3 Bijlage 2 Uitvoeringsprogramma Grondwater Haarlem
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma Grondwater Goed omgaan met grondwater
Uitwerking van het plan Stedelijk water in Haarlem 2024-2033
Inhoud 1
2
Uitvoeringsprogramma grondwater 1.1
Waarom is grondwaterbeheer belangrijk?
3
1.2
Het grondwaterbeleid tot nu toe
4
1.3
Wettelijk kader
4
1.4
Leeswijzer
6
Grondwater 2.1
3
3
7
Hoe zit het grondwatersysteem in elkaar?
7
2.2 Technische staat van de objecten
12
2.3 De werking van het systeem
13
2.4 Wat zijn de opgaven?
17
Beleidsuitwerking
19
3.1
Doelenboom
19
3.2 Grondwaterbeheer
19
3.3 Aanpak grondwateroverlast en -onderlast
22
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Datum Document referentie
4
5
Onderzoek, onderhoud en vervanging
23
4.1
23
Onderzoeken
4.2 Onderhoud
24
4.3 Aanleg en vervangingen
25
4.4 Uitgaven grondwater
25
Monitoring en evaluatie
26
Bijlage 1: Stappenplan grondwateroverlast en -onderlast27 Bijlage 2: Evaluatie IWP 2014
30
30129769 Uitvoeringsprogramma Grondwater 5101-4953 Gemeente Haarlem Aveco de Bondt (herschreven i.v.m. structuur door Sweco) 14-09-2023 Uitvoeringsprogramma grondwater Haarlem O2_ND_CG
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
2
1 Uitvoeringsprogramma grondwater 1.1
Waarom is grondwaterbeheer belangrijk?
Grondwater speelt een belangrijke rol in het waterbeheer van Haarlem. Zowel te hoge als te lage grondwaterstanden kunnen schadelijk zijn voor gebouwen en groen - en voor mens en dier. De gemeente is wettelijk verplicht zich in te spannen om dat te voorkomen. De komende jaren zullen er vaker veel zwaardere regenbuien vallen, zal het warmer en droger worden, en zullen hittegolven langer duren. Dat bleek onlangs nog uit de meest recente scenario’s van het KNMI. Grondwater kan via groen en bomen helpen de stad te verkoelen en de zogenoemde ‘onverzadigde zone’ boven het grondwater kan bovendien overvloedig regenwater bergen en vasthouden. Voor doeltreffend grondwaterbeheer is een goed werkend afwateringssysteem onmisbaar. Daarom ligt er in de stad driehonderd kilometer drainage om
grondwater te kunnen afvoeren naar oppervlaktewater en (onder meer) te hoge grondwaterstanden te voorkomen. Maar het systeem kan ook gebruikt worden om het grondwaterpeil waar nodig te verhogen. Dat drainagesysteem moet worden onderhouden en waar nodig uitgebreid. Hoe het waterbeheer van Haarlem in zijn werk gaat en welke rol klimaatverandering daarbij speelt, staat in het plan Stedelijk water in Haarlem. Onder dit plan vallen vier uitvoeringsprogramma’s, waarvan dit plan, Grondwater er een is. De andere zijn Stedelijk afvalwater en hemelwater, Oppervlaktewater en Klimaatadaptatie. Dit programma beschrijft wat we de komende jaren gaan doen aan grondwaterbeheer en waarom dat nodig is. Wat zijn de gevaren van een te lage of juist een te hoge grondwaterstand? Op welke plekken in de stad dreigen die gevaren vooral? Wat gaat de gemeente daartegen ondernemen? En wat kunnen inwoners doen?
Plan Stedelijk water in Haarlem
Organisatie en financiën
Uitvoerings programma Stedelijk afvalwater en hemelwater
Uitvoerings programma Oppervlaktewater
Uitvoerings programma Grondwater
Uitvoerings programma Klimaatadaptie
Figuur 1.1 Structuur beleidsplan Stedelijk water in Haarlem en bijbehorende uitvoeringsprogramma’s.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
3
Dit programma is feitelijk de opvolger van dat deel van het Integraal Waterplan 2014 (IWP 2014) dat over grondwater ging. Hoe het programma samenhangt met de andere uitvoeringsprogramma’s, is weergegeven in figuur 1-1.
1.2 Het grondwaterbeleid tot nu toe 1.2.1
Waterplan en rioleringsplan
Het grondwaterbeleid lag tot nu toe vast in het Integraal Water Plan (IWP) 2014 en in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018-2023 (vGRP 20282023). Het IWP ging vooral over de rol van het grondwater in het watersysteem en het vGRP vooral over de invulling van de gemeentelijke zorgplicht voor grondwater. De evaluatie van het vGRP is opgenomen in het uitvoeringsprogramma Stedelijk afvalwater en hemelwater. Deze terugblik omvat de nabeschouwing van het grondwaterdeel van het IWP 2014.
1.2.2
itgevoerde onderzoeken en U maatregelen
In het uitvoeringsprogramma van IWP 2014 waren zes onderzoeken opgenomen voor grondwater. De studie naar mogelijke effecten van klimaatverandering op grondwater is deels meegenomen in ander onderzoek (zie 2.2.2.). De actualisatie van het grondwatermodel is gedaan. Afgerond zijn ook de grondwateronderzoeken in de buurten Kleverpark en Bosch en vaart en de Stadskweektuin. Er is een grondwatermeetnet aangelegd en onderhouden om de grondwaterstanden in beeld te houden. De drainageplannen zijn enkele jaren geleden Thema
opgesteld, maar door capaciteitsgebrek is de uitvoering ervan stil komen te liggen. In het vGRP is opgenomen dat er drainage wordt aangelegd, onderhouden en vervangen. Alle voorgenomen werkzaamheden zijn uitgevoerd. Wel bleek dat de drainage in parken niet in het onderhoud was meegenomen, omdat deze niet goed bereikbaar is. Bijlage 2 is een tabel met alle onderzoeken en maatregelen uit het IWP 2014 en de resultaten van de evaluatie.
1.2.3
Aandachtspunten
De afgelopen jaren is het volgende opgevallen: • Men meldt vaker funderingsproblemen en legt daarbij dikwijls een verband met de grondwaterstanden. • Er is meer aandacht voor droogte en het effect daarvan op panden, infrastructuur en vegetatie. • Het blijkt lastig om uit het meldingssysteem (Melding Openbare Ruimte, MOR+) bruikbare informatie te halen. • Er was niet genoeg personeel om alle taken naar behoren uit te voeren.
1.3 Wettelijk kader Er zijn nogal wat wetten, regels en beleidsplannen van invloed op het gemeentelijke grondwaterbeleid. Dit uitvoeringsprogramma houdt daar rekening mee. In tabel 1.1 is aangegeven wat dat betekent voor overheid, burgers en bedrijven. Tabel 1.1 Overzicht wettelijk kader
Wettelijke Overheid regel of beleids regel
Burgers en bedrijven
Waterwet: De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de beheerder of de provincie behoort (art. 3.6). Waterwet: Er zijn eisen aan de mate van grondwateronttrekking zonder daartoe strekkende vergunning (art 6.4).
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
4
Thema
Wettelijke Overheid regel of beleids regel
Beleid
Burgers en bedrijven
Grondwaterrichtlijn: In de Grondwaterrichtlijn zijn de chemische aspecten voor grondwater gespecificeerd (art. 3).
Bouwbesluit 2012: Het dak, de gevel en de laagstgelegen vloer van een gebouw, behoudens ten behoeve van een industriefunctie, moeten waterdicht zijn (art 3.23).
Kaderrichtlijn Water (KRW): De KRW geeft aan dat het grondwater geen negatieve invloed mag hebben op het bereiken van de doelen van de bijbehorende oppervlaktewateren en grondwaterafhankelijke terrestrische ecosystemen (dieren en planten in of op de bodem). Ook worden eisen gesteld aan de goede kwantitatieve toestand en de goede chemische toestand van grondwater.
Bouwbesluit 2012: Bij nieuwbouw moeten alle toegangsdrempels van een woongebouw maximaal 0,02 m hoog zijn (art. 4.27).
Wet bodembescherming: Op ieder die op of in de bodem handelingen als bedoeld in de artikelen 6 t/m 11 Wbb verricht, rust de verplichting om te zorgen dat door die handelingen de bodem niet wordt verontreinigd. Als er toch een verontreiniging optreedt, moet men maatregelen nemen om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken (art 13).
Wet bodembescherming: Op ieder die op of in de bodem handelingen als bedoeld in de artikelen 6 t/m 11 Wbb verricht, rust de verplichting om te zorgen dat door die handelingen de bodem niet wordt verontreinigd. Als er toch een verontreiniging optreedt moet men maatregelen nemen om de verontreiniging zoveel mogelijk ongedaan te maken (art 13).
