CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2 was wordt lijst

commissie Bestuur 20 maart 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: 17:20 uur Wijziging referendumverordening gemeente Haarlem 2022 (JW)9.207 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VNG Model Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder:  kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad;  referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. kiesgerechtigden: degenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor leden van de raad; b. referendum: een volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit. c. centraal stembureau: het centraal stembureau dat voor de gemeenteraadsverkiezingen wordt ingesteld als bedoeld in hoofdstuk E van de Kieswet.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. kiesgerechtigden: degenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad, alsmede ingezetenen van de gemeente van zestien jaar en ouder die met uitzondering van hun leeftijd voldoen aan de vereisten voor het kiesrecht voor leden van de raad; b. referendum: een volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit.

Toelichting: Bij de definities van de begrippen ‘kiesgerechtigden’ en ‘referendum’ is aansluiting gezocht bij de definities uit het VNG Model. Het college stelt daarnaast voor om de uitbreiding van de categorie kiesgerechtigden met ingezetenen van zestien jaar en ouder, waarvoor ook in de Referendumverordening 2022 was gekozen, te handhaven. De Referendumverordening kent een aantal taken toe aan het centraal stembureau. Het verkiezingenstelsel kent meerdere centraal stembureaus. Er zijn geen bepalingen opgenomen om een apart centraal stembureau in te stellen en dit is ook niet de bedoeling. Om verwarring te voorkomen wordt in de Referendumverordening nu expliciet duidelijk gemaakt dat het hier gaat om hetzelfde centraal stembureau als voor de gemeenteraadsverkiezingen.

1

VNG Model Artikel 2. Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van [kiesgerechtigden EN/OF de raad]. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; d. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; e. in het kader van deze verordening; f. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; g. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; h. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft[; OF , of] i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden[. OF , of] j. [j. waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden.]

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 2 Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; d. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; e. in het kader van deze verordening; f. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; g. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; h. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; j. die naar het oordeel van de raad gaan over een onderwerp waarover in de afgelopen vier jaar een referendum is gehouden; k. waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden.

2

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 2 Referendum, initiatief, onderwerpen 1. Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden en de raad. 2. Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; c. over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; d. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; e. in het kader van deze verordening; f. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; g. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; h. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; j. waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden.

Toelichting: De VNG Modelverordening voorziet in artikel 2, eerste lid in drie referendumvarianten waaruit de raad kan kiezen: de mogelijkheid dat kiesgerechtigden het initiatief nemen voor een referendum, de mogelijkheid dat de raad het initiatief neemt en de variant waarbij beide opties mogelijk worden gemaakt. Het college stelt voor om, in het licht van de bespreking in de commissie Bestuur op 6 maart 2025, alleen nog een referendum op initiatief van kiesgerechtigden mogelijk te maken. Argument hiervoor is, dat het referendum primair een instrument van en voor kiesgerechtigden is. De meeste uitzonderingsgronden genoemd in het tweede lid van dit artikel blijven ongewijzigd, maar worden wel nader toegelicht op basis van het voorstel daartoe van de referendumcommissie bij als bijlage 2 bij haar Tweede evaluatierapport van 4 juni 2024. Zie daartoe de desbetreffende tekst in de artikelsgewijze toelichting. Na bespreking in de commissie Bestuur op 6 maart 2025 stelt het college voor aan artikel 2, tweede lid een nieuwe uitzonderingsgrond onder j. toe te voegen om zodoende een nieuw referendum over een onderwerp waarover in de afgelopen vier jaar een referendum is gehouden uit te sluiten.

3

VNG Model Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden. 2. De referendumcommissie bestaat uit [drie OF vijf] leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier [of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie]. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 3 Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt de leden, op voordracht van het college. 2. De referendumcommissie bestaat uit drie of vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De leden worden benoemd voor een periode van maximaal zes jaar. Leden treden af volgens een bij hun benoeming vast te stellen aftreedschema. Aftredende leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van maximaal zes jaar. 6. Komt te vervallen. 7. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie. De vergoeding bedraagt maximaal 125% van het bedrag dat voor commissies in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is vastgelegd.

