4 Bijlage 2 Ontwerpnotitie Kleine Houtweg
Tekst van het document
26 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
In de rapportage is het volgende stappenplan gevolgd: 1. inventariseren biodiversiteitsambities van gemeente Haarlem; 2. analyseren ecologie van het gebied; 3. vaststellen van doelsoorten; 4. habitatseisen van doelsoorten en (mogelijk) bestaand leefgebied binnen het projectgebied bepalen; 5. soort- en project specifieke inrichtingsmaatregelen uitwerken. Aan het einde van de rapportage is een aantal project specifieke maatregelen voorgesteld die in het ontwerp geïmplementeerd kunnen worden om de biodiversiteit in het projectgebied te vergroten. Een aantal van deze maatregelen zijn overgenomen in het definitief ontwerp, zoals de aanplant van bomen, faunavriendelijk ontwerp (lage banden) en het inzaaien van een bloemenmengsel. Er zijn ook ecologische verbeteringen die voortvloeien uit de ingrepen in het ontwerp zoals de oversteekbaarheid van de weg voor fauna (wegen zijn veel smaller) en de forse toename van de oppervlakte van de parken. Een belangrijk onderdeel van ecologie in het plan is ook de bescherming van de bestaande groenstructuur en waardevolle ecologische elementen tijdens de uitvoering van het werk. Om deze reden wordt (zie ook hoofdstuk 5.2) in de voorbereidingsfase een groenbeschermingsplan opgesteld welke onderdeel wordt van het contract voor de civiele aannemer.
In gesprekken met de adviescommissie Haarlemmerhout heeft de commissie aangegeven dat de bermen van de Kleine Houtweg van specifieke ecologische waarde zijn. De bermen van de weg, met name de oostelijke berm en in mindere mate de middenberm hebben voor de stad en de Hout uitzonderlijke biodiversiteit aan stinzenplanten en andere bloeiende planten die in het kader van de herinrichting behouden dient te worden. Met de commissie is afgesproken dat zij deze bermen in kaart brengen en aanleveren om welke locaties en soorten het hier specifiek gaat. Doel is om deze bermen te beschermen tijdens uitvoering. Dat wil zeggen dat hier geen materiaal mag worden opgeslagen of materieel mag rijden. Dit is een detail dat goed verwerkt wordt in het groenbeschermingsplan en het contract voor de civiele aannemer.
5.5
Waterhuishouding
De Kleine Houtweg ligt in het zuiden van Haarlem, tussen Welgelegen en Zuiderhout. Het is een bekend probleem dat de Kleine Hout en de zuidelijke wijken te kampen hebben met wateroverlast door hoge grondwaterstanden en water wat slecht weg kan trekken uit het gebied. Voor het projectgebied is een beschouwing gemaakt van de duikers onder de Kleine Houtweg en het verdere stroomgebied van dit watersysteem. Voor de waterhuishouding en de afvoer van hemelwater in het gebied is een adviesrapportage opgesteld met berekeningen voor het vervangen van de duikers in het projectgebied. De conclusies en aanbevelingen uit de rapportage zijn hieronder beschreven. Voor het vervangen van de duikers in Zuiderhout zijn meerdere situaties beschouwd: - een afkoppelplan met de huidige duiker diameters; - een afkoppelplan met geplande verruiming duikers; - een afkoppelplan met een volledig herontwerp van de duikers. Uit deze scenario’s komt naar voren dat de dimensies van de duikers rondom Zuiderhout een sterke invloed hebben op de berekende water-op-straat binnen het projectgebied. Het vervangen van de bestaande duikers met duikers met grotere diameters leidt naar een beter functioneren van het stelsel. Echter, zijn de minimale benodigde diameters vanuit het hoogheemraadschap niet groot genoeg. De duiker onder Oosterhoutlaan veroorzaakt een knelpunt in het oppervlakte- en hemelwaterstelsel.
27 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Om de invloed op het HWA-stelsel zo veel te minimaliseren en het water-op-straat in de wijk te verminderen zijn de volgende opties onderzocht: - vervangen duikers langs Spanjaardslaan en Zuiderhoutlaan naar 1.000 mm duikers; - vervangen duiker onder Oosterhoutlaan naar een 1.000 mm duikers; - alle duikers verruimen naar 1.000 mm duikers. Tabel 5.2 geeft een overzicht van alle beschouwde scenario’s. In het adviesrapport over de waterhuishouding wordt aanbevolen om de duiker onder Oosterhoutlaan te vervangen tot ten minste 1.000 mm diameters. De duikers langs Spanjaardslaan en Zuiderhoutlaan moeten ook vervangen worden naar grotere diameters van ten minste 800 mm.
Tabel 5.2 Overzicht scenario’s Plan
Lengte aan te passen duikers (m)
Lengte water-op-straat bij 70 mm in 1 uur (m)
0
1.236
afkoppelplan met geplande verruiming duikers
127
593
afkoppelplan met herontwerp duikers
666
399
vervangen duikers langs Spanjaardslaan en Zuiderhoutlaan
416
372
vervangen duiker onder Oosterhoutlaan
15 m
307
alle duikers verruimen naar 1.000 mm
431
196
afkoppelplan met huidige duikers
Het vervangen van duikers in het projectgebied behelst een grote opgave omdat hier meerdere (oude) bomen bovenop gesitueerd zijn en er diverse hoogspanningstracés onder de duikers door lopen. Het vervangen van de duikers in het projectgebied heeft nog geen direct resultaat op het beter functioneren van het watersysteem omdat het een onderdeel is van een groter stelsel waarbij alle diameters van de duikers in het stelsel vergroot moeten worden voordat de berekende afvoercapaciteit gehaald wordt. Met andere woorden, als de duikers onder de Kleine Houtweg vervangen worden verplaatst het probleem zich naar de volgende duiker (Hildebrandlaan). Om deze reden is integraal besloten de duikers niet binnen het project herinrichting Kleine Houtweg te vervangen. Dit kan op een later moment altijd nog, als er aanleiding is om de grote bomen te kappen (bijvoorbeeld stormschade), of als ook andere duikers (stroomafwaarts) in het stelsel vervangen zijn. Wat wel wordt uitgevoerd is (nodig) onderhoud d.m.v. het reinigen van de duikers in het projectgebied. Met deze onderhoudswerkzaamheden verbetert de afvoercapaciteit van het bestaande stelsel.
5.6
Openbare verlichting
Met een aanpassing van het wegontwerp dient ook de locatie, masten en armaturen van de openbare verlichting opnieuw tegen het licht gehouden te worden. De armaturen in het projectgebied zijn allemaal voorzien van LED verlichting en het is daarmee, in de basis, niet noodzakelijk dat masten en armaturen vernieuwd worden. In de vergadering van de commissie beheer (vergadering 20 juni 2024) is gevraagd of onderzocht kan worden of vleermuisvriendelijke verlichting in het projectgebied toegepast kan worden. In principe is dit voor dit projectgebied ook altijd het uitgangspunt geweest, maar recente maatschappelijke gebeurtenissen hebben ook (wederom) het thema sociale veiligheid op de agenda van dit project gezet. Eisen met betrekking tot sociale veiligheid kunnen voor een verlichtingsontwerp conflicteren met eisen voor ecologie. Zo is bij amberkleurig licht gezichtsherkenning minder aanwezig.
