CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage B Was-wordt lijst Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem

commissie Beheer 7 december 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem (BL)7.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst bij wijziging Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem ten opzichte van de Parkeerverordening 2018 Gemeente Haarlem. Omdat sprake is van een integrale herziening van de parkeerverordening, is op basis van inhoud een was-wordt vergelijking gemaakt. Waar in de kolom ‘Toelichting’ wordt gesproken over de huidige (parkeer)verordening, wordt de Parkeerverordening 2018 gemeente Haarlem bedoeld. Met de nieuwe (parkeer)verordening wordt de Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem bedoeld. Huidige tekst artikel 1 Artikel 1 Definities en begripsomschrijvingen a. aanbieder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die motorvoertuigen voor commerciële autodate ter beschikking stelt; b. aanvrager: I. de natuurlijke persoon of rechtspersoon die: houder is van het betreffende motorvoertuig, of II. ingeschreven staat op hetzelfde woonadres als de houder van het motorvoertuig en ouder is dan 18 jaar, en III. een verzoek richt aan het college tot het verlenen van een vergunning. c. autodateplaats: een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor commerciële autodate; d.

bedrijf: een onderneming die is ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en waaruit volgens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat de onderneming (natuurlijke persoon of rechtspersoon) een vestiging heeft in het gereguleerd parkeergebied van de gemeente Haarlem.

Nieuwe tekst artikel 1 Artikel 1. Begripsomschrijvingen a. aanvrager: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een verzoek richt aan het college tot het verlenen van een vergunning; b. autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van een motorvoertuig op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een commerciële aanbieder of tussen natuurlijke personen onderling uit meer dan één huishouden; c. bedrijf: een onderneming (natuurlijk persoon of rechtspersoon) die is ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel met tenminste één vestiging binnen gereguleerd gebied zoals aangegeven in het vigerende Aanwijzingsbesluit bij deze verordening; d. bedrijfsadres: een adres dat volgens de Basis Registratie Adressen en Gebouwen (BAG) niet uitsluitend een woonfunctie heeft; e. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die 1. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met

Toelichting De begripsbepalingen zijn zoveel mogelijk in lijn gebracht met de model Parkeerverordening van de VNG. De begripsbepalingen zijn alfabetisch geordend. Het begrip autodate is vervangen door het begrip autodelen. Dit omdat de regelgeving op dit vlak is uitgebreid en het begrip autodelen beter aansluit bij de beleidsmatige context. De omschrijving van vergunningssoorten (digitale bezoekersregeling, mantelzorgvergunning en volkstuinvergunning) in de begripsbepalingen is als overtollig bevonden. In de nieuwe parkeerverordening is iedere vergunningssoort opgenomen in artikel 3. De begrippen gereguleerd gebied en parkeerzone zijn toegevoegd en in lijn gebracht met het begrip vergunninggebied.

1

e. bedrijfsadres: een adres dat volgens de Basis Registratie Adressen en Gebouwen (BAG) niet uitsluitend een woonfunctie heeft. f. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Haarlem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon; g. college: het college van burgemeester en wethouders; h. commerciële autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder; i. deelnemer: een natuurlijke persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake particuliere / commerciële autodate; j. digitale bezoekersregeling: een door burgemeester en wethouders verstrekte regeling op basis van een vergunning per woonadres die het bewoners, die ingeschreven staan op een woonadres in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als zone B, C, E of S, mogelijk maakt om zijn/haar bezoeker(s) digitaal of telefonisch een parkeerrecht te verschaffen; k. Eigen parkeergelegenheid: parkeerplaats(en) die specifiek ter beschikking staan ten behoeve van woonadres of bedrijf, voor het

het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; f. bewoner: inwoner van de gemeente Haarlem die als ingezetene staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Haarlem op het adres dat hij bewoont; g. centrale computer: computer van de gemeente Haarlem of de computer van het bedrijf waarmee de gemeente Haarlem een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon, ander communicatiemiddel of webbrowser; h. college: het college van burgemeester en wethouders van Haarlem; i. deelautoplaats: een parkeerplaats, voorzien van verkeersbord E08r, RVV 1990, aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodelen; j. geen recht op parkeervergunning (GROP): een rechtsgevolg op basis waarvan een adres is uitgesloten van parkeerrechten krachtens deze verordening; k. gereguleerd gebied: een gebied waarin parkeerregulering van kracht is, zoals aangegeven in het vigerende Aanwijzingsbesluit bij deze verordening; l. groot voertuig: een voertuig dat langer is dan 6 meter of hoger dan 2,4 meter;

2

parkeren van motorvoertuigen, waaronder begrepen: garagebox, een met de woning verbonden garage alsmede een gehandicaptenparkeerplek op kenteken, gehuurde parkeerplek of bewonersabonnement in de parkeergarage; l. gehandicaptenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; m. grote voertuigen: voertuigen groter dan de afmetingen als omschreven in de vigerende versie van de APV Haarlem; n. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven, met dien verstande dat ook degene die middels een (digitale) leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven, als houder wordt aangemerkt; o. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; p. kampeerwagen: een voertuig dat als zodanig is geregistreerd bij de Dienst Wegverkeer (RDW), tenzij de aanvrager aantoont dat met betrekking tot dit voertuig geen gebruik is

m. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, met dien verstande dat tevens als houder wordt aangemerkt: 1. degene die middels een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven; 2. degene die lid is van de Vereniging voor Gedeeld Autogebruik en die middels een verklaring van de houder van het motorvoertuig kan aantonen dat hij medegebruiker van dit motorvoertuig is; 3. degene die middels een kopie van het eigendomsbewijs van het motorvoertuig kan aantonen dat hij houder is van een motorvoertuig met buitenlands kenteken; n. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december; o. kampeerwagen: een voertuig dat als zodanig is geregistreerd bij de Dienst Wegverkeer (RDW), tenzij de aanvrager aantoont dat met betrekking tot dit voertuig geen gebruik is gemaakt van de zogenaamde motorrijtuigenbelasting bijzonder tarief; p. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van 3

gemaakt van de zogenaamde motorrijtuigenbelasting bijzonder tarief; q. lijkwagen: een voertuig voor het transport van overledenen; r. mantelzorg: niet-beroepsmatige zorg die met regelmaat wordt verleend door familie, vrienden of kennissen van de persoon die de zorg krijgt; s. mantelzorgvergunning: een vergunning voor degene die mantelzorg ontvangt en woont in een gebied waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het voertuig van degene die mantelzorg verleent. t. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; u. parkeerapparatuur: parkeerautomaten, voor het betalen van parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoon, tablet, pc, laptop en hetgeen naar maatschappelijke opvatting tevens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; v. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; w. parkeerrecht: kentekenregistratie in het digitale parkeerbelastingbestand waarbij is voldaan aan parkeerbelastingplicht voor het gebruik van parkeerapparatuurplaatsen op

brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 en met uitzondering van kampeerwagens en grote voertuigen; q. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; r. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; s. parkeerbehoefte: het voor een bouwplan benodigde aantal parkeerplaatsen, dat is berekend op basis van parkeernormen welke in een ruimtelijk-planologisch kader zijn vastgelegd; t. parkeerrecht: kentekenregistratie in het digitale parkeerbelastingbestand waarbij is voldaan aan parkeerbelastingplicht voor het gebruik van parkeerapparatuurplaatsen op basis van of krachtens deze verordening door middel van parkeervergunningen/ontheffingen, bijzondere vergunningen/ontheffingen, tijdgebonden parkeerrechten en/of door middel van het in werking stellen van de parkeerapparatuur; u. parkeerzone: de zone zoals aangewezen in het vigerende Aanwijzingsbesluit bij deze verordening, welke kan bestaan uit één of meerdere vergunninggebieden, waarin

4

basis van of krachtens deze verordening door middel van parkeervergunningen/ontheffingen, bijzondere vergunningen/ontheffingen, tijdgebonden parkeerrechten en/of door middel van het in werking stellen van de parkeerapparatuur; x. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; y. particuliere autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden; z. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; aa. vergunning: een door of namens het college te verstrekken vergunning waarmee zonder het betalen van parkeerbelasting, als bedoeld in artikel 2 onder a van de Verordening parkeerbelastingen Haarlem, een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig mag worden geparkeerd op

parkeerregulering op basis van dezelfde kenmerken is uitgewerkt; v. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; w. parkeren op eigen terrein (POET): parkeerplaats(en) waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins, alsmede een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken of bewonersabonnement in een parkeergarage; x. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; y. vergunning: een door het college verleende vergunning, waarmee het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op een daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaats; z. vergunningenplafond: een door het college bij openbaar besluit vastgesteld maximum aantal vergunningen dat per vergunninggebied, per vergunningssoort, kan worden uitgegeven;

5

daartoe aangewezen parkeerapparatuurplaats; bb. vergunningengebied: gebied dat als zodanig is aangewezen. cc. vergunningenplafond: een door het college bij openbaar besluit vastgesteld maximum aantal vergunningen dat per vergunningengebied mag worden uitgegeven waardoor, indien het aantal aanvragen groter is dan het vergunningplafond voor de betreffende vergunningengebied, de aanvrager van de vergunning op een wachtlijst wordt geplaatst; dd. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend als bedoeld in deze verordening; ee. vrachtauto: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990; ff. woonadres: een adres dat volgens de Basis Registratie Adressen en Gebouwen (BAG) een woonfunctie heeft; gg. kamerverhuur: aanwezig geacht indien een gebouwd eigendom volgens de WOZadministratie voor kamerverhuur bestemd is. hh. volkstuinvergunning: een vergunning te verlenen aan een rechtspersoon die blijkens zijn statuten tot doel heeft een volkstuincomplex te beheren en is gelegen in het gebied waar mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van een

aa. vergunninggebied: het gebied waarin een vergunning geldig is, zoals aangegeven in het vigerende Aanwijzingsbesluit bij deze verordening; bb. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; cc. woonadres: een adres dat volgens de Basis Registratie Adressen en Gebouwen (BAG) uitsluitend een woonfunctie heeft.

6

voertuig van degene die een volkstuin bij de rechtspersoon in gebruik heeft. Huidige tekst artikel 2 Artikel 2 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is van toepassing op alle aanvragen voor een vergunning ingevolge deze verordening. Huidige tekst artikel 3 Artikel 3 Aanwijzingsbevoegdheid college 1. Het college kan, bij openbaar bekend te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 4.

2. Het college kan, bij openbaar bekend te maken besluit, tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is toegestaan. Huidige tekst artikel 4 Artikel 4 Vergunningen 1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. 2. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. 3. Een vergunning kan worden verleend aan de houder van een gehandicaptenvoertuig dan wel

Nieuwe tekst artikel 7, vierde lid Artikel 7, vierde lid Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning ingevolge deze verordening. Nieuwe tekst artikel 2 Artikel 2. Aanwijzingsbevoegdheid college 1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, tweede tot en met het negende lid. 2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan. Nieuwe tekst artikel 3, artikel 5 en artikel 6. Artikel 3. Verlenen parkeervergunning 1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. 2. Een vergunning kan worden verleend aan een houder van een motorvoertuig wanneer deze:

Toelichting Op basis van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college de bevoegdheid om per wettelijk voorschrift te bepalen of positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen van toepassing is. Voor de verlening van parkeervergunningen wordt dit als niet wenselijk gezien. Toelichting Dit artikel bevat geen noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen.

Toelichting Op dit artikel zijn inhoudelijke wijzigingen en structuurwijzingen van toepassing. In lijn met de model parkeerverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn in de nieuwe parkeerverordening de binnen het gereguleerde geldende vergunningssoorten op hoofdlijnen beschreven inclusief de belangrijkste criteria. In de Nadere Regels parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem is per vergunningssoort een 7

een motorvoertuig, niet zijnde een kampeerauto, vrachtauto of groot voertuig, indien deze: a. ingeschreven staat op een woonadres in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als zone B of zone S, met dien verstande dat: I. per woonadres maar één vergunning wordt verleend, en; II. de houder van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig geen beschikking heeft over eigen parkeergelegenheid, of; b. ingeschreven staat op een woonadres in een gebied dat in het vigerende besluit parkeerregulering is aangewezen als zone C of zone E, met dien verstande dat: I. per woonadres maar één vergunning wordt verleend, en; II. parkeergelegenheid op eigen terrein in mindering wordt gebracht op het aantal te verkrijgen vergunningen voor parkeren op de openbare weg, en III. parkeergelegenheid op eigen terrein het recht op het tarief voor de eerste vergunning zoals bedoeld in onderdeel 2 lid c sub i respectievelijk onderdeel 2 lid g sub i van tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelastingen doet vervallen. c. als bedrijf gevestigd is in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als vergunningengebied, met dien verstande dat;

a. als bewoner staat ingeschreven op een woonadres dat is gelegen binnen gereguleerd gebied, te noemen bewonersparkeervergunning; b. een woonadres, dat is gelegen binnen gereguleerd gebied, voor zichzelf geschikt maakt als permanent woonadres, te noemen verhuisparkeervergunning; c. als bewoner staat ingeschreven op een woonadres dat is gelegen binnen gereguleerd gebied en heeft aangetoond het motorvoertuig te delen met één of meerdere andere particuliere autodelers, te noemen particuliere deelautoparkeervergunning; d. het motorvoertuig tijdelijk dient te parkeren binnen gereguleerd gebied, te noemen tijdelijke parkeervergunning; e. houder is van een gehandicaptenparkeerkaart, waarmee geparkeerd kan worden op gehandicaptenparkeerplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen, te noemen gehandicaptenparkeervergunning. 3. Aan een bedrijf, met een bedrijfsadres dat is gelegen binnen gereguleerd gebied, kan een vergunning worden verleend, te noemen bedrijfsparkeervergunning; 4. Aan een bewoner die staat ingeschreven op een woonadres dat is gelegen binnen gereguleerd gebied kan: a. een vergunning worden verleend ten behoeve van het laten parkeren van een motorvoertuig van bezoekers, te noemen bezoekersparkeervergunning;

nadere uitwerking in vergunningsvoorwaarden opgenomen. Om deze reden zijn, ten opzichte van de Parkeerverordening 2018 gemeente Haarlem, verschillende criteria naar de nadere regels verplaatst. In de nieuwe verordening zijn twee nieuwe vergunningssoorten opgenomen, te weten de particuliere deelautoparkeervergunning en de gehandicaptenparkeervergunning. Hiernaast is een aantal vergunningssoorten hernoemd. Dit verbetert de algehele consistentie en leidt tot een betere weergave van waarvoor iedere vergunningssoort is bedoeld (dit geldt bijvoorbeeld voor de verhuisparkeervergunning). Onder f. van de huidige verordening is in de nieuwe verordening vervangen door twee separate artikelen, te weten artikel 5 en 6. Met de inhoudelijke wijzigingen die zijn doorgevoerd is een beter onderscheid gemaakt tussen situaties waarin sprake is van Parkeren op eigen terrein (POET) en situaties waarop Geen recht op parkeervergunning (GROP) van toepassing is. Lid 5. van de huidige verordening verplaatst naar de nadere regels. In aanvulling hierop is in artikel 17 van de nieuwe verordening een hardheidsclausule opgenomen. Lid 7. van de huidige verordening is verplaatst naar de nadere regels.

8

I.

het college aanvullende voorwaarden dient vast te stellen voor af te geven vergunningen voor bedrijven. En aan de begrippenlijst toe te voegen dat vergunningengebied gelijk is aan gereguleerd gebied. d. aanbieder is van een motorvoertuig bestemd voor commerciële autodate, waarvan de commerciële autodateplaats is gelegen in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als vergunningengebied, met dien verstande dat hiervoor het tarief voor de vergunning als bedoeld in onderdeel c van dit lid wordt gerekend. e. onder de doelgroepen valt die in aanmerking komen voor de Hulpverlenersvergunning zoals bepaald in het Besluit Nadere Regels parkeerverordening. f. aanvrager wordt geacht te beschikken over eigen parkeergelegenheid als bedoeld in artikel 4, lid 3, onder a., sub ii en b., sub ii en iii, indien de aanvrager woont in een nieuwof verbouwcomplex dat voldoet aan de parkeernorm, zoals bedoeld in artikel 2.5.30 van de Haarlemse Bouwverordening, dan wel in het betreffende bestemmingsplan, dan wel in het beleid met betrekking tot parkeernormen, zoals gesteld ten tijde van het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning. In de volgende situatie(s) wordt geacht dat in ieder geval

b. een vergunning worden verleend ten behoeve van het laten parkeren van een motorvoertuig van mantelzorgers, te noemen mantelzorgparkeervergunning. 5. Aan een rechtspersoon die blijkens zijn statuten tot doel heeft een volkstuincomplex te beheren en beschikt over een volkstuincomplex, gelegen binnen gereguleerd gebied kan een vergunning worden verleend, te noemen volkstuinparkeervergunning. 6. Aan een hulpverleningsinstantie, die hulpverlening verleend binnen gereguleerd gebied, kan een vergunning worden verleend, te noemen hulpverlenersparkeervergunning. 7. Aan een maatschappelijke instantie, die maatschappelijk werk verzorgd binnen gereguleerd gebied, kan een vergunning worden verleend, te noemen maatschappelijke parkeervergunning. 8. Aan een door het college erkende commerciële aanbieder van motorvoertuigen bestemd voor autodelen, die worden geparkeerd binnen gereguleerd gebied, kan een vergunning worden verleend, te noemen commerciële deelautoparkeervergunning. 9. Aan herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Haarlem kan een vergunning worden verleend, waarmee geparkeerd kan worden op parkeerapparatuurplaatsen, te noemen parkeervergunning gemeentelijke dienstvoertuigen. 10. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die

Lid 9. van de huidige verordening biedt de mogelijkheid om een vergunningenplafond in te stellen. In de nieuwe verordening is deze bepaling verplaatst naar een separaat artikel. Lid 10. van de huidige parkeerverordening is als overtollig bevonden.

9

voldaan wordt aan het kunnen beschikken over eigen parkeergelegenheid: I. als er in het kader van nieuw- of verbouw parkeergelegenheid gerealiseerd is, en de aanvrager over eigen parkeergelegenheid kan of had kunnen beschikken door huur of aankoop hiervan; II. als de aanvrager door eigen toedoen niet meer kan beschikken over zijn eigen parkeergelegenheid, bijvoorbeeld door aangepast(e) inrichting of gebruik; III. indien het bedoelde onder sub(ii) leidt tot toename van het aantal openbare parkeerplaatsen, dan wordt deze bepaling buiten toepassing gelaten. g. een woonadres voor bewoning geschikt maakt met het oogmerk om vervolgens het woonadres voor zichzelf te gebruiken als permanent woonadres, met dien verstande dat: I. een vergunning voor het voor bewoning geschikt maken van een woonadres wordt verleend voor een periode van maximaal 3 maanden per kalenderjaar; II. een aanvrager volgens het kadaster als gerechtigde geregistreerd dient te staan dan wel een huurcontract moet kunnen overleggen; III. Vergunninguitgifte en tarievering geschiedt conform artikel 4, lid 3, onder a., sub I en II en onder b., sub I, II en III. h. één van de maatschappelijke instellingen vertegenwoordigt die in aanmerking komen

strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Artikel 5. Geen recht op parkeervergunning (GROP) 1. Het college weigert een daartoe strekkende aanvraag om een vergunning als het adres van de aanvrager toebehoort tot een bouw- of omgevingsvergunning, verleend na 10 oktober 1993, waarbij de parkeerbehoefte volledig op eigen terrein is opgelost. 2. Het college weigert een daartoe strekkende aanvraag om een vergunning als het adres van de aanvrager toebehoort tot een omgevingsvergunning, waarbij de parkeerbehoefte niet of niet volledig op eigen terrein is opgelost en voor het desbetreffende adres geldt dat: a. in de voorschriften verbonden aan de omgevingsvergunning is opgenomen dat, hoe dan ook genaamd, het adres is uitgesloten van parkeerrechten; b. aan de omgevingsvergunning, hoe dan ook genaamd, een verklaring ‘afzien van parkeerrechten’ is verbonden. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van toepassing op: a. de bewonersparkeervergunning, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a; b. de verhuisparkeervergunning, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub b;

10

voor de parkeervergunning voor maatschappelijke instellingen (afgekort “Maatschappelijke vergunning”) zoals bepaald in het Besluit Nadere Regels parkeerverordening. Met dien verstande dat: I. deze vergunning verstrekt wordt voor de parkeerzone waarin de betreffende maatschappelijke instelling is gelegen; II. deze vergunning wordt verstrekt in de vorm waarbij de maatschappelijk instelling zelf kentekens kan aan- en afmelden; III. in parkeerzone C maximaal 4 vergunningen per instelling worden verstrekt. 4. bewoners, die ingeschreven staan op een woonadres in een gebied dat in het vigerend besluit parkeerregulering is aangewezen als zone B, C, E of S kunnen per woonadres gebruik maken van de (digitale) bezoekersregeling, conform de bepalingen in de Verordening parkeerbelastingen, met dien verstande dat: a. het college bij openbaar besluit maximale gebruiksbundels en tijden kan vaststellen waarop per vergunningengebied gebruik gemaakt kan worden van de digitale bezoekersregeling; b. de kosten van de bezoekersregeling vastgelegd zijn in de tarieventabel die is opgenomen in de bepalingen behorende bij de Verordening parkeerbelastingen. 5. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of

c. de particuliere deelautoparkeervergunning, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub c; d. de bedrijfsparkeervergunning, zoals bedoeld in artikel 3, derde lid; e. de bezoekersparkeervergunning, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, sub a. 4. Indien de parkeerbehoefte van een adres dat toebehoort tot een bouw- of omgevingsvergunning, verleend na 10 oktober 1993, deels of volledig is opgelost door gebruik te maken van openbare parkeercapaciteit, dan handelt het college bij een daartoe strekkende aanvraag om een vergunning conform de bepaling(en) zoals in de omgevingsvergunning opgenomen over de wijze waarop de parkeerbehoefte is opgelost. 5. Indien de, in het vierde lid bedoelde omgevingsvergunning, naar het oordeel van het college onvoldoende uitsluitsel geeft over de wijze waarop de parkeerbehoefte is opgelost, dan is artikel 6, het eerste tot en met het vierde lid, van kracht. Artikel 6. Parkeren op eigen terrein (POET) 1. Het college brengt op een daartoe strekkende aanvraag om een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub a, een verhuisparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub b en particuliere deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 3, tweede lid, sub c, het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering op het aantal te verkrijgen vergunningen. 11

houder van een gehandicaptenvoertuigen dan wel motorvoertuigen die niet voldoen aan één van de in lid 3 genoemde voorwaarden. 6. Het college kan op verzoek een tijdelijke vergunning verlenen voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. Deze tijdelijke vergunning kan worden verleend aan: a. diegene die tijdelijk een beroep of bedrijf uitoefent in de directe omgeving van een parkeerapparatuurplaats en aantoont dat het in het belang van diens beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is op een parkeerapparatuurplaats een motorvoertuig te parkeren. b. diegene die in het huwelijk treedt in een door het college aangewezen trouwlocatie gelegenin een gebied met parkeerapparatuurplaatsen, indien en voorzover in het aanwijzingsbesluit trouwlocatie voorzien is in de mogelijkheid van een tijdelijke vergunning, op de dag van het huwelijk. c. een uitvaartonderneming voor de lijkwagen en maximaal drie volgauto’s, op de dag van de uitvaart. 7. Een vergunninghouder kan in bijzondere omstandigheden het kenteken van de betreffende vergunning aanpassen voor een maximale onafgebroken periode van 2 weken (b.v. in geval van een tijdelijke leenauto). Hierbij geldt een maximum van één aanpassing per dag en 8 aanpassingen van het kenteken per kalenderjaar.

2. Het college brengt op een daartoe strekkende aanvraag om een bedrijfsparkeervergunning zoals bedoeld in artikel 3, derde lid, het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein in mindering op het aantal te verkrijgen vergunningen. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt onverminderd als een aanvrager over (een) parkeerplaats(en) op eigen terrein kan beschikken door huur of aankoop hiervan. 4. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt onverminderd als een aanvrager, door eigen toedoen, niet meer kan beschikken over (een) parkeerplaats(en) op eigen terrein. 5. Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht op een aanvraag die voldoet aan het gestelde in artikel 5, het eerste, tweede of vierde lid.

12

8. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 9. Het college kan een vergunningenplafond vaststellen voor het maximum aantal vergunningen dat in een vergunningengebied kan worden afgegeven waarbij – bij overschrijding van dit vergunningenplafond een weigeringsgrond voor de aanvraag vormt – aanvragen op een wachtlijst worden geplaatst. 10. Degene aan wie een vergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Huidige tekst artikel 5 Artikel 5 Mantelzorgvergunning 1. Het college kan op aanvraag een mantelzorgvergunning verlenen aan degene die mantelzorg ontvangt conform een op zijn/haar naam gestelde indicatie in het kader van de Wet Langdurige Zorg (WLZ indicatie) van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), een WMO-indicatie voor zorgdiensten (huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en beschermd wonen) Zorgverzekeringswet, Jeugdwet of een mantelzorgverklaring van stichting Tandem, waarbij uit de indicatie blijkt dat er sprake is van regelmatige mantelzorg, met dien verstande dat: a. de mantelzorgvergunning verleend wordt voor het vergunningengebied waartoe het adres behoort;

Nieuwe tekst artikel 3, vierde lid, onder b. Artikel 3, vierde lid, onder b. Aan een bewoner die staat ingeschreven op een woonadres dat is gelegen binnen gereguleerd gebied kan: b. een vergunning worden verleend ten behoeve van het laten parkeren van een motorvoertuig van mantelzorgers, te noemen mantelzorgparkeervergunning.

Toelichting Artikel 5 van de huidige parkeerverordening is in de nieuwe verordening ondergebracht in artikel 3, vierde lid, onder b. (het artikel waarin alle vergunningssoorten zijn opgenomen). De nadere criteria die van toepassing op de mantelzorgparkeervergunning zijn naar de nadere regels verplaatst.

13

b. er per kalenderjaar een maximumgebruiksbundel geldt voor de mantelzorgvergunning die wordt vastgesteld in de verordening parkeerbelastingen; c. de mantelzorgvergunning geldig is voor de duur van de periode die in de betreffende WLZ-/WMOindicatie, Zorgverzekeringswet Jeugdwet of mantelzorgverklaring van stichting Tandem is vastgelegd d. de maximumgebruiksbundel naar rato van de duur in de betreffende WLZ-/WMO-indicatie Zorgverzekeringswet, Jeugdwet of mantelzorgverklaring van stichting Tandem wordt toegekend. 2. In afwijking van het eerste lid kan het college op aanvraag een Mantelzorgvergunning verlenen aan degene die mantelzorg ontvangt conform door het college in nadere regels te bepalen criteria. Huidige tekst artikel 5a Artikel 5a Volkstuinvergunning 1. Het college kan een volkstuinvergunning verlenen aan een rechtspersoon die blijkens zijn statuten tot doel heeft een volkstuincomplex te beheren en beschikt over een volkstuincomplex in een vergunningengebied, met dien verstande dat: a. de volkstuinvergunning wordt verleend voor het vergunningengebied waarbinnen het volkstuincomplex is gelegen; b. het aantal vergunningen afhankelijk is van het aantal percelen grond in het

Nieuwe tekst artikel 3, vijfde lid. Artikel 4, vijfde lid. Aan een rechtspersoon die blijkens zijn statuten tot doel heeft een volkstuincomplex te beheren en beschikt over een volkstuincomplex, gelegen binnen gereguleerd gebied kan een vergunning worden verleend, te noemen volkstuinparkeervergunning.

Toelichting Artikel 5a van de huidige parkeerverordening is in de nieuwe verordening ondergebracht in artikel 3, vijfde lid (het artikel waarin alle vergunningssoorten zijn opgenomen). De nadere criteria die van toepassing op de volkstuinparkeervergunning zijn naar de nadere regels verplaatst.

14

volkstuincomplex en maximaal één per drie percelen kan bedragen. 2. De volkstuinvergunning wordt verstrekt in de vorm waarbij een wisselend kenteken kan aanen afmelden. Huidige tekst artikel 6 Artikel 6 Bewijsstukken Om voor een in artikel 4, lid 2, met uitzondering van het genoemde onder e. genoemde vergunning in aanmerking te komen is het overleggen van (digitale) bewijsstukken verplicht, zoals genoemd in het besluit Nadere Regels parkeerverordening. Huidige tekst artikel 7 1. Het college houdt bij het beoordelen van verzoeken om vergunningen als bedoeld in artikel 4 rekening met de volgende aspecten: a. op de aanvraag van een parkeervergunning wordt in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag beschikt; b. het college kan een vergunningenplafond vaststellen voor het maximum aantal vergunningen dat in een vergunningengebied kan worden afgegeven waarbij - bij overschrijding van dit vergunningenplafond aanvragen op een wachtlijst worden geplaatst; c. de volgorde waarin de aanvraag op de wachtlijst wordt geplaatst, is de volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag; d. het college kan besluiten om voor een vergunningengebied per vergunningsoort een aparte wachtlijst bij te houden.

Bepaling is komen te vervallen

Toelichting Dit artikel van de huidige parkeerverordening is als overtollig bevonden.

Nieuwe tekst artikel 4. Artikel 4. Vergunningenplafond 1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een vergunningenplafond vaststellen waarmee het maximum aantal uit te geven vergunningen per vergunninggebied en per vergunningssoort is bepaald. 2. De aanvrager wordt voor onbepaalde tijd op een wachtlijst geplaatst, indien zijn aanvraag om een vergunning is aangehouden op grond van het feit dat het adres waarvoor de vergunning is aangevraagd is gelegen in een vergunninggebied waarvan het vergunningenplafond, voor de desbetreffende vergunningssoort, is bereikt.

Toelichting In de nieuwe parkeerverordening is de inhoud van dit artikel teruggebracht naar de hoofdlijn. De criteria ten aanzien van het plaatsen van aanvragers op een wachtlijst en het beheer van de wachtlijst dienen in nadere regels te worden vastgelegd. Deze nadere regels liggen nu niet voor ter besluitvorming.

15

2. De aanvrager wordt van de wachtlijst verwijderd, indien: a. de aanvrager daarom verzoekt; b. de aanvrager een vergunning wordt verleend in het (eigen) vergunningengebied; c. blijkt dat bij de aanvraag om de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens niet tot plaatsing op de wachtlijst zou hebben geleid; d. niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden voor de aangevraagde vergunning, gesteld bij of krachtens deze verordening; e. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen. Huidige tekst artikel 8 Artikel 8 Parkeervergunning 1. Een parkeervergunning als bedoeld in artikel 4, wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend met een stilzwijgende verlenging per kalenderjaar. 2. De parkeervergunning bevat in ieder geval: a. de periode waarvoor de vergunning geldt; b. het gebied waarvoor de vergunning geldt; c. de naam of het adres van de vergunninghouder en/of het kenteken van het gehandicaptenvoertuig dan wel het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. d. de voorschriften en beperkingen die aan de parkeervergunning verbonden zijn.

Nieuwe tekst artikel 8 Artikel 8. Geldigheidsduur en gegevens vergunning 1. Een vergunning als bedoeld in artikel 3, het tweede tot en met het achtste lid wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend. 2. De parkeervergunning gemeentelijke dienstvoertuigen als bedoeld in artikel 3, negende lid, wordt verleend voor een periode van vijf kalenderjaren. 3. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de periode waarvoor de vergunning geldt; b. het vergunninggebied waarvoor de vergunning geldt; c. de (bedrijfs)naam of het adres van de vergunninghouder of het kenteken van het

Toelichting In de nieuwe parkeerverordening is ervoor gekozen om het stilzwijgend verlengen van reeds verleende vergunningen te beëindigen. Dit betekent dat iedere vergunninghouder, na afloop van de geldigheid van zijn vergunning(en), deze zelf opnieuw moet aanvragen. Deze wijziging verbetert de rechtmatigheid van uitgegeven vergunningen. Iedere overgang naar een nieuw kalenderjaar waarbij vergunningen opnieuw moeten worden aangevraagd gaat gepaard met een zekere coulanceperiode (aan vergunninghouders die hun vergunning(en) niet tijdig hebben verleend wordt niet direct een naheffingsaanslag opgelegd).

16

motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend; d. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. Huidige tekst artikel 9 Artikel 9 Beslistermijn 1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.

Nieuwe tekst artikel 7 Artikel 7. Beslistermijn vergunning 1. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag om een vergunning. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste zes weken verlengen, van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van kracht indien een aanvraag, op grond van artikel 4, tweede lid, voor onbepaalde tijd is aangehouden. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning ingevolge deze verordening.

Toelichting In de nieuwe parkeerverordening is de beslistermijn op een aanvraag om een vergunning in overeenstemming gebracht met de beslistermijn zoals opgenomen in artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht (8 weken). De termijn waarmee deze periode door het college kan worden verlengd is teruggebracht van 8 weken naar 6 weken.

Huidige tekst artikel 10 Artikel 10 intrekken of wijzigen 1. de vergunninghouder daar om verzoekt; 2. de vergunninghouder niet voldoet aan de in artikel 4 dan wel artikel 5 genoemde voorwaarden; 3. er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; 4. voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;

Nieuwe tekst artikel 9. Artikel 9. Intrekken of wijzigen vergunning Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. wanneer de vergunninghouder niet woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend;

Toelichting Dit artikel bevat geen noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen.

17

5. de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; 6. de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen; 7. blijkt dat bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt, of; 8. om redenen van openbaar belang.

c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; h. om redenen van openbaar belang.

Huidige tekst artikel 11 Artikel 11 Weigeringsgrond Het college kan een vergunning of een aanvraag van een vergunning weigeren wanneer de aanvrager in het kalenderjaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan dan wel in het daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft gehandeld in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen. Huidige tekst artikel 12 Artikel 12 Gemeentelijke dienstvoertuigen 1. Het college kan vergunning verlenen aan herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Haarlem voor het parkeren op parkeerapparatuurplaatsen. 2. Een vergunning zoals bedoeld in lid 1 wordt verleend voor een periode van vijf jaar.

Nieuwe tekst artikel 11 Artikel 11. Weigeringsgrond Een aanvraag om een vergunning wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, gesteld bij of krachtens deze verordening.

Toelichting In de nieuwe parkeerverordening is gekozen voor het opnemen van een meer generiek toepasbare weigeringsrond.

Nieuwe tekst artikel 3, negende lid. Artikel 3, negende lid. Aan herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Haarlem kan een vergunning worden verleend, waarmee geparkeerd kan worden op parkeerapparatuurplaatsen, te noemen parkeervergunning gemeentelijke dienstvoertuigen.

Toelichting Artikel 12 van de huidige parkeerverordening is in de nieuwe verordening ondergebracht in artikel 3, negende lid (het artikel waarin alle vergunningssoorten zijn opgenomen). De nadere criteria die van toepassing op de parkeervergunning gemeentelijke

18

Huidige tekst artikel 13 Artikel 13 Parkeerduurbeperking Het college kan binnen een vergunninggebied een gebied aanwijzen waar parkeerduurbeperking is ingesteld, indien dat in het besluit parkeerregulering is bepaald. Huidige tekst artikel 14 Artikel 14 Overdracht en wijzigen vergunning 1. De parkeervergunning is niet overdraagbaar. 2. Vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning onmiddellijk aan het college kenbaar te maken. 3. Wijziging van het voertuig of kenteken van het voertuig, van bedrijfsnaam of –adres van vergunninghouder dienen onmiddellijk aan het college te worden doorgegeven. Huidige tekst artikel 15 Artikel 15 Algemene verbodsbepalingen 1. Het is verboden een parkeerautomaat op andere wijze of met andere middelen dan die in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. 2. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een gehandicaptenvoertuig dan wel een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan op een parkeerapparatuurplaats. 3. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten

Bepaling is komen te vervallen

Nieuwe tekst artikel 10 Artikel 10. Overdracht en wijzigingen 1. Een vergunning is niet overdraagbaar. 2. Een vergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een vergunning onmiddellijk aan het college kenbaar te maken. 3. Een vergunninghouder is verplicht een wijziging van het motorvoertuig, kenteken van het motorvoertuig, bedrijfsnaam of adres van de vergunninghouder onmiddellijk aan het college kenbaar te maken. Nieuwe tekst artikel 13, artikel 14 en artikel 12. Artikel 13. Inwerkingstelling parkeerapparatuur Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen in werking te stellen dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven. Artikel 14. Overige verbodsbepalingen 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan: a. op een parkeerapparatuurplaats; b. op een belanghebbendenplaats.

dienstvoertuigen zijn naar de nadere regels verplaatst. Toelichting Zoals opgenomen in het raadsbesluit is naar aanleiding van een uitspraak van de Hoge Raad de mogelijkheid om een parkeerduurbeperking in te stellen afgeschaft. Toelichting Dit artikel bevat geen noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen.

Toelichting Artikel 15 van de nieuwe parkeerverordening is in lijn gebracht met de model parkeerverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In de modelverordening zijn de verbodsbepalingen opgenomen in de vorm van drie verschillende artikelen. De verbodsbepaling in de huidige verordening die is gerelateerd aan het gebruik van papieren vergunningen is als overtollig bevonden.

19

staan, dat daardoor een normaal gebruik van die apparatuur wordt belemmerd of verhinderd. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het tweede lid. 5. Het is verboden om de parkeervergunning al dan niet tegen betaling oneigenlijk te (laten) gebruiken, te (foto)kopiëren, na te tekenen, dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren of om eigenmachtig wijzigingen op de parkeervergunning aan te brengen. 6. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een parkeerapparatuurplaats of autodateplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder geldig parkeerrecht; b. In strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.

Huidige tekst artikel 16 Artikel 16 Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie. Huidige tekst artikel 17 Artikel 17 Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot afdeling II van deze verordening.

2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Artikel 12. Algemene verbodsbepalingen 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of deelautoplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder vergunning; b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning; c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Nieuwe tekst artikel 15 Artikel 15. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in dit hoofdstuk wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. Nieuwe tekst artikel 16 Artikel 16. Nadere regels Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot hoofdstuk II van deze verordening.

Toelichting In de nieuwe parkeerverordening is de mogelijkheid om een persoon in hechtenis te nemen bij overtreding van het bepaalde in artikel 12 t/m 14 achterwege gelaten (omdat deze situatie zich nooit voordoet). Toelichting Dit artikel bevat geen noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen.

20

Huidige tekst artikel 18 Artikel 18 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen. Huidige tekst artikel 19 Artikel 19 Deze verordening wordt aangehaald als ‘Parkeerverordening 2018 gemeente Haarlem’ Huidige tekst artikel 20 Artikel 20 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking. 2. Bij inwerkingtreding van de voorliggende verordening vervalt de ‘Parkeerverordening 2018’ die is vastgesteld in de vergadering van de raad op 23 november 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 3. Vergunningen die worden verlengd krachtens de ‘Parkeerverordening 2018’ die is vastgesteld in de vergadering van de raad op 23 november 2017, worden geacht te zijn verleend krachtens de voorliggende verordening. 4. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen beslissingen krachtens de ‘Parkeerverordening 2018’ die is vastgesteld in de vergadering van de raad op 23 november 2017, worden behandeld met inachtneming van deze stukken, tenzij toepassing van voorliggende verordening voor de bezwaarde gunstiger is.

Nieuwe tekst artikel 18 Artikel 18. Toezicht Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn de daartoe door het college aangewezen personen of categorieën personen belast. Nieuwe tekst artikel 19 Artikel 19. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening 2023 gemeente Haarlem. Nieuwe tekst artikel 20 Artikel 20. Overgangsrecht 1. Aanvragen waarop voor de in artikel 21 opgenomen datum van inwerkingtreding nog geen beslissing is genomen, worden behandeld met inachtneming van de bepalingen van de Parkeerverordening 2018 gemeente Haarlem, tenzij toepassing van deze verordening voor de aanvrager gunstiger is. 2. Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening 2018 Gemeente Haarlem worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. 3. Bezwaarschriften, ingediend tegen beslissingen krachtens de Parkeerverordening 2018 gemeente Haarlem, worden behandeld met inachtneming van de Parkeerverordening 2018 gemeente Haarlem, tenzij toepassing van deze verordening voor de bezwaarde gunstiger is. 4. Op vergunningen die zijn aangevraagd en verleend voor de in artikel 21 opgenomen datum van inwerkingtreding die, na afloop van de geldigheid van de vergunning en op aanvraag van

Toelichting In de nieuwe parkeerverordening is de toevoeging ‘categorieën personen’ gedaan.

Toelichting Dit artikel bevat geen noemenswaardige inhoudelijke wijzigingen Toelichting Dit artikel bevat de overgangsbepalingen die van toepassing zijn op de nieuwe parkeerverordening. Voor iedere overgangsbepaling uit de huidige verordening is beoordeeld of de desbetreffende bepaling in de nieuwe verordening behouden dient te blijven. Lid 1. van de huidige verordening is in de nieuwe verordening verplaatst naar artikel 21, het artikel waarin de inwerkingtreding is opgenomen. Dit geldt ook voor lid 2. van de huidige verordening. Lid 3. en 4. van de huidige verordening zijn inhoudelijk niet gewijzigd. Lid 5. van de huidige verordening is als overtollig bevonden. Lid 6. van de huidige verordening is behouden in de nieuwe verordening omdat de bedoelde situaties zich nog steeds voor kunnen doen.

21

5. De digitale bezoekersregeling, de Mantelzorgvergunning en de Maatschappelijke vergunning treden in werking op de datum die is genoemd bij de tarieven die hiervoor zijn vastgesteld in de Verordening parkeerbelastingen 2018 van de gemeente Haarlem. 6.Vergunningen zoals bedoeld in art. 4 lid 3a en 3b die vóór 1 juni 2021 door de gemeente Haarlem zijn verleend aan houders van grote voertuigen, worden ieder jaar verlengd voor het bestaande kenteken. Bij wijziging van het kenteken vervalt de vergunning ten behoeve van grote voertuigen van rechtswege. 7. Vergunningen zoals bedoeld in art. 4 lid 3a en 3b die vóór de inwerkingtreding van de Parkeerverordening 2020 gemeente Haarlem zijn verleend aan adressen die niet in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen zijn opgenomen, worden verlengd t/m 2021.

de vergunninghouder worden verlengd, zijn artikel 4, 5 en 6 van deze verordening niet van toepassing. 5. Vergunningen die vóór 1 juni 2021 zijn verleend aan houders van grote voertuigen worden ieder jaar, na afloop van de geldigheid van de vergunning en op aanvraag van de vergunninghouder, verlengd voor het bestaande kenteken. Bij wijziging van het kenteken van het motorvoertuig vervalt de vergunning van rechtswege.

Lid 7. van de huidige verordening heeft een specifiek gemaakte einddatum (2021). Op basis hiervan is deze overgangsbepaling uit de nieuwe verordening verwijderd.

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13535036/1