4

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 3 Samenstelling referendumcommissie 1. De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt de leden, op voordracht van het college. 2. De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3. De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 4. De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5. De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Leden treden af volgens een door de referendumcommissie opgesteld aftreedschema. Aftredende leden kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van zes jaar. 6. Een commissielid kan te allen tijde ontslag nemen en dient daartoe een verzoek in bij de raad. 7. De leden van de commissie ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie. De vergoeding bedraagt maximaal 125% van het bedrag dat voor commissies in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is vastgelegd. Daarnaast kunnen de leden hun uren voor benodigde werkzaamheden en taken die niet uitgeoefend kunnen worden tijdens vergaderingen overeenkomstig het bij benoeming overeengekomen tarief declareren.

Toelichting: Met de beoogde wijziging van het tweede lid wordt een flexibele omvang van de referendumcommissie beoogd, die uit drie of vijf leden kan bestaan. Deze wijziging sluit aan bij hetgeen hierover in artikel 3, tweede lid van de VNG Modelverordening wordt gesteld. Om te voorkomen dat leden gelijktijdig (na zes jaar of twee maal zes jaar) aftreden, wordt een aftreedschema gemaakt en bij de benoeming vastgesteld. Het college stelt dit voor omdat over het aftreedschema zoals opgesteld door de vorige referendumcommissie onduidelijkheid ontstond. Bij de benoeming van de leden wordt de benoemingstermijn vermeld. De benoemingstermijn kan dus per lid verschillen. Leden kunnen maximaal twee termijnen worden benoemd. Dit sluit aan bij de tekst van de Referendumverordening 2022. De totale zittingstermijn is daarmee maximaal twaalf jaar en kan ook korter zijn. Het college stelt voor om artikel 3, zesde lid Referendumverordening 2022 te laten vervallen, omdat hierover ook geen bepaling in de Modelverordening is opgenomen en het leden ook zonder een dergelijke bepaling vrij staat om hun ontslag in te dienen. Artikel 96, eerste lid, van de Gemeentewet bepaalt dat commissieleden een bij verordening vastgestelde vergoeding krijgen. In het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers zijn hierover nadere regels gesteld. In dit Rechtspositiebesluit is in artikel 3.4.1.

een tabel opgenomen met vergoedingen voor commissieleden voor het bijwonen van vergaderingen. Het college stelt verder voor om de mogelijkheid te schrappen dat leden hun uren kunnen declareren voor benodigde werkzaamheden en taken die niet uitgeoefend kunnen worden tijdens vergaderingen (artikel 3, zevende lid).

5

VNG Model Artikel 4. Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: i. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; ii. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en iii. de datum van het te houden referendum; b. de voorzitter van de raad te adviseren over het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen; c. burgemeester en wethouders te adviseren over: i. de stembiljetten, en ii. de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 11; d. toezicht te houden op: i. de uitvoering van deze verordening, en ii. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; e. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d; f. binnen [termijn (bijvoorbeeld drie maanden)] na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen [termijn (bijvoorbeeld drie maanden)] nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Blijft ongewijzigd.

6

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 4 Taken en vergaderingen referendumcommissie 1. De referendumcommissie heeft tot taak: a. de raad te adviseren over: i. de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; ii. de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en iii. de datum van het te houden referendum; b. de voorzitter van de raad te adviseren over het papieren en digitale formulier voor de ondersteuningsverklaringen; c. burgemeester en wethouders te adviseren over: i. de stembiljetten, en ii. de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 10; d. toezicht te houden op: i. de uitvoering van deze verordening, en ii. het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; e. klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d; f. binnen drie maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen drie maanden nadat een inleidend of definitief referendumverzoek is afgewezen, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 2. De referendumcommissie kan op eigen initiatief

2.

3. 4.

De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.

3. 4.

advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. De referendumcommissie vergadert in beslotenheid. De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar.

Toelichting: Bij de formulering van dit artikel is aansluiting gezocht bij het gelijkluidende artikel in de VNG-Modelverordening. Dit geldt ook voor de termijn (drie maanden), waarbinnen de referendumcommissie een evaluatie moet uitbrengen, genoemd in artikel 4, eerste lid onder f. Dit artikel bepaalt dat de referendumcommissie diverse adviserende taken heeft. Daarnaast houdt de referendumcommissie toezicht op het gehele referendumproces. De referendumcommissie kan gevraagd en ongevraagd advies geven. Hoewel de wijze waarop de referendumcommissie haar taken vervulde in de afgelopen periode onderwerp van gesprek in de raad is geweest, ziet het college op dit moment geen aanleiding om de raad voor te stellen verandering aan te brengen in de taken van de referendumcommissie, die immers ook in overeenstemming zijn met hetgeen hierover in de VNG-Modelverordening is bepaald.

