3 Bijlage 2 Huisvestingsopgave ouderen met verpleging en verzorging op grond van de Wlz (Gupta Strategists)
Tekst van het document
Huisvestingsopgave ouderen met verpleging en verzorging op grond van de Wlz Geactualiseerde maatschappelijke opgave tot 2040 in de zorgkantoorregio Kennemerland Eindrapport Amsterdam,11 april 2024
Samenvatting van dit rapport Afgelopen half jaar hebben de ouderenzorgorganisaties in de zorgkantoorregio Kennemerland in nauwe samenwerking met de gemeente Haarlem en de lokale woningbouwcorporaties de huisvestingsopgave voor ouderen met verpleegzorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz V&V) tot 2040 geactualiseerd. Dit rapport beschrijft de uitkomsten van het onderzoek. Het onderzoek bestaat uit drie delen, die alle drie op gemeenteniveau zijn uitgevoerd. Eerst zijn de prognoses van het aantal mensen dat Wlz V&V nodig gaat hebben geactualiseerd. Vervolgens is op basis van openbare data van het Kadaster geanalyseerd welke huurwoningen in de regio potentieel geschikt zijn voor de huisvesting van ouderen met Wlz V&V. In het derde deel van het onderzoek is bij woningbouwcorporaties én beleggers uitgevraagd welke huurwoningen in hun portefeuille zij potentieel geschikt achten voor huisvesting van ouderen met Wlz V&V. De door woningbouwcorporaties en beleggers geschikt geachte woningen overlappen deels met de woningen die via het Kadaster geïdentificeerd zijn. Zorgorganisaties en gemeenten moeten zich voorbereiden op groeiende vraag naar huisvesting voor ouderen met een zorgvraag. Uit de geactualiseerde prognoses volgt dat het aantal ouderen met Wlz V&V niet langzamer groeit dan in 2020 voorspeld.
Er zijn vier projecties onderzocht en op grond daarvan verwachten we 29% tot 58% groei tot 2040. De projecties houden geen rekening met wijzigingen in overheidsbeleid, zoals een verandering toegang tot de Wlz of overheveling van zorg vanuit de Wlz naar de Zvw. Slechts beperkte uitbreiding van het aantal verpleegzorgplekken bij zorgorganisaties is toegestaan, waardoor het grootste deel van de groeiende vraag ouderen betreft die geen zorg met verblijf krijgen. Zij blijven hun eigen woonlasten betalen en gaan zorg krijgen via de Wlz-leveringsvormen vpt, mpt of pgb. Nu is dit nog een minderheid. Zorgorganisaties moeten hun werkwijzen gaan aanpassen en gemeenten moeten zorgen voor voldoende zorggeschikte (huur-)woningen voor ouderen met Wlz V&V. Dit kan door nieuwbouw voor deze doelgroep te realiseren of door een (groter) deel van de bestaande woningvoorraad fysiek geschikt te maken en toe te wijzen aan deze groep ouderen. In de zorgkantoorregio zijn 15.650 huurwoningen geïdentificeerd die potentieel geschikt zijn voor huisvesting van ouderen met Wlz V&V. Dit totaal is de optelsom van drie groepen woningen. Het gaat om 4.350 nultredenwoningen in clusters van ten minste 25 die zijn geïdentificeerd op basis van openbare Kadastergegevens. Dit zijn woningen die worden verhuurd door woningbouwcorporaties of door particulieren.
Er is een stengere norm gehanteerd dan het ministerie van BZK (clusters van minimaal 12 woningen), omdat grotere clusters het eenvoudiger maken om de zorgverlening zo efficiënt mogelijk in te richten. Dit is nodig vanwege het oplopende personeelstekort in de ouderenzorg. Aanvullend zijn door woningbouwcorporaties 12.100 woningen geïdentificeerd als potentieel geschikt voor de doelgroep. Hiervan waren 1.900 woningen ook al geïdentificeerd op basis van Kadasterdata. De rest zijn o.a. woningen in kleinere clusters, al dan niet nabij een verpleeghuis, en benedenwoningen in panden die niet lift-ontsloten zijn. Tot slot hebben beleggers nog 500 woningen geïdentificeerd als potentieel geschikt voor de doelgroep en zijn er 600 woningen in serviceflats aangewezen. Het grootste deel van de potentieel geschikte huurwoningen is in Haarlem, Heemskerk en Beverwijk. We concluderen dat er in theorie voldoende potentieel geschikte huurwoningen in de zorgkantoorregio zijn om de groeiende vraag naar geschikte woonruimte voor ouderen met Wlz V&V op te vangen. In praktijk zijn niet in alle gemeenten voldoende woningen beschikbaar en komt een deel van de doelgroep niet in aanmerking komen voor een corporatiewoning. Nieuwbouw voor deze doelgroep is daarom nog steeds wenselijk, zowel koopwoningen als huurwoningen met name in het midden- en hoge segment.
1
Inhoudsopgave Aanleiding, context en doel van dit onderzoek ........................................................................................................... 3 Uitkomsten onderzoek 2020 – Maatregelen zijn nodig om extra woonplekken te realiseren voor mensen met Wlz V&V ............................................................................................................................................................ 3 Sinds 2020 waren er veel ontwikkelingen rondom wonen en zorg ...................................................................... 3 Eind 2023 nieuw onderzoek om de huisvestingsopgave te actualiseren ........................................................... 4 Ontwikkeling 2020-2022 | De vraag naar Wlz V&V groeide minder sterk dan gedacht ................................. 5 Woonsituatie | Meerderheid woont bij een zorgorganisatie .................................................................................. 7 Ongeveer 85% van de mensen met Wlz V&V woont bij een zorgaanbieder ..................................................... 7 Het aantal woonplekken bij zorgaanbieders varieert per gemeente ................................................................... 7 Het aantal woonplekken bij zorgaanbieders gaat groeien .......................................................................................
9 Vraagontwikkeling tot 2040 | Groei van 29-58% verwacht .................................................................................. 10 Het vorige onderzoek verwachtte 34% tot 49% groei van de vraag ................................................................. 10 29-41% groei verwacht uitgaande van stijging gezonde levensverwachting ................................................ 10 56-58% groei als we beter rekening houden met dementie en vpt-effecten ................................................. 11 Conclusie ................................................................................................................................................................................. 12 De opgave | 566 tot 1.990 extra woonzorgplekken in 2040 ................................................................................. 14 Oplossingsrichting | Bestaande huurwoningen toewijzen aan ouderen met Wlz-indicatie ......................... 16 Er zijn 31.000 potentieel geschikte huurwoningen waarin 55+’ers wonen .................................................... 16 10.850 potentieel geschikte huurwoningen geïdentificeerd in 183 panden ................................................. 17 In theorie genoeg geschikte woningen in de regio, in praktijk niet ....................................................................
19 Bijlagen..................................................................................................................................................................................... i Bijlage 1 – Regio Kennemerland en betrokkenen bij dit onderzoek ...................................................................... i Bijlage 2 – Voorraad woonzorgplekken bij zorgorganisaties per gemeente ...................................................... i Bijlage 3 – Duiding verschillen met andere prognoses van de vraag .................................................................... ii Bijlage 4 – Huisvestingsopgave per gemeente ............................................................................................................ iii Bijlage 5 – Analysemethode Kadastergegevens ......................................................................................................... iii Bijlage 6 – Beverwijk ............................................................................................................................................................. iii Bijlage 7 – Bloemendaal ........................................................................................................................................................
v Bijlage 8 – Castricum .............................................................................................................................................................. v Bijlage 9 – Haarlem ................................................................................................................................................................ vi Bijlage 10 –Heemskerk.......................................................................................................................................................... x Bijlage 11 – Heemstede ....................................................................................................................................................... xi Bijlage 12 – Uitgeest............................................................................................................................................................. xii Bijlage 13 – Velsen ................................................................................................................................................................ xii Bijlage 14 – Zandvoort ....................................................................................................................................................... xiii
2
Aanleiding, context en doel van dit onderzoek De vraag naar ouderenzorg groeit en geschikte huisvesting is van groot belang om mogelijk te maken dat ouderen langer zelfstandig wonen met zorg. Daarom willen de ouderenzorgorganisaties in Kennemerland met gemeenten, woningcorporaties en beleggers werken aan geschikte huisvesting voor zorgbehoevende ouderen en aan nieuwe woonzorgconcepten die zelfstandigheid stimuleren.
