CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

4 Bijlage 3 Lijst met zienswijzen raden wijzigingsvoorstel GR ODIJ

commissie Beheer 23 mei 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19:10 uur Toestemming tot vaststellen achtste wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (RB)12.993 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 30a Tussenrapportage

1.Het algemeen bestuur stelt tweemaal per jaar een tussenrapportage vast met daarin informatie over het lopende begrotingsjaar

1.Het algemeen bestuur stelt tweemaal per jaar een tussenrapportage vast met daarin informatie over het lopende begrotingsjaar

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

17

   

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

2.In deze rapportage wordt ingegaan op de beleidsmatige en financiële tussenstand. 3.In de rapportage worden de afwijkingen in de geleverde prestaties  ten opzichte van de geraamde prestaties benoemd en toegelicht. 4.In de rapportage wordt ingegaan op de overige zaken die van belang zijn om kennis te kunnen nemen van de stand van zaken 5.De vastgestelde rapportages worden door het algemeen bestuur vóór  15 juli en 15 december aan de colleges gezonden

2.In deze rapportage wordt ingegaan op de beleidsmatige en financiële tussenstand. 3.In de rapportage worden de afwijkingen in de geleverde prestaties ten opzichte van de geraamde prestaties benoemd en toegelicht. 4.In de rapportage wordt ingegaan op de overige zaken die van belang zijn om kennis te kunnen nemen van de stand van zaken. 5.De vastgestelde rapportages worden door het algemeen bestuur vóór 15 juli en 15 december aan de colleges gezonden

Artikel 31 Rekeningresultaat

Artikel 31 Rekeningresultaat

Verrekening van het verschil tussen de betaalde voorschotten en het jaarrekeningresultaat vindt plaats onmiddellijk na vaststelling van de rekening, waarbij negatieve resultaten worden verrekend met de algemene reserve en positieve resultaten eerst dienen tot aanzuivering van de algemene reserve tot 260.000,- euro en waarna verrekening dient plaats te vinden met de deelnemers. Ophoging van de algemene reserve tot boven voornoemd bedrag ten gevolge van toetreding van nieuwe deelnemers of de uitbreiding van ingebrachte taken door bestaande deelnemers kan plaatsvinden bij besluit van het algemeen bestuur.

Verrekening van het verschil tussen de betaalde voorschotten en het jaarrekeningresultaat vindt plaats onmiddellijk na vaststelling van de rekening, waarbij negatieve resultaten worden verrekend met de algemene reserve en positieve resultaten eerst dienen tot aanzuivering van de algemene reserve tot 260.000,- euro en waarna verrekening dient plaats te vinden met de deelnemers. Ophoging van de algemene reserve tot boven voornoemd bedrag ten gevolge van toetreding van nieuwe deelnemers of de uitbreiding van ingebrachte taken door bestaande deelnemers kan plaatsvinden bij besluit van het algemeen bestuur.

Artikel 32 Financiering

Artikel 32 Financiering

1.De dienst verantwoordt zich in de begroting en de jaarstukken over  de in artikel 8 van de Wet financiering decentrale overheden genoemde gegevens, conform de bij of krachtens die wet gestelde normen en regels. Bij afwijkingen dan wel dreigende overschrijding van de in de Wet financiering decentrale overheden genoemde normen, wordt daarover afzonderlijk en onverwijld gerapporteerd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2.Als de garantstelling van één of meer deelnemers nodig is, in verband  met het aangaan van geldleningen en/of rekening courantovereenkomsten, dan wordt het conceptbesluit tot het aangaan van een geldlening, een rekening-courant-overeenkomst of het uitlenen van geld, aan de desbetreffende respectievelijk aan alle deelnemers ter goedkeuring voorgelegd 3.Voor het betalen van rente en aflossing van aan te gane geldleningen  en in rekening-courant op te nemen gelden staan de deelnemers garant voor zover ter zake door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt. De deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarin de garantie is verleend.

