CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2: Visie Open Driemilieusvoorzieningen

commissie Samenleving 11 mei 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Bovenregionaal plan Een Thuis voor Noordje, visie Open Driemilieusvoorzieningen en bestuurlijke afspraken Governance BORN.5.617 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Op weg naar kleinschalige woonvormen Bovenregionale visie Open Driemilieusvoorzieningen Noord-Holland

20 MEI 2022

Bovenr egi onal e Vi s i e Ope n Dr i e mi l i e us v oor z i e ni ng e n – Noor d- Hol l and 201 22

Inhoudsopgave

1.

2.

Inleiding 1.1

Aanleiding en context (SPUK)

3

1.2

Doelstelling en proces

5

Open driemilieusvoorzieningen in beeld en cijfers 2.1

3.

4.

3

Situatie nu - aantallen - startfoto - herkomst van cliënten

Visie, uitgangspunten en doelstelling

6 6 9

3.1

Zorgvisie

9

3.2

Doelgroepen van kleinschalige woonvormen

11

3.3

Meerjarige doorontwikkeling van de O3M

13

Op weg naar kleinschalige woonvormen

16

4.1

Proces

16

4.2

Recente ontwikkelingen in transitie naar O3M

17

4.3

Overwegingen, valkuilen en aandachtspunten

18

5.

Conclusie

21

6.

Colofon

22

Bijlage I - Leidende principes ‘Een Thuis voor Noordje’

23

2

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en context (SPUK)

De afgelopen jaren is de urgentie groter geworden bij jeugdhulpaanbieders, gemeenten en het Rijk om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbare jeugdigen eerder, sneller en beter passende hulp krijgen. Ze hebben daarbij de ambitie en verantwoordelijkheid om zorg voor kinderen en gezinnen in samenhang, op maat en dicht bij het gezin te organiseren. Deze ambitie heeft onder meer geleid tot het actieprogramma ‘Zorg voor de Jeugd’1. Dit programma heeft als doel om jeugdigen zo thuis mogelijk op te laten groeien en waar nodig de jeugdhulp dichter naar de leefwereld van het kind en het gezin te brengen. Als dat (tijdelijk) niet meer thuis kan, moeten jeugdigen zo veel mogelijk kleinschalig worden opgevangen, in een omgeving die lijkt op die van een gezin, in plaats van in grote instellingen. Ook in Noord-Holland wordt hard aan deze doelstelling gewerkt. Naast de al lopende projecten in deze regio zijn eind 2019 de gemeenten, jeugdhulpregio’s, jeugdhulpaanbieders en Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs gezamenlijk gestart met de vormgeving van het bovenregionale plan ‘Een Thuis voor Noordje’2. In dit plan zijn de leidende principes (gewenste gedragspatronen) voor de ‘Jeugdhulp met verblijf’ in Noord-Holland geformuleerd (zie bijlage I).

Het doel van dit plan is het mogelijk maken dat alle jeugdigen in NoordHolland zo thuis mogelijk kunnen opgroeien, ook als dit niet thuis, in een pleeggezin of in een gezinshuis kan. Er is een breed gedeelde wens en belangrijke opgave om de huidige grotere residentiële voorzieningen om te vormen tot meer kleinschalige, gezinsgerichte en perspectief biedende voorzieningen. Kleinschaligheid draagt bij aan een veilig, positief leefklimaat, onder andere door het creëren van een minder institutionele sfeer. De omvorming naar kleinschalige alternatieven brengt vastgoedvraagstukken, additionele investeringen en structurele kosten met zich mee. 1 2

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Actieprogramma Zorg voor de Jeugd, april 2018 Samenwerkingsverband, Bovenregionaal plan ‘Een Thuis voor Noordje’, oktober 2020

3

In 2021 heeft het kabinet in de voorjaarsnota € 50 miljoen beschikbaar gesteld om de overgang van de huidige accommodaties Open Driemilieusvoorzieningen (O3M) naar meer kleinschalige woonvormen, te bespoedigen (Regeling Specifieke Uitkering Vastgoedtransitie Residentiële Jeugdhulp 2021 - SPUK). In deze SPUK regeling wordt onder een open driemilieusvoorziening 3 verstaan een jeugdhulpaanbieder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet: a. die jeugdhulp met verblijf aanbiedt; b. waarbij een jeugdige in beginsel gedurende de hele week, 24 uur per dag voor ten minste vier weken verblijft; en c waarvan het aanbod bestaat uit ten minste de volgende onderdelen: 1. leef- of behandelgroepen die bestaan uit minimaal acht plaatsen; 2. onderwijs dat ofwel plaatsvindt op een school op eigen terrein ofwel op een of meerdere scholen in de buurt indien er aantoonbare samenwerkingsafspraken zijn gemaakt met deze scholen; en 3. dagbesteding.4 De transformatie van de huidige accommodaties O3M door sluiting of verbouwing naar meer kleinschalige woonvormen voor jeugdigen, is een opgave waar instellingen tegen grenzen aan lopen. Het huidige vastgoed vormt vaak nog een belemmering voor het transformeren van de residentiële jeugdhulp.

