CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Collegereactie Rekenkameronderzoek naar overlast in de openbare ruimte

commissie Bestuur 13 november 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18:00 uur Rapport Rekenkamer - onderzoek naar overlast in de openbare ruimte (JW)3.090 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Collegereactie Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid ‘Overlast in de openbare ruimte’ datum: 16 september 2025 registratienummer: 2025/654768

Onderwerp:

Collegereactie onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid ‘Overlast in de openbare ruimte’

Geachte gemeenteraad, Het college heeft kennisgenomen van het onderzoeksrapport ‘Rekenkameronderzoek naar overlast in de openbare ruimte; weinig concreet beleid, veel resultaat’, opgesteld door onderzoeksbureau Enneüs. Met deze brief geeft het college een reactie op het onderzoeksrapport. Rekenkameronderzoek overlast In september 2024 is de Rekenkamer een onderzoek gestart naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het Haarlemse beleid tegen overlast. Met dit onderzoek wil zij de gemeenteraad inzicht geven in de werking van dit beleid. Onderzoeksopdracht Bij het vaststellen van de onderzoeksopdracht is aan de onderzoeksbureaus meegegeven bijzondere aandacht te besteden aan het perspectief van inwoners, door hen op verschillende manieren te raadplegen. Ook de coördinatie en samenwerking tussen de verschillende beleidsdomeinen die te maken hebben met overlastbestrijding is onderdeel van de onderzoeksopdracht. De centrale onderzoeksvraag die is meegegeven luidt als volgt: Is het beleid van de gemeente Haarlem doelmatig en doeltreffend in het bestrijden van overlast? Uitvoering onderzoek Onderzoeksbureaus Enneüs en StiBaBo hebben opdracht gekregen voor de uitvoering van het onderzoek. Zij zijn in september 2024 met het onderzoek gestart. In juli 2025 is het onderzoeksrapport opgeleverd.

Bij het onderzoek is gefocust op het beschikbare Haarlemse veiligheidsbeleid, de ervaringen van ambtenaren die werken voor de afdeling Veiligheid en Handhaving en is het perspectief van de burgemeester als portefeuillehouder veiligheid bevraagd. Ook zijn groepsgesprekken gehouden met wijkagenten en met één van de drie buurtouderinitiatieven. Daarnaast zijn enquêtes verstuurd naar inwoners die in 2024 een overlastmelding hebben gedaan bij de gemeente en naar buurtverenigingen waar de gemeente contact mee onderhoudt. Onder een steekproef van 10 inwoners die een overlastmelding hebben gedaan bij de gemeente zijn verdiepende telefonische interviews afgenomen. En onder 19 passanten is een mini-interview afgenomen over overlast in de openbare ruimte. Tenslotte is een afvaardiging van vier raadsleden namens de raad bevraagd over hun ervaringen ten aanzien van de effectiviteit van het Haarlemse overlastbeleid.

1/8

Conclusie van het onderzoeksrapport en resultaten Het onderzoek laat een tweeledig beeld zien. De conclusie luidt dat de uitvoering wel, en het beleid van de gemeente Haarlem niet doelmatig en doeltreffend is in het bestrijden van overlast. Daarbij wordt aangegeven dat het gemeentelijk beleid weinig concreet geformuleerde ambities zonder meetbare doelen bevat, waardoor de effectiviteit moeilijk is vast te stellen. Naar aanleiding van het onderzoek worden er vijf conclusies getrokken: 1. Doelmatige en doeltreffende uitvoering is onvoldoende verankerd in beleid 2. Communicatie en afhandeling bij overlastmeldingen kunnen beter 3. Integrale gebiedsgerichte aanpak kan versterkt worden 4. Ambtelijke en bestuurlijke partijen geven de voorkeur aan preventie, terwijl inwoners en raad vooral pleiten voor strengere handhaving 5. Jeugdoverlast vraagt om specifieke aanpak Algemene reactie van het college Het college heeft met grote interesse van de onderzoeksresultaten kennisgenomen. Zij erkent de conclusies van de onderzoekers dat overlast een breed begrip is dat veel verschillende thema’s omvat en daarnaast een grote mate van subjectiviteit kent. Het college waardeert de inzet van de Rekenkamer om, ondanks de brede scope van het onderzoeksonderwerp, tot een afgebakend onderzoeksrapport te komen met concrete resultaten.