28 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
In een integraal overleg tussen Gemeente Haarlem, lichtontwerper en leverancier is gekozen voor een lichtontwerp met de volgende uitgangspunten: - sociale veiligheid heeft prioriteit in het verlichtingsontwerp; - alleen de rijbaan en het oostelijke wandelpad worden verlicht (het wandelpad aan de parkzijde wordt bewust niet verlicht). Wel wordt geprobeerd om hier een mate van strooilicht terecht te laten komen. - door het projectteam wordt nog onderzocht of gewerkt kan worden met dynamische verlichting, waarbij straatverlichting feller wordt als een gebruiker passeert en afzwakt als er geen gebruikers zijn. Dit is een goede oplossing om zowel belang van sociale veiligheid als ecologie te kunnen dienen. Noordelijk deelgebied In dit deelgebied wordt het wegprofiel smaller maar blijft de wegas ongeveer gelijk. Door bewoners is verzocht om in dit gebied lichtmasten te plaatsen met historische allure welke speciaal voor Haarlem (beschermd stadsgezicht) zijn ontworpen. Uitgangspunt is hier om 11 stuks bestaande OV masten uit te nemen en de nieuwe rijbaan te verlichten met 11 stuks nieuwe masten en armaturen van het type ‘Patrimonium (zie afbeelding 5.4). In de lichtberekening kwam er net niet voldoende licht in het brede profiel, waardoor bij de parkeerplaatsen ook twee kleinere masten van het type ‘Bakenesse’ zijn toegepast. Afbeelding 5.4 Armatuur type Patrimonium
Zuidelijk deelgebied In dit deelgebied verandert het wegprofiel aanzienlijk omdat twee separate rijbanen worden samengevoegd tot één erftoegangsweg 30 km/h. Uitgangspunt in dit deelgebied is om de 49 stuks bestaande OV masten uit te nemen en niet te hergebruiken bij de herinrichting. Vanwege het samenvoegen van de rijbanen zijn er aanzienlijk minder masten nodig om de rijbaan van het nieuwe ontwerp te verlichten. In plaats van de 49 stuks bestaande masten wordt voorgesteld om de nieuwe rijbaan te verlichten met 28 stuks nieuwe masten en armaturen van het type ‘Patrimonium (zie afbeelding 5-4). De masten die aan de westzijde van het wegprofiel staan worden voorzien van een lens die ook licht vooruit werpt en zowel de rijweg als het oostelijke wandelpad voldoende verlichten. Een weergave van het verlichtingsplan is te zien in afbeelding 5.5.
29 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Afbeelding 5.5 weergave verlichtingsplan
30 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
5.7
Materialisatie
In materialisatie is een slag gemaakt ten opzichte van het schetsontwerp en het voorlopig ontwerp. De keuzes voor materialisatie van het ontwerp zijn deels doorgetrokken vanuit de keuzes die eerder zijn gemaakt in de startnotitie. Andere keuzes komen voort uit het historisch kader van Copijn of sluiten aan op bestaande materialisatie in de omgeving van het projectgebied. In het voorlopig ontwerp (inclusief profielen) is weergegeven welke materialen er worden toegepast. Hergebruik van materialen Om te inventariseren welke materialen uit het projectgebied hergebruikt kunnen worden in het nieuwe ontwerp is in de definitiefase een grondstoffenplan gemaakt. Hieruit kwam naar voren dat een aantal materialen goed hergebruikt kan worden in het nieuwe ontwerp: - hardsteen trottoirbanden (kantopsluiting noordelijk deelgebied); - gebakken klinkers keiformaat (parkeervakken noordelijk deelgebied); - kasseienverharding (onder asfaltverharding zuidelijk deelgebied). - gebakken klinkers (onder asfaltverharding zuidelijk deelgebied).
Afbeelding 5.6 Hardstenen trottoirbanden noordelijk deelgebied worden hergebruikt
De herbruikbare materialen worden tijdens de realisatie verwijderd en tijdelijk opgeslagen waarna ze een nieuwe plek krijgen bij de herinrichting. In de startnotitie is een kopje geschreven over de mogelijke aanwezigheid van een oude verharding onder het asfalt van de oostelijke rijbaan van het zuidelijk deelgebied. Hierin wordt verwezen naar de uitvoering van het verkennend bodem- en constructieonderzoek dat uitsluitsel zou moeten geven over de eventuele aanwezigheid van deze verhardingslaag. Het verkennend bodem- en constructieonderzoek is inmiddels uitgevoerd. Helaas was in de uitgeboorde asfaltcilinders geen verhardingslaag zichtbaar direct onder het asfalt van de rijbaan. Om die reden werd in eerste instantie door het projectteam gedacht dat er geen kasseienlaag onder het asfalt meer aanwezig is. Na het verder bestuderen van het bodem- en constructieonderzoek bleek dat in de boorprofielen op een aantal locaties wel een harde laag direct onder het asfalt zichtbaar is welke door de boormeester wordt geduid als ‘stenen/keien/baksteen’. Navraag bij de boormeester over zijn waarnemingen tijdens het veldwerk levert op dat hij inderdaad dacht dat er een harde laag onder het asfalt zat welke wel leek op een verharding.
31 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Naar aanleiding van deze ontdekking is besloten een aantal proefsleuven te graven in het werk waarbij gekeken kan worden wat er zich precies onder het asfalt bevindt. Er zijn een vijftal proefsleuven gegraven in het werk met de volgende doelstellingen: - bekijken van de verhardingsopbouw onder de asfaltlaag; - in kaart brengen van kabels en leidingen; - in kaart brengen van boomwortels. De proefsleuven zijn zowel uitgevoerd in het zuidelijk deelgebied (3 st.) als in het noordelijk deelgebied (2 st.). De resultaten zijn opvallend. Op alle locaties (ook noordelijk deelgebied) is een oude verharding zichtbaar, maar vrijwel overal is dit een verharding van gebakken materiaal in diverse maten en kleuren. Wel is bij de proefsleuven in zuidelijk deelgebied een strek van natuursteen kasseien gevonden, en op een aantal locaties ook een dubbele strek (boven elkaar) van natuursteen kasseien. Wat de precieze hoeveelheid en waarde van het materiaal is, is zelfs met deze proefsleuven nog moeilijk in te schatten. Dit zal echt tijdens de uitvoering duidelijk worden, waarbij ook archeologische begeleiding van belang is. Uitgangspunt in de kostenraming van het project is dat de gebakken materialen niet in het project hergebruikt kunnen worden en de natuursteen keien wel. In afbeelding 5.9 en afbeelding 5.10 zijn een aantal foto’s te zien van de aangetroffen verhardingslagen.
Afbeelding 5.7 Kasseien onder het asfalt
32 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Afbeelding 5.8 Een boorprofiel uit de oostelijke rijbaan
Afbeelding 5.10 klinkerverharding onder asfalt (noordelijk deelgebied t.h.v. huisnummer 69
Afbeelding 5.9 klinkerverharding en kasseienrand onder asfalt (zuidelijk deelgebied)
Gebakken klinkers Op de rijwegen (noordelijk- en zuidelijk deelgebied) wordt een elementenverharding (gebakken klinkers) toegepast. Hiervoor wordt de materialisatie uit de HIOR aangehouden, namelijk gebakken klinkers, dikformaat, keperverband Haarlemse mix. Ook de op de trottoirs (noordelijk deelgebied) wordt een elementenverharding van gebakken klinkers toegepast. Ook hier wordt de materialisatie uit de HIOR aangehouden, namelijk gebakken klinkers, waalformaat, halfsteensverband Haarlemse mix.