Veel panden hebben investeringen nodig om de gewenste veranderingen te realiseren, maar in de praktijk blijkt dat instellingen vaak onvoldoende in staat zijn deze investeringen te doen. De beschikbaar gestelde SPUK-middelen bieden een impuls aan de omvorming van de huidige accommodaties residentiële jeugdhulp naar meer kleinschalige woonvormen. Voor Noord-Holland heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de gemeente Amsterdam als coördinerende gemeente aangewezen en op 1 december 2021 € 2.887.902,-- beschikbaar gesteld voor het transitieproces. Uitgangspunt is dat dit transitieproces met betrokken gemeenten en aanbieders wordt vormgegeven. Alle partijen zijn gevraagd om te komen tot een gezamenlijke visie en uitvoerbare strategische vastgoedplannen. Doel hiervan is de overgang van de huidige O3M op korte termijn te realiseren door sluiting of verbouwing naar meer kleinschalige woonvormen voor jeugdigen. 3

Voor een uitgebreide definitie wordt verwezen naar Prof .A. Harder, Uitgangspuntennotitie verdeling incidentele middelen open driemilieusvoorzieningen, 2021. Hierin wordt ook aangegeven welke voorzieningen niet onder deze regeling vallen. 4 Deze definitie is getoetst bij de verschillende aanbieders en wordt over het algemeen voldoende passend gevonden.

4

1.2

Doelstelling en proces

In het hier voorliggende plan wordt de toekomstvisie op de beoogde vastgoedtransitie O3M beschreven van de in het landsdeel Noord-Holland betrokken gemeenten/regio’s en jeugdhulpaanbieders. Deze visie sluit aan op het bovenregionaal plan ‘Een Thuis voor Noordje’ en vormt de grondslag voor de beoogde vastgoedtransitie, ofwel de overgang naar kleinschaligheid. Samen met gemeenten en aanbieders zijn de verschillende aandachtspunten, risico’s en overwegingen met betrekking tot de transitie van de huidige accommodaties in beeld gebracht. Het heeft de status van ‘ambtelijk overeengekomen’ en zal later dit jaar middels een gezamenlijk collegebesluit worden vastgesteld. De volgende fase van het transitieproces omvat het (laten) opstellen van strategisch vastgoedplannen door aanbieders. Uiterlijk 30 november 2022 beschikt elke aanbieder over een strategisch vastgoedplan voor de O3M van die aanbieder in het landsdeel Noord-Holland. Dit met actieve betrokkenheid en in nauwe samenwerking met de voor die aanbieder relevante gemeenten. De hier voorliggende toekomstvisie dient vanzelfsprekend als belangrijke input. Daarnaast dient het strategisch vastgoedplan zich qua visie en uitwerking te verhouden tot regionale visies op jeugdzorg zoals deze bijvoorbeeld in actuele inkoopdocumenten door gemeenten zijn vastgelegd.

De strategisch vastgoedplannen zijn zowel kwalitatief als financieel wenselijk, haalbaar en uitvoerbaar. Aanbieders dienen te komen tot een meerjarige, dekkende exploitatie. Op basis van deze plannen wordt gekomen tot toekenning van middelen, zodat aanbieders de vastgoedtransitie uiterlijk 31 december 2024 hebben gerealiseerd.

5

2.

Open driemilieusvoorzieningen in beeld en cijfers

Om een volledig beeld te krijgen van de uitgangssituatie van O3M in Noord-Holland is een uitvraag gedaan bij alle betrokken aanbieders. Met de antwoorden op deze uitvraag is een startfoto gemaakt van de regionale spreiding, de capaciteit en de bezettingsgraad van O3M. Hierbij is deels ook gebruik gemaakt van de eerder verzamelde informatie door Andersson Elffers Felix (de complete lijst met aanbieders, de capaciteit op peildatum 1 augustus 2021 en het aantal leefgroepen per locatie)5 en het Dashboard van Significant Public6. Voor de middelenverdeling (SPUK) worden alleen residentiële leef- of behandelgroepen meegeteld die uit ten minste acht capaciteitsplaatsen bestaan. Bij de uitvraag is, om tot een complete startfoto te komen, ook ruimte gegeven aan aanbieders met leef- of behandelgroepen die grotendeels voldoen aan de definitie O3M maar minder dan acht capaciteitsplaatsen hebben. Daarnaast is de uitvraag ook uitgezet onder aanbieders die hebben aangegeven geen gebruik te willen maken van de betreffende SPUK regeling en aanbieders waarvan de coördinerende gemeente heeft gemeld dat zij deel gaan uitmaken van het bovenregionale plan. Tussen peildatum en heden én na de vaststelling van de complete lijst met aanbieders, zijn er nog diverse ontwikkelingen op het gebied van kleinschalige woonvormen in gang gezet.

De aanbieders van deze kleinschalige woonvormen zullen uiteraard ook deel gaan uitmaken van het zorglandschap.

2.1

Situatie nu - aantallen - startfoto - herkomst van cliënten

In onderstaande tabellen worden de voor dit transitieproces belangrijke gegevens van aanbieders van O3M in Noord-Holland in tabelvorm aangegeven. Tabel 2.1.1 is een samenvatting van de belangrijkste informatie van de aanbieders in Noord-Holland. Deze informatie geeft een goed overzicht van het zorglandschap in Noord-Holland op het gebied van O3M. Naast de locaties die meegenomen worden in de SPUK regeling, worden ook de locaties weergegeven die grotendeels voldoen aan de definitie O3M maar minder dan acht capaciteitsplaatsen hebben. 5 6

Koen Bron en Janneke van der Ploeg - Andersson Elffers Felix (AEF) https://public.significant-groep.nl/

6

Tabel 2.1.1 Algemene informatie per aanbieder

Een snel overzicht van het aantal leefgroepen, de capaciteit (het aantal leefgroepen * het aantal “bedden”) en bezettingsgraad per aanbieder wordt in figuur 2.1.2 weergegeven.

