CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Bijlage II Brede aanpak samenwerkingspartners

commissie Samenleving 11 december 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Aanvraag Regionaal Programma VSV aanvullende maatregelen voor jongeren 2026 t.m. 2029, Regio Zuid-Kennemerland en IJmond (ZKIJ)2.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage II Brede aanpak Regio Zuid-Kennemerland en IJmond Regionaal programma 2026 t.m. 2029 “Van school naar duurzaam werk”, 1.Inleiding Voorop moet worden gesteld dat het met veel jongeren goed gaat in het onderwijs. In de Doorstroompuntregio Zuid-Kennemerland en IJmond zijn er totaal 73.440 jongeren in de leeftijd van 4 tot 23 jaar (gegevens regio,d.d. januari 2025). Het betreft de volgende leeftijdscategorieën: 28.180 jongeren van 5 tot 12 jaar, 25.479 jongeren van 12-18 jaar en 19.781 jongeren van 18 tot 23 jaar. Exacte aantallen en gegevens jongeren 23-27 jaar worden per 1 januari 2026 meegenomen (nu nog onbekend bij de Doorstroompuntregio). Met veruit de meeste jongeren gaat het goed. Een aantal jongeren heeft extra begeleiding nodig om een diploma of certificaat te behalen of aan het werk of dagbesteding te komen. Voor deze groepen is specifiek beleid noodzakelijk om te voorkomen dat zij gaan verzuimen, voortijdig schoolverlater (vsv-er) of thuiszitter worden. De partners in de Doorstroompuntregio, het VO,het MBO en de Arbeidsmarktregio zetten reguliere middelen in voor jongeren, die dreigen geen diploma’s of certificaten te behalen of geen werk of dagbesteding te vinden. Daarnaast zetten genoemde partners gezamenlijk aanvullende maatregelen van het regionaal programma.

De komende jaren is er blijvende aandacht voor de vsv aanpak in brede zin nodig, waarbij onder andere de aanvullende loopbaanbegeleiding extra aandacht krijgt op grond van de wet “ Van school naar duurzaam werk” voor de doelgroep jongeren 16/17 tot 27 jaar. In deze bijlage I wordt de reguliere inzet van partners uit de Doorstroompuntregio, het VO, MBO en de Arbeidsmarktregio beschreven, gebaseerd op de geldende visie en uitgangspunten. In Bijlage II worden op basis van de visie en uitgangspunten, de hoofdlijnen/ thema’s en ambities*(nog toe te voegen)van de aanvraag voor het regionaal programma 2026- 2029 vermeld. Dit mede op grond van de door bureau LPBL uitgevoerde analyses en naar aanleiding van de uitvoering van de aanvullende maatregelen van het regionaal programma over 2021 tot en met 2024/2025. Maatregelen, die werken worden voortgezet, al dan niet met vernieuwende elementen. De op te stellen aanvraag met aanvullende maatregelen wordt op basis van de hoofdlijnen/thema’s verder uitgewerkt. Hierbij wordt per onderdeel de participatie van jongeren georganiseerd. De effecten worden jaarlijks gemonitord en dat kan tot herschikking van maatregelen 2026 t.m. 2029 (in overleg met het ministerie OCW) leiden, indien daartoe aanleiding is. Op deze manier kan sneller op actuele ontwikkelingen geanticipeerd worden.

2. Reguliere inzet van alle partners In dit hoofdstuk wordt de inzet van het VO en PRO en VSO (zowel scholen als Samenwerkingsverbanden), het MBO, Doorstroompuntregio/RBL Leerplein en de Arbeidsmarktregio beschreven. Partners streven ernaar om de komende periode hun reguliere inzet waar nodig nog intensiever af te stemmen het belang van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en de toeleiding van jongeren naar de arbeidsmarkt.

1

2.1. Voortgezet Onderwijs (VO) De regio kent een groot aantal schoolbesturen voor voortgezet (speciaal) onderwijs. Voor “passend onderwijs” zijn er in de regio twee samenwerkingsverbanden VO, Zuid-Kennemerland (inclusief Velsen) en Midden-Kennemerland. De schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden hebben de afgelopen periode verschillende activiteiten uitgevoerd in het kader van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en betere toelating tot vervolgopleidingen en arbeid. We gunnen iedere jongere een goed pad. Het beleid moet erop gericht zijn dit voor zo veel mogelijk jongeren te realiseren. Het tijdig inzetten van preventieve maatregelen is noodzakelijk gebleken. De focus is daarbij gelegd op die jongeren die deze fase niet zonder hulp en extra steun doorkwamen. Op iedere school is een Trajectvoorziening georganiseerd: een voorziening voor het ondersteunen en repareren van schoolse vaardigheden. Daarbij hebben de sociaal emotionele problemen van leerlingen tijdens en na de covid periode extra aandacht en inspanning gevraagd. Bovenstaande ondersteuningsvragen hebben de samenwerking van kernteams en jeugdteams met leerplicht, jeugdarts, CJG-coach, school of jeugdmaatschappelijk werk en consulent passend onderwijs versterkt. Met telkens als doel om uitval te voorkomen en passende ondersteuning te organiseren waar nodig.

