één grootkavel maakt kostensocialisatie onder de eindgebruikers van Haarlem mogelijk. De Wcw hanteert een kostprijsplus-benadering, waarbij tarieven worden vastgesteld op basis van werkelijke kosten en een gereguleerd rendement op het geïnvesteerde vermogen van het warmtebedrijf. Omdat tarieven per warmtekavel worden vastgesteld, kunnen er aanzienlijke verschillen ontstaan in eindgebruikerskosten binnen de gemeente. Het kiezen voor één groot, gemeentebreed warmtekavel is een bewuste politieke keuze. Dit model maakt kostensocialisatie mogelijk door investeringskosten en risico’s eerlijk te verdelen over alle eindgebruikers binnen de gemeente via uniforme warmtetarieven. Een groot warmtekavel geeft de gemeente regie over de warmtetransitie, met sturing op kostenefficiëntie, transparantie en betaalbaarheid voor alle inwoners en bedrijven

•

Eén groot kavel voor een warmtebedrijf; Eén groot gebied voor de stad biedt synergievoordelen in de bedrijfsvoering van het integrale warmtebedrijf boven meerdere kleinere warmtekavels. Gecentraliseerd beheer leidt tot financiële en operationele efficiëntie. Deze efficiëntie draagt vervolgens bij aan de betaalbaarheid van het energiesysteem voor de eindgebruiker

Conclusies Achterliggend zijn verschillende thema’s geïdentificeerd waarom de gemeente Haarlem met een groter uit te geven kavel synergievoordelen en condities organiseert voor de betaalbaarheid van collectieve warmtenetten in een groter warmtekavel. Deze ontstaan door met afnamezekerheid kosten te reduceren op investeringen (Capex), operationele organisatie (Opex), realisatievoordelen door standaardisatie, beschikbare capaciteit, financieringsvoordeel door grootschaligheid en daarmee samenhangend risicoreductie. Dit leidt tot lagere kosten en verbetering van de betaalbaarheid van duurzame warmte.

Toelichting eén warmtebedrijf voor gehele stad De gemeente richtte samen met Firan een gemeentelijk warmtenetbedrijf (WNHa)op voor de ontwikkeling van een grootschalig warmtenet in Schalkwijk en HVC is verkennend gepolst voor ondersteuning in de lokale warmtetransitie. Het investeringsplan van een warmtebedrijf moet doelmatig en kostenefficiënt zijn. Een groter kavel resulteert hierdoor vaak in schaalvoordelen en systeemefficiëntie, waarover hiervoor is uitgelegd. Wij adviseren om met eén warmtebedrijf collectieve warmtenetten in de gebouwde omgeving te realiseren, omdat; •

Eén warmtebedrijf, met de komst van de Wcw publiek integraal De keuze voor één warmtekavel betekent automatisch dat één warmtebedrijf verantwoordelijk wordt gesteld om deze kavel integraal te ontwikkelen en beheren, bij voorkeur WNHa. Dit bestaande gemeentelijk warmtenetbedrijf is een samenwerking tussen Firan en de gemeente om in Schalkwijk een warmtenet te ontwikkelen. Conform de beoogd Wcw voldoet deze niet aan publiek integraal (PIW) daar Firan door het wetgevende groepsverbod geen andere rol mag spelen dan alleen op infrastructuur. In de nieuwe Wcw vervalt dit en mag Firan een bredere rol innemen.

•

Van WNHa naar WHa Gemeente Haarlem zocht de publieke partner Firan met kennis, kunde en financiële middelen en richtten WNHa op. Alliander is momenteel met EBN (beoogd landelijk warmtebedrijf) bezig om een regionaal publiek integraal warmtebedrijf voor haar verzorgingsgebied op te zetten, gereed bij inwerktreding van de Wcw. WNHa kan daarmee worden omgezet naar een publiek integrale warmtebedrijf (PIW), WHa. Bij het herzien van het bestuursmodel van het potentiële warmtebedrijf (WHa) is het cruciaal dat de gemeente samen met Firan overweegt om aan te takken op landelijke of regionale entiteiten, om zo synergie en schaalvergroting te bevorderen. De rol die de gemeente binnen dit publiek integrale warmtebedrijf (PIW) aanneemt, dient als blauwdruk voor de gemeentelijke rolneming binnen de hele warmtetransitie van Haarlem.