Tabel 2.1.2 Capaciteit per aanbieder 7

In tabel 2.1.4 wordt weergegeven naar welke aanbieder de jeugdigen uit verschillende gemeenten naar toe gaan (de herkomst/gemeente van de cliënten per aanbieder). Een uitgangspunt in de visie over O3M is om de jeugdige zo thuis mogelijk te plaatsen. Uit het dashboard van Significant komt naar voren dat 30% van de jeugdigen uit Noord-Holland buiten de regio wordt geplaatst. De plaatsingen bij aanbieders uit Noord-Holland zijn bijna 100% jeugdigen die daadwerkelijk uit Noord-Holland komen.

Tabel 2.1.4 Herkomst cliënten per aanbieder

8

3.

Visie, uitgangspunten en doelstelling

3.1

Zorgvisie

De residentiële jeugdzorg en daarmee ook de O3M, staat de afgelopen twee decennia als hulpvorm ter discussie. Dit heeft onder meer te maken met groeiende zorgen over de hechting en ontwikkeling van jeugdigen die langdurig in een residentiële voorziening verblijven. Ook zijn er zorgen over onveiligheid, over risico’s van repressie, over de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen en over de mogelijk negatieve invloed van jeugdigen op elkaar. Residentiële hulp wordt daarom bij voorkeur zo kort mogelijk ingezet, waarbij een jongere zodra dat kan naar een lichtere vorm van zorg wordt overgeplaatst. Overplaatsingen hebben echter als nadelig gevolg dat de jongeren vaak met veel wisselingen van hulpverleners geconfronteerd worden, waardoor ze minder mogelijkheden hebben om een goede vertrouwensrelaties met hulpverleners op te bouwen. Daarnaast heeft een overplaatsing helaas ook vaak een breuk in het volgen van onderwijs tot gevolg. Vanwege alle voornoemde zorgen en aandachtspunten, is er de laatste jaren toenemende maatschappelijke aandacht voor het ontwikkelen van gezinsachtige, kleinschalige vormen van verblijf voor kinderen en jongeren die (tijdelijk) niet meer thuis dan wel in een pleeggezin of gezinshuis kunnen wonen.

Deze nieuwe kleinschalige vormen van verblijf bieden een meer relatie- en ontwikkelingsgericht klimaat dan grote leefgroepen en sluiten daarmee beter aan op de complexe en heterogene problematiek die kenmerkend is voor jeugdigen in residentiële instellingen. Een belangrijk doel van kleinschalig verblijf is om individuele zorg op maat en individuele aandacht te kunnen bieden in een veilige omgeving in een zo normaal mogelijke setting, waar onderwijs expliciet onderdeel is van het perspectief van de jeugdigen. Jeugdigen ervaren een kleine groep over het algemeen als prettig. Uit de eerste verkennende onderzoeken blijkt dat jongeren niet alleen een beter contact met de begeleiders ervaren, maar dat hun relaties met de andere jongeren op de groep ook positiever zijn. Zij ervaren steun aan elkaar en er zijn minder ruzies en roddels7. 7

Mourits, E. & Addink, A., Richting geven aan kleinschalig verblijf. Een plek om zo thuis mogelijk op te groeien, 2021.

9

Het kleiner aantal jeugdigen draagt bij aan het normaliseren, waardoor individuele behoeften, kansen, talenten en uitdagingen aandacht krijgen en worden benut. De kwaliteit en de uitkomsten van de residentiële zorg zouden vergroot kunnen worden door een afname van de groepsgrootte. Ook in ‘Een Thuis voor Noordje’ wordt gesteld dat een omwenteling van grootschalige voorzieningen naar kleinschalige woonvormen met een scheiding van wonen en behandelen (voor de groep jeugdigen met een zeer complexe problematiek die niet meer thuis kan wonen) noodzakelijk is. De jeugdige kan daardoor in de kleinschalige woonvorm blijven wonen (passend bij onvoorwaardelijk wonen). Er is ook een verschuiving nodig in de manier van aanbieden van zorg. Er zijn verschillende wegen om tot de best passende zorg te komen. Door alle betrokken gemeenten en aanbieders wordt onderschreven dat het voor de jeugdige het best is om (als thuis wonen niet meer mogelijk is) in één keer in een nieuw ‘thuis’ te worden geplaatst. Hierbij wordt uitgegaan van de juiste hulp op het juiste moment, dat wil zeggen die zorg die voor wat betreft de benodigde intensiteit, de aard van de problematiek en in overeenstemming met de jongere en het gezin, nodig is. De zorg is uiteraard zo licht als mogelijk en zo intensief als nodig.

