CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Bijlage 3 Nota van beantwoording geanonimiseerd

gemeenteraad 29 februari 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: Beleidskader participatie en de verordening participatie Haarlem7.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording Beleidskader participatie

Nota van beantwoording: Concept beleidskader Participatie – Samen de stad maken In voorjaar 2023 is gesproken met actieve bewoners, maatschappelijke organisaties, ambtenaren en raadsleden over de rol van participatie en hoe het participatieproces in te richten. De uitkomsten van dat participatieproces zijn meegenomen in het concept beleidskader Participatie. In de periode van 3 november tot en met 17 december 2023 konden inwoners, belanghebbenden en stakeholders reageren op deze documenten. Er zijn 7 inspraakreacties ontvangen via het digitale inspraakformulier op het concept beleidskader en 2 inspraakreacties zijn via de mail binnengekomen. Daarnaast heeft 1 belanghebbenden ingesproken tijdens de commissie Bestuur van 23 november jl. en heeft ook de commissie Bestuur zelf over het onderwerp gesproken. In het eerste deel, deel A. staan de zienswijzen van inwoners met de reactie van het college van B&W. In het tweede deel, deel B. staan de zienswijzen vanuit de commissie Bestuur met de reactie van het college van B&W. De reacties op de zienswijzen hebben geleid tot tekstuele veranderingen in het definitieve Beleidskader Participatie ten opzichte van het concept: - Mate van invloed bij meeweten, paragraaf 2.2. - Toevoegen van georganiseerde (burger)adviesraden, zoals platform Groen in paragraaf 2.2.3.

- Gewogen loting, paragraaf 2.3.3 - Bereik stille midden paragraaf, 2.3.3 - Ontwikkelende partijen, paragraaf 2.4.5 en 3.2 - Monitoring en evaluatie, paragraaf 5.1.2 Het Beleidskader Participatie wordt, met in de bijlage alle zienswijzen en reacties, ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad van Haarlem. Het Beleidskader Participatie is juridisch vertaald in een participatieverordening, die de inspraakverordening uit 2011 vervangt.

1

A. Inspraakreacties Concept beleidskader participatie Inspraakreactie 1 1 Graag wil ik reageren op de onderstaande zinssnede, waar wijkraden genoemd worden bij het proces. Terwijl op dit moment de wijkraden als instituut op de helling staan. Hoe kan het zijn dat er zoals het rapport duidelijk wil maken de burger meer betrokken wil maken en op het zelfde moment een belangrijk onderdeel, de wijkraden opgeheven gaan worden? 'In gesprekken met Haarlemmers die vaker betrokken zijn bij participatieprocessen (wijkraden, maatschappelijke organisaties, stadmakers, actieve bewoners, ervaringsdeskundigen, sleutelpersonen) wordt meer aandacht gevraagd voor de initiatieffase. De fase vóór de startnotitie1' Antwoord In het beleidskader wordt gesproken over wijkraden waarmee gesproken is in de participatiefase. Waar gesproken wordt over de toekomst worden wijkplatforms genoemd. Waar het hier om gaat is dat nog voor de startnotitie er verkennende gesprekken gevoerd gaan worden met betrokken partijen in de omgeving, zoals een wijkplatform, een buurthuis, huurdersvereniging, cliëntenraad, school, kerk, moskee, jongerencentrum, sociaal wijkteam, etc. Maar ook met partijen in relatie tot het op te stellen beleid, bijvoorbeeld het platform Groen, Centrum Management Groep (CMG), de Fietsersbond, een woningcorporatie, etc. De wijkraden zullen in 2024 transformeren in wijkplatforms.

Daarbij krijgen ze ondersteuning van de gemeenten. Het wijkplatform is een netwerk van mensen die zich voor hun buurt of wijk willen inzetten of invloed willen uitoefenen op hun woonomgeving. De blik van een wijkplatform is op de wijk gericht, op de vraagstukken die er in de wijk spelen. Samen met partijen en organisaties die al in de wijk actief zijn en de gemeente kunnen deze vraagstukken opgepakt worden. Wijkplatforms hebben in tegenstelling tot een wijkraad geen kerntaak als het gaat om het beïnvloeden van de gemeentelijke besluitvorming via participatie en inspraak. Wel kan een wijkplatform helpen om belangen in de wijk inzichtelijk te maken en bijdragen aan het tot stand komen van een passende participatiestrategie voor nieuw beleid of nieuwe projecten die in de wijk aan de orde zijn. Ook kan een wijkplatform bewoners de weg wijzen hoe zich te organiseren, helpen de weg naar de gemeente te vinden of zelf meer zeggenschap te nemen over hun eigen leefomgeving. Een wijkplatform is geen zelfstandig orgaan dat een standpunt uitdraagt namens de wijk. Dit doet geen recht aan de bewoners die een andere mening hebben. Wel staat het wijkplatforms vrij, zoals iedere andere Haarlemmer en organisatie ook kan, om de gemeente van (on)gevraagd advies te voorzien.

Inspraakreactie 2 2 Nog steeds is het taalgebruik van de Gemeente te ingewikkeld voor "gewone" burgers, waarvan u zegt het heel belangrijk te vinden dat iedereen mee kan denken bij participatie. Ik heb document over Orion zone gelezen maar denk dat zeker 50% eenvoudiger verwoord zou kunnen worden. Een paar jaar geleden heeft de gemeente Haarlem beloofd om duidelijk en eenvoudig taalgebruik te gebruiken inzake publieke zaken. Dit is nog steeds niet gelukt.

2

Antwoord U benoemt een goed punt. In Haarlem kiezen we voor Direct Duidelijke taal. Dit lukt nog niet in alle beleidsstukken. In communicatie uitingen en in participatietrajecten is dit streven er zeker. Als het nodig is communiceren we ook in beeld (foto, film, animatie) of in geluid (podcast). Dit houdt onze continue aandacht. Inspraakreactie 3 3.1

Betreft: inspraak namens wijkraad Koninginnebuurt tbv participatiebeleid Haarlem Uit het concept Beleid Wijkplatforms blijkt dat de kerntaken van de wijkraden (belangenbehartiging, participatie en advisering) worden ontnomen. In het kader van het gemeentelijke programma ‘Nieuwe Democratie’ (en/of vanwege het wetsvoorstel Wet versterking op participatie) is tevens het participatiebeleid herzien. Over het participatiebeleid hebben wij als wijkraad de volgende opmerkingen/vragen.

