4 Bijlage 3 Pim Mulierlaan 4-6 Beantwoording zienswijzen en redengevende omschrijving
Tekst van het document
Redengevende omschrijving gemeentelijk monument
Straat Huisnummer Toevoeging Postcode Kadastrale aanduiding Naam object Bouwjaar Architect Bouwstijl Oorspronkelijke functie Huidige functie Gemeentelijk monumentnr. B & W besluit Inventarisatie / Beschrijving: Datum beschrijving
Pim Mulierlaan 4-6 2024 BT STN01 C 296 G Mendel College 1949-1954 G.H.M. Holt Modernisme School voor voortgezet onderwijs Idem. 59-0750 D. Broekhuizen /M. Temme /M.W. Enderman November 2023 / augustus 2025
Ligging en stedenbouwkundige context Het Mendel College is gesitueerd in de tuinstedelijke buurt Overdelft in Noord-Haarlem. Deze wijk bevat hoofdzakelijk woningen uit de jaren ’30 en ’50. De school grenst aan de woonbebouwing en een sportpark, de voormalige hoofdvleugel van het gebouw ligt aan de Pim Mulierlaan. Historie en stijl Het schoolgebouw is gebouwd naar ontwerp van de nationaal bekende architect Gerard Holt (1904-1988). Hij sloot zich al vroeg aan bij verenigingen van moderne architecten zoals ‘De 8’ en ‘Opbouw’. De voorkeur van Holt voor het Nieuwe Bouwen komt tot uiting in het ontwerp van het Mendel College. Kenmerkend voor het gebouw zijn de gevelcompositie met afwisseling van baksteenvelden, langgerekte raamstroken, deels zichtbare betonconstructie en de toepassing van natuurlijke materialen zoals hout en natuursteen. Het gebouw staat symbool voor de naoorlogse ideeën over een gezonde leefomgeving met ruimte, licht en lucht. Exterieur Het Mendel College bestaat oorspronkelijk uit drie vleugels die langs de weg zijn gesitueerd. Zo is er een vleugel met een hoofdhal en leslokalen aan de noordzijde, een dwarsvleugel met bijzondere lokalen en een schuin geplaatste vleugel met een gymnastiekhal met podium en een overblijfruimte. De vleugels vormden als het ware een wand.
Op de hoek van het terrein staat een bronzen sculptuur (mens, dier, plant) op een sokkel naar ontwerp van de Nederlandse beeldhouwer Thomas Rodr (1927-2011). Het Mendel College is diverse malen uitgebreid, aanvankelijk naar ontwerp van Holt zelf. Hierdoor ontstond een compositie van bouwvolumes rond een buitenplein. Het plein had een open karakter naar de kant van de rustige woonbuurt. Later zijn nieuwe vleugels aan de westzijde en de zuidzijde gerealiseerd naar ontwerp van de architect Ton Voets. Het eerst zo open plein is daardoor meer besloten geworden. Interieur Het interieur van het oudste, in 1954 gereedgekomen deel van de school heeft nog grotendeels de toenmalige indeling. Wel zijn enkele lokalen samengevoegd of is een ruimte opgesplitst. Met name in de verkeersruimten is de oorspronkelijke architectuur en het verschil in functies nog beleefbaar aan de vormgeving en afwerking. Zo zijn de in het exterieur opvallende garderobe-nissen in de noordvleugel bepalend voor het ritmische
PIM MULIERLAAN 4-6
HAARLEM
karakter van de gang langs de hier aanwezige klaslokalen. Op eenzelfde wijze is de lengte van de gang in de oostvleugel gebroken door een vrijstaande kolommenstructuur. De afwerking van de gangen met in patroon gelegde tegelvloeren en muren in schoon metselwerk of met een tegellambrisering en stucwerk volgen dit ritme dat zijn oorsprong heeft in de betonconstructie die zichtbaar is gelaten boven de ruimten. Ook het gebruik van profiellijsten rond de doorgangen in de oostvleugel en de afwezigheid daarvan in de noordvleugel markeren het verschil in ruimtegebruik. Vrijwel overal zijn de oorspronkelijke deuren nog aanwezig. De knooppunten als de centrale hal en het trappenhuis in de noordvleugel onderscheiden zich doordat de betonconstructie ook in de muren onafgewerkt in het zicht is gelaten en de tussenruimte met schoon metselwerk is gevuld. Op dezelfde wijze is ook de als aula te gebruiken gymzaal vormgegeven waarvan de muren aan weerszijden van het podium zijn uitgevoerd in siermetselwerk. De trappen met betonnen treden en ijzeren leuning dateren nog uit 1954.
Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst Architectuur, bouw- en/of kunsthistorische waarde Het gebouw is van belang vanwege de architectonische kwaliteit van zowel het exterieur als interieur. Dit komt tot uitdrukking in de kenmerkende gevelcompositie, met afwisseling van baksteenvelden, langgerekte raamstroken, deels zichtbare betonconstructie, en toepassing van natuurlijke materialen als hout en natuursteen; als onderdeel van het oeuvre van de Haarlemse architect Holt, die destijds nationaal bekend was; vanwege de representatieve bouwstijl van naoorlogs modernisme; vanwege de gaafheid van de architectuur, de gebouwdelen uit 1954 zijn nog voor een groot deel oorspronkelijk, ondanks kleine aanpassingen; vanwege de kunsthistorische waarde van het vrijstaande bronzen sculptuur, naar ontwerp van de Nederlandse beeldhouwer Thomas Rodr. Stedenbouwkundige en situationele waarde Heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de voormalige hoofdvleugel aan de Pim Mulierlaan. Het opgetilde volume waaronder de voormalige hoofdentree ligt maakt het gebouw markant en herkenbaar. Cultuurhistorische waarde Het Mendel College is cultuurhistorisch van waarde als schoolgebouw met een grote herinneringswaarde voor een deel van de bevolking uit Haarlem en omstreken dat van de onderwijsfunctie gebruik heeft gemaakt.
Het Mendel College bevat modernistische stijlkenmerken en is op basis van bovenstaande motivering beschermenswaardig als gemeentelijk monument in de gemeente Haarlem.
2/6
PIM MULLIERLAAN 4-6
HAARLEM
Plattegrond van het Mendel College waarin het beschermde deel rood is gemarkeerd.
Het Mendel College in 1954 gezien vanuit het noordoosten. Bron: Noord-Hollands Archief, inv.nr. 28155
3/6
PIM MULIERLAAN 4-6
HAARLEM
De hoofdhal aan de Pim Mulierlaan gezien naar het oosten.
De noordvleugel aan de Pim Mulierlaan gezien naar het westen.
4/6
PIM MULLIERLAAN 4-6
HAARLEM
De gevel van de hoofdhal aan de binnentuin (zuid).