Uitkomsten onderzoek 2020 – Maatregelen zijn nodig om extra woonplekken te realiseren voor mensen met Wlz V&V In 2020 hebben de ouderenzorgorganisaties onderzoek gedaan naar de aard en omvang van de huisvestingsopgave met als horizon het jaar 2040. Inzicht in de omvang en aard van die opgave is nodig om vast te stellen welke maatregelen nodig zijn om in de toekomst aan de vraag te blijven voldoen. Uit gegevens van het zorgkantoor bleek dat op peildatum 1 januari 2020 in de regio Kennemerland 4.670 mensen verpleging en verzorging (V&V) kregen op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). 3.900 mensen uit deze groep (84%) woonden bij een zorgorganisatie; op een plek die alleen toegankelijk is voor mensen met een Wlz-indicatie. De kwaliteit van de woonzorgplekken loopt uiteen en een deel voldoet niet aan de eisen van deze tijd. De overige 770 mensen (16%) woonden in een seniorencomplex of 'gewoon' in een eigen huur- of koopwoning en ontvingen daar zorg. Uit het onderzoek kwam de verwachting dat het aantal ouderen in Kennemerland sterk toeneemt tot 2040. Zorgorganisaties houden rekening met een groei van 34-49% in de vraag naar Wlz V&V (+1.600 tot +2.300 woonzorgplekken nodig). Een klein deel (7% tot 9% van wat er in 2040 extra nodig is) is op te vangen binnen de locaties waar zorgorganisaties zorg met verblijf bieden, door de leegstand te vullen.
Aanvullend waren destijds concrete plannen bekend voor uitbreiding van de capaciteit met 260 extra woonplekken in verpleeghuizen (11% tot 16% van de benodigde uitbreiding). De conclusie was dat aanvullende maatregelen nodig zijn om te zorgen voor voldoende geschikte woonruimte voor ouderen met Wlz V&V tot 2040.
Sinds 2020 waren er veel ontwikkelingen rondom wonen en zorg Ten eerste zijn er aanwijzingen dat het verpleeghuis relatief steeds minder aantrekkelijk wordt gevonden door ouderen. Er is nog altijd sprake van enige leegstand in de regio en mensen die wachten op een verpleegzorgplek wachten er korter dan gemiddeld in het land. In Kennemerland maakt al jaren een kleiner deel van het aantal inwoners van 85 jaar en ouder aanspraak op Wlz V&V dan gemiddeld in Nederland, gecorrigeerd voor leeftijdsverschillen. Ook is het aantal aanspraken op Wlz V&V in de regio tussen 2018 en 2022 minder hard gegroeid dan gemiddeld in het land.1 Ten tweede is in het regiobeeld een nieuwe prognose van het aantal ouderen met Wlz V&V opgenomen, gebaseerd op het verwacht aantal overlijdens bij 80+’ers als belangrijkste drijver van het aantal mensen dat een beroep doet op Wlz V&V. Volgens deze prognose groeit de groep mensen met Wlz V&V tussen 2020 en 2040 veel minder hard dan de ondergrens van de bandbreedte van het onderzoek uit 2020 (+340 in plaats van +1.600).2 Dit is een grote verandering, die inhoudelijk nadere duiding verdient. Ten derde heeft VWS het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) gelanceerd in 2022. WOZO beoogt bij te dragen aan een brede maatschappelijke beweging, om een omslag te maken in ondersteuning en zorg.
De insteek is dat ondersteuning en zorg zich aanpassen op de 1 2
Bron: regiobeeld Kennemerland (2023), blz 146-147, 152 Bron: regiobeeld Kennemerland (2023), blz 150
3
voorkeur van ouderen om zo lang mogelijk regie op het eigen leven te houden en zware, complexe zorgvragen uit te stellen. Dit bevordert de financiële en personele houdbaarheid van het stelsel. De drie uitgangspunten van WOZO zijn zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Binnen ‘thuis als het kan’ wordt ingezet op het verbeteren van de leefomgeving van ouderen en het realiseren van voldoende passende woningen voor ouderen. De minister heeft het aantal verpleeghuisplekken bevroren, met uitzondering van de onomkeerbare uitbreidingsplannen. Dit resulteert in een landelijke capaciteitsuitbreiding van +5.700 verpleeghuisplekken. Voor deze uitbreidingsprojecten biedt VWS in het Wlz-kader financiële ruimte. Dit betekent dat in de toekomst een groter aandeel van de mensen met Wlz V&V zorg in een reguliere woning gaat ontvangen. Het Rijk maakt nu onderscheid naar drie typen woningen voor ouderen, te weten3: • • •
Nultredenwoningen: gelijkvloers en te bereiken zonder trap te lopen (begane grond of lift). Geclusterde woningen: cluster van minimaal 12 nultredenwoningen, waarvan minimaal 50% bewoond wordt door 55+’ers en inpandig een ontmoetingsruimte aanwezig is. Zorggeschikte woningen: zelfstandige nultredenwoningen die rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, dus voldoende ruimte bij entree, toilet en badkamer, in een geclusterde setting, met stabiele internetverbinding t.b.v. domotica en strenge eisen m.b.t. brandveiligheid.
Ten vierde zijn er in Haarlem stappen gezet om te zorgen voor voldoende passende huisvesting voor (kwetsbare) ouderen. Gemeente Haarlem, woningcorporaties en zorgorganisaties tekenden in 2022 de Stadsdeal Ouderenhuisvesting, met afspraken over nauwe samenwerking om te zorgen voor voldoende geschikte zelfstandige woningen voor ouderen waarin lichte tot intensieve verpleegzorg mogelijk is, als ook voldoende geschikte huisvesting voor intramurale verpleegzorg. In dit kader hebben de Haarlemse woningcorporaties in kaart gebracht hoeveel woningen zij hebben <200 meter van verpleeghuizen.
Eind 2023 nieuw onderzoek om de huisvestingsopgave te actualiseren Onderdeel van WOZO is dat alle regio’s eind 2023 hun huisvestingsopgave uitgewerkt hebben. Met het onderzoek uit 2020 was Kennemerland een voorloper. Tegelijkertijd vinden zorgorganisaties en de gemeente Haarlem het wenselijk om gezien alle ontwikkelingen de woonopgave voor ouderen met V&V op grond van de Wlz te actualiseren. Daarom is eind 2023 een nieuw onderzoek gestart, ondersteund door Gupta Strategists. Bijlage 1 geeft een overzicht van de deelnemende partijen en hun inbreng in het onderzoek. In deze bijlage is ook een overzicht van regionale afbakening opgenomen. Dit onderzoek heeft tot doel om de huisvestingsopgave tot 2040 voor ouderen met V&V op grond van de Wlz in Kennemerland te actualiseren, om hiermee te voldoen aan de opdracht uit het WOZO. Hiertoe actualiseren we de prognose van het toekomstig aantal Wlz V&V cliënten en het aantal woonzorgplekken bij ouderenzorgorganisaties. Aanvullend verkennen we welke panden met geclusterde huurwoningen potentieel geschikt zijn om ouderen met een intensieve zorgvraag te huisvesten. Alle leveringsvormen van Wlz V&V zijn geïncludeerd in het onderzoek. De ouderenzorgorganisaties die deze zorg aanbieden, bieden veelal ook reguliere wijkverpleging, eerstelijnsverblijf (elv) en geriatrische revalidatiezorg (grz).
De ontwikkeling van de vraag naar die zorgvormen valt buiten de scope van dit onderzoek. Dit document beschrijft de conclusies van het onderzoek. Het dient als basis om samen met ketenpartners aan de slag te gaan om het aanbod dat in de toekomst nodig is goed in te richten.
3
Bron: BZK, Bijlage 1 Informatiepakket ten behoeve van de opgave voor ouderenhuisvesting.