7

VNG Model [Artikel 5. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste [aantal] ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, [termijn (bijvoorbeeld zeven dagen)] voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. 5.

6.

7.

De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 5 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste dertienhonderd (1300) ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 5 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Tevens voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7.

Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de

8

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 5 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1. Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste vierhonderd (400) ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2. Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk 5 werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Tevens voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6.

De raad wijst het inleidend verzoek alleen af indien niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 2, tweede lid en artikel 5, eerste, tweede en derde lid.

aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

raad in dezelfde raadsvergadering het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. De stemming over het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.

7.

Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt.

Toelichting: Het college stelt voor om de aantallen benodigde ondersteuningsverklaringen, zoals genoemd in artikel 5, eerste lid (inleidend verzoek) en artikel 6, eerste lid (definitief verzoek) in lijn te brengen met de percentages, zoals genoemd in de toelichting bij deze artikelen in de VNG Modelverordening, te weten 1% respectievelijk 5% van het aantal kiesgerechtigden, alsmede ingezetenen van zestien jaar en ouder. Dit betekent dat voor het inleidend verzoek ten minste 1300 ondersteuningsverklaringen nodig zijn en voor het definitieve verzoek ten minste 6.600. Artikel 5, vierde lid is in 2022 al uitgebreid met de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen, een mogelijkheid die nog niet in de VNG Modelverordening was opgenomen. Met de voorgestelde aanpassing van artikel 5, zesde lid sluit het college aan bij de gelijkluidende tekst in de VNG Modelverordening. Het wijzigen van de tekst betekent overigens niet dat er meer mogelijkheden komen om het inleidend verzoek af te wijzen. Hierbij wordt getoetst aan artikel 2, tweede lid en artikel 5. Afwijzing van het inleidend verzoek vraagt nog steeds om een zorgvuldige afweging en motivering.

De aanpassingen van artikel 5, zevende lid zijn conform de aanbevelingen 5 en 11 van de referendumcommissie in haar Tweede Evaluatierapport en leiden tot een verduidelijking van de procedure in de raad met betrekking tot de inwilliging van het inleidend verzoek. Het slot van de laatste zin van artikel 5, zevende lid komt overeen met het slot van de laatste zin van artikel 5, zevende lid in de VNG Modelverordening.

9

VNG Model Artikel 6. Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste [aantal] ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen [termijn (bijvoorbeeld zes weken)] na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. In aanvulling hierop voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt [termijn (bijvoorbeeld wekelijks)] bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 6 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste zesduizend zeshonderd (6.600) ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Tevens voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.

Als

10

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 6 Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1. Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste vierduizend (4.000) ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2. Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3. Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4. Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop in ieder geval de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. Tevens voorziet de gemeentelijke website in de mogelijkheid om digitale ondersteuningsverklaringen in te dienen. Deze digitale mogelijkheid komt zoveel mogelijk overeen met het papieren formulier voor de ondersteuningsverklaringen. 5. De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6. De voorzitter van de raad maakt wekelijks bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend.

7.

8.

De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum.

7.

8.

9.

het benodigde aantal ondersteuningsverklaringen is behaald, hoeven de overige verklaringen niet gecontroleerd te worden op geldigheid. De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Komt te vervallen.

7.

8.

9.

De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het tweede lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. De raad wijst het verzoek alleen af indien niet binnen de in artikel 6, tweede lid, genoemde termijn het vereiste aantal kiezers het verzoek ondersteunt.

Toelichting: Artikel 6 komt grotendeels overeen met artikel 6 uit de VNG Modelverordening. Met de voorgestelde aanpassing van artikel 6, zesde lid sluit het college aan bij de evaluatie door de referendumcommissie, in het bijzonder bij aanbeveling 7. Het woord ‘verzoeken’, dat de referendumcommissie in haar aanbeveling gebruikt, is aangepast in ‘ondersteuningsverklaringen’ dan wel ‘verklaringen’. Het uiteindelijke totaal aantal ondersteuningsverklaringen wordt niet bekendgemaakt. Dit is ook niet logisch, omdat ondersteuningsverklaringen niet meer worden gecontroleerd op geldigheid, nadat het benodigde aantal geldige ondersteuningsverklaringen is behaald. Het college stelt voor, om artikel 6, negende lid uit de Referendumverordening 2022 te laten vervallen, omdat de VNG Modelverordening hierover ook geen bepaling bevat, de strekking van de bepaling evident is en dit niet apart hoeft te worden geregeld.