De overloop op de verdieping van de hoofdhal gezien naar het zuidwesten.
5/6
PIM MULIERLAAN 4-6
HAARLEM
De gang op de verdieping van de oostvleugel gezien naar het noorden.
6/6
Beantwoording zienswijzen Pim Mulierlaan 4-6
Beantwoording zienswijzen aanwijzing Pim Mulierlaan 4-6 als gemeentelijk monument Algemeen Het college bedankt de school voor het naar voren brengen van de zienswijzen. Deze zijn hieronder samengevat en voorzien van een beantwoording. Graag zijn wij bereid in gesprek te blijven en denken wij mee over verduurzaming of andere vragen. Op 4 juli 2024 is het voornemen om het Mendel College (Pim Mulierlaan 4-6) aan te wijzen als gemeentelijk monument bij de school bekend gemaakt. Op het ontwerpbesluit van het college om het oudste gebouwdeel van de school aan te wijzen als gemeentelijk monument (d.d. 5-11-2024) is een zienswijze naar voren gebracht door de school (d.d. 21-01-2025, bijlage 1). Naar aanleiding van deze zienswijze is het pand nogmaals bezocht en is gesproken met de school. Een concept beantwoording is voorgelegd aan de school. Naar aanleiding van deze concept beantwoording heeft de school een nadere zienswijze gegeven (d.d. 17-07-2025, bijlage 2). Naar aanleiding van de zienswijzen is de redengevende omschrijving aangevuld m.b.t. de interieurwaarden en is met kaartje verduidelijkt op welke delen de aanwijzing betrekking heeft. Het voornemen om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument en de aangevulde redengevende omschrijving zijn nogmaals voor advies voorgelegd aan de Adviescommissie omgevingskwaliteit. De commissie heeft ook in dit advies (d.d.
25-8-2025) positief geadviseerd op het voornemen de school aan te wijzen als gemeentelijk monument, zie ook bijlage 3.
Zienswijze 21-01-2025 Zienswijze Aangegeven wordt dat, na aanwijzing van de school als monument, voor vrijwel elke gebruiks- of bouwactiviteit een omgevingsvergunning is vereist en ook (forse) leges betaald moeten worden. Aangegeven wordt dat de summiere beschrijvingen van het interieur in de redengevende omschrijving juridisch niet steekhoudend genoeg zijn. Hierbij wordt genoemd dat het niet is toegestaan en in strijd is met rechtszekerheid om het interieur niet bij de aanwijzing maar pas bij een eventuele aanvraag tot wijziging uitgebreid te onderzoeken. Uit de redengevende omschrijving blijkt niet welke aspecten van het interieur in het bijzonder van belang zijn. Aangegeven wordt dat er plannen zijn om zowel de binnenkant als de buitenkant van het gebouw aan te pakken. Voor de binnenkant geldt dat het zogenoemde onderwijsconcept aan wijziging onderhevig is, dit betekent bijvoorbeeld dat de lokalen worden vervangen door leerpleinen of in een auditorium-setting les moet worden gegeven. Verder is het Mendel, gelet op verduurzaming, voornemens om ook de buitenkant van het pand aan de pakken, hetgeen met een aanwijzing ook vergunningplichtig wordt. Het Mendel College heeft derhalve bepaald niet enkel een financieel belang bij het niet toekennen van de status als
Beantwoording zienswijzen Pim Mulierlaan 4-6
gemeentelijk monument, het Mendel heeft nadrukkelijk ook belang bij rechtszekerheid omtrent wijzigingen aan het interieur en om het mogelijk niet kunnen verwezenlijken van de duurzaamheidsdoelen. Genoemd wordt dat er minder ingrijpende alternatieven zijn voor bescherming van het pand, zoals de aanwijzing van het Mendel als beeldbepalend pand (orde 2-pand). Gevraagd wordt af te zien van aanwijzing van het Mendel als gemeentelijk monument. Beantwoording Vergunningsplicht en leges De aanwijzing als monument betekent inderdaad dat meer activiteiten vergunningplichtig worden. Normaal onderhoud en het wijzigingen van onderdelen van het interieur, die vanuit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde hebben, blijven vanuit erfgoed vergunningsvrij. Ten aanzien van leges wordt opgemerkt dat met betrekking tot het monumentenaspect de gemeente Haarlem geen leges in rekening brengt bij gemeentelijk monumenten. Hiernaast ondersteunt de gemeente monumenteneigenaren met advies via het Monumentenloket en is er ruimte voor vooroverleg met initiatiefnemers ten aanzien van het monumentenaspect, voorafgaand aan de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aanvulling redengevende omschrijving Naar aanleiding van de reactie is de school bezocht op 19 mei 2025 door de gemeentelijke bouwhistoricus.
Mede op basis van dit bezoek is de redengevende omschrijving op het punt van het interieur aangevuld waarbij waardevolle interieurelementen benoemd zijn. Met deze aanvulling is voldoende inzichtelijk gemaakt wat de erfgoedwaarden van het gebouw zijn ook met betrekking tot het interieur. Onderwijsconcept Wij begrijpen uw vraag. Wij zien echter niet waarom, na aanwijzing als monument, de inpassing van nieuwe onderwijsconcepten op voorhand niet zouden kunnen. Hierbij speelt mee dat alleen het oudste deel van het pand wordt aangewezen. Een groot deel van het schoolgebouw wordt niet aangemerkt als monument. Voor zover op onderdelen een noodzakelijke inpassing toch strijdig zou zijn met het monumentenbelang en er geen reële alternatieven zijn, zal bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een belangenafweging gemaakt worden. In algemene zin wordt hierbij opgemerkt dat een toekomstbestendig gebruik van een monument noodzakelijk is voor de lange termijn instandhouding en daarmee in het belang is van de monumentenzorg. Verdere verduurzaming Bij het bezoek aan het schoolgebouw op 19 mei 2025 is door een erfgoedadviseur van de gemeente die gespecialiseerd in het verduurzamen van monumenten, specifiek gekeken naar de verduurzamingsmogelijkheden van de school, na aanwijzing als gemeentelijk monument. Geconstateerd is dat het gebouw al in belangrijke mate energetische verduurzaamd is.
Het betreft venster- en dakisolatie, hiernaast zijn zonnepanelen geplaatst en is recent een ventilatiesysteem aangelegd.
2/6
Beantwoording zienswijzen Pim Mulierlaan 4-6
Met betrekking tot de mogelijkheden voor verdere verduurzaming zien wij niet waarom een aanwijzing dit in de weg zou staan. Hierbij wordt opgemerkt dat de aanwijzing een gedeelte van de school betreft. Voor de bouwdelen die onderdeel uitmaken van de aanwijzing zijn inmiddels belangrijke isolatiemaatregelen genomen en voor zover de vensters nog niet voorzien zijn van isolatieglas, of de wens bestaat beter isolatieglas aan te brengen, is dit ook na aanwijzing goed mogelijk, aangezien de kozijnen (grotendeels) eerder vervangen zijn.
