3 Bijlage 5 bij bijlage 2 HIOR
Tekst van het document
Gebruik in beschermd stadgezichtgebieden de principes uit het profiel 14B2 • Waar het hoofdnet fiets (zie fietsnetwerkkaart) samenvalt met dit profiel dient een afweging gemaakt te worden tussen het gebruik van EQ+klinkers (keperverband) of asfalt. Voor maatvoering zie fietsstraatprofielen Groen in dit profiel • De toepassing van geveltuintjes wordt gestimuleerd, houd hierbij rekening met een vrije doorgangsruimte van minimaal 1,65m • Informatie geveltuin (website, groenbeleidsplan)
HIOR Haarlem | 65
Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Holle weg, geveltuin, groenslinger, groen-blauwe voorzieningenstrook, bomen • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden Toegankelijkheid Zorg voor voldoende opgangen/verlaagde banden Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Water, gas, middenspanning en warmtenet worden enkelzijdig aangelegd (dus aan één zijde van de straat). • Water dubbelzijdig aanleggen kan enkel als er geen gas wordt (terug) gelegd. • In 12m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders.
Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen
HIOR Haarlem | 66
Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder de weg worden aangelegd.
4.7
Wegprofielen 14m breed
14B2 indicatief profiel
14B2 toelichting Gebiedstype • Komt voor in de gebieden B (beschermd stadsgezicht) Kenmerken van dit profiel • In het beschermd stadsgezicht zijn, naast afwijkende bestratingsmaterialen in het trottoir (klinkers in de Koninginnebuurt en het Bos en Vaart kwartier, afgestrooid asfalt in Zuiderhout en Vredenhof ) de vloeiende lijnen van trottoir en rijweg een belangrijk kenmerk. Happen uit de trottoirs nemen t.b.v. parkeerplaatsen wordt hier voorkomen door de bandenlijnen van de trottoirs vloeiend te laten slingeren en de groen-blauwe voorzieningenstroken, inclusief parkeerplekken hierbinnen te laten vallen. Er wordt dus geparkeerd op trottoirniveau en op trottoirverharding • Bij straten breder of smaller dan 14m: neem de kenmerken over en pas de breedtemaatvoering aan volgens de omschreven richtlijnen • Groen-blauwe voorzieningenstrook: deze zone (minimaal 2m breed) is in eerste instantie bedoeld voor bomen, beplanting en klimaatadaptatie en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, straatmeubilair, parkeren, terrassen, etc.
• Zorg dat het trottoir afwatert in de groen-blauwe voorzieningenstrook en dat deze strook zo sponzig mogelijk is door bomen en begroeiing, en eventueel door het toepassen van waterdoorlatende verharding ter plaatse van fietsplekken (afhankelijk van de ondergrond en gebruik, afstemmen met klimaatadviseur en beheerder van de gemeente) • 4,8m brede rijbaan is minimale breedte voor twee richtingen volgens de ASVV • Trottoirbreedte min. 1,65m • Waar het hoofdnet fiets (zie fietsnetwerkkaart) samenvalt met dit profiel dient een afweging gemaakt te worden tussen het gebruik van EQ+klinkers (keperverband) of asfalt. Voor maatvoering zie fietsstraatprofielen Groen in dit profiel • De toepassing van geveltuintjes wordt gestimuleerd, houd hierbij rekening met een vrije doorgangsruimte van minimaal 1,65m • Informatie geveltuin (website, groenbeleidsplan)
HIOR Haarlem | 67
Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Holle weg, geveltuin, groenslinger, groen-blauwe voorzieningenstrook (bij voldoende breedte een wadi), bomen • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden.
Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder het trottoir (single pipe systeem) en onder de weg (twinpipe systeem) worden aangelegd.
Toegankelijkheid Zorg voor voldoende opgangen/verlaagde banden Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Water, gas en middenspanning worden enkelzijdig aangelegd (dus aan één zijde van de straat). • Water, gas en middenspanning dubbelzijdig aanleggen kan als er enkel gebruik wordt gemaakt van de ruimte onder de weg voor het warmtenet. • In 14m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur.
Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen
HIOR Haarlem | 68
In Zuiderhout zijn vloeiende bandenlijnen en asfalt trottoirs kenmerkend
Geklinkerde trottoir opsluiting Wilhelminapark
Natuursteen banden
Historisch straatbeeld Julianastraat
14CD2 indicatief profiel
14CD2 toelichting Gebiedstype • Komt voor in de gebieden C en D Kenmerken van dit profiel • Groen-blauwe voorzieningenstrook: deze zone (minimaal 2m breed) is in eerste instantie bedoeld voor bomen, beplanting en klimaatadaptatie en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, straatmeubilair, parkeren, terrassen, etc. • Zorg dat het trottoir afwatert in de groen-blauwe voorzieningenstrook en dat deze strook zo sponzig mogelijk is door bomen en begroeiing, en eventueel door het toepassen van waterdoorlatende verharding ter plaatse van fietsplekken (afhankelijk van de ondergrond en gebruik, afstemmen met klimaatadviseur en beheerder van de gemeente) • 4,8m brede rijbaan is minimale breedte voor twee richtingen volgens de ASVV • Trottoirbreedte min. 1.5m excl. band • Waar het hoofdnet fiets (zie fietsnetwerkkaart) samenvalt met dit profiel dient een afweging gemaakt te worden tussen het gebruik van EQ+klinkers (keperverband) of asfalt.
Voor maatvoering zie fietsstraatprofielen Groen in dit profiel • De toepassing van geveltuintjes wordt gestimuleerd, houd hierbij rekening met een vrije doorgangsruimte van minimaal 1,65m • Informatie geveltuin (website, groenbeleidsplan) Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Holle weg, geveltuin, groenslinger, groen-blauwe voorzieningenstrook, bomen • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden Toegankelijkheid • Zorg voor voldoende opgangen/verlaagde banden
HIOR Haarlem | 69
Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Water, gas en middenspanning worden enkelzijdig aangelegd (dus aan één zijde van de straat). • Water, gas en middenspanning dubbelzijdig aanleggen kan als er enkel gebruik wordt gemaakt van de ruimte onder de weg voor het warmtenet. • In 14m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur.
Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder het trottoir (single pipe systeem) en onder de weg (twinpipe systeem) worden aangelegd.