4
Ontwikkeling 2020-2022 | De vraag naar Wlz V&V groeide minder sterk dan gedacht Tot corona groeide het gebruik van Wlz V&V in de regio Kennemerland met gemiddeld 0,9% per jaar, uitgaande van CBS-gegevens (zie Figuur 1)4. Na de afname van het aantal mensen in zorg in 2020, zien we dat het aantal mensen in zorg vanaf 2021 weer stijgt. De stijging tussen 2021 en 2022 is met 0,3% nog altijd kleiner dan gemiddeld in de jaren voor corona. De daling in het aantal mensen in zorg in 2020 is volledig toe te schrijven aan corona, maar ook in 2021 en 2022 is het aannemelijk dat er corona-gerelateerde oversterfte was in de regionale verpleeghuizen. Het CBS signaleerde in het tijdvlak 2020-2022 landelijk vier periodes van oversterfte door corona bij mensen met zorg op grond van de Wlz; de eerste twee periodes in 2020, één periode in 2021 en één periode in 2022. In dit tijdvlak was er bovendien nog één niet-corona gerelateerde periode van oversterfte bij de Wlz-groep; tijdens de hittegolf in zomer 2020.5 Figuur 1 toont ook dat het vooral ouderen zijn die gebruik maken van Wlz V&V; slechts 11% is jonger dan 75 jaar. Het aandeel van de mensen van 85 tot 90 jaar en van de mensen van 90 jaar en ouder lijkt iets te gedaald te zijn in 2021 en 2022.
Hier is waarschijnlijk sprake van een corona-effect, waarbij de oudste mensen overleden en de mensen die nieuw instromen in de Wlz V&V gemiddeld iets jonger zijn. Landelijk vond CBS vooral corona-gerelateerde oversterfte in leeftijdsgroep 80- tot 90-jarigen. We zien dat de meeste mensen met Wlz V&V zorg in natura (zin) met verblijf krijgen. Landelijk groeide het aandeel vpt in deze periode, maar in de regio Kennemerland niet. Het deel van de mensen dat kiest hun woonplek zelf te organiseren en daar zorg te ontvangen via vpt was de afgelopen jaren stabiel rond 11%. Het aandeel vpt is in Kennemerland substantieel hoger dan het landelijk gemiddelde, maar landelijk groeide het aandeel vpt wel in de periode 2020-2022.6 In het vorige onderzoek werd ervanuit gegaan dat vpt een steeds groter aandeel van het totaal zou vormen. Dat blijkt (nog) niet het geval. Inmiddels is bekend dat zorgorganisaties in de regio voornemens zijn hun vpt-capaciteit uit te breiden. Dit is van belang, omdat dat het aantal vpt-gebruikers sterk samenhangt met de beschikbaarheid van vpt in de regio. Landelijk zien we dat vpt voor veel mensen relatief aantrekkelijk is, waardoor ouderen die voorheen afzagen van V&V op grond van de Wlz (‘ik ga niet naar het verpleeghuis’), wel een Wlzindicatie aanvragen als vpt in hun gemeente mogelijk is.
4
Dit sluit aan met de gemiddeld 0,8% groei in aantal afgegeven indicaties die CBS rapporteert over de periode 2016-2020 o.b.v. de tabel Personen met indicatie zorg met verblijf; zzp en regio. De groei is lager dan gerapporteerd in het vorige onderzoek (uit 2020). Daarin werd in dezelfde periode gemiddeld 2,1% groei per jaar gemeten o.b.v. gegevens Zilveren Kruis Zorgkantoor, met peildatum 1 januari. Het is mogelijk dat het verschil in peildatum het verschil (deels) verklaart. Zorgkantoor verleende geen medewerking aan de actualisatie, daarom was overstap naar CBS-gegevens noodzakelijk. 5 CBS, Oversterfte en doodsoorzaken in 2020 t/m 2022 (11-12-2023), Zie paragraaf 3.2.2.1. Overledenen met Wlz-gebruik per week (link) 6 Bron: regiobeeld Kennemerland (2023), blz 148
5
Mensen met bijdrageplichtige V&V vanuit de Wlz, naar leeftijdscategorie [CBS, op peildatum tweede vrijdag van november]
+0,3%
+0,9%
3.850
3.825
3.880
3.950
3.960
3.970
11%
11%
11%
3.835
jonger dan 75 jaar
10%
10%
11%
11%
75 tot 80 jaar
9%
10%
9%
10%
10%
10%
12%
80 tot 85 jaar
19%
18%
18%
18%
19%
19%
19%
85 tot 90 jaar
28%
28%
29%
27%
26%
26%
26%
90 jaar of ouder
34%
35%
34%
34%
33%
33%
33%
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022*
Bron: CBS, Gebruik van bijdrageplichtige WLz-zorg; leveringsvorm, zzp, regio (zie link). Gegevens in deze tabel zijn gebaseerd op CAK-data. Mensen met zorg op grond van de Wlz betalen een eigen bijdrage als zij wonen in de instelling, een volledig pakket thuis of een modulair pakket thuis hebben Bron: CBS: Gebruik bijdrageplichtige WLz-zorg; leveringsvorm, zzp, regio. Gegevens gebaseerd op CAK-data. of een pgb vanuit de Wlz ontvangen. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van inkomen en vermogen, maar in beginsel betaalt iedereen met V&V vanuit de Wlz een eigen bijdrage, met uitzondering van mensen jonger dan 18 jaar. 1
Figuur 1 - Mensen in regio Kennemerland die V&V vanuit de Wlz krijgen, naar leeftijdscategorie.
Mensen met bijdrageplichtige V&V vanuit de Wlz in Kennemerland, naar leveringsvorm [CBS, op peildatum tweede vrijdag van november]
Pgb (incl. combinaties)
13%
2%
12%
3%
12%
4%
11%
4%
10%
6%
5%
5%
11%
11%
Zin vpt
Zin verblijf
85%
85%
84%
85%
85%
83%
83%
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022*
Bron: CBS, Gebruik van bijdrageplichtige WLz-zorg; leveringsvorm, zzp, regio (zie link). Gegevens in deze tabel zijn gebaseerd op CAK-data. Mensen met zorg op grond van de Wlz betalen een eigen bijdrage als zij wonen in de instelling, een volledig pakket thuis of een modulair pakket thuis hebben of een pgb vanuit de Wlz ontvangen. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van inkomen en vermogen, maar in beginsel betaalt iedereen met V&V vanuit de Wlz een eigen bijdrage, met uitzondering van mensen jonger dan 18 jaar. Zin = zorg in natura. Zin verblijf omvat de mensen die in het Bron: CBS: Gebruik bijdrageplichtige WLz-zorg; leveringsvorm, zzp, regio. Gegevens gebaseerd op CAK-data. verpleeghuis wonen, hun woonlasten worden betaald door het zorgkantoor. Mensen met zin vpt en pgb betalen hun eigen woonlasten.
Figuur 2 - Mensen in regio Kennemerland die V&V vanuit de Wlz krijgen, naar leveringsvorm.
