36 Bijlage 8 bij Bijlage 5 Rapport nader ecologisch onderzoek - Waddenbuurt
Tekst van het document
Nader onderzoek Wet natuurbescherming Waddenbuurt, Haarlem
Rapport
Nader onderzoek vleermuis Wet natuurbescherming
Locatie Kenmerk Datum
: : :
Waddenbuurt, Haarlem A3831-03/DME/no1 24 oktober 2023
Auteur Vrijgave Email Telefoon
: : : :
Dhr. D. van der Meer Mevr. Ir. J. van Kolck dvdmeer@idds.nl 06 8267 3301
Opdrachtgever
:
Stichting Pré Wonen Dhr. M Morsink
© IDDS b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
Samenvatting In opdracht van Stichting Pré Wonen is in 2023 een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Waddenbuurt te Haarlem. Deze samenvatting beschrijft de belangrijkste resultaten en conclusies van het onderzoek. Voor de volledigheid verwijzen wij u ook naar Hoofdstuk 4 Effectbeoordeling en Hoofdstuk 5 Conclusie. De opdrachtgever is voornemens het huidige woonblokken te slopen ten behoeve van nieuwbouw. Tijdens de veldbezoeken voor het vleermuisonderzoek zijn drie verschillende soorten vleermuizen waargenomen, dit waren de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. In totaal zijn in vier woonblokken verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het gaat hier om twee zomerverblijven van de gewone dwergvleermuis en drie paarverblijven van de ruige dwergvleermuis. Voor het verstoren en vernietigen van deze verblijfplaats is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. De ontheffing dient aangevraagd te worden voor de vier woonblokken waar verblijfplaatsen in zijn aangetroffen. De werkzaamheden aan de overige woonblokken kunnen aanvangen zonder ontheffing. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de woonblokken waarvoor een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
Tabel 1: Overzicht van de woonblokken waar beschermde functies zijn aangetroffen en waar een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is om de werkzaamheden uit te voeren. Adressen woonblok
Perceel nummer woonblok
Texelhof 241 t/m 319 Waddenstraat 50 t/m 96 en Zevenwoudenplantsoen 2 t/m 32 Waddenstraat 98 t/m 144 en Zevenwoudenplantsoen 34 t/m 64 Waddenstraat 194 t/m 272
HLM02-Y-2069 HLM02-Y-1533 HLM02-Y-1532 HLM02-Y-1524
Inhoudsopgave
1.1 1.2 1.3
Inleiding ........................................................................................................................ 5 Aanleiding ...................................................................................................................... 5 Doel van het onderzoek ................................................................................................. 5 Leeswijzer ...................................................................................................................... 5
2.1 2.2 2.3 2.4
Opzet van het onderzoek ............................................................................................ 6 Onderzoeksgebied ......................................................................................................... 6 Planvoornemen .............................................................................................................. 6 Resultaten quickscan Wet natuurbescherming ............................................................. 6 Onderzoeksmethodiek vleermuizen .............................................................................. 8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Resultaten ................................................................................................................... 10 Bezoek 1: zomer- en kraamverblijven ......................................................................... 10 Bezoek 2: zomer- en kraamverblijven ......................................................................... 10 Bezoek 3: zomer- en kraamverblijven ......................................................................... 10 Bezoek 4: paarverblijven en middernachtzwermen ..................................................... 10 Bezoek 5: paarverblijven en middernachtzwermen ..................................................... 10
4.1
Effectbeoordeling ...................................................................................................... 12 Vleermuizen ................................................................................................................. 12
5.1