Het college snapt dat er daarom keuzes moeten worden gemaakt en dat de onderzoekers de keuze hebben gemaakt om zich alleen te focussen op de gemeentelijke inzet vanuit het veiligheidsdomein en de inzet vanuit het fysiek en sociaal domein alsook de inzet van de gebiedsmedewerkers buiten beschouwing te laten. Echter heeft dit wel impact op de aanbevelingen en conclusies van het rapport waarbij het college de integraliteit mist. We gaan daar in onze reactie hieronder verder op in. De onderzoekers concluderen dat het beleid niet doelmatig en doeltreffend is, echter de vraag is of deze conclusie kan worden getrokken aangezien de onderzoekers ook aangeven dat de effectiviteit moeilijk vast te stellen is. Daarnaast is het goed te lezen dat onze handhavers, de veiligheidscoördinatoren en belangrijke partners als de politie in de praktijk effectief aan het werk zijn om overlast in onze gemeente aan te pakken. Ook het college ervaart de huidige inzet van onze ambtenaren en de politie als positief.

2/8

Reactie van het college op de aanbevelingen Conclusie 1: Doelmatige en doeltreffende uitvoering is onvoldoende verankerd in beleid De aanbevelingen aan de raad zijn erop gericht de raad de overweging te laten maken data met betrekking tot overlast in de openbare ruimte consequent te monitoren en een integraal en meetbaar beleidskader vast te stellen voor de aanpak van overlast. Hoewel deze aanbevelingen zijn gericht aan de raad geeft het college de raad drie overwegingen mee in dezen. De definitie ‘overlast’ is te breed Het college begrijpt de aanbeveling van het onderzoeksbureau voor een integraal beleidskader ten aanzien van overlast, maar geeft ook mee dat het niet goed mogelijk is om deze aanbeveling uit te voeren. Zoals ook uit het onderzoek zelf naar voren komt is de definitie ‘overlast’ een te breed en complex begrip om adequaat te hanteren. Dit blijkt onder meer uit de keuze om bij de uitvoering van het onderzoek een focus aan te brengen op de meest voorkomende overlastvormen, waarbij als gevolg andere overlastvormen buiten beschouwing zijn gelaten1. En uit de keuze om bij het onderzoek alleen een focus te hebben op de kennis en ervaringen vanuit het veiligheidsdomein, en de beleidsdocumenten en ervaring uit het sociaal- en fysiek domein en de gebiedsmedewerkers niet mee te nemen bij de uitvoering.

Deze uitdaging om overlast in te kaderen zal opnieuw gelden bij het opstellen van een apart beleidskader ten aanzien van overlast. Wanneer de raad toch besluit een apart beleidskader vast te stellen met betrekking tot overlast, is het van belang helder te maken op welke vormen van overlast dit beleidskader betrekking dient te hebben. Er wordt reeds gewerkt aan een Uitvoeringsprogramma voor handhaving De gemeentelijke handhavers hebben een belangrijke rol als het gaat om de aanpak van een deel van de overlastvormen waar het onderzoek betrekking op heeft. Voor 2025-2026 is voor het eerst een uitvoeringsprogramma vastgesteld om de prioriteiten van hun inzet te bepalen. Voor de periode 2027-2028 volgt opnieuw een uitvoeringsprogramma met een verdere en meer concrete uitwerking van deze inzet, inclusief meetbare doelstellingen. Op dit moment ontwikkelt de gemeente dashboards waarmee de doelstellingen van het uitvoeringsprogramma van handhaving gemonitord gaan worden. Beleid versus uitvoering Het onderzoeksrapport onderschrijft dat het meer kaders/indicatoren opnemen in beleid, ten koste kan gaan van (flexibiliteit van de uitvoering). Het college vindt het belangrijk dat de organisatie zich wendbaar en effectief kan inzetten op ontwikkelingen op het gebied van overlast. De vraag is dan ook wat een beleidskader verder toevoegt aan het huidige beleid.

1 Bijvoorbeeld overlast van overbewoning, overlast van flitsbezorgers, overlast als gevolg van Airbnbgebruik,

uitgaansoverlast, wildplassen- en poepen en overlast van (illegale) prostitutie).