•

Uitgangspunten gemeentelijke rol binnen PIW De zeggenschap van de gemeente Haarlem in het integrale warmtebedrijf creëert sturingsmogelijkheden over het toekomstige energiesysteem van heel Haarlem. Om de nodige doorbraak in de warmtetransitie Haarlem te bewerkstelligen zijn kapitaal, draagvlak onder bewoners, expertise en uitvoeringskracht nodig. Deze taken en verantwoordelijkheden liggen bij het toekomstig publiek integrale warmtebedrijf die deze taken gaat verdelen met de gemeente als regisseur van de warmtetransitie. De samenwerking met het PIW is niet vrijblijvend. De gemeente zal een duidelijke rol krijgen in het organiseren van draagvlak, kapitaal en zal zelf sturing op de uitrol van de warmtenetten willen zien. Dit is te organiseren door als mede aandeelhouder deel te nemen in het PIW, in lijn met het huidig WNHa, waarmee duidelijke taken en verantwoordelijkheden met mede aandeelhouders worden vastgelegd.

•

Risicospreiding door inzet solide publieke partners binnen PIW Een ervaren (publieke) kennispartner is cruciaal om de gemeente te ondersteunen bij het beheersen van risico’s in de ontwikkeling en exploitatie van het warmtebedrijf. De stagnatie van het ontwikkelen van warmtesystemen in de markt die wij zien komt doordat de omvang van projecten vaak relatief beperkt is (klein) met alle risico-opslagen en fouten van dien. Gemeente Haarlem heeft niet alle kennis in huis om dit zelf op te pakken en een grote mate van investeringsonzekerheid. De realisatie van een duurzaam warmtenet is complex en kostbaar. Het gaat gepaard met hoge investeringen in de ontwikkeling van de warmtebronnen en de infrastructuur (het leidingnetwerk) gevolgd door een lange exploitatieperiode en onzekere inkomsten. Het vollooprisico, het risico dat het aantal aansluitingen op het net met bijbehorende warmtevraag in de praktijk achter blijft bij prognoses, is daar debet aan. De inkomsten uit vastrecht en de afzet van warmte zijn zelden voldoende voor een sluitende businesscase. Tegelijkertijd is de betaalbaarheid van warmte voor de consument cruciaal. Een warmtebedrijf zal daarom niet snel investeren wanneer dit risico niet gemitigeerd wordt en/of als de overheid de

risico’s niet verkleint of afdekt. Een gezamenlijke aanpak met publieke warmtepartijen binnen een PIW, actief op een groot kavel biedt meerwaarde. Zo wordt de opgedane kennis en expertise breed ingezet, worden risico’s gespreid, ontwikkel- en financieringskosten gedeeld en wordt het eenvoudiger om financiering en subsidies te werven voor het warmtebedrijf. •

Gebruikerskosten verlagen door schaalvergroting Het bundelen van schaal in één integraal warmtebedrijf levert schaalvoordelen op en verlaagt daarmee de eindgebruikskosten. Het uitgeven van een groot kavel in Haarlem biedt de mogelijkheid aan een publiek integraal warmtebedrijf om autonoom rendabel te opereren. Een veelgehoorde richtlijn van ongeveer 40.000 aansluitingen is de ondergrens om een warmtebedrijf met alle diensten van ontwikkeling, realisatie, beheer, incasso, storingsdiensten en onderhoud te exploiteren. Het biedt daarmee schaalvoordelen op: Devex: ontwikkelkosten worden verdeeld over alle aansluitingen in plaats van een kleiner project Capex; De grootschaligheid organiseert volume en daarmee voordeel op investeringen Opex: De organisatie wordt efficiënter ingezet over meerdere aansluitingen dan een project Financiering: Een groot langlopend project waarvan een gedeelte in exploitatie zit is aantrekkelijker te financieren dan verschillende kleine met risico opslagen.