Conclusie .................................................................................................................... 13 Vleermuizen ................................................................................................................. 13 Literatuur en bronvermelding ................................................................................... 14
Inleiding 1.1
Aanleiding
IDDS heeft in opdracht van Stichting Pré Wonen nader onderzoek naar vleermuizen uitgevoerd in de Waddenbuurt te Haarlem. De voorgenomen plannen betreffen sloop van de complexen ten behoeve van nieuwbouw. Dit nader onderzoek volgde op de door IDDS uitgevoerde quickscan (IDDS, 2023), waarin de aanwezigheid van vleermuizen niet kon worden uitgesloten. In Paragraaf 2.3 worden de resultaten van de quickscan verder besproken. Voordat een ruimtelijke ingreep uitgevoerd kan worden, moet bepaald worden of de uitvoering invloed kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden. Hiervoor is het noodzakelijk te bepalen of er sprake is van de aanwezigheid van beschermde soorten of gebieden in, of in de nabijheid van het plangebied. In dit kader is een onderzoek opgestart om te bepalen of er sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming (hierna; Wnb). Het onderhavige rapport beschrijft de bevindingen en conclusie van dit nader onderzoek. 1.2
Doel van het onderzoek
Het doel is nader te onderzoeken of: • in het plangebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden verblijfplaatsen van beschermde soorten aanwezig zijn; • de ingreep een effect heeft op de mogelijk aanwezige beschermde soorten; • er maatregelen nodig zijn om een negatief effect op beschermde soorten te voorkomen of te verzachten; • ontheffing van de Wnb benodigd is. 1.3
Leeswijzer
In Hoofdstuk 1 is de aanleiding en het doel van het onderzoek besproken en in Hoofdstuk 2 wordt het onderzoeksgebied en de gebruikte methodiek behandeld. Vervolgens worden de resultaten in Hoofdstuk 3 uiteengezet. In Hoofdstuk 4 is de effectbepaling weergegeven waarbij de resultaten van het nader onderzoek worden gespiegeld aan de verbodsbepalingen in de Wnb. Hoofdstuk 5 geeft de conclusie weer. Tot slot wordt een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.
Opzet van het onderzoek 2.1
Onderzoeksgebied
In onderstaand figuur is een luchtfoto te zien van de ligging van het plangebied. Hierop is te zien dat het plangebied binnen de bebouwde kom van Haarlem ligt. De omgeving van het plangebied bestaat uit appartementencomplexen, woningen, wegen, waterlichamen en stadsparken.
Het plangebied bestaat uit elf appartementencomplexen die opgetrokken zijn uit bakstenen. De complexen zijn vier bouwlagen hoog en hebben een plat bitumen dak. De ruimten tussen de complexen zijn opgevuld met plantvakken die onder andere bestaan uit gazon, struiken en bomen. Tussen de complexen lopen diverse straten en is ook veel verharding aanwezig. 2.2
Planvoornemen
De opdrachtgever is voornemens om de appartementencomplexen te slopen en te vervangen voor nieuwbouw. Mogelijk worden hierbij bomen of struiken gerooid. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan waterlichamen. 2.3
Resultaten quickscan Wet natuurbescherming
In een eerder stadium is door IDDS een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (IDDS, 2023). Uit deze quickscan komt het onderstaande naar voren, wat tevens is weergegeven in Figuur 2.
Vleermuizen: de opstallen binnen het plangebied zijn geschikt als zomer-, individueel winter-, massawinter-, paar- en kraamverblijfplaats voor meervleermuis, laatvlieger, kleine, gewone en ruige dwergvleermuis. Nader onderzoek naar gebouwbewonende soorten moeten uitwijzen of het plangebied een functie vervult voor vleermuizen. Vogels zonder jaarrond beschermd nest: binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden staan bomen waar algemene broedvogels in kunnen broeden. Algemene vogelsoorten die broeden zijn gedurende deze tijd beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten, dient een broedvogelinventarisatie gedaan te worden door een deskundig ecoloog. Indien tijdens een broedvogelinventarisatie broedende vogels aanwezig zijn, moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest verlaten is. Ekster: de ekster maakt zelf een bolvormig nest in de bomen die rondom de te slopen complexen staan. Deze vogelsoort is gedurende het broedseizoen beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd).
Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden of voor het broedseizoen te beginnen en continu door te werken tijdens het broedseizoen, zodat vogels niet tot broeden komen in het plangebied.
