4 Bijlage 3 Regels ontwerpbestemmingsplan
Tekst van het document
ROOTZ
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
2
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Hoofdstuk 2
5 Inleidende regels
7
Begrippen Wijze van meten
7 15
Bestemmingsregels
17
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Gemengd - 1 Groen Verkeer Wonen Waarde - archeologie 4
17 19 21 23 25
Hoofdstuk 3
Algemene regels
29
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
29 31 33 35 37
Overgangs- en slotregels
39
Overgangsrecht Slotregel
39 41
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Bijlagen bij de regels
43
3
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
4
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Regels
5
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
6
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1
aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, educatief, kunstzinnig of technisch vlak of daarmee gelijk te stellen activiteiten niet zijnde detailhandel, dat een uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.2
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.3
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.4
aanlegvergunning: omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.5
antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
1.6
archeologisch deskundige: professioneel archeoloog die op basis van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie bevoegd is om archeologische onderzoek uit te voeren en programma's van eisen op te stellen en te toetsen.
1.7
archeologisch onderzoek: diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarde binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
1.8
archeologisch rapport: in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid en de waarde van archeologische resten.
7
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
1.9
archeologisch waardevol gebied: gronden waar archeologische waarden aanwezig of te verwachten zijn.
1.10
archeologische waarde: vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context.
1.11
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.12
bebouwingspercentage: een op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
1.13
bed & breakfast: het tegen betaling verstrekken van logies met ontbijt binnen de (bedrijfs)woning met behoud van de woonfunctie.
1.14
bedrijf: een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.
1.15
begane grond: een bouwlaag waarvan het vloerniveau (nagenoeg) ter hoogte van het aansluitende peil ligt.
1.16
beperkt kwetsbaar object een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen, een richtwaarde voor het risico dan wel een risicoafstand is bepaald, die in acht genomen moet worden.
1.17
bestaande (situatie) onder “bestaande” goot- of bouwhoogte, kap- en dakvorm, gevelindeling, maatvoering en oppervlakte wordt verstaan de goot-/bouwhoogte, kap- en dakvorm, nokrichting, gevelindeling, maatvoering en oppervlakte zoals die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan rechtens bestaat of rechtens mag bestaan.
1.18
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak.
1.19
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
8
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
1.20
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.21
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.22
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.23
bouwgrens: de grens van een bouwvlak.
1.24
bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.
1.25
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.26
bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel.
1.27
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijn toegelaten.
1.28
bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.29
bruto vloeroppervlak (bvo): de totale vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, met inbegrip van de bouwconstructie, bergingen,trappenhuizen, interne verkeersruimten, magazijnen, dienstruimten et cetera, met uitzondering van balkons, galerijen, parkeer- en stallingsvoorzieningen.
1.30
dakterras: een met een omheining afgezette buitenruimte op een gebouw.
9
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
1.31
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van horeca.
1.32
dienstverlening: het verlenen van diensten in de vorm van publieksgerichte en niet-publieksgerichte dienstverlening.
1.33
gastouderopvang: gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, die een uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.34
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.35
gevellijn de op de verbeelding aangeduide lijn die geldt als begrenzing van de gebouwen van de aan de weg gekeerde zijde.
1.36
hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.
1.37
horeca 1: horecabedrijven die hoofdzakelijk overdag eenvoudige etenswaren verstrekken en als nevenactiviteit licht- en niet-alcoholische dranken verstrekken, zoals lunchrooms, ijssalons, koffie/theehuizen, broodjeszaken en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.
1.38
horeca 2: horecabedrijven die hoofdzakelijk maaltijden verstrekken en als nevenactiviteit alcoholische en niet-alcoholische dranken verstrekken waarbij de nadruk ligt op het verstrekken van maaltijden, zoals restaurants en eethuisjes, snackbars en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.
1.39
horeca 3: horecabedrijven die hoofdzakelijk dranken en eten verstrekken waarbij de nadruk ligt op het verstrekken van dranken, zoals (eet)cafés en bars en daarmee gelijk te stellen horecabedrijven.
10
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
1.40
huishouden een persoon, of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
1.41
kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, camper of een caravan; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen voor recreatief nachtverblijf.
1.42
kantoor: het verlenen van diensten en het uitvoeren van handelingen, waarbij de nadruk ligt op de administratieve afwikkeling van die handelingen.
1.43
kringloopwinkel winkel waarin gebruikte goederen verzameld en weer verkocht worden en het herstel en onderhoud van goederen ondergeschikt zijn aan de detailhandelsactiviteiten'.
1.44
kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf.