IWP: Een veilig, veerkrachtig, ecologisch gezond en toekomstbestendig watersysteem.
IWP: De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor burgers en bedrijven als het gaat om informatie over het oppervlaktewater, riolering, drinkwater, grondwater en het daaraan verbonden beleid en regelgeving: het waterloket.
IWP: Het grondwaterregime anno 2050 is afgestemd op de gebruiksfuncties en karakteristieken van de omgeving. Door de toename aan open water is de ontwateringssituatie verbeterd. Daarnaast zorgen drainagesystemen in de openbare ruimte voor een goede ontwatering van de bodem. IWP: De kwaliteit van het grondwater is gebiedsdekkend bekend en voldoet aan Europese normen. Omgevingsvisie: Er is een watersysteem van oppervlakte- en grondwater, een drinkwatervoorziening, een groenstructuur en een afvalwaterstelsel. Het is belangrijk dat we dit systeem in stand houden. Zo is er voor iedereen schoon water beschikbaar en halen we vervuild water uit de leefomgeving (ter bescherming van de volksgezondheid) waarmee we een basis bieden voor een gezonde natuur. Deze basis breiden we uit met nieuwe waterverbindingen, aanvullende waterbergingscapaciteit en extra infiltratieruimte.
Omgevingsvisie: Zo kan het lastig zijn om hemelwater zelf te verwerken als je een kleine tuin hebt en de grondwaterstanden al hoog staan. We leggen aan bewoners en bedrijven uit dat extremer weer vaker gaat voorkomen en dat zij de gevolgen hiervan zullen merken. We leggen uit welke acties wij hiertegen ondernemen, maar ook dat we niet te allen tijde kunnen voorkomen dat ze hun handelen soms zullen moeten aanpassen aan extremer weer.
vGRP 2018-2023: Per locatie wegen we de mate van grondwateroverlast (duur van de overlast en gevolgen voor de bewoners) af tegen de kosten en overlast van de werkzaamheden.
vGRP 2018-2023: We gaan burgers en bedrijven informeren over hun verantwoordelijkheden in het tegengaan van grondwateroverlast. Volgens de wet zijn zij in eerste instantie zelf aan zet. We willen hen wel helpen door informatie te geven, bijvoorbeeld over grondwaterstanden die in hun omgeving zijn gemeten.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
5
Leeswijzer Grondwater.pdf
1
22-11-2023
21:02
Bij het opstellen van de tabel is gekeken naar: • De Omgevingswet. • Waterwet (art. 3.4,3.5,4.6,5.1,5.2,6.4). • Wet milieubeheer (art. 10.33, h5). • Lozingsbesluiten (Blah, Blbi, Ab). • Kaderrichtlijn Water (KRW). • Grondwaterrichtlijn (art.3).
1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 schetst de huidige situatie, het functioneren van het grondwatersysteem en de opgave. Hoofdstuk 3 beschrijft de beleidsuitwerking van wat in het plan Stedelijk water in Haarlem is beschreven. Hoofdstuk 4 gaat over het onderzoek, onderhoud en de vervangingsmaatregelen voor de komende planperiode. Hoofdstuk 5 beschrijft de ijkmomenten om de voortgang te monitoren.
• Bouwbesluit 2012 (art. 3.23,4.27). • Wet natuurbescherming (Wnb). • Omgevingsvisie Haarlem 2045. • Ambitiekaart Haarlemse wateren. • Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan Haarlem 2018-2023. • Keur Hoogheemraadschap van Rijnland. • Het Integraal Waterplan 2014. • Kamerbrief water en bodem sturend. • Kamerbrief beleidstafel wateroverlast en hoogwater. • Kamerbrief eindadvies studiegroep grondwater.
Figuur 1.2 Leeswijzer uitvoeringsprogramma grondwaterrapport.
Hoofdstuk 1: Uitvoerings-programma
Inleiding Terugblik Wettelijk kader
Hoofdstuk 2: Grondwater-systeem`
Overzicht areaal Toestand en functioneren objecten
Hoofdstuk 3: Beleidsuitwerking
Uitgangspunten beleid en werkzaamheden
Hoofdstuk 4: Onderzoek onderhoud en vervangingen
Beheer Onderzoek Uitgaven
Hoofdstuk 5: Monitoring komende jaren
Voortgangs-bewaking IJkmomenten
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
6
2 Grondwater 2.1
Hoe zit het grondwatersysteem in elkaar?
2.1.1
Grondwatersysteem en grondwaterstanden
Het natuurlijke Haarlemse grondwatersysteem wordt sterk beïnvloed door de aanwezigheid van de relatief hoog liggende strandwal, de lagergelegen oude strandvlaktes met veen en stroming van de duinen naar de polder ten oosten van Haarlem (figuur 2-1 geeft een beeld van de grondwater stromingen). De grondwaterstanden worden beïnvloed door de aanwezige gemeentelijke drainagesystemen, die in nagenoeg alle wijken buiten de strandwal aanwezig
zijn, en door het oppervlaktewater. De drainagestelsels bevinden zich over het algemeen onder de straten. De invloed van de gemeentelijke drainagesystemen reikt vanwege de slecht waterdoorlatende bodemlagen waarschijnlijk niet tot in de achtertuinen van woningen. De grondwaterstanden ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil: een NAP-hoogte van 0 meter is het gemiddelde zeeniveau van de Noordzee) zijn het hoogst in het centrum van Haarlem. De standen nemen af naar de randen en zijn het laagst in de polder (figuur 2-2, linker kaart). In het centrum is ook de zogenoemde ontwateringsdiepte, de afstand van het maaiveld tot het grondwater, het hoogst, en deze neemt af naar de randen en de polders (figuur 2-2, rechterkaart).
Figuur 2.1 Doorsnede grondwaterstromingen en bodemopbouw in Bosch en Vaart, Aveco de Bondt, kenmerk BY26A RAP20181109.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
7
Figuur 2.2A Berekende grondwaterstanden in een representatief natte situatie in meters ten opzichte van NAP. Bron: Grondwatermodel Haarlem, Wareco, kenmerk rapport: BT72 RAP20160811, 2016). Voor het gedetailleerd raadplegen van de informatie wordt verwezen naar de digitale database beschikbaar bij DIA (Data Informatie Analyse).
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
8
Figuur 2.2B Berekende grondwaterstanden in een representatief natte situatie in meters onder maaiveld. Bron: Grondwatermodel Haarlem, Wareco, kenmerk rapport: BT72 RAP20160811, 2016). Voor het gedetailleerd raadplegen van de informatie wordt verwezen naar de digitale database beschikbaar bij DIA (Data Informatie Analyse).
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
9
2.1.2
Huidige situatie
Grote delen van Haarlem zijn van nature natte gebieden. Dat zijn vooral de lagere delen van de stad aan de flanken van de duinen en langs oude strandwallen. In die (van nature) natte gebieden zou zonder maatregelen de grondwaterstand hoger zijn dan wenselijk voor de gebruiksfuncties, zoals pleinen, wegen, sportvelden en parken. Grondwater kan ook lager staan dan wenselijk is (bijvoorbeeld ten tijde van droogte). Grondwaterstanden zijn onwenselijk als: • Zonder bouwkundige ingrepen en/of grondwatertechnische maatregelen, vochtoverlast en/of funderingsschade optreedt bij woningen. • Zonder aanpassing van de grondwaterstand of aanpassing van boomsoorten vochtoverlast en/of een vochttekort bij bomen kan ontstaan. • Er zonder aanpassing van de grondwaterstand weinig droge grond beschikbaar is voor opslag van regenwater of voor de aanleg van en onderhoud aan kabels en leidingen voor de energietransitie. Figuur 2.4 Huidig grondwatermeetnet gemeente Haarlem, 213130_AdB_R_0001_v3.
• Zonder grondwaterstandregulering de kans groot is dat de grondwaterstand stijgt na vervanging van een lekkend (en onbedoeld grondwaterafvoerend) riool of de aanleg van bijvoorbeeld regenwaterinfiltratie, en vervolgens grondwateroverlast ontstaat. Om grondwaterstanden te reguleren ligt er veel drainage in Haarlem (circa 300 km). Ondanks de huidige drainage wordt in woningen en tuinen verspreid over Haarlem grondwateroverlast ervaren. Het lijkt erop dat in veel gevallen naast maatregelen op openbaar terrein, ook maatregelen op particuliere terreinen nodig zijn om grondwateroverlast bij woningen tegen te gaan. Dit komt doordat de mogelijkheid om de grondwaterstand bij woningen vanuit de openbare ruimte te beïnvloeden, beperkt kan worden door bijvoorbeeld de bodemgesteldheid. Daarnaast zijn het in de lagere delen van Haarlem juist lage grondwaterstanden die de funderingen van gebouwen kunnen beschadigen. Hoe groot die problemen zijn en of er iets tegen te doen valt, is nog onvoldoende in kaart gebracht.