3/8

Conclusie 2: Communicatie en afhandeling bij overlastmeldingen kunnen beter De aanbevelingen zien zowel toe op het beter reageren op meldingen van overlast, als op het verbeteren van de meldingsbereidheid bij inwoners en ondernemers. De onderzoekers doen het college de aanbeveling om het afhandelingsproces te verbeteren door de melder na iedere overlastmelding actief en tijdig te informeren over voortgang en uitkomst. De suggestie aan de raad is om het toezicht hierop te verbeteren door een prestatie indicator op te nemen met betrekking tot het informeren van melders, en het college op te dragen om concrete doelen te stellen voor het vergroten van de meldingsbereidheid. Tevens wordt de raad geadviseerd om met de achterban het gesprek aan te gaan over ervaringen en drempels bij het melden en succesverhalen uit te lichten waar bewonersparticipatie tot vermindering van overlast heeft geleid. Er wordt reeds gewerkt aan de aanschaf van een nieuw meldingen- en volgsysteem Het college herkent de noodzaak om de opvolging van meldingen van overlast beter terug te koppelen aan melders. Het huidige meldingensysteem (MOR+) biedt op dit moment onvoldoende mogelijkheden voor adequate informatievoorziening en de registratie van terugkoppeling richting melders.

Er wordt daarom gewerkt aan de vervanging van het huidige meldingensysteem, zodat de registratie en terugkoppeling van (overlast)meldingen in de toekomst verbetert. Er wordt ingezet op het verbeteren van de meldingsbereidheid van inwoners en ondernemers Het college is het met de onderzoekers eens dat de bereidheid van inwoners en ondernemers om overlast te melden een belangrijke voorwaarde is voor het goed in beeld krijgen en aanpakken van overlast. Er wordt daarom dan ook veel inzet gepleegd op het informeren van inwoners en ondernemers over de mogelijkheden om overlast te melden, en over de noodzaak om dit te doen. Zo zijn er jaarlijks meerdere campagnes om Haarlemmers te informeren over de mogelijkheden om signalen en overlast van ondermijnende criminaliteit te melden bij Meld Misdaad Anoniem. Ook verstrekt de gemeente speciaal ontwikkelde folders om helder te maken welke instanties betrokken zijn bij de aanpak van overlast door mensen met OGGZ problematiek en wie wanneer gebeld kan worden. Daarnaast informeren we Haarlemmers bij buurtbijeenkomsten over overlast over de noodzaak en mogelijkheden om overlast te melden, en doen we dit ook bij individuele overlastcasuïstiek. Tot slot staat op de website van de gemeente benoemd waar en op welke manier inwoners overlast kunnen melden.

Conclusie 3: Integrale gebiedsgerichte aanpak kan versterkt worden De onderzoekers doen de suggestie aan het college om succesvolle initiatieven zoals buurtouders en susteams te ondersteunen en verder uit te breiden door aandacht, faciliteiten, training, subsidies of andere vormen van waardering aan te bieden. Ook wordt geadviseerd de coördinatie op de inzet vanuit verschillende domeinen (veiligheid, jeugd, welzijn, openbare ruimte) te verbeteren zodat maatwerk per wijk geleverd kan worden en lokale partners effectief samenwerken. Hierbij noemen de onderzoekers als mogelijke oplossingen het aanstellen van een domein overstijgende coördinator overlastbestrijding, het ontwikkelen van een escalatieprotocol voor domein overstijgende meldingen en het verbeteren van de arbeidsethos zodanig dat meldingen worden gezien als een probleem voor

4/8

elke afdeling en niet van een andere afdeling: allen voor Haarlem, Haarlem voor allen. Aan de raad wordt het advies gegeven de waarde van integrale gebiedsgerichte initiatieven in het gemeentelijk veiligheidsbeleid te ondersteunen door waar nodig middelen te reserveren om deze preventieve aanpak te faciliteren en het college te verzoeken om regelmatig te rapporteren over de voortgang in de wijken. Het college onderschrijft deze conclusie niet omdat deze versterking juist al plaatsvindt. De gemeente ondersteunt succesvolle initiatieven die kunnen bijdragen aan de preventie van overlast Initiatieven die succesvol bijdragen aan het voorkomen van overlast zijn van groot belang voor onze samenleving. Het college steunt dit soort initiatieven dan ook in de vorm van aandacht, faciliteiten, training en financiële middelen. Zo ondersteunt de gemeente op dit moment drie buurtouderorganisaties financieel door voor faciliteiten, training en vrijwilligersvergoeding een subsidie te verlenen. Ook is er regelmatig vanuit het bestuur aandacht en erkenning voor de meerwaarde van deze initiatieven, bijvoorbeeld via bezoeken door de burgemeester. Voor wat betreft de SUS-teams wordt gewerkt aan een structurele inzet van deze teams in de preventie van uitgaansoverlast, door samen met de horecaondernemers een structurele financiering voor deze teams te organiseren.