Voor dit uitgangspunt is een goede triage en een hoogwaardige analyse van de situatie en de jeugdige nodig. Het werken met een verklarende analyse8 is essentieel, oftewel er moet een heldere concrete formulering van de problematiek worden gemaakt: wat zijn precies de zorgen en problemen van de jongere en andere betrokkenen, wat is voor de jongere het belangrijkste om aan te werken en wat willen alle betrokkenen uiteindelijk bereiken. Naast het werken met een verklarende analyse is een belangrijk uitgangspunt dat jeugdigen onvoorwaardelijk kunnen wonen en dat er geen sprake meer zal zijn van exclusie op een afgebakend terrein, maar van inclusie in de samenleving. Onvoorwaardelijk wonen betekent niet meer verhuizen, ook niet als het moeilijk wordt. Onvoorwaardelijk wonen betekent dat de jeugdige zich gezien, gehoord en geliefd voelt en op een plek die hij/zij thuis kan noemen. Er wordt gewerkt vanuit een ontwikkelingsgerichte, includerende aanpak, waarbij onderwijs en dagbesteding altijd onderdeel zijn van het zorgtraject van de jongere. Er wordt gehandeld vanuit kostenbewustzijn en consequent kiezen voor de meest effectieve, passende oplossing.

8

Kenniswerkplaats Jeugd Friesland & Bureau PEERS strategische zorginnovatie, Factsheet Verklarende Analyse, 2021

10

Om stabiliteit en continuïteit van teams van de kleinschalige woonvormen te waarborgen én ter voorkoming van verkeerde prikkels (bijvoorbeeld waarbij jongeren langer dan nodig verblijven in een voorziening om leegstand te voorkomen), moet gezocht worden naar een passende financieringsvorm, nader te onderzoeken in de uitwerkingsfase. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan beschikbaarheidsfinanciering of leegstandsfinanciering. Voor zich spreekt dat de transformatie zowel zorginhoudelijk als financieel haalbaar moet zijn9. De financieringsvorm wordt nader uitgewerkt in de strategisch vastgoedplannen, in samenspraak tussen aanbieders en gemeenten.

3.2

Doelgroepen van kleinschalige woonvormen

De individuele aanpak voor jongeren en het feit dat kleinschalige verblijven vaak verschillende doelen hebben, maken dat er verschillende vormen van kleinschalig woonvormen bestaan en ontstaan. Op hoofdlijnen zijn er drie ontwikkelingen te onderscheiden bij het ontstaan van kleinschalige woonvormen gericht op verschillende jeugdigen10: 1. Voor jeugdigen met ernstige en complexe problemen. Het gaat hierbij om vormen van kleinschalig wonen die zich richten op jeugdigen met ernstige, complexe problemen die niet thuis kunnen wonen en voor wie een plaatsing in een pleeggezin of gezinshuis niet mogelijk is. Soms is het doel tijdelijk een woonplek te bieden totdat de jeugdige weer thuis kan wonen. In andere gevallen is het verblijf erop gericht dat de jeugdige er kan opgroeien tot volwassenheid. 2. Voor jeugdigen die een risico vormen voor zichzelf of de omgeving In eerste instantie zijn dit kleinschalige alternatieven die door instellingen voor JeugdzorgPlus zijn ontwikkeld. Deze woonvormen richten zich op jeugdigen met een (voorlopige) machtiging voor een gesloten plaatsing vanwege het risico dat zij vormen voor zichzelf of hun omgeving.

9

Samenwerkingsverband, Bovenregionaal plan ‘Een Thuis voor Noordje’, december 2021 Mourits, E. & Addink, A., Richting geven aan kleinschalig verblijf. Een plek om zo thuis mogelijk op te groeien, 2021

10

11

De doelstelling van het kleinschalig verblijf voor deze groep is om een plaatsing in een (grotere) JeugdzorgPlus-instelling te voorkomen of te verkorten. Daarnaast zijn deze kleinschalige woonvormen geschikt om jongeren te begeleiden bij de terugkeer naar huis of de overgang naar zelfstandig wonen. 3. Voor jeugdigen die een strafbaar feit hebben gepleegd. Deze woonvoorzieningen zijn ontwikkeld vanuit justitiële jeugdinrichtingen om meer maatwerk te kunnen bieden in de vrijheidsbeneming van jeugdigen die in aanraking zijn gekomen met het strafrecht. Deze woonvorm heeft als doel om bij een kortdurende vrijheidsbeneming de binding van de jongere met de maatschappij in stand te houden. Voor de vastgoedtransitie O3M is de 3e doelgroep (op een enkele uitzondering na) niet relevant omdat het verblijf en de verblijfsduur van deze doelgroep niet gekoppeld is aan de hulpvraag van de jeugdige, maar aan de duur van de detentie of de maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen (PIJ-maatregel). Als we naar de eerste twee doelgroepen kijken dan is het onderscheid niet meer zo zwart-wit als voorheen, ten gevolge van de veranderde visie vanuit zowel de JeugdzorgPlus instellingen als vanuit de open residentiële jeugdzorg.

De beschreven ontwikkeling naar kleinschaligheid met als doel een transformatie naar inclusieve, liefdevolle zorg voor de meest kwetsbare jongeren én het uitgangspunt om in één keer de juiste woonplek te bieden, maakt dat grenzen vervagen en dat jeugdigen met en zonder machtiging voor een gesloten plaatsing bij elkaar (gaan) wonen en het onderscheid tussen de eerste twee doelgroepen minder relevant wordt. De doelgroep van de O3M zal in de toekomst geen aparte doelgroep meer zijn (als het deze al was), maar zal bestaan uit een mix van de eerste twee beschreven doelgroepen. Dit heeft consequenties voor de definitie van de doelgroep van de huidige O3M. Er bestaan geen aparte doelgroepen meer, maar het zijn: “Jeugdigen met meervoudige, complexe problematiek, met een stagnerende ontwikkeling en (dreigende) onveiligheid. Kenmerkend is zware gedragsproblematiek, meestal in combinatie met een verslaving, psychiatrische problematiek en/of een (licht) verstandelijke beperking”.