Conclusies Zonder aantrekkelijke eindverbruikerskosten voor langere termijn komen kostprijsreductie en standaardisatie onvoldoende van de grond en stagneert de groei van warmtenetten. Om dit op te lossen vraagt het erom dat stakeholders hier aan moeten bijdragen. Er is niet één partij verantwoordelijk, maar zowel overheden, verhuurders en de partijen in de warmteketen hebben een belangrijk aandeel. Als de omstandigheden verbeteren (zoals een aantrekkelijk eindverbruikersaanbod, vereenvoudigde subsidies), warmteprogramma’s zijn opgesteld, kan er weer een pipeline van projecten ontstaan Dit biedt perspectief op continuïteit voor het warmtebedrijf, met standaardisatie en kostenreductie tot gevolg en daarmee een structurele en betaalbare groei van het aantal warmtenetten. Dat vraagt dus om: •

De keuze voor één geïntegreerd warmtekavel impliceert dat één warmtebedrijf verantwoordelijk wordt gesteld voor het integraal beheer van het warmtesysteem voor Haarlem zorgt voor vertrouwen bij de consument op basis van structurele lagere eindverbruikerskosten dan het huidige en toekomstige alternatieve verwarmingssysteem

•

Eén warmtebedrijf biedt helderheid aan alle betrokken partijen en maakt de realisatie van één geïntegreerd warmtekavel in Haarlem mogelijk. Deze aanpak voorkomt fragmentatie en maximaliseert de technische, economische en organisatorische efficiëntie en effectiviteit van het toekomstige warmtesysteem van de stad. Dit perspectief moet leiden tot handelingsperspectief, verdere kostenreductie, standaardisatie en concretisering van warmtenetprojecten

•

Door WNHa aan te wijzen als verantwoordelijke trekker van het collectieve warmtesysteem, wordt een dergelijke basis gelegd voor een efficiënte en doelgerichte uitvoering. Een stevige commitment om warmtenetten te realiseren vastgelegd in het warmteprogramma biedt een oplossing voor de realisatiekracht en noodzakelijke capaciteitsopbouw en daarmee investeringszekerheid voor het PIW.

Toelichting keuze voor WNHa Wij adviseren de gemeente Haarlem te kiezen voor WNHa boven HVC, omdat dit model de beste sturing biedt om de warmtetransitie in de stad te versnellen. Deze keuze is gebaseerd dat WNHa een bedrijf is gefocust op de realsiatie en exploitatie van warmtenetten in Haarlem. De gemeente speelt hierin naast aandeelhouder een duidelijke rol om draagvlak te organiseren, de uitrol van het warmtenet door de gemeente gericht invulling te geven, rekening houdend met de betaalbaarheid van afnemers om aan te sluiten. De argumenten om te kiezen voor WNHa als enige warmtebedrijf in Haarlem zijn: 1. Sturing vanuit de gemeente • Bij WNHa heeft de gemeente met een aandeel van 50% regie over de ontwikkeling en exploitatie van het warmtesysteem. Dit geeft de gemeente directe controle over betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van het warmtenet binnen de gemeente. De gemeente heeft als mede aandeelhouder zeggenschap over de uitrol van het warmtenet door de gemeente (sturing). • Bij HVC is de situatie anders: met slechts 7% aandeel heeft de gemeente minimale invloed, en beslissingen liggen volledig bij HVC. Dit beperkt de mogelijkheden voor actieve sturing vanuit de gemeente over de ontwikkeling en exploitatie van het warmtesysteem. 2.

Organiseren van draagvlak bij bewoners • WNHa biedt bij afnemers een grote mate van vertrouwen door het aandeelhouderschap van de gemeente. Dit maakt WNHa sterk in zowel uitvoeringscapaciteit als het organsieren van draagvlak. WNHa wordt gezien als het gemeentelijke warmtebedrijf. • HVC beschikt eveneens over de nodige kennis en expertise om een collectief warmtesysteem te realiseren. Afnemers zullen op dit vlak meer afstand ervaren. De gemeente zal vaak mee moeten helpen om gewenste draagvlak te helpen organiseren. 3. Betrokkenheid van bewonersinitiatieven • De betrokkenheid van bewoners verschilt per model. Bij WNHa is het mogelijk om bewonersinitiatieven, zoals een Warmtegemeenschap, te betrekken. Dit kan bijvoorbeeld via een Raad van Advies, waardoor bewoners inspraak hebben in de ontwikkeling van warmteprojecten. • Bij HVC ontbreekt deze mogelijkheid; HVC draagt zelf de volledige verantwoordelijkheid en geeft bewoners geen rol in het besluitvormingsproces. 4. Aansluiting op nationale ontwikkelingen • WNHa biedt mogelijkheden om in te spelen op nationale ontwikkelingen in de warmtesector. Door de samenwerking met Firan, een dochteronderneming van Alliander, kan WNHa profiteren van aanzienlijke synergievoordelen door de samenwerking tussen Alliander en EBN.