11

VNG Model EN/OF Artikel 7. Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt.]

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Komt te vervallen.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 7 Initiatief van de raad 1. De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2. Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt.

Toelichting: In de VNG Modelverordening betreft het hier een en/of bepaling, waarbij het aan de desbetreffende gemeente wordt overgelaten om een referendum op initiatief van kiesgerechtigden en/of de raad mogelijk te maken. Het college stelt voor om, in het licht van de bespreking in de commissie Bestuur op 6 maart 2025, alleen nog een referendum op initiatief van kiesgerechtigden mogelijk te maken. VNG Model Artikel 8. Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming vindt plaats uiterlijk [termijn (bijvoorbeeld vier maanden)] na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met ten hoogste [termijn (bijvoorbeeld twee maanden)] verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 8 Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming vindt plaats uiterlijk vier maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met maximaal twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 8 Datum stemming 1. De raad bepaalt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de dag waarop de stemming over het referendum plaatsvindt. 2. De stemming vindt plaats uiterlijk zes maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. De raad kan deze termijn met maximaal twee maanden verlengen om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen.

Toelichting: met de keuze voor vier in plaats van zes maanden in artikel 8, tweede lid sluit het college aan bij de tekst van het daarover bepaalde in de VNG

12

Modelverordening. Het college vindt het van belang om het referendum snel te organiseren, nadat daartoe is besloten. VNG Model Artikel 9. Vraagstelling referendum 1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. 2. Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. EN/OF 3. Bij een referendum op initiatief van de raad [wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn EN/OF kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen.] 4. Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast.]

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 9 Vraagstelling 1. De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling van het referendum vast. 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de stempas. 3. Bij een referendum wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. 4. Komt te vervallen.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 9 Vraagstelling 1. De raad stelt ten minste twaalf weken voor het referendum op voordracht van de referendumcommissie de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het referendum vast. 2. De vraagstelling wordt weergegeven op de stempas. 3. Bij een referendum wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn of kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. 4. Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast na advies van de referendumcommissie.

Toelichting: het college sluit met dit voorstel voor artikel 9 in grote lijnen aan bij de tekst uit de VNG Modelverordening en de Referendumverordening 2022 waar het een referendum op initiatief van kiesgerechtigden betreft. Nu de mogelijkheid van een referendum op initiatief van de raad komt te vervallen, vervalt ook het daarmee samenhangende vierde lid. Het college stelt voor om ook artikel 9, tweede lid te handhaven. Hierin wordt bepaald dat de vraagstelling wordt weergegeven op de stempas. Deze bepaling, die niet in de VNG Modelverordening staat, is opgenomen om de vraagstelling van het referendum voor kiesgerechtigden zo duidelijk mogelijk te maken.

13

VNG Model Artikel 10. Budget, subsidieplafond en subsidiecriteria 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum. 2. Tevens stelt de raad het subsidieplafond vast voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het ontwerp raadsbesluit waarop het referendum betrekking heeft[, dat wordt onderverdeeld in deelplafonds voor activiteiten die tot doel hebben: a. de kiesgerechtigden te laten stemmen voor het ontwerp raadsbesluit; b. de kiesgerechtigden te laten stemmen tegen het ontwerp raadsbesluit, en c. het debat over het ontwerp raadsbesluit op neutrale wijze te bevorderen.] 3. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van stemming; b. met winstoogmerk worden ondernomen; c. die zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist; d. […]. 4. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan: a. collectieven van ten minste [aantal (bijvoorbeeld zes)] kiesgerechtigde inwoners van de gemeente, en b. rechtspersonen, met uitzondering van politieke groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. 5. De subsidie bedraagt 100% van de redelijke kosten van de activiteiten, met uitzondering van

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 10 Budget en subsidieplafond 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum. 2. Tevens stelt de raad het subsidieplafond vast voor subsidie voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. 3. Burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond en de begin- en einddatum van de aanvraagtermijn, plus een redelijke termijn waarop eventuele onvolledige aanvragen dienen te worden aangevuld, bekend. De aanvraagtermijn voor subsidies kan niet eerder starten dan twee weken na bekendmaking van de subsidiemogelijkheid, waarbij voldoende rekening wordt gehouden met schoolvakanties voor het basis-en voortgezet onderwijs die voor de regio zijn aangewezen. 4. Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening gemeente Haarlem 2021 niet van toepassing.