Figuur 2.5 Put met ijzeraanslag (bron: Aveco de Bondt)
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
10
Figuur 2.3 Overzichtskaart drainagesystemen in de gemeente Haarlem.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
11
De gemeente beschikt over een grondwatermeetnet en een grondwatermodel om vragen over de grondwaterstand (peil, locatie, tijdstip) te beantwoorden. Er zijn verbeteringen hiervan nodig ten aanzien van detail, herleidbaarheid en ontsluiting. Hier wordt al aan gewerkt, maar de resultaten zijn nog niet beschikbaar en nog niet verwerkt in dit rapport.
2.2 Technische staat van de objecten 2.2.1
Drainagesystemen
Binnen de gemeente Haarlem ligt circa 300 kilometer aan (geregistreerde) drainage voor het afvoeren van water uit de bodem. In figuur 2-3 is aangegeven waar deze systemen liggen. De
systemen worden sinds de jaren negentig van de vorige eeuw planmatig en gelijktijdig met rioolvervanging aangelegd en uitgewerkt in buurtgerichte drainageplannen. Op enkele plaatsen is de afgelopen jaren de werking en de levensduur van de drainagesystemen onderzocht. Na het opgraven en onderzoeken van enkele leidingen bleek dat de meeste systemen nog naar behoren werken. Ze worden periodiek doorgespoeld en verstoppen niet. Hier en daar zijn de systemen echter drooggevallen en is de werking door ijzerafzettingen achteruit gegaan (zie figuur 2.5 voor een voorbeeld van ijzerafzettingen). Ook bleek dat de opzetstukken,
Figuur 2 6 Dynamiek grondwater en resultaten modelvalidatie (bron: Wareco kenmerk BT72 RAP20160811).
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
12
waarmee het uitstroomniveau van de drainageleidingen wordt geregeld, af en toe van de leidingen afvallen, of tijdens onderhoudswerkzaamheden kapotgaan of niet goed worden teruggeplaatst. Hierdoor zakt het drainagepeil, wat een risico is voor kwetsbare funderingen.
Drainage in groengebieden In tegenstelling tot de drainage in de openbare weg hebben we onvoldoende in beeld waar drains liggen in het groen, of achter damwanden en kades. Ook van de werking en staat van onderhoud is onvoldoende bekend. De verwachting is dat deze drainage vaak is aangelegd om jarenlang mee te gaan en daarbij moeilijk bereikbaar is voor beheer.
2.2.2 Grondwatermeetnet en -model Het grondwatermeetnet van de gemeente Haarlem bestaat uit 205 peilbuizen (april 2023), waarvan 145 actieve freatische peilbuizen (voor het meten van de stand van het ondiepe grondwater) en 60 peilbuizen met een filterstelling in het wadzandpakket (zie figuur 2-4), voor het meten van de druk van het water in het diepere zandpakket. Het grondwatermeetnet van Haarlem wordt ongeveer tweemaal per maand hand bemeten. Het meetnet wordt aangepast om betere informatie te geven over de grondwaterstand. De gemeente Haarlem beschikt ook al vele jaren over een gekalibreerd stedelijk grondwatermodel,
dat inzicht geeft in de dagelijkse fluctuatie van de grondwaterstand op straatniveau. Hiermee zijn scenarioberekeningen gedaan, zoals voor de effecten van klimaatverandering (zie figuur 2-6). Het model wordt ingezet om naast het meetnet informatie te hebben voor bijvoorbeeld het behandelen van meldingen, het voorbereiden van rioolvervanging en nieuwbouw (ontwerp, bemaling) en het beheer en onderhoud van drainagesystemen. Het onderhoud en het beheer van de drainagesystemen en het grondwatermeetnet en de afhandeling van overlastmeldingen is uitbesteed aan de DBC-partner van de gemeente. De ervaring leerde dat scherpe doelomschrijvingen en randvoorwaarden nodig zijn om de uitvoeringspartners in staat te stellen de grondwaterbeheertaken uit te kunnen voeren. Na evaluatie blijkt dat het meldingssysteem onvoldoende in staat is om onderscheid te maken in de verschillende soorten (water)overlast en onderlast en ook onvoldoende is afgestemd met het funderingsloket.
2.3 De werking van het systeem 2.3.1
Regionaal grondwatersysteem
Het grondwatersysteem van de regio rond Haarlem bestaat uit verschillende grondwatersystemen die elkaar beïnvloeden: het duinengebied, de binnenduinrand, het boezemgebied, de strandwallen en de polder (zie figuur 2.7). De binnenduinrand is een
Figuur 2.7 Het grondwatersysteem van de gemeente Haarlem en omstreken. De rode cirkel geeft een voor grondwater belangrijke zone aan tussen de duinen en Haarlem, de zogenaamde binnenduinrand.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
13
smalle zone aan de binnenkant van de duinen die de overgang vormt tussen de hoge duinen en het lagergelegen poldergebied. De binnenduinrand is van oorsprong een nat gedeelte van de duinen. Dat komt doordat het terrein hier sterk daalt. Het grondwater stroomt dan over een relatief kleine afstand van hoog naar laag en komt onder druk, als kwelwater, uit de grond. De duinen zijn grotendeels onverhard. Een klein deel van de neerslag die hier valt, stroomt via het oppervlak richting de zee of de binnenduinrand. Het grootste gedeelte infiltreert echter en stroomt via het eerste watervoerende pakket (een bodemlaag, bijvoorbeeld zand of grind, die water kan vasthouden en doorvoeren) richting de polder. Dit is een langdurend proces. Het grondwater in het boezemgebied, de strandwallen en de polder reageert veel sneller op neerslag en schommelt daardoor meer.
2.3.2 Bodemopbouw Binnen de gemeente Haarlem is de bodemopbouw grofweg te verdelen in vier lagen (zie ook figuur 2-8):
• Het bovenste watervoerend pakket. Dit is de stedelijke ophooglaag en/of de oude duin- en strandzanden met een dikte van grofweg 1 à 2 meter. Dit is een belangrijke bodemlaag die de horizontale grondwaterstroming beïnvloedt. • De bovenste scheidende laag. De Hollandveenlaag, met een dikte van grofweg 0,5 m à 2,5 m (deze ontbreekt bij de strandwal). Dit is een bodemlaag die van invloed is op het wegstromen van infiltrerend regenwater naar diepere bodemlagen. • Het matig watervoerend pakket. Het wadzandpakket is een aaneenschakeling van klei en fijn zand, ruim 10 meter dik met aan de onderzijde een kleilaag. Dit is een bodemlaag die vooral belangrijk wordt bij diepere infrastructuur zoals riolen en ondergrondse constructies. Het eerste watervoerend pakket. Dit is een ongeveer zestig meter dikke goed waterdoorlatende Pleistocene zandlaag, die begint vanaf een diepte van ongeveer twintig meter. Dit is een bodemlaag die vooral voor de regionale geohydrologie belangrijk is,
Figuur 2.8 Kaart Haarlem vereenvoudigde geologie, met ligging van de strandwal, strandvlaktes en ondiepe polder weer gegeven.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
14
omdat die geïnfiltreerd duinwater onder Haarlem door vervoert naar polders in het oosten van Haarlem.
2.3.3 Effect van klimaatverandering Door klimaatverandering wordt een toename van de winterneerslag verwacht, een toename van de verdamping (van grondwater door groen) en een toename van de duur van droogteperiodes in de zomer. Ook neemt de intensiteit van de (zomerse) neerslag naar verwachting toe. Door deze combinatie van factoren neemt de mate van jaarlijkse fluctuatie van het grondwater toe (hogere pieken, lagere dalen). Dit is doorgerekend door ingenieursbureau Aveco de Bondt met het meest extreme scenario van het KNMI (het WH-scenario), waarin de winters in Haarlem in 2050 vergelijkbaar zijn met die van nu in Bordeaux. Dit laat zien dat de hoogste grondwaterstanden dan waarschijnlijk tot 0,15 meter stijgen en de laagste grondwaterstanden tot 0,15 meter dalen. Ook blijven de grondwaterstanden langer laag. De gebieden met de grootste daling bevinden zich in het westelijke deel van Haarlem (Indische buurt, Bomenbuurt, Kleverpark en Leidsebuurt).