2
6
Woonsituatie | Meerderheid woont bij een zorgorganisatie Ongeveer 85% van de mensen met Wlz V&V woont bij een zorgaanbieder Ongeveer 85% van de mensen die op peildatum 1 januari 2020 V&V vanuit de Wlz kregen woonden bij een ouderenzorgorganisatie. Het grootste deel van deze mensen maakte gebruik van zorg met verblijf, 77% van het totaal. Hierbij wordt de zorg én het gebruik van de woonruimte gefinancierd vanuit de Wlz. De woonzorgplekken zijn eigendom van de zorgorganisatie of worden door de zorgorganisatie gehuurd van een woningbouwcorporatie of particuliere partij. Naast de mensen met zorg met verblijf (77%) woonden nog 7% van de mensen met V&V vanuit de Wlz bij een zorgorganisatie. Zij betaalden hun eigen woonlasten en huurden de woonruimte van (of via) de zorgorganisatie. Hun zorg werd gefinancierd via vpt, modulair pakket thuis (mpt) of een persoonsgebonden budget (pgb). De overige 16% woonde in een Van de Wlz-gebruikers die zorg in eigen omgeving ontvangen, woont reguliere koop- of huurwoning, niet bij de zorgorganisatie. Hun zorg werd gefinancierd vanuit vpt, mpt een aanzienlijk deel wel bij de zorgaanbieder in pgb/mpt/vpt of een pgb. Mensen met Wlz V&V in Kennemerland, naar leveringsvorm en woonsituatie [% van totaal, peildatum 1 januari 2020]
100%
100%
77%
23% Totaal
Zorg met verblijf
Zorg in eigen omgeving (pgb, mpt, vpt)
77%
Woont bij zorgaanbieder
7%
Woont bij zorgaanbieder
16%
Woont niet bij zorgaanbieder
Totaal
Bron: aanlevering zorgaanbieders Kennemerland, aanlevering Zilveren Kruis Zorgkantoor
Bron: Huisvestingsopgave Ouderenzorg Kennemerland (2020). Getallen o.b.v. data van ouderenzorgorganisaties en zorgkantoor Kennemerland, 3 analyse Gupta Strategists
Figuur 3 - Aantal mensen in regio Kennemerland dat V&V krijgt vanuit de Wlz, naar woonsituatie op 1-1-2020.
Het aantal woonplekken bij zorgaanbieders varieert per gemeente Zorgorganisaties in de regio Kennemerland hebben samen 65 locaties voor zorg met verblijf. In deze locaties zijn ongeveer 4.170 woonzorgplekken beschikbaar. Het aantal beschikbare plekken varieert per gemeente. De meeste plekken zijn beschikbaar in Haarlem en Velsen. Dit is logisch, aangezien deze gemeenten de meeste inwoners hebben. Gecorrigeerd voor het aantal inwoners zijn de verschillen tussen gemeenten kleiner, maar heeft Haarlem nog steeds twee keer meer plekken per inwoner dan bijvoorbeeld Uitgeest (zie Figuur 4).
7
Het aantal woonplekken bij zorgaanbieders varieert per gemeente Aantal woonplekken bij zorgorganisaties voor mensen met Wlz V&V
Haarlem
Aantal woonplekken bij zorgorganisaties voor mensen met Wlz V&V, per 1.000 inwoners van 85 jaar en ouder
1.378
Velsen
408
730
392
Heemskerk
455
368
Bloemendaal
401
375
Heemstede
371
Beverwijk
325
Castricum
274
Zandvoort Uitgeest
308
347 257
187
376
48
198
Bron: aanleveringen ouderenzorgorganisaties (2023), CBS Bevolkingsaantallen per gemeente, analyse Gupta Strategists. Bron: aanleveringen zorgorganisaties en zorgkantoor Kennemerland, CBS (2022)
Figuur 4 – Aantal woonplekken bij zorgorganisaties voor mensen met een Wlz-indicatie voor V&V in regio Kennemerland, naar gemeente. Voor meer detail, zie Figuur 16 en Figuur 17 in de bijlagen.
5
Zorgorganisaties in de regio Kennemerland bieden mensen ook de mogelijkheid om bij (of via) hen te huren, terwijl de zorg gefinancierd wordt op basis van vpt, mpt of pgb. Deze woonplekken zijn meestal in specifieke panden, maar soms ook in panden waar de rest van de bewoners zorg met verblijf heeft. Het aantal woonplekken waarbij de oudere bij (of via) de zorgorganisatie huurt is scheef verdeeld over de gemeenten, zie de linkerhelft van Figuur 5. In Beverwijk komt dit het meeste voor, daar verhuren zorgorganisaties 125 woonplekken aan ouderen met vpt Wlz V&V. Deze plekken vormen 38% van het totaal aantal woonplekken bij deze zorgorganisaties. In Haarlem en Bloemendaal komt dit juist relatief weinig voor. Daar is respectievelijk 5% en 2% van alle Wlz-woonplekken bij zorgorganisaties een plek waarbij de oudere huurt van (of via) de zorgorganisatie. De rechterhelft van Figuur 5 toont de vptcapaciteit per gemeente, waarbij de zorg wordt geleverd in een woning die niet van (of via) de Vooral in Beverwijk is relatief veel vpt-capaciteit in vergelijking met zorgorganisatie wordt gehuurd. Dit komt vooral in Haarlem en Velsen veel voor. In de overige het totaal gemeenten binnenaantal de regiowoonplekken gaat het om tientallen plekken. Vpt-woonplekken bij zorgorganisaties [Aantal (% van Wlz-woonplekken bij zorgorganisaties)]
Beverwijk
125 (38%)
Vpt-capaciteit in particuliere huur- en koopwoningen [Aantal woonplekken op peildatum 1 januari 2020]
Haarlem
64 (5%)
Velsen
Heemskerk
61 (13%)
Heemskerk
55 (20%)
Bloemendaal
Castricum Velsen
34 (5%)
282
Haarlem 157 77 71
Castricum
41
Heemstede
17 (5%)
Heemstede
45
Bloemendaal
9 (2%)
Zandvoort
38
Zandvoort 0 (0%)
Uitgeest
Uitgeest
0 (0%)
9
Beverwijk 0
Bron: aanleveringen zorgorganisaties (2023), analyse Gupta Strategists Bron: aanleveringen zorgorganisaties en zorgkantoor Figuur 5 – Capaciteit voor WlzKennemerland V&V vpt per gemeente, met onderscheid naar vpt waarbij de oudere bij de zorgorganisatie woont (links) of niet (rechts).
4
8
Het aantal woonplekken bij zorgaanbieders gaat groeien De ouderenzorgorganisaties hebben concrete plannen gedeeld voor capaciteitsuitbreiding in de nabije toekomst met in totaal 396 woonzorgplekken (+9%, zie Figuur 6). Deze door zorgorganisaties geplande uitbreiding vindt plaats in Haarlem en Heemstede. Aanvullend zijn er plannen gedeeld om de capaciteit uit te breiden met nog eens 140 woonzorgplekken, maar deze plannen zijn minder concreet en de financiering van deze uitbreiding is onzeker. Deze volumes zijn niet compleet, want de gegevens zijn afkomstig van organisaties die participeren in het onderzoek. Zij weten hun eigen uitbreidingsplannen en de nieuwe Kloek-locatie met 66 plekken in Heemstede, maar het is goed mogelijk dat derde partijen ook nog plannen hebben in de regio. De Regiomonitor 2022 verpleegzorg toont dat er tot 2027 in de regio plannen zijn voor uitbreiding met 727 verpleegzorgplekken, dit zijn er 191 meer dan wij in kaart De capaciteit gaat nog een klein beetje verhoogd worden door hebben.7 Van deze plannen is echter niet duidelijk hoe concreet ze zijn, welke gemeenten en nieuwbouwplannen zorgorganisaties het betreft en in hoeverre ze zijn goedgekeurd door het zorgkantoor. Geplande capaciteitsuitbreiding [Aantal]
4.169
396
140
4.705
Woonplekken
Capaciteitsuitbreiding Capaciteitsuitbreiding met concreet plan zonder concreet plan
Totaal
Bron: aanleveringen zorgorganisaties (2023)
Bron: aanlevering ouderenzorgaanbieders (2023) 6
Figuur 6 – Plannen voor capaciteitsuitbreiding woonzorgplekken in Kennemerland tot 2034
7
ZN, Regiomonitor 2022 verpleegzorg
9
Vraagontwikkeling tot 2040 | Groei van 29-58% verwacht Het vorige onderzoek verwachtte 34% tot 49% groei van de vraag De Nederlandse bevolking wordt steeds ouder en dat geldt - zij het in iets mindere mate - ook voor de inwoners van regio Kennemerland. Hierdoor stijgt de vraag naar V&V. Een 75+’er heeft nu eenmaal een DeVergrijzing is in zorgkantoorregio Kennemerland minder sterk grotere kans op het krijgen van deze zorg dan een vijftig jarige. Het aantal 75+’ers in regio dan gemiddeld inverwachting Nederland Kennemerland neemt naar van 45.000 in 2023 toe tot 66.000 in 2040 (zie Figuur 7)8. Inwoners per leeftijdscategorie voor Kennemerland en Nederland [Aantal inwoners] 2023 69 72
2030
Kennemerland (x1.000)
2040
-16%
78
47 46 46
53 54 52
55
60 64
60 54 62
61 60
52
+15% 47 54
+39%
55 33 38
45
+85% 12 15
0 t/m 14 2020 2.7 2.8
15 t/m 24 2030
25 t/m 34
35 t/m 44
Nederland (x mln)
2040
3.1 2.2 2.1 2.0
45 t/m 54
2.3 2.4 2.3
2.2
2.4 2.6
2.3 2.1 2.4
55 t/m 64
65 t/m 74
-17%
+13%
2.4 2.4
2.0
75 t/m 84
85 en ouder
+44%
2.0 2.2 2.2 1.2
1.5
1.8
+105% 0.4 0.5
0 t/m 14
15 t/m 24
25 t/m 34
35 t/m 44
45 t/m 54
55 t/m 64
65 t/m 74
21
75 t/m 84
0.8
85 en ouder
Bron: data CBS: Bevolking op 1 januari en gemiddeld; geslacht, leeftijd en regio
Bron: data CBS: Bevolking op 1 januari en gemiddeld; geslacht, leeftijd en regio; Primos bevolkingsprognose 8
Figuur 7 - Bevolkingsopbouw per leeftijdscategorie voor regio Kennemerland en heel Nederland.