Afbeelding 5.11 Gebakken klinkers kleur Haarlemse mix (bron HIOR)
33 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Keien Om het historische karakter te benadrukken zijn zowel in het noordelijke als in het zuidelijke deelgebied natuursteen keien toegepast. In het noordelijk deelgebied is dit gedaan als rabatstrook in de fietsstraat (0,30 m) en in het zuidelijk deelgebied als dubbele strek langs de opsluitbanden. Ook de voetgangersoversteken worden in keien uitgevoerd om de oost-west verbinding met het park en de schelpenpaden te accentueren. Afbeelding 5.12 Keien in de Twijnderslaan
Schelpenpaden Om aan te sluiten op de padenstructuur van het park is gekozen om de wandelpaden in het zuidelijk deelgebied uit te voeren als schelpenpaden. Dit versterkt de verbinding met de padenstructuur in de Haarlemmerhout en geeft de gebruiker het gevoel echt een wandeling door het park te maken als deze parallel aan de Kleine Houtweg wandelt.
Afbeelding 5.13 Schelpenpaden (bocht Kleine Houtweg)
34 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
5.8
Ondergrondse infra en riolering
Ondergrondse infra Het project is besproken in het NUTS overleg van gemeente Haarlem, waarbij de netbeheerders met infrastructuur in Haarlem aanwezig zijn. Er is een aantal NUTS partijen die mee willen met het project en onderhouds- of aanpassingswerkzaamheden willen uitvoeren. Daarnaast zal de aanpassing van de kruising vragen om verleggingen van kabels en leidingen. Er zijn meerdere detectielussen aanwezig op de Kleine Houtweg welke verplaatst of verwijderd dienen te worden. Hier is een verlegging van laagspanningskabels voor nodig. Dit geldt ook voor de aanpassing van de VRI installatie kruising Kleine Houtweg - N205. Bij het intekenen van bijvoorbeeld bomen in het ontwerp is gekeken naar beschikbare ondergrondse ruimte. Met uitzondering van een enkele data- of laagspanningskabel treden hier weinig conflicten op. Riolering Voor het project is in de definitiefase een adviesrapportage opgesteld met een afkoppeladvies. In de rapportage komt naar voren dat het voor de Kleine Houtweg weinig zinvol is om een gescheiden stelsel met een nieuw HWA (hemelwaterafvoer) riool aan te leggen.
Redenen hiervoor zijn: 1 de straat is niet maatgevend of beperkend voor afkoppelingsplannen in de direct omgeving van de Kleine Houtweg (Koninginnebuurt, Zuiderhout en het Rozenprieel); 2 het aanleggen van een HWA riolering in het noordelijk deelgebied heeft een te verwaarlozen effect op de resultaten van de berekeningen van de toetsing met een bui 09 en de stresstestberekeningen met een bui van 70 mm en 90 mm in een uur. Wel is de bestaande riolering aangelegd in 1958 en gaat deze daarmee richting het einde van de levensduur. In het ontwerp is uitgegaan van het relinen van het bestaande riool. Deze werkzaamheden komen ten laste van het reliningsprogramma diepriolen in Haarlem en zijn financieel geen onderdeel van het project Kleine Houtweg. Beoogde uitvoering is wel gelijktijdig met het civiele werk.
5.9
Impressies
Afbeelding 5.14 Impressie noordelijk deelgebied
35 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Afbeelding 5.15 Impressie zuidelijk deelgebied kijkend richting het zuiden
Afbeelding 5.16 Impressie zuidelijk deelgebied kijkend richting het noorden
36 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
6 FINANCIËN 6.1
Subsidies
Belangrijkste en meest kansrijke subsidies voor aanlegkosten van het project zijn weergegeven in tabel 6.1. Er is in de ontwerpfase contact geweest met de beoordelende en subsidieverstrekkende instanties zoals het orgaan bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, de provincie Noord-Holland en de Rijksdienst voor cultureel erfgoed. Na vaststelling van het DO wordt een aanvraag ingediend.
Tabel 6.1 Belangrijkste en meest kansrijke subsidies voor project de Kleine Houtweg Thema
Regeling
Doelstelling
klimaatadaptatie
subsidie klimaatadaptatie voor fysieke uitvoeringsprojecten (UKNH22)
Noord-Hollandse gemeenten te stimuleren om uitgebreide maatregelen te nemen die de effecten van lastige maatregelen te nemen.
mobiliteit
uitvoeringsregeling subsidie kleine infrastructuur Noord-Holland 2023 (KINH2023)
Is het stimuleren van kleine infrastructuurprojecten die de verkeersveiligheid effectief, of die ertoe leiden dat het regionale fietsnetwerk wordt verbeterd, of waarmee doorfietsroutes worden gerealiseerd.
mobiliteit
gemeenschappelijke Regeling Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland
De regeling dient om de door de raden van de deelnemers (Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort) genomen besluiten inzake samenwerking op het gebied van bereikbaarheid in onderlinge afspraken vast te leggen en aldus over een langdurige periode te borgen. Met de verbetering van de doorstroom van de kruising kan aanspraak gemaakt worden op deze regeling. Vanuit de regeling is voor 2025 EUR 150.000,-toegezegd voor het project.
mobiliteit
regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025 - 2030
Haarlem heeft bij het rijk een bedrag aangevraagd voor projecten ter verbetering van de verkeersveiligheid; regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2025 - 2030 (derde tranche). Voor het project Kleine Houtweg is een bedrag aangevraagd van ongeveer EUR 200.000,00.
erfgoed
provinciale regeling: restauratie Rijksmonumenten Noord-Holland, groene monumenten
Stimuleren van het behoud van rijksmonumenten via restauratie dat publiektoegankelijk is.
37 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
7 JURIDISCH 7.1
Vergunningeninventarisatie
In de definitiefase is een vergunningenscan uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat voor uitvoering van het plan (zoals nu voorzien in het definitief ontwerp) mogelijk in meerdere categorieën vergunningen verkregen dienen te worden. Een en ander kan verder gespecificeerd worden in de volgende fasen als het ontwerp verder is uitgewerkt en de (bouw)activiteiten beter te specificeren zijn. Een beknopt overzicht van benodigde publieksrechtelijke vergunningen, ontheffingen, beschikkingen en toestemming is weergegeven in tabel 7.1.
Tabel 7-1 Overzicht van mogelijke vergunningen, ontheffingen, beschikkingen en toestemmingen Categorie
Bevoegd gezag
Proceduretijd
binnenplanse omgevingsplanactiviteit
gemeente Haarlem
8 weken behandeltermijn of 6 maanden behandeltermijn als dit is aangewezen in de omgevingsweg en/of het omgevingsbesluit, op verzoek van de aanvrager of als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart.
gemeente Haarlem
8 weken + 6 weken bezwaartermijn
sloopmelding
gemeente Haarlem
4 weken
omgevingsvergunning -
gemeente Haarlem
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit gemeentelijke monumenten
gemeente Haarlem
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
omgevingsvergunning Waterschapsverordening met betrekking tot een grondwateronttrekkingsactiviteit
Rijk/Waterschap/Hoogheemraadschap
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
omgevingsvergunning - Natura 2000activiteit
Provincie of Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bij een activiteit van nationaal belang (artikel 4.12, lid 2 Omgevingsbesluit).
6 maanden behandeltermijn + 6 weken beroepstermijn
omgevingsvergunning - flora en fauna activiteit
Provincie of Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) bij een activiteit van nationaal belang (artikel 4.12, lid 3 Omgevingsbesluit).