2.3.4 A andachtsgebieden voor hoge en lage grondwaterstanden Hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot vochtoverlast in woningen, schade aan groen, beperkingen in het groenbeheer en hogere kosten voor het beheer van wegen, bruggen, kabels en leidingen, gebouwen, kademuren en ander (ondergrondse)
infrastructuur. (Zie figuur 2-10 voor de aandachtsgebieden met betrekking tot grondwateroverlast.) Grondwateroverlast bij woningen bestaat vaak uit natte of vochtige kruipruimtes of optrekkend vocht door muren. Dat kan leiden tot een vochtig binnenklimaat en/of schimmelvorming, en tot natte tuinen.
Te lage grondwaterstand Door te lage grondwaterstanden kan versnelde maaivelddaling optreden in gebieden waar bodemlagen samengeperst kunnen worden; zogenoemde zettingsgevoelige gebieden. (Gebieden met dikke klei- of veenlagen en veel gewicht van infrastructuur en bebouwing.) Hierdoor kunnen wegen en panden zonder paalfundering zakken. Vooral panden van voor 1920 hebben een ondiepe fundering, zonder palen. Hier neemt gebouwschade door bodemdaling de afgelopen jaren toe. Daarnaast kunnen bij lage grondwaterstanden houten paalfunderingen worden aangetast, met schade aan (oudere) panden, kadeconstructies en bruggen tot gevolg. Daarnaast kan bij lage grondwaterstanden schade ontstaan aan vegetatie en leidingen. Dit wordt ook wel grondwateronderlast of droogteschade genoemd. Zie figuur 2-11 voor de aandachtsgebieden voor zogenoemde grondwateronderlast. Funderingsproblemen kunnen ook ontstaan door bacteriën (dat risico bestaat vooral bij grenenhouten palen; ruim driekwart van de funderingen). Ook palen die altijd onder water staan worden aangetast. Dit is daarom een bouwkundig probleem. Wel kan de grondwaterstand invloed hebben op de
Figuur 2.9 Toename hoge grondwaterstanden als gevolg van klimaatverandering. Links: huidige ontwateringsdieptes (ontwatering in meters, grondwaterstand onder maaiveld) wintersituatie. Rechts: toekomstige wintersituatie. Bron: Wareco, kenmerk BT72 RAP20160811, 2016).
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
15
snelheid van de achteruitgang, omdat andere vormen van aantasting, zoals schimmelsporen, dan minder voorkomen. Het lijkt erop dat de problematiek in Haarlem toeneemt.
Rond funderingsproblemen is nog veel onduidelijkheid. Zo is onbekend hoeveel funderingen al zijn aangetast en welke invloed de bodemsoort en de grondwaterstanden hebben. Hierdoor is het lastig om te bepalen of bij grondwatermaatregelen de kosten opwegen tegen de baten.
Figuur 2.10 Aandachtsgebieden grondwateroverlast. De risicoscores voor grondwateroverlast zijn gebaseerd op bouwjaar en ontwateringsdiepte in een RHG (representatief hoogste grondwaterstand)-situatie in 2050, op buurtniveau. De roodgekleurde buurten (bebouwing voor 1992 en minder dan 50 cm ontwatering) zijn de gebieden waar het risico op grondwateroverlast hoog is.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
16
Figuur 2.11 Aandachtsgebieden grondwater onderlast. De risicoscores voor grondwater onderlast zijn gebaseerd op bouwjaar en de bodemopbouw om een inschatting te maken van de aanwezigheid van houten funderingspalen, én de uitzakking van het grondwater.
2.4 Wat zijn de opgaven? De belangrijkste opgaven voor de komende jaren worden samengevat in het plan Stedelijk water in Haarlem. Hieronder volgt een opsomming voor grondwater:
Uitvoeren gemeentelijke zorgplicht grondwater
problemen met de fundering van sommige gebouwen. Ook kan droogte ertoe leiden dat bomen en planten verdorren. En de waterkwaliteit wordt slechter. Naast infiltratie moeten er daarom ook voldoende bergingsmogelijkheden zijn.
Hoge grondwaterstanden beperken
Als gemeente zijn we wettelijk verplicht om ons in te spannen om op een doelmatige manier ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk grondwaterproblemen worden ervaren (Omgevingswet art. 2.16 lid 1-a2).
Hoge grondwaterstanden kunnen optrekkend vocht in woningen en funderingsschade veroorzaken. Mogelijke gevolgen: natte kelders en gezondheidsproblemen door schimmelvorming. Bovendien kunnen hoge grondwaterstanden planten en bomen beschadigen.
Tekort aan grondwater tegengaan
Afstromend hemelwater opvangen
Droogte kan een tekort aan grondwater veroorzaken. Door lagere grondwaterstanden kan de bodem extra inklinken. Dit kan weer leiden tot
In Haarlem komen hoge en lage grondwaterstanden voor, die sterk of beperkt schommelen, afhankelijk van de locatie en de bodemopbouw. Het relatief
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
17
versteende Haarlem maakt dat weinig water infiltreert en het grondwater bereikt en dus veel water afstroomt naar riolering of oppervlaktewater. We moeten daarom onderzoeken hoe we meer regenwater kunnen laten infiltreren.
Drainages aanleggen en beheren De gemeente beheert het grondwaterpeil in de openbare ruimte op veel plekken via drainage, voor de afvoer van hemelwater, zodat de grondwaterstand niet te hoog kan worden. We hebben de opgave om onze drainage te beheren en om waar nodig nieuwe drainage aan te leggen. In dit uitvoeringsprogramma staat waar en onder welke voorwaarden we dat doen.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
18
3 Beleidsuitwerking 3.1
Doelenboom
In een doelenboom hebben we uitgewerkt wat de belangrijkste doelen zijn van grondwaterbeheer en hoe we die denken te bereiken. De doelenboom staat op de volgende bladzijde.
3.2 Grondwaterbeheer De werkzaamheden van de gemeente Haarlem zijn erop gericht om de veiligheid en de leefbaarheid voor haar inwoners en bedrijven te waarborgen en waar mogelijk te verbeteren. Bovendien streeft de gemeente naar een leefomgeving die bestand is tegen klimaatverandering en ruimte biedt voor de energietransitie. Grondwater speelt hierbij een belangrijke rol.
richtlijn daarbij is dat de grondwaterstand in de openbare ruimte niet langer dan 10 procent van het jaar hoger dan 70 centimeter onder maaiveld is.
Aanpak van droogte Om droogte tegen te gaan, kunnen drainagesystemen worden omgebouwd tot drainage-infiltratiesystemen (DIT-systemen). Die kunnen overvloedig grondwater afvoeren, maar als het grondwater laag staat, het ook aanvullen met regenwater of oppervlaktewater. Zo kan verdroging van funderingspalen Figuur 3.1 Urgentie en benodigde maatregelen tegen grondwateroverlast op basis van de aandachtgebieden zoals weergegeven in figuur 2-10.
Grondwater heeft een positieve invloed op de leefomgeving doordat het water beschikbaar stelt voor bomen en ander groen, dat de leefomgeving verrijkt en de stad verkoelt. De zogenoemde onverzadigde zone boven het grondwater kan bovendien regenwater bergen en vastgehouden, met minder regenwateroverlast en droogte (en minder hitte door meer verdamping) tot gevolg. Grondwater heeft ook negatieve invloed. Het kan leiden tot vochtoverlast en verslechterde leefomstandigheden in woningen en schade aan funderingen, bomen en infrastructuur. Haarlem wil waar doelmatig de positieve potentie van grondwater voor de doelen uit de omgevingsvisie benutten en de negatieve gevolgen van te hoge of te lage grondwaterstanden beperken. Wij willen het grondwater onder openbaar gebied laten aansluiten op de functies in het gebied. Dit betekent dat we de grondwaterstanden in veel gevallen reguleren.