Het onderzoek uit 2020 startte vanuit de aanname van TNO dat de kans op zorggebruik per leeftijdscategorie de komende jaren niet verandert.9 Dit betekent dat een groei van het aantal inwoners in een leeftijdscategorie zich 1-op-1 door vertaalt naar een groei in de vraag naar V&V voor die leeftijdscategorie. Dit demografie-scenario resulteert in een verwachte toename van het aantal mensen met V&V vanuit de Wlz van 64% tot 2040.10 Destijds dachten we dat dat de vraag naar zorg met verblijf in de praktijk minder snel zou stijgen dan de demografische ontwikkelingen doen vermoeden, omdat de kans dat een 80+'er V&V in het verpleeghuis krijgt al sinds 1980 met ongeveer 1% per jaar daalt. Als deze langjarige trend in daling van de kans op zorg zich doorzet, dan groeit het aantal Wlz-gebruikers 0,5% tot 1% minder snel dan de demografie. De vergrijzing resulteert dan in 34% tot 49% toename van het aantal mensen met Wlz V&V tot 2040.
29-41% groei verwacht uitgaande van stijging gezonde levensverwachting De vergrijzing is in de regio Kennemerland minder groot dan in de rest van Nederland, maar ook hier zal de vergrijzing tot een toename in de vraag naar V&V-zorg leiden. De vraag is hoe groot die toename gaat 8
Gebaseerd op gegevens CBS en Primos bevolkingsprognoses TNO, Prognose capaciteitsraming verpleeghuiszorg (2019) 10 Huisvestingsopgave Ouderenzorg Kennemerland (2020), Gupta Strategists 9
10
zijn, gezien o.a. de toename van de (gezonde) levensverwachting. In 2000 was de levensverwachting van een 65-jarige nog 17,8 jaar, in twintig jaar tijd is dit opgelopen tot 20,1 jaar in 2022. 11 Rivm verwacht dat de levensverwachting van een 65-jarige in 2030 gemiddeld nóg een jaar hoger ligt dan nu. 12 De verwachting is dat mensen niet alleen ouder worden, maar ook langer gezond blijven. 13 Dit betekent dat de leeftijd waarop men gebruik begint te maken van V&V-zorg zal stijgen. Het Rivm verwerkt dit door de populatie het aantal ‘gewonnen’ levensjaren later in het verpleeghuis te laten instromen.14 Deze methode leidt tot een toename van 39% tot 2040 (zie Figuur 8 lijn A). In het recent opgestelde regiobeeld Kennemerland is gekeken naar de ontwikkeling van het aantal overleden ouderen ten opzichte van het aantal mensen dat gebruik maakt van Wlz V&V.15 Het aantal overledenen is een interessante indicator, omdat ouderen met Wlz V&V in de laatste fase van hun leven zijn. Het is niet zo dat mensen door de stijgende levensverwachting ook langer in verpleegzorg nodig hebben.16 In het regiobeeld is de trend in de verhouding tussen het aantal overleden 85+’ers en de vraag naar Wlz V&V in de periode 2016-2021 berekend. Vervolgens is de trend geëxtrapoleerd tot en met 2040. Op basis van het verwachte aantal overledenen per jaar is vervolgens de verwachte vraag naar V&V-zorg berekend.
Deze analyse resulteert in een verwachte groei van 29% tot 2040 (zie Figuur 8 lijn B). Deze projectie (lijn B) houdt geen rekening met de verwachting dat de leeftijd waarop men dementie ontwikkelt niet stijgt. We worden gemiddeld ouder, maar krijgen niet later dementie. In een analyse voor de Global Burden of Disease study is beschreven dat leeftijdsspecifieke prevalentiecijfers van dementie naar verwachting stabiel zullen blijven tussen 2019 en 2050. 17 Dit is bijzonder relevant, omdat 64% van de mensen in Kennemerland die in 2021 gebruik maakten van V&V op grond van de Wlz een PGindicatie had en dementie had. 18
56-58% groei als we beter rekening houden met dementie en vpt-effecten Het is denkbaar dat de levensverwachting voor de groep mensen die dementie ontwikkelt niet stijgt, omdat ze op dezelfde leeftijd ziek worden en gemiddeld even lang ziek zijn als voorheen. Daarom is een derde prognose gemaakt die beide methoden combineert. In deze prognose groeit de zorgvraag van mensen met dementie mee met de demografie en is de groei van de zorgvraag van de overige patiëntgroepen gebaseerd op het aantal overleden 85+’ers. We gaan er hierbij vanuit dat het aandeel dementie in het totaal aantal mensen met Wlz V&V gelijk blijft tot 2040. We wegen de twee prognoses op basis van het percentage mensen met dementie. Voor elk jaar krijgt de prognose op basis van de demografie een weging van het aandeel dementie en de prognose op basis van het aantal overledenen een weging van het resterende aandeel. Dit resulteert in een stijging van de vraag naar V&V-zorg vanuit de Wlz met 56% (zie Figuur 8 lijn C). Een aantal organisaties in de regio zijn voornemens hun vpt-capaciteit uit te breiden. Dit is relevant, omdat uit landelijke cijfers blijkt dat mensen met vpt gemiddeld 23% langer gebruik van Wlz-zorg dan mensen die gebruik maken van zorg met verblijf. 19 De NZa constateert dat vpt-gebruikers relatief op jongere leeftijd in de Wlz komen.
Zij maken relatief kort gebruik van deze leveringsvorm, korter dan 11
VZinfo, levensverwachting naar leeftijd en geslacht (2023) Rivm (2022) Verpleegzorgraming 13 Regiobeeld Kennemerland (2023) en Rivm (2022) Verpleegzorgraming 14 ‘Trends in ageing and ageing-in-place and the future market for institutional care scenarios and policy implications’, Alders & Schut (2018), Health Economics, Policy and Law. 15 Regiobeeld Kennemerland: blz 150 16 Zorgcijfersdatabank, rapportage verblijfsduur in de Wlz 2023 17 ‘Estimation of the global prevalence of dementia in 2019 and forecasted prevalence in 2050: an analysis for the Global Burden of Disease Study 2019', Nichols, E., et al. (2022). The Lancet Public Health 18 CBS Personen met indicatie naar gebruik Wlz-zorg: indicatie, leveringsvorm, zzp (zie link) 19 NZa, Volledig pakket thuis in de verpleging en verzorging 12
11
mensen die gebruik maken van zorg met verblijf. Maar gemiddeld 36% van de mensen die initieel kiest voor vpt stroomt daarna alsnog door naar zorg met verblijf. Als de woonduur in vpt en zorg met verblijf bij elkaar opgeteld worden, is hun totale zorgduur langer, dan die van mensen die alleen zorg met verblijf hadden. Meer vpt betekent dus een gemiddeld langere zorgduur in de Wlz en dus een groei van de vraag naar woonplekken voor deze mensen. Daarom hebben wij een vierde prognose opgesteld die uitgaat van 2x zo hoge beschikbaarheid van vpt in de regio in 2025. Deze projectie gaat er vanuit dat de vraag niet gelijk het aanbod volgt en dat het drie jaar duurt voordat de vraag naar vpt met 450 extra is gestegen. Het verhogen van het aanbod vpt verhoogt het aantal cliënten dat gebruik maakt van V&V-zorg niet, maar wel het aantal gelijktijdig gebruikers van V&V-zorg door de langere gebruiksduur van vpt-cliënten. Een extra vpt-cliënt verhoogt de vraag in de toekomst dan met 0,23 extra omdat hij 23% langer in zorg De vraag naar V&V zorg in de Wlz stijgt tot 2040 met …; De stijging blijft. Als we de prognose die beter rekening houdt met de ontwikkeling van dementie aanvullen met ligt tussen de prognoses het eerdere rapport het8 regiobeeld deze vpt-effecten, resulteert dit in eenvan stijging van de vraag met 58% (zieen Figuur lijn D).