1.De dienst verantwoordt zich in de begroting en de jaarstukken over de in artikel 8 van de Wet financiering decentrale overheden genoemde gegevens, conform de bij of krachtens die wet gestelde normen en regels. Bij afwijkingen dan wel dreigende overschrijding van de in de Wet financiering decentrale overheden genoemde normen, wordt daarover afzonderlijk en onverwijld gerapporteerd aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2.Als de garantstelling van één of meer deelnemers nodig is, in verband met het aangaan van geldleningen en/of rekening courantovereenkomsten, dan wordt het conceptbesluit tot het aangaan van een geldlening, een rekening-courant-overeenkomst of het uitlenen van geld, aan de desbetreffende respectievelijk aan alle deelnemers ter goedkeuring voorgelegd. 3.Voor het betalen van rente en aflossing van aan te gane geldleningen en in rekening-courant op te nemen gelden staan de deelnemers garant voor zover ter zake door andere overheidsorganen geen garantie is verstrekt. De deelnemers nemen aan de garantie deel in de verhouding van het aantal inwoners op 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarin de garantie is verleend.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

Zienswijze raden en antwoord

18

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

Artikel 33 Verdeling van baten en lasten

Artikel 33 Verdeling van baten en lasten

1.De lasten van de dienst worden gedekt door:  a. bijdragen van de deelnemers voor de uitoefening van taken zoals bedoeld in artikel 16; b. bijdragen van de deelnemers aan schadevergoedingen. Deze schadevergoedingen komen volledig ten laste van de deelnemer binnen wiens aan de dienst opgedragen of overgedragen takenpakket, besluiten als bedoeld in artikel 22 zijn genomen; d. inkomsten uit de uitvoering van dienstverleningsovereenkomsten, onder meer op grond van artikel 18; e. subsidies, andere bijdragen dan de onder a van dit artikel bedoelde bijdragen en schenkingen; f. overige inkomsten; g. reserves. 2.De hoogte van de bijdragen bedoeld in het eerste lid onder a wordt voor de gemeenten Beemster, Beverwijk, Haarlem, Heemskerk, Purmerend, Uitgeest, Velsen en de provincie Noord-Holland voor de uitoefening van taken als bedoeld in artikel 16 per deelnemer telkens voor een periode van 3 jaar op basis van de door de dienst jaarlijks vastgelegde tijdschrijfgegevens door het algemeen bestuur vastgesteld.

1.De lasten van de dienst worden gedekt door: a. bijdragen van de deelnemers voor de uitoefening van taken zoals bedoeld in artikel 16; b. bijdragen van de deelnemers aan schadevergoedingen. Deze schadevergoedingen komen volledig ten laste van de deelnemer binnen wiens aan de dienst opgedragen of overgedragen takenpakket, besluiten als bedoeld in artikel 22 zijn genomen; d. inkomsten uit de uitvoering van dienstverleningsovereenkomsten, onder meer op grond van artikel 18; e. subsidies, andere bijdragen dan de onder a van dit artikel bedoelde bijdragen en schenkingen; f. overige inkomsten; g. reserves. 2.De hoogte van de bijdragen bedoeld in het eerste lid onder a wordt voor de gemeenten Beemster, Beverwijk, Haarlem, Heemskerk, Purmerend, Uitgeest, Velsen en de provincie Noord-Holland voor de uitoefening van taken als bedoeld in artikel 16 per deelnemer telkens voor een periode van 3 jaar op basis van de door de dienst jaarlijks vastgelegde tijdschrijfgegevens door het algemeen bestuur vastgesteld.

3.De hoogte van de bijdragen bedoeld in het eerste lid onder a wordt voor de gemeenten Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Zandvoort voor de uitoefening van taken als bedoeld in artikel 16 gesteld op jaarlijks een bedrag in een keer. De som in een keer wordt jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld. De basis voor de berekening van de som in een keer is de minimale afname van 1.115 uur voor gemeente Bloemendaal, 1.917 uur voor gemeente Edam-Volendam, 1.115 uur voor gemeente Heemstede, 680 uur voor gemeente Landsmeer, 621 uur voor gemeente Oostzaan, 1.070 uur voor gemeente Waterland, 1.384 uur voor gemeente Wormerland en 1.346 uur voor gemeente Zandvoort