Buurtgerichte aanpak grondwateroverlast Per buurt werken we uit welke grondwaterproblemen een risico zijn wat we kunnen doen om structurele schade aan een functie (vooral groen, panden en wegen) voor te zijn. In figuur 3-1 is per buurt aangegeven hoe dringend iets tegen grondwateroverlast moet worden ondernomen en wat die mogelijke maatregelen zijn. De
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
19
Doelenboom: Grondwater
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
20
en groen worden tegengegaan. Of dit voldoende werkt, is nog onduidelijk. Er moet oppervlaktewater beschikbaar zijn en we weten nog niet wat het effect is op groen en of het uitbreiden van deze drainage naar privaat terrein daar voldoende effect heeft. Daarbij is er geen richtwaarde voor te lage grondwaterstanden, omdat dat te veel verschilt per plek. We doen voorlopig alleen proeven met drainage-infiltratiesystemen met toevoer van oppervlaktewater en bekijken we of en hoe die kunnen worden uitgebreid. Vooralsnog houden we er rekening mee dat het aanpassen van de drainagesystemen in een aantal gevallen noodzakelijk zal zijn. Dat gaat om de Kleverparkbuurt, Bosch en Vaart, Leidsebuurt, Amsterdamse buurt, Rozenprieel en de Slachthuisbuurt. De voorbereidingen van een eerste proef zijn gestart voor Bosch en Vaart. Onderzoek is nodig om te bepalen welke overige risicogebieden daarna aan de beurt zijn. (zie figuur 2.11). Om droogte tegen te gaan zetten we daarnaast in op meer infiltratie van hemelwater. Dit bereiken we door klimaatadaptief te ontwikkelen en particulieren te stimuleren zelf zoveel mogelijk hemelwater lokaal te infiltreren.
Beheer gemeentelijke drainage In beheerplannen staat aangeven wat de ligging is van de drainages en welk onderhoud wordt uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitbesteed aan de DBC-onderhoudspartner.
Grondwatergegevens Met het grondwatermeetnet, grondwatermodel en meldingen verzamelen we de benodigde gegevens over grondwaterstanden. Waar mogelijk en nodig verbeteren we dit, zodat we meer inzicht krijgen in de grondwaterstanden. Zo kunnen we de komende planperiode bepalen waar in de stad nadelige gevolgen dreigen functies (zoals parken en sportvelden) en hoe noodzakelijk maatregelen zijn.
Vergunningsverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) Vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt plaats door de gemeente en door Omgevingsdienst IJmond (ODIJ). De gemeente heeft de ODIJ gemachtigd om toezicht en handhaving uit te voeren op deze vergunningen. Ook werken we samen met Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (ODNZKG), die werkt namens de provincie. Deze instanties controleren de bedrijven waaraan vergunningen verleend zijn. Ook werken we samen met
Hoogheemraadschap Rijnland. De milieu-inspecteurs bezoeken geregeld de bedrijven. De informatie over grondwaterstanden uit het grondwatermodel en het meetsysteem delen we, zodat iedereen die kan opzoeken en makkelijk kan gebruiken. Grondwaterstanden zijn toegankelijk via Haarlem Open Data en het grondwatermodel is beschikbaar als ergens werkzaamheden plaatsvinden. Met een meetplan wordt de informatiebehoefte vastgelegd en wordt benoemd welke meetinstrumenten er nodig zijn. Daar zijn ook de domeinen Oppervlaktewater en Grondwater bij betrokken, zodat gegevens makkelijker kunnen worden uitgewisseld.
Samen met bewoners en bedrijven Een goede gebiedsinrichting is belangrijk om de kans op grondwaterproblemen te verkleinen. Daarom vragen we bij nieuwbouw, herontwikkelingen, bodemenergie en onderkelderen van gebouwen extra aandacht voor het grondwater. Zo willen we voorkomen dat zich in de toekomst grondwaterproblemen voordoen. Extra aandacht geven we aan gesloten bodemenergiesystemen, omdat we hier als gemeente bevoegd gezag voor zijn. Het doorboren (of lek maken) van afsluitende bodemlagen (zoals klei en veen) veroorzaakt vermenging tussen verschillende grondwaterkwaliteiten én kan lokaal effect hebben op de grondwaterstanden. Zeker in gebieden met bodemverontreiniging moet deze afsluitende laag intact blijven. In de buurten met een relatief grote kans op grondwaterproblemen gaan we werken aan een buurtgerichte aanpak met bewoners. Het gaat om de buurten zoals Bosch en Vaart, Rozenprieel, Leidsebuurt, Kleverpark, Amsterdamsebuurt en Slachthuisbuurt. Hier willen we met proefprojecten ervaring opdoen met het verlenen van extra informatie, het opstellen van gezamenlijke plannen en het aanzetten tot maatregelen op particulier terrein. Die ervaringen willen we gebruiken voor de rest van Haarlem.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
21
3.3 Aanpak grondwateroverlast en -onderlast Als gemeente werken we aan de grondwaterstanden onder openbaar gebied. Bij meldingen over grondwaterproblemen volgen we onderstaand stappenplan. De volledige versie van het stappenplan is te vinden in bijlage 1. • Stap 1: Bepalen gevoelige locaties voor grondwaterproblemen. – Stap 1a: Zijn er meerdere meldingen? – Stap 1b: Is er een afwijking in de grondwatermetingen of modelresultaten? – Stap 1c: Is er een mogelijk verband met werkzaamheden in de openbare ruimte?
• Stap 2: Bepalen nadelige gevolgen door grondwaterstand. – Stap 2a: Is er sprake van nadelige gevolgen? – Stap 2b: Wordt het veroorzaakt door grondwater? • Stap 3: Vaststellen verantwoordelijkheid: wie moet de problemen verhelpen (particulier, gemeente, waterschap of provincie)? • Stap 4: Bepalen doelmatigheid van maatregelen door de gemeente. – Stap 4a: Heeft de voorgestelde maatregel nut? – Stap 4b: Wegen de kosten op tegen de baten?
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
22
4 Onderzoek, onderhoud en vervanging 4.1 Onderzoeken Om de ambitie en strategie van Haarlem te realiseren zijn onderzoeken nodig. Voor de komende jaren hebben we alle onderzoeken uitgewerkt, voor
Planperiode 2024-2027
de periode daarna ramen we een structureel onderzoeksbudget van €100.000 per jaar. Tabel 4.1 Onderzoeken planperiode 2024-2027
Kosten 2024
Kosten 2025 Kosten 2026
Kosten 2027
Onderzoek, beleidsacties (exploitatie) 1.
Uitvoeren kleinschalig grondwateronderzoek wanneer nodig naar aanleiding van meldingen, metingen, werken, nieuwbouw, etc.
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
€ 20.000
2.
Grondwateronderzoek, doelmatigheidsafweging maatregelen openbaar gebied en afstemming met omgeving waar passend in delen van aandachtsgebieden, gedacht wordt aan: Bosch en Vaart, Leidsebuurt, Amsterdamsebuurt, Kleverparkbuurt, Slachthuisbuurt.
€ 105.000
€ 105.000
€ 50.000
€ 50.000
3.
Documenten met richtlijn aanleg drainage-infiltratie (en € 10.000 riolering) actualiseren en bundelen, rekening houdend met wederkerig maken van drains
–
–
–
4.
Update afwegingskader klimaatoplossingen (regenwateroverlast, hitte, grondwateroverlast, droogte).
€10.000
–
–
–
5.
Beheren informatievoorziening bewoners en bedrijven
€ 3.000
€ 3.000
€ 3.000
€ 3.000
6.
Actualiseren grondwatermeetnet ontwerp in samenhang met nieuw model en beleid
–
–
–
€ 10.000
7.
Actualiseren grondwater maatregelenplan.
–
–
–
€ 10.000
8.
In kaart brengen bestaande drainagesystemen in groenvoorzieningen en bij constructies (kademuren, bruggen e.d.); hoe functioneren ze en voldoen ze aan de eisen van beheer? Archiefstudie en steekproefsgewijs veldwerk.
€35.000
–
–
–
9.
In kaart brengen (archiefstudie) waar drainage in groenvoorzieningen en bij constructies (kademuren, bruggen e.d.) onderhouden moet worden (en dit aanleveren t.b.v. het onderhoudsplan + beheereisen voor ontwerp/aanleg vastleggen in beheerplan).
–
€ 20.000
–
–
10.
Aanscherpen wijkprioriteringskaart incl. aanvullend funderingsonderzoek in risicobuurten (archief)
€ 45.000
–
–
–
11.
Analyse actuele grondwatersituatie op basis van metingen, € 10.000 meldingen, prestatie drains (i.s.m. contractpartner), vervolgacties doelmatig? Per kwartaal.
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
12.
Aansluiten bij regionaal grondwatermodel Bloemendaal en Heemstede
–
–
–
€ 10.000
€283.000
€158.000
€83.000
€113.000
TOTAAL
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
23
4.2 Onderhoud
€ 82.500 per jaar, maar in de eerste jaren ligt dit iets hoger vanwege reeds geplande onderhoudswerkzaamheden.
Om het grondwater te reguleren zijn er veel objecten aangebracht die moeten worden onderhouden. Alle onderhoudsacties staan in de onderstaande tabel. We ramen een structureel onderhoudsbudget van Planperiode 2024-2027
Tabel 4.2 Onderhoud planperiode 2024-2027 Kosten 2024
Kosten 2025
Kosten 2026
Kosten 2027
Onderhoud, beheer (exploitatie) 1.
