3 Bijlage 2 Korte toelichting op rapport Nationale ombudsman ‘Inspraak mag geen vinkje zijn’
Tekst van het document
Bijlage 2. Korte toelichting op rapport Nationale ombudsman ‘Inspraak mag geen vinkje zijn’ In bijlage 3 treft u het tweede onderzoek in het thema participatie en invloed van burgers in de Participatiewet (oktober 2023). In april 2023 verscheen het eerste rapport: 'Burger in zicht’ over de invloed van burgers op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het derde onderzoek naar participatie en invloed in de Jeugdwet is in september van start gegaan. Het doel van het onderzoek is inzicht te verkrijgen in de borging van invloed van de burger. De Nationale ombudsman heeft de volgende aanbevelingen voor gemeenten: I. Invloed op de eigen situatie 1. Investeer in persoonlijk contact met mensen die langdurig aangewezen zijn op de Participatiewet; zorg voor vaste contactpersonen die regelmatig contact hebben met hun cliënten. 2. Verleg de aandacht bij mensen die (nog) niet kunnen werken naar een zinvolle tijdsbesteding en bied meer ruimte voor de eigen wensen en ideeën van burgers. 3. Bied meer ruimte voor vrijwilligerswerk in tegenstelling tot betaald werk. En geef duidelijkheid over vergoedingen. II. Invloed op beleid en uitvoering 1. Zorg ervoor dat er altijd een cliëntenraad voor de Participatiewet is. En zorg ervoor dat deze bekend is bij de achterban. Als er ook een Adviesraad Sociaal Domein is, dan moeten de twee raden nauw samenwerken en moet de rolverdeling helder zijn 2.
Neem de cliëntenraad serieus: faciliteer en ondersteun de cliëntenraad, betrek de cliëntenraad vroegtijdig zodat deze invloed kan uitoefenen op (ontwikkeling van) beleid en uitvoering. Licht altijd goed toe waarom je bepaalde adviezen wel of niet opvolgt. 3. Zorg voor een duidelijke verordening en heldere werkafspraken met de cliëntenraad en neem in ieder geval bovenstaande punten (1 en 2) hierin mee. Evalueer de werking regelmatig. III. Klachten 1. Maak goede afspraken over de klachtbehandeling bij uitvoering van taken door externe partijen en houd daar actief toezicht op. 2. Zorg dat de burger altijd bij de gemeente terechtkan als hij bij de uitvoerende partij niet verder komt met zijn klacht. 3. Zorg voor één loket waar burgers rechtstreeks terechtkunnen met hun probleem of hun klacht.
Hieronder per onderdeel een korte toelichting hoe dit in Haarlem is.
I. Invloed op de eigen situatie in Haarlem
1/3
Vanaf 2018 is met het project ‘Ik doe mee’ een start gemaakt met het weer spreken van uitkeringsgerechtigden op het gebied van participatie en toeleiding naar werk. Voor 2018 werd was de dienstverlening vooral gericht op de rechtmatigheid. Vanaf 2018 is een andere werkwijze geïntroduceerd en ingebed. Niet alleen de uitkeringsgerechtigde spreken in het kader van rechtmatigheid, maar juist ook tijd en aandacht hebben voor doelmatigheid. Dit betekent het ondersteunen van de inwoner bij vormen van participatie en toeleiding naar werk. Het uitgangspunt van de afdeling Werk en Inkomen is en blijft dat de inwoners met een uitkering in beeld blijven. Hoe vaak een inwoner gesproken wordt kan per situatie verschillen. Hier wordt juist ruimte gehouden voor maatwerk. De klantmanagers spelen daarbij zoveel mogelijk in op de persoonlijke situatie en behoefte van de inwoner. De klantmanagers hebben niet alleen de focus op toeleiding naar werk, maar juist ook bij ondersteunen van de uitkeringsgerechtigde naar andere vormen van meedoen, zoals vrijwilligerswerk, arbeidsmatige dagbesteding of laagdrempelige activiteiten in de wijk. In de praktijk blijkt een grote groep met een uitkering niet, of op dit moment, de stap richting werk te kunnen maken. Voor elke uitkeringsgerechtigde werken we met persoonlijk plan van aanpak waarin hij/zij zelf doelen maakt in samenspraak de klantmanager.