14

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 10 Budget en subsidieplafond 1. Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum. 2. Tevens stelt de raad een budget vast voor subsidie voor activiteiten ter ondersteuning van het publieke debat en de meningsvorming over het onderwerp waarop het referendum betrekking heeft. Bij een referendum op initiatief van kiesgerechtigden wordt dit budget onderverdeeld in drie gelijke deelplafonds of althans twee gelijke deelplafonds voor de onder a. en b. genoemde groepen voor activiteiten die tot doel hebben: a. de kiesgerechtigden te laten stemmen voor het ontwerp raadsbesluit; b. de kiesgerechtigden te laten stemmen tegen het ontwerp raadsbesluit; en c. het debat over het ontwerp raadsbesluit op neutrale wijze te bevorderen. Bij een referendum op initiatief van de raad wordt afhankelijk van het aantal oplossingsrichtingen een aantal gelijke deelplafonds vastgesteld en een deelplafond voor neutrale activiteiten. 3. Burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond en de deelplafonds en de beginen einddatum van de aanvraagtermijn, plus een redelijke termijn waarop eventuele onvolledige aanvragen dienen te worden aangevuld, bekend. 4.

Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening gemeente Haarlem 2021 niet van toepassing.

6.

7.

loonkosten, en tot een maximum van € [bedrag (bijvoorbeeld € 5.000,-)]. Burgemeester en wethouders maken het subsidieplafond [en de deelplafonds] en de beginen einddatum van de aanvraagtermijn bekend. Op subsidies verstrekt op grond van deze verordening is de [citeertitel Algemene subsidieverordening] niet van toepassing.

Toelichting: Tijdens het proces van subsidieverstrekking voorafgaand aan het referendum op 6 maart 2024 kwamen vragen op over de categorieën van subsidies. Niet in alle gevallen was helder in welke categorie (voor/tegen/neutraal) een subsidieaanvraag zou moeten vallen. Ook bij de vaststelling van de subsidies bleef hierover in enkele gevallen onduidelijkheid bestaan. Om toekomstige discussie hierover te voorkomen, stelt het college voor (zie artikel 10, tweede lid) om de deelplafonds te laten vervallen en daarvoor in de plaats te kiezen voor één subsidieplafond. In de VNG Modelverordening zijn deelplafonds overigens facultatief. Gemeenten kunnen ook kiezen voor een algemeen subsidieplafond. Op het punt van de start van de aanvraagtermijn (artikel 10, derde lid) stelt het college voor om aan te sluiten bij de evaluatie door de referendumcommissie, in het bijzonder bij aanbeveling 12. Wel stelt het college voor een terminologie te gebruiken (‘schoolvakanties voor het basis- en voortgezet onderwijs die voor de regio zijn aangewezen'), die overeenkomt met de terminologie in artikel 8, tweede lid in plaats van de door de referendumcommissie gehanteerde term ‘recesperiodes’.

15

VNG Model Artikel 11. Subsidieverlening en vaststelling 1. [Termijn (bijvoorbeeld een week)] na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslissen burgemeester en wethouders over de subsidieverlening. 2. Subsidieverlening vindt plaats in volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking, totdat het vastgestelde subsidieplafond [of deelplafond] is bereikt. 3. Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum aantal naar de mate waarin: a. de activiteiten bijdragen aan het publieke debat en meningsvorming onder kiesgerechtigden: [aantal] punten; b. de activiteiten voor het publiek toegankelijk zijn of de uitingen openbaar zijn: [aantal] punten; c. de activiteiten bekendgemaakt zijn bij het publiek: [aantal] punten; d. verschillende doelgroepen worden bereikt: [aantal] punten, en e. het gevraagde bedrag in verhouding staat tot het verwachte resultaat: [aantal] punten. 4. De verleende subsidie wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot. 5. Uiterlijk [termijn (bijvoorbeeld acht weken)] na de dag van de stemming dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag of bewijsstukken waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 6.

Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 11 Subsidiecriteria 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan; a. collectieven van ten minste zes kiesgerechtigden van wie de contactpersoon van het betreffende collectief op de dag van de aanvraag achttien jaar of ouder is; en b. rechtspersonen die gevestigd of kantoorhoudend zijn in de gemeente Haarlem, met uitzondering van politieke groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. 2. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van de stemming; b. met winstoogmerk worden ondernomen; c. zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist. 3. De subsidie bedraagt 100% van de redelijke kosten van de activiteiten tot een maximum van € 5.000 per campagne-activiteit. 4. Loonkosten of kosten voor eigen arbeid komen in beginsel niet in aanmerking voor subsidie. 5. Komt te vervallen. 6. Subsidieverlening vindt plaats in volgorde van de door burgemeester en wethouders aangebrachte rangschikking. 7. Bij de rangschikking van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum aantal naar de mate waarin: a. de activiteiten naar redelijke verwachting

16

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 11 Subsidiecriteria 1. Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan; a. collectieven van ten minste zes kiesgerechtigden van wie de contactpersoon van het betreffende collectief op de dag van de aanvraag achttien jaar of ouder is; en b. rechtspersonen, met uitzondering van politieke groeperingen als bedoeld in hoofdstuk G van de Kieswet. 2. Niet voor subsidie komen in aanmerking activiteiten die: a. geheel of gedeeltelijk plaatsvinden na de dag van de stemming; b. met winstoogmerk worden ondernomen; c. zijn begonnen voordat over de subsidieaanvraag is beslist. 3. De subsidie bedraagt 100% van de redelijke kosten van de activiteiten tot een maximum van € 5.000 per campagne-activiteit. 4. Loonkosten of kosten voor eigen arbeid komen in beginsel niet in aanmerking voor subsidie. 5. Indien loonkosten voor externe professionals noodzakelijk zijn, dan worden deze gemaximeerd op € 45,00 per uur met een maximum van 20 uur per campagne-activiteit. 6. Subsidieverlening vindt plaats aan de hand van de volgende criteria: a. de activiteiten leveren naar redelijke verwachting een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming; en b. de activiteiten zijn voldoende voor kiesgerechtigden toegankelijk en/of de uitingen zijn voldoende openbaar; en c. de activiteiten zijn vooraf bekend gemaakt

[termijn (bijvoorbeeld acht weken)] na de datum van de aanvraag over de vaststelling van de subsidie.

8.

een bijdrage leveren aan het publieke debat en de meningsvorming (maximaal 50 punten); en b. de activiteiten voldoende voor kiesgerechtigden toegankelijk en/of de uitingen voldoende openbaar zijn (maximaal 5 punten); en c. de activiteiten vooraf bekend gemaakt zijn bij de kiesgerechtigden, althans wanneer de activiteiten zich daar redelijkerwijs voor lenen (maximaal 5 punten); en d. er sprake is van voldoende spreiding over aanvragers, soort en inhoud van de activiteiten (maximaal 20 punten); en e. het gevraagde bedrag in redelijke verhouding staat tot het ermee te realiseren product en het verwachte bereik van de activiteit (maximaal 20 punten). Subsidieaanvragen die minder dan 60 punten behalen, komen niet voor subsidie in aanmerking, ook als het subsidieplafond niet wordt bereikt.

d.

e.

bij de kiesgerechtigden, althans wanneer de activiteiten zich daar redelijkerwijs voor lenen; en er is sprake van voldoende spreiding over aanvragers, soort en inhoud van de activiteiten; en het gevraagde bedrag staat in redelijke verhouding tot het ermee te realiseren product of het verwachte bereik van de activiteit.

Toelichting: om de controle op en de verantwoording van verleende subsidies te verbeteren, stelt het college voor om artikel 11, eerste lid zodanig aan te passen dat, waar het gaat om rechtspersonen, de aanvullende voorwaarde wordt gesteld dat zij gevestigd of kantoorhoudend moeten zijn in de gemeente Haarlem. De bepalingen opgenomen in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid in de VNG Modelverordening zijn, overeenkomstig de Referendumverordening 2022, opgenomen in artikel 11, eerste, tweede en derde lid. Het college stelt in artikel 11, derde lid voor om hetzelfde bedrag van € 5.000,- te hanteren, dat in de VNG Modelverordening in artikel 10, vijfde lid als maximum subsidiebedrag wordt genoemd. Het college stelt voor om de bepaling over loonkosten voor externe professionals (artikel 11, vijfde lid) te laten vervallen. Een dergelijke bepaling komt ook niet voor in de VNG Modelverordening. Het college stelt verder voor om, in overeenstemming met artikel 11, tweede lid van de VNG Modelverordening , de subsidieverlening plaats te laten vinden in volgorde van een door burgemeester en wethouders aan te brengen rangschikking (zie artikel 11, zesde lid). De criteria waaraan daartoe wordt getoetst, komen overeen met de criteria zoals deze ook gelden in de Referendumverordening gemeente Haarlem 2022, opgenomen in artikel 11, zevende lid.

