3 bijlage 2 memo BBOR geanonimiseerd
Tekst van het document
Docnr3
8
*7* Gemeente Haarlem
Memo
Aan
college van Burgemeester en Wethouders
Datum
24 augustus 2023
Onderwerp
contrair advies JZ/2023/509273
Van
BBOR/(naam)
Geacht college,
Naar aanleiding van het advies van de commissie Bezwaar- en beroepschriften, betreffende de bezwaren tegen het besluit om het Besluit parkeerregulering te wijzigen (bijlage 4, beschrijving zone
C oost, uit te breiden met de volgende straten: Bep van Klaverenstraat, Henk Schijvenaarstraat, Kick
Smitweg (tot aan de voorgevel van de oneven huisnummers) Thorbeckeplantsoen, Wim van Eststraat, Oudeweg 1 t/m 83G (oneven nummers) en het Wout Wagtermanerf), wil de vakafdeling
(op een aantal onderdelen van het advies) een tegenadvies uitbrengen. De vakafdeling volgt het advies van de commissie het bestreden besluit te herroepen, vanwege strijdigheid met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat het draagvlakonderzoek onzorgvuldig is uitgevoerd waardoor de
uitkomst daarvan niet ten grondslag kan liggen aan het bestreden besluit. Verder volgt de vakafdeling de commissie dat deze strijdigheid dusdanig is dat dit niet met het besluit op bezwaar kan worden hersteld, voorzover de enquête uit 2021 aan het besluit ten grondslag wordt gelegd. Op
een aantal onderdelen volgt de vakafdeling de motivering van de commissie evenwel niet, de vakafdeling wil het college adviseren op deze punten van de motivering af te wijken.
Toetsing in bezwaar aan regels nu (ex nunc) of aan regels toen (ex tune)
De commissie merkt op pagina 6 (onderaan) volledigheidshalve op: "dat de nota Parkeernormen op 30 maart 2023 door de gemeenteraad is aangenomen. Met deze Nota is onder meer niet langer een positief resultaat van 'voorstemmers' van een draagvlakonderzoek noodzakelijk om betaald parkeren
in een wijk of buurt in te voeren. Met de nieuwe Nota geschiedt invoering van betaald parkeren nadat
uit de parkeertellingen blijkt dat de parkeerdruk hoger is dan 85%.
Het bestreden besluit van 11 april 2023 is echter gebaseerd op het voor de Sportheldenbuurt geldende beleid uit Nota 2016 en meer specifiek de daarin opgenomen maatregel 10. Om tot
invoering van parkeren in de Sportheldenbuurt te kunnen komen, diende conform maatregel 10 uit een draagvlakonderzoek te blijken dat de meerderheid voor invoering was.
Allereerst denkt de vakafdeling dat de commissie hier niet de nota Parkeernormen maar de nota Uitwerking parkeerregulering bedoeld die eveneens op 30 maart 2023 door de gemeenteraad is
aangenomen en waarin dit nieuwe beleid ten aanzien van de invoering van betaald parkeren inderdaad is opgenomen.
1/1
8
*7¥
Ten tweede volgt de vakafdeling de commissie, voor zover zij het goed begrijpt, in haar advies om in
deze bezwaarzaken niet conform de hoofdregel ex-nunc (toetsing aan het recht dat op het moment van het nemen van de beslissing op bezwaar geldt) te toetsen maar ex-tunc (toetsing aan het recht dat tijdens de situatie van toen de gebeurtenis plaatsvond gold). De vakafdeling is echter wel van
mening dat dit nader dient te worden gemotiveerd. Deze motivering zou kunnen bestaan uit het feit dat het traject rondom het draagvlakonderzoek in de Sportheldenbuurt een langlopend traject is,
gestart in 2019, en gedurende het gehele traject met de belanghebbenden is gecommuniceerd dat de invoering van de parkeerregulering op basis van het 'oude' beleid (invoeren parkeerregulering
met draagvlakonderzoek en meerderheid van voorstemmers) zou plaatsvinden. Verder ligt er ten aanzien van het 'nieuwe' beleid een uitspraak van de voorzieningenrechter in het kader van het
afwijzen van het referendumverzoek. Op grond hiervan mag er op dit moment geen uitvoering gegeven worden aan dit beleid. De vakafdeling is dan ook, met de commissie, van mening dat hier
een uitzondering op de hoofdregel moet worden gemaakt en het principe van de ex-nunc toetsing hier moet wijken voor de rechtszekerheid (zie uitspraak ECLI:NL:RVS:2013:BZ2518).
