34 Bijlage 6 bij Bijlage 5 Quick scan externe veiligheid Waddenbuurt
Tekst van het document
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
Project
256394
Datum
31 oktober 2025
Auteurs Review
R.J.J. Fiering M.H. Ottink
Versie nr.
1.2
Opdrachtgever
Stg Pré Wonen T.a.v. M. Buis Postbus 2008 2002 CA Haarlem
Adviesgroep AVIV BV / aviv.nl
Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede
053 20 97 200 info@aviv.nl
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
1 Inleiding Men is voornemens elf verouderde portiekflats in de Waddenbuurt in Haarlem te slopen en te vervangen door nieuwbouw (ca. 500 woningen). Het planvoornemen, weergeven in figuur 1, past niet binnen het huidige omgevingsplan. De herontwikkeling ligt nabij een LPG-tankstation en een hogedruk aardgasbuisleiding, ten westen van het plangebied. In het kader van omgevingsveiligheid wordt een verkenning uitgevoerd die de relevante risicobronnen in de nabije omgeving van het plangebied in kaart brengt. Uit de verkenning blijkt of vervolgonderzoek nodig is. In deze notitie worden de conclusies van deze verkenning gepresenteerd.
Figuur 1.
Planvoornemen Haarlem
2 Normstelling externe veiligheid Milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee doordat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van een risicobron met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Onder de Omgevingswet worden de externe veiligheidsrisico’s beoordeeld op basis van een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR). Het PR is de kans op overlijden van een onbeschermd persoon die continu op één plek aanwezig is als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. In het kader van het groepsrisico moet binnen aandachtsgebieden rekening gehouden worden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval. De Omgevingswet rust op drie pijlers:
2
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [1] Beschrijft in Bijlage VII de milieubelastende activiteiten met gevaarlijke stoffen en bijbehorende te berekenen of aan te houden PR-afstanden en aandachtsgebieden. 2. Besluit activiteit leefomgeving (Bal) [2] Beschrijft de milieubelastende activiteiten met (gevaarlijke) stoffen met een kleinere gevaarzetting dan die genoemd in het Bkl en bijbehorende aan te houden (veiligheids)afstanden. 3. Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) [3] Beschrijft in hoofdstuk 4 de aanvullende bouweisen die binnen een aandachtsgebied van toepassing kunnen worden verklaard.
2.1
Plaatsgebonden risico Voor zeer kwetsbare gebouwen1 (bijv. ziekenhuis, penitentiaire inrichting, kinderdagverblijf) en kwetsbare gebouwen en locaties (bijv. woningen, grote kantoren) is de plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 per jaar een grenswaarde (art. 5.7 Bkl) waar niet van afgeweken mag worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties is dit een standaardwaarde (art. 5.11 Bkl) waar gemotiveerd van af geweken mag worden.
2.2
Aandachtsgebied Een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Op basis van drie typen effecten die kunnen optreden bij een ongeval met gevaarlijke stoffen, worden drie verschillende aandachtgebieden bepaald: • Brandaandachtsgebied (BAG). • Explosieaandachtsgebied (EAG). • Gifwolkaandachtsgebied (GAG). De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. De onder de voormalige wetgeving gehanteerde groepsrisicografiek (fN-curve) is in het Bkl vervangen door de beschouwing van de mate van bescherming binnen aandachtsgebieden. Het noemen van het aantal van tien personen betekent dus niet meer dat de kans berekend moet worden. Maar dit mag wel, bijvoorbeeld als onderbouwing voor eventuele aanvullende maatregelen binnen een aandachtsgebied.
1 De definities van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties zijn opgenomen in
Bkl Bijlage VI
3
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
Een LPG-tankstation (Bkl bijlage VII, A.1a) heeft een brand- en explosieaandachtsgebied. Het BAG bedraagt 60 m rondom het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding, de aansluitpunten van die leiding en de pomp. Binnen deze afstand dient rekening gehouden te worden met de mogelijke effecten van een plasbrand. Het EAG bedraagt 160 m rond het vulpunt en de bovengrondse opslagtank. Voor een ondergrondse opslagtank geldt geen EAG. Voor hogedruk (aardgas)buisleidingen is alleen een BAG van toepassing, waarvan de omvang afhankelijk is van de diameter en de druk van de buisleiding (Bkl bijlage VII, D.2). De aandachtsgebieden worden getoond op het Portaal Atlas Veiligheid [4].