Niet verwacht wordt dat muurisolatie aan de buitenzijde energetisch grote meerwaarde heeft. Hierbij wordt opgemerkt dat bij de vensters de grootste isolatie behaald is / kan worden, en dat voor zover het de straatzijde betreft het inpakken van het gebouw vanuit redelijke eisen van welstand niet alleen vergunningplichtig is maar naar verwachting ook op bezwaren zou stuiten, dat wil zeggen ook zonder aanwijzing als gemeentelijk monument. Niet gezien wordt waarom, als gevolg van de aanwijzing, duurzaamheidsdoelstellingen niet gerealiseerd zouden kunnen worden. Aanwijzing als gemeentelijk monument Aanwijzing van het pand als orde 2 pand / beeldbepalend pand is voor de bescherming van de monumentwaarden geen alternatief. Hoewel het gevel- / straatbeeld met een dergelijke aanwijzing beschermd wordt ziet een dergelijk aanwijzing niet op bijvoorbeeld de achterzijde van de bouwvolumes en het interieur. Ook hier bevinden zich waardevolle elementen die beschermenswaardig zijn. De redengevende omschrijving is aangevuld met betrekking tot het interieur. Hiernaast is in de redengevende omschrijving verduidelijkt dat de aanwijzing alleen betrekking heeft op de oudste bouwdelen. Gelet op de waarden zoals opgenomen in de redengevende omschrijving wordt aanwijzing van belang geacht. Wij zien niet waarom hier van zou moeten worden afgezien.
Nadere zienwijze 17-07-2025 Nadere zienswijze Aangegeven wordt dat aanvankelijk in de redengevende omschrijving een omschrijving van het interieur niet is meegenomen maar dat dit later is toegevoegd. Dit wekt bevreemding aangezien het interieur kennelijk aanvankelijk niet beschermingswaardig was. Verder is aangegeven dat bij de motivering van de redengevende omschrijving onder het kopje “Architectuur, bouw- en/of kunsthistorische waarde” is opgenomen dat de gebouwdelen uit 1958 nog voor een groot deel oorspronkelijk ogen, ondanks kleine aanpassingen. Met het woord ogen zou geen zekerheid gegeven worden dat deze delen ook daadwerkelijk oorspronkelijk zijn. Verder wordt de tekst zo gelezen dat bij de motivering de Architectuur, bouw- en/of kunsthistorische waarden niet op de interieurwaarden betrekking hebben. Gelet op bovenstaande zou onvoldoende gemotiveerd zijn waarom het interieur beschermenswaardig is.
3/6
Beantwoording zienswijzen Pim Mulierlaan 4-6
Beantwoording Het college bedankt de school voor de nadere zienswijze. Wij merken op dat ook bij het ontwerpbesluit het interieur als beschermingswaardig is beschouwd. Dit is niet gewijzigd. Wel is, mede naar aanleiding van de naar voren gebrachte zienswijze, waarin werd gewezen op de summiere omschrijving van het interieur, het interieur nader bekeken en is de redengevende omschrijving op dit punt aangevuld. Mede gelet op aangevulde omschrijving van het interieur mag duidelijk zijn dat de gebouwdelen uit 1954 daadwerkelijk voor een groot deel oorspronkelijk zijn. N.a.v. de reactie is het woordje “ogen” vervangen door zijn m.b.t. de zinsnede over de oorspronkelijkheid van de gebouwdelen uit 1954. Hiernaast is onder het kopje “Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst” expliciet gemaakt dat de architectuurhistorische kwaliteit ook ziet op het interieur. De tekst onder het kopje Architectuur, bouw- en/of kunsthistorische waarde in de redengevende omschrijving is daarmee als volgt: “Het gebouw is van belang vanwege de architectonische kwaliteit van zowel het exterieur als interieur.
Dit komt tot uitdrukking in de kenmerkende gevelcompositie, met afwisseling van baksteenvelden, langgerekte raamstroken, deels zichtbare betonconstructie, en toepassing van natuurlijke materialen als hout en natuursteen; als onderdeel van het oeuvre van de Haarlemse architect Holt, die destijds nationaal bekend was; vanwege de representatieve bouwstijl van naoorlogs modernisme; vanwege de gaafheid van de architectuur, de gebouwdelen uit 1954 ogen zijn nog voor een groot deel oorspronkelijk, ondanks kleine aanpassingen; vanwege de kunsthistorische waarde van het vrijstaande bronzen sculptuur, naar ontwerp van de Nederlandse beeldhouwer Thomas Rodr.” De aangevulde redengevende omschrijving is samen met het voornemen om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument opnieuw voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Op dit voornemen is opnieuw positief geadviseerd, zie bijlage 3. In dit advies wordt aangegeven dat het interieur overtuigende monumentale waarden vertegenwoordigt. Wij zien niet waarom onvoldoende gemotiveerd is waarom ook het interieur beschermenswaardig is. Hierbij wordt verwezen naar de opgenomen tekst in de redengevende omschrijving en het advies van de Adviescommissie omgevingskwaliteit. Het feit dat enkele wijzigingen hebben plaatsgevonden doet hier niet aan af.
Nadere zienswijze Aangegeven wordt dat met de beantwoording en de (nieuwe) redengevende omschrijving het college niet bereid is geweest een belangenafweging te maken. Genoemd worden een aantal punten die voor de school nadelig zouden zijn: - Werkzaamheden gericht op duurzaamheid aan de buitenkant zullen op bezwaren stuiten; - Ten aanzien van het onderwijsconcept zou uit de concept beantwoording van de zienswijze blijken dat het zeer waarschijnlijk is dat een omgevingsvergunning geweigerd zal worden; - Werkzaamheden worden vergunningplichtig hetgeen een langere procedure zou betekenen en ook tot de conclusie kan leiden dat een aanvraag geweigerd wordt. Uit bovenstaande zou blijken dat op geen enkele wijze rekening is gehouden met de belangen van de school.
