4 Bijlage 3 Bijlage 3 Scoretabel prioritering vervoerstypen t o v vijf gekozen variabelen
Tekst van het document
Bijlage 3: Scoretabel* prioritering vervoerstypen t.o.v. vijf gekozen variabelen Maatregel voor in te stellen vervoerstype
Luchtkwaliteit: gezondheidswinst
CO2reductie
NE zone Bestel- en vrachtauto’s*
3
3
Effect op verkeersstromen 1
Bereik- Handhaaf- Totaalbaarbaarheid score heid doelgroep 2 2 +11
Milieuzone Emissieklasse 5 personenauto’s (diesel)**
1
0
0
-1
2
+2
NE zone Taxi’s*** (NE-zone)
1
2
0
1
2
+6
Milieuzone Autobussen**/****
1
0
0
1
2
+4
NE zone Brom- en snorfietsen
1
1
0
0
1
+3
NE zone Pleziervaart en passagier-vaartuigen
0/1
0/1
0
0
0
0/+2
Mobiele werktuigen
1
1
1
0
-1
+2
(grijs gearceerd betreft vervoerstypen waarover de raad al een (principe) besluit heeft genomen) *De scores gelden na afloop van de overgangsperiode met ontheffingsmogelijkheden en vrijstellingen. Bij een nul- of zero-emissiezone is de eis géén emissie en dus all-electric. **Voor emissieklasse 5 personenauto’s en autobussen is i.v.m. landelijke regelgeving alleen een milieuzone in te stellen met scherpere eisen aan de emissie. *** Landelijke wetgeving voor het instellen van nulemissiezones voor taxi’s hangt af van de bereidheid van de huidige regering **** Voor autobussen zijn met de OV-branche afspraken gemaakt Toelichting op scores: Specialisten van adviesbureau RHDHV zijn gevraagd een score te geven op het effect van het invoeren van een bepaalde maatregel. Zij beoordeelden de maatregelen op effectiviteit door middel van een score en een korte motivatie. Hieronder staat de uitkomst van de scores. Een uitgebreide toelichting staat in het rapport “Effectenmatrix mogelijke uitbreiding nulemissiezone”. In de beoordeling is gekozen voor een puntenschaal van +3 tot -2, waarbij +3 maximaal scoort en -2 het laagste. De oplopende schaal naar +3 en -2 heeft alles te maken met de mogelijkheid om verschillende maatregelen onderling te kunnen vergelijken. Een score van +3 scoort niet alleen positief (+), maar kent ook een sterker effect dan scores van andere maatregelen.
Zo ontstaat er inzicht welke maatregel het meest efficiënt is en welke relatief het minst efficiënt is. De aanname van de scores is een maximaal effect van de maatregel ná het verlopen van de overgangsperiode met ontheffingsmogelijkheden.