Scholen en schoolbesturen stellen zelf een meerjarenbeleid en schoolplan op vanuit hun eigen visie waarbij zij continue de ontwikkelingen van de doelgroep in de gaten hebben gehouden en passende oplossingen hebben gezocht. Een aantal oplossingen zijn gerealiseerd met extra financiering. De oplossingen zijn met name gericht op een aanpassing in het onderwijsaanbod. Voorbeelden hierin zijn: • • • • •

Vloeiend van vmbo naar NOVA college Praktijkgerichte mavo-havo LWT Pro-vmbo ISK 16+ klas

In de ondersteuningsplannen van de scholen zijn de interventies benoemd ten behoeve van het bieden van passend onderwijs. Voorbeelden hierin zijn: • • • • • •

Structuurklassen Plus VO Voorzieningen zoals VOOM, TOP, structuurklassen, plus VO Verbetering OPP’s Professionalisering ondersteuning coördinatoren Beleid omtrent schoolaanwezigheid

De twee samenwerkingsverbanden formuleren hun beleid in het eigen Ondersteuningsplan. In deze plannen wordt ingegaan op de extra ondersteuning die leerlingen tijdens hun periode in het VO kunnen krijgen. Deze plannen worden met de partners besproken in het OOGO (Op Overeenstemming Gericht Overleg). De samenwerkingsverbanden leveren uit eigen middelen (bovenop de reguliere middelen die een VO school zelf van de overheid ontvangt) zeer veel extra ondersteuning: leerweg ondersteunend onderwijs (LWOO), praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Daarnaast kennen de samenwerkingsverbanden binnen het VO (en PRO/VSO) bovenschoolse voorzieningen en arrangementen allen met het doel de schoolgang voor een leerling te verbeteren en/of kennis binnen scholen te vergroten en zo de kans op schooluitval te verkleinen. 2

Plan VO Maatregelen op de scholen de komende beleidsperiode: • • • • • • •

Versterkt mentoraat in samenwerking met de ketenpartners. Aansluiten bij de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen voor wat betreft het aanbod; denk daarbij aan faalangstreductietrainingen, emotie regulatie trainingen, weerbaarheidstrainingen, etc. Betere oriëntatie op studie en loopbaan Onderzoek naar benodigde vaardigheden die leiden naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid binnen het MBO en arbeid Versterking LOB in het VO Ondersteuning bieden aan ISK leerlingen bij doorstroom binnen V(S)O en Praktijkonderwijs Versterken van de samenwerking VO en MBO waarbij op thema’s (schoolaanwezigheid, doelgroepenproblematiek, stagebegeleiding) van elkaar geleerd wordt.

2.2. Praktijkonderwijs (PRO) en Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO) 2..2.1. Praktijkonderwijs Het PRO richt zich op leerlingen die baat hebben bij een praktische leerweg, zodat ze optimaal voorbereid zijn op de arbeidsmarkt of vervolgonderwijs. Door het aantonen van groei binnen de verschillende fases wordt er besloten of een leerling toe is aan de volgende stap. Bij het beoordelen van de leerlingen wordt wel al het uitstroomprofiel meegenomen (beschut werk, reguliere arbeid of doorleren). •