De gemeente werkt integraal en gebiedsgericht onder domein overstijgende coördinatie Sinds enkele jaren is de gemeentelijke organisatie erop ingericht om ontwikkelingen, problemen en kansen in de stadsdelen gebiedsgericht en domein overstijgend aan te pakken. Zo is er per gebied een domein overstijgende gebiedsmanager aangesteld die de strategische ontwikkelingen in dat gebied coördineert. Ook is per gebied een domein overstijgende gebiedsverbinder en wordt vanuit elk domein met een gebiedsgerichte benadering gewerkt. Als het gaat om de aanpak van domein overstijgende overlast is er zowel binnen de gemeente als met ketenpartners uit het jeugd- sociaal-, fysiek- en veiligheidsdomein afstemming over een adequate integrale aanpak via een operationeel gebiedsoverleg dat regelmatig plaats vindt per gebied. Ook de politie, onze gemeentelijk handhavers, onze gebiedscoördinatoren Sociale Veiligheid en belangrijke partners als Buurts werken gebiedsgericht en onderhouden een stevig netwerk met partners uit de verschillende domeinen om complexe domein overstijgende problemen aan te pakken.

Conclusie 4: Ambtelijke en bestuurlijke partijen geven de voorkeur aan preventie, terwijl inwoners en raad vooral pleiten voor strengere handhaving Uit het rapport komt de aanbeveling aan het college naar voren om voor voldoende handhavingscapaciteit te zorgen om direct op acute overlast te kunnen reageren. Ook wordt het advies gegeven tegelijkertijd in preventie te investeren, waaronder in voorzieningen voor jongeren en voorlichting, en hierover aan inwoners te communiceren. Er wordt bij het college en de raad gepleit voor een goede communicatie met betrekking tot het belang van preventie ter bescherming tegen overdruk vanuit inwoners, raad en bevolking op het vergroten van handhavingscapaciteit naar aanleiding van incidenten. De gemeenteraad kan hier een verbindende rol in spelen door het publieke debat hierover te voeren, verwachtingen te managen en het college te ondersteunen bij het toelichten van beleidskeuzes. Het college kan vervolgens helpen door een open en eerlijke uitleg aan de raad van gemaakte keuzes te geven. De raad wordt geadviseerd om bij kaderstelling en controle

5/8

op de aanpak van overlast niet alleen te sturen op ‘harde’ monitoringsdata over handhaving, maar ook op preventieve resultaten. Dit kan door het college te verzoeken naast indicatoren over handhaving ook indicatoren over preventie op te nemen. Inzet van gemeentelijke handhavingscapaciteit om op acute overlastmeldingen te reageren Als er op een acute melding wordt gereageerd kan er niet tegelijkertijd worden ingezet op thematische onderwerpen zoals afval, jeugd of fietsen. Met de huidige formatie lukt het niet om zowel acute als thematische inzet tegelijkertijd te doen en worden hier keuzes in gemaakt. Dit betekent dat meldingen langer blijven liggen. Zeer acute meldingen zoals jeugdoverlast worden wel zo snel mogelijk opgepakt als hier over wordt gemeld. Bij acute overlastsituaties is er vanuit de verschillende domeinen2 inzet om de acute overlastsituatie te beëindigen. Er is reeds sprake van inzet op preventieve maatregelen Vanuit het fysiek, sociaal en veiligheidsdomein wordt inzet gepleegd om overlast in onze stad zoveel als mogelijk te voorkomen.

Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het organiseren van een helder parkeerbeleid, om het informeren van inwoners over fiets parkeren en het instellen van fietsstewards, om het regelmatig legen van afvalbakken door Spaarnelanden en om het organiseren van voldoende plekken voor onze jongeren om samen te komen zodat voorkomen wordt dat zij elders jeugdoverlast veroorzaken. Dat in de praktijk toch sprake is van situaties waarbij Haarlemmers overlast ervaren is niet absoluut te voorkomen. Verschillende mensen met verschillende behoeften wonen in onze stad dicht op elkaar. De inzet vanuit de verschillende domeinen loopt niet altijd zonder problemen. Desalniettemin is het college van oordeel dat de gemeente samen met ketenpartners en Haarlemmers voldoende effectieve en integrale inzet levert om overlast te voorkomen. Conclusie 5: Jeugdoverlast vraagt om specifieke aanpak Tenslotte zien de onderzoekers dat voor een adequate aanpak van jeugdoverlast een integrale aanpak nodig is, waarbij handhaving wordt aangevuld met andere interventies als jeugdactiviteiten, inzet van buurtouders of zogenaamde ‘susteams’. De onderzoekers doen het college daarom de aanbeveling om voldoende capaciteit en middelen te organiseren voor een integrale jeugdaanpak en om over de voortgang en resultaten te rapporteren.