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
omgevingsvergunning - (technische) Bouwactiviteit
Rijksmonumentactiviteit
38 | 40
Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Rijksdienst Cultureel Erfgoed
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Categorie
Bevoegd gezag
Proceduretijd
omgevingsvergunning Omgevingsplanactiviteit kappen
gemeente Haarlem
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
verkeersbesluit
wegbeheerder
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
asbestmelding
inspectie Leefomgeving en Transport
4 weken
instemmingsbesluit of vergunning kabels en leidingen
in afstemming met netbeheerders
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
maatwerkvoorschriften geluid- en trillinghinder (uitvoering)
gemeente
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
melding - Milieubelastende activiteit toepassen van bouwstoffen (uitvoering)
gemeente
1 tot 4 weken
verkeersbesluit (tijdelijk, uitvoering)
wegbeheerder
8 weken behandeltermijn + 6 weken bezwaartermijn
bouwplaats (uitvoering)
39 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
8 PLANNING EN VERVOLG Na accordering van het definitief ontwerp door de staf en het college dient de raad akkoord te geven op het uitvoeringskrediet. Daarna wordt het DO online gepubliceerd en is de ontwerpfase afgerond. Na de ontwerpfase volgt de voorbereidingsfase waarin voorbereidingen worden getroffen om het definitieve ontwerp te realiseren. Het project wordt aanbesteed, de contracten worden geregeld en de uitvoering wordt voorbereid door de opdrachtnemer. Afbeelding 8.1 Planning vervolg herinrichting Kleine Houtweg
Tabel 8.1 Planning herinrichting Kleine Houtweg Fase
Tussenresultaten/ producten
Bevoegdheid
Planning
ontwerp
vaststellen Definitief Ontwerp (DO)
college
Q1 2026
voorbereiding
uitvoeringsontwerp (UO), aanvragen vergunningen en opstellen uitvoeringscontract
Q2-Q4 2026
realisatie
uitvoering werkzaamheden
Q4 2026 - Q3 2027
40 | 40
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: HISTORISCH KADER COPIJN LANDSCHAPSARCHITECTEN
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Bijlage I | Definitief
KLEINE HOUTWEG, HAARLEM CONCEPT: HISTORISCH KADER EN ONTWERPPRINCIPES JANUARI 2025
COPIJN LANDSCHAPSARCHITECTEN 030 26 44 333 | WWW.COPIJN.NL
COLOFON PROJECT
KLEINE HOUTWEG, HAARLEM - HISTORISCH KADER EN ONTWERPPRINCIPES
PROJECTNUMMER
24.T1192
DATUM
Januari 2025
TEAM
Sander Rombout Projectleider | landschapsarchitect Kim Borghuis Junior landschapsontwerper Marc van der Zwet Senior beplantingsspecialist
Copijn Landschapsarchitecten B.V. Gageldijk 4f 3566 ME UTRECHT Tel: +31(0)30 26 44 333 info@copijn.nl www.copijn.nl © Copijn Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
INHOUD
01 INLEIDING
02 HISTORIE
03 HEDEN
04 ONTWERPKADER
05 OPMAAT NAAR ONTWERP...
• aanleiding • rol copijn • kaderstellende notitie
• middeleeuwen • formele periode • zocher • springer • jaren 60
• randen van de hout • uitgangspunten
• wegas principe • beplantingsprincipes
• ...
01 INLEIDING
4
rol, werkzaamheden en producten in het ontwerpteam van Witteveen+Bos en de gemeente Haarlem.
INLEIDING
Uitgangspunten
Voor het project Kleine Houtweg is een kaderstellende startnotitie ‘Meer ruimte voor monumentaal Groen, Herinrichting Kleine Houtweg’, d.d. 24 mei 2024 opgesteld. De planopgave, uitgangspunten en diverse onderzoeken staan Haarlem heeft het oudste stadsbosbeschreven van Nederland. enDe zijn in een pve schets uitgetekend. Haarlemmerhout is een intrigerende plek waar in meer dan 400 jaar en bewaakt de Witteveen+Bos is penvoerder geschiedenis de waarde nog nooit zo hoog geweest is voor de afspraken die volgen uitstad. deze startnotitie.
Een verkoelend bos voor de stad, een verstilde plek voor de natuur en een heerlijk uitloopgebied voor een ferme wandeling en af en Daarnaast is een project gebied als volgt bepaald: toe een stedelijk feestje. De verweving van Haarlemmerhout en het centrum loopt langs twee lijnen; de Dreef en de Kleine Houtweg. De rode lijn markeert de grens van het scopegebied. De dominantie van de auto in het straatbeeld heeft de samenhang Het paars gearceerde gebied (randzone van de sinds de jaren ’60 nogal onder druk gezet. Dat gaat nu veranderen buitenplaats Spaar en Hout, de minigolfbaan met een herinrichting van de Kleineparken, Houtweg.
en een stukje N205) wordt niet opnieuw ontworpen, maar wordt voor In 2008 heeft Copijn een cultuurhistorische analyse en de ruimtelijke context wel in het Het eindproduct (het ontwerp). waardenstelling mogen maken voorweergegeven de Haarlemmerhout.
doet ons deugd dat dit document nog steeds een vertrekpunt in rol van Copijn is aanvullend planvorming kan zijn. MonumentenDe vragen lange ademLandschapsarchitecten en daarom en ontwerpend waarbij de opgave vooral in het is het goed nieuws dat in de herinrichting van de Kleine Houtweg perspectief dedaar Haarlemmerhout wordt gelegd. door Witteveen+Bos uitgewerkt gaat worden en van Copijn vanuit het cultuurhistorisch perspectief van depaarse Haarlemmerhout eenniet in de uitwerking maar Het gebied valt ontwerpende en adviserende rol inwordt heeft. wel betrokken in eventuele adviezen en
aanbevelingen voor vervolg zodat de wederzijdse De rol van Copijn Landschapsarchitecten aanvullend relatieis van H.Houtenen Kleine Houtweg als totaal wordt ontwerpend waarbij de opgave vooral in het perspectief van de bekeken. Haarlemmerhout wordt gelegd. Het paarse gebied valt niet in de uitwerking maar wordt wel betrokken in eventuele adviezen en aanbevelingen voor vervolg zodat de wederzijdse relatie van de Haarlemmerhout en Kleine Houtweg als totaal wordt bekeken.
In dit CONCEPT ‘Historisch kader en ontwerpprincipes’ wordt ingegaan op historisch relevante tijdslagen. Met de visie ‘verder met...’ wordt een opmaat naar het ontwerp gemaakt. Het VO wordt gemaakt door Witteveen+Bos.
Projectgebied. Rood: uitwerkingsgebied; paars: aanliggend gebied, betrokken in eventuele adviezen en aanbevelingen. 5
CITAAT KADERSTELLENDE NOTITIE “
1. Het hele zuidelijk deel van de Kleine Houtweg komt weer in lijn te liggen met het noordelijk deel, waardoor de gebruiker van deze weg de eenheid van deze verbinding sterker ervaart. Bovendien wordt de verstoring van de cultuurhistorische waarde van de weg als lange lijn tussen de stadskern en de Hout verholpen. 2. De verstoorde relatie tussen het bos- en parkgebied van de Hout (waar de Kleine Houtweg toe behoort) en het oude landgoederengebied ten oosten van de Kleine Houtweg wordt hersteld. 3. De verschillende cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en locaties langs de weg komen beter tot hun recht wanneer hun historische ruimtelijke context (gedeeltelijk) terugkeert.