Dit stelt WNHa in staat om kennis, kapitaal en expertise op centraal niveau te benutten, wat bijdraagt aan de versnelling en opschaling van warmteprojecten in Haarlem. • HVC biedt deze mogelijkheden niet, uitsluitend op basis van groei van haar eigen portfolio.

WNHa1A Integraal

Uitgangspunten

HVC 1B Integraal

1 Mate van sturing vanuit de gemeente

-

+

-

+

2 Optimaal benutten kennis, kunde en realisatiekracht samenwerkingspartner

-

+

-

+

3 Betrokkenheid van bewonersintiatieven

-

+

-

+

4 Aansluiting op nationale ontwikkelingen

-

+

-

+

5 Beheersen (financieel) risico gemeente

-

+

-

+

6 Mate van ontzorging gemeentelijke organisatie

-

+

-

+

7 Realisatiesnelheid

-

+

-

+

Toelichting inzet Wgiw voor mitigeren vollooprisico in de businesscase van collectieve warmtenetten Met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) kan de gemeente Haarlem het vollooprisico in de businesscase van het warmtenet effectief beheersen. Om de Wgiw te kunnen toepassen en de levering van aardgas in een wijk te beëindigen, moet de gemeente binnen het warmteprogramma eerst gebruikmaken van de aanwijsbevoegdheid. Deze bevoegdheid kan worden ingezet voor wijken waar binnen 10 jaar de overstap naar een duurzame warmteoplossing wordt verwacht. Een hogere afzet (volloop) van het warmtenet verbetert de businesscase en leidt tot een gunstigere betaalbaarheid voor de eindgebruiker. Door de Wgiw in te zetten, kan de gemeente niet alleen de regie voeren over het tijdstip waarop wijken van het aardgas af gaan, maar ook gericht sturen op de betaalbaarheid en haalbaarheid van het energiesysteem. Tegelijkertijd blijft de keuzevrijheid van de eindgebruiker gewaarborgd via de opt-outregeling, waarmee de keuze voor een alternatieve duurzame oplossing voor de eindgebruiker mogelijk blijft zolang deze voldoet aan de gestelde duurzaamheidseisen vanuit de ACM.

Tariefstelling van ESSENT als warmteproducent voor het eerste cluster van het warmtenet in Meerwijk Het warmtebedrijf WNHa kan in zekere mate worden gevrijwaard van de tariefschommelingen ("tarief-grillen") van de warmteproducent ESSENT, maar dit vereist duidelijke contractuele afspraken. Aangezien het samenwerkingsverband met ESSENT beperkt is tot 15 jaar en alleen betrekking heeft op het eerste cluster in Meerwijk, biedt dit een afgebakende context waarin het risico beheersbaar kan worden gemaakt. Om het warmtebedrijf (WNHa) te beschermen, kunnen de volgende maatregelen worden overwogen: 1.

Lange termijn afspraken over tarieven Vastleggen van een prijsformule of prijsplafond in het contract, gekoppeld aan objectieve parameters zoals inflatie of energieprijzen, om onverwachte en forse stijgingen te voorkomen.

2.

Flexibiliteit na 15 jaar Voorzien in een evaluatiemoment of onderhandelingsoptie na afloop van de 15 jaar om voorwaarden te herzien en het tariefrisico te heroverwegen voor verdere uitbreidingen.

3.

Concurrentie en diversificatie Onderzoeken of andere warmteproducenten in de toekomst kunnen worden betrokken om afhankelijkheid van één producent te verminderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15114431/1