3.De hoogte van de bijdragen bedoeld in het eerste lid onder a wordt voor de gemeenten Bloemendaal, Edam-Volendam, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Waterland, Wormerland en Zandvoort voor de uitoefening van taken als bedoeld in artikel 16 gesteld op jaarlijks een bedrag in een keer. De som in een keer wordt jaarlijks door het algemeen bestuur vastgesteld. De basis voor de berekening van de som in een keer is de minimale afname van 1.115 uur voor gemeente Bloemendaal, 1.917 uur voor gemeente Edam-Volendam, 1.115 uur voor gemeente Heemstede, 680 uur voor gemeente Landsmeer, 621 uur voor gemeente Oostzaan, 1.070 uur voor gemeente Waterland, 1.384 uur voor gemeente Wormerland en 1.346 uur voor gemeente Zandvoort

Hoofdstuk 6 Archiefbescheiden Artikel 34 Archiefbescheiden

Hoofdstuk 6 Archiefbescheiden Artikel 34 Archiefbescheiden

1.Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden  van de organen van de dienst, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld.

1.Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de dienst, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

Zienswijze raden en antwoord

19

   

  

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

2.Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de  archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken 3.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente waarbinnen de dienst is gevestigd. 4.Voor de door deelnemende gemeenten of provincie(s)  gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten of provincie(s). 5.De secretaris (-directeur) is belast met het beheer van de  archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 6.De archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de  archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats 7.Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de  archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeente of provincie 8.Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien  van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995

2.Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan het samenwerkingsverband gedelegeerde taken 3.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde bestuursorganen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente waarbinnen de dienst is gevestigd. 4.Voor de door deelnemende gemeenten of provincie(s) gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten of provincie(s). 5.De secretaris (-directeur) is belast met het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 6.De archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats 7.Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeente of provincie 8.Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995

Artikel 35 Toetreding

Artikel 35 Toetreding

1.Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van een verzoek tot  toetreding een voorstel omtrent toetreding aan de deelnemers en kan daarbij voorwaarden stellen 2.Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de  bevoegde bestuursorganen van alle deelnemers 3.De toetreding gaat in met ingang van een nader te bepalen datum,  vastgesteld door het algemeen bestuur en de nieuwe deelnemer, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten conform artikel 44 van deze regeling.

1.Het algemeen bestuur doet naar aanleiding van een verzoek tot toetreding een voorstel omtrent toetreding aan de deelnemers en kan daarbij voorwaarden stellen 2.Toetreding vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de bevoegde bestuursorganen van alle deelnemers 3.De toetreding gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en de nieuwe deelnemer, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten conform artikel 44 van deze regeling.

Artikel 36 Uittreding

Artikel 36 Uittreding

1.Een deelnemer kan besluiten uit de regeling te treden 2.Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één jaar in acht genomen. 3.Uittreding kan slechts plaatsvinden nadat het algemeen bestuur, in overleg met de deelnemer die wenst uit te treden, de financiële en overige gevolgen van de uittreding heeft bepaald

1. 2. 3.

Een deelnemer kan besluiten uit de regeling te treden. De procedure van uittreding begint zodra het algemeen bestuur het uittredingsbesluit van de deelnemer heeft ontvangen. De uittredingstermijn is drie jaar. De termijn begint te lopen na het uittredingsbesluit. De feitelijke uittreding gaat in op 1 januari. Het algemeen bestuur kan van deze termijn afwijken.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

Zienswijze raden en antwoord

Het is de wens van de raad van gemeente Haarlem om een artikel op te nemen over het uittredingsplan. Dit uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele, organisatorische

20

 

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

Zienswijze raden en antwoord

4.Een besluit tot uittreding kan niet worden genomen gedurende de eerste vijf jaar na toetreding 5.De uittreding gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en de uittredende deelnemer, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten conform artikel 44 van deze regeling 6.In afwijking van het vierde lid kan het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland binnen de eerste vijf jaar na toetreding, een besluit tot uittreding nemen

4.

consequenties die gedurende een bepaalde periode het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom (sub 4) die betaald moet worden door de uittredende deelnemer.