4/6
Beantwoording zienswijzen Pim Mulierlaan 4-6
Verder wordt genoemd dat een vergunningprocedure praktisch problemen met zich meebrengt i.v.m. de beperkte tijd in de zomer voor uitvoering van de werkzaamheden. Ook wordt genoemd dat de kosten als gevolg van de aanwijzing omhoog zullen gaan. Beantwoording Bij de aanwijzing is zorgvuldig gekeken naar de belangen van de school. Naar aanleiding van de zienswijze is een bezoek gebracht aan de school (d.d. 19 mei jl.). Met voorliggend stuk wordt uitgebreid ingegaan op de in de zienwijze (d.d. 21-1-2025) naar voren gebrachte punten. Gemeend wordt dat de gevolgen van de aanwijzing als gemeentelijk monument van het gebouwdeel uit 1954 niet onevenredig zijn in relatie tot het erfgoedbelang zoals blijkt uit de redengevende omschrijving en de stadsbrede inventarisatie en waardering Naoorlogse architectuur en stedenbouw. Kortheidshalve wordt verwezen naar bovenstaande beantwoording. Verder wordt nog het volgende wordt opgemerkt. Het energetisch verduurzamen, voor zover dit nog niet gedaan is, is ook na aanwijzing goed mogelijk. Er is dan ook geen aanleiding te veronderstellen dat verduurzaming, als gevolg van de aanwijzing wezenlijk beperkt wordt. Wij zijn graag bereid mee te denken over de mogelijkheden voor verdere verduurzaming van het gebouw. M.b.t.
het onderwijsconcept wordt niet gezien waarom de aanwijzing het belang van de school op dit punt onevenredig zou schaden, mede gelet op het beperkte deel van het schoolgebouw dat wordt aangewezen en het feit dat bij een concrete aanvraag het belang van de school op dit punt zal worden meegewogen. In de zienswijze wordt alleen in heel algemene zin het wijzigen van het onderwijsconcept genoemd. Aangezien dit niet concreter is aangegeven kan een meer specifieke afweging op dit moment niet gemaakt worden. Het huidige gebruik wordt door de aanwijzing geenszins gehinderd. Wanneer er concrete plannen zijn, zijn wij graag bereid mee te denken over de mogelijkheden. Hierbij wordt ook verwezen naar het advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit (d.d. 25-82025) waarin wordt aangegeven dat: “De commissie is evenwel van oordeel dat de interieurs van de schoolgebouwen zeer overtuigende monumentale waarden vertegenwoordigen. Het is van belang dat deze voor de gemeente Haarlem behouden en gekoesterd blijven. Onderwijsconcepten zijn steeds veranderlijk in de tijd, en het zou betreurenswaardig zijn indien dit zou leiden tot verlies van het waardevolle interieur.
Daarbij wijst de commissie erop dat er veel voorbeelden bestaan van scholen die, ondanks een monumentenstatus, ruimte bieden voor noodzakelijke aanpassingen, ook omdat oudere schoolgebouwen soms meer ruimte bieden dan de huidige normen voor nieuwbouw. Dit vraagt om maatwerk en de commissie is bereid om mee te denken over oplossingen, zonder dat de functionaliteit van de school in het geding komt.” Zie ook bijlage 3. Wij zien niet waarom een vergunningsprocedure de belangen van de school onevenredig zou schaden. Hierbij wordt, nogmaals, opgemerkt dat gewoon onderhoud en het wijzigen van niet
5/6
Beantwoording zienswijzen Pim Mulierlaan 4-6
monumentale delen in het interieur, ook na aanwijzing, vergunningsvrij blijven. M.b.t. de beperkte tijd waarin gewerkt kan worden wordt opgemerkt dat: - bij het voorbereiden en bij het moment van indienen van een aanvraag hier door de school rekening mee kan worden gehouden; - voor het monumentenaspect bij gemeentelijke monumenten een reguliere procedure geldt; - de gemeente gehouden is aan termijnen. Voor zover er al sprake zou zijn van hogere kosten, als gevolg van de aanwijzing, zien wij niet waarom dit onevenredig zou zijn in relatie tot het monumentenbelang. Nadere zienswijze Aangegeven wordt dat de redengevende omschrijving voor zover deze is aangevuld met de interieurwaarden strijdig is met de Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit gemeente Haarlem 2022. Genoemd wordt dat de adviseurs die op 19 mei 2025 de school kwamen bezichtigen geen lid zijn van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, of althans niet kenbaar. Gemeend wordt dat de school daarom niet aangewezen kan worden als monument. Beantwoording De Adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft op 17 juni 2024 geadviseerd over de (concept) redengevende omschrijving en het voornemen de school aan te wijzen als gemeentelijk monument. Bij het bezoek aan de school op 19 mei 2025 waren zoals door de school wordt opgemerkt geen leden van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit aanwezig.
Dit is overigens ook nooit gesuggereerd. Naar aanleiding van het bezoek is de redengevende omschrijving aangevuld. De aangevulde en verduidelijkte redengevende omschrijving is samen met het voornemen om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument opnieuw voorgelegd aan de Adviescommissie Omgevingskwaliteit. De commissie heeft ook in dit advies (d.d. 25-8-2025) positief geadviseerd op het voornnemen zie ook bijlage 3.
Nadere zienswijze Verzocht wordt af te zien van aanwijzing als gemeentelijk monument. Beantwoording Wij zien, mede gelet op bovenstaande, geen aanleiding om af te zien van de aanwijzing. Hierbij wordt opgemerkt dat het college graag meedenkt over mogelijkheden voor het (verder) verduurzamen van het gebouw.
Bijlagen Bijlage 1 Zienwijze d.d. 21-01-2025 Bijlage 2 Nadere zienswijze d.d. 17-07-2025 Bijlage 3 Advies Adviescommissie Omgevingskwaliteit d.d. 25-08-2025 en d.d. 17-06-2024
6/6
Het College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Haarlem T.a.v. de heer H. het Lam Postbus 511 2003 PB Haarlem Per mail: ruimtelijkbeleid@haarlem.nl
Datum
21.01.2025
Kenmerk
Mendel/advies
Betreft: zienswijze Uw kenmerk: 2024/1610323
Geacht College,
Namens het Mendel College, Pim Mulierlaan 4-6, dien ik hierbij zienswijze in op uw voornemen tot het aanwijzen van het Mendel College (hierna: Mendel) als gemeentelijk monument.
Het Mendel kan zich niet met het voornemen verenigen, om de navolgende redenen:
Regelgeving en achtergrond
In de Erfgoedverordening gemeente Haarlem (hierna: de Verordening) staat, voorzover van belang, het volgende:
“Artikel 10. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 11. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument 1.Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument:
a. te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of
ADRES ZAAMEN | NIEUWE GRACHT 3 | 2011 NB HAARLEM 023 303 22 08 | 06 118 818 94 | RENE@RENSINGADVOCATUUR.NL | WWW.RENSINGADVOCATUUR.NL KVK 56511809 | BTW NL002076094B46 | NL97 ABNA 0448 5652 26 | BIC ABNANL2A De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of
b. inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is.
3.Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.”