2.4
Onderzoeksmethodiek vleermuizen
De onderzoeksinspanning voor dit nader onderzoek is bepaald aan de hand van de door IDDS uitgevoerde quickscan (IDDS, 2023), waarin de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied niet kon worden uitgesloten. Bij het uitvoeren van dit onderzoek naar het voorkomen van beschermde vleermuissoorten en de functionaliteit van het leefgebied is gewerkt volgens de richtlijnen die zijn opgesteld door de provincies (Kennisdocumenten, BIJ12) en het landelijk vastgestelde vleermuisprotocol (Gegevensautoriteit Natuur, Zoogdiervereniging en Netwerk Groene Bureaus, 2021). Het vleermuisprotocol stelt dat in het donker 75% van het onderzoeksgebied te overzien moet zijn, anders moet een extra waarnemer(s) worden ingezet totdat hier wel aan voldaan is. Op basis hiervan is de onderzoeksinspanning bepaald. Hierbij zijn strategische locaties en looproutes (Figuur 3) bepaald om zodoende voldoende zicht over het onderzoeksgebied te krijgen.
Het onderzoek is uitgevoerd met batdetectors van het type Elekon Batlogger M, Pettersson M500 en Pettersson D240x met opnameapparatuur. Met deze apparatuur is het mogelijk de ultrasone geluiden van vleermuizen hoorbaar te maken. In de avond verlaten vleermuizen hun verblijfplaats en tijdens de vroege ochtend komen vleermuizen terug. Op deze manier kunnen verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden binnen een plangebied of een landschap worden vastgesteld. Aanvullend is in het najaar gebruikt gemaakt van warmtebeeldcamera’s van het type Guide IR TK611 19mm.
De onderzochte vleermuissoorten en bijbehorende functies zijn weergegeven in Tabel 1. Er zijn (vrijwel) geen kraamverblijven van de ruige dwergvleermuis bekend in Nederland, de vrouwtjes van deze soort trekken naar Oost-Europa voor de kraamperiode. Desalniettemin is deze functie voor de volledigheid wel meegenomen in dit onderzoek. Tabel 2: Overzicht van de onderzochte functies (groen) per vleermuissoort. Soort / functie
Zomerverblijf
Paarverblijf
Kraamverblijf
Massawinterverblijf
Essentieel foerageergebied
Essentiële vliegroute
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis
In de quickscan kon de laatvlieger niet uitgesloten worden, daarom zijn in het voorjaar (onderzoek naar zomer- en kraamverblijven) drie veldbezoeken uitgevoerd. In het najaar (onderzoek naar paarverblijven) zijn twee veldbezoeken gebracht aan het plangebied. Een overzicht van de veldbezoeken is weergegeven in Tabel 2. Het onderzoek is uitgevoerd door deskundig ecologen van Teia en IDDS. Tabel 3: Veldbezoeken vleermuizen, weersomstandigheden en bijzonderheden (Bron: Buienradar). Bezoek
Datum
Tijd
Zonsondergang/ opgang
1
20-05-2023
21:28 tot 23:51
21:36
Droog, 15°, NO 4, helder
9
2
10-06-2023
21:51 tot 00:17
22:02
Droog, 22°, NO 3, helder
9
3
11-06-2023
02:06 tot 05:20
05:20
Droog, 18°, N 2, helder
9
4
17-08-2023
21:00 tot 02:00
21:03
Droog, 18°, O 2, bewolkt
2
5
07-09-2023
20:16 tot 02:00
20:16
Droog, 23°, NO 2, helder
2
Weersomstandigheden
Aantal onderzoekers
Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten van de veldbezoeken besproken worden. De zicht- en audio waarnemingen van de uitgevoerde bezoeken worden hieronder per bezoek uiteengezet. Op deze manier kan een compleet beeld geschetst worden van de situatie ter plaatse. 3.1