Het lijkt ons dat in de nieuwe situatie de wijkraad/-platform vanuit het participatiebeleid gezien een (deel)belang kan blijven vertegenwoordigen vanuit de wijk. De gemeente kan het bestaande netwerk blijven gebruiken en waar nodig kaders stellen om meerdere inwoners van de wijk te bereiken voor inspraak en/of participatie. Wij wijzen hierbij op het voorbeeld van de aanwijzing van een azc locatie in de Koninginnebuurt waarbij de communicatie vanuit de gemeente naar haar inwoners toe ernstig tekortschoot. De wijkraad Koninginnebuurt verzamelt, stroomlijnt en geeft alle communicatie en informatie door naar de bewoners (en naar de gemeente als er vanuit de bewoners informatie komt). Antwoord Een wijkplatform kan inderdaad helpen om belangen in de wijk inzichtelijk te maken en bijdragen aan het tot stand komen van een passende participatiestrategie voor nieuw beleid of nieuwe projecten die in de wijk aan de orde zijn. Ook kan een wijkplatform bewoners de weg wijzen hoe zich te organiseren, helpen de weg naar de gemeente te vinden of zelf meer zeggenschap te nemen over hun eigen leefomgeving. Een wijkplatform is echter geen zelfstandig orgaan dat een standpunt uitdraagt namens de wijk. Dit doet geen recht aan de bewoners die een andere mening hebben.

Wel staat het wijkplatforms vrij, zoals iedere andere Haarlemmer en organisatie ook kan, om de gemeente van (on)gevraagd advies te voorzien. 3.2 In het participatiebeleid staat vermeld: “Ook vrijwilligersorganisaties zonder personeel (zelf- en belangenorganisaties zoals Stichting Somaliërs Haarlem en omgeving, Stichting Samen, Platform Groen) kunnen een belangrijke rol spelen bij het inrichten van een participatieproces en/of het bereiken van bepaalde inwoners. Een aantal zelforganisaties heeft in Haarlem een goede toegang tot Haarlemmers met allerlei culturele achtergronden. Voor een goed resultaat betrekken we hen in een vroeg stadium bij het vormgeven van de participatie. Uiteraard kunnen zij niet de spreekbuis zijn voor een hele groep. Maar door gezamenlijk een proces vorm te geven, worden wel hun perspectieven ingebracht.”

3

Kan de wethouder/gemeente bevestigen dat de wijkraad (in een andere vorm/naam als onderdeel van het wijkplatform) volgens het participatiebeleid als ‘zelf- of belangenorganisatie’ namens de wijk die zij vertegenwoordigt een rol bij inspraak en participatie kan blijven uitoefenen en zodoende door de gemeente op de hoogte wordt gehouden van mogelijkheden tot participatie? Antwoord De gemeente wil zoveel mogelijk partijen bereiken bij het opstellen en uitvoeren van beleid. Het op de hoogte houden van alle partijen die een rol spelen in de buurt of bij een onderwerp is daarom van cruciaal belang. Wanneer iets in een buurt speelt, waar ook een wijkplatform is, zal deze zeker op tijd op de hoogte gebracht worden en bevraagd worden om te helpen bij de inrichting van een participatieproces. De gemeente voorziet het wijkplatform van informatie om deze rol goed te kunnen vervullen. Hiervoor onderhouden de gebiedsverbinders korte lijnen met de wijkplatforms. Zie ook het antwoord op 3.1. 3.3

In het participatiebeleid wordt het belang van het bereiken van meerdere mensen in de samenleving benadrukt. Echter blijkt uit het beleidsdocument, noch de participatieladder hoe deze doelgroepen daadwerkelijk bereikt gaan worden. De participatieladder zelf bestaat veelal uit steekwoorden. In tegenstelling tot de beleidsnota Participatie uit 2011 is er geen onderzoek gedaan onder inwoners op welke manier zij graag zouden willen participeren. Om in dit stadium nog te experimenteren met manieren om andere groepen inwoners te bereiken is onwenselijk en te laat. Het garandeert bovendien niet dat er betere resultaten dan in de huidige situatie worden behaald, hetgeen onder meer als argument van afschaffen van de wijkraden wordt gebruikt. Antwoord In het participatiekader nemen we afscheid van de participatieladder omdat die een zeker hiërarchie bevat. Hoe hoger hoe beter. In dit kader spreken we van meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Uit ervaring en in de gesprekken met Haarlemmers is gesproken over de manier waarop mensen willen participeren. Daar is uitgekomen dat dit heel divers is. De een wil alleen schriftelijk reageren, de ander het liefst in een digitale bijeenkomst vanaf de bank, de ander wil wandelen door de wijk en weer een ander wil een aantal avonden mee ontwerpen.

Om zoveel mogelijk mensen te bereiken zal de gemeente de komende jaren meer inzetten op hybride vormen. Dus én digitaal in gesprek én in een zaaltje in gesprek. En schriftelijk en mondeling. En actief en minder actief. Ook zal er meer geëxperimenteerd worden met gewogen loting. 3.4

Klopt de aanname dat er momenteel nog steeds wordt geëxperimenteerd met manieren om meer Haarlemmers (‘stille midden’, afhakers en jongeren) bij besluitvormingstrajecten te betrekken? Antwoord Zeker. Participatie is maatwerk. De samenleving verandert, de technologie verandert, participatie past zich aan. Het stille midden is digitaal soms beter te bereiken. Jongeren willen in gesprek gaan op die plek waar ze samenkomen. De gemeente zal de komende jaren steeds inventiever moeten worden om mensen te bereiken. Dat kost tijd en vraagt een continue creativiteit om dat doel te bereiken. 3.5

Kan de wethouder/gemeente duidelijkheid geven over de manier waarop doelgroepen bereikt gaan worden (bijv. jongeren en meerdere inwoners in geval van wijkgerichte vraagstukken)? Antwoord De gemeente verplicht zichzelf om actief op zoek te gaan naar de verschillende doelgroepen. Dat betekent elke keer weer maatwerk. Zie antwoord bij 3.4. 4

3.6

Er wordt melding gemaakt van een afwegingskader in het Participatieoverzicht. Fungeert de “Participatieladder” als document van randvoorwaarden/afwegingskader die in het algemeen geldt (zie ook beleidsnota uit 2011)?

Antwoord De participatieladder is geen afwegingskader en wordt ook niet gebruikt. Het afwegingskader bepaalt aan het begin van een het traject de mate van invloed. Deze wordt bepaald door een aantal factoren: het belang/impact (voor de regio of voor de hele stad of voor een wijk, buurt of straat); kwetsbare doelgroepen; vastgesteld beleid op het onderwerp; financiën. 3.7

Er staat in het Participatiebeleid nergens een duidelijke verhouding tot de inspraakprocedures zoals vermeld in de Algemene wet Bestuursrecht vermeld en wanneer daar eventueel van wordt afgeweken.