Bepalen gebied gereguleerd parkeren Op pagina 6 (boven en midden) en 8 (onderaan) verwijst de commissie voor de gebiedsaanduiding naar het plangebied van het bestemmingsplan Sportheldenbuurt, gaat zij in op de inhoud van de nota Maatregelen moderniseren parkeren van 2016 en het besluit betreffende de nieuwe
standaardprocedure voor het uitvoeren van draagvlakonderzoek naar parkeerregulering (onder meer voor de Sportheldenbuurt) van 2019. Voor zover de commissie hiermee beoogt te concluderen dat op basis hiervan geen ruimte is om een aantal straten in het Besluit parkeerregulering uit te sluiten
volgt de vakafdeling deze conclusie niet. De nota Maatregelen moderniseren parkeren van 2016
maakt nadrukkelijk geen koppeling met een gebiedsaanduiding in een bestemmingsplan. Sterker nog in maatregel 10 staat dat het uitbreiden van gereguleerd parkeren niet langer op wijkniveau maar ook op straatniveau kan plaatsvinden.
Verleende omgevingsvergunningen - parkeren op eigen terrein
Op pagina 10 (onderaan) van haar advies wijst de commissie er ten overvloede op "dat er is vastgelegd dat de bouwplannen voldoen aan de parkeereisen van de gemeente, doordat binnen het
plangebied voldoende parkeerruimte is. Uit de vergunningen volgt naar het oordeel van de commissie niet dat aan de projectontwikkelaar/kopers zou zijn opgelegd het parkeren ook op eigen terrein te regelen. Uit de omgevingsvergunningen leidt de commissie niet af dat deze aan de verlening van de
bewoners- c.q. bezoekersvergunningen in de weg zou staan".
De vakafdeling is van oordeel dat uit de verleende omgevingsvergunningen voor het Drosteterrein wel volgt dat het parkeren volledig op eigen terrein dient plaats te vinden (de volledige
parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgevangen). In alle (vijf) omgevingsvergunningen staat dat de bouwplannen "ruimschoots" voldoen aan de geldende parkeernorm(en). Dit blijkt ook uit de bij de
omgevingsvergunningen behorende parkeerbalans en de daarbij behorende toelichting.
2/2
8
*7¥
In deze laatste staat: "De parkeervoorzieningen voldoen voor het gehele project (project Droste)
ruimschoots aan de parkeernorm, waarbij de parkeervoorzieningen niet altijd in het betreffende
bouwblok zijn gesitueerd. Bijgevoegd is een schema op projectnivo, waarin vermeld de parkeerbehoefte, de verdeling van beschikbare parkeerplaatsen en de toewijzing van parkeerplekken".
De parkeernormen waren opgenomen in het ter plaatse geldende bestemmingsplan "DrosteThorbeckebuurt". De Haarlemse bouwverordening had, volgens de destijds geldende systematiek (zie uitspraak ECLI:NL:R\/S:2002:AE9519), op dit bestemmingsplan een aanvullende werking (nergens
in het bestemmingsplan, danwel de van toepassing zijnde artikelen in het bestemmingsplan, is deze
aanvullende werking uitgesloten). In de Haarlemse bouwverordening was, in artikel 2.5.30., lid 1 opgenomen "Indien de omvang of de bestemming van een gebouw daartoe aanleiding geeft, moet
ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte zijn aangebracht in, op
of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort". Hiervan kon, met gebruikmaking van artikel 2.5.30, lid 5, geheel of gedeeltelijk vrijstelling worden verleend. In geen van de omgevingsvergunningen verleend voor het Drosteterrein is dit gebeurd. Hieruit blijkt eveneens dat het parkeren volledig op eigen terrein dient plaats te vinden (zie uitspraak
ECLI:NL:RVS:2011:BU5404 en ECLI:NL:RVS:2017:668). Volledig op eigen terrein betekent parkeren voor alle gebruikers. In het geval van een kantoor betreft dat vooral medewerkers en is de parkeernorm daarop gebaseerd. Voor een concertgebouw is de
norm voornamelijk gebaseerd op het aantal bezoekers en voor woningen grotendeels op bewoners en gedeeltelijk bezoekers. Dit wordt inderdaad niet expliciet in de omgevingsvergunningen vermeld
vanwege het feit dat het niet haalbaar is om elke geldende regel uitgebreid uit te splitsen en uit te
werken in omgevingsvergunningen. Het is om die reden dat omgevingsvergunningen op hoofdlijnen worden geschreven. Het is daarom van belang dat de lezer van een vergunning altijd de
achterliggende regels raadpleegt om volledig te kunnen begrijpen waar aan moet worden voldaan. Tegelijkertijd geldt dat als men een woning of ander gebouw wil kopen en daarbij een bepaald
onderwerp (zoals parkeren) van belang vindt, er verwacht mag worden dat men informeert bij de gemeente of een andere instantie (bijvoorbeeld de aankoopmakelaar) hoe dit geregeld is. Gelet op het voorgaande adviseert de vakafdeling: 1. Het advies van de commissie Bezwaar- en beroepschriften over te nemen; 2. Op de hiervoor genoemde onderdelen af te wijken van de motivering.
Met vriendelijke groet,
Namens de vakafdeling,
3/2