3 Bijlage 2 - Stappenplan vergunning stikstof
Tekst van het document
Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten Aan de hand van onderstaand stappenplan kunt u vaststellen of u vergunningplichtig bent onder de Wet natuurbescherming en welke instrumenten u kunt inzetten om voor een natuurvergunning in aanmerking te komen. Klik voor toelichting op ? of kijk op pagina 2 van deze pdf. Kijk voor meer informatie op de website van Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord (www.odnhn.nl)
stap 1
stap 2
stap 3
stap 4
stap 5
?
?
?
?
??
AERIUSberekening
> 0,00
mol/ha/jr
Intern salderen
> 0,00
mol/ha/jr
Ecologische voortoets
mol/ha/jr
< 0,00
mol/ha/jr
Significante effecten uitgesloten
Geen vergunningplicht
Vergunning verleenbaar
Zonder intern salderen: geen vergunningplicht Met intern salderen: vergunning verleenbaar
< 0,00
Klik op de vraagtekens voor uitgebreidere informatie
Significante effecten niet uitgesloten
Passende beoordeling
Geen risico op aantasting natuurlijke kenmerken
Vergunning verleenbaar
Natuurlijke kenmerken mogelijk aangetast
ADC-toets
Positieve uitkomst ADC-toets
Vergunning verleenbaar
Vergunning niet mogelijk
stap 1
stap 2
stap 3
stap 4
stap 5
AERIUSberekening
Intern salderen
Ecologische voortoets
Passende beoordeling
ADC-toets
Wat is de stikstofuitstoot van uw project? Maak een berekening voor het uiteindelijke gebruik én een berekening voor de aanlegfase/bouw met de AERIUS rekenmethode.
De nieuwe situatie mag niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de huidige situatie die is opgenomen in de vergunning.
Als uit de AERIUS-berekening blijkt dat uw project leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, dan is een ecologische voortoets mogelijk.
De uitstoot mag niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Denk daarom alvast aan (technische) mogelijkheden om de uitstoot zo laag mogelijk te houden, bijvoorbeeld door de inzet van elektrisch materieel.
Binnen de bedrijfsvoering moet gecompenseerd worden door bijvoorbeeld enerzijds te stoppen met een activiteit zodat anderzijds een nieuwe activiteit kan starten. Een voorbeeld is het slopen van bestaande woningen zodat energieneutrale woningen neergezet kunnen worden.
Met deze toets kan worden bepaald of de verwachte depositie negatieve effecten zal hebben op het beschermde habitattype in Natura 2000-gebieden.
Als significant negatieve effecten door stikstofdepositie niet kunnen worden uitgesloten, moet er getoetst worden of de kans bestaat op aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden. Hierbij moet beoordeeld worden of de stikstofdeposities een risico vormen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen zoals deze voor elk Natura 2000-gebied zijn bepaald.
Wanneer intern gesaldeerd wordt en daardoor geen toename van stikstofdepositie ontstaat op Natura 2000-gebieden, dan moet alsnog een natuurvergunning worden aangevraagd.
Als een negatief effect in een nieuw project kan worden uitgesloten, dan is een natuurvergunning niet nodig. Als u rekening houdt met intern salderen moet er wel een natuurvergunning worden aangevraagd.
Hiervoor wordt een ecologische ‘passende beoordeling’ opgesteld. Als de conclusie van de passende beoordeling is dat er geen risico bestaat op aantasting van natuurwaarden, kan de natuurvergunning door het bevoegd gezag (meestal Gedeputeerde Staten) worden verleend. Het is ook mogelijk om de negatieve effecten van een project te compenseren met de positieve effecten van het (gedeeltelijk) intrekken van de vergunning van een ander project. Dat heet extern salderen. Voor extern salderen gelden strenge voorwaarden. Zo moet een project daadwerkelijk stoppen en wordt er 30 procent afgenomen van de vergunning die wordt overgedragen, ten behoeve van de natuur. Saldogevende bedrijven mogen de stikstofemissieruimte van bestaande stallen of hallen volledig overdragen aan saldonemende bedrijven die daarvan dus 70 procent van mogen gebruiken voor nieuwe ontwikkelingen, ook als deze gebouwen geheel of gedeeltelijk leeg staan.
Voor deze toets ligt de drempel hoog. Er moet voor uw project sprake zijn van Het ontbreken van Alternatieven Het bestaan van Dwingende reden van groot openbaar belang De schade aan kwetsbare habitattype moet geCompenseerd worden door de aanleg van nieuwe natuur binnen of buiten de huidige Natura 2000gebieden. Als het project de toets doorstaat, kan het doorgaan ondanks de stikstofuitstoot die het veroorzaakt.