1.45
maatschappelijke voorzieningen: apotheek, bibliotheek, buurtcentrum, educatieve voorzieningen, scholen, gezondheidszorg, jeugdopvang, levensbeschouwelijke voorzieningen, openbare dienstverlening, (para)medische voorzieningen, peuterspeelzaalwerk, buitenschoolse opvang, praktijkruimte, uitvaartcentrum, verenigingsleven, welzijnsinstelling, zorginstelling.
1.46
niet-publieksgerichte dienstverlening: het verlenen van diensten zonder rechtstreeks fysiek contact met het publiek.
1.47
pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.
1.48
peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ten tijde van de terinzagelegging van het
11
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
ontwerpbestemmingsplan; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijk gemiddelde waterpeil. 1.49
plan: het bestemmingsplan ROOTZ met identificatienummer NL.IMRO.0392.BP9120020-ON01 van de gemeente Haarlem.
1.50
publieksgerichte dienstverlening: het verlenen van diensten met rechtstreeks contact met het publiek in de vorm van zakelijke, consumentverzorgende, openbare en (para)medische dienstverlening inclusief ondergeschikte nevenfuncties.
1.51
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
1.52
seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam) prostitutiebedrijf, seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een besloten huis, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.53
verbeelding: de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke informatie.
1.54
voorzieningen van openbaar nut: voorzieningen ten behoeve van openbare verlichting, telecommunicatie, gas-, water- en elektriciteitsdistributie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse kabels en leidingen, transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen en zendmasten.
1.55
waterberging: een gebied waarbinnen incidenteel of permanent het teveel aan water wordt vastgehouden op het ene moment totdat er water nodig is op een later moment.
1.56
woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een huishouden.
12
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
1.57
woonzorgvoorziening een voorziening met onzelfstandige woonruimten met daarbij behorende zorgvoorzieningen, afgestemd op een specifieke doelgroep die gelet op hun fysieke en/ of psychische gesteldheid zonder deze 24-uurs zorg niet zelfstandig kunnen wonen. Algemene ruimten ten behoeve van de onzelfstandige bewoning, zorg en/of bedrijfsvoering worden hieronder begrepen, met inbegrip van maximaal 1 bedrijfswoning.
13
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
14
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten: afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte onderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderdelen. Siergevels zoals trapgevels, halsgevels, klokgevels en lijstgevels worden niet meegerekend bij het bepalen van de bouwhoogte. verticale diepte van een ondergronds bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de laagstgelegen vloer. inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. breedte dakvlak bij dakdoorbreking de meetlijn wordt gelegd op de helft van de hoogte van de dakdoorbreking.
2.2
Overschrijden bouwgrenzen Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouwgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen, liftuitlopen, zonnepanelen en dergelijke ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 m en in het geval van een noodtrappenhuis niet meer dan 2 m; b. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m en deze werken niet lager zijn gelegen dan 5 m boven peil; c. uitkragende balkons, uitsluitend vanaf de 3e bouwlaag en uitsluitend ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - balkon, met dien verstande dat deze ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding - balkon 1 vanaf de 2e bouwlaag mogen worden gerealiseerd; d. een pergola, uitsluitend ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding pergola, waarbij de overschrijding niet meer dan 3 m mag bedragen.
15
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
16
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Gemengd - 1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbondenberoep, gastouderopvang en/of bed & breakfast; b. bedrijven of bedrijfsactiviteiten tot en met categorie B, zoals genoemd in de bij deze regels behorende zoneringslijst; c. kantoor, dienstverlening, flexwerk- en vergadervoorzieningen; d. bovengrondse gebouwde parkeervoorzieningen; e. ondergrondse parkeervoorzieningen met bijbehorende in- en uitritten, uitsluitend ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer parkeergarage 2'; f. dakterrassen en daktuinen; g. bij de bestemming behorende 'bouwwerken geen gebouw zijnde', groenvoorzieningen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen, (ondergrondse) parkeervoorzieningen.
3.2
Bouwregels Binnen de bestemming 'Gemengd-1' gelden de bouwregels zoals aangegeven in artikel 9.
3.3
Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 10 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. een woning dient voor de huisvesting van maximaal één huishouden; b. het gebruik van een woning voor aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang en/of bed & breakfast mag in totaal niet meer bedragen dan 35 procent van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 50 m², waarbij het aanbod voor bed & breakfast zich beperkt tot maximaal 2 kamers en maximaal 4 personen tegelijk; c. de functies zoals bedoeld in artikel 3.1 onder b en c zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf' de minimale oppervlakte van deze functies 100 m2 b.v.o. bedraagt.