Actualiseren operationeel onderhoudsplan drainage-infiltratiesystemen (archief- en veldwerk), inclusief kenmerken, doelen, risico’s, omgevingsuitstraling en streefwaarden t.b.v. bepalen onderhoudsinspanning
–
€ 35.000
–
–
2.
In stand houden grondwatermodel, beheren, dataontsluiting (webviewer), doorvoeren kleine verbeteringen (op meetpuntniveau)
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
€ 10.000
3.
In stand houden, beheren en dataontsluiting van meetnetlocaties, inclusief online portaal voor continue bewaking grondwaterstanden en signalering
€ 65.000
€ 65.000
€ 65.000
€ 65.000
4.
Opstellen plan en aanbrengen sensoren t.b.v. monitoring werking drainage-infiltratiesystemen, op de 10 meest kritische locaties in inspectieputten t.a.v. grondwateroverlast/onderlast. Doelmatigheid van opschalen monitoring naar overige locaties beoordelen t.b.v. volgende planperiode.
–
€ 15.000
–
–
5.
Monitoring werking drainagesystemen (in stand houden meetlocaties) en ontsluiten data in online portaal.
–
€ 7.500
€ 7.500
€ 7.500
6.
Onderzoek en monitoring test geautomatiseerd risico-gestuurd grondwatervoorraadbeheer bij drainage-infiltratiesystemen, literatuurstudie invloed verhoging grondwaterstand op groen (zoals bij rioolvervanging) en studie doelmatigheid opschalen naar de buurten waar deze systemen zijn ingericht
€ 25.000
–
–
–
7.
Onderhoud (doorspoelen) drainage –infiltratiesystemen (ca 240.000 m1 eens per 3 jaar)
Op te nemen in riool budget
–
–
–
€95.000
€132.500
€82.500
€82.500
TOTAAL
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
24
4.3 Aanleg en vervangingen Drainage wordt in enkele buurten nog aangelegd en moet – bij onvoldoende functioneren – worden vervangen. De budgetten hiervoor staan in onderstaande tabel. Voor de drainage in parken is een Planperiode 2024-2027
budget opgenomen om aanpassingen in het park te doen, zodat drainage in de toekomst niet meer nodig is. Tabel 4.3 Maatregelen planperiode 2024-2027 Kosten 2024
Kosten 2025
Kosten 2026
Kosten 2027
Maatregelen (investering) 1.
Aanleg drainage-infiltratiesystemen in grondwater aandachtsgebiedenbuurten. (82km nog aan te leggen over 27 jaar, € 100 per meter)
€ 304.000
€ 304.000
€ 304.000
€ 304.000
2.
Vervangen of aanpassen (wederkerig maken, aanpassen opzetstukken) drainage-infiltratiesystemen (252 km vervangen, over 80 jaar, € 100 per meter)
€ 315.000
€ 315.000
€ 315.000
€ 315.000
3.
Cultuurtechnische drainage (in parken) wordt niet beheerd. Wel hanteren we een jaarlijks budget voor eventueel benodigde aanpassingen.
€ 10.000
€ 10.0000
€ 10.000
€ 10.000
€ 629.000
€ 629.000
€ 629.000
€ 629.000
TOTAAL
4.4 Uitgaven grondwater De investeringsuitgaven (drainage aanleggen en vervangen) worden in de kostendekkingsberekening van de rioolheffing gekapitaliseerd en langjarig afgeschreven. In Tabel 4-4 staan de uitgaven t/m 2040. In de kostendekkingsberekening lopen deze langer door. Tabel 4.4 Totaaloverzicht uitgaven grondwater t/m 2040 Grondwater Investeringen
Exploitatie
Onderzoek
2025
629.000
132.500
158.000
2026
629.000
82.500
83.000
2027
629.000
82.500
103.000
2028
629.000
82.500
100.000
2029
629.000
82.500
100.000
2030
629.000
82.500
100.000
2031
629.000
82.500
100.000
2032
629.000
82.500
100.000
2033
629.000
82.500
100.000
2034
629.000
82.500
100.000
2035
629.000
82.500
100.000
2036
629.000
82.500
100.000
2037
629.000
82.500
100.000
2038
629.000
82.500
100.000
2039
629.000
82.500
100.000
2040
629.000
82.500
100.000
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
25
5 Monitoring en evaluatie Om de voortgang van het uitvoeringsprogramma te waarborgen is het belangrijk om goed te monitoren. Dit betekent dat we altijd bijhouden wanneer werkzaamheden uit dit plan worden uitgevoerd en wanneer projecten worden doorgeschoven. We houden ook bij of de geraamde inkomsten uit dit plan overeenkomen met de werkelijke kosten in de uitvoering. Wanneer nodig stellen we zo de eenheidsprijzen bij.
Na 3 drie jaar voeren we een evaluatie uit. De evaluatie gaat in op: • Uitgevoerde werkzaamheden. • Bereikte resultaten. • Kennisleemtes. • Bijstellingen. • Meldingen. Het uitvoeringsprogramma Grondwater wordt na vijf jaar geactualiseerd.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
26
Bijlage 1: Stappenplan grondwater overlast en -onderlast Stap 1: Identificeren locaties voor grondwaterproblemen
Stap 2: Identificeren nadelige gevolgen door grondwaterstand
In deze stap wordt gekeken of er op een locatie waar meldingen worden gedaan sprake is van structureel afwijkende grondwaterstanden.
Stap 2a: Is er sprake van nadelige gevolgen?
Stap 1a: Zijn er veel meldingen? Op basis van meldingen wordt in beeld gebracht waar grondwater over- of onderlast speelt binnen de gemeente. Hierbij gaan we uit van de meldingen die binnenkomen via het gemeentelijk loket.
Stap 1b: Is er een afwijking in de grondwatermetingen of modelresultaten? Op basis van het grondwatermeetnet wordt beoordeeld of de grondwaterstand structureel hoog of afwijkend laag is, of dat de grondwaterstand opeens toeneemt of afneemt in berekeningen van het grondwatermodel. Er is sprake van een structureel hoge grondwaterstand indien gedurende meer dan 10 procent van de tijd van een jaar hoger is dan de richtwaarde van 70 cm onder maaiveld in de openbare ruimte (de RHG: representatieve hoogste grondwaterstand). Om te signaleren of de grondwaterstand structureel afwijkend laag is hanteren we: • Het optreden van trendmatige verlagingen volgens het grondwatermeetnet. • Een grote afwijking tussen de meting van het grondwatermeetnet en het grondwatermodel die langere tijd voorkomt. • Een grote afwijking met omringende peilbuizen die langere tijd voorkomt.
Stap 1c: Is er een mogelijk verband met werkzaamheden in de openbare ruimte? De werkzaamheden in de openbare ruimte die het grondwater kunnen beïnvloeden (rioolvervanging, regenwaterinfiltratie, vergroenen) worden in beeld gebracht.
Voor deze locaties wordt nagegaan of de hoge of lage grondwaterstanden in het openbare gebied leiden tot structureel nadelige gevolgen voor de perceelfunctie (bv parken, wegen, woonruimte, kademuren, gebouwen, kabels en leidingen, bruggen). Er is sprake van nadelige gevolgen als er omstandigheden optreden die leiden tot volksgezondheidsproblemen en/of economische schade. Voorbeelden zijn aantasting van een houten vloerconstructie, optrekkend vocht in muren, schimmel in verblijfruimten, aantasting van funderingen en verzakkingen.
Stap 2b: Wordt het veroorzaakt door grondwater? Er wordt beoordeeld of de nadelige gevolgen worden veroorzaakt door grondwater of door andere oorzaken (bijvoorbeeld gebrekkige constructies en bouwkundige gebreken). Hierbij houden we aan: • Verblijfsruimtes dienen te voldoen aan de bouwregelgeving. In de bouwregelgeving staat dat woningen vochtwerende vloeren dienen te hebben . Als er toch sprake is van grondwateroverlast, dan zien we dit als bouwkundig gebrek. • Een gangbare aanleg/diepte van kruipruimtes en vloeren waarmee een droge kruipruimte gegarandeerd kan worden. De richtwaarde voor een grondwaterstand van 70 centimeter onder maaiveld is gebaseerd op de gewenste ontwatering bij woningen met een kruipruimte van 50 cm hoog, een 20 centimeter dikke droge kruipruimtebodem en een vloerhoogte van 20 cm boven maaiveld (zie ook figuur 3.2). Bij afwijkende maten zien we dit als een verantwoordelijkheid van de eigenaar; • Met een richtwaarde van 70 cm onder het midden van de straat kunnen bestaande overige functies gegarandeerd worden (bijvoorbeeld voor groen, wegen, kabels en leidingen) en wordt verdroging van de stad beperkt. • Gevolgen voor groen zijn vaak maatwerk. Bij de keuze voor een groensoort dient rekening gehouden te zijn met de grondwaterstanden.