Dit betekent, mede gelet op de jurisprudentie, dat voor vrijwel elke gebruiks- of bouwactiviteit een omgevingsvergunning is vereist, en ook (forse) leges moeten worden betaald.
In de zogenoemde redengevende omschrijving staat het volgende:
“Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst Architectuur, bouw- en/of kunsthistorische waarde Het gebouw is van belang vanwege de architectonische kwaliteit. Dit komt tot uitdrukking in de kenmerkende gevelcompositie, met afwisseling van baksteenvelden, langgerekte raamstroken, deels zichtbare betonconstructie, en toepassing van natuurlijke materialen als hout en natuursteen; als onderdeel van het oeuvre van de Haarlemse architect Holt, die destijds nationaal bekend was; vanwege de representatieve bouwstijl van naoorlogs modernisme; vanwege de gaafheid van de architectuur, de gebouwdelen uit 1958 ogen nog voor een groot deel oorspronkelijk, ondanks kleine aanpassingen; vanwege de kunsthistorische waarde van het vrijstaande bronzen sculptuur, naar ontwerp van de Nederlandse beeldhouwer Thomas Rodr.
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
Stedenbouwkundige en situationele waarde Heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de voormalige hoofdvleugel aan de Pim Mulierlaan. Het opgetilde volume waaronder de voormalige hoofdentree ligt maakt het gebouw markant en herkenbaar.
Cultuurhistorische waarde Het Mendel-College is cultuurhistorisch van waarde als schoolgebouw met een grote herinneringswaarde voor een deel van de bevolking uit Haarlem en omstreken dat van de onderwijsfunctie gebruik heeft gemaakt.”
Echter, op p.1 van de redengevende omschrijving staat:
“Interieur De oorspronkelijke vleugels van het Mendel-College zijn niet bezocht maar bevatten naar verwachting authentieke details, zoals bijvoorbeeld het podium en wanden met bijzonder metselwerk in de gymnastiekzaal.”
Conform de Verordening dient de zogenoemde ARK om advies te worden gevraagd, zie artikel 6:
“Artikel 6. Advies Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) 1.Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 4 advies aan de ARK waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Van de adviescommissie maken geen deel uit leden van het gemeentebestuur.
2.De ARK betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.
3.De ARK brengt binnen 6 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.”
De ARK heeft omtrent de summiere beschrijving van het interieur het volgende opgemerkt:
“Aangegeven wordt dat enkel van de semi-publieke ruimtes zoals de scholen intern bekeken zijn. Pas bij een herontwikkeling of aanvraag omgevingsvergunning wordt een uitgebreider onderzoek gestart. Zijn deze summiere beschrijvingen juridisch steekhoudend, vraagt de commissie zich af”
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
Ik ga ervan uit dat de ARK hiermee bedoeld, gelet op de redengevende beschrijving, dat de interne ruimten (de oorspronkelijke vleugels) niet bezocht zijn. De ARK vraagt zich terecht af of deze summiere beschrijvingen juridisch steekhoudend zijn.
Rechtspraak
In een uitspraak van 10 april 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2156, heeft de rechtbank Midden-Nederland het volgende bepaald.
“16. Uit vaste rechtspraak volgt, dat als in het kader van de bij de aanwijzing te verrichten belangenafweging door de eigenaar van het monument concreet wordt gesteld dat de monumentenstatus negatieve gevolgen heeft voor bijvoorbeeld herontwikkeling of verkoop en dit voldoende wordt gemotiveerd, deze aspecten al bij de aanwijzing van belang zijn. Deze dienen in dat geval niet pas bij de aanvraag om een omgevingsvergunning tot wijziging of sloop van het aangewezen monument aan de orde te komen. Het ligt op de weg van het bestuursorgaan om op deze belangen in te gaan en te onderzoeken of er alternatieve mogelijkheden zijn voor een zinvol hergebruik van het monument en of het met de aanwijzing te dienen belang van het behoud van het monument prevaleert boven het belang van de eigenaar om de aanwijzing achterwege te laten. Verder volgt uit de rechtspraak dat uitsluitend een financieel belang onvoldoende is om van aanwijzing af te zien.”
Het Mendel heeft weliswaar (uiteraard) geen plannen voor herontwikkeling of verkoop, maar wel plannen om zowel de binnenkant als de buitenkant van het gebouw aan te pakken. Voor de binnenkant geldt dat het zogenoemde onderwijsconcept aan wijziging onderhevig is, dit betekent bijvoorbeeld dat de lokalen worden vervangen door leerpleinen of in een auditorium setting les moet worden gegeven.
Vaststaat dat het interieur niet is onderzocht. Het is, gelet op de uitspraak van de rechtbank MiddenNederland, niet toegestaan om pas bij een eventuele aanvraag tot wijziging van, in dit geval, het interieur een uitgebreid onderzoek te starten. Dit is in strijd met de rechtszekerheid.
Bovendien zijn er alternatieve manieren die minder ingrijpend zijn, zoals het aanwijzen van het Mendel als een Orde-2 pand.
Verder is het Mendel, gelet op verduurzaming, voornemens om ook de buitenkant van het pand aan de pakken, hetgeen door een aanwijzing ook omgevingsvergunningsplichtig is. Het Mendel heeft derhalve bepaald niet enkel een financieel belang bij het niet toekennen van de status als gemeentelijk
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
monument, het Mendel heeft nadrukkelijk ook belang bij rechtszekerheid omtrent wijzigingen aan het interieur en om het mogelijk niet kunnen verwezenlijken van de duurzaamheidsdoelen.
In dit verband is de standaardoverweging van de ABRvS van belang:
“4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld onder 3.2 van de uitspraak van 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2434) is bij een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning als hier aan de orde de omschrijving bij het aanwijzingsbesluit tot beschermd monument van belang. De redengevende omschrijving geeft aan welke aspecten van het monument in het bijzonder beschermingswaardig zijn. Voor het wijzigen, verstoren of verwijderen van zo’n aspect is in ieder geval een omgevingsvergunning vereist.”
Uit de redengevende omschrijving volgt niet welke aspecten van het monument in het bijzonder van belang zijn, en dit kan ook niet nu het interieur niet is onderzocht. Een aanwijzing is hiermee in strijd met de standaardjurisprudentie van de ABRvS.
Gelet hierop verzoek ik u namens het Mendel om af te zien van het aanwijzen van het Mendel als gemeentelijk monument.
Tot slot merk ik op dat het Mendel in de beroepsfase een deskundigenrapport zal opstellen waarin de conclusies in de redengevende omschrijving inhoudelijk worden betwist.