12

In de praktijk bestaat deze overlap qua doelgroep al veel langer (vanuit JZ+ naar O3M en vice versa). Uit de dialogen met alle betrokken partijen blijkt dat deze vernieuwde doelgroepdefinitie door aanbieders en gemeenten wordt onderschreven.

3.3

Meerjarige doorontwikkeling van de O3M

In paragraaf 3.1 is de beoogde transformatie naar inclusieve, liefdevolle zorg beschreven in kleinschalige woonvoorzieningen. Uitgangspunt daarbij is dat een jeugdige in één keer op de juiste woonplek wordt geplaatst, daar zo normaal mogelijk kan opgroeien en onderdeel is van de maatschappij. In deze paragraaf schetsen we de doorontwikkeling van O3M uitgaande van deze beoogde transformatie. Vastgoedvraagstuk Tot voor kort gold voor een deel van de O3M in Noord-Holland dat wonen (en behandelen), onderwijs c.q. dagbesteding en vrije tijd op één terrein plaatsvonden. Dit soort grootschalige voorzieningen sluiten niet aan op de huidige en toekomstige behoefte. De benodigde omwenteling, die in Noord-Holland grotendeels al in gang is gezet, betekent een overgang van de huidige O3M door sluiting of verbouwing naar meer kleinschalige woonvormen voor jeugdigen in de wijk. Dit heeft als consequentie dat er leegstand dan wel overtolligheid ontstaat van de bestaande institutionele voorzieningen. Hiermee ligt er een urgent vastgoedvraagstuk voor. In die zin komt de SPUK-regeling en de daarmee beschikbaar gestelde middelen als geroepen. Een deel van de onrendabele top van de vastgoedtransitie kan met deze middelen worden gedekt. Samenstelling groepen In de nieuwe kleinschalige, zo mogelijk gedifferentieerde, woonvormen wonen maximaal 4 tot 6 jeugdigen in bij voorkeur heterogene groepen.

Een heterogene samenstelling komt meer overeen met een ‘normale’ gezinssituatie. De uitzondering hierop zijn jeugdigen die snel overprikkeld zijn (sommige jeugdigen met aan autisme verwante contactstoornissen of jeugdigen die ernstig getraumatiseerd zijn). Enkele van hen hebben baat bij homogene groepen en/of groepen die nog kleiner zijn dan vier jeugdigen.

13

Scheiden wonen en behandelen In de kleinschalige woonvormen zijn wonen en behandelen van elkaar gescheiden. Jeugdigen wonen in het huis en daar worden zij opgevoed door een team van professionele opvoeders. Op het moment dat een jeugdige behandeling nodig heeft, gaat de jeugdige naar de behandeling toe of de behandelaar komt naar het huis toe11. Ook na hun 18e jaar kunnen jeugdigen in het huis blijven wonen als dat nodig is. Personeel en veiligheid Kleinschalige woonvormen vragen om stabiele teams met vaste gezichten voor de jeugdigen en daarnaast vaak om een omslag in het profiel van de medewerkers die in deze nieuwe vormen werken. Een herbezinning op het personeelsbestand is nodig en/of bijscholing/omscholing van medewerkers. Aangezien er bij de jeugdigen die in de kleinschalige woonvormen wonen sprake is van meervoudige, complexe problematiek, is het belangrijk aandacht te hebben voor de veiligheid van de jeugdige zelf, voor andere jeugdigen die er wonen en voor de medewerkers, zeker wanneer er sprake is van een ‘stand-alone’ huis. Er moet sprake zijn van een kwalitatief zeer goede ondersteuningsstructuur voor de medewerkers. Medewerkers moeten tijdig ondersteuning kunnen krijgen bij escalatie of problematiek van een jeugdige waar zij zelf even geen antwoord op hebben.

Een oplossing hiervoor kan zijn een andere kleinschalige woonvorm in de buurt, maar dit is geen noodzakelijke voorwaarde. Er zijn andere alternatieven die ingezet kunnen worden om de veiligheid te waarborgen, zoals een hechte samenwerking inclusief inroepmogelijkheid van een ambulant team in de wijk, intensieve samenwerking met het netwerk van de jeugdige, de gemeenschap/buren en betrokkenheid van andere aanbieders. Onderwijs, dagbesteding en vrije tijd In het kader van normaliseren en includeren zal ook het onderwijs zo gewoon als mogelijk worden vormgegeven en de continuïteit van onderwijs en dagbesteding moeten worden gewaarborgd. De inzet is dat de jeugdigen naar hun eigen school of dagbesteding blijven gaan. Samen met het onderwijs wordt erop gestuurd dit mogelijk te maken. Samenwerking met de onderwijspartners en de samenwerkingsverbanden en een gezamenlijk ervaren verantwoordelijkheid voor jeugdigen vanuit jeugdhulp en onderwijs - is hierbij cruciaal, zoals dit ook is aangegeven in ‘Een Thuis voor Noordje’. 11

Onder behandeling wordt verstaan: psychologie, psychiatrie en vaktherapie. Onder wonen en opvoeden wordt verstaan orthopedagogiek, systeemtherapie en context- en relationeel werken met ouders, school, verenigingen, buurt of andere betrokkenen.