Met andere woorden: de snijwond van de Kleine Houtweg kan eindelijk dichtgroeien waardoor de beleving en leefbaarheid van het hele gebied sterk verbetert.
”
KLEINE HOUT
BEKNOPTE CU
LTUURHISTO
Wim de Wagt
WEG
RISCHE ANALY
TEAM ERFGO
SE
ED | OMB
Wim de Wagt (team Erfgoed, gemeente Haarlem) 24 mei 2024 uit ‘Kleine Houtweg, beknopte cultuurhistorische analyse’
6
02 HISTORIE
7
MIDDELEEUWEN • Ontstaan van de Kleine Houtweg als secundaire verbinding tussen het stadscentrum en de Haarlemmerhout
ca. 1560. Haarlem, de Haarlemmerhout en het Spaarne. 8
FORMELE STIJL 1769
Inmeting 1756
Indicatief profiel
Plantafstand in rij
A
A
A’
Materiaal verharding Zandweg
13.7 m
A’
Beplanting/Soorten Tilia 2m
B
6.9 m
3.45 m
B
B’
B’
Details 10.3 m
Onderbrekingen t.h.v. bebouwing Openingen t.h.v. diagonaal Opmerkingen
C
C’
6.9 m
8.5 m
5.7 m
De lijnstructuur blijft op dezelfde plek liggen in dit tijdsbeeld. Ter hoogte van diagonale lijnen ontstaan ruimtes/plekken.
6.9 m
10.3 m
C
D
D’
C’
3.8 m
8.5 m
6.9 m
5.7 m 1920
10.3 m
D
1763 Kleine Houtweg - ‘Gezigt uit het Menniste Boschje by het Maagdenhuis, na de Kleine Hout-weg’
1920
D’
9 6.9 m
8.5 m
6.9 m
laanboom parkboom (context)
1763 Kleine Houtweg - ‘Aan de Herberg het Fortuin, na de Kleine Hout-weg te zien’
VROEGE LANDSCHAPSPERIODE 1799 profiel Indicatief
Inmeting 1799
Plantafstand in rij 10.3 m
A A
Materiaal verharding Zandweg
5.2?
A’
A’
Beplanting/Soorten Tilia
5.2 m
B
5.2 m
2.6 m 10.3 m
B’
B
Details
5.2?
Onderbreking t.h.v. bebouwing Ander plantmateriaal bij bijzondere bebouwing
B’
Opmerkingen C
C’ 5.2 m
5.2 m
2.6 m
10.3 m
C
D
De Kleine Houtweg als ontwikkellint voor buitenplaatsen; de eerste theehuizen en-koepels verschijnen aan de oostzijde van de Kleine Houtweg.
5.2?
C’
4m
D’
6.6 m
7.8 m 1920
5.2? 10.3 m
D
1920
D’
8.5 m
1794 Kleine Houtweg - t.h.v. Spaar en Hout (?)
6.9 m
laanboom parkboom (context)
10
ZOCHER (EN SPRINGER) 1837
Inmeting 1838
Indicatief profiel
Plantafstand in rij
Materiaal verharding Zandweg, keien(?)
10.8 m
A A
A’
A’
Beplanting/Soorten Tilia 2.7? 2.7 m
B
4m
2.7 m
Details 10.8 m
B’
B
Laan in grasstrook
B’
Opmerkingen C
1.3?
C’ 2.7 m
4 m 1.3 m 12.1 m
C
D
C’
2.7 m
D’
6m
5.4 m 1920
10.8 m
D
D’
2.7 m
6m
1920
De ontwikkeling van het Haarlemmerhout van renaissance bos naar landschapspark zorgt voor een totale afbraak van de formele opzet. Overgebleven lanen zijn o.a. de Kleine Houtweg. Zichtlijnen zijn aangebracht naar o.a. het hertenkamp en de sociëteit. Profiel wisselt in breedte t.h.v. de zichtlijnen. De ‘ware’ lijn van de Kleine Hout raakt zoekt door stedelijke uitbreidingen, hiervoor moet de laan wijken. Verspringingen in deze stedelijke wand dragen hieraan bij. Het profiel van de Kleine Houtweg wordt verdubbeld (tweede rijbaan). De afbuiging naar zuidoost wordt gevorkt en krijgt een rond karakter t.b.v. een ontsluiting naar een stadsuitbreiding die er uiteindelijke niet zal komen.
11
5.4 m
laanboom parkboom (context)
1906 Kleine Houtweg
12
1912 Kleine Houtweg
zandweg/paden tonrond
linde grasberm/zand
doorgaand pad
ronde plantranden bos, struiklaag half-open
13
1906 Kleine Houtweg
zandweg tonrond
groenstrook (opgebold) hoger dan weg
voetpad ligt hoger dan zandweg (?)
14
1905-1915 Kleine Houtweg
gebakken klinker
laag hekje
basaltkeien op overgangen wandelpad met weg
1929 Kleine Houtweg
zuidelijk: zandpad
lage hekjes later ook nog aanwezig
15
1942 Kleine Houtweg - Hofje van Willem Heythuijsen
gebakken klinker (?)
afgeronde kop groenstrook
16
1936 Kleine Houtweg
1936 Kleine Houtweg - t.h.v. Hofje van Willem Heythuijsen
laan in grasstrook
afgeronde kop groenstrook
17
1908 Aanleg trambaan
1890 Kamperlaan
1907 Eindpunt HTM
1900-1905 Begin Frederikspark
gebakken klinker t.h.v. trambaan (noord)
18
19
ZUIDELIJKE BOCHT
20
JAREN 60 Topografische kaart 1955
Indicatief profiel
Plantafstand in rij
Materiaal verharding Zandweg, keien(?)
Beplanting/Soorten Tilia
Details Laan in grasstrook
Opmerkingen De ‘ware’ lijn van de Kleine Houtweg raakt zoek door stedelijke uitbreidingen, hiervoor moet de laan wijken. Verspringingen in deze stedelijke wand dragen hieraan bij. De rijweg van de Kleine Houtweg wordt verdubbeld (toevoeging westelijke tweede rijbaan buiten de laan). De afbuiging naar zuidoost wordt gevorkt en krijgt een rond karakter t.b.v. een ontsluiting naar een stadsuitbreiding die er uiteindelijke niet zal komen.
21
BEELDMATERIAAL
1962 Kleine Houtweg - kruising met Kamperlaan/Paviljoenslaan
1965 Kleine Houtweg - zuidelijke bocht
22
03 HEDEN
23
RANDEN VAN DE HOUT
• Haarlemmerhout door de jaren heen ingepakt door de stad • Opgewaardeerde wegen doorkruisen en sluiten de Hout op (facilitateren auto) • Auto buiten zicht houden in de Hout: hoge ‘haagachtige’ groene wanden
24
Haarlemmerhout (links) t.h.v. Dreef
Haarlemmerhout t.h.v. Fonteinlaan
Haarlemmerhout (rechts) t.h.v. Spanjaardslaan
Haarlemmerhout (rechts) t.h.v. Wagenweg 25
HUIDIGE SITUATIE
KLEINE HOUTWEG
Huidig
2024
Indicatief profiel
Plantafstand in rij
Materiaal verharding Asfalt, natuurstenen band
8.7 m
A A
A’
A’
Beplanting/Soorten Tilia, Paardenkastanje t.h.v. Spaar en Hout, Quercus t.h.v. zuidelijke bocht 2.7 m
B
B’
8.7 m
B
Details Laan in grasstrook Lage paaltjes in middelste grasstrook
B’
Opmerkingen De stedelijke wand is nu volledig opgetrokken in het noorden. Tussen 1959 en 1974 gebeurd een rigoreuze verjongingsslag. Het is onduidelijk wat dit betekende voor de Kleine Houtweg: of de relatie met het Hout zeer open of gesloten is geweest. In de huidige situatie opent de Kleine Hout zich aan de weg t.h.v. de boomweide. T..h.v. de Spijkermanslaan richting het zuiden trekt een groene wand op aan de westzijde om het zicht op de auto af te schermen.