Uitgangspunt bij uittreding is dat de gevolgen voor rekening komen van de uittredende deelnemer. De gevolgen voor het vermogen bestaan in ieder geval uit personeelslasten en overige financiële lasten. 5. Uitgangspunt is dat het personeel, dat toe te rekenen is aan de werkzaamheden voor de uittredende deelnemer, in dienst treedt van de uittredende deelnemer. Als dit niet mogelijk is dan komen de afvloeiingskosten voor rekening van de uittredende deelnemer. 6. Onder overige financiële lasten als bedoeld in het vierde lid, wordt onder meer verstaan financiële, juridische, en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 7. Het dagelijks bestuur geeft aan een onafhankelijke derde de opdracht om een impactanalyse op te stellen. Over deze opdracht heeft het dagelijks bestuur overleg met de uittredende deelnemer. 8. De kosten voor de impactanalyse zijn voor de uittredende deelnemer. 9. Na de impactanalyse wordt een projectgroep samengesteld die het algemeen bestuur en de uittredende deelnemer op basis van de impactanalyse adviseert. 10. De projectgroep bestaat in ieder geval uit: de financiële controllers van de uittredende deelnemer; de financiële controller van de dienst; een afgevaardigde van het dagelijks bestuur; een afgevaardigde van de uittredende deelnemer. 11.

De uittreedsom is gelijk aan de afvloeiingskosten als bedoeld in lid 4, de overige financiële lasten als bedoeld in lid 6. 12. Het algemeen bestuur stelt de uittreedsom vast met in achtneming van het advies van de projectgroep. 13. De uittreedsom kan door de uittredende deelnemer gespreid betaald worden gedurende een periode van drie jaar na vaststelling van de uittreedsom.

Artikel 37 Wijziging

Artikel 37 Wijziging

1.De regeling kan worden gewijzigd indien de deelnemers hiertoe  besluiten 2.Indien het algemeen bestuur wijziging wenselijk acht, doet het een  daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers

1.De regeling kan worden gewijzigd indien de deelnemers hiertoe besluiten 2.Indien het algemeen bestuur wijziging wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers

In de huidige GRODIJ is de uittreding summier geregeld. In het nieuwe artikel is de uittredingsprocedure uitgebreider omschreven en is een indicatie gegeven van de kosten die de uittredende deelnemer moet betalen. Het artikel is een basis en wordt als een technische aanpassing gezien om aan de Wgr te voldoen. Een uitbreiding van dit artikel kan onderdeel van spoor 3 (modernisering GRODIJ) worden.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

21

  

 

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

3.Een wijziging treedt in werking op een nader te bepalen datum,  vastgesteld door het algemeen bestuur, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten conform artikel 44 van deze regeling

3.Een wijziging treedt in werking op een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur, een en ander met inachtneming van bekendmaking van de benodigde besluiten conform artikel 44 van deze regeling

Artikel 38 Opheffing

Artikel 38 Opheffing

1.De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste tweederde van het aantal deelnemers daartoe besluit 2.De in het eerste lid bedoelde besluitvorming vindt niet plaats dan  nadat het algemeen bestuur een liquidatieplan heeft vastgesteld, de raden onderscheidenlijk provinciale staten van de deelnemers gehoord 3.Het liquidatieplan voorziet tenminste in de verplichting van de  deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en voorziet tevens in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van de dienst, waaronder mede wordt verstaan de toewijzing van personeel van de dienst aan de deelnemers.

1.De regeling wordt opgeheven wanneer tenminste tweederde van het aantal deelnemers daartoe besluit 2.De in het eerste lid bedoelde besluitvorming vindt niet plaats dan nadat het algemeen bestuur een liquidatieplan heeft vastgesteld, de raden onderscheidenlijk provinciale staten van de deelnemers gehoord 3.Het liquidatieplan voorziet tenminste in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en voorziet tevens in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van de dienst, waaronder mede wordt verstaan de toewijzing van personeel van de dienst aan de deelnemers.

Artikel 39 Vereffing vermogen

Artikel 39 Vereffing vermogen

1.De dienst blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot  vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is. Bij de vereffening wordt het liquidatieplan betrokken. 2.Het dagelijks bestuur wordt als vereffenaar aangewezen.

1.De dienst blijft na zijn ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is. Bij de vereffening wordt het liquidatieplan betrokken.