Antwoord Aan het begin van elk traject wordt afgesproken of participatie en/of inspraak van toepassing is. Participatie vindt altijd plaats voor besluitvorming. Inspraak bij besluitvorming. Inspraak wordt altijd toegepast als de wet daartoe verplicht. Dit wordt vastgelegd in de verordening. 3.8

Hoe gaat de gemeente de participatie beoordelen die bij buitenplanse activiteiten door de initiatiefnemer wordt georganiseerd? Is daar een afwegingskader voor? Antwoord De gemeenteraad heeft een kader opgesteld over participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vastgesteld op 22 september 2022. Als er een aanvraag binnenkomt, leggen we dat dus naast dit raadsbesluit. Als er volgens het raadsbesluit participatie plaats had moeten vinden, maar er geen participatieparagraaf is opgenomen bij de aanvraag, zullen wij de aanvrager in de gelegenheid stellen deze paragraaf alsnog aan te leveren. Doet hij dat niet, dan stellen we de aanvraag buiten behandeling. 3.9 Wordt er een Klachtencommissie ingesteld zoals nu in de Inspraakverordening is vastgelegd? Antwoord We stappen over op de bestaande reguliere Klachtenregeling. Bij de behandeling van klachten op basis van de reguliere Klachtenregeling is het uitgangspunt dat het klachtproces toegankelijk, snel, simpel en persoonlijk is. De huidige Klachtencommissie Inspraak had slechts een adviserende rol aan het bestuursorgaan dat de klacht behandelt. Het advies hoeft niet te worden overgenomen. De behandelduur van een klacht door de klachtencommissie inspraak duurde meestal 10 weken. Daarnaast functioneerde de Klachtencommissie Inspraak op basis van art 84 Gemeentewet en de Inspraakverordening uit 2011.

Toen zaten er burgerleden én raadsleden in de Klachtencommisie Inspraak. Er is in 2016 een wetswijziging geweest van de Gemeentewet, die het onmogelijk maakt dat raadsleden nog langer deel uit maken van een dergelijke commissie.

5

Bij de Klachtenregeling streeft de gemeente ernaar een klacht zo snel mogelijk af te handelen, binnen 4 tot 6 weken. In de praktijk betekent dit dat degene die een klacht heeft ingediend binnen een week wordt gebeld door de klachtbehandelaar en wordt bekeken of de klacht informeel kan worden afgedaan. Een informele behandeling betekent dat de gemeente eerst op zoek gaat en bij de klager informeert naar wat de gewenste oplossing voor zijn klacht is. Soms is nader onderzoek nodig is of de informele behandeling niet tot een oplossing leidt. In dat geval wordt de formele procedure gevolgd, de klager mag zijn klacht mondeling toelichten en de gemeente handelt de klacht met een antwoordbrief binnen zes weken af. Als de klager na de formele afhandeling van zijn klacht niet tevreden is met het antwoord of de wijze waarop zijn klacht is afgehandeld, dan kan hij zich wenden tot de Nationale ombudsman.

De huidige klachtenregeling is te raadplegen via: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR397763 Informatie op de gemeentelijke website over het indienen van een klacht staat op de volgende pagina: https://haarlem.nl/klacht-over-onze-dienstverleninghoe-u-bent-behandeld Inspraakreactie 4 4 Goed dat jullie hier als gemeente mee bezig zijn! Om participatie te verbeteren, bijvoorbeeld bij dit stuk: - maak het makkelijker vindbaar, welke van de bijlagen gaat het nou precies over (met name de tweede, als ik het goed begrijp)? - maak het document leesbaarder; 22 pagina’s is behoorlijk lang, en vol met ingewikkeld taalgebruik. Een samenvatting op de eerste blz met belangrijkste wijzigingen en punten zou fijn zijn - maak meteen kenbaar hoe iemand zich kan aanmelden voor participatie Antwoord Er is voor gekozen om te linken naar het hele besluitvormingsproces in de commissie/raad. Om op die manier zoveel mogelijk overzicht te geven. We hebben gepoogd het document zo leesbaar mogelijk te maken. Dit blijft een aandachtspunt. Zie ook antwoord 2.1. Per onderwerp kunnen mensen zich aanmelden bij de gemeente.

Wanneer u regelmatig van u wilt laten horen over verschillende onderwerpen, kunt u zich aanmelden bij het inwonerspanel van de gemeente Inwonerspanel | Gemeente Haarlem Inspraakreactie 5 5.1 Kernboodschap - De voorganger van dit beleid ‘De Nieuwe Haarlemse participatiepraktijk’ uit 2011 werd niet gebruikt door de ambtenaren. Hoe ziet u er op toe dat dit nieuwe Beleidsstuk wel wordt gebruikt? Antwoord Het werd wel gebruikt, maar niet altijd goed genoeg. Op dit moment wordt een nieuw programma ‘Versterken lokale democratie’ uitgewerkt waarin de democratiewerkplaats voor ambtenaren een belangrijke programmalijn zal zijn. In deze werkplaats kunnen individuele ambtenaren, maar ook afdelingen, kennis nemen van en oefenen met de (democratische) vaardigheden die nodig zijn om het beoogde participatiebeleid uit te voeren. In deze werkplaats zal gebruik worden gemaakt van kennis en kunde van inwoners om te trainen en zal het ook mogelijk zijn om in gezamenlijkheid met inwoners te leren. Te leren van elkaar over de verschillende rollen 6

bijvoorbeeld, maar ook gezamenlijk leren over hoe betrek ik inwoners die nog niet betrokken zijn bij beleidsuitvoering of activiteiten in de wijk. Dit soort vragen kunnen namelijk zowel voor actieve inwoners, zoals in een wijkplatform gelden, maar ook voor ambtenaren die een participatietraject in een buurt gaan vormgeven en daar geen of weinig ervaring mee hebben. Zo wordt ervaring en kennis en kunde van inwoners betrokken bij het behalen van de ambities van het nieuwe participatiebeleid. 5.2

Kernboodschap - Ik wil u vragen na 1 jaar , en na 2 jaar de naleving van dit stuk en de ervaringen van ambtenaren en burgers te evalueren en daarmee dit beleidskader eventueel aan te vullen. Antwoord Jaarlijks wordt er over de uitvoering van burger- en overheidsparticipatie en het uitdaagrecht gerapporteerd bij de jaarlijkse bestuursrapportage. Daarnaast zal na afloop van het jaar 2027 – wanneer er bijna vier jaren zijn verstreken na vaststelling van dit kader –middels kwalitatief onderzoek geëvalueerd welke vormen en werkwijze succesvol bijdragen aan de gestelde doelen (een meer inclusieve en goed functionerende democratie, gebruikmakend van de kennis en kunde uit de stad). Dit onderzoek wordt gelijktijdig en in samenhang met het onderzoek naar de wijkplatforms uitgevoerd. 5.3 Democratiewerkplaats – op welke webpagina kan ik de democratiewerkplaats in 2024 vinden Antwoord Zie antwoord 5.1. Op dit moment is er nog geen webpagina omdat de democratiewerkplaats nog in de beginfase zit en nu nog voornamelijk een interne werkplaats is, die op termijn uitgebreid wordt naar de wijken. 5.4