Bezoek 1: zomer- en kraamverblijven
Op 20 mei 2023 heeft het eerste bezoek plaatsgevonden. Tijdens dit bezoek zijn drie soorten vleermuizen waargenomen. Eénmaal is een overvliegende rosse vleermuis waargenomen en een paar keer een ruige dwergvleermuis. De gewone dwergvleermuis was het meest aanwezig, zowel langsvliegend als foeragerend. Deze soort is tevens éénmaal uitvliegend waargenomen. Dit was aan de zuidgevel van het blok aan de Waddenstraat 194 t/m 272 (Figuur 4). Het betreft hier een zomerverblijf van één gewone dwergvleermuis. Overige verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. 3.2
Bezoek 2: zomer- en kraamverblijven
Op 10 juni 2023 heeft het tweede bezoek plaatsgevonden. Tijdens dit bezoek zijn wederom de rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis waargenomen. Waarbij de eerste genoemde soorten enkel langsvliegende werden waargenomen. De gewone dwergvleermuis werk tevens foeragerend waargenomen. Tijdens dit bezoek zijn geen uitvliegende vleermuizen waargenomen. Dit betekent dat geen nieuwe verblijfplaatsen zijn vastgesteld binnen het plangebied. 3.3
Bezoek 3: zomer- en kraamverblijven
Op 11 juni 2023 heeft het derde bezoek plaatsgevonden. Tijdens dit ochtendbezoek is een nieuw zomerverblijf aangetroffen. Dit zomerverblijf bevindt zich in dezelfde gevel als waar het eerste verblijf is aangetroffen, hier werd een gewone dwergvleermuis invliegend waargenomen (Figuur 4). Daarnaast zijn wederom overvliegende rosse en ruige dwergvleermuizen waargenomen. Naast het tweede zomerverblijf, zijn geen andere verblijfplaatsen vastgesteld. 3.4
Bezoek 4: paarverblijven en middernachtzwermen
Op 17 augustus 2023 heeft het vierde bezoek plaatsgevonden. Het was over het algemeen een behoorlijk rustige avond. Naarmate het later werd, nam de vleermuis activiteit toe. Dit betrof voornamelijk langsvliegende en foeragerende gewone dwergvleermuizen. Hierbij werden af en toe sociale geluiden gemaakt wanneer in groepjes werd gevlogen. Dit betrof dus geen afbakening van een paarterritorium maar andere onderlinge communicatie. Rond 00.30 uur werd een baltsende ruige dwergvleermuis waargenomen die onophoudelijke sociale geluide maakten. Dit was op de kopse gevel van het blok aan de Waddenstraat en het Zevenwoudenplantsoen (Figuur 4). Zwermende vleermuizen of overige gedragsindicaties die duiden op verblijfplaatsen, zijn niet waargenomen. 3.5
Bezoek 5: paarverblijven en middernachtzwermen
Op 7 september 2023 heeft het vijfde bezoek plaatsgevonden. De situatie tijdens dit bezoek kwam grotendeels overeen met het vierde bezoek. De enige vleermuissoorten die zijn waargenomen, betreffen de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Het paarverblijf van de ruige dwergvleermuis wat tijdens het vierde bezoek is waargenomen, was ook tijdens dit bezoek actief. Daarnaast zijn twee nieuwe paarverblijven van ruige dwergvleermuizen waargenomen. Op deze locaties (het blok aan het Texelhof 241 t/m 319 en
Zevenwoudenplantsoen 2 t/m 32) werden continu sociale geluiden waargenomen van ruige dwergvleermuizen die vanuit de gevel riepen. Zwermende vleermuizen of overige gedragsindicaties die duiden op verblijfplaatsen, zijn niet waargenomen. Onderstaand figuur laat alle verblijfplaatsen zien die tijdens dit onderzoek zijn waargenomen.
