CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2: Was/wordt tabel bij wijzigingsverordening

gemeenteraad 20 april 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Wijzigingsverordening APV Omgevingswet13.203 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was/ wordt tabel bij Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem Omgevingswet 2023 Huidige tekst artikel 1:1 Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; c. bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Haarlemse Bouwverordening daaronder wordt verstaan; d. college: het college van burgemeester en wethouders; e. gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; f. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; g. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; h. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; i. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;

Nieuwe tekst artikel 1:1 Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; b. bevoegd gezag: : bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet

c. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; d. college: het college van burgemeester en wethouders; e. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; f. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; g. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; h. openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; i. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; j. weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de

Uitleg De definities van bouwwerk, gebouw en bevoegd gezag worden aangepast als gevolg van de Ow. De definitie van beperkingengebiedactiviteit wordt toegevoegd, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. In verschillende artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerke n, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat

j.

weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.

Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan. k. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

Huidige tekst artikel 1:2 Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op: a. een aanvraag om een evenementenvergunni ng als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid; b. een aanvraag om vergunning voor het vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 2:40b, eerste lid; c. een aanvraag om vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.

Nieuwe tekst artikel 1:2 Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor de beslissing op: a. een aanvraag om een evenementenvergunni ng als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid; b. een aanvraag om vergunning voor het vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal als bedoeld in artikel 2:40b, eerste lid; c. een aanvraag om vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid.

wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

In het vierde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor beslistermijnen (paragrafen 16.5.2 en 16.5.3 van de Omgevingswet).

4. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of artikel 4:11.

4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

Huidige tekst artikel 1:4 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.

Nieuwe tekst artikel 1:4 Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1. Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. 3. Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

Huidige tekst artikel 1:5 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.

Nieuwe tekst artikel 1:5 Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

In het derde lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergun-ning zijn, geeft de Omgvingswet een uitputtende regeling voor het nakomen van voorschriften (artikel 5.5 van de Ow, eventueel in samenhang met artikel 22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit).

In het tweede lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn, regelt de Omgevingswet uitputtend voor wie de omgevingsvergunning geldt

(artikel 5.37 van de Ow). Huidige tekst artikel 1:6 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning, de of ontheffing of het verlof kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt.

Nieuwe tekst artikel 1:6 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning, de of ontheffing of het verlof kan worden ingetrokken of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e. indien de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

In het tweede lid wordt opgenomen dat het artikel niet van toepassing is op een omgevingsvergunning. Voor vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergun-ning zijn, geeft de Omgevingswet een uitputtende regeling voor intrekking of wijziging van een omgevingsvergun-ning (paragraaf 5.1.5 van de Ow).

Huidige tekst artikel 2:10 Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg 1. Het is verboden een openbare plaats, waaronder de weg of een weggedeelte, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid of veiligheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1.50 m wordt gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, de redelijke eisen van welstand en het doelmatig en veilig gebruik van de weg nadere regels stellen ten aanzien van uitstallingen en reclameborden, voorwerpen ten behoeve van (bouw)werkzaamheden, alsmede ten behoeve van fotoen filmopnamen en laadkabels ten behoeve van een laadvoorziening. 4. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid. 5. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een

Nieuwe tekst artikel 2:10 Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg 1. Het is verboden een openbare plaats, waaronder de weg of een weggedeelte, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid of veiligheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1.50 m wordt gelaten op het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg. 3. Het college kan in het belang van de openbare orde, de woon- en leefomgeving, de redelijke eisen van welstand en het doelmatig en veilig gebruik van de weg nadere regels stellen ten aanzien van uitstallingen en reclameborden, voorwerpen ten behoeve van (bouw)werkzaamheden, alsmede ten behoeve van fotoen filmopnamen en laadkabels ten behoeve van een laadvoorziening. 4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:32; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. particuliere markten als bedoeld in artikel 5:2; en e. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 7. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 , of de provinciale wegenverordening.

5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:32; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. particuliere markten als bedoeld in artikel 5:2; en e. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Huidige tekst artikel 2:11 Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend: a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; of b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de Verordening aanleg warmtenetten gemeente Haarlem 2020, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde

Nieuwe tekst artikel 2:11 Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

2. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: a. in het belang van de bruikbaarheid van de weg; of b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

Telecommunicatieverordening gemeente Haarlem. 6. Op de vergunning bedoeld in het tweede lid, aanhef en onder b (overige gevallen) is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde verordening of de Verordening aanleg warmtenetten gemeente Haarlem 2020.