De klantmanager heeft regie en helpt de inwoner zo goed mogelijk bij het zetten van stappen richting de doelen. In het kader van de coalitieambities om het aantal uitkeringsgerechtigden laag te houden en waar mogelijk verder te verlagen, bekijken het college hoe nog intensiever contact en aanpak met de inwoner kan worden georganiseerd. Vrijwilligerswerk is een mooie vorm van meedoen, voor de een het hoogsthaalbare en voor de ander als opstap naar betaald werk. Daarom wil het college in het voorsorteerbesluit Participatiewet duidelijkheid geven over de vrijwilligerswerkvergoeding voor jongere onder de 27 jaar. Daarin wil het college ruimte gegeven aan de klantmanager om de vrijwilligerswerkvergoeding voor jongeren onder de 27 jaar niet met de uitkering te verrekenen, wanneer dit juist bijdraagt aan de doelstellingen op het gebied van (arbeids)participatie. Deze ruimte wordt in de landelijke wetgeving niet gegeven, deze stelt dat de vergoeding moet worden ingehouden op de uitkering. Het college is juist van mening dat het verrekenen van een vrijwilligerswerkvergoeding met de uitkering ook voor een jongere contraproductief kan werken. II. Invloed op beleid en uitvoering in Haarlem Vanuit de afdelingen Sociale Zaken wordt nauw samengewerkt met de Participatieraad Haarlem, en in het bijzonder de werkgroep Werk, Inkomen, Schulden en Armoede (WISA).
Zij worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij beleidsontwikkeling en projecten. De input vanuit de Participatieraad, gevraagd of ongevraagd advies, wordt meegenomen in de ontwikkeling van het Haarlems beleid. Er is ook een periodiek overleg tussen de Participatieraad, wethouder en een vertegenwoordiger namens de afdelingen.
2/3
Daarnaast wordt ook de ervaringsdeskundige betrokken bij de ontwikkeling van beleid en uitvoeringsprocessen, zoals het maken de digitale aanvraagformulieren.
III. Klachten in Haarlem Klachten gaan altijd over de wijze waarop de overheid zich gedraagt jegens burgers en rechtspersonen en niet over de inhoud van haar beslissing. Het gaat daarbij niet alleen om klachten over mondelinge bejegening (zoals onheus/onaardig te woord gestaan worden door een ambtenaar), maar om klachten over onbehoorlijk gedrag van de overheid in de ruimste zin van het woord. De Nationale ombudsman heeft de afgelopen jaren een nadere invulling gegeven aan het begrip onbehoorlijk gedrag van de overheid waarover een klacht kan worden ingediend. Dat begrip bestrijkt volgens de Nationale ombudsman bijna alle beginselen van behoorlijk bestuur, hetgeen met zich meebrengt dat er bijvoorbeeld ook een klacht kan worden ingediend wanneer men het gevoel heeft van het kastje naar de muur te zijn gestuurd, verkeerde informatie van de ambtenaar heeft gehad, onredelijk lang heeft moeten wachten op gevraagde informatie of van mening is dat er onzorgvuldig is omgegaan met de privacy. De werkwijze rondom klachten is opgenomen in de Klachtregeling gemeente Haarlem. Deze klachtenregeling is een aanvulling op en uitwerking van het in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde interne klachtrecht. Het klachtrecht vormt een aanvullende vorm van bescherming tegen de overheid, naast de bezwaar- en beroepsprocedures.
Inwoners kunnen ook op de gemeentelijke website informatie vinden over het indienen van een klacht. Periodiek worden de klachten door onder andere de afdeling Werk en Inkomen, waar de uitvoering van de Participatiewet plaatsvindt, zowel kwantitatief als kwalitatief gemonitord. Nadat een klacht is binnen gekomen wordt er door een senior klantmanager contact opgenomen met de indiener van de klacht om te bespreken wat er aan de hand is en om vervolgstappen te bespreken.
3/3