In de afgelopen maanden heb ik veel bijeenkomsten over dit onderwerp bijgewoond en input mogen geven. Ik heb de eerdere concepten gelezen. Het voorliggend stuk is opmerkelijk uitgebreider en enorm aangepast, het geen mij verrast. Wellicht wilt u ook het ‘Haarlems Civiel PlanProces ( en het Haarlem Ruimtelijk PlanProces , pagina 6, 2.1) aanpassen en publiceren op een, de komende jaren, vindbare pagina. Antwoord De laatste versie die u gelezen heeft was de versie die ook naar het college is gestuurd. Na de collegebehandeling zijn er kleine aanscherpingen gedaan met name om te hoge verwachtingen te temperen. Het stuk is beslist niet enorm uitgebreid of aangepast. Het Civiel PlanProces en Ruimtelijk PlanProces staan niet op de website omdat dit in principe interne documenten zijn. Ze zijn wel te vinden Vergadering Raad 29-06-2022 Gemeente Haarlem (notubiz.nl) agendapunt 23.

5.5

Op 2.1.1 Initiatieffase en Participatieverslag - U spreekt hier over een ‘Participatiestrategie’. Kunt u hier verwijzen naar een document waarin de hoofdstukken en onderdelen over deze gehele strategie (anders dan de genoemde participatiestrategiesamenvatting in 2.3.1.) zijn gespecificeerd, zodat burgers weten wat er straks in de participatieparagraaf van een commerciële ontwikkelaar behoort te staan. Indien u geen eisen stelt zal een initiatiefnemer, commerciële ontwikkelaar, zich er makkelijk vanaf kunnen maken door hier 5 regels te schrijven: ‘dat men participatie heel belangrijk vindt’

7

Antwoord Een samenvatting van de participatiestrategie krijgt een plek in de door de gemeente vastgestelde startnotitie. Dit geldt als het kader voor de in te zetten participatie. Burgers kunnen de werkwijze van de particuliere initiatiefnemer toetsen aan hetgeen is vastgesteld in de startnotitie. Afspraken over communicatie en participatie worden door de gemeente en particuliere initiatiefnemer vastgelegd in een anterieure overeenkomst. 5.6 Vastgesteld beleid staat niet ter discussie. - Wilt u deze zin verwijderen. Gemeente Beleid zal de komende 50 jaar nog regelmatig gewijzigd worden Antwoord Het gemeentelijke beleid zal zeker regelmatig gewijzigd worden en aangevuld. Maar zeker in de uitvoering zal je moeten vasthouden aan vastgesteld beleid. Als bijvoorbeeld besloten is dat er meer groen komt in een straat dan staat dat vast en wordt het meer groen niet meer besproken. Wel waar het komt en hoe het eruit komt te zien. Het steeds ter discussie stellen van vastgesteld beleid zou ook geen recht doen aan burgerparticipatie. Vaak geven regels en vastgesteld beleid ook houvast. Natuurlijk kan het voorkomen dat tijdens een participatietraject naar boven komt dat bepaald beleid niet goed werkt. Dan kan dat besproken worden. 5.7

Klankbordgroep. - Wilt u in een document vastleggen wat u verstaat over een Klankbord groep en wat de input en output moet zijn. Ik heb deel genomen aan een klankbordgroep over de Sportweg/Stadionplein. Het initiatief lag hier voor bij de gemeente. Er zijn bijvoorbeeld geen notulen gemaakt van de bijeenkomsten Antwoord Bij elk participatietraject spreek je met elkaar vooraf de spelregels af. In het algemeen wordt een klankbordgroep vooral gebruikt in meedenktrajecten om te checken /toetsen of we op de goede weg zijn. Van de klankbordgroepen worden in principe altijd notulen gemaakt. Wanneer er sprake is van meedoen, spreken we liever over werkgroepen. Ook hiervan worden notulen of afsprakenlijsten gemaakt. 5.8

Initiatief fase – ‘Op welke wijze belanghebbenden worden bereikt’ Een klankbordgroep moet( bindend) advies hebben over de communicatiestrategie. Nu komt het voor dat de gemeente een brief stuurt naar de bewoners van enkele straten rond een project. Vaak wil een hele wijk of een heel stadsdeel geïnformeerd worden. Zo kan de gemeente en of de ontwikkelaar een website starten en hier om de e-mail adressen vragen ivm het verzenden van een nieuwsbrief. Ook moet er gewerkt worden met persberichten die via de email nieuwsbrieven( per stadsdeel) van de gemeente verspreid kunnen worden. Ook ander media kanalen als gemeentewebsite en- Facebookpagina moet opgenomen worden in de communicatiestrategie. Alleen zo bereik je burgers.

Antwoord In de initiatieffase wordt een stakeholdersanalyse gemaakt en oriënterend gesproken met betrokkenen. Dan zal ook blijken of iets voor slechts één straat is, of voor de hele buurt of wijk. De communicatie wordt aangepast op de verschillende doelgroepen. 5.9

Wanneer burgers merken dat een initiatiefnemer, projectontwikkelaar zich toch niet houdt aan uw inhoudsopgave van de Participatieparagraaf. Waar moet een burger dit dan melden. Neemt de gemeente dan contact op met de ontwikkelaar, met de vraag om zijn inspanningen aantoonbaar te wijzigen

8

Antwoord Zie ook het antwoord op 5.5. De gemeente maakt indien van toepassing afspraken met de projectontwikkelaar en neemt die op in de anterieure overeenkomst. Als mensen van mening zijn dat er niet voldoende is geparticipeerd door de initiatiefnemer, kunnen ze dat punt aan de orde stellen bij de procesmanager die dit vervolgens bespreekt met de ontwikkelaar. De burger kan ook beroep en bezwaar aantekenen bij de een omgevingsvergunning. Dit punt is een zwak deel in de nieuwe omgevingswet. Meerdere gemeenten hebben het Rijk gevraagd hiervoor met duidelijkere regels te komen; een vergunning afwijzen omdat de participatieprocedure niet goed gevoerd zou zijn, lijkt juridisch geen weigeringsgrond. 5.10