Huidige tekst artikel 2:12 Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg ten behoeve van een gemotoriseerd voertuig op meer dan 2 wielen of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; e. vanwege de strijd met een geldend bestemmingsplan. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciale wegenreglement.

Huidige tekst artikel 2:21 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

Nieuwe tekst artikel 2:12 Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg ten behoeve van een gemotoriseerd voertuig op meer dan 2 wielen of verandering aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen; e. vanwege de strijd met een omgevingsplan. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

Nieuwe tekst artikel 2:21 Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

Verwijzingen naar wet- en

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Huidige tekst artikel 2:23 Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren c. zich te begeven of te bevinden op een ijsvlakte in openbaar water waarvan uit daartoe geplaatste borden of voorwerpen kan worden aangenomen dat het ijs onbetrouwbaar is. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht

Nieuwe tekst artikel 2:23 Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren c. zich te begeven of te bevinden op een ijsvlakte in openbaar water waarvan uit daartoe geplaatste borden of voorwerpen kan worden aangenomen dat het ijs onbetrouwbaar is. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht

regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

of de provinciale vaarwegenverordening.

of de provinciale omgevingsverordening.

Huidige tekst artikel 2:28c Artikel 2:28c Weigering vergunning 1. De burgemeester weigert de vergunning indien: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2:28f; of c. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 2. De burgemeester kan een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 2:28d, onder d, is ingetrokken, gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar weigeren.

Nieuwe tekst artikel 2:28c Artikel 2:28c Weigering vergunning 1. De burgemeester weigert de vergunning indien: a. de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

Huidige tekst artikel 2:32c Artikel 2:32c Weigering terrasvergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 2:32, tweede lid wordt geweigerd indien: a. een goede afwikkeling van het verkeer, waaronder voetgangers, in het belang van de verkeersveiligheid niet mogelijk is; b. vaststaat of met redenen is te vrezen dat de plaatsing van het terras een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat tot gevolg zal hebben en daaraan door het opleggen van

Nieuwe tekst artikel 2:32c Artikel 2:32c Weigering terrasvergunning Een vergunning als bedoeld in artikel 2:32, tweede lid wordt geweigerd indien: a. een goede afwikkeling van het verkeer, waaronder voetgangers, in het belang van de verkeersveiligheid niet mogelijk is; b. vaststaat of met redenen is te vrezen dat de plaatsing van het terras een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat tot gevolg zal hebben en daaraan door het opleggen van

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

b. niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2:28f; of c. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 2. De burgemeester kan een vergunning ten aanzien van een inrichting, waarvan de vergunning op grond van artikel 2:28d, onder d, is ingetrokken, gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar weigeren.

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

voorschriften niet voldoende tegemoet kan worden gekomen; c. indien niet wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand. d. de exploitatie van het terras in strijd is met het bestemmingsplan of verleende omgevingsvergunning.

voorschriften niet voldoende tegemoet kan worden gekomen; c. indien niet wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand. d. de exploitatie van het terras in strijd is met het omgevingsplan of verleende omgevingsvergunning

Huidige tekst artikel 2:39 Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in

Nieuwe tekst artikel 2:39 Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op: a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend; b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de handeling als in

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

artikel l, onder a, van de artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen te Wet op de kansspelen te verrichten. verrichten. 3. De burgemeester weigert de 3. De burgemeester weigert de vergunning: vergunning: a. indien naar zijn oordeel a. indien naar zijn oordeel moet worden moet worden aangenomen aangenomen dat de woondat de woon- en en leefsituatie in de leefsituatie in de omgeving omgeving van de van de speelgelegenheid of speelgelegenheid of de de openbare orde op openbare orde op ontoelaatbare wijze ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de door de exploitatie van de speelgelegenheid; of speelgelegenheid; of b. indien de exploitatie van b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in de speelgelegenheid in strijd is met het strijd is met een geldend omgevingsplan. bestemmingsplan.