14.5 m
C
C’ C
5.8 m
D
9m
8.7 m
4.4 m
5.8 m
C’
2.9 m 2.9 m
5.8 m
D’ 1920
8.7 m
D
9m
D’
1920
26 5.8 m
4.4 m
5.8 m
2.9 m 2.9 m 4.4 m
laanboom parkboom (context)
t.h.v. Frederikspark
t.h.v. Frederikspark (Provinciehuis) 27
T.h.v.parkeergarage Mariastichting
T.h.v. boomweide Kleine Hout 28
T.h.v. buitenplaats Middelhout
T.h.v. overgang naar zuidelijke bocht 29
HEDEN
VERHARDING CONTEXT
Afbeelding 4.1 Ligt er een oude verharding onder het bestaande asfalt?
ligt er nog oude verharding (basalt keien)?
Kleine Houtweg t.h.v. Spaar en Hout 4.3
Resultaat
Het resultaat van de PVE schets (zie bijlage III) is een ontwerp waarmee wordt voldaan aan het beleid, en waar is ingesprongen op de vele kansen en mogelijkheden die dit bijzondere project op deze bijzondere locatie te bieden heeft. Er is een samenhang in de van toepassing zijnde beleidskaders. Binnen de omgevingsvisie, het groenbeleidsplan, de structuurvisie openbare ruimte (SOR) en het mobiliteitsplan is de volgordelijkheid van de beleidskaders bepaald. Omdat het project diverse uiteenlopende doelen dient zijn de prioriteiten verdeeld over de locaties waar deze het best ingevuld kunnen worden.
Dit vertaalt zich in het ontwerp als volgt (in willekeurige volgorde): 1 comfortabele en logische routing voor fietsers (noord-zuid en andersom); 2 noordelijk deelgebied comfortabele fietsstraat passend bij het karakter van de wijk; 3 versterking hoofdbomenstructuur en invulling ontbrekende schakel(s); 4 behoud van parkeerplaatsen noordelijk deelgebied; 5 zuidelijk deelgebied gemengd profiel ETW30 met comfortabele klinkerverharding; 6 duidelijkheid in materialisering en voorrangsregelingen (uitritconstructies); 7 optimalisatie van de kruising met Kamperlaan N205; 8 verbetering oostelijke toegankelijkheid Haarlemmerhout voor fietsers en voetgangers; 9 verbetering mogelijkheden fiets parkeren de Haarlemmerhout; 10 herstel en aanvullen van historische structuren en elementen; 11 minder verharding, meer groen. De uitwerking sluit aan op het klimaat- en groenbeleid. In de huidige situatie staan er 162 bomen. Het behoud van het bestaande groen is belangrijk, en om die reden worden de groeiplaatsen van de bestaande bomen zoveel mogelijk vergroot. Er kunnen veel extra bomen geplant worden en door inpassing van
21 | 33
wandelpaden Frederikspark
Witteveen+Bos | 136108/24-007.495 | Definitief 04
wandelpaden Haarlemmerhout
gebakken klinker
schelpenpad
30
CONCLUSIE WAARDES • Relevantse periode: begin 20e eeuw, Zocheriaanse invloed • Lange lijn uit de stad naar het bos • Context uit Zocher periode • Gradueel verloop van verschillende straatsegmenten • Segmenten met verschil in wanden/randen • Van smal stadsprofiel naar breed parkprofiel • Overwegend Hollandse linde bij het bos • Relatie met oostelijke parkzijde is diffuus en onduidelijk • Doorgaande as van de weg is latent aanwezig (middellijn/ zichtlijn) • Veel gezonde bomen (geen sprake van boomvervanging) AANDACHTSPUNTEN • Onduidelijke bestemming Kleine Houtweg: bos, wijk, ...? • Groene wand Hout dicht afgeplant, wederzijdse ontkenning Haarlemmerhout en Kleine Houtweg • Zuidelijk bocht: verliest contact met Haarlemmerhout • Waar eindigt de laan? • Gebied in-/uitrit P-garage verkeerskundig staat op zichzelf • Meerdere boomsoorten in laan • Beperkt aantal historische bomen MATERIAAL • Frederikspark: klinkers (ook context) • Haarlemmerhout: schelpen, asfalt • Verleden: noordelijk zand/basalt keien (?), noorden gebakken klinkers
Laanstructuur: 1769 Groene wand: 1769 Groene wand: komst trambaan? (ca. 1960)/ weren zicht op auto huidige tijd Invulling wand: Zocher (ca. 1900) Invulling ruimte: Zocher(/Springer?) (ca. 1920) Invulling ontstaan huidige tijd Stedelijke wand grijs asfalt rood asfalt klinkers 31
ZOCHERIAANS VS. 2025
32
KENMERKEN KLEINE HOUTWEG
Lijn Centrum - Hout De Kleine Houtweg is naast de Dreef de secundaire verbinding tussen het oude stadscentrum en de Haarlemmerhout
Variatie context De context varieert langs de lijn van de Kleine Houtweg van stedelijk naar parkbos, of een combinatie hiervan
33
AFWEGING
Samenhangende loper
Adressen aan de hout
Keuzes kruispunt
ZONE CENTRUM
PARKZONE FREDERIKSPARK
bocht of splitsing?
parkweg karakter open/dicht
PARK HOUT
PARKBOS HOUT
?
padenstructuur betrekken 34
VERTREKPUNTEN
Wanden
Doorgaande vloer en wanden
De wanden van de Kleine Houtweg wijken en verruimen het wegprofiel. Deze opening in ruimte wordt ook ervaren naarmate men over de weg beweegt: dichte stad naar halfopen park(bos)
Een doorgaande vloer en bomenlaan vormen de identiteit van de Kleine Houtweg, deze is over de hele weg herkenbaar
Stad - park - parkbos - stadsbos
De Hout steekt over
De context varieert tussen stedelijk en park(bos) of een combinatie hiervan
De Hout steekt de Kleine Houtweg over. Het Hout breidt zich uit tot de gevels van de historische bebouwing en betrekt het oude landgoederengebied weer bij de Hout
Zocheriaanse tijdslaag
Zuidelijke vork
Vanuit de ‘Zocheriaanse historie’ worden aanknopingspunten vertaalt naar ‘verder met ...’
De zuidelijke bocht is het einde van de bomenlaan en toegang tot de Kleine Hout. Hier ontstaat een vork waar je in verschillende richtingen het parkbos van de Hout in loopt
35
04 ONTWERPKADER
36
PRINCIPE DOORGAANDE VLOER Variant A Overstekende schelpenpaden
Variant B Doorgetrokken wegas
Voorkeur: Combinatie A en B
37
PRINCIPE DOORGAANDE VLOER In de basis... • Wegas van 4,40m breed van gebakken klinker, dikformaat, keperverband • Tonrond • Begeleidende lijn van wisselende breedte in aansluitend materiaal: basaltkeien / klinker met afwijkende kleur • As past zich aan aan de context (stedelijk - Hout)
Noord • Context: stedelijk • Breedte hele profiel: 4,80m • Begeleidende lijn: smalle molgoot beide zijden 20cm • Afwatering naar HWA (?)