Gebiedsteam- Door de vele wisselingen binnen een gebiedsteam is het de burger niet duidelijk wie hij kan benaderen. Dit geld ook voor de nieuwe Wijkplatforms, ook zij moeten helder hebben welke mensen er bereikbaar zijn in een Gebiedsteam. Een webpagina op Haarlem.nl is handig wanneer deze up to date wordt gehouden

Antwoord Dit is een punt van aandacht. In ieder geval heeft elk gebiedsteam heeft een mailadres, die actief gelezen en beantwoord wordt. Noord@haarlem.nl; Centrum@haarlem.nl; oost@haarlem.nl; schalkwijk@haarlem.nl en zuidwest@haarlem.nl De pagina Wijkraden | Gemeente Haarlem wordt gedurende 2024 aangepast met informatie over en links naar de wijkplatforms Wijkraden | Gemeente Haarlem

5.11

Ik heb gezocht op de website van de gemeente maar ik kan het ‘nieuwe omgevingsloket’ niet vinden. Op 1 januari 2024 gaat de Omgevingswet in. Waar is het Loket te vinden?

Antwoord Het loket is vanaf 1 januari 2024 in de lucht. Zie Home - Omgevingsloket (overheid.nl) 5.12

5 Leidende principes – Actief naar het stille midden. De wijkraad heeft moeite om het stille midden te vinden, ook wij ‘gaan er op af’. Wat verstaat de gemeente, wanneer u zegt: de gemeente zoekt de doelgroep. ‘ er op af gaan, hoe doet u dat dan concreet.

Antwoord Het is een landelijk probleem en er is geen eenduidige methode. Wij denken dat door langs te gaan bij verenigingen, kerken, welzijns- en jongerenorganisaties, door aan te sluiten bij de communicatiewensen van mensen: meer digitaal, andere communicatiemiddelen (beeld en geluid), door mensen aan te spreken op straat en door loting we een stukje verder komen. Dit is een flinke opgave. Dit kost tijd en geld en inspanning. Inspraakreactie 6 6 De burgers hebben behoefte aan een participatieprocedure waarmee de raad meningen van organisaties tegen elkaar kan afwegen en kan beslissen welke ze honoreren. Een procedure die uitsluiting van bewoners en over-representatie (van ambtenaren en wethouder) voorkomt. Maar hoe? Dit college heeft in het collegeprogramma beloofd dat ze op innovatieve wijze burgers zou laten participeren in de besluitvorming. Dit zou worden uitgewerkt om het democratisch 9

gehalte te waarborgen en de wijze te beschrijven waarop de zeggenschap kan worden over gedragen aan buurt, wijk of stad. Haarlemmers zouden zo zelf kunnen beslissen voor welke thema’s ze willen meebeslissen over de wijziging van hun leefomgeving of dat ze medewerking of middelen van de gemeente willen hebben. In gesprekken met de stad zouden burgers aan het college adviezen kunnen meegeven die opgenomen worden in het raadsstuk. Gesprekken op momenten die van betekenis zijn, zoals de voorbereiding van de kadernota of de startnotitie. Het college zou georganiseerde bewoners moeten ondersteunen, die nauw contact hebben met de buurt, zoals wijkraden, buurtcorporaties, platforms en deskundige bewonersorganisaties. Wethouders zouden met al deze groepen minimaal één keer per jaar een ‘meet en share’ met de actieve bewoners moeten hebben. Nog steeds ontbreekt de wijze van participatie in de raadsstukken. Participatie blijkt meestal alleen informatie te zijn i.p.v. de wijze waarop iedereen wordt gehoord. Nu bepaalt een wethouder met zijn niet integraal werkende ambtenaren wat aan de raad wordt voorgelegd. Het burgeradvies ontbreekt. Is het de organisatie die politiek bedrijft of is het de wethouder die de raad de mening van de burgers wil onthouden? De kloof tussen burgers en stadhuis wordt groter.

Betrokken inwoners haken af omdat ze steeds moeten inspreken om dat vaak het beleid niet wordt gevolgd. Of niet wordt uitgelegd waarom het ene beleid belangrijker is dan het andere. Dus college dank voor de bedragen voor kleinere aanpassingen. Maar zet u zich ook eens in voor het meebeslissen over de inhoud van de Raadsnota bij besluitvorming. Antwoord Met dit beleidskader participatie en de bijbehorende verordening denken wij een volgende stap te zetten. We gaan in de initiatieffase al in gesprek met diverse betrokken partijen en inwoners en zorgen dat na elk participatietraject er een participatieverslag komt. In dat verslag staat wat het college met de burgeradviezen gaat doen en deze worden verwerkt in het raadsbesluit. Dit leggen we nu vast in de het beleidskader en in de verordening. De wethouders hebben regelmatig ‘meet en share’ bijeenkomsten met actieve bewoners en zullen dat ook blijven doen. Inspraakreactie 7 7 Wijkraden niet afschaffen voordat een doordacht alternatief is ontwikkeld. Antwoord De transitie naar wijkplatforms is onderdeel van de door het college gewenste bredere, lokale democratie, waarbij meer inwoners zich onderling verbinden en actief betrokken raken bij hun stad of buurt. Hier valt ook de actualisatie van het participatiebeleid onder. Inhoudelijk zijn beide trajecten op elkaar afgestemd.

Daarnaast wil het college de kracht van de samenleving vergroten door eigen initiatief te stimuleren en ruimte te maken voor mensen om verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en hun omgeving. Hiervoor is het programma Versterken Lokale Democratie opgezet. Vanuit dit programma kunnen wijkbudgetten voor maatschappelijke initiatieven worden ingezet in de wijk. Inspraakreactie 8 8.1 Voorjaar 2023 is gesproken met o.m. actieve bewoners over de rol en inrichting van participatie. De uitkomsten van dat participatieproces waren verwoord in een concept beleidskader ter vervanging van de beleidsnota uit 2011. Motto: “Samen de stad maken”. De concept-nota gaf een warm pleidooi voor burgerparticipatie. Dat deed de vorige nota ook al. De beoogde participatie werd echter nauwelijks nageleefd. Vandaar dat de conclusie van de bewoners uit dat overleg is, dat de raad bij B&W moet afdwingen, dat het participatiebeleid ook gevolgd gaat worden.