Hoogachtend,
R.M. Rensing
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
Het College van Burgemeester en Wethouders Gemeente Haarlem T.a.v. de heer H. het Lam Postbus 511 2003 PB Haarlem Per mail: ruimtelijkbeleid@haarlem.nl
Datum Kenmerk
17.07.2025 Mendel/advies
Betreft: nadere zienswijze Uw kenmerk: 2024/1610323
Geacht College, Hierbij, zoals besproken, de reactie van cliënte op de concept beantwoording zienswijze en de zogenoemde redengevende omschrijving, beiden gedateerd 24 juni 2025. In de eerdere redengevende omschrijving is het interieur niet meegenomen, dit is pas gebeurd nadat er daar door cliënte in zijn zienswijze op is gewezen dat het interieur kennelijk niet monumentaal is. Hierop hebben een drietal deskundigen, vertegenwoordigers van uw College, de school op 19 mei 2025 bezocht en het interieur van het oude deel van de school opnieuw bezichtigd, en, op 24 juni 2025 de redengevende omschrijving aangepast, waarin ook een deel van het interieur alsnog als beschermenswaardig is benoemd. Deze gang van zaken wekt bevreemding, nu dit interieur kennelijk niet interessant genoeg was om aan te merken als beschermenswaardig, anders was dit in het ontwerp wel gebeurd. In de nieuwe redengevende omschrijving van 24 juni staat: “Het interieur van het oudste, in 1954 gereedgekomen deel van de school heeft nog grotendeels de toenmalige indeling. Wel zijn enkele lokalen samengevoegd of is een ruimte opgesplitst. Met name in de verkeersruimten is de oorspronkelijke architectuur en het verschil in functies nog beleefbaar aan de vormgeving en afwerking.
Zo zijn de in het exterieur opvallende garderobe-nissen in de noordvleugel bepalend voor het ritmische karakter van de gang langs de hier aanwezige klaslokalen. Op eenzelfde wijze is de lengte van de gang in de oostvleugel gebroken door een vrijstaande kolommenstructuur. De afwerking van de gangen met in patroon gelegde tegelvloeren en muren in schoon metselwerk of met een tegellambrisering en stucwerk volgend dit ritme dat zijn oorsprong heeft in de betonconstructie die zichtbaar is gelaten boven de ruimten. Ook het gebruik van profiellijsten rond de doorgangen in de oostvleugel en de afwezigheid daarvan in de noordvleugel markeren het verschil in ruimtegebruik. Vrijwel overal zijn de oorspronkelijke deuren nog aanwezig. De knooppunten als de centrale hal en het trappenhuis in de noordvleugel
ADRES ZAAMEN | NIEUWE GRACHT 3 | 2011 NB HAARLEM 023 303 22 08 | 06 118 818 94 | RENE@RENSINGADVOCATUUR.NL | WWW.RENSINGADVOCATUUR.NL KVK 56511809 | BTW NL002076094B46 | NL97 ABNA 0448 5652 26 | BIC ABNANL2A De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
onderscheiden zich doordat de betonconstructie ook in de muren onafgewerkt in het zicht is gelaten en de tussenruimte met schoon metselwerk is gevuld. Op dezelfde wijze is ook de als aula te gebruiken gymzaal vormgegeven waarvan de muren aan weerszijden van het podium zijn uitgevoerd in siermetselwerk. De trappen met betonnen treden en ijzeren leuning dateren nog uit 1954.”
Echter in de motivering staat alleen: “de gebouwdelen uit 1954 ogen nog voor een groot deel oorspronkelijk, ondanks kleine aanpassingen; vanwege de kunsthistorische waarde van het vrijstaande bronzen sculptuur, naar ontwerp van de Nederlandse beeldhouwer Thomas Rodr.”
Ze “ogen” oorspronkelijk, enige zekerheid dat de gebouwdelen dit ook zijn wordt niet gegeven, bovendien wordt erkend dat er aanpassingen zijn geweest. Bovendien zit de waarde kennelijk alleen in de bronzen sculptuur, en niet in het interieur. Gelet hierop is onvoldoende gemotiveerd waarom het interieur beschermenswaardig is. Verder het volgende: In de eerdere namens cliënte ingediende zienswijze heb ik een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 april 2024 geciteerd. Omwille van de leesbaarheid van dit document herhaal in de relevante overwegingen van deze uitspraak; “16. Uit vaste rechtspraak volgt, dat als in het kader van de bij de aanwijzing te verrichten belangenafweging door de eigenaar van het monument concreet wordt gesteld dat de monumentenstatus negatieve gevolgen heeft voor bijvoorbeeld herontwikkeling of verkoop en dit voldoende wordt gemotiveerd, deze aspecten al bij de aanwijzing van belang zijn. Deze dienen in dat geval niet pas bij de aanvraag om een omgevingsvergunning tot wijziging of sloop van het aangewezen monument aan de orde te komen.
Het ligt op de weg van het bestuursorgaan om op deze belangen in te gaan en te onderzoeken of er alternatieve mogelijkheden zijn voor een zinvol hergebruik van het monument en of het met de aanwijzing te dienen belang van het behoud van het monument prevaleert boven het belang van de eigenaar om de aanwijzing achterwege te laten. Verder volgt uit de rechtspraak dat uitsluitend een financieel belang onvoldoende is om van aanwijzing af te zien.”
Wat opvalt uit zowel de (nieuwe) redengevende omschrijving als de concept beantwoording zienswijze, is dat het College er blijk van geeft niet bereid is te kijken of het met de aanwijzing te dienen belang van het behoud van het monument prevaleert boven het belang van de eigenaar om de aanwijzing achterwege te laten. In de concept-beantwoording zienswijze is hier het volgende over opgemerkt.
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
“Met betrekking tot de mogelijkheden voor verdere verduurzaming wordt niet gezien waarom een aanwijzing dit in de weg zou staan. Hierbij wordt opgemerkt dat de aanwijzing een gedeelte van de school betreft. Voor de bouwdelen die onderdeel van uitmaken van de aanwijzing zijn inmiddels belangrijke isolatiemaatregelen genomen en voor zover de vensters nog niet voorzien zijn van isolatieglas, of de wens bestaat beter isolatieglas aan te brengen, is dit ook na aanwijzing goed mogelijk, aangezien de kozijnen (grotendeels) eerder vervangen zijn. Niet verwacht wordt dat muurisolatie aan de buitenzijde energetisch grote meerwaarde heeft. Hierbij wordt opgemerkt dat bij de vensters de grootste isolatie behaald is / kan worden, en dat voor zover het de straatzijde betreft het inpakken van het gebouw vanuit redelijke eisen van welstand niet alleen vergunningplichtig is maar naar verwachting ook op bezwaren zou stuiten. Niet gezien wordt waarom, als gevolg van de aanwijzing, duurzaamheidsdoelstellingen niet gerealiseerd zouden kunnen worden.”