Effectbeoordeling In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek getoetst aan de verbodsbepalingen in de Wnb. Op die manier wordt bepaald of het noodzakelijk is een ontheffing van de Wnb aan te vragen. 4.1
Vleermuizen
Naar aanleiding van de quickscan bleek dat binnen het plangebied alleen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig kunnen zijn. Daarom zijn de beschermde functie essentiële vliegroute en essentieel foerageergebied bij de effectbeoordeling buiten beschouwing gelaten. Verblijfplaatsen In artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb is opgenomen dat het verboden is voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van o.a. vleermuizen te beschadigen of te vernielen. Tevens is het verboden dieren opzettelijk te verstoren. Het plangebied omvat 11 woningblokken in de Waddenbuurt in Haarlem. In vier van de 11 woningblokken zijn verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Het slopen van deze woningblokken zorgt voor overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb, namelijk het vernielen van voortplantings- en rustplaatsen en het verstoren van de desbetreffende individuen die gebruik maken van deze verblijfplaatsen. Om de werkzaamheden aan deze blokken uit te mogen voeren, is het daarom noodzakelijk om een ontheffing van de Wnb aan te vragen. De werkzaamheden aan de overige woonblokken kunnen aanvangen zonder ontheffing aangezien hier geen beschermde functies zijn aangetroffen. De woonblokken liggen vergenoeg uit elkaar zodat ze niet binnen de verstorende invloedsfeer van de aangetroffen verblijfplaatsen aanwezig zijn.
Conclusie In dit hoofdstuk zullen nogmaals kort de conclusies worden getrokken naar aanleiding van de resultaten van het uitgevoerde nader onderzoek. 5.1
Vleermuizen
In het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en drie paarverblijven van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Een ontheffing van de Wnb met betrekking tot de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis is noodzakelijk om de werkzaamheden aan de woonblokken met verblijfplaatsen uit te kunnen voeren. De werkzaamheden aan de woonblokken zonder verblijfplaatsen kunnen aanvangen zonder ontheffing van de Wnb. Een overzicht van de vleermuis bevindingen is weergegeven in Tabel 3. In Tabel 4 is een overzicht weergegeven voor welke woonblokken een ontheffing van de Wnb noodzakelijk is. Tabel 4: Overzicht van de functies van het plangebied voor vleermuizen. Massawinterverblijf
Essentiële vliegroute
Essentieel foerageergebied
Nee
Nee
N.v.t
N.v.t
Nee
N.v.t
N.v.t
N.v.t
Nee
Nee
N.v.t
N.v.t
N.v.t
Nee
Nee
N.v.t
N.v.t
N.v.t
Nee
Nee
N.v.t
N.v.t
N.v.t
Zomerverblijf
Paarverblijf
Kraamverblijf
Gewone dwergvleermuis
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Nee
Ja
Kleine dwergvleermuis
Nee
Laatvlieger
Nee
Meervleermuis
Nee
Soort / functie
Tabel 5: Overzicht of een ontheffing nodig is per woonblok. Adressen woonblok
Perceel nummer woonblok
Ontheffing nodig
HLM02-Y-2071
Nee
Texelhof 321 t/m 399
HLM02-Y-2070
Nee
Texelhof 241 t/m 319
HLM02-Y-2069
Ja
Vlielandhof 1 t/m 79
HLM02-Y-1537
Nee
Vlielandhof 2 t/m 80
HLM02-Y-1538
Nee
HLM02-Y-1533
Ja
HLM02-Y-1532
Ja
HLM02-Y-1526
Nee
Schiermonnikoogpad 50 t/m 80 Waddenstraat 146 t/m 192
HLM02-Y-1525
Nee
Waddenstraat 785 t/m 863
HLM02-Y-1523
Nee
Waddenstraat 194 t/m 272
HLM02-Y-1524
Ja
Terschellingpad 1 t/m 31 en Texelhof 26 t/m 72
Waddenstraat 50 t/m 96 en Zevenwoudenplantsoen 2 t/m 32 Waddenstraat 98 t/m 144 en Zevenwoudenplantsoen 34 t/m 64 Gaasterlandstraat 1 t/m 47 Schiermonnikoogpad 2 t/m 32
Literatuur en bronvermelding Literatuur BIJ12, 2017. Kennisdocumenten Soorten - Natuurbescherming, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht Broekhuizen, S. e.a., 2016. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Diets, C., Kiefer, A, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist. Netwerk Groene Bureaus en Zoogdiervereniging, 2020. Vleermuisprotocol 2021. Zeisterweg 14, Odijk IDDS, 2023. Quickscan Wet natuurbescherming Waddenbuurt, Haarlem. Noordwijk. Internetbronnen www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen www.telmee.nl www.verspreidingsatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl www.bij12.nl www.waarneming.nl