•

•

•

3

Arbeidstoeleiding: In eerste instantie is er stage in de eigen school en wordt er in de verschillende lessen gestreefd naar “levensecht leren” Hier komen de eerste en meest basale werkvaardigheden aan bod en krijgt de leerling de kans om zich te ontwikkelen. Uiteindelijk wordt de leerling toegeleid naar bv. een groepsstage buiten de school, d.w.z. aan het werk bij een bedrijf voor één dag of dagdeel per week. Wanneer de leerling laat zien dat hij zowel sociaal emotioneel als op het vlak van de werkvaardigheden toe is aan de volgende stap, gaat deze individueel stagelopen bij een bedrijf. Uiteindelijk lopen de leerlingen minimaal drie dagen stage en wordt met ouders en begeleiders van school het definitieve uitstroomprofiel bepaald. Binnen onze regio zijn er drie varianten van samenwerking met het MBO. Twee praktijkscholen hebben een samenwerking met het Nova College, waarbij een docent van het Nova Collegeen een docent van de eigen school één dag in de week lessen verzorgt op de Praktijkschool en loopt stage. De leerling behaalt aan het einde van dit jaar een volwaardig MBO 1 diploma en kan zo doorstromen naar niveau 2 binnen het MBO onderwijs.Eén Praktijkschool heeft een samenwerking met het ROC van Amsterdam, waarbij de leerlingen één dag in de week naar Amsterdam reizen en daar praktijk- en theorielessen volgen.

De leerling komt ook één dag in de week terug naar de praktijkschool en loopt daarnaast drie dagen stage. De leerling behaalt aan het einde van dit jaar een volwaardig MBO 1 diploma en kan zo doorstromen naar niveau 2 binnen het MBO onderwijs. Ook is er een praktijkschool waar de leerlingen een MBO-certificaat kunnen halen in samenwerking met het S-BB (Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven). Dit biedt de leerlingen de kans om een erkend certificaat te behalen binnen hun stage op het praktijkonderwijs. Hierbij is het mogelijk om deze certificaten op niveau 1, 2, 3 en 4 te behalen. Het praktijkonderwijs heeft een eigen systeem om zijn leerlingen te kunnen volgen: de Uitstroom- en Volgmonitor (nazorg). De Uitstroommonitor brengt de uitstroombestemmingen van de leerlingen in beeld. Per leerling is bekend of er sprake is van uitstroom naar werk, een mbo-opleiding of een andere uitstroombestemming. Nazorg: De scholen voor praktijkonderwijs volgen oud-leerlingen tot twee jaar na het moment van uitstroom. Indien nodig, bieden zij in deze tijd nazorg of begeleiding bij het

vinden van een passende, bestendige baan. Er wordt ook aan de leerling de mogelijkheid geboden om zich op te laten nemen in het doelgroepenregister. Hiermee vallen de leerlingen onder de banenafspraak. • • •

•

• •

2.2.2.Voortgezet Speciaal Onderwijs Het VSO biedt in onze regio onderwijs aan alle leerlingen die in aanmerking komen voor specialistische ondersteuning, die het reguliere onderwijs niet kan bieden. Met als doel om zo zelfstandig mogelijk in de samenleving te kunnen functioneren. Binnen het VSO zijn er duidelijke verschillen, met als gevolg de grote variëteit aan uitstroom waar de leerlingen binnen het VSO mee te maken hebben. Van dagbesteding en beschut werk tot aan uitstroom richting MBO en dus ook reguliere arbeid. Waar het uiteindelijk gaat om leerlingen met het uitstroomprofiel “arbeid”wordt er in eerste instantie vooral gewerkt aan algemene werkvaardighede( competenties als op tijd komen, passende kleding en gedrag). Veelal eerst in de praktijk geoefend in de eigen school middels een interne stage. Wanneer de leerling toe is aan de volgende stap, wordt er gekeken of er buiten de school een passende plaats te vinden is. Hier is vooral de beschikbaarheid van de mate van de benodigde begeleiding van het grootste belang. Doorleren op het MBO:Daar waar dit mogelijk is voor de leerlingen die het VSO verlaten en gaan doorleren op het MBO is het tot op heden zo dat zij dit zelfstandig doen. Er is op dit moment geen verregaande samenwerking. Wanneer een leerling de overstap maakt is er wel extra overleg rondom de aanmelding.

In het overgrote deel van de uitstroom gaat het hier dan ook om leerlingen die ook na het VSO nog specialistische begeleiding nodig hebben, met als gevolg dat een groot deel van de (na)zorg ook ligt bij de instantie die de leerling begeleid na de schoolse periode. Wel wordt er door alle scholen nog minstens twee jaar na het verlaten van de school, twee keer per jaar contact gezocht door de collega die verantwoordelijk is voor de nazorg. Dit kan per school verschillen. Vaak is het de laatste mentor van de leerling die het contact onderhoudt. Hiervoor wordt gekozen door de band die deze collega heeft opgebouwd met de leerling in zijn laatste jaar en dus het contact laagdrempelig is.