Nb: onduidelijk is wat bedoeld wordt met het inpakken van het gebouw, neem aan dat aanpakken bedoeld wordt. Bovendien wordt in deze reactie juist bevestigd wat cliënte vreest: Werkzaamheden gericht op duurzaamheid aan de buitenkant zullen op bezwaren stuiten, en ook werkzaamheden zoals het aanbrengen van isolatieglas zullen vergunningspichtig worden, wat een lange procedure inhoudt en ook tot de conclusie kan leiden dat de aanvraag wordt geweigerd. Voorts is in de zienswijze het volgende naar voren gebracht: “Voor de binnenkant geldt dat het zogenoemde onderwijsconcept aan wijziging onderhevig is, dit betekent bijvoorbeeld dat de lokalen worden vervangen door leerpleinen of in een auditorium setting les moet worden gegeven.”
In de concept beantwoording zienswijze wordt geantwoord: “Niet gezien wordt waarom, na aanwijzing als monument, de inpassing van nieuwe onderwijsconcepten op voorhand niet zouden kunnen. Hierbij speelt mee dat alleen het oudste deel van het pand wordt aangewezen. Een groot deel van het schoolgebouw wordt niet aangemerkt als monument. Voor zover op onderdelen een noodzakelijke inpassing toch strijdig zou zijn met het monumentenbelang en er geen reële alternatieven zijn, zal bij de aanvraag van een omgevingsvergunning een belangenafweging gemaakt worden. In algemene zin wordt hierbij opgemerkt dat een toekomstbestendig gebruik van een monument noodzakelijk is voor de lange termijn instandhouding en daarmee in het belang is van de monumentenzorg.”
De woorden “op voorhand” zijn in deze cruciaal: Er wordt (dus) gesteld dat weigering van de omgevingsvergunning zeer waarschijnlijk is, maar dat op voorhand verlening niet kan worden uitgesloten. Weigering is dus zeer waarschijnlijk, en dit is bepaald niet in het belang van de toekomstbestendigheid van de school.
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
Uit het voorgaande volgt dat op geen enkele wijze rekening wordt gehouden met de belangen van cliënte, het verduurzamen van het gebouw aan de buitenkant is zo goed als uitgesloten en ook intern zal elke minimale aanpassing leiden tot een vergunningsplicht en de mogelijkheid dat de vergunning geweigerd kan worden. Dit stelt cliënte bovendien voor een praktisch probleem: gelet op de (lange) doorlooptijden van een aanvraag is het onduidelijk wanneer de gevraagde omgevingsvergunning wordt verleend c.q. afgewezen. En de school kan (uiteraard) alleen verbouwing uitvoeren in de zomervakantie. Hierbij speelt flankerend een rol dat de monumentale status zorgt voor specialistisch onderhoud en hogere verbouwings-en restauratiekosten, door de noodzaak van het gebruik van specialistisch werk en materialen. Met de belangen van cliënte is derhalve geen enkele rekening gehouden. Formeel Relevant is voorts de Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit gemeente Haarlem 2022, hierin staat, voorzover van belang, het volgende: “Paragraaf 4. Samenstelling, inrichting en onafhankelijkheid. Artikel 4. Samenstelling en onafhankelijkheid. 1.De commissie bestaat uit niet meer dan vijf leden, waaronder de voorzitter. Bij incidentele afwezigheid van een lid wordt hij/zij vervangen door een deskundige met gelijkwaardig profiel uit het register van plaatsvervangers van de adviesorganisatie.
2.De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, en op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3.De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: - stedenbouw en inrichting openbare ruimte; - landschapsarchitectuur; - architectuur gericht op eigentijdse vormgeving; -architectuur gericht op erfgoed, monumenten en restauratietechniek; bouw- en architectuurhistorie. Bij elk van deze disciplines is kennis van en ervaring met duurzame ontwikkeling vereist zodat duurzaamheid integraal deel uitmaakt van de advisering. 4.De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.”
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
Vaststaat dat, zonder iets af te doen aan de inhoudelijke kwaliteiten van de heren die op 19 mei 2025 de school bezochten, deze niet alleen geen lid waren van deze Adviescommissie, die onafhankelijk is, maar daarentegen wel werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van het College. Gelet hierop is redengevende omschrijving voorzover die ziet op het interieur in strijd met de Verordening tot stand gekomen, nu de adviseurs die op 19 mei 2025 de school kwamen inspecteren geen lid zijn van die commissie, of althans niet kenbaar. Ook hierom kan de school niet aangewezen worden als monument. Ik verzoek uw College dan ook om hier vanaf te zien.
Hoogachtend,
R.M. Rensing
De algemene voorwaarden van Rensing Advocatuur zijn van toepassing en bevatten een aansprakelijkheidsbeperking.
Zaak 24060446 / Mendelcollege (Pim Mulierlaan 4-6), Beatrixschool (Blinkertpad 3), De Dolfjn (Gijsbrecht van Aemstelstraat 118)
Mendelcollege (Pim Mulierlaan 4-6), Beatrixschool (Blinkertpad 3), De Dolfjn (Gijsbrecht van Aemstel MOOI nummer 24060446 Zaaknummer partij Omschrijving Aan te wijzen monumenten Aantal voorgaande 1 behandelingen Gemeente Zaakbeheerder Objecttype Beoordelingskader Bestemmingsplan
Haarlem Annamaria van Enk Overig Beschermende regie, consolidatie regie en transformatie regie Anders
Behandeling 25-08-2025 Bevindingen Beschrijving Het betreft een collegiaal overleg over de aanwijzing van schoolgebouwen als gemeentelijke monumenten. Op 17 juni 2024 heeft de commissie geadviseerd over het voornemen om 9 scholen uit de wederopbouwperiode aan te wijzen als nieuwe monumenten. Voor 3 van de 9 scholen is een zienswijze ingediend. Na aanleiding hiervan zijn de de betrefende redengevende omschrijvingen aangevuld, met name over het interieur. Er ligt een annotatie van de gemeentelijke afdeling Erfgoed van 21-08-2205 met een positief advies. Twee erfgoedadviseurs van de gemeente zijn aanwezig om toelichting te geven op het plan. De commissie wordt gevraagd te adviseren, mede op basis van de aangevulde redengevende omschrijvingen en de ingediende zienswijzen, over het voornemen om de volgende scholen aan te wijzen als monument: · Mendelcollege (Pim Mulierlaan 4-6) · Beatrixschool (Blinkertpad 3) · De Dolfjn (Gijsbrecht van Aemstelstraat 118) Beleid en regels De commissie heeft de aanvraag beoordeeld op grond van de gebiedsgerichte criteria uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012). Alle drie de schoolgebouwen staan in gebieden 1920-1960', waarvoor een beschermende regie geldt. Op dit moment hebben de schoolgebouwen nog geen erfgoedstatus.