Verschil is wel, dat er in de toekomst punten worden toegekend op basis van toetsing aan deze criteria, in lijn met het daarover bepaalde in artikel 11, derde lid van de VNG Modelverordening. Dit doet ook recht aan de discussie over de subsidieverlening in de commissie Bestuur. Bij de toetsing aan de criteria weegt het criterium, genoemd in artikel 11, zevende lid onder a. (‘de activiteiten leveren naar redelijke verwachting een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming’) het zwaarst. Uitgangspunt blijft, dat de te subsidiëren

17

activiteiten het debat over het onderwerp van het referendum moeten faciliteren en stimuleren. Om te voorkomen dat, wanneer het subsidieplafond nog niet is bereikt, toch subsidie wordt verleend aan aanvragers die een niet goed onderbouwde aanvraag indienen, wordt in het achtste lid gesteld dat subsidieaanvragen die een score van minder dan 60 punten behalen, niet voor subsidie in aanmerking komen.

18

VNG Model N.v.t.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 12 Subsidieaanvragen Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier beschikbaar dat een opgave bevat van de volgende gegevens: a de aard en inhoud van de activiteit;

b. c. d. e.

f.

g.

de wijze waarop een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming wordt gerealiseerd en het beoogde publieksbereik van de bijdrage; een gespecificeerde begroting die inzicht geeft in de geraamde kosten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit; een zo concreet mogelijke tijdsplanning; indien het een rechtspersoon betreft: de rechtsvorm, de statutaire naam, en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; indien het een collectief van kiesgerechtigden betreft: de achternaam, voorletter(s), het adres, de woonplaats, de geboortedatum en de handtekening van zes kiesgerechtigden van wie een kiesgerechtigde van 18 jaar of ouder als contactpersoon is aangemerkt; en het rekeningnummer waarop het subsidiebedrag bij toekenning dient te worden overgemaakt.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 12 Subsidieaanvragen Burgemeester en wethouders stellen een aanvraagformulier beschikbaar dat een opgave bevat van de volgende gegevens: a. de aard en inhoud van de activiteit en of deze in de zin van artikel 10, tweede lid, voor een ontwerp raadsbesluit of een van de oplossingsrichtingen, tegen het ontwerp raadsbesluit of een van de oplossingsrichtingen, of neutraal is; b. de wijze waarop een bijdrage aan het publieke debat en de meningsvorming wordt gerealiseerd en het beoogde publieksbereik van de bijdrage; c. een gespecificeerde begroting die inzicht geeft in de geraamde kosten en uitgaven voor zover deze betrekking hebben op de activiteit; d. een zo concreet mogelijke tijdsplanning; e. indien het een rechtspersoon betreft: de rechtsvorm, de statutaire naam, en het vestigingsadres van de rechtspersoon namens welke de aanvraag wordt gedaan en de handtekeningen van degene(n) die bevoegd is/zijn de rechtspersoon te vertegenwoordigen; f. indien het een collectief van kiesgerechtigden betreft: de achternaam, voorletter(s), het adres, de woonplaats, de geboortedatum en de handtekening van zes kiesgerechtigden van wie een kiesgerechtigde van 18 jaar of ouder als contactpersoon is aangemerkt; en g. het rekeningnummer waarop het subsidiebedrag bij toekenning dient te worden overgemaakt.

Toelichting: De VNG Modelverordening bevat geen artikel dat het aanvraagformulier betreft. Het college acht het echter zinvol om een specifieke opsomming te geven van de gegevens die van aanvragers worden gevraagd en stelt daarom voor om artikel 12, dat ook in de Referendumverordening 2022 stond, te handhaven. Deze opsomming van gevraagde gegevens is niet alleen nuttig voor de toetsing van de subsidieaanvragen, maar ook behulpzaam voor de aanvragers en biedt hen de benodigde duidelijkheid.

19

De aanpassing van artikel 12 onder a. hangt samen met het laten vervallen van de deelplafonds en de keuze voor één subsidieplafond, zoals toegelicht bij artikel 10, tweede lid. VNG Model Zie artikel 11, eerste, vierde, vijfde en zesde lid

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 13 blijft ongewijzigd.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 13 Subsidieverlening en vaststelling 1. Twee weken na afloop van de sluitingsdatum van de aanvraagtermijn beslissen burgemeester en wethouders over de subsidieverlening. 2. De verleende subsidie wordt uitgekeerd in de vorm van een voorschot. 3. Uiterlijk acht weken na het referendum dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag en bewijsstukken waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 4. Burgemeester en wethouders besluiten uiterlijk acht weken na de datum van de aanvraag over de vaststelling van de subsidie.