14

Mocht dit voor een enkele jeugdige niet direct haalbaar zijn, dan wordt er samen met het onderwijs gekeken of de jeugdige tijdelijk digitaal onderwijs kan volgen en/of individuele ondersteuning vanuit het onderwijs kan krijgen. In de dialogen met aanbieders en gemeenten werd het belang van onderwijs en een gedeelde visie vanuit zorg en onderwijs op jeugdigen onderstreept met de term ‘onvoorwaardelijk onderwijs’: voor jeugdigen moet onderwijs ook onvoorwaardelijk beschikbaar kunnen zijn en moet een ononderbroken schoolloopbaan haalbaar zijn. De nieuwe kleinschalige woonvormen maken deel uit van de gemeenschap doordat de huizen in de stad/het dorp liggen in plaats van op een apart terrein. Dit betekent dat de jeugdigen daar ook hun vrienden, (sport)clubs of verenigingen hebben. Mocht de invulling van dagbesteding en vrije tijd in de stad/het dorp en gemeenschap voor een enkele jeugdige niet direct haalbaar zijn, dan zal er op maat gekeken moeten worden hoe de betreffende jeugdige de vrije tijd in eerste instantie kan invullen. Dit moet echter een uitzondering zijn, aangezien zo gewoon als mogelijk de maatstaf is. Inrichting De inrichting van de nieuwe woonvoorzieningen is voldoende ruim, warm en huiselijk en tegelijkertijd ook overzichtelijk en veilig. Jeugdigen kunnen zelf in- en uitlopen en richten zelf hun kamer in, net zoals thuis.

Omdat jeugdigen naar hun eigen school gaan en naar hun eigen vrijetijds- en sportclubs, is het niet nodig hier aparte ruimtes voor te creëren. Tot slot De doorontwikkeling van de O3M leidt ertoe dat uiterlijk 31 december 2024 kleinschalige woonvormen zijn ontwikkeld op basis van de vastgoedplannen, zoveel als mogelijk in de stad/het dorp die de jeugdige als een thuis ervaart en waarbij onderwijs en vrije tijd inclusief zijn vormgegeven.

15

4.

Op weg naar kleinschalige woonvormen

4.1

Proces

Voor het landsdeel Noord-Holland is de Gemeente Amsterdam de coördinerende gemeente voor het transitieproces O3M. In november 2021 is een projectleider aangesteld en een projectorganisatie ingericht. Binnen het project zijn twee werkgroepen actief, waarin respectievelijk alle betrokken gemeenten en alle betrokken aanbieders zijn vertegenwoordigd. Landelijke vraagstukken zijn afgestemd in de landelijke projectgroep (VNG) en samen met de landelijke projectleider opgepakt. Daarnaast vindt structureel, afzonderlijk overleg plaats tussen en met de coördinerende gemeenten van aangrenzende landsdelen. Tijdens diverse presentaties, in dialogen en in een gezamenlijke workshop is met gemeenten en aanbieders de afgelopen maanden gewerkt aan de voorliggende gezamenlijke visie. In de periode tot december 2022 zal met deze partijen worden gewerkt aan de strategische vastgoedplannen van aanbieders. De aanbieders voeren hier vanzelfsprekend zelf de regie op in overleg met de eigen jeugdhulpregio. Vanuit de coördinerende gemeente wordt het proces gefaciliteerd en wordt toegezien op de inhoud, kwaliteit en vergelijkbaarheid van de plannen, mede in relatie tot de onderhavige regeling. De specifieke implicaties voor de locaties, ofwel de uitwerking van de vastgoedtransitie, zijn op voorhand niet te duiden.

Dit vergt logischerwijs nadere uitwerking welke opgenomen zal worden in de strategisch vastgoedplannen. Voldoende beschikbaarheid van plekken en passende zorg is te allen tijde het uitgangspunt. Mits aan alle vereisten wordt voldaan, kan dit jaar nog worden gekomen tot toekenning van middelen. Indien een of meerdere aanbieders besluiten geen gebruik te maken van de beschikbaar gestelde SPUK-gelden, kunnen deze naar rato worden herverdeeld onder de overige aanbieders. Op basis van de strategisch vastgoedplannen zullen aanbieders in de periode tot en met december 2024 de vastgoedtransitie concreet vorm geven met actieve betrokkenheid van en in afstemming met gemeenten. 16

4.2

Recente ontwikkelingen in transitie naar O3M

De beschreven visie en doorontwikkelingen vragen om een aanzienlijke transitie die veel van aanbieders en gemeenten vraagt. Aanbieders hebben daarom nu al stappen gezet in het voorbereiden van die transitie naar kleinschaligheid. Hieronder volgt een aantal voorbeelden van deze al in gang gezette voorbereidende stappen. Inventarisatie geschikt vastgoed voor kleinschaligheid Enkele aanbieders zijn al gestart met een inventarisatie en zoektocht naar geschikt vastgoed in wijk/dorp/stad dat bijdraagt aan de beoogde doelen. Sommige huidige locaties van aanbieders zijn daarvoor al geschikt, maar zullen moeten worden omgebouwd om fysiek ook de uitstraling en inrichting te hebben die de nieuwe visie met zich meebrengt. Transitie vraagt in het algemeen om een herbezinning van het design van de huizen: warm, sfeervol en ontwikkeling stimulerend. Fysiek moeten de panden bijdragen aan het aangaan van gelijkwaardige relaties en ruimte om jezelf te ontplooien. Met deze gedachtevorming zijn aanbieders al bezig. Organisatiebrede strategisch vastgoedplannen Sommige aanbieders werken al aan het opstellen van een strategisch vastgoedplan voor de hele organisatie, waar O3M-voorzieningen onderdeel van uitmaken. Hier kan in de tweede fase van dit traject goed op worden aangehaakt en verbinding mee worden gelegd.