Bevindingen De commissie dankt voor de gegeven toelichting en spreekt opnieuw haar waardering uit over het feit dat de eerste naoorlogse panden in Haarlem worden aangewezen als beschermde wederopbouwmonumenten. De bescherming van een gemeentelijk monument betreft zowel de Pagina 2 van 5
directe omgeving, het exterieur als het interieur. Bij een Orde-2-status zou de bescherming uitsluitend gelden voor het exterieur. De commissie heeft kennisgenomen van de ingediende zienswijzen en begrijpt de wens van de scholen om een zekere mate van vrijheid te behouden bij verbouwingen. Met name bij verduurzamingsopgaven en interne verbouwingen, in het licht van veranderende onderwijsconcepten (zoals de wens voor leerpleinen), kan de status van gemeentelijk monument van invloed zijn. De commissie is evenwel van oordeel dat de interieurs van de schoolgebouwen zeer overtuigende monumentale waarden vertegenwoordigen. Het is van belang dat deze voor de gemeente Haarlem behouden en gekoesterd blijven. Onderwijsconcepten zijn steeds veranderlijk in de tijd, en het zou betreurenswaardig zijn indien dit zou leiden tot verlies van het waardevolle interieur. Daarbij wijst de commissie erop dat er veel voorbeelden bestaan van scholen die, ondanks een monumentenstatus, ruimte bieden voor noodzakelijke aanpassingen, ook omdat oudere schoolgebouwen soms meer ruimte bieden dan de huidige normen voor nieuwbouw. Dit vraagt om maatwerk en de commissie is bereid om mee te denken over oplossingen, zonder dat de functionaliteit van de school in het geding komt.
Welstandsadvies Behandelwijze Aanvraagsoort
Conclusie In dit collegiaal overleg adviseert de commissie positief ten aanzien van de aanwijzing van de drie schoolgebouwen tot gemeentelijk monument. Collegiaal overleg Grote commissie Omgevingsbeleid Haarlem
Behandeling 17-06-2024 Bevindingen IDe adviseur erfgoed en een jurist van de gemeente zijn aanwezig voor een toelichting. Het betreft een collegiaal overleg over een beleidsadvisering omtrent de aanwijzing van gemeentelijke monumenten. De gemeente is voornemens om negen panden aan te wijzen als gemeentelijk monument, als gevolg van een collegebesluit uit 2020. Het betreft de eerste aanwijzing van naoorlogse monumenten uit de wederopbouwperiode. De selectie komt voort uit een inventarisatie naar naoorlogse architectuur en stedenbouw in Haarlem. Voor de panden zijn redengevende omschrijvingen opgesteld waarin de motivering voor aanwijzing als monument is gegeven. Dit betreft: - Claes Tillyweg 2 (bedrijfsgebouw) - Gasthuisstraat 32 (openbare bibliotheek) - Spaarndamseweg 1 (havenkantoor) - Blinkertpad 3 (Beatrixschool) - Gijsbrecht van Aemstelstraat 118 (Basisschool de Dolfjn) - Pim Mulierlaan 4-6 (Mendel college) - Linneauslaan 19 (Transformatorstation) - Nauwe Appelaarsteeg 1-3 (Gebouw Zegelwaarden, Teylers) Pagina 3 van 5
- Versprockweg 325-339 (Appartementengebouw) Voor drie complexen wordt de bescherming als monument een te zwaar middel geacht en is gekozen voor een aanwijzing als beeldbepalend pand (orde 2). Omdat bij deze complexen, mede als gevolg van (interne)verbouwingen, minder hoog gewaardeerd worden en primair in de hoofdopzet en architectonische verschijningsvorm vanaf de openbare ruimte zijn gelegen. Ook is de beeldbepalende status gemakkelijker omdat er veel eigenaren en bewoners er mee gemoeid zijn. Dit betreft: - Van Leeuwenhoekstraat 5 (Wooncomplex Haarlem Hoog) - Prins Bernhardlaan 2, 2A t/m W, Dr. Schaepmanstraat 284 (Voormalige kantoorgebouw) - Karel Doormanlaan 69-117, Herman Robbersstraat 8-30 (Maisonnettes en atelierwoning) Ook zullen de wederopbouwgebieden nog worden geanalyseerd. Dan gaat het om het grotere schaalniveau zoals stedenbouw en groenaanleg. Deze gebieden zijn reeds opgenomen in het recent vastgestelde parapluplan. Ook wordt er in de erfgoednota aandacht aan besteed. Bevindingen De commissie staat positief tegenover het aanwijzen van de 9 panden als gemeentelijk monument. Zij is verheugd dat de eerste naoorlogse panden worden aangewezen als beschermde wederopbouwmonumenten, en is van mening dat het een representatieve en diverse selectie betreft.
Er zitten verborgen ‘parels’ tussen zoals het bedrijfsgebouw met het betonnen schaaldak in de Waarderpolder, of het transformatorstation dat vanwege de architectonische kwaliteit voor hedendaagse gebouwen van dit type als referentie kan dienen. De commissie geeft verdere enkele opmerkingen: - Zij ziet graag dat ook het voormalige kantoorgebouw, bekend als de Bosch-toren, aan de Prins Bernhardlaan de bescherming van monument krijgt. Het verzoek is om het voorstel op dit punt te heroverwegen. Het is een iconisch en monumentaal gebouw met een bijzondere bouwconstructie, een betonnen kolom die een zwevende kern omhoog houdt. Dit gebouw was zelfs kandidaat-rijksmonument in de selectieprocedure Top 100 Nederlandse monumenten 1940-1958. Het gebouw is recent op respectvolle wijze getransformeerd tot woongebouw. Bij de redengevende omschrijving kunnen niet-monumentale onderdelen in het interieur van de bescherming worden uitgesloten. - Aangegeven wordt dat enkel van de semi-publieke ruimtes zoals de scholen intern bekeken zijn. Pas bij een herontwikkeling of aanvraag omgevingsvergunning wordt een uitgebreider onderzoek gestart. Zijn deze summiere beschrijvingen juridisch steekhoudend, vraagt de commissie zich af. - Er wordt geadviseerd om de aanwijzing te ‘vieren’, en er zo publiciteit aan te geven. In Haarlem krijgt het wederopbouwerfgoed zo meer bekendheid.
- De commissie geeft aan dat het goed zou zijn dat ook breder naar de
Pagina 4 van 5
waarden van de Haarlemse wederopbouwgebieden wordt gekeken, en deze in te zetten in toekomstige ontwikkelingen. Welstandsadvies Behandelwijze Aanvraagsoort
Beleidsadvies Grote commissie Beleidsadvisering
Pagina 5 van 5