10

Antwoord Zie antwoord 5.1. 8.2

Uit de bijlage: Leidende principes en bijgevoegd schema, blijkt dat B&W de concept nota zodanig heeft laten veranderen, dat bij Opgaven waarvoor de gemeente een zorgplicht heeft, bij uitvoering van vastgesteld beleid in de openbare ruimte en bij stedelijke opgaven, alleen maar sprake mag zijn van meeweten en op uitvoeringsniveau mee denken. Vastgesteld beleid is daarbij niet gedefinieerd. In de praktijk wordt een startnotitie (zonder participatie), zelfs vaak al met een ontwerp, als ´Vastgesteld beleid´ gehanteerd. Antwoord Het klopt dat het college de categorie uitvoering vastgesteld beleid in de openbare ruimte heeft toegevoegd. Het vastgestelde beleid (groenbeleid, mobiliteitsbeleid, waterbeleid) staat bij de uitvoering niet meer ter discussie. Wel is op onderdelen (hoeveelheid groen, soort groen etc.) meedenken mogelijk. 8.3

De nota stelt: “We doen afstand van de participatieladder”. De onderste trede daarvan is informatie, wat natuurlijk geen participatie is. Maar zelfs dat wordt regelmatig nagelaten. Als wijkraad krijgen we van de gemeente geen enkele informatie meer over plannen en procedures in ons gebied. In de nota komen wijkraden al niet meer voor. Antwoord In Haarlem gaan we werken met de categorieën meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Meeweten is cruciaal en moet altijd. Dit heeft onze aandacht de komende jaren. In de nota spreken we van wijkplatforms. Zie ook antwoorden 3.1 t/m 3.3. 8.4

Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet Versterking participatie in werking. De eerste wet stelt participatie gedeeltelijk verplicht bij beleid over de fysieke leefomgeving. De tweede wet heeft als doel om o.m. gemeentes aan te sporen inwoners beter te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid”. De participatienota lijkt naar aard en strekking strijdig met de komende omgevingswet. Ook bevordert hij bepaald niet het terugwinnen van vertrouwen in de overheid. Antwoord De participatienota is niet strijdig met de komende omgevingswet. Of deze nota het terugwinnen van vertrouwen in de overheid bewerkstelligt zal de tijd leren. Inspraakreactie 9 9 De Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark, bestaande uit vertegenwoordigers van omliggende wijken en betrokken organisaties, is in 2011 door de gemeente in het leven geroepen. We beschouwen ons als een deskundigen-forum dat een specifieke, door de gemeente erkende en ondersteunde vorm van georganiseerde burgerparticipatie vertegenwoordigt. Tot onze verbazing heeft onze wijze van participatie nog geen plek gekregen in het nieuwe

11

participatiebeleid. Het beleidskader benoemt weliswaar enkele specifieke vormen van burgerparticipatie zoals de Participatieraad en het nieuwe fenomeen Burgerforum. Burgeradviesraden voor het fysieke domein zoals onze adviescommissie (en ook het Platform Groen) komen er echter niet in voor. We noemen de volgende kenmerken van onze werkwijze, die naar ons oordeel relevant zijn om kort te benoemen in dit beleidskader: - Onze adviescommissie bundelt beschikbare deskundigheid van burgers met betrekking tot de twee rijksmonumenten; onze ervaring heeft geleerd dat deze georganiseerde, door de gemeente ondersteunde vorm van burgerparticipatie bijdraagt aan betere planvorming en beheer. De inbreng van ‘groene’ burgerdeskundigen en bewoners/wijkvertegenwoordigers wordt ook aanzienlijk beter gestroomlijnd dan wanneer de betrokken organisaties afzonderlijk zouden participeren. - De Adviescommissie werkt daarbij nauw samen met ambtelijke vertegenwoordigers van de gemeente en Spaarnelanden. De Adviescommissie mag echter in voorkomende gevallen ook rechtstreeks advies uitbrengen aan het college en de raad. Waar nodig/zinvol raadplegen wij ook externe deskundigen. - Onze Adviescommissie brengt gevraagd en ongevraagd advies uit. Dus niet alleen op initiatief en verzoek van de gemeente.

Adviezen kunnen zowel betrekking hebben op beleidsvragen (beheerplan) als op inrichtingsvraagstukken en het dagelijks beheer. - Anders dan de beschreven participatie bij afzonderlijke projecten heeft het werk van de Adviescommissie een structureel karakter. De Adviescommissie vergadert 5 keer per jaar. De afspraak met de gemeente is dat alle zaken aangaande inrichting en beheer, evenals besluiten die relevante gevolgen kunnen hebben voor de kenmerkende kwaliteiten van de twee rijksmonumenten, worden voorgelegd aan de commissie. Voor een nadere toelichting op het doel en de werkwijze van dit platform verwijzen wij naar de bijgaande notitie “De Adviescommissie stelt zich voor”. De Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark is een door de Gemeente in 2011 ingesteld adviesorgaan van onafhankelijke burgerdeskundigen en omwonenden, die de gemeente gevraagd en ongevraagd adviseert met betrekking tot de Rijksmonumenten Haarlemmerhout en Frederikspark. Verzoek Wij verzoeken u om de al meer dan 10 jaar bestaande specifieke vorm van burgerparticipatie van onze Adviescommissie een adequate plek te geven in het definitieve beleidskader. Te denken valt aan een extra tekstpassage in par. 2.3 – aansluitend aan de tekst over de Participatieraad op p. 10 – over de door de gemeente ingestelde burgeradviesraden in het fysieke domein zoals onze adviescommissie en het Platform Groen.

Het actief betrekken van de Adviescommissie draagt evenals bij de Participatieraad bij aan een betere participatie. Antwoord Het verzoek om de georganiseerde burgeradviesraden op te nemen in het beleidskader is gedaan in paragraaf 2.3.2. met de volgende tekst: Betrek georganiseerde (burger)adviesraden Burgeradviesraden, zoals het Platform Groen, zijn samengesteld vanuit verschillende geledingen en bundelen hun adviezen. Datzelfde geldt voor de Centrum Management Groep (georganiseerde ondernemers uit het centrum) en andere georganiseerde adviesgroepen. Hun kennis op deelonderwerpen levert nieuwe inzichten. We benoemen niet apart de adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark omdat deze commissie al onderdeel is van het Platform Groen.

12

Inspraakreactie 10 10 Het Platform Groen vertegenwoordigt een specifieke door de gemeente reeds enige jaren geleden in het leven geroepen en erkende vorm van georganiseerde burgerparticipatie. Hoewel het platform goed bekend is bij de gemeente heeft onze wijze van burgerparticipatie helaas nog geen plek gekregen in het nieuwe participatiebeleid. Het beleidskader benoemt weliswaar enkele specifieke vormen van burgerparticipatie, zoals de Participatieraad en het nieuwe fenomeen Burgerforum. Burgeradviesraden voor het fysieke domein zoals het Platform Groen (en ook de Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark) komen er echter niet in voor. We noemen de volgende kenmerken van onze werkwijze die naar ons oordeel relevant zijn om kort te benoemden in dit beleidskader: - Het platform bundelt in de stad beschikbare deskundigheid van burgers op het gebied van groen. Door deze georganiseerde vorm van burgerparticipatie wordt de inbreng van groene burgerdeskundigen en belangengroepen beter gestroomlijnd (beter dan als de betrokken organisaties afzonderlijk zouden participeren). - Het platform brengt gevraagd en ongevraagd advies uit. Dus niet alleen op initiatief en verzoek van de gemeente. Adviezen kunnen zowel betrekking hebben op beleidsvragen als op concrete besluiten. - Adviezen zijn bij voorkeur gericht aan de ambtelijke organisatie.