Huidige tekst artikel 2:40f Artikel 2:40f Weigering vergunning speelautomatenhallen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 30 e van de Wet op de kansspelen en artikel 1:8 van deze verordening, wordt de vergunning geweigerd indien: a. het maximum aantal af te geven vergunningen is verleend; b. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is; c. de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt; d. de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen als bedoeld in Boek I, titel 19 van het Burgerlijk Wetboek;

Nieuwe tekst artikel 2:40f Artikel 2:40f Weigering vergunning speelautomatenhallen 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 30 e van de Wet op de kansspelen en artikel 1:8 van deze verordening, wordt de vergunning geweigerd indien: a. het maximum aantal af te geven vergunningen is verleend; b. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is; c. de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt; d. de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen als bedoeld in Boek I, titel 19 van het Burgerlijk Wetboek;

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

e. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de woonen leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van een winkelstraat op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; f. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan dan wel een stadsvernieuwingsplan c.q. Leefmilieuverordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder c.

Huidige tekst artikel 2:60 Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; d. of te voeren.

e. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de woon- en leefsituatie in de naaste omgeving of het karakter van een winkelstraat op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; f. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan.

2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder c.

Nieuwe tekst artikel 2:60 Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die aanwijzing is aangegeven; d. of te voeren. 2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

2. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

binnen plaats die een krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

Huidige tekst artikel 2:71 Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002, houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).

Nieuwe tekst artikel 2:71 Artikel 2:71 Begripsbepaling In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

In dit artikel wordt de definitie van consumentenvuurwerk aangepast. In artikel 5.43 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet wordt het Vuurwerkbesluit gewijzigd. De definitie van consumentenvuurwerk vervalt. Overal waar consumentenvuu r-werk staat wordt dit in het Vuurwerkbesluit vervangen door ‘vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik’. Voor de toepassing van de APV wordt het begrip consumentenvuurwerk gehandhaafd. De verwijzing naar het Vuurwerkbesluit wordt vervangen door bovengenoemde definitie

Huidige tekst artikel 2:78 Artikel 2:78 Tegengaan onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten

Nieuwe tekst artikel 2:78 Artikel 2:78 Tegengaan onveilig, niet leefbaar of malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

beperken. Een bedrijfsmatige beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. druk staat. 3. Het is verboden om zonder 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de a. in een door de burgemeester op grond burgemeester op grond van het tweede lid van het tweede lid aangewezen gebouw of aangewezen gebouw of gebied voor door de gebied voor door de burgemeester benoemde burgemeester benoemde bedrijfsmatige bedrijfsmatige activiteiten; of activiteiten; of b. indien de uitoefening van b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de het bedrijf een door de burgemeester op grond burgemeester op grond van het tweede lid van het tweede lid aangewezen aangewezen bedrijfsmatige activiteit bedrijfsmatige activiteit betreft. betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in 4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: derde lid weigeren: a. in het belang van het a. in het belang van het voorkomen of beperken voorkomen of beperken van overlast of strafbare van overlast of strafbare feiten; feiten; b. indien de leefbaarheid in b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze het gebied door de wijze van exploitatie nadelig van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; te worden beïnvloed; c. de exploitant of c. de exploitant of beheerder in enig opzicht beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag van slecht levensgedrag is; is; d. indien redelijkerwijs d. indien redelijkerwijs moet worden moet worden aangenomen dat de aangenomen dat de feitelijke toestand niet feitelijke toestand niet met het in de aanvraag met het in de aanvraag vermelde in vermelde in overeenstemming zal overeenstemming zal zijn; zijn;

e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens lid vijf en zes gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of exploitatie in strijd is met het omgevingsplan.

5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

d. indien van toepassing de d. indien van toepassing de verblijftitel van de verblijftitel van de exploitant of beheerder; exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of dat de exploitant of beheerder gerechtigd is beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid om in Nederland arbeid te verrichten; te verrichten; f. een document waaruit f. een document waaruit blijkt dat de exploitant blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de gerechtigd is over de ruimte te beschikken ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt waarin het bedrijf wordt gevestigd. gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen derde lid intrekken of wijzigen indien: indien: a. door het bedrijf de a. door het bedrijf de openbare orde wordt openbare orde wordt aangetast of dreigt te aangetast of dreigt te worden aangetast; of worden aangetast; of b. door het bedrijf de b.

door het bedrijf de leefbaarheid in het leefbaarheid in het gebied door de wijze van gebied door de wijze van de exploitatie nadelig de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of te worden beïnvloed; of c. de voorwaarden uit de c. de voorwaarden uit de vergunning of de plichten vergunning of de plichten voortvloeiend uit dit voortvloeiend uit dit artikel niet worden artikel niet worden nageleefd; of nageleefd; of d. de exploitant of d. de exploitant of beheerder in enig opzicht beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag van slecht levensgedrag is; of is; of e. de exploitant of e. de exploitant of beheerder betrokken is beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij kan worden verweten bij activiteiten of strafbare activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten feiten of activiteiten

worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten

worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of f. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of g. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of h. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie of i. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met het omgevingsplan.