Hoofdstuk 8 geschillen Artikel 40

Hoofdstuk 8 geschillen Artikel 40

Vervallen

Vervallen

Hoofdstuk 9 Aansprakelijkheid Artikel 41 Aansprakelijkheid

Hoofdstuk 9 Aansprakelijkheid Artikel 41 Aansprakelijkheid

1.De dienst verzekert zich tegen:  a. civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 2.Indien en voor zover de verzekering een voor rekening van de dienst komende schade niet dekt, komt deze voor rekening van de desbetreffende deelnemer binnen wiens aan de dienst overgedragen of opgedragen takenpakket de schadeveroorzakende gebeurtenis is voorgevallen of de dienst. 3.De afzonderlijke deelnemers verzekeren zich tegen het risico van  bestuurdersaansprakelijkheid voor structurele en/of incidentele bedrijfsschade en vermogensschade

1.De dienst verzekert zich tegen: a. civielrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen; b. wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade. 2.Indien en voor zover de verzekering een voor rekening van de dienst komende schade niet dekt, komt deze voor rekening van de desbetreffende deelnemer binnen wiens aan de dienst overgedragen of opgedragen takenpakket de schadeveroorzakende gebeurtenis is voorgevallen of de dienst. 3.De afzonderlijke deelnemers verzekeren zich tegen het risico van bestuurdersaansprakelijkheid voor structurele en/of incidentele bedrijfsschade en vermogensschade

Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk 10 Overgangs- en slotbepalingen

Zienswijze raden en antwoord

2.Het dagelijks bestuur wordt als vereffenaar aangewezen.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

22

 

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

Artikel 42 Titel en looptijd regeling

Artikel 42 Titel en looptijd regeling

1.De regeling wordt aangehaald als: de Gemeenschappelijke regeling  Omgevingsdienst IJmond 2.De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd

1.De regeling wordt aangehaald als: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond

Artikel 43 Wijziging wettelijke regelingen

Artikel 43 Wijziging wettelijke regelingen

Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen werkzaamheden als bedoeld in artikel 16 gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die overeenkomstig artikel 16 aan de dienst zijn opgedragen en overgedragen.

Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen

Zienswijze raden en antwoord

2.De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd

werkzaamheden als bedoeld in artikel 16 gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die overeenkomstig artikel 16 aan de dienst zijn opgedragen en overgedragen.

Artikel 44 Toezending, bekendmaking en inwerkingtreding

Artikel 44 Toezending, bekendmaking en inwerkingtreding

1.

1.

2.

3.

Het provinciebestuur draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1998 dan wel later op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin goedkeuring door gedeputeerde staten en inschrijving in het gemeentelijk register overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaats gevonden. De colleges van de deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing.

2.

3.

4.

Het provinciebestuur draagt zorg voor de toezending van deze regeling en van de besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing aan gedeputeerde staten. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1998 dan wel later op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin goedkeuring door gedeputeerde staten en inschrijving in het gemeentelijk register overeenkomstig artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen heeft plaats gevonden. De colleges van de deelnemers dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor bekendmaking van besluiten tot toe- en uittreding, wijziging of opheffing. Het provinciebestuur maakt de (gewijzigde) regeling tijdig in de provincie en alle deelnemende gemeenten bekend in het provincieblad.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

23

Huidige GR ODIJ

Wijzigingsvoorstel GR ODIJ

Zienswijze raden en antwoord

Artikel 44a Evaluatie

De raden van Heemstede en Wormerland constateren: Evaluatietermijn staat thans op 5 jaar. De wens van de raad is om eens in de 4 jaar te evalueren en dan wel in het 3e jaar van de bestuursperiode. De evaluatietermijn wordt aangepast. Naast de ingediende zienswijzen blijkt dat een evaluatietermijn van 4 jaar in de regel ook gebruikelijk is bij andere gemeenschappelijke regelingen. Ook de juridische klankbordgroep adviseert om de evaluatietermijn aan te passen naar 4 jaar. Wanneer de deelnemers onderling overeenstemming bereiken, kan in spoor drie de evaluatietermijn worden besproken.

1.

2. 3.

Het algemeen bestuur evalueert iedere vier jaar het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers en bepaalt hierbij de specifieke onderwerpen waar de evaluatie over gaat. Het algemeen bestuur rapporteert aan gedeputeerde staten en de colleges wat het resultaat is van de evaluatie en vermeld daarbij de conclusies. De wijze waarop de evaluatie en de rapportage plaatsvindt, wordt nader bepaald door het algemeen bestuur.

Lijst zienswijze raden Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (aanpassing m.i.v. 1 juli 2024)

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14140010/1