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
27
Figuur 3.2 Indicatiewaarde voor maximale grondwaterstanden beneden het straatpeil ten opzichte van de kruipruimte in bestaand bebouwd gebied met veenlagen (met een gangbaar profiel van de openbare weg ten opzichte van de woninghoogte).
Stap 3: Vaststellen verantwoordelijkheid In deze stap wordt gekeken wie er verantwoordelijkheid heeft voor het aanpakken van de grondwaterstanden. Hierbij geldt: • De perceeleigenaar beheert het grondwater op het eigen terrein. Hij neemt zelf de vereiste (waterhuishoudkundige en/of bouwkundige) maatregelen om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander, particulier of overheid. Daarnaast is de perceeleigenaar verantwoordelijk voor het waterdicht maken van zijn verblijfsruimten, zodat eventuele hoge grondwaterstanden niet leiden tot overlast in de verblijfsruimten. • Het waterschap is de wettelijke (grond)waterbeheerder. Het waterschap beheert het oppervlaktewater en is bevoegd gezag voor (de meeste) grondwateronttrekkingen. Door middel van haar polder- en boezempeilbeheer geeft het waterschap de randvoorwaarden waarbinnen invulling wordt gegeven aan de grondwaterzorgplicht. • De gemeente beheert het grondwater in het openbare gebied, en is het aanspreekpunt voor grondwateroverlast. Indien doelmatig, treft de gemeente grondwaterregulerende maatregelen in het openbare gebied als er sprake is van structurele overlast met nadelige gevolgen waar geen andere partij verantwoordelijkheid voor draagt. De gemeente heeft hierbij een inspanningsverplichting.
In veel gevallen waar sprake is van structureel nadelige gevolgen zal de perceeleigenaar verantwoordelijk zijn voor het aanpakken van grondwaterstanden op zijn eigen terrein. Als deze niet in staat is om dit te doen, dan komt de gemeente in beeld. Dit kan bijvoorbeeld zo zijn als er geen mogelijkheid bestaat om overtollig grondwater af te voeren.
Stap 4: Bepalen doelmatigheid van maatregelen door de gemeente De gemeente neemt maatregelen wanneer structurele grondwateroverlast of -onderlast doelmatig kan worden aangepakt. De doelmatigheid toetsen we aan het nut van de maatregel en de kosteneffectiviteit van de maatregel.
Stap 4a: Heeft de voorgestelde maatregel nut? De maatregelen op het openbare terrein hebben nut als deze de structureel nadelige gevolgen bestrijden. De maatregel moet dus effect hebben op de overlast of onderlast op particulier terrein en niet alleen op de hoge of lage grondwaterstand op openbaar terrein. Dit kan direct, bijvoorbeeld via een grondwaterstandverandering in de openbare ruimte, of indirect bijvoorbeeld via een afvoer of aanvoermogelijkheid waarop particulieren kunnen aansluiten. Belangrijk hierbij is dat de maatregel op openbaar terrein effect heeft bij een voor de omgeving passend grondwaterpeil op openbaar terrein. Een verandering in de grondwaterstand in openbaar terrein kan namelijk ook weer ongewenste effecten hebben voor andere percelen en functies.
Stap 4b: Is de voorgestelde maatregel kosten effectief? De investerings- en beheerkosten van de openbare maatregelen moeten in verhouding zijn met het effect en de kosten van maatregelen binnen particuliere percelen (zoals bouwkundige maatregelen of drainage op eigen perceel, door de
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
28
perceeleigenaren zelf uit te voeren) en eventueel te verwachten schades. Als de maatregel kosteneffectief is, dan wordt het uitgevoerd op het moment dat de werkzaamheden te combineren zijn met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Er kan dus nog enige tijd verstrijken voordat het wordt uitgevoerd.
Structureel nadelige gevolgen door grondwater voor groen Een goede grondwaterstand en gezond groen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Bomen worden bij voorkeur zodanig gepland dat ze zonder kunstmatige aanpassingen aan het grondwater goed kunnen overleven in de Haarlemse omstandigheden. Bij straatbomen worden de bomen en de grondwaterstand in de straat op elkaar afgestemd. Aangezien daar vaak een drain ligt, doen zich hier mogelijkheden voor het grondwater af te stemmen op de optimale groeiomstandig¬heden van bomen. Parkbomen moeten zoveel mogelijk zonder kunstmatige aanpassingen kunnen overleven. Boomsoorten die slecht tegen hoge grondwater¬standen kunnen, worden verhoogd geplant. In gebieden met sterk fluctuerende grondwaterstanden worden daartegen bestendige boomsoorten gekozen. Kunstmatige oplossingen zoals drains zijn de laatste optie (ook omdat drains bereikbaar voor onderhoud moeten zijn en dit mogelijk impact heeft op het park).
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
29
Bijlage 2: Evaluatie IWP 2014 Project
Org.
Resultaat
Uitgevoerd?
HHR
Dit onderzoek zit nog in de pijplijn van het watergebiedsplan (dit is een analyse van knelpunten, overkoepelender dan het peilbesluit)
Gedeeltelijk
O
Onderzoek en planvorming
OO
Maatregelen Oppervlaktewater
OO1
Opstellen peilbesluiten Haarlemse polders
OOA
Water in Structuurvisie Openbare H’lem Ruimte: Integreren wateropgave in SOR.
1 Duiker gerealiseerd
Gedeeltelijk
OO2
Opstellen Peilbesluit Verenigde Polders
HHR
Het watersysteem is hier op orde.
Onbekend
OO3
Onderzoek duinwatersysteem Binnenduinrand
HHR
Dit onderzoek is door prioritering/bezuiniging gesneuveld. Dit heeft geen prioriteit meer/ is een achterhaald concept.
Nee
OOB
Actualisatie knelpunten watersysteem Haarlem
HHR
Dit is uitgevoerd in 2017 als een evaluatie Uitgevoerd van het Waterplan. Inez van Tilburg heeft toen gekeken naar 20 knelpunten die in het Waterplan stonden. Rijnland heeft gewerkt aan zoveel mogelijk argumenten per waterverbinding zodat duidelijk is waarom welke waterverbinding nodig. Rapportage reeds ontvangen.
OO4
Tracéstudie waterverbinding Delft - Stadskweektuin
H’lem
Voltooid, er ligt een rapport over. Het tracé is omgedraaid, het stroomt niet meer van west naar oost maar van oost naar west.
Nog verbinding naar de Delft maken
OO5
Onderzoek waterverbinding spoorsloot - Delft nabij ijsbaan
HHR
Duiker is gerealiseerd zie rapport. Is gereviseerd.
Uitgevoerd
OO6
Onderzoek waterverbinding Van der Aart Sportpark - Hekslootgebied onder Vergierdeweg
H’lem
De waterverbinding tussen het Hekslootgebied en het Van der Aart Sportpark is nog in voorbereiding. We hebben inmiddels overeenstemming met Rijnland over de duiker onder de Vergierdeweg en de watergang. Binnenkort gaan we de watervergunning aanvragen.
Loopt
OO7
Tracéstudie waterverbinding Houtvaart - Delft nabij Zijlweg
H’lem
Dit is niet gerealiseerd vanwege hinder van kabels en leidingen.
Nee
OO8
Onderzoek opheffen doorstroomgemaal Garenkokersvaart – Delft
HHR
Is klaar inmiddels is het vernieuwd (zie rapport over 3 gemalen (Garenkokersvaart, Fuikvaart en Boerhaavevaart)
Uitgevoerd
OO9
Onderzoek knelpunten watersysteem oostrandzone Zuid Schalkwijkerweg
HHR
Dit is stilgelegd.
Loopt nog
OO10
Tracéstudie waterverbinding Leidsevaart - Hout – Spaarne
H’lem
Tracé was niet uitvoerbaar.
Nee
OO11
Onderzoek opheffen doorstroomgemaal Fuikvaart
HHR
Gemaal is al ontmanteld. Hier is Rijnland nog mee bezig. Het lijkt niet nodig om extra doorstroming te creëren.
Uitgevoerd
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
30
Project
Org.
Resultaat
Uitgevoerd?
OO12
Onderzoek knelpunt watersysteem en doorstroomgemaal A’damsepoort
H’lem
Het gemaal is al vernieuwd. Het Nee onderzoek is niet meer nodig, omdat er plannen zijn voor een waterverbinding van de Papetorenvest – Gedempte Oostersingelgracht – Amsterdamsevaart en hiermee al extra doorstroming komt.