Prognose van de groei van de vraag naar V&V zorg in de Wlz [Aantal personen extra t.o.v. peildatum 1 januari 2020] RIVM - o.b.v. het aantal ’gewonnen’ jaren (A)
Gewogen gemiddelde van demografie en overleden 85+’ers (C)
O.b.v. overleden 85+’ers (B)
Gewogen gemiddelde van demografie en overleden 85+’ers met vpt-uitbreiding (D)
3.000 2.500 (58%)
2.500
2.400 (56%)
2.000 1.500
1.400 (39%) 1.100 (29%)
1.000 500
0 -500 2020
2025
2030
2035
2040
Bron: Zorgkantoor (aantal gebruikers op 1 jan 2020), Primos (bevolkingsprognose), CBS, analyses Gupta Strategists 8
Figuur 8 – Prognose van de ontwikkeling van het aantal mensen met V&V vanuit de Wlz.
Conclusie In 2020 verwachtten we een groei van de vraag naar verpleegzorgplekken tot 2040 en dat is nog steeds het geval. Destijds verwachtten we 34% tot 49% groei van de vraag, nu 29% tot 58% groei. Daarmee is de bandbreedte breder geworden. De groeiverwachting voor de hele zorgkantoorregio heeft wel dezelfde orde van grootte als in het vorige rapport. Voor de vier prognoses in dit rapport zijn andere rekenmethodes gebruikt dan in het rapport uit 2020. De nieuwe rekenmethodes houden in onze optiek inhoudelijk beter rekening met factoren als de stijgende levensverwachting en de ontwikkeling van dementie. De prognoses in beide rapporten zijn beleidsarm; ze houden geen rekening met overheidsbeleid zoals wijzigingen in de indicatiestelling voor de Wlz of overheveling van zorg uit de Wlz naar de Zvw. De toekomst is onzeker en de bandbreedte tussen de verschillende prognoses is dermate groot dat het van belang is om als regionale partners een gezamenlijk standpunt in te nemen welke projectie het meest plausibel wordt geacht. Doorslaggevend hierbij zijn de overtuigingen met betrekking tot toekomstig overheidsbeleid en de impact hiervan op de vraag naar woonruimte voor ouderen met een
12
intensieve zorgvraag. Het komen tot een gezamenlijke duiding is geen onderdeel van dit onderzoek, maar een vervolgstap.
Welke prognose is het meest plausibel? Gupta Strategists vindt projectie C en D zorginhoudelijk bezien solide modellen. Door naar het aantal overleden 85+’ers te kijken houden deze prognoses er rekening mee dat mensen alléén in de laatste fase van hun leven V&V op grond van de Wlz ontvangen, en ze nemen ook mee dat de leeftijd waarop men dementie ontwikkelt niet stijgt, terwijl de gemiddelde levensverwachting wél stijgt. Alle vier de projecties, dus ook projecties C en D, zijn echter beleidsarme prognoses. Gupta Strategists verwacht dat alle vier de projecties een overschatting van de vraag naar woningen voor mensen met Wlz V&V geven, omdat wij denken dat overheidsingrijpen in de kostenontwikkeling van de Wlz op termijn onvermijdelijk is. De kosten van de Nederlandse ouderenzorg behoren tot de hoogste ter wereld en wij verwachten dat de groeiende vraag er komende jaren toe zal leiden dat ingrijpende maatregelen genomen worden om de instroom in de Wlz terug te dringen. Bijvoorbeeld door de woonvergoeding voor alle zorgzwaarte pakketten uit de tarieven te halen, door het lichtste zorgzwaartepakket (VV4) of de leveringsvorm vpt over te hevelen naar de Zvw, of door eigen bijdragen in de Wlz te verhogen. Wij verwachten bij beleidsmaatregelen een kleinere volumeontwikkeling tot 2040 dan geschetst in projectie C en D.
Het is mogelijk te stellen dat de vraag naar woningen voor deze doelgroep in ook bij beleidsmaatregelen niet wijzigt: mensen moeten ergens wonen, vanuit welk wettelijk kader ze nu zorg krijgen. Maar het maakt daarbij wel uit wie de woning betaalt. Bijvoorbeeld omdat de vergoeding voor wonen vanuit de Wlz (de nhc- en nic-componenten uit het integraal tarief) hoger is dan de sociale huurgrens.
13
De opgave | 566 tot 1.990 extra woonzorgplekken in 2040 De verwachte groei van de vraag naar V&V vanuit de Wlz van 29% tot 58% tot 2040 maakt duidelijk dat het noodzakelijk is om de huidige voorraad verpleeghuisplekken in stand te houden. Bijna 80% van de huidige verpleeghuisplekken bereikt einde exploitatie vóór 2040.20 Renovatie en (ver)nieuwbouw zijn nodig om te zorgen dat deze plekken inzetbaar blijven. De vernieuwingsopgave van het huidige vastgoed vraagt de komende jaren substantiële inspanningen en middelen van zorgorganisaties. Op basis van de groeiverwachting is uitbreiding van het aantal geschikte woningen voor ouderen met Wlz V&V nodig. Een deel van groeiende vraag is op te vangen door uitbreiding van het aantal verpleegzorgplekken bij zorgorganisaties (zie Figuur 6). De uitbreiding van de verpleeghuiscapaciteit in de regio vraagt ook inspanningen en middelen van zorgorganisaties, en een zoektocht naar geschikte locaties, boven op de inzet ten behoeve van instandhouding van de huidige capaciteit. Figuur 9 vergelijkt de toename van de vraag in verschillende scenario’s met de geplande capaciteitsuitbreiding bij zorgorganisaties. Het verschil is de huisvestingsopgave. In de figuur is te zien dat er tot 2030 geen tekort is (ondergrens) of een tekort van 440 woonzorgplekken (bovengrens). Tot 2040 gaat het om een tekort van 570 tot 1.990 woonzorgplekken.
De ondergrens is de prognose gebaseerd op het verwacht aantal overleden 85+’ers (projectie B in Figuur 8). De bovengrens is de De benodigde capaciteitsuitbreiding tot 2040 varieert tussen de 730 prognose die rekening houdt met de leeftijd waarop dementie optreedt en vpt-uitbreiding (projectie D en 2160 woonplekken in Figuur 8). Voor een uitsplitsing van deze getallen naar gemeenten, zie Tabel 1 in Bijlage 4. Ondergrens nog te realiseren woonplekken 2020-2030 [Aantal woonplekken]
194 Toename vraag
Ondergrens nog te realiseren woonplekken 2020-2040 [Aantal woonplekken]
1.107 541
0
Geplande capaciteitsuitbreiding
Resterende uitbreidingsopgave
Bovengrens nog te realiseren woonplekken 2020-2030 [Aantal woonplekken]
Toename vraag
541 566 Geplande capaciteitsuitbreiding
Resterende uitbreidingsopgave
Bovengrens nog te realiseren woonplekken 2020-2040 [Aantal woonplekken] 541
2.531 977 Toename vraag
1.990
541 436 Geplande capaciteitsuitbreiding
Resterende uitbreidingsopgave
Toename vraag
Geplande capaciteitsuitbreiding
Resterende uitbreidingsopgave
Bron: Zorgkantoor (aantal gebruikers op 1 jan 2020), Primos (bevolkingsprognose), CBS, analyses Gupta Strategists 9
Figuur 9 – Huisvestingsopgave ouderenzorg Wlz V&V in Kennemerland. De figuur linksboven toont de ondergrens van de resterende uitbreidingsopgave tot 2030 en rechtsboven tot 2040. De figuur linksonder toont de bovengrens voor de resterende uitbreidingsopgave tot 2030 en rechtsonder tot 2040.