17
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
18
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. openbare groenvoorzieningen; b. voet- en fietspaden; c. langzaamverkeersontsluitingen; d. terrassen, verhardingen en buitenruimten ten behoeve van de functies als bedoeld in artikel 3.1 en 6.1; e. ondergrondse parkeervoorzieningen uitsluitend ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 1' en 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 2'; f. flexwerk- en vergadervoorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - bospaviljoen' g. het houden van presentaties, lezingen, exposities, workshops en andere daarmee vergelijkbare bijeenkomsten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - bospaviljoen'; h. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals waterlopen en waterpartijen, straatmeubilair, speelvoorzieningen, kunstwerken, bruggen, kunstobjecten, voorzieningen van openbaar nut, waterberging, bergbezinkbassins, in-en uitritten t.b.v. parkeervoorzieningen, (ondergrondse) afval- en recyclecontainers, warmte-koudeopslag en warmte-koudetransport.
4.2
Bouwregels Binnen de bestemming 'Groen' mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht, onder de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 m bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter plaatse van de aanduiding 'bospaviljoen' mag maximaal 4 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de diepte van een (ondergronds) bouwwerk mag niet meer dan 7 m bedragen.
4.3
Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 10 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. de toegang tot de ondergrondse parkeervoorziening met de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 1 mag uitsluitend worden gesitueerd aan de Kennedylaan; b. de toegang tot de ondergrondse parkeervoorziening met de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 2 mag uitsluitend worden gesitueerd aan de Antillenweg.
19
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
20
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten en wegen; b. voet- en fietspaden; c. ongebouwde parkeervoorzieningen; d. terrassen, standplaatsen, uitstallingen; e. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen,in-en uitritten en toegangen, waterlopen en waterpartijen, straatmeubilair, speelvoorzieningen, kunstwerken, bruggen, kunstobjecten, waterberging, bergbezinkbassins, (ondergrondse) afval- en recyclecontainers, voorzieningen voor de waterhuishouding, warmte-koudeopslag, voorzieningen van openbaar nut.
5.2
Bouwregels Binnen de bestemming 'Verkeer' mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht, onder de volgende voorwaarden: a. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen; b. de oppervlakte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 10 m² bedragen; c. ondergrondse rioolgemalen mogen afgedekt worden met een verhoogd maaiveld van 0,5 m; d. de oppervlakte per ondergronds bergbezinkbassin mag niet meer bedragen dan 100 m².
21
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
22
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen als bedoeld in artikel 1.56 al dan niet in combinatie met de uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast; b. woonzorgvoorziening, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk; c. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk; d. bedrijven of bedrijfsactiviteiten tot en met categorie B, zoals genoemd in de bij deze regels behorende zoneringslijst; e. kantoor, dienstverlening, flexwerk- en vergadervoorzieningen; f. horeca 1 tot en met 3, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; g. een kringloopwinkel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - kringloopwinkel'; h. detailhandel, anders dan bedoeld in artikel 6.1 onder g; i. ondergrondse parkeervoorzieningen met bijbehorende in- en uitritten, uitsluitend ter plaatse de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer parkeergarage 1' en 'specifieke vorm van verkeer - parkeergarage 2'; j. dakterrassen en daktuinen; k. bij de bestemming behorende voorzieningen zoals 'bouwwerken geen gebouw zijnde', groenvoorzieningen, in-en uitritten en toegangen, wegen en paden, tuinen, erven en terreinen, waterlopen en waterpartijen, voorzieningen voor de waterhuishouding en onderdoorgangen.
6.2
Bouwregels Binnen de bestemming 'Wonen' gelden de bouwregels zoals aangegeven in artikel 9.