Voorbereiden samenwerking met netwerken en andere organisaties in de wijk Aanbieders bereiden plannen voor om het netwerk in de wijk met alle betrokken partners te intensiveren. Verkennen van waardevolle samenwerking met andere aanbieders, om de op maat geboden expertise te kunnen bieden die deze jeugdigen nodig zullen gaan hebben, maakt hier ook deel van uit. Voorbereiden gewijzigd personeelsbeleid De transitie vraagt om een gewijzigd personeelsbeleid en een aangepast profiel van de medewerkers die in de kleinschalige woonvormen werkzaam zijn. Aanbieders zijn hier al mee bezig en bereiden een omslag voor naar stabiele teams met vaste gezichten (wisselend personeel moet minder aan de orde zijn na de transitie).

17

4.3

Overwegingen, valkuilen en aandachtspunten

Voortbouwend op inzichten uit de eerdere gezamenlijke overleggen en individuele interviews, is er in een gezamenlijke dialoog tussen aanbieders en gemeenten gewerkt aan het zichtbaar maken van de te maken stappen op weg naar kleinschaligheid binnen de O3M. Bij elke stap zijn aandachtspunten, overwegingen en valkuilen in beeld gebracht. Deze aandachtspunten vragen om nadere uitwerking in de volgende fase, waarin we komen tot de strategisch vastgoedplannen. Het tijdig voorzien en juist afhandelen van de aandachtspunten in die fase zorgt dat we toe kunnen werken naar de transitie van O3M, met de voornoemde visie als basis. De behandelde aandachtspunten die in de volgende fase om nadere uitwerking vragen, worden hieronder op hoofdlijnen nader toegelicht. Doelgroep De nieuwe doelgroepdefinitie betekent dat er geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen het plaatsen van jeugdigen vanuit (civielrechtelijke) geslotenheid versus openheid - de geschetste complexe ondersteuningsvraag is het uitgangspunt/criterium. In een kleinschalige woonvorm kunnen kinderen met en zonder machtiging samen wonen en leven. In de uitwerking hiervan zullen de nodige vragen ontstaan (zoals: hoe is dit werkbaar voor alle jeugdigen, hoe waarborg je de bodemeisen hiervoor, hoe organiseer je eventuele vrijheidsbeperkende maatregelen in overeenstemming met de wet- en regelgeving die van toepassing is).

Een extra zorginhoudelijk aandachtspunt ontstaat als er gedacht wordt aan het combineren van jeugdigen vanuit strafrechtelijk kader (jeugdigen met enkelband) en jeugdigen vanuit civielrechtelijk kader. Ditzelfde geldt voor het samen plaatsen van jeugdigen met een kortdurende en langdurende woonvraag.

18

Haalbaarheid, betaalbaarheid én beschikbaarheid De kleinschalige woonvormen moeten haalbaar, betaalbaar én beschikbaar zijn. Dit vraagt om een gezamenlijk partnerschap van gemeenten in de jeugdhulpregio’s en aanbieders om dit ook daadwerkelijk te kunnen realiseren. Aandachtspunten hierbij zijn: -

de huidige, overspannen vastgoedmarkt waardoor er een gebrek is aan geschikte huizen; de financiering moet passen binnen de budgettaire en beleidskaders van de gemeenten; de financieringsvorm kan leiden tot verkeerde prikkels en dient aan te sluiten op de visie; de SPUK-gelden dekken slechts een deel van de transitiekosten; voorkomen moet worden dat teveel jongeren geplaatst worden - een kritische triage is noodzakelijk; er zijn onvoldoende geschikte woonplekken beschikbaar voor de jeugdigen die uitstromen naar zelfstandigheid of naar begeleid wonen, met verstopping in de keten als gevolg.

Samenwerking tussen gemeenten, aanbieders en onderwijsorganisaties Samenwerking met het onderwijs wordt als cruciaal ervaren door zowel gemeenten als aanbieders. Doel is om - naast onvoorwaardelijk wonen - ook ‘onvoorwaardelijk’ onderwijs te hebben voor de jeugdigen, om ervoor te zorgen dat ze een ononderbroken schoolloopbaan kunnen hebben en om schooluitval te voorkomen. Dit vraagt om een gezamenlijke visie op de zorg en ondersteuning van de jeugdigen vanuit zowel jeugdzorg als onderwijs én om een gezamenlijk ervaren verantwoordelijkheid dit goed te organiseren. In de uitwerking van de strategisch vastgoedplannen zal de manier van samenwerking met onderwijs en samenwerkingsverbanden een belangrijke plek gaan innemen. Samenwerking met de zorgkantoren Voor de overgang naar het volwassen domein is de Wet Langdurige Zorg voor een deel van deze doelgroep het volgend wettelijke kader waar vanuit zij zorg ontvangen. Bij de uitwerking van de strategisch vastgoedplannen zullen de aanbieders in samenwerking met de gemeenten de zorgkantoren actief betrekken om ook voor deze doelgroep een soepele overgang mogelijk te maken. 19