Figuur 10 toont de boven- en ondergrens van de toename van de vraag naar V&V in de Wlz per gemeente. De vraagontwikkeling varieert sterk per gemeente. Bijlage 5 t/m 13 bevatten de prognose
20
Gupta Strategists (2020) Huisvestingsopgave ouderenzorg Kennemerland - Maatschappelijke opgave tot 2040
14
per jaar, per gemeente. De geplande capaciteitsuitbreidingen bij zorgorganisaties vinden voor zover bekend alleen plaats in Haarlem, Bloemendaal en Heemstede (zie Figuur 11). Onder- en bovengrens toename vraag naar gemeente [Aantal woonplekken] Bovengrens
Ondergrens 517
Velsen
527
376
Bloemendaal
318
Castricum
140
274
Heemskerk
162
255
Uitgeest
40
61
6
Heemstede Beverwijk
-5
Zandvoort
-12
189 130 84
Haarlem -117
693
Bron: aanleveringen zorgorganisaties, CBS, Primos (bevolkingsoprognose), analyse Gupta Strategists.
Figuur 10 – De boven- en ondergrens voor de toename van de vraag naar V&V in de Wlz per gemeente op basis van het huidige aanbod en de vraag in 2040. 10
Geplande capaciteitsuitbreiding per gemeente [Aantal woonplekken]
335
Haarlem 116
Heemstede 90
Bloemendaal Velsen
0
Castricum
0
Heemskerk
0
Uitgeest
0
Beverwijk
0
Zandvoort
0
Bron: aanleveringen zorgorganisaties.
Figuur 11 – Geplande capaciteitsuitbreiding bij de ouderenorganisaties tot 2040 per gemeente.
Gemeenten en bouwende partijen zijn aan zet om te zorgen voor uitbreiding van het aantal geschikte 11 woonplekken voor ouderen met een intensieve zorgvraag. In de komende periode accepteert de minister immers geen nieuwe plannen voor uitbreiding van het aantal verpleeghuiszorgplekken. Een oplossingsrichting is om wooncomplexen voor ouderen te bouwen, waarbij zij zelf hun woonlasten dragen en zorg ontvangen die gefinancierd wordt op basis van vpt, mpt of pgb. Een andere oplossing is om bestaande woningen die potentieel geschikt zijn, geschikt te maken en te verhuren aan mensen met een Wlz-indicatie. Bijvoorbeeld door afspraken te maken met woningbouwcorporaties en beleggers om woningen in specifieke panden met voorrang toe te wijzen aan ouderen met V&V op grond van de Wlz. De zorgorganisaties staan voor de uitdaging om aan een groeiende groep mensen zorg te bieden, gefinancierd vanuit vpt, mpt of pgb.
15
Oplossingsrichting | Bestaande huurwoningen toewijzen aan ouderen met Wlz-indicatie Er zijn 31.000 potentieel geschikte huurwoningen waarin 55+’ers wonen De Monitor Ouderenhuisvesting heeft gekeken naar de huidige woonsituatie van 55+’ers in de regio Kennemerland.21 Hieruit blijkt dat er 31.000 55’ers in een huurwoning en 54.000 in een koopwoning wonen die geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor huisvesting van ouderen met een zorgvraag (zie Figuur 12). De definitie die zij gebruiken voor geschikte woningen is: woningen die vanaf de straat toegankelijk zijn zonder traplopen en waarbij de keuken, het toilet, de badkamer en een slaapkamer toegankelijk zijn zonder traplopen (nultredenwoningen). Dit is niet gelijk aan de definitie van Een groot deel van de 55+’ers in Kennemerland woont in een zorggeschikte woningen zoals het Rijk die hanteert (zie blz 4). Van de 31.000 huurwoningen zijn 25.000 geschikte woning; De vraag is waar deze woningen zich bevinden corporatiewoningen. Geschiktheid van woningen van 55+’ers in de regio Kennemerland [Aantal woningen, x1.000]
31
95 54
6 Totaal
Huur geschikt
Koop geschikt
Huur niet geschikt
4 Koop niet geschikt
Bron: data Monitor Ouderenhuisvesting
Figuur 12 – Geschiktheid van woningen van 55+’ers in de regio Kennemerland voor ouderenhuisvesting. Bron: data Monitor ouderenhuisvesting
Het grote aandeel van geschikte woningen dat volgt uit de Monitor Ouderenhuisvesting zoals getoond 13 in Figuur 12 wordt niet herkend door de Stadsdealpartners. Een belangrijke verklaring hiervoor is dat (eengezins)woningen die met een traplift zijn uit te rusten, in de Monitor Ouderenhuisvesting als geschikt worden gezien voor huisvesting van 55+’ers. Het ministerie van BZK en de partijen van de Stadsdeal Haarlem vinden deze woningen niet zorggeschikt. In het kader van de Stadsdeal Ouderenhuisvesting hebben de Gemeente Haarlem, woningcorporaties en zorginstellingen afspraken gemaakt om te zorgen voor voldoende geschikte huisvesting voor ouderen waarin verpleegzorg mogelijk is. Uitvoering van deze afspraken vraagt o.a. dat afspraken worden gemaakt over specifieke panden. Het is echter niet openbaar inzichtelijk welke woningen zijn opgenomen in de Monitor Ouderenhuisvesting en waar die zich exact bevinden.
21
Monitor ouderenhuisvesting
16
10.850 potentieel geschikte huurwoningen geïdentificeerd in 183 panden Het is van belang om te weten waar potentieel geschikte woningen voor mensen met V&V vanuit de Wlz zich bevinden. Het meest nuttig zijn locaties met geclusterde nultredenwoningen. De eerste reden is dat er in een cluster van woningen efficiënter zorg te leveren is dan in geïsoleerd liggende woningen in de wijk. Dit is belangrijk in het kader van de oplopende personeelstekorten in de zorg. Veel ouderen stellen bovendien prijs op de nabijheid van andere ouderen, geclusterd wonen vergroot sociale cohesie en draagt bij aan het tegengaan van eenzaamheid. Het ministerie van BZK gaat uit van clusters van minimaal 12 woningen en een ontmoetingsruimte. Het is echter onmogelijk om op basis van openbare data eenvoudig vast te stellen of een pand over ontmoetingsruimte beschikt of dat die te realiseren is. Bovendien is een cluster van 12 vanuit het perspectief van efficiënte zorglevering nog steeds aan de kleine kant. Daarom is de analyse gemaakt op clusters van ten minste 25 woningen. Voor het identificeren van geclusterde woningen is gebruikt gemaakt van het BAG-register dat is gevuld met kadastrale gegevens. Deze gegevens zijn vrij toegankelijk. Wanneer meerdere woningen dezelfde lengte- en breedtegraad delen, bevinden deze zich op dezelfde locatie en daarmee ook in hetzelfde pand.