6.3
Specifieke gebruiksregels Naast de algemene gebruiksregels genoemd in artikel 10 gelden met betrekking tot het gebruik de volgende regels: a. een (zorg)woning dient voor de huisvesting van maximaal één huishouden; b. het gebruik van een woning voor een aan-huis-verbonden beroep, gastouderopvang of bed & breakfast mag in totaal niet meer bedragen dan 35 procent van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 50 m²; c. het gebruik voor wonen is niet toegestaan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'wonen - uitgesloten 1', voor zover het gaat om wonen op de begane grond en waarbij tevens geldt dat op de begane grond minimaal 100 m2 b.v.o. en maximaal 300 m2 b.v.o. dient te worden gebruikt voor niet - woonfuncties zoals bedoeld in artikel 6.1 onder d, e en h; 2. ter plaatse van de aanduiding 'wonen - uitgesloten 2 voor zover het gaat om wonen op de begane grond en waarbij tevens geldt dat op de begane grond minimaal 100 m2 b.v.o. en maximaal 350 m2 b.v.o. dient te worden gebruikt voor niet - woonfuncties zoals bedoeld in artikel 6.1 onder b, c, d, e en h; 23
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
3. ter plaatse van de aanduiding horeca, voor zover het gaat om wonen op de begane grond en eerste verdieping; d. de functies als bedoeld in artikel 6.1 onder b en c. bedragen minimaal 2.400 m2 bvo en mogen uitsluitend op de begane grond, eerste en tweede verdieping worden gerealiseerd; e. de functies als bedoeld in artikel 6.1 onder d en e. mogen uitsluitend op de begane grond en op dakterrassen worden gerealiseerd, met dien verstande dat deze functies ter plaatse van de functieaanduidingen 'horeca' en specifieke vorm van detailhandel - kringloopwinkel' tevens op de eerste verdieping mogen worden gerealiseerd; f. de functie als bedoeld in artikel 6.1 onder f bedraagt maximaal 400 m2 b.v.o. en mag uitsluitend op de begane grond en eerste verdieping worden gerealiseerd; g. de functie als bedoeld in artikel 6.1 onder g mag uitsluitend op de begane grond en eerste verdieping worden gerealiseerd; h. de functie als bedoeld in artikel 6.1 onder h bedraagt maximaal 180 m2 b.v.o. en mag uitsluitend op de begane grond worden gerealiseerd.
24
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 7
Waarde - archeologie 4
7.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde- archeologie- 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
7.2
Bouwregels 1. In aanvulling op het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'Waarde archeologie-4' de aanvrager van een omgevingsvergunning waarvan bodemverstorende bouwwerkzaamheden deel uitmaken, in geval de oppervlakte van het project meer dan 2500 m2 betreft en de bouwwerkzaamheden dieper dan 0,30 m onder het maaiveld plaatsvinden, een waardestellend archeologisch rapport dient te overleggen; 2. Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie-4' kunnen de volgende voorschriften worden verbonden; a. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; b. het doen van opgravingen; c. begeleiding van de activiteiten door de archeologisch deskundige. 3. Het bepaalde in lid 2 sub 1 is niet van toepassing op een bouwplan dat betrekking heeft op vervanging van een reeds bestaand bouwwerk waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut.
7.3
Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden die vallen binnen de dubbelbestemming 'Waarde archeologie-4', indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse beschermingswaardige archeologische resten aanwezig zijn. Toepassing van de bevoegdheid mag niet leiden tot een onevenredige beperking van het meest doelmatige gebruik.
7.4
Afwijken van de bouwregels 1. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 2, met inachtneming van de voor de betrokken bestemmingen geldende (bouw)regels. 2. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in dit lid, wordt verleend indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van: a. nader archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of als er, mede naar het oordeel van de gemeentearcheoloog, geen archeologische waarden te verwachten zijn; b. andere informatie heeft aangetoond dat door bodemverstoringen op de betrokken locatie geen archeologische waarden verstoord zullen worden.
25
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Voor de volgende werken of werkzaamheden is een aanlegvergunning vereist: a. aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; b. bodemverlagen of afgraven, ophogen, egaliseren dan wel anderszins aanbrengen van wijzigingen in het maaiveld; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; d. het verrichten van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; f. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; g. diepploegen; h. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 2. Geen aanlegvergunning is vereist voor werken of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. dan wel de oppervlakte- dan wel de dieptemaat niet overschrijdt, behorende bij de categorie 'Waarde - archeologie-4' genoemd in lid 2 die voor die gronden van toepassing zijn; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende aanlegvergunning of een ontgrondingvergunning; d.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning, zoals in lid 4 bedoeld, is verleend; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 3. Een aanlegvergunning wordt in ieder geval verleend, indien: a. de aanvrager aan de hand van een waardestellend archeologisch onderzoek of een rapport kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; c. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de aanlegvergunning voorwaarden te verbinden, gericht op: het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; begeleiding van de bouwactiviteiten door een archeologisch deskundige.
26
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
7.6
Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin, dat de verbeelding wordt gewijzigd door van één of meerdere bestemmingsvlakken de begrenzing te veranderen of de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' -4 toe te voegen of te verwijderen als archeologische bevindingen daar aanleiding toe geven.