Het platform mag echter in voorkomende gevallen ook rechtstreeks advies uitbrengen aan het college en de raad. - Anders dan de beschreven participatie bij afzonderlijke projecten heeft het werk van en de advisering door het platform een structureel karakter. Het platform vergadert maandelijks, in de praktijk 10 keer per jaar. De afspraak met de gemeente is dat alle projecten en besluiten die gevolgen kunnen hebben voor het groen in de stad worden voorgelegd aan het platform. Voor een nadere toelichting op het doel en de werkwijze van het platform verwijzen wij naar de bijgaande notitie “Het Platform Groen stelt zich voor”. Verzoek Wij verzoeken om de al enkele jaren ingeburgerde specifieke vorm van burgerparticipatie van het Platform Groen een adequate plek te geven in het definitieve beleidskader. Te denken valt aan een extra tekstpassage in par. 2.3 – aansluitend aan de tekst over de Participatieraad op p. 10 – over de door de gemeente ingestelde burgeradviesraden in het fysieke domein zoals het Platform Groen en de Adviescommissie Haarlemmerhout en Frederikspark. Het actief betrekken van het platform draagt evenals bij de Participatieraad bij aan een betere participatie. Antwoord Zie antwoordt 9.

De volgende tekst is opgenomen in het beleidskader: Betrek georganiseerde (burger)adviesraden Burgeradviesraden, zoals het Platform Groen, zijn samengesteld vanuit verschillende geledingen en bundelen hun adviezen. Datzelfde geldt voor de Centrum Management Groep (georganiseerde ondernemers uit het centrum) en andere georganiseerde adviesgroepen. Hun kennis op deelonderwerpen levert nieuwe inzichten.

13

B. Zienswijzen ingebracht tijdens de commissievergadering Bestuur van 23 november 2023 Zienswijze 1 1.1 We missen de implementatie van een aangenomen motie. En deze motie vroeg eigenlijk om de toepasbaarheid van loting als instrument te onderzoeken. Antwoord Steeds meer gemeenten experimenteren met loting en komen tot de conclusie dat gewogen loting andere bewoners verleidt om mee te denken bij gemeentelijke vraagstukken. In Haarlem is meerdere keren gebruik gemaakt van gewogen loting. In 2017 bij het totstandkoming van een nieuw bomenbestand in Schalkwijk, In 2021 bij de vorming van een wijkforum Zijlweg-West en onlangs bij het vormen van een Burgerberaad. In alle gevallen is helder dat er nieuwe doelgroepen bereikt worden. Gewogen loting wordt daarom ook toegevoegd aan de gereedschapskist om inwoners en specifieke doelgroepen te bereiken. In paragraaf 2.2.3 is dit duidelijker uitgewerkt. Voor sommige vormen van gewogen loting wordt gebruik gemaakt van de BRP gegevens. Om de BRP gegevens te kunnen gebruiken voor participatieve doeleinden is een rechtsgrond nodig. Dit is dan ook opgenomen in de verordening participatie. De gegevens kunnen voor verschillende soorten participatietrajecten gebruikt worden.

Dan kan dan een willekeurige steekproef zijn voor bijvoorbeeld het organiseren van een burgerberaad, maar ook het specifiek selecteren van personen op basis van demografische kenmerken (geslacht, leeftijd, buurt, stadsdeel, etc.) voor het meedoen aan een participatietraject over een specifiek onderwerp. Maar ook voor het verstrekken van stempassen voor bijvoorbeeld Wijk aan Zet. Bij elke aanvraag zal wel steeds een afweging gemaakt moeten worden of loting noodzakelijk is en proportioneel. We moeten zorgvuldig omgaan met de gegevens van onze inwoners en een goede reden hebben waarom we inwoners via loting willen benaderen. 1.2 We willen het college oproepen om waar mogelijk actief de wijk in te gaan bij bepaalde projecten. Door actief de buurten in te gaan, spreek je ook mensen die je niet zo snel ziet bij participatieprojecten. Antwoord Helemaal waar. Een van de pijlers waar het beleid op drijft is Eropaf. Dus niet meer alleen een brief of mail om mensen uit te nodigen om mee te doen, maar daar naartoe gaan waar mensen samenkomen. Naast buurthuizen, scholen, kerken, moskeeën, sportverenigingen en andere samenkomstplekken, kun je ook denken aan markten, bij de uitgang van een supermarkt of bij de ingang van een culturele instelling. In de Democratiewerkplaats zal hiermee geëxperimenteerd worden.

Zienswijze 2 2 Wij vinden dat bij een locatie voorziening voor kwetsbare burgers (waar de gemeente een zorgplicht heeft) niet alleen meeweten van toepassing moet zijn, maar ook meedenken. Antwoord Het college heeft gekozen voor meeweten omdat bij dit soort beslissingen het college waakt voor het tegen elkaar opzetten van buurten omdat het animo voor zo’n soort voorziening in de eigen buurt vaak niet groot is. Wel is het college het met u eens dat een nuancering op zijn plaats is. Meeweten kent drie niveaus. 14

1. Informatie verstrekken om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk inwoners weten wat er speelt in de stad. Hiervoor gebruikt de gemeente haar gebruikelijke kanalen. 2. Informatie verstrekken om inwoners op de hoogte te brengen van zaken die staan te gebeuren in hun buurt. Bijvoorbeeld de start van de rioolwerkzaamheden en de daarbij behorende planning en contactmogelijkheden. Hiervoor gebruikt de gemeente een bewonersbrief of vraagt de uitvoerder om een bewonersbrief te sturen. 3. Informeren over een beslissing waarover in principe geen inspraak mogelijk is. Bijvoorbeeld bij de vestiging van een locatie voor kwetsbare burgers. Hiervoor organiseert de gemeente in een informatie- of inloopavond en zal zoveel mogelijk kanalen inzetten om inwoners hierover te informeren. Op een informatieavond is er altijd de mogelijkheid voor het geven van ideeën, tips of zienswijzen. Die bekijken we uiteraard nauwkeurig en zullen waar mogelijk die ook meenemen in de verdere besluitvorming en uitvoering. Dit zelfde geldt voor de uitvoering van vastgesteld beleid. Bijvoorbeeld de uitvoering van het vastgestelde groenbeleid. Op onderdelen (hoeveelheid groen, soort groen etc.) kunnen bewoners tips, ideeën en zienswijzen meegeven. Zienswijze 3 3 Wij zouden graag meer invulling willen zien hoe het college het stille midden gaat bereiken. Een uitbreiding van de gereedschapskist.