2.3
Voorschriftengebied Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen (ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied (art. 5.14 Bkl)). Dat kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. Een voorschriftengebied mag niet groter zijn dan een aandachtsgebied. Een gemeente kan ook besluiten geen voorschriftengebied aan te wijzen. Locaties binnen brand- en explosieaandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegestaan moeten altijd als voorschriftengebied aangewezen worden (art. 5.14 Bkl). In het aangewezen voorschriftengebied gelden conform Bbl aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Voor gedeelten van een bouwwerk buiten het voorschriftengebied gelden deze aanvullende bouweisen niet. Binnen een gifwolkaandachtsgebied (GAG) is het niet mogelijk een voorschriftengebied aan te wijzen waar aanvullende bouweisen gelden. De te treffen bouwkundige maatregel tegen een gifwolk is het handmatig kunnen uitschakelen van een mechanisch ventilatiesysteem. Dit is al een standaard bouwkundige eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl art. 4.124, lid 4) en geldt zowel voor (vervangende) nieuwbouw als voor tijdelijke bouwwerken (Bbl art.4.129).
2.4
Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied. Het omgevingsplan is de uitwerking van het beleid van de gemeente over hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en
4
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
beschermen. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving.
3 Externe veiligheid scan Het plan betreft een herontwikkeling van de Waddenbuurt in Haarlem. Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van de nabijgelegen risicobronnen, namelijk een LPG-tankstation aan de Europalaan en de hogedruk aardgasbuisleiding W-532-01. Uit de figuur is op te maken dat het plangebied buiten het brand- en explosieaandachtsgebied van het LPG-tankstation ligt [4]. Het plaatsgebonden risico 10-6 (PR) van het LPG-tankstation is niet groter dan de aandachtsgebieden, waardoor het PR geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Een nadere EV-beschouwing van deze risicobron is niet van toepassing. Het plangebied ligt tevens buiten het brandaandachtsgebied van de buisleiding [5]. Het plaatsgebonden risico 10-6 (PR) van de buisleiding is niet groter dan de aandachtsgebieden, waardoor het PR geen belemmering vormt voor het planvoornemen. Een nadere EV-beschouwing van deze risicobron is niet van toepassing. N.B. Informatie over de omvang van de aandachtsgebieden zijn afkomstig van de PAV-kaart [4]. Uit navraag bij de Gasunie blijkt echter dat het BAG van de hier beschouwde buisleiding niet correct wordt weergegeven op de PAV-kaart. Figuur 2 geeft de juiste weergave van het BAG van deze buisleiding, zoals aangegeven door de Gasunie [5].
5
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
Figuur 2.
Aandachtsgebieden na info Gasunie [4, 5]
4 Conclusie Voor de herontwikkeling van de Waddenbuurt in Haarlem is een EV-onderzoek (quick scan) uitgevoerd; de relevante risicobronnen zijn in kaart gebracht en getoetst aan de Omgevingswet. Uit het onderzoek is gebleken dat het plangebied volledig buiten de aandachtsgebieden en PR 10-6-contouren van de nabijgelegen risicobronnen ligt. Nader EV-onderzoek naar deze risicobronnen is daardoor niet van toepassing.
6
Quick scan externe veiligheid / Herontwikkeling Waddenbuurt te Haarlem
Referenties 1.
Ministerie BZK
2018
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Stb. 2018, 292 Laatst gewijzigd Stb. 2025, 166
2.
Ministerie BZK
2018
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Stb. 2018, 293 Laatst gewijzigd Stb. 2025, 199
3.
Ministerie BZK
2018
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Stb. 2018, 291 Laatst gewijzigd Stb. 2024, 368
4.
Ministerie I&W
2025
Portaal Atlas Veiligheid, geraadpleegd oktober 2025 https://www.registerexterneveiligheid.nl/pav-kaarten
5.
Gasunie
2025
Email correspondentie, d.d. 22-10-2025
7