27
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
28
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
29
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
30
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 9
Algemene bouwregels
Tenzij in de bouwregels van de betreffende bestemming anderszins is bepaald gelden voor het bouwen de volgende regels: 9.1
Bouwregels
9.1.1 Gebouwen a. er mogen maximaal 697 woningen worden gebouwd; b. (hoofd)gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, met dien verstande dat buiten het bouwvlak mag worden gebouwd ten behoeve van ondergrondse parkeervoorzieningen als bedoeld in in 3.1 onder e en 6.1 onder 1; c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' dient binnen de aangegeven bouwhoogte te worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent' de daar toegestane maximale bouwhoogte tot een maximale oppervlakte van 500 m2 is toegestaan; e. een dakterras is toegestaan, mits het dakterras van binnenuit wordt ontsloten. f. het maximale oppervlakte b.v.o., voor zover bovengronds gelegen, mag niet meer dan 70.000 m2 b.v.o. bedragen; g. de maximale oppervlakte aan gebouwen, voor zover bovengronds gelegen, mag niet meer dan 10.000 m2 bedragen; h. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dient tenminste een gevel van een gebouw in de gevellijn gerealiseerd te worden; i. de verticale diepte van een ondergronds bouwwerk mag niet meer dan 7 m bedragen. 9.2
Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeerssituatie ter plaatse; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
31
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
32
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1
Algemene gebruiksregels a. Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken voor: prostitutie en seksinrichtingen; het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, waaronder kampeermiddelen, van aan hun gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen. Deze bepaling is niet van toepassing op opslag van materialen welke noodzakelijk is voor de realisering van de bestemming, welke voortvloeien uit het normale dagelijkse onderhoud; b. de functie van bedrijven en bedrijfsactiviteiten zoals bedoeld in artikel 3.1 onder b en 6.1 onder d bedraagt minimaal 300 m2 b.v.o.
33
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
34
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1
Afwijken van de regels algemeen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. de voorgeschreven maten ten aanzien van bouwhoogten met ten hoogste 10%; b. van de in het plan aangegeven hoogten ten behoeve van centrale technische voorzieningen waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen en de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 20% van de oppervlakte van het hoofdgebouw.
11.2
Nadere eisen Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning als genoemd in lid 11.1 onder a en b nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en toetsen of geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeerssituatie ter plaatse; c. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; d. de brandveiligheid en rampenbestrijding.
35
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
36
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 12 Overige regels 12.1
Parkeren, laden en lossen
12.1.1
Aanbrengen ruimte voor parkeren, laden en lossen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of het gebruiken van gronden of bouwwerken geldt dat in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht en in stand worden gehouden op eigen terrein voor parkeer- of stallingsgelegenheid en laad- en losmogelijkheden overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen'.
12.1.2
Beleidsregels Het bevoegd gezag past de in sublid 12.1.1 genoemde regels toe met inachtneming van de 'Nota Parkeernormen' met inbegrip van eventuele wijzigingen van deze beleidsregels zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning.
12.1.3
Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor het genoemde in sublid 12.1.1 overeenkomstig de beleidsregels als bedoeld in sublid 12.1.2.
12.1.4
Afwijken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 12.1.1 overeenkomstig de afwijkingsmogelijkheden die vastliggen in de beleidsregels als bedoeld in sublid 12.1.2.
12.2
Voorwaardelijke verplichting geluid 1. Een woning mag uitsluitend in gebruik worden genomen indien: a. de woning minimaal één geluidsluwe zijde bevat met dien verstande dat de buitenruimten, die als buitengebruiksruimten worden gebruikt aan de geluidsluwe zijde moeten zijn gesitueerd; b. de woning waarbij sprake is van een geluidsbelasting van groter dan 53 dB vanwege wegverkeerslawaai, de woningindeling voldoet aan de eis dat ten minste één slaapkamer aan de geluidsluwe zijde ligt. 2. Artikel 12.2.1 sub a is niet van toepassing indien uit een akoestisch onderzoek blijkt dat een geluidsluwe gevel niet noodzakelijk is, omdat aangetoond is dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB als bedoeld in artikel 82 van de Wet geluidhinder. 3. In afwijking van artikel 12.2.1 sub a en b, mogen buitenruimten die als gebruiksruimten worden gebruikt aan de niet-geluidsluwe zijde worden gesitueerd en mag worden afgeweken van de woningindelingseis, indien het college van burgemeester en wethouders daartoe heeft besloten in een besluit Hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder.
37
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
38
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht 13.1
Bouwen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
13.2
Afwijken Het bevoegd gezag kan eenmalig met een omgevingsvergunning afwijken van lid 13.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
13.3
Uitzondering overgangsrecht bouwwerken Lid 13.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.4
Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
13.5
Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 13.4 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
13.6
Verboden hervatten gebruik Indien het gebruik, bedoeld in lid 13.4 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
13.7
Uitzondering overgangsrecht gebruik Lid 13.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
39
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
40
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'ROOTZ'.
41
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
42
bestemmingsplan "ROOTZ" (ontwerp)
Bijlagen bij de regels
43