2.3. MBO Met ongeveer 1.200 medewerkers verzorgt het Nova College dagelijks onderwijs aan ruim 12.500 studenten vanaf 16 jaar. Het Nova College biedt ruim 130 beroepsopleidingen verdeeld over de richtingen Autotechniek, Bouw, Business School, CIOS, Duurzaamheid, Elektrotechniek, Hotelschool, ICT, Installatietechniek, Lab, Logistiek, MyTalent, MyTec, Orde en Veiligheid, Performning Arts, Procestechniek, Reizen en Vrije tijd, Scheepvaart, Uiterlijke Verzorging, Welzijn, Werktuigbouw en Zorg. Daarnaast heeft het Nova College vmbo-t, havo en vwo in het vavo en bedrijfsscholingen. Het MBO Nova College (waar ca. 65% van de jongeren uit de regio opleiding volgt) heeft diverse maatregelen om te bewerkstelligen dat studenten diploma’s halen: • • • • • 4

Inzet van een ”verzuimcoördinator” per opleidingsteam(met name richting studieloopbaanbegeleiders (slb’ers); Ondersteunen en coachen van de studieloopbaanbegeleider individueel of in groepsverband, verzorgen deskundigheidsbevordering; Bewaken in-, door-, en uitstroomproces van de individuele student, verwijzing naar de tweedelijns begeleiders binnen het Nova College en naar instanties buiten het Nova College (LPA); Studiebegeleiding rekenen, Nederlands, Engels; Faalangsttrainingen;

• • • • • • • • •

Ondersteunen van studenten met een vraag naar passend onderwijs, en bieden van advies over passend onderwijs; Schoolmaatschappelijk werk; Schoolpsycholoog; (Warm) overdragen van studenten aan professionele hulpverlening; Afstemming met partners in de regio, scholen, hulpverlening, gemeenten, politie etc. Vergroten van percentage jongeren dat een jaar later naar school terug gaat: Loopbaanbegeleiding op de vestigingen; Opmaat (opvang van studenten die een heroriëntatie vraag hebben); Vergroten van percentage VSV-ers dat een jaar later aan het werk is door het begeleiden bij de overstap naar werk door: - versterken voorbereiding op de beroepspraktijkvorming (BPV) en matching met BPV bedrijf; - verbeteren begeleiding tijdens de bpv en bevorderen samenhang tussen theorie op school en de praktijk; - indien nodig overdracht naar re-integratie-partners

Overige activiteiten: •

Procedure ongediplomeerde instroom, regulier en voor VSO;

•

Verstrekken leermiddelen aan studenten uit minimagezinnen;

•

Budget coaching;

•

Begeleiding vanuit Studiecentrum;

•

Gezonde school en veiligheidsbeleid;

Ook andere MBO’s , zoals ROC Amsterdam, Talland College en MBO Rijnland hebben inzet op genoemde onderdelen.

2.4. Doorstroompuntregio: RBL Leerplein “Kansen bieden aan jongeren” Regio Zuid-Kennemerland en IJmond is het regionale Meerjarenbeleidsplan om de aanpak bestrijding voortijdig schoolverlaten (VSV), leerplicht en doorstroompunt voort te zetten voor de periode 2023 tot en met 2026. De regionale visie is dat elke jongere recht op ontwikkeling ( in plaats van alleen recht op onderwijs) heeft. Elke jongere moet een passend leer(werk) of dagbestedingsaanbod krijgen. Door een aanbod van scholing/opleiding, leren en werken, werk of dagbesteding al dan niet met extra begeleiding kan een jongere zich optimaal ontwikkelen. Het streven is dat elke jongere zonder kwalificaties en elke jongere in kwetsbare positie in beeld is. Jongeren moeten immers gelijke kansen krijgen om te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Met een diploma, certificaat of praktijkverklaring is namelijk de kans op participeren en een (droom)baan vinden voor de jongeren groter. Op deze wijze wordt ook de jeugdwerkloosheid (structureel) teruggedrongen. De regio zet de reguliere middelen van leerplicht en doorstroompunt voor de uitvoering door het RBL Leerplein in ten behoeve van jongeren van 5 tot 27 jaar, die de school hebben verlaten of dreigen te verlaten. Hierbij wordt nauw samengewerkt met de partners in het onderwijsveld en ketenpartners in het arbeids- zorg en veiligheidsdomein.