Zuid • Context: park en parkbos • Breedte hele profiel: 5,40m • Begeleidende lijn: brede molgoot beide zijden 50cm • In principe geen band (Zocheriaans), bij uitzondering op kwetsbare plekken • Afwatering: naar bomen (bovengronds) of via infiltratieleiding (ondergronds)
verborgen band
zichtbare band
38
PRINCIPE DOORGAANDE VLOER DEELGEBIED NOORD
Band natuursteen
Basalt keien / aansluitend materiaal Beide zijden: 20cm Sluit aan op schelpenpaden in de Hout
Gebakken klinkers Dikformaat Keperverband Uitzondering: introductie fietspad Rood asfalt
Gebakken klinker Waalformaat Keperverband en strek
Gebakken klinker Waalformaat Halfsteensverband Sluit aan op gebakken klinkerpaden in Frederikspark
39
PRINCIPE DOORGAANDE VLOER DEELGEBIED ZUID
Gebakken klinkers Dikformaat Keperverband
Basalt keien / aansluitend materiaal Beide zijden: 50cm Oversteek in zelfde materiaal Sluit aan op schelpenpaden in de Hout
Schelpenpad
Band natuursteen (bij uitzonderingslocatie)
40
LOCATIE UITWERKINGEN/ PRINCIPES
41
LOCATIE PRINCIPE 1 • T.h.v. Frederikspark: rijloper = 4,80m • Versmalling profiel geeft parkbomen meer ruimte • Band: hergebruikte natuursteen (reeds aanwezig)
42
LOCATIE PRINCIPE 2 • T.h.v. provinciehuis: toevoeging haaks parkeren • Laanbomen toevoegen in lijn met oostelijke bomenlijn • Context: trottoir waalformaat/halfsteensverband • Band: hergebruikte natuursteen (reeds aanwezig)
43
LOCATIE PRINCIPE 3 • Kruispunt nader uit te werken • Laanbomen zover mogelijk naar elkaar toe brengen om doorgaande lijn te waarborgen • Met name: groene wand parkzijde behouden en doorzetten • Parkbomen toevoegen om ‘kritieke boom’ bij park te betrekken
44
LOCATIE PRINCIPE 4 • Uitzonderingsplek met bestaande parkeerkoffer • Schelpenpad komt aan vanuit de Hout en steekt de de Kleine Houtweg over bij nieuwe ‘opening’ de Hout in • Oversteek bestaat uit basaltkeien/aansluitend materiaal dat aansluit op schelpenpad • Toepassing natuursteenbanden, bij uitzondering
45
LOCATIE PRINCIPE 5 • De Hout steekt de Kleine Houtweg over • Verbinding tussen de Hout en landgoedgebied • Rechte schelpenpaden flankeren de weg buiten de bomenlaan • Heestergroepen worden uitgebreid tot aan het westelijke schelpenpad • Belangrijke ingangen worden breder gemaakt met onderbegroeiing van stinzen
46
LOCATIE PRINCIPE 6 • De laan eindigt bij het water • De wegas loopt verder • De vork krijgt aandacht door de plek te openen • De paden lopen vanuit hier gevorkt het bos/de Hout in • Ontwerpkeus nog te maken: ligging van plein ten opzichte van het einde van de laan en de bocht van de weg
47
LOCATIE PRINCIPE 7 • Entree naar het bos • Tussen het bos en de rijbaan ligt een groene strook • De bosvakken hebben dichte onderbegroeiing en gesloten kruinen die het gevoel van het betreden van het bos versterken • De paden houden de materialisatie van de Hout (schelpenpad) aan
48
BEPLANTINGSPRINCIPE Park
Parkbos
Bos
• De Hout wordt groter • Aansluiten op park - parkbos - bos principe • De bosvakken van de Hout vergroten richting de Kleine Houtweg • Verbrede openingen en ‘vork’ aankleden met stinzenbeplanting • Zuidelijke ingang ‘in het bos’ zetten • Verleggen paden naar Kleine Houtweg leidt tot robuuste bosvakken • Aanvullen boomweide nabij kruispunt om ‘eenzame boom’ te betrekken bij de Hout • Versimpelen padenstructuur theehuis • Bijplanten in laan waar nodig
opening met stinzen op de bosvak ‘koppen’
opening met stinzen op de bosvak ‘koppen’
gevorkte opening met stinzen op de bosvak ‘koppen’
49
BEPLANTINGSPRINCIPE
STINZEN
Stinzen op de bosvak ‘koppen’ • Stinzen op de bosvak ‘koppen’ ter aankleding van de verbrede ingangen • Historisch: stinzenbeplanting werd al gebruikt in het verleden • En is nog steeds aanwezig als beplantingstype, onderstaande foto’s afkomstig uit beheer werkplannen van de Haarlemmerhout
opening met stinzen op de bosvak ‘koppen’
opening met stinzen op de bosvak ‘koppen’
gevorkte opening met stinzen op de bosvak ‘koppen’
Stinzen in de Hout
Bosanemoon
Daslook
Boshyacint
Onderbeplanting met o.a. Zevenblad
50
BEPLANTINGSPRINCIPE
BOMEN, ONDERBEPLANTING Laanbomen/Boomweide bomen • Historisch: (Hollandse) lindes • Uniformiteit in vorm (laan) • Variatie toepassen t.b.v. biodiversiteit
Groenstrook • Historisch: grasstrook • Variatie in beheer t.b.v. biodiversiteit
Winterlinde Tilia cordata
Zilverlinde Tilia tomentosa
Nectar onder het maaimes M5 (Cruydt-Hoeck)
Hollandse linde (of Koningslinde) Tilia x europaea
Zomerlinde Tilia platyphyllos
Ruige grasstrook Spanjaardslaan 1 x per jaar maaien
Nette grasstrook Gemaaid gras (meerdere x per jaar maaien)
51
II BIJLAGE: BEPLANTINGSPLAN (INCLUSIEF ONTWERPTOELICHTING EN PLANTLIJST)
Witteveen+Bos | 142465/26-001.346 | Bijlage II | Definitief
Ontwerptoelichting Projectnaam: Kleine Houtweg Projectnummer: 24.T1192 Onderwerp: Toelichting op het definitief ontwerp beplantingsplan voor de reconstructie Kleine Houtweg te Haarlem
Opgesteld door: S. Rombout & M. van der Zwet. Datum: 19-01-2026 In opdracht van: Witteveen + Bos Projectleider: Thomas Raap
Inleiding Met de reconstructie van de Kleine Houtweg(KHW) aansluiten op de Haarlemmerhout wordt de groenstructuur versterkt. Het westelijk wegvak verdwijnt waarmee ruimte ontstaat voor wandelpad in botanische grasbermen en een versterking van de randbeplanting. Het beplantingsplan is opgesteld met als doel belangrijke waarden te koesteren dan wel te versterken. Het gaat om historische waarden vanuit de traditie van Zocher, natuurwaarden als onderdeel van Natuur Netwerk Haarlem en belevingswaarden als onderdeel van het recreatief netwerk. Voor deze waarden zijn diverse beleidsambities richtinggevend in de uitwerking. We hebben te maken met:
• • • •
• •
Groen erfgoed met rijksmonumentale status (eerste groene rijksmonument in Nederland) Zocherparken in Haarlem, historisch onderzoek en inventarisatie Stichting In Arcadie_202505-01 Zocherparken in Haarlem, beheervisie en advies_Stichting In Arcadie_2025-05-28 concept Gouden regels groen 12-2024 die voortvloeien uit onderstaande documenten: o Groenbeleidsplan 2022-2030 o Bomenbeleidsplan 2009-2019 o Actualisatie Ecologisch Beleidsplan 2013-2030 o Natuur Netwerk Haarlem o Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR Haarlem 2024) o Strategisch Plan klimaatadaptatie Beheerplan Haarlemmerhout (NL adviseurs) Kleine Houtweg Historisch kader en ontwerpprincipes (Copijn 2024)
Het doel is om zoveel mogelijk van de beleidsambities integraal in het plan te vertalen. Indien beleidsambities tegenstrijdig zijn is in overleg met de diverse beleidsafdelingen van de gemeente Haarlem zoals ecologie, groen en cultuurhistorie gezamenlijk besloten dat het Rijksmonument en daarmee de cultuurhistorie in het te reconstrueren profiel van de KHW de hoogste prioriteit heeft. Mits de aanliggende parkzones qua natuurnetwerk minimaal worden geconsolideerd. Deze aanpak is mogelijk omdat naast het reconstructieplan van de Kleine Houtweg, ook het beheer van de Haarlemmerhout ingezet kan worden voor een integrale aanpak. Jaarlijks worden voor het beheer van het park en bos, werkplannen opgesteld. Voor het gebied tussen Hertenkamp en Kleine Houtweg kan op korte termijn een werkplan worden opgesteld wat is afgestemd op dit beplantingsplan. In zekere zin ontstaat er één plan wat via het inrichtingsplan en het meerjaren-onderhoudsplan wordt uitgevoerd.