8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, sub a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten

bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 11. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 15. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Huidige tekst artikel 3:7 Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het sekswerkers betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in

Nieuwe tekst artikel 3:7 Artikel 3:7 Weigeringsgronden 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij; c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het sekswerkers betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in

Verwijzingen naar wet- en regelgeving zijn geactualiseerd en aangepast aan de Omgevingswet.

strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden; i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenw et 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249,

strijd met het bepaalde bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000; h. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van meer dan zes maanden; i. de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: i. bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenw et 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening; ii. de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met 249,

252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; iii. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; iv. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 in samenhang gelezen met artikel 8 of in samenhang gelezen met artikel 163 van de Wegenverkeersw et 1994; v. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; vi. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; vii. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen. j. het maximum aantal vergunningen en/of maximum aantal werkruimten, zoals door het bevoegd bestuursorgaan is vastgesteld in de nadere regels op grond k. de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan dat ter

252, 273a, 300 tot en met 303, 416, 417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van Strafrecht; iii. artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; iv. de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 in samenhang gelezen met artikel 8 of in samenhang gelezen met artikel 163 van de Wegenverkeersw et 1994; v. de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; vi. de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie; vii. de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op de Kansspelen. j. het maximum aantal vergunningen en/of maximum aantal werkruimten, zoals door het bevoegd bestuursorgaan is vastgesteld in de nadere regels op grond k. de vestiging of exploitatie van de seksinrichting of het escortbedrijf in strijd is met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging

2.

3.

4.

5.

inzage is gelegd, een beheersverordening, een exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid en onder h, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, wordt: a. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning; b. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

daarvan.

. 2. Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid en onder h, wordt gelijk gesteld: a. een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf; b. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid en onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom minder dan € 375 bedraagt. 3. De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, wordt: a. bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning; b. bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de vergunning. 4. Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid en onder h en i, telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee. 5. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 worden geweigerd in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;

c. de veiligheid van c. de veiligheid van personen of goederen; personen of goederen; d. de verkeersvrijheid of d. de verkeersvrijheid of veiligheid; veiligheid; e. de gezondheid of e. de gezondheid of zedelijkheid; zedelijkheid; f. de f. de arbeidsomstandigheden arbeidsomstandigheden van de sekswerker; van de sekswerker; 6. Een vergunning kan, 6. Een vergunning kan, onverminderd het bepaalde in onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, worden geweigerd artikel 1:8, worden geweigerd indien het bedrijfsplan niet indien het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in de voldoet aan het bepaalde in de nadere regels op grond van deze nadere regels op grond van deze verordening. verordening. 7. Een vergunning voor een 7. Een vergunning voor een escortbedrijf kan voorts worden escortbedrijf kan voorts worden geweigerd als het escortbedrijf geweigerd als het escortbedrijf wordt gevestigd in een wordt gevestigd in een woonruimte waarvoor geen woonruimte waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel vergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is verleend. Huisvestingswet 2014 is verleend.

Huidige tekst artikel 4:1 Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;

b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit;

c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar,

Nieuwe tekst artikel 4:1 Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar,

Deze wijziging strekt ertoe de bepalingen over het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting binnen of vanuit inrichtingen te handhaven. Op grond van artikel 8.2.2 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de artikelen 4:1 tot en met 4:5 van de APV uiterlijk tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden.

d.

e.

f.

g.

h. i.

j.

bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; sportgelieerde activiteit: sportactiviteiten van een sportvereniging activiteit van maatschappelijk belang: activiteit die bijdraagt aan het algemeen belang van de gemeente.

Huidige tekst artikel 4:5 Artikel 4:5 Onversterkte muziek 1. Het is verboden onaanvaardbare overlast te veroorzaken bij het binnen inrichtingen ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit. 2. Indien aan de normen van tabel e worden voldoen is in ieder geval geen sprake van onaanvaardbare

d.

e.

f.

g.

h. i.

j.

bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting; geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de betreffende inrichting; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; sportgelieerde activiteit: sportactiviteiten van een sportvereniging activiteit van maatschappelijk belang: activiteit die bijdraagt aan het algemeen belang van de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12649056/3