Toelichting: Deze bepaling kan naar mening van het college ongewijzigd blijven en komt inhoudelijk overeen met artikel 11, eerste, vierde, vijfde en zesde lid van de VNG Modelverordening.

20

VNG Model In het VNG Model wordt geen opkomstdrempel voor een geldig referendum gehanteerd. Een bepaling hierover ontbreekt daarom in het Model.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Komt te vervallen.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 14 Drempel Het referendum is geldig indien ten minste 30% van de kiesgerechtigden opkomt.

Toelichting: In het licht van de bespreking in de commissie Bestuur op 6 maart 2025, waarin raadsleden in meerderheid geen voorstander bleken van het handhaven van de opkomstdrempel, en in lijn met de VNG Modelverordening waarin geen opkomstdrempel is opgenomen, stelt het college voor om artikel 14 Referendumverordening 2022 te laten vervallen. VNG Model Artikel 12. Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 15 Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking 1. Het college van burgemeester en wethouders is verantwoordelijk voor de voorbereiding, de stemming en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum 2. Op de procedure ter voorbereiding, stemming en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de bepalingen voor de gemeenteraadsverkiezingen met decentrale stemopneming in de Kieswet en eventuele tijdelijke of experimentele wetten die een aanvulling zijn op de Kieswet voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing tenzij deze verordening anders bepaalt, met dien verstande dat: a. ‘de dag van de kandidaatstelling’ gelezen wordt als ‘de vierenveertigste dag voor de dag van de stemming’ b. bij de bepalingen over stemming, stemopneming en uitslagvaststelling ‘kandidaten’ of ‘kandidaat’ gelezen wordt als ‘keuzemogelijkheden’ als bedoeld in artikel 9 lid 3 van deze verordening. c. ‘drie maanden nadat over de toelating van de gekozenen is beslist’ gelezen wordt als ‘drie maanden na de vaststelling van de uitslag’ d. modellen en controleprotocollen voor het

21

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 15 Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Tevens zijn tijdelijke of experimentele wetten die een aanvulling zijn op de Kieswet van toepassing.

referendum worden vastgesteld door de projectleider verkiezingen e. de vaststelling van de uitslag door het centraal stembureau niet eerder plaats vindt dan de 7e dag na de stemming. Toelichting; In de Referendumverordening worden diverse taken niet in handen van het college gelegd, maar aan de raad of griffier gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt uiteraard wel bij het college. In de verordening 2022 was dit niet expliciet opgenomen in een bepaling. De verwijzing naar hoofdstukken in de Kieswet is bewerkelijk. Zo kloppen de verwijzingen in artikel 12 van de VNG Modelverordening naar de hoofdstukken en paragrafen in de Kieswet inmiddels niet meer. Bovendien werd 4 maanden na het vaststellen van de Referendumverordening in 2022 een nieuwe Kieswet van kracht waarmee veel hoofdstukken waren vernummerd. Een algemene verwijzing is daarom praktischer. Binnen de verwijzing schuren een aantal onderdelen van de Kieswet met de praktijk van het referendum. Deze onderdelen worden hier apart uitgewerkt.

22

VNG Model Artikel 13. Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. [In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze.] 4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Artikel 16 Uitslag 1. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 16 Uitslag 1. Bij een referendum waarbij geen sprake is van oplossingsrichtingen berekent het centraal stembureau de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht, alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2. In geval van een referendum met meerdere oplossingsrichtingen stelt het centraal stembureau de uitslag vast conform de in artikel 9, vierde lid vastgestelde stemprocedure. 3. Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 4. De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied.

Toelichting: de nieuwe tekst van artikel 16 is gebaseerd op het gelijkluidende artikel 13 uit de VNG Modelverordening. Omdat het collegevoorstel geen ruimte meer laat voor een meerkeuze referendum, is de desbetreffende bepaling uit de VNG Modelverordening niet overgenomen.

23

VNG Model Artikel 14. Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.

Wordt in gewijzigde Referendumverordening Blijft ongewijzigd.

Was in Referendumverordening 2022 Artikel 17 Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; c. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; d. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; e. bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; f. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15263651/2