Antwoord Dit is aangevuld onder 2.3.3. in het beleidskader participatie. Zienswijze 4 4.1 Allereerst worden vrijwilligersorganisaties genoemd en specifiek de zelforganisaties als stichting samen. Prima, maar noem dan ook de sportverenigingen en de kerken! Antwoord Sportverenigingen en kerken zijn toegevoegd in de tekst. 4.2

Het stuk maakt onderscheid tussen participatie en inspraak. Voor veel bewoners ligt dat echter in elkaars verlengde, of zij zien het zelfs als hetzelfde. Als bij participatie om misschien wel goede redenen wordt gezegd "u mag alleen maar meeweten maar niet meedenken" dan denkt een bewoner al snel "dan heeft later in het proces inspraak ook geen zin!". Dat spanningsveld vindt de ChristenUnie nog onvoldoende benoemd. In het hele schema met leidende principes ontbreekt inspraak zelfs! De nota maakt ook niet duidelijk wanneer er wel en wanneer er geen inspraak is terwijl dit wel gebeurt voor participatie. Breng dat samen in deze nota!! Antwoord Het verschil tussen participatie en inspraak is inderdaad voor veel bewoners lastig te begrijpen. Daarom zal daar bij elk traject steeds weer opnieuw aandacht aan besteed moeten worden. Ambtenaren moeten participanten wijzen op de mogelijkheid tot inspraak; ook na uitgebreide participatie. Inspraak staat niet in de leidende principes. Dat klopt, omdat de inspraakprocedures niet veranderen. In de nota staat wel onderstaand schema twee keer opgenomen. 15

4.3

Onderscheid tussen meeweten en meedenken is op zich goed. Zo voorkom je te hoge verwachtingen van inwoners. Maar dan hoef je nog niet de deur helemaal dicht te gooien. Ik denk dan vooral aan de inrichting van de openbare ruimte. Het college zegt: dit is alleen "meeweten" als het gaat om uitvoering van bestaand beleid. Dus niet "meedenken" Bewoners zien misschien kansen die gemeente gemist heeft in dit vastgestelde beleid! Biedt ruimte voor bewoners dat te agenderen. Maak werk met werk. ChristenUnie ziet dit graag in de tabel met leidende principes aangepast. Laat zien dat meedenken altijd welkom is maar vertel daarbij duidelijk dat simpelweg niet alle ideeën kunnen worden gehonoreerd. Antwoord Eens, zie antwoord 2 4.4

Tenslotte mis ik in de nota ook de koppeling met het Haarlems civiel planproces waarin alle te doorlopen stappen staan als er iets in openbare ruimte wordt gedaan, dus ook de participatie en inspraak. Antwoord Het Haarlems civiel planproces en het Haarlems ruimtelijk planproces worden genoemd onder 2.1. De planprocessen komen grotendeels al overeen met het participatiekader, maar worden daar waar nodig aangepast. Zo wordt het participatieverslag als verplicht onderdeel toegevoegd.

16

Zienswijze 5 5.1 Allereerst ligt er veel nadruk op belangen van burgers. Door een transparant proces en door zoveel mogelijk belangen in beeld te hebben, kan een geode belangenafweging plaatsvinden. Deze impliciete argwaan naar participerende burgers vinden wij ongepast. Wat het belang van burgers ook is, deze doen ertoe en verdienen alle ruimte in het publieke debat en de kadervorming. Antwoord Wij zijn het eens. Ook het college vindt dat elk belang van de burger er toe doet en ruimte verdient in het publieke debat. Echter voldoen aan alle belangen is bijna nooit mogelijk. 5.2 Vastgesteld beleid staat niet ter discussie. Hiermee sla je per definitie de grootste intrinsieke motivatie van burgers kapot om te participeren. Antwoord Wanneer met participatie en inspraak een besluit tot stand is gekomen, kan het niet zo zijn dat bij de uitvoering daarvan het beleid direct weer ter discussie staat. Dit neemt niet weg dat er soms tijdens de participatie inzichten boven tafel komen, die duidelijk maken dat beleid aangepast moet worden. Dan moet dat uiteraard mogelijk zijn. Zienswijze 6 6.1 Het is OPHaarlem niet helemaal duidelijk waarom de 2011-versie van participatie-inspraak niet meer voldoen. Antwoord Veel uit de inspraakverordening uit 2011 voldoet nog. De nieuwe verordening is een aanscherping gebaseerd op ervaringen uit de samenleving.

Daarnaast ligt er nu een wet bij de tweede kamer (Wet op versterking participatie lokale overheden) die vereist dat de inspraakverordening omgezet wordt in een participatieverordening, waar naast burgerparticipatie, ook overheidsparticipatie en uitdaagrecht een plek krijgen. Deze laatste twee stonden nog niet in de inspraakverordening van 2011. 6.2 En heeft u notie genomen van de evaluatie van nota 2011: dat het eigenlijk ontbrak aan de ambtelijke inzet voor een goede uitvoering van de nota? Antwoord Op dit moment wordt een nieuw programma ‘Versterken lokale democratie’ uitgewerkt waarin de democratiewerkplaats voor ambtenaren een belangrijke programmalijn zal zijn. In deze werkplaats kunnen individuele ambtenaren, maar ook afdelingen, kennis nemen van en oefenen met de (democratische) vaardigheden die nodig zijn om het beoogde participatiebeleid uit te voeren. In deze werkplaats zal gebruik worden gemaakt van kennis en kunde van inwoners om te trainen en zal het ook mogelijk zijn om in gezamenlijkheid met inwoners te leren. Te leren van elkaar over de verschillende rollen bijvoorbeeld, maar ook gezamenlijk leren over hoe betrek ik inwoners die nog niet betrokken zijn bij beleidsuitvoering of activiteiten in de wijk.

Dit soort vragen kunnen namelijk zowel voor actieve inwoners, zoals in een wijkplatform gelden, maar ook voor ambtenaren die een participatietraject in een buurt gaan vormgeven en daar geen of weinig ervaring mee hebben. Zo wordt ervaring en kennis en kunde van inwoners betrokken bij het behalen van de ambities van het nieuwe participatiebeleid.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13836886/1