De regio heeft jongeren zoveel mogelijk in beeld en laat hen niet los, zolang zij geen start- of beroepskwalificatie hebben. De informatie wordt per jongere genoteerd in het regionale registratie 5

volgsysteem. De aanpak wordt onverminderd voortgezet de komende periode. Voor de vsv aanpak en de aanpak van scholing naar duurzaam werk voor jongeren van 12 tot 27 jaar, die de school zonder diploma hebben verlaten en jongeren met complexe problematiek worden door het RBL Leerplein diverse activiteiten uitgevoerd en (mede) gefinancierd: • •

• • • • • • •

Preventieve rol: voorlichting geven, preventieve verzuimspreekuren uitvoeren en deelname aan of organisatie van multidisciplinaire overleggen; Gesprekken met en begeleiden van jongeren, zowel nieuwe vsv-ers als oud-vsv-ers en jongeren met multi-problematiek voeren en hen terugplaatsen (al dan niet met hulpverlening) naar scholing, leerwerktrajecten, werk of dagbesteding ( in samenwerking met partners uit het arbeidsmarktdomein of zorgdomein); Scholingsadviezen 16/17-27 jaar in regio ZKIJ en pilots jongeren in beeld 23-27 jaar in ZK worden uitgevoerd i.s.m. Arbeidsmarktregio; Nauwe samenwerking en regionale aanpak met de teams inburgering van de verschillende gemeenten in de regio ZKIJ en de afstemming met ISK-en, aanbieders inburgeringstrajecten en het MBO; Ook wordt een zo veel mogelijke sluitende aanpak uitgevoerd door de inzet van doorstroomcoaches en leerplichtambtenaren op de scholen; Daarnaast zet de regio haar vsv budget in voor uitvoering van diverse projecten door andere organisaties, zoals bijvoorbeeld mentorenprojecten en beroepsoriënterende trajecten; Voor jongeren met schulden en jongeren met taalachterstand wordt inzet gepleegd in het kader van de aanpak schulddienstverlening en de aanpak laaggeletterdheid (in samenwerking met partners.

Met veel andere partners uit het lokaal en regionaal in het jongerenwerk, wijkaanpak en het veiligheidsdomein( Halt, OM, Veiligheidshuis o.a.), wordt samengewerkt; Tot slot werkt het Doorstroompunt op locatie en met partners in het Regionaal Werkcentrum(RWC) en is betrokken bij de doorontwikkeling hiervan.

2.5.Arbeidsmarktregio In de regio werken de klantmanagers van de afdelingen W&I nauw samen met het Doorstroompunt (m.b.t. scholingsadvies en trajecten jongeren in beeld e.d.); ▪

▪ •

•

6

Op het gebied van toeleiding naar werk hebben afdelingen W&I van de gemeenten afspraken gemaakt met re-integratiepartners. Arbeidscoaches van deze partijen bieden trajecten aan om jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt en te bemiddelen naar een werkgevers. In de regio zijn er drie belangrijke aanbieders voor jongeren: re-integratiebedrijf Agros (focus op dienstverlening aan PRO, VSO en MBO-1 jongeren) en de sociaal ontwikkelbedrijven Spaarne Werkt (regio Zuid-Kennemerland) en IJmond Werkt! (regio IJmond); Voor jongeren die vallen onder banenafspraak (indicatie doelgroepregister) kan bij een betaald dienstverband gebruik worden gemaakt van beschikbare werkgeversinstrumenten (jobcoaching, loonkostensubsidie, praktijkroute, werkplekaanpassing etc.); Naast de uitvoeringdoor de re-integratiepartners wordt er samengewerkt met het Werkgeverservicepunt Zuid-Kennemerland en IJmond (in het Regionaal Werkcentrum (RWC). Dit is het centrale punt in de regio voor werkgevers die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een baan willen aanbieden; Jongeren worden al op PRO, VSO en MBO 1-2 in overleg met het Doorstroompunt ‘opgepakt’ door re-integratiepartners van Agros, Spaarne Werkt (Zuid-Kennemerland) of IJmond Werkt (IJmond). Een aandachtspunt hierbij zijn de werksoorten in deze ontwikkelbedrijven. Er vindt een warme overdracht plaats;

• ▪ ▪ ▪ ▪

7

Voor jongeren die al uitgevallen zijn worden door het Doorstroompunt ook de reintegratiepartners ingezet; Re-integratiepartners: begeleiden gedurende de periode van start aanvaarding van arbeid de jongere in samenwerking met de werkgever; Dit maximaal voor de duur van 12 maanden nadat het contract is ingegaan. De nazorg bestaat uit gesprekken en/of het bieden van extra begeleiding; Mocht evenwel na deze begeleidingsperiode nog jobcoaching noodzakelijk zijn wordt dat opnieuw bezien; Extra voortrajecten voor jongeren worden in het kader van de aanpak Jeugdwerkloosheid gefinancierd i.s.m. de Doorstroompuntregio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16299122/1