Het college herkent deze conclusie ten aanzien van de aanpak van jeugdoverlast niet aangezien er een specifieke aanpak bestaat waarover wordt gerapporteerd. De gemeente heeft een uitgebreide integrale aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit De gemeente werkt sinds 2025 met een gebiedsgebonden integrale aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. Per stadsdeel wordt structureel door handhaving, politie, jongerenwerk, straathoekwerk en CJG onder regie van de netwerkcoördinator jeugd afgestemd over de jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit in dat gebied. De aanpak richt zich op jeugdgroepen, hotspots van jeugdoverlast en op de persoonsgerichte aanpak van jongeren. Met een combinatie van zowel 2 Bij het aanpakken van meldingen van overlast zijn naast de gemeentelijk handhavers, toezichthouders,

procesmanagers en gebiedsverbinders en gebiedsregisseurs betrokken.

6/8

repressieve als preventieve maatregelen wordt per probleem gekeken welke aanpak er gezamenlijk ingezet wordt. Bij jeugdoverlast waarbij (nog) geen sprake is van ernstige incidenten wordt in beginsel vooral ingezet met preventieve maatregelen waaronder het vergroten van het aanbod voor de jongeren, het afleggen van huisbezoeken en het organiseren van bewoners- en jongerenavonden. Wanneer deze onvoldoende effect hebben, zoals begin deze zomer in stadsdeel noord, worden in afstemming met de jeugd- en veiligheidspartijen meer repressieve maatregelen ingezet waaronder het instellen van gebiedsverboden, het opleggen van boetes en – wanneer sprake is van strafbare feiten- het opsporen en vervolgen. Bij de persoonsgerichte aanpak van jongeren die crimineel gedrag vertonen worden ook partijen als de Raad voor de Kinderbescherming, de jeugdofficier van het OM en de jeugdreclassering betrokken. Er is een breed scala aan inzet en maatregelen om jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit te voorkomen De afgelopen jaren heeft de gemeente flinke investeringen gedaan om de inzet op de preventie van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit te versterken. De raad is hierover recent geïnformeerd tijdens een technische sessie. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen3 van de preventieve aanpak van jeugdoverlast genoemd: • • • • • • • • •

Een integrale jeugdaanpak per stadsdeel onder regie van de netwerkcoördinator jeugd Outreachende CJG coaches per stadsdeel speciaal aangenomen om jongeren die overlast gevend of crimineel gedrag kunnen vertonen te ondersteunen en begeleiden Outreachende Straathoekwerkers per stadsdeel die met overlastgevende of criminele jongeren in contact proberen te komen, hun vertrouwen winnen en hen begeleiden Outreachend jongerenwerk per stadsdeel speciaal aangenomen jongeren die overlastgevend of crimineel gedrag kunnen vertonen te ondersteunen en begeleiden Regulier jongerenwerk, waaronder de inzet van Triple Threat, Hattrick, Buurts en Sportsupport Inzet van de interventie Alleen Jij Bepaalt Wat Je Doet op Haarlemse middelbare scholen De inzet van buurtouders in Noord en Schalkwijk Inzet vanuit het welzijns-, veiligheids-en jeugddomein om het aantal plekken voor jongeren in de openbare ruimte uit te breiden Inzet van het Preventief Interventie Team om gedragsproblemen op vroege leeftijd (basisschool) te signaleren en bij te sturen naar pro-sociaal gedrag.

Er wordt reeds gerapporteerd over de aanpak en voortgang op jeugdoverlast (en jeugdcriminaliteit) De beleidskaders voor de aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit worden eens per vier jaar door de raad vastgesteld als onderdeel van het veiligheidsbeleid. Het college stelt vervolgens eens per twee jaar vast welke inzet er plaats vindt om de door de raad vastgestelde prioriteiten en doelstellingen te bereiken, en rapporteert daarbij tevens over de resultaten van de afgelopen twee jaar. Deze actieprogramma’s geven reeds inzicht in de ontwikkeling van jeugdoverlast in de stad en

3 Omwille van de lengte van de collegereactie wordt volstaan met de meest belangrijke en meest intensieve

preventieve inzet op jeugdoverlast.

7/8

de effectiviteit van de ingezette instrumenten. Waar nodig of wenselijk wordt de raad extra geïnformeerd over de (aanpak van) jeugdoverlast4.

Hoogachtend, Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

mr. C.M. Lenstra

drs. J. Wienen

4 Zoals bijvoorbeeld tijdens de integrale technische raadsessie ‘Jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit’ die in april

dit jaar plaats vond.

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16164515/3