Differentiatie in aanbod Zeker vanuit gemeenten is het belang benadrukt van differentiatie dan wel verscheidenheid in aanbod, zodat aanbod op maat en aansluitend op dat wat nodig is voor jeugdigen beschikbaar is en blijft. Veiligheid en personeel/krapte arbeidsmarkt Aanbieders zijn al bezig met hun personeelsbeleid. De omslag naar meer stabiele teams en naar een nieuw profiel van de medewerkers die in de toekomstige kleinschalige woonvormen passen staat daarin centraal. Ook veiligheidsaspecten - en het regelen van een goede ondersteuningsstructuur om de kleinschalige woonvormen heen - spelen hierbij een belangrijke rol. Dit zal in de strategisch vastgoedplannen ook een belangrijke plek gaan krijgen. Analyse op hoge percentage plaatsingen buiten de regio Uit het dashboard van Significant12 komt naar voren dat 30% van de jeugdigen uit Noord-Holland buiten de regio wordt geplaatst. Dit vraagt nog om een nadere analyse: wat is de oorzaak van dit hoge percentage, in hoeverre wordt dit als ‘buiten de regio’ ervaren en wat wil Noord-Holland hier voor acties aan koppelen. Ook moet bepaald worden wat de benodigde totale capaciteit is aan kleinschalige woonvoorzieningen, verspreid over Noord-Holland, om te kunnen voldoen aan de beschreven visie en het financieel haalbaar te houden.

12

https://public.significant-groep.nl/

20

5.

Conclusie

De transformatie naar inclusieve, liefdevolle zorg voor de meest kwetsbare jongeren wordt versneld door de door VWS beschikbaar gestelde middelen (SPUK). Gemeenten en aanbieders staan samen voor een belangrijke, complexe opgave, die zeker nog een aantal aandachtspunten kent. Deze aandachtspunten zullen grotendeels worden uitgewerkt in de strategische vastgoedplannen. Daarbij worden de ontwikkelingen op lokaal, regionaal en provinciaal niveau meegenomen. Dit proces zal door het projectteam worden gefaciliteerd door regelmatig de leerpunten uit de gezamenlijke dialogen te bespreken en die samen met aanbieders en gemeenten te vertalen naar de strategisch vastgoedplannen. Een mooie start is al gemaakt in de eerste fase van dit traject: er ligt een ambtelijk gedeelde visie voor de transformatie van de O3M. Deze stap is gezet in dialoog, waardoor er een collectief draagvlak, commitment en partnerschap is van gemeenten en zorgaanbieders, die als basis kan dienen voor de volgende fase. In de komende maanden wordt gewerkt aan de strategisch vastgoedplannen. Volgens planning zullen deze uiterlijk eind november 2022 worden afgerond waarna tot toekenning van de middelen kan worden gekomen. Wij hebben er alle vertrouwen in dat de gewenste transformatie december 2024 is volbracht en onze gezamenlijke ambities zijn gerealiseerd.

21

6.

Colofon

Op weg naar kleinschalige woonvormen Bovenregionale visie Open Driemilieusvoorzieningen - Noord-Holland Datum: 16 mei 2022 Betrokken partijen: Gemeente Amsterdam GGZ Noord-Holland Kenter Jeugdhulp Leger des Heils Stichting Levvel Parlan Jeugdhulp Prinsenstichting ‘s Heeren Loo Haarlemmermeer Regio Alkmaar Regio Amsterdam/Amstelland Regio Gooi en Vechtstreek Regio Kop van Noord-Holland Regio West-Friesland Regio Zaanstreek/Waterland Regio Zuid-Kennemerland/IJmond

Partner in verandering en ontwikkeling www.roekconsultancy.nl

22

Bijlage I - Leidende principes ‘Een Thuis voor Noordje’ In het bovenregionaal plan ‘Een Thuis voor Noordje’ (2021)13 zijn de leidende principes (gewenste gedragspatronen) voor de Jeugdhulp met Verblijf in NoordHolland geformuleerd. Te weten: 1. Wij nemen (gezamenlijk) de verantwoordelijkheid voor een jeugdige; 2. Wij luisteren en sluiten aan bij de behoefte van de vraagsteller, oplossingen ontwikkelen we samen; 3. Wij kijken vanuit verschillende leefdomeinen (een integraal plan voor meerdere leefdomeinen zorg/onderwijs/vrije tijd); 4. Wij werken aan een ononderbroken (continue) leer- en ontwikkellijn voor iedere jeugdige; 5. Wij zorgen ervoor dat ouders en jeugdige goed worden ondersteund zodat hij/zij thuis kan blijven; 6. Wij plaatsen een jeugdige in één keer in een nieuw thuis waar hij/zij mag blijven wonen, als het thuis wonen niet langer mogelijk is; 7. Bij crisis zijn we er in de thuissituatie en brengen we de zorg naar het gezin i.p.v. de jeugdige naar zorg; 8. Wij separeren niet, dus 0% separaties en eveneens 0% dwang en drang; 9. Wij werken (zorg & onderwijs) ontwikkelingsgericht; 10.Wij handelen vanuit kostenbewustzijn en kiezen consequent voor de meest effectieve, passende oplossing

13

Samenwerkingsverband, Bovenregionaal plan ‘Een thuis voor Noordje’, december 2021

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12828385/1