Vervolgens is er via Google Streetview beoordeeld of de woning een nultredenwoning betreft. Aan de hand van online verkoopgegevens zijn koopwoningen eruit gefilterd.22 Zo hielden we de huurwoningen over. Hierna is getracht de eigenaren van de woningen te achterhalen via deskresearch. Een deel van de geïdentificeerde clusters blijkt te worden verhuurd door zorgorganisaties. Dit zien wij als een bevestiging voor het gebruik van deze aanpak. Van de resterende clusters is het overgrote deel in handen van de woningcorporaties. De analyse van kadastergegevens resulteert in 4.350 potentieel geschikte huurwoningen voor ouderen met Wlz V&V. Het is belangrijk om te benoemen dat gezien het ontbreken van openbare data, het niet mogelijk eisen die BZK hanteert zoals rolstoel- en rollatorgeschikt, brandveiligheid en stabiele internetverbinding mee te wegen in deze analyse. Aanvullend geven woningcorporaties aan 12.100 woningen potentieel geschikt te achten voor ouderen met Wlz V&V. Deze groep omvat 1.900 woningen die al door ons geïdentificeerd waren op basis van de kadastrale gegevens. De overige 10.200 woningen zijn niet door onze methode geïdentificeerd omdat zij met minder dan 25 woningen geclusterd zijn of omdat het cluster zich niet op dezelfde lengte/breedtegraad bevindt.
Ook hebben wij in onze analyse een heel wooncomplex als ongeschikt beoordeeld als deze geen lift bevat, terwijl de benedenwoningen wel nultredenwoningen kunnen zijn. Verder zijn ook door beleggers volumes potentieel geschikte woningen in hun portefeuilles gedeeld. Zij achten 500 van hun verhuurwoningen in de regio geschikt voor ouderen met Wlz V&V. Tot slot zijn ook de aangeleverde serviceflats specifiek voor ouderen toegevoegd met in totaal 600 woningen23. De serviceflats zijn overwegend koopwoningen, specifiek voor ouderen met een (toekomstige) zorgvraag. In totaal resulteert dit in 15.650 huurwoningen die potentieel geschikt zijn voor huisvesting van ouderen met Wlz V&V. Onbekend is welk deel van deze woningen voldoet aan de Rijksdefinitie van zorggeschikte woningen, dit vraagt nader onderzoek per wooncomplex. Figuur 13 geeft de opbouw van dit totaal uit de verschillende analysemethoden stapsgewijs weer. Het startpunt is de analyse van de kadastergegevens, aangevuld met de informatie van woningbouwcorporaties, beleggers en serviceflats. De meeste potentieel geschikte woningen bevinden zich in Haarlem. In de kleinere gemeenten zijn weinig tot geen geclusterde nultredenwoningen (zie Figuur 14). De bijlage bevat per gemeente een overzicht van de betreffende panden. 22
Dit is niet volledig. Het is mogelijk dat in een pand in de afgelopen jaren geen enkel appartement verkocht is, terwijl het toch koopwoningen betreft. 23 Dit is mogelijk niet volledig, omdat we ons baseren op informatie zoals die bij zorgorganisaties beschikbaar is en beperkt desk research.
17
Wij hebben in de regio … geïdentificeerd die geschikte huurwoningen geïdentificeerd voor de ouderenhuisvesting Geclusterde woningen potentieel geschikt voor huisvesting ouderen met Wlz V&V in zorgkantoorregio Kennemerland [Aantal woningen] Particulier
Corporatiewoning
Geclusterd >25 woningen
7.478
Koopwoningen
1.970
Al ouderenwoning
635
Studentenwoning
520
Potentieel geschikt
4.353
Geschikt volgens corporatie
1.934
Aanvullend geschikt volgens corporaties
12.129
Geschikt volgens beleggers
526
Serviceflats
583
Totaal
15.657
Bron: data BAG-register, analyse Gupta Strategists
Bron: data BAG-register, aanleveringen woningcorporaties (2023), aanleveringen beleggers (2023), analyse Gupta Strategists 12
Figuur 13 – Analyse naar de geschiktheid geclusterde woningen in Kennemerland voor ouderen met Wlz V&V.
De geschikte huurwoningen bevinden zich voornamelijk in Haarlem Potentieel geschikte huurwoningen per gemeente [Aantal woningen] Corporatiewoning
Particulier
Serviceflats
Haarlem
7.000
Heemskerk
2.423
Beverwijk
2.036
Velsen
1.632
Zandvoort
1.224
Heemstede
840
Bloemendaal Uitgeest
476 26
Castricum 0
Bron: data BAG-register, aanleveringen woningcorporaties (2023), aanleveringen beleggers (2023), analyse Gupta Strategists Bron: data BAG-register, analyse Gupta Strategists Figuur 14 – Aantal voor de ouderenzorg geschikte geclusterde huurwoningen, naar gemeente.
14
18
In theorie genoeg geschikte woningen in de regio, in praktijk niet In de regio zijn in theorie voldoende huurwoningen die potentieel geschikt zijn voor huisvesting van ouderen met Wlz V&V om te voldoen aan de uitbreidingsopgave tot 2040 (zie Figuur 15). Wanneer het ouderenzorgorganisaties, de gemeenten en de woningcorporaties lukt om een deel van de al bestaande Er zijn ruim voldoende potentieel geschikte woonplekken, maar de geclusterde woningen toe te wijzen aan ouderen met V&V vanuit de Wlz en de zorgcapaciteit via de meeste woningen bevinden zich in Haarlem vpt/mpt/pgb evenredig op te schalen, kan de regio voldoen aan de stijgende vraag. Huisvestingsopgave tot 2040 in twee scenario’s versus aantal potentieel geschikte woningen per gemeente [Aantal woonplekken]
Gemeente
Huisvestingsopgave (ondergrens)
Huisvestingsopgave (bovengrens)
Potentieel geschikte huurwoningen
Beverwijk
-121
189
2.036
Bloemendaal
286
228
1.224
Castricum
140
274
26
Haarlem
-452
358
7.000
Heemskerk
162
255
840
Heemstede
6
14
1.632 476
Uitgeest
40
61
Velsen
517
527
-0
Zandvoort
-12
84
2.423
Totaal
566
1.990
15.657
Huisvestingsopgave = verwachte vraag – uitbreiding verpleeghuisplekken Ondergrens o.b.v. prognose B en bovengrens o.b.v. prognose D Bron: aanleveringen woningcorporaties (2023), aanleveringen beleggers (2023), analyse Gupta Strategists
Bron: data BAG-register, aanleveringen woningcorporaties (2023), aanleveringen beleggers (2023), analyse Gupta Strategists 14
Figuur 15 – Huisvestingsopgave tot 2040 versus het aantal potentieel geschikte huurwoningen op gemeenteniveau.
In de praktijk zijn er obstakels voor het huisvesten van de groeiende groep ouderen met een zorgvraag in de bestaande woningvoorraad. Het betreft onder andere: -
-
-
De meeste potentieel geschikte huurwoningen zijn van woningbouwcorporaties, terwijl een deel van de ouderen niet in aanmerking komt voor sociale huur. De babyboomgeneratie die nu zorgbehoevend wordt is relatief rijk ten opzichte van voorgaande en volgende generaties ouderen. Zij zijn in staat een midden- of hoge huur te betalen of een zorggeschikt appartement in een seniorencomplex te kopen. Als gemeenten en woningbouwcorporaties afspraken maken om ouderen met Wlz V&V voorrang te geven op woningen dan betekent dit ook dat andere groepen verdrongen worden, als die ouderen geen sociale huurwoning achterlaten. In Haarlem is het nu al zo dat ouderen meer kans maken op een sociale huurwoning dan bijvoorbeeld starters. Bij deze beleidswijziging worden de verschillen groter en loopt de wachttijd van andere groepen potentiële huurders verder op. De uitbreidingsopgave en het aantal potentieel geschikte woonplekken per gemeente zijn niet in balans. De meeste geschikte woningen zijn in Haarlem. Een deel van de ouderen zal dus moeten verhuizen buiten de gemeentegrenzen. Vanuit het perspectief van de inclusieve
19
-
gemeente is uitbreiding van de voorraad geschikte woningen in de kleinere gemeenten in de regio wenselijk. De oplossing kost tijd. De verhuurders kunnen huurders niet vragen om te vertrekken om zo het pand ‘vrij te maken’ voor ouderen met een Wlz-indicatie. De omslag moet dus stapsgewijs plaatsvinden, waarbij elke vertrekkende huurder wordt vervangen door iemand met Wlz V&V