Figuur 1 Beleidsambities groen en ecologie gemeente Haarlem
Huidige situatie De Haarlemmerhout ligt op een hogere strandwal die qua richting overeenkomt met het verloop van de Kleine Houtweg. Het betreft oude zanderige gronden met goed doorlatende bodem en grondwater nabij. De aanliggende bosdelen hebben een rijke strooisellaag. Het vrijkomende deel in het plan vraagt om een vernieuwde bodemopbouw zodra het aanwezig wegvak en fundering is verwijderd. De nieuwe groeiplaats vraagt veel aandacht vanwege verdichting, afwezigheid van (stabiel) bodemleven. Aangezien in het noordelijk deel betrekkelijk weinig is veranderd voor bomen en beplantingen, beschrijft het beplantingsplan het gebied ten zuiden van de Paviljoenslaan. Momenteel wordt het zuidelijk gebied gekenmerkt door het laanbeeld opgebouwd uit twee rijen bomen van voornamelijk Linde. De boomstructuur is afzonderlijk beschreven in de Boom Effect Analyse. Kort gezegd is de vitaliteit goed en heeft veel toekomstwaarde. Daarnaast is vanwege de volheid van de laan en het bos met daarbij een grote intensiteit van kabels en leidingen in de bodem amper ruimte voor het aanplanten van nieuwe bomen. De oostelijke zijde kent in de openbare ruimte nauwelijks noemenswaardige beplanting. De grasberm onder de oostelijke rij bomen heeft qua botanische samenstelling wel grote waarde. De zoom langs de erfgrenzen heeft veel schaduwdruk en een rommelig beplantingsbeeld (foto 3).
De huidige middenberm bestaat uit voornamelijk gras met een monocultuur van gele narcissen met weinig natuurwaarde in het voorjaar. De westzijde is opgebouwd uit verspreid staande bomen met noordelijk gras en naar het zuiden een dichte beplanting in de bermen. De beplanting groeit tot op de rand en is als een haagstructuur beheerd en uitgegroeid. (foto 2)
Foto 2 foto huidige beeld zuidwaarts gezien
Figuur 3 Huidig rand oostzijde
De huidige beplantingsrand bestaat voor grote delen uit sneeuwbes (een sterk woekerende en inmiddels ongewenste exoot), afgewisseld met flinke groepen (te) grote heesters die overhangen en worden teruggesnoeid. Waardevolle groepen met Hazelaar en Hulst, maar ook soorten zoals de uitheemse Scharlaken Meidoorn(foto 4). Voor zover er onderlaag aanwezig is bestaat deze uit woekerende soorten zoals Klimop en Zevenblad. Het achterliggende bosbeeld kent een dicht bladerdak waardoor de etages van kruid- en struiklaag afnemen of reeds afwezig zijn. Het aanwezige wandelpad loopt daar voornamelijk in een ‘hol’ bosbeeld. Het vooruitzicht is dat dit doorzet indien er niet wordt gedund. Het valt buiten de werkgrens van het reconstructieplan maar heeft met de schaduwwerking invloed op het beplantingsplan.
Foto 4 Scharlaken Meidoorn
Zuidelijk in de bocht zet de opbouw van de dichte rand door. In de binnenbocht ligt een halfopen boomweide met hier en daar botanische waarde. Grote delen ruigtekruiden geven echter een onduidelijk streefbeeld. Het bestaat uit diverse bomen en grote groepen Hazelaar en Taxus (foto 5).
Foto 5 Boomweide zuidbocht met sloot in achtergrond
De ingang vanuit Zuiderhout heeft als geheel een matige kwaliteit en geeft door dichte beplantingen weinige uitnodiging voor de wandelaar om de Haarlemmerhout in te gaan.
Natuurwaarden
Op structuurniveau draagt het doorgaande bladerdak, de ecologische bermen en de beschutting van de dichte parkrand bij aan Natuur Netwerk Haarlem. De soortensamenstelling van de huidige randen is voor grote delen niet inheems. In het gebied zijn icoonsoorten aanwezig zoals Bosgeelster en Weidebosgeelster. Voorjaar 2026 worden deze door de gemeentelijk ecoloog geïnventariseerd en gemarkeerd in het veld. In de uitvoeringsfase kunnen dan gepaste beschermingsmaatregelen worden getroffen. In de aansluiting op de Zuiderhout is een onderbreking in de boomstructuur. Aanwezige kabels en leiding geven grote beperkingen om in de huidige situatie de boomstructuur op duurzame wijze te versterken.
Cultuurhistorie en de huidige situatie
De laatste landschappelijk aanpak was van Leonard Springer begin 20e eeuw. Deze verrijking met meer sierwaarde in bomen struiken en bolgewassen is in de WOII uit de Hout verdwenen. Kleinere bomen waren makkelijk te zagen voor noodzakelijk brandhout in de hongerwinter. Het volwassen materiaal van Zocher bleef staan waardoor de invloeden van Zocher nog steeds aanwezig zijn. Dit geeft het vertrekpunt voor een Zocheriaanse aanpak. De bosrand van de Kleine Houtweg is nu een groene wand die sinds jaren de wegfunctie scheidt van het parkbos. De samenhang van laan en parkbos (foto 6) uit de tijd van Zocher is niet meer aanwezig. Nabij de ingangen met ‘poort-achtige’ doorzichtjes is Zocher nog latent voelbaar. De gelaagde opbouw van rijke grasranden naar kruidlaag en heesterlaag is in de huidige situatie amper aanwezig. De nog aanwezige flinke groepsgrootte van één soort is wat ook de Zochers als een natuurlijke aanpak voor de landschapstijl hanteerden.
Foto 6 Historisch beeld begin 20e eeuw met pad, kruidenlaag en heesterranden