OO13
Tracéstudie waterverbinding parkvijver Delftwijk - Jan Gijzenvaart
H’lem
Deze verbinding was bedoeld om een afvoermogelijkheid te creëren voor een locatie met wateroverlast. Echter, dit tracé komt langs een drukke weg en het lijkt niet mogelijk om hierlangs te gaan. Daarom kan dit tracé vervallen.
Nee
OO14
Onderzoek zuidelijke verbinding Centrale Watergang W’polder
H’lem HHR
Geen onderzoek gedaan en is ook niet meer nodig
Nee
OO15
Onderzoek opheffen doorstroomgemaal Boerhaavevaart
HHR
Wordt opgeheven; besluit in wateroverleg Loopt (gijs). Zou een openverbinding moeten zijn; ligt nog een fietspad van haarlem. Wordt nu een buis. Wordt al uitgewerkt.
OO16
Onderzoek waterbergingsvijver Waarderpolder Oost nabij Penningsveer
H’lem
Dit onderzoek is niet uitgevoerd. Er is wel Gedeeltelijk een onderzoek gedaan naar potentiële waterbergingslocaties in de Waarderpolder. Het is goed om hier onderscheid te maken tussen de waterberging Iron Mountain en dit plan. De waterberging Iron Mountain wordt net naast het zoekgebied gerealiseerd. De waterberging moet nog komen. Toch lijkt het niet mogelijk want de grond is van staatsbosbeheer.
OA
Maatregelen afvalwaterketen
OAA
Samenwerking afvalwaterketen Kennemerland
H’lem
Er is een rapport met actielijst.
Uitgevoerd
OAB
Onderzoek knelpunten riooloverstorten
H’lem
Dit is uitgevoerd en er is een rapport. Het beoordelingskader is niet veranderd.. Er zijn nauwelijks meldingen van problemen rondom overstorten. Alle 7 knelpunten zijn verholpen.
Uitgevoerd
OA1
Onderzoek opheffen AWZI Schalkwijk na HHR 2025
Afhandelen van afkoppelopgave voorlopig blijft de awzi. Blijft staan bij Rijnland.
Loopt nog
OAC
Opstellen Afkoppelkansenkaart en Afkoppelplan
H’lem
Tauw rapport beschikbaar vertaald in vgrp Uitgevoerd uitvoeringsprogramma: 40% afkoppelen in 30 jaar.
OAD
Meetprogramma oppervlaktewater en riolering
H’lem
Witteveen en Bos heeft een rapport opgesteld hierover. Schalkwijk + Haarlem oost zijn gedaan.
Gedeeltelijk
OA2
Onderzoek pilot decentrale zuivering Ramplaankwartier
H’lem
Rapport van Deltares beschikbaar.
Uitgevoerd
OA3
Onderzoek knelpunten watersysteem Zuiderpolder
H’lem
Zuiderpolder is nog niet uitgevoerd omdat de prioriteit niet hoog genoeg was. Opnieuw beoordelen of het moet blijven staan in de uitvoeringsagenda.
Gedeeltelijk
OAE
Risicokaart wateroverlast
H’lem
Rapporten van Tauw en Arcadis incl. uitvoeringprogramma vgrp.
Uitgevoerd
OG
Maatregelen grondwater
OG1
Onderzoek toekomstig oppervlaktewaterpeil Kleverlaanzone en Stadskweektuin
H’lem
Rapport opgesteld.
Loopt
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
31
Project
Org.
Resultaat
Uitgevoerd?
OGA
Actualisatie grondwatermodel
H’lem
Is uitgevoerd, wordt opnieuw gedaan.
Uitgevoerd
OGB
Studie mogelijke effecten klimaatverandering op grondwater
H’lem
Niet bekend
Nee
OGC
Onderzoek risico van grondwateroverlast en -onderlast
H’lem
Pilot Kleverpark en Bosch en vaart hoort daar o.a. ook bij. Deze stelsel zijn wederkerig gemaakt. Drain bereikt alleen voorkant.
Gedeeltelijk
OGD
Actualiseren drainageplannen op basis van uitkomsten klimaatstudie
H’lem
Dit is gedaan.
Loopt nog
U
Uitvoering (ruimtelijk fysiek)
UO
Maatregelen Oppervlaktewater
UOA
Baggeren fase 2
H’lem
Het baggeren van de overgedragen watergangen is gereed. Het baggeren van enkele lastige locaties ligt stil.
Gedeeltelijk
UO1
Verbreden duikers spoorsloten W.Randweg nabij InHolland
R’land
Onbekend.
Onbekend
UO2
Realisatie watersysteem Reinaldapark
H’lem
Dit is uitgevoerd. Dit blijft in onderhoud bij Haarlem, want het is een voormalige vuilstort.
Uitgevoerd
UO3
Realisatie waterverbinding Schotervijver H’lem - Jan Gijzenvaart
Herinrichting Schoterbos.
Uitgevoerd
UOB
Realisatie afmeervoorzieningen pleziervaartuigen
H’lem
Niet bekend.
Uitgevoerd
UO4
Realisatie noordelijk deel Centrale Watergang in Noordkop Waarderpolder
H’lem
Project is klaar.
Uitgevoerd
UO5
Realisatie parkvijver delftwijk
H’lem
Vijver is gerealiseerd.
Uitgevoerd
UO6
Realisatie zuidelijk deel Centrale Watergang Waarderpolder
H’lem
Deel van gerealiseerd (verbinding met insteekhaven ontbreekt nog)
Gedeeltelijk
UO7
Realisatie watersysteem 023/Entree
H’lem
Is grotendeels gerealiseerd. Onderhoud West is overgedragen naar Rijnland, Oost is in het proces van overdragen.
Uitgevoerd
UO8
Realisatie waterverbinding spoorsloot - Delft nabij ijsbaan
H’lem
Samen met Rijnland gedaan.
Uitgevoerd
UO9
Aanpak knelpunten Verenigde Polders incl. duiker Zwemmerslaan
HHR
Niet bekend.
Onbekend
UO10
Aanpak knelpunt waterverbinding Ramplaanpad
H’lem
Stilgelegd.
Nee
UO11
Uitbreiding Waarderhaven
H’lem
Gerealiseerd.
Uitgevoerd
UO12
Aanpak knelpunten Romolenpolder
HHR
Onduidelijk wat de bedoelde knelpunten waren.
Loopt
UO13
Opheffen doorstroomgemaal Garenkokersvaart - Delft
HHR
Onbekend.
Onbekend
UO14
Realisatie natuurvriendelijke oevers Jan Gijzenvaart
H’lem
Oostzijde is uitgevoerd als natuurvriendelijke oever. Resterende oevers moeten nog worden opgenomen in het nieuwe MJGP.
Gedeeltelijk
UO15
Verbeteren watersysteem Van der Aart Sportpark
H’lem
Rapport opgesteld.
Loopt
UO16
Aanpak knelpunten watersysteem oostrandzone Zuid Schalkwijkerweg
HHR
Onbekend.
Nee
Uitvoeringsprogramma Grondwater | Plan voor 2024-2033
32
Project
Org.
Resultaat
Uitgevoerd?
UO17
Realisatie watersingel in Stadskweektuin
H’lem
Uitgevoerd
Uitgevoerd
UO18
Realisatie waterverbinding Delft - Stadskweektuin
H’lem
Rapport opgesteld.
Loopt
UO19
Herinrichting zuidelijk deel Gouwwetering nabij H. Schaftstraat
H’lem
Uitgevoerd
Uitgevoerd
UO20
Realisatie waterverbinding Van der Aart Sportpark - Hekslootgebied onder Vergierdeweg
H’lem
Niet bekend.
Onbekend
UO21
Inrichten duinwatersysteem
HHR
Niet uitgevoerd.
Nee
UO22
Verbreden spoorsloot nabij Novacollege Zijlweg
HHR
Uitgevoerd
Uitgevoerd
UO23
Aanpak knelpunt watersysteem en doorstroomgemaal A’damsepoort
H’lem
Niet bekend.
Onbekend
UO24
Realisatie waterverbinding Houtvaart - Delft nabij Zijlweg
H’lem
Dit is niet gerealiseerd vanwege hinder van kabels en leidingen.
Nee
UO25
Opheffen doorstroomgemaal Fuikvaart
HHR
Opheffen is in proces. De vraag is of er voldoende doorstroming blijft i.v.m. overstort op de zomervaart.
Loopt
UO26
Realisatie water in parkzone Aziëweg en H’lem langs Krekelpad
In uitvoering.
Gedeeltelijk