HIOR Haarlem | 70
4.8
Wegprofielen 16m breed
16CD2 indicatief profiel
16CD2 toelichting Gebiedstype • Komt voor in de gebieden C en D Kenmerken van dit profiel • Groen-blauwe voorzieningenstrook: deze zone (minimaal 2m breed) is in eerste instantie bedoeld voor bomen, beplanting en klimaatadaptatie en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, straatmeubilair, parkeren, etc. • Zorg dat het trottoir afwatert in de groen-blauwe voorzieningenstrook en dat deze strook zo sponzig mogelijk is door bomen en begroeiing, en eventueel door het toepassen van waterdoorlatende verharding ter plaatse van fietsplekken (afhankelijk van de ondergrond en gebruik, afstemmen met klimaatadviseur en beheerder van de gemeente) • 4,8m brede rijbaan is minimale breedte voor twee richtingen volgens de ASVV • Trottoirbreedte min. 1,65m incl. band • In gebied B (beschermd stadsgezicht) komen ook trottoirs van klinkers (Koninginnebuurt, Bosch en Vaart, Kleverpark, Ramplaankwartier) of van asfalt (Zuiderhout) voor. Dit zijn karakteristieke kenmerken die behouden moeten blijven. Gebruik in beschermd stadgezichtgebieden de principes uit het profiel 14B2 • Waar het hoofdnet fiets (zie fietsnetwerkkaart) samenvalt met dit profiel dient een afweging gemaakt te worden tussen het gebruik van EQ+klinkers (keperverband) of asfalt.
Voor maatvoering zie fietsstraatprofielen Groen in dit profiel • De toepassing van geveltuintjes wordt gestimuleerd, houd hierbij rekening met een vrije doorgangsruimte van minimaal 1,65m • Informatie geveltuin (website, groenbeleidsplan) Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Holle weg, geveltuin, groen-blauwe voorzieningenstrook/wadi, bomen • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden.
HIOR Haarlem | 71
Toegankelijkheid • Zorg voor voldoende opgangen/verlaagde banden Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas, water en middenspanning worden dubbelzijdig aangelegd (dus aan beide zijde van de straat). • In 16m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder de weg worden aangelegd.
Indien er onder het rechter trottoir geen gas wordt (terug)gelegd kan er ruimte worden gemaakt voor warmte (twinpipe en lage temperatuur), houdt rekning met beïnvloeding.
HIOR Haarlem | 72
16D2-haaks parkeren indicatief profiel
16D2 haaks parkeren toelichting Gebiedstype • Komt voor in de gebieden D Kenmerken van dit profiel • Groen-blauwe voorzieningenstrook: deze zone (minimaal 2m breed) is in eerste instantie bedoeld voor bomen, beplanting en klimaatadaptatie en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, straatmeubilair, parkeren, etc. • Zorg dat het trottoir afwatert in de groen-blauwe voorzieningenstrook en dat deze strook zo sponzig mogelijk is door bomen en begroeiing, en eventueel door het toepassen van waterdoorlatende verharding ter plaatse van fietsplekken (afhankelijk van de ondergrond en gebruik, afstemmen met klimaatadviseur en beheerder van de gemeente) • 6 m brede rijbaan is nodig in combinatie met haaks parkeren • Trottoirbreedte min. 1,65m • Bij een profiel breder dan 16m gaat de extra ruimte naar het maken van bredere trottoirs • Een fietsroute (zie fietsnetwerkkaart) wordt niet gecombineerd met dit profiel i.v.m. veiligheid van de fietser en achteruitparkerende auto’s Groen in dit profiel • groenvakken met bomen, struiken, vaste planten, gras, etc. Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Holle weg, geveltuin, groenslinger, groen-blauwe voorzieningenstrook, bomen • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden.
Toegankelijkheid Zorg voor voldoende opgangen/verlaagde banden Materialen en objecten
HIOR Haarlem | 73
Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas en middenspanning worden enkelzijdig aangelegd (dus aan één zijde van de straat). • In 16m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder het trottoir/parkeervakken en onder de weg worden aangelegd.
4.9
Wegprofielen vanaf 16m GOW30
16BCD-GOW30 indicatief profiel
HIOR Haarlem | 74
18BCD-GOW30 indicatief profiel
16/18BCD-GOW30 toelichting Gebiedstype • Komt in alle gebieden voor. GOW wegen maken vaak onderdeel uit van een lange lijn (lange lijnenkaart) Kenmerken van dit profiel • GOW30-wegen hebben een dubbelfunctie (verblijfs- en verkeersfunctie) maar met meer nadruk op de verkeersfunctie dan in de standaard woonstraat • GOW30-wegen kunnen dragers van hoofdstructuren zijn zoals: historische hoofdstructuur (lange lijnen), hoofdbomenstructuur, Natuurnetwerk Haarlem, fietsroutes, OV-routes, etc. Daarmee onderscheidt het programma van een GOW weg zich duidelijk van de woonstraat en is doorgaans uniek in zijn soort • GOW30 wegen kennen doorgaans een hoge gebruiksdruk en zijn gebiedsoverschrijdend • Werken aan een GOW30-profiel en/of Lange Lijn betekent redeneren vanuit een ruimtelijke opgave en intensieve samenwerking met naast gelegen gebieden. Herkenbaarheid, continuïteit en samenhang zijn hierbij belangrijk • Rijbaanbreedte varieert tussen de 5,80 en 8,40m (inclusief fietsstroken en exclusief rabatstroken) • Uitgangspunt voor materialisering van de rijbaan en fietsstroken is om het gehele dwarsprofiel in elementenverharding (gebakken klinkers) uit te voeren. Dit zorgt voor een geloofwaardige snelheidslimiet van 30 km/h en daardoor voor lagere snelheden.
Asfalt is mogelijk zolang er maar een aanzienlijk deel in elementenverharding wordt uitgevoerd (dus in geen geval asfalt over de gehele breedte van het profiel toepassen) • Bij toepassen van asfalt voor OV of fiets dient er meer aandacht besteed te worden aan snelheidsremmende maatregelen • Geen fysieke rijbaanscheiding (toepassen op drukke OV-routes vormt hierop een uitzondering)
HIOR Haarlem | 75
Fiets • Fietsvoorzieningen in de vorm van een fietsstrook zijn een vast onderdeel van een GOW30-inrichting. • Bij GOW30 met vrijliggende fietspaden (meestal in de bestaande situatie), raadpleeg Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 (CROW) • Een fietsstraat wordt niet als inrichtingsmogelijkheid voor een GOW30 gezien. Het principe werkt belemmerend ten opzichte van de doorstromingsfunctie • Fietsstroken minimaal 1,70, ideaal 2,20 m breed • Fietsnetwerk: Plusnet fiets wordt uitgevoerd in rood asfalt. Hoofdnet fiets: rood asfalt of comfortabele klinkers (EQ+). OV • Bij HOV-routes, raadpleeg Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 (CROW) voor de aangepaste breedte van de rijbaan • Halteren op de rijbaan is het uitgangspunt • Rustige OV routes kunnen gebruik maken van het smalle profiel van 5,80m (maximale spoorbreedte van een bus is 2,04m). Belangrijke OV-routes behoeven wellicht een bredere rijbaan Groen in dit profiel • Geveltuin (bij geen voortuinen), • groen-blauwe voorzieningenstrook met bomen (1ste grootte), struiken, vaste planten, gras, etc. Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • hol profiel toepassen i.v.m. waterberging • Geveltuin (bij geen voortuinen), groen-blauwe voorzieningenstrook, • Bomen (1ste grootte) met onderbegroeiing van vaste planten, heesters, e.d.
• Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond liggen Voor verdere specificering zie Handreiking voorlopige inrichtingskenmerken GOW30 (CROW) • Oversteekvoorzieningen (blz. 13) • Check verkeersintensiteit (blz. 17)
Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaalprofiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas, water en middenspanning worden dubbelzijdig aangelegd (dus aan beide zijde van de straat). • In de 18 m straat is ruimte voor hoogspanning. • In 16 en 18 m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder de weg worden aangelegd. Er is hier ruimte voor een combinatie van een hoge en lage temperatuur net.
HIOR Haarlem | 76
4.10 Wegprofiel 18m industrieterrein (18E) 18E indicatief profiel
18E toelichting Gebiedstype • Komt voor in de gebieden E Kenmerken van dit profiel • Een straat (of weg) op een bedrijventerrein verschilt wezenlijk in gebruik, maatvoering en uitstraling van de woonstraat. Er ligt meer nadruk op de rijweg. Deze is zwaarder uitgevoerd: breder en in asfalt doordat deze veelvuldig door zwaar en grote voertuigen wordt bereden. De parkeerplekken zijn breder. Het trottoir is relatief smal, omdat er weinig wordt gewandeld. Fietsen staan er nauwelijks op straat en het vuil wordt op een andere manier ingezameld dan met ondergrondse containers. • Zodoende kan de groenstrook puur als infiltratiegroen worden aangewend. • Zorg dat het trottoir afwatert op het infiltratiegroen en dat deze zo sponzig mogelijk is door bomen en begroeiing. Denk er bij voldoende breedte aan om een wadi aan te leggen. • Bij voldoende ruimte: fietsvoorzieningen realiseren Groen in dit profiel • Infiltratiegroen en bomen Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Holle weg, geveltuin, groenslinger, groen-blauwe voorzieningenstrook, bomen • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden. Toegankelijkheid Zorg voor voldoende opgangen/verlaagde banden op hoeken. Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven.
• Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen.
HIOR Haarlem | 77
•
Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel.
Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas, water en middenspanning worden dubbelzijdig aangelegd (dus aan beide zijde van de straat). • In 18 m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder de weg worden aangelegd. Er is hier ruimte voor een combinatie van een hoge en lage temperatuur net.
4.11 Wegprofielen vanaf 20m GOW50
20GOW-50 toelichting
20GOW-50
Gebiedstype • Komen in alle gebieden voor. GOW wegen maken vaak onderdeel uit van een lange lijn (lange lijnenkaart) Kenmerken van dit profiel • GOW wegen onderscheiden zich van de woonstraten door maatvoering (bredere profielen), materialisering, het doorgaande karakter en het samenkomen van allerlei functies en structuren die boven de schaal van woonstraten uitstijgt • GOW-wegen zijn vaak ook dragers van hoofdstructuren zoals: historische hoofdstructuur (lange lijnen), hoofdbomenstructuur, Natuurnetwerk Haarlem, fietsroutes, OV-routes, etc. Daarmee onderscheidt het programma van een GOW weg zich duidelijk van de woonstraat en is doorgaans uniek in zijn soort • GOW-profielen kennen doorgaans een hoge gebruiksdruk en zijn gebiedsoverschrijdend • Werken aan een GOW-profiel en/of een lange lijn betekent redeneren vanuit een ruimtelijke opgave en intensieve samenwerking met naastgelegen beheergebieden. Herkenbaarheid, continuïteit en samenhang zijn hierbij belangrijk Fiets • ietsvoorzieningen in de vorm van vrijligende fietspaden in rood asfalt zijn een vast onderdeel van een GOW50-inrichting.
• Fietsstroken minimaal 2 meter breed (eenrichting) en breder naarmate de route intensiever gebruikt wordt • Pas rijwielpadbanden toe (met schuine zijde) tussen fietspad en trottoir Groen in dit profiel • Geveltuin (bij geen voortuinen), groen-blauwe voorzieningenstrook, grote bomen (1ste grootte) in royale plantgaten groenvakken met grote bomen (1ste grootte), struiken, vaste planten, gras, etc. Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Geveltuin (bij geen voortuinen), groen-blauwe voorzieningenstrook, grote bomen (1ste grootte) in royale plantgaten
HIOR Haarlem | 78
•
Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden.
Toegankelijkheid Zorg voor voldoende toegankelijkheid en veilige oversteekplaatsen. Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas, water, warmte en middenspanning worden dubbelzijdig aangelegd (dus aan beide zijde van de straat). • In dit profiel is ruimte voor hoogspanning. • In 18 m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders. Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur.
Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder de fietspaden worden aangelegd. Er is hier ruimte voor een combinatie van een hoge en lage temperatuur net.
HIOR Haarlem | 79
22GOW-50 indicatief profiel
22GOW-50 toelichting Gebiedstype • Komen in alle gebieden voor. GOW wegen maken vaak onderdeel uit van een lange lijn (lange lijnenkaart) Kenmerken van dit profiel • GOW wegen onderscheiden zich van de woonstraten door maatvoering (bredere profielen), materialisering, het doorgaande karakter en het samenkomen van allerlei functies en structuren die boven de schaal van woonstraten uitstijgt • GOW-wegen zijn vaak ook dragers van hoofdstructuren zoals: historische hoofdstructuur (lange lijnen), hoofdbomenstructuur, Natuurnetwerk Haarlem, fietsroutes, OV-routes, etc. Daarmee onderscheidt het programma van een GOW weg zich duidelijk van de woonstraat en is doorgaans uniek in zijn soort • GOW-profielen kennen doorgaans een hoge gebruiksdruk en zijn gebiedsoverschrijdend • Werken aan een GOW-profiel en/of een lange lijn betekent redeneren vanuit een ruimtelijke opgave en intensieve samenwerking met naastgelegen beheergebieden. Herkenbaarheid, continuïteit en samenhang zijn hierbij belangrijk Fiets • Fietsvoorzieningen in de vorm van een vrijligende fietspaden in rood asfalt zijn een vast onderdeel van een • GOW50-inrichting.
• Fietsstroken minimaal 2 meter breed (eenrichting) en breder naarmate de route intensiever gebruikt wordt • Pas rijwielpadbanden toe (met schuine zijde) tussen fietspad en trottoir Groen in dit profiel • Geveltuin (bij geen voortuinen), groen-blauwe voorzieningenstrook, grote bomen (1ste grootte) in royale plantgaten groenvakken met grote bomen (1ste grootte), struiken, vaste planten, gras, etc.
HIOR Haarlem | 80
Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Geveltuin (bij geen voortuinen), groen-blauwe voorzieningenstrook, grote bomen (1ste grootte) in royale plantgaten • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden Toegankelijkheid Zorg voor voldoende toegankelijkheid en veilige oversteekplaatsen. Materialen en objecten Ondergrond • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven. • Onderzoek of het mogelijk is om de groen- blauwe voorzieningenzone vrij te maken van kabels en leidingen. • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel. Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd rioolbuis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt afgekoppeld en er wordt een drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas, water, warmte en middenspanning worden dubbelzijdig aangelegd (dus aan beide zijde van de straat). • In dit profiel is ruimte voor hoogspanning. • In 18 m straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen, om zo ruimte te creëren voor 3 aanbieders.
Bij meer dan drie aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen
HIOR Haarlem | 81
Uitgangspunt warmtenet: • Warmtenet kan onder de fietspaden worden aangelegd. Er is hier ruimte voor een combinatie van een hoge en lage temperatuur net.
4.12 Wegprofiel fietsstraat
Fietsstraat toelichting
Fietsstraat indicatief profiel
Gebiedstype • Een fietsstraat kan in alle gebieden voorkomen waar een hoofdfietsroute ligt en waar de verhouding tussen auto’s en fietsers aan bepaalde voorwaarden voldoet Kenmerken van dit profiel • Raadpleeg voor het al dan niet toepassen van een fietsstraat een specialist bij BBOR • Breedte van de fietsrijbaan 3-4m • Bij autoverkeer (te gast) in één richting volstaat een fietsrijbaan van 3 meter. Bij autoverkeer in twee richtingen wordt een bredere fietsrijbaan toegepast • De rabatstrook (0,3-0,4m) aan weerszijden van de rijstrook vlak uitvoeren (dus niet als molgoot, i.v.m. fietscomfort) • Raadpleeg ook de Fietberaadnotitie (Aanbevelingen, 2018) Groen in dit profiel • Zie woonstraten Klimaatadaptatie maatregelen in dit profiel • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden. Toegankelijkheid Zorg voor voldoende toegankelijkheid en veilige oversteekplaatsen. Materialen en objecten Ondergrond Algemeen: • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaal profiel
HIOR Haarlem | 82
Uitgangspunt riool: • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd riool buis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • De locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt niet afgekoppeld enkel drainage bij geplaatst. Uitgangspunt kabels en leidingen: • Gas, water, warmte en middenspanning worden enkelzijdig aangelegd (dus aan één zijde van de straat). • In smalle straten is de ondergrondse ruimte voor kabels en leidingen beperkt. Om ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen om ruimte te creeren voor 3 aanbieders. Bij meer dan 3 aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Daar waar middenspanning wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen. Op twee dieptes aanleggen heeft niet de voorkeur. Uitgangspunt Warmtenet: • In dit profiel is enkel ruimte voor een twinpipe systeem als er in de linker groen-blauwe voorzieingen strook geen bomen worden geplant.
HIOR Haarlem | 83
4.13 Minimale en gewenste maatvoering Profiel indeling Trottoir
betreft Breedte (excl. band)
min. (m) 1,5
Voorzieningen strook Weg 1-richting
breedte breedte
2 3,4
Weg 2-richtingen Langs parkeervak
breedte rijbaan-band x lengte breedte x lengte breedte bij haaks parkeren lengte bij langs parkeren
4,8 2 x 5,5
Haaksparkeren Gehandicapte parkeerplaats Gehandicapte parkeerplaats Lichtmast/laadpaal - rijbaan Oprit trottoir
breedte
6
De rijbaan dient 6m breed te zijn i.v.m. achteruitsteken 7,5
0,3+band 1,2
breedte breedte breedte
1,7
tussen de banden
3,3
Watergang Watergang Hoofdwatergang
betreft
min. (m)
Toelichting Min 1,2m bij plaatselijke versmallingen over max 20m; min 0,9m bij puntvernauwing over max 0,5m Geschikt voor bomen, parkeren, ondergronds afval, fiets parkeren Bij straten smaller dan 8m wordt een rijwegbreedte van 3m gehanteerd
2x6
2,5 x 5 3,5
Fietsstrook Vrij liggend fietspad Openbaar vervoerbanen BUBEKO Openbaar vervoerbanen BIBEKO
HIOR Haarlem | 84
wens (m) 2,1
2,25
Min 7,5m als achter wordt in- en uitgestapt. Dit als uitgangspunt hanteren in een openbare straat I.v.m. toegankelijkheid. Toepassen om de ca. 50m bij een erftoegangsweg/woonstraat (liefst om de 30m) en om de ca. 100m bij een 50 km-weg (liefst om de 50m) Volg Aanbevelingen voor de breedte fietspaden 2022 (CROW Fietsberaad)
3,5
7
wens (m)
Toelichting Volgens Keur Hoogheemraadschap Rijnland
Bomen Boomvak Boom-gevel Boom-band 70 km weg Boom-band 50 km weg Boom-band <50 km weg Boom-fietspad Boom-parkeervak Boom-lichtmast >6m hoogte Boom-lichtmast 3-6m hoogte Boom-ondergrondse container Boom-kade/beschoeiing Boomspiegel Groen Heestervak Vaste planten Haag, strak Haag, los Klimplanten Geveltuin Bosplantsoen Gras/gazon Taludhelling, natuurvriendelijke oever Wadi-weg
HIOR Haarlem | 85
betreft groen-blauwe voorzieningenstrook hartboom-gevel hartboom-band hartboom-band hartboom-band hartboom-fietspad hartboom-band hartboom-lichtmast hartboom-lichtmast hartboom-zijkant ondergrond hartboomkade/dekzerk
min. (m) 2 (breedte)
wens (m)
Toelichting Smaller alleen in overleg met de beheerder
2 4,5 1 0,5 0,5 0,5 5 3 5
3
1,50x1,50
2x2
betreft breedte x lengte breedte x lengte breedte x lengte breedte x lengte breedte x lengte breedte breedte breedte verhouding
min. (m) 1,5 x 1,5 1,5 x 1,5 0,8 x 5 1,2 x 5 0,3 x 0,3 0,3 5 2 1:3
wens (m)
Toelichting Kleiner alleen in overleg met de beheerder Kleiner alleen in overleg met de beheerder
0,6 10
Vrije doorgang op het trottoir dient minimaal 1,65m te zijn
1:5
Variëren in verloop om verschillende gradiënten te realiseren
rand wadi - kant weg
0,5
1,50
Of gecentreerd in boomvak
2,5
Bij toepassing van boombunker minimaal 1m afstand hanteren
Kabels en leidingen Vrije zone gevel - K&L
betreft * dagmaat
min. (m) 0,2
wens (m) 0,4
Vrije zone t.b.v. huisaansluitingen Data kabelbed
dekking
0,55-0,85-mv
breedte dekking dekking
0,15 0,45-0,55-mv 0,85-0,95-mv
0,5
Vrije zone tussen datakabel bundels
dagmaat
0
0,1
Glasvezel-elektra LS Glasvezel-elektra MS Koperkabel-elektra
dagmaat dagmaat dagmaat
0,1 0,5
0,25
Elektra kabelbed Laagspanningskabels onderling Middenspanningkabels onderling LaagspanningMiddenspanning
breedte dagmaat
0,15 0,1
0,5 0,1
dagmaat
0,3
0,5
dagmaat
0
0,1
Bij een smalle strook voor data en meerdere aanbieders kan in twee lagen worden gelegd. Dit heeft echter niet de voorkeur en is tevens niet mogelijk als er middenspanning naast ligt
0,5
Laagspanning dekking 0,45-0,55-mv Middenspanning dekking 0,85-0,95-mv 0,9 Elektra MS-gas dagmaat 0,3 Elektra MS-warmte dagmaat 0,3 0,5 * dekking = afstand van het maaiveld c.q. verharding tot de bovenkant van het net
HIOR Haarlem | 86
Toelichting Bij een vrije zone van 0,3m kan er een geveltuin worden gemaakt van max 0,3m breed Deze zone is uitsluitend bestemd voor kruisende (huisaansluiting)leidingen en moet te allen tijden vrij zijn van doorgaande leidingen
Om onderscheid te maken tussen de kabels van verschillende aanbieders dienen de kabels gebundeld in de grond te worden gelegd. Aanvullend kan er worden gewerkt met verschillende kleuren Daar waar MS aanwezig is, mag geen glasvezel verdiept worden aangelegd Hou bij een kleinere afstand dan 0,5m rekening met storing. Om ruimte te creëren in de ondergrond kan worden afgesproken zoveel mogelijk koper te verwijderen en niet terug te plaatsen
Middenspanning wordt dieper aangelegd. Deze mag bij uitzondering en in overleg met Liander ook ònder Laagspanning worden aangelegd in 8m profiel
Houd bij stalen warmte leidingen rekening met beïnvloeding
Kabels en leidingen Gas-water
betreft * dagmaat
min. (m) 0,25
Gas-warmte
dagmaat
0,25
Gas Water
dekking dekking
0,85 1
0,9 1,2
Water-elektra MS Water-warmte
dagmaat dagmaat
0,3 1
0,5 1,5
Warmte Verhoogde band tussen weg en trottoir/groenstrook - K&L K&L-straatlantaarns Boom-K&L
dekking dagmaat
0,85 0,1
1 0,2
dagmaat hart boombuitenkant K&L
0,3 1,1
Wortelscherm-K&L Ondergrondse container-K&L Kolk-K&L Put-K&L Sleufstempeling riool - K&L Riolen onderling
wens (m)
dagmaat 0,1 dagmaat 0,25 dagmaat 0,25 dagmaat 0,5 dagmaat 0,3 h op h 800 1250 afstand Riolen dekking 1,2m-mv Drainage dekking 1,4m-NAP * dekking = afstand van het maaiveld c.q. verharding tot de bovenkant van het net
HIOR Haarlem | 87
Toelichting Uitgangspunt bovenkant waterleiding ligt dieper dan of gelijk aan het hart van de gasleiding Uitgangspunt bovenkant warmteleiding ligt dieper dan of gelijk aan het hart van de gasleiding Om opwarming van waterleiding te voorkomen is het wenselijk deze dieper aan te leggen dan 1,0m Van de 1,5m kan worden afgeweken in specifieke gevallen. (plaatselijk, lage temperatuur, kleine diameter) altijd en uitsluitend in overleg met PWN
Een wortelscherm zorgt voor mitigerende maatregelen. De afstand voor het plaatsen van een wortelscherm moet altijd in overleg met de kabel- en leidingbeheerder en de groenbeheerder. Bijvoorbeeld bij smal wortelende bomen moet het scherm minimaal op 1m uit de boom geplaatst worden
4.14 Detaileringen Om beleidsdoelen zoals meer groen, meer biodiversiteit, betere toegankelijkheid, klimaatadaptatie en duurzame mobiliteitsambities ook in de woonstraten zoveel mogelijk te verwezenlijken wordt de groen-blauwe voorzieningenstrook geïntroduceerd. De groen-blauwe voorzieningenstrook is een zone van minimaal 2m breed en is in eerste instantie bedoeld voor bomen, beplanting en klimaatadaptatie en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, electriciteitskasten, straatmeubilair, parkeren, etc. Momenteel wordt vrijwel deze gehele ruimte ingenomen door geparkeerde auto’s. Als de mobiliteitstransitie, met bijbehorend parkeerbeleid, zich doorzet zal de geparkeerde auto geleidelijk aan plaats gaan maken voor andere functies zoals groen en verblijfsruimte. Het trottoir watert af in de groenblauwe voorzieningenstrook. Deze wordt dan ook zo sponzig mogelijk gehouden door de toepassing van bomen en begroeiing, en eventueel door het toepassen van waterdoorlatende verharding ter plaatse van fietsplekken (afhankelijk van de ondergrond en gebruik, afstemmen met klimaatadviseur en beheerder van de gemeente). HIOR Haarlem | 88
Groen blauwe voorzieningenstrook
Het toepassen van grasverharding kan een mooi beeld opleveren en van betekenis zijn voor regenwater infiltratie, biodiversiteit en een gezonde bodem. Grasverharding is echter niet overal gewenst en dient in overleg met een klimaatdeskundige en beheerder van de gemeente worden overlegd. De bodem moet voldoende ruimte bieden aan het infiltrerende regenwater en dat is met de hoge grondwaterstanden op veel plekken in Haarlem niet het geval. Daarbij wordt het gewenste groene beeld wat mensen bij open verharding hebben vaak niet gerealiseerd omdat de verharding te vaak bereden wordt en planten of gras de kans niet krijgt om te groeien.
Voorbeelden grasverharding met klinkers
Met waterpasserende bestrating (waarbij water tussen de voegen of zelfs door de steen heen kan) wordt op veel plekken in het land geexperimenteerd. De ervaringen daarmee zijn niet zodanig positief dat ze een onderdeel zijn van dit Hior. Wat hoort thuis in de groen-blauwe voorzieningenstrook: • Beplanting zoals vaste planten, wilde bloemen, bolgewassen, hagen, heesters, bomen, zie richtlijnen groen) • Ondergrondse vuilcontainers • Fietsplekken • Trafo-kasten • Verblijfsruimte (bijvoorbeeld een picknick-plek voor de buurt of een terras in het centrum) Door de groen-blauwe voorzieningenstrook vrij te spelen van ondergrondse infra en te vullen met goede grond ontstaan er langgerekte plantsleuven met goede en gezonde groeiomstandigheden voor de bomen, die zich daardoor goed kunnen ontwikkelen: optimale schaduw, regenwaterinfiltratie en biodiversiteit! Een goed doorwortelde bodem werkt als een spons en kan veel water opnemen. Vandaar dat alle groenblauwe zones ook als infiltratiezone geschikt zijn.
Voorbeelden van open grasverharding van gebakken klinkers: een klinker met acht gaten of een legverband met openingen (gebakken heeft voorkeur boven beton)
HIOR Haarlem | 89
Inritconstructie van klinkers en/of inritblokken
HIOR Haarlem | 90
Molgoten
Kruising in gebakken klinkers
HIOR Haarlem | 91
Verkeersdrempel klinker arcering
HIOR Haarlem | 92
Kantopsluiting halfverharding in groen
Parkeren: kruisarcering en markering voor minder validen
Minder-validen parkeerplaatsen vragen vooral om een ruimere maatvoering in de breedte en in de lengte. Autoportieren dienen geheel opengeklapt te kunnen worden en achter de auto dient ruimte vrijgehouden te worden voor het in en uitladen van een rolstoel. Bepaal per locatie of extra ruimte in de lengte- of breedterichting mogelijk is.
HIOR Haarlem | 93
5. Klimaatadaptatie 5.1 •
•
•
•
Van toepassing zijn: het Strategisch Plan Klimaatadaptatie Haarlem, de richtlijn duurzaam bouwen, de Verordening op de afvoer van hemelwater Haarlem 2022, het Stedelijk Waterplan, en de Intentieovereenkomst Klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland. Voor de klimaatbestendige inrichting van de private omgeving stelt de gemeente geen andere eisen dan de eisen die in deze HIOR en de Verordening op de afvoer van hemelwater in Haarlem 2022 zijn omschreven. Voor een klimaatbestendige inrichting van de publieke ruimte wordt in overleg met de gemeente (met een nog op te stellen Afwegingskader Klimaatbestendige Inrichting) de meest geschikte maatregel bepaald. De voorkeurstrits (vasthouden/infiltreren, bergen, afvoeren) dient zoveel als mogelijk te worden toegepast. Zorg voor het benutten, tijdelijk vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater door bijvoorbeeld: toepassing van vegetatiedaken, grindbeken, wadi’s, (half-)open verharding en afstroming naar en infiltratie in groenstroken.
5.2 •
•
• • •
Algemene klimaatrichtlijnen
Hevige neerslag
Het ontwerp biedt een integrale oplossing voor hevige neerslag en voldoet aantoonbaar aan onderstaande richtlijnen: Hevige neerslag (1/100 jaar, 70 mm in een uur) zorgt niet voor schade in en aan gebouwen, infrastructuur en voorzieningen; Bij hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm in een uur) blijven vitale en kwetsbare infrastructuur en voorzieningen functioneren en bereikbaar; In het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig; Bij een waterdiepte van 20cm op rijbaan door extreme regen en/of over-
HIOR Haarlem | 94
• • • • •
stromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar; Wegprofiel: Kies in overleg met een klimaatadviseur van de gemeente voor: een hol profiel als waterberging op straat nodig is (kuipvormig) een tonrondprofiel als er een combinatie met een waterbergende fundering (waterinfiltratie) mogelijk is Deze voorstellen in gezamenlijk overleg met de klimaat- en technisch adviseur en beheerders bespreken. De ontwikkeling gebeurt waterneutraal, houdt stroombanen in stand en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater binnen de ontwikkeling wordt zoveel mogelijk vastgehouden, in de bodem gebracht en hergebruikt in het plangebied. Hemelwater in het te ontwikkelen plangebied mag niet afgewenteld worden op het naastgelegen gebied.
Holle weg
Bolle weg
De grootte van de gemiddelde en/of incidentele bui is aan het toenemen. Een bui tot 20mm/uur kan de bestaande riolering meestal goed verwerken, daarboven loopt in veel gevallen het riool vol en komt er (tijdelijk) water op straat te staan. Om water op straat goed te kunnen opvangen en vervolgens langzaam te laten wegzakken of wegstromen is het holle straatprofiel geïntroduceerd. Op deze manier ontstaat er een kuip waarin het regenwater van een grote bui zich verzamelt als het riool in volgelopen. Zo wordt voorkomen dat regenwater de huizen in loopt. Overleg met een riolerings- en klimaatadaptatiedeskundige van de gemeente of een hol profiel mogelijk en wenselijk is.
Een tonrond of bol profiel kan in principe minder grote hoeveelheden water bergen. Dit vergroot de kans op wateroverlast bij grote buien. Overweeg bij een tonrond profiel of er een combinatie met een waterbergende fundering mogelijk is (in overleg met een klimaatdeskundige van de gemeente).
HIOR Haarlem | 95
5.3
Langdurige droogte
Het ontwerp houdt in de integrale oplossing rekening met langdurige droogte door onderstaande uitgangspunten te hanteren: • Bij langdurige droogte (potentieel maximaal neerslag tekort 300 mm, eens per 10 jaar) wordt schade aan bebouwing, wegen, groen en vitale en kwetsbare functies voorkomen; • De verwachte en met het grondwatermodel berekende grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte zijn sturend voor de inrichting van het plangebied; • Gebied specifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein; • Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.
5.4
Extreme hitte
Het ontwerp biedt een integrale oplossing tegen extreme hitte en voldoet aantoonbaar aan onderstaande richtlijnen: • Er is tenminste 40% schaduw voor langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in het plangebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer; • Koele plekken (minimaal 200 m2) zijn op loopafstand (maximaal 300m) aanwezig; • Tenminste 50% van alle horizontale en verticale oppervlakten worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied en gebouwen zelf te verminderen;. • Vitaal en kwetsbare functies blijven beschikbaar bij hitte; • Koeling leidt niet tot opwarming van de (verblijfs) ruimtes in de directe omgeving.
HIOR Haarlem | 96
5.5
Kans op overstroming
Afhankelijk van de plaatselijke overstromingskans en optredende waterdiepte wordt ingezet op het voorkomen van schade, het beperken van schade of het voorkomen van slachtoffers. Voor vitale en kwetsbare functies gelden aanvullende eisen. Welke eisen van toepassing zijn op het plangebied is dus afhankelijk van de overstromingskans en diepte. Wat de overstromingskans per waterdiepte is, is te vinden in de klimaateffectatlas. • Bij overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar; • Er dienen maatregelen genomen te worden om schade te beperken in een geval van een overstroming, mits deze doelmatig zijn; • Er moeten maatregelen getroffen worden om veilig te kunnen schuilen of te evacueren in het geval van een overstroming.
6. Huishoudelijk afval 6.1
Afvalinzameling
Richtlijnen voor locatiebepaling (Semi) ondergrondse containers en bovengrondse verzamelcontainers • De locatiebepaling van (semi)ondergrondse containers, bovengrondse containers en GFT op standaard vindt in overleg met Spaarnelande en BBOR plaats. Hierbij geldt dat iedere locatie optimaal toegankelijk en veilig is voor inzamelwagen als voor bewoners. • Bij herinrichting of reconstructie worden de bestaande afvalvoorzieningen door Spaarnelande beoordeeld op locatie en gebruik. Een aanpassing kan noodzakelijk zijn; • Containers worden geplaatst volgens de afwegingsmethodiek SOR (dus in principe in de groen- blauwe voorzieningenstrook/ parkeerstrook). Bij de locatiekeuze wordt het openbaar groen zoveel mogelijk ontzien. • Containers moeten bij voorkeur geplaatst worden voor een opgaande rand c.q. gevel. Met betrekking tot de afstand tussen een container en de gevel (lees: de gevel waar de ramen van de woonkamer zijn) van een woning wordt in ieder geval een minimumafstand gehanteerd van driem. Voor andere zijden van een woning geldt dat de minimumafstand minder dan éénm kan bedragen, bijvoorbeeld als er geen (direct) uitzicht op de container is. De container wordt zoveel mogelijk buiten eventuele haakse zichtlijnen ten opzichte van de gevel met woningen geplaatst. • Doorgaande routes op trottoirs worden altijd vrijgehouden.
• De containerlocatie is niet achter parkeerplaats, vanuit de positie van de ledigingsauto. Containers worden in beginsel niet direct naast een speelplaats geplaatst. Containers mogen niet op laad- en losplaatsen, bushalten of invalidenparkeerplaats geplaatst worden. • Indien een container bij parkeerplaatsen geplaatst moet worden, dan moet er rekening mee gehouden worden dat een openstaande autodeur en de voorzijde van een auto 0,5m van het platform (traanplaat) afblijven. Wanneer de ondergrondse container is geplaatst mag het niet mogelijk zijn dat een voertuig op de traanplaat kan parkeren. Wanneer die kans aanwezig is dient de locatie met adequate afschermingsmiddelen (zoals paaltjes) te zijn afgeschermd. HIOR Haarlem | 97
• •
•
•
•
De container wordt niet binnen de kroonprojectie van bestaande bomen geplaatst, ter voorkoming van schade aan wortels en boomkroon. De richtlijn voor de loopafstand naar een container voor restafval is maximaal 250m (artikel 4 lid 8 Uitvoeringsbesluit). De loopafstand naar een grondstoffencontainer moet zo klein mogelijk zijn (maatwerk afhankelijk van de aard en samenstelling van de wijk). PBD-, glas-, papier- en textielcontainers ((semi) onder- of bovengronds) en GFT standaard worden verspreid geplaatst over de wijk om het gebruik zo evenredig mogelijk over de containers te verdelen en als achtervang bij winkelcentra. Ondergrondse containers zodanig plaatsen dat deze buiten de uitzichthoeken van de kruisingen staan, zodat het zicht op de kruisingen niet wordt belemmerd. Zie voor maten van ondergrondse containers de matentabel
Boomaanplant Wanneer er sprake is van vergroening (aanplanten bomen) in de buurt van ondergrondse afvalcontainers of wanneer er ondergrondse containers in de nabijheid van bestaande bomen aangebracht dienen te worden dan dient er rekening gehouden te worden met ten minste 10m hoogte vrije ruimte voor de kraan. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de draaicirkel van de kraan. De boom staat tenminste op 5,0m van het ondergrondse deel van de afvalcontainer. Het zou zoveel mogelijk vermeden moeten worden dat bomen (regelmatig flink) gesnoeid moeten worden om lediging van containers mogelijk te houden. In situaties met bestaande bomen is het belangrijk dat, voor de plaatsing van ondergrondse afvalcontainers, een BEA (Bomen Effect Analyse) wordt uitgevoerd. Overige nieuwe objecten Wanneer er sprake is van wijzigingen in objecten in de buurt van afvalinzamelvoorzieningen (ondergrondse containers) dan dient er rekening mee gehouden te worden dat de ledigingswerkzaamheden ruimte vragen voor zowel de bereikbaarheid als de lediging. De kraan vereist een vrije
werkhoogte van ten minste 10m waarbij tevens rekening gehouden moet worden met de zwaai van de container van put naar inzamelauto en weer terug. Objecten die hier mogelijk in de weg staan zijn: openbare verlichting, overhangende balkons en boomkruinen (uitgangspunt is niet snoeien).
Richtlijnen voor opstelplaatsen mini(rol)containers 140/240/260 liter inhoud/rolcontainers • De locatiebepaling van de opstelplaatsen van rolcontainers vindt in overleg met Spaarnelande en BBOR plaats. Hierbij geldt dat iedere locatie optimaal toegankelijk is voor inzamelwagen als voor bewoners. • Voorkomen dient te worden dat de inzamelvoertuigen achteruit moeten rijden en draaien. • Er wordt uitgegaan van circa 15 tot 20 containers per verzamelopstelplaats. Houdt rekening met eventuele opritjes. • De voorkeur voor situering van een opstelplaats is waar mogelijk in een parkeervak. Op het aangewezen parkeervak moet voor de betreffende inzameldagen een parkeerverbod (verkeersbord) zijn ingesteld. Het verbod geldt van 20:00 uur de dag voor inzameling tot 20:00 uur van de inzameldag. • Met betrekking tot de afstand tussen een containeropstelplaats en de gevel (lees: de gevel waar de ramen van de woonkamer zijn) van een woning wordt in ieder geval een minimumafstand gehanteerd van 3m. • Opstelplaatsen worden moeten zo gesitueerd worden dat bij het ledigen geen schade aan bomen, lantaarnpalen, auto’s, verkeersborden etc. kan optreden. • Bij de keuze van locaties mag de doorgang van voetgangers en rolstoelgebruikers niet worden gehinderd. • Plaatsing van inzamelvoorzieningen in het groen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.
Als er toch geen alternatief is dan moet versnippering van het groen worden voorkomen. Het ontwerp voor plaatsing moet zo min mogelijk afbreuk doen aan de kwaliteit van de groenvoorziening.
HIOR Haarlem | 98
7.
Groen
7.1
Groen algemeen
7.1.1
Algemene uitgangspunten groen
1. Haarlem gaat voor (maximaal) groen! Belangrijk is het streven naar de 3-30-300 vuistregel. Vanuit iedere woning zijn 3 bomen te zien, is 30 procent aan openbaar groen als percentage van het totale oppervlakte in de buurt aanwezig en is in de nabijheid van 300m van een woning een groen park of plantsoen toegankelijk. En we zetten in op de realisatie van het Haarlems Natuurnetwerk. 2. Het groenbeleid van gemeente Haarlem is van toepassing bij het ontwerpen, aanleggen en beheren van (groen) projecten: Deze afspraken in de vorm van vastgesteld beleid, visies en ambities op het gebied van het vergroenen van de stad (Groenbeleidsplan), het Natuur Netwerk Haarlem, Hoofdbomenstructuur, Bomenbeleidsplan, Bomenverordening en monumentale bomen en natuurinclusief bouwen. 3. Het ontwerp van het groen moet afgestemd zijn op het afgesproken beheerniveau (CROW) of ander te behalen (natuur)doelen.
7.1.2
Uitgangspunten bij ontwerp & beplantingsplan
1. Het groenontwerp en beplantingsplan zijn eenvoudig en overzichtelijk en bestaan uit een beperkt aantal elementen en zijn robuust. Het groen ontwerp maakt duidelijk hoe de boven- en ondergrondse groeiplaatsen voor de verschillende beplantingen worden aangelegd en welke voorzieningen er worden getroffen voor flora en fauna. 2. Een beplantingsplan bestaat uit een tekening op schaal waarop de verschillende plant- en boomsoorten zijn aangegeven. Daarbij horen plantlijsten met daarop het aantal planten per groep of plantvak, aantal per m2 en de te leveren maten. 3. Hou in elk plan rekening met de beleving van seizoenen. Daarbij past ook een jaarronde bloei en zaad/vruchtdracht van soorten, waaronder HIOR Haarlem | 99
andere insecten en vogels van profiteren. Het toepassen van inheemse met inheemse soorten versterkt de biodiversiteit. 4. Maak in het ontwerp duidelijke grenzen tussen openbaar en privé, zodat duidelijk is wie waar verantwoordelijk is voor het beheer. 5. Maak een sociaal veilig ontwerp. Zorg voor voldoende zicht(-lijnen) en verlichting op de juiste plekken die niet belemmerd wordt door beplanting. Voorkom overhangend groen over stoepen en wegen. 6. Hou bij hoeken, kruisingen en oversteekplekken rekening met de maximumhoogte van beplanting in de obstakelvrijezone (0,40m) en in de transparante zone (0,75m). Waar de obstakelvrije en transparante zone liggen, verschilt per type kruising. Vraag hierover advies bij een verkeerskundige. 7. Het is niet toegestaan zwaar giftige soorten te planten binnen de begrenzing van speelplekken, voedselbossen, pluktuinen, (randen van) moestuinen en gebieden waar honden mogen loslopen. 8. Groen in mobiele systemen zoals gesloten plantenbakken (met bodem) en hangende manden, passen we in principe niet toe. Alleen als er sprake is van medebeheer, zijn gesloten plantbakken toegestaan. Dat wil zeggen wanneer het dagelijks beheer bij bewoners of ondernemers ligt. 9. Gebruik groen altijd klimaatadaptief. Zorg dat het regenwater erin kan stromen. Leg plantvakken daarom bij voorkeur op maaiveldniveau aan zodat het regenwater erin stroomt.
Verhoogde plantvakken worden alleen bij uitzondering en met een duidelijke reden waar a niveau geen voorkeur heeft of niet mogelijk is. 10. Zorg ervoor dat het groen goed te beheren is en bereikbaar voor de beheermachines. Stem de afstanden tussen bomen, randen en meubilair af op maaivoertuigen. 11. Stem bij groene inrichting van oevers met Rijnland af of en hoe onderhoud van de watergang gaat plaatsvinden. 12. Hou langs strooiroutes rekening met strooizout. Over het algemeen kunnen bomen en vaste planten slecht tegen strooizout (dooizouten). Kies voor strooizoutbestendig sortiment naast strooiroutes. Of zorg voor 1m afstand tussen de strooiroute en de beplanting. 13. Kies aan de randen van speelplekken voor beplanting die snel sluit en sterk is. Voorzie de plantvakken van lage afrastering of verhoogde randen
(met waterdoorlaat openingen) om onder andere doorrijden met fietsjes onmogelijk te maken. Zorg voor schaduwplekken (met bomen) en zorg bij de uitgangen voor lage beplanting in verband met zicht van en op spelende kinderen en overig verkeer.
7.2
Bomen
7.2.1
Plantafstanden en soortkeuze
Afstand tot de gevel Bij het aanplanten van bomen is het belangrijk om voldoende afstand te houden tot de gevel. Deze afstand wordt bepaald door de grootte en kroonbreedte van de boom in de volwassen fase en de dichtheid van de kroon. Ook maakt de oriëntatie van de gevel uit, zijn het noord- of zuidgevels. Randvoorwaarde is dat de boomgroei niet leidt tot overlast/ klachten en er regulier beheer kan worden uitgevoerd. Vuistregel is om bomen te planten op een afstand van 3m (minimaal 2m) van de gevel gerekend vanaf het hart van de boom. In smalle woonstraten < 10m kunnen alleen bomen van de 2e of 3e grootte worden gebruikt of soorten van de 1e grootte met een zuilvormige of piramidale kroon.
Afstand tot de rijbaan Afhankelijk van de rijsnelheid en verkeerstype gelden verschillende plantafstanden tot de rijbaan, de volgende minimale plantafstanden dienen te worden aangehouden: Profiel van vrije ruimte bij: >70 km/uur weg Minimale vereiste vrije doorgang (hoogte): 4,6m Plantafstand t.o.v. kantstreep of binnenkant band 4,5m*
Profiel van vrije ruimte bij: 50-70 km/uur weg Minimale vereiste vrije doorgang (hoogte): 4,2m Plantafstand t.o.v. kantstreep of binnenkant band 1,00m * Bij toepassing van een vangrail kan de afstand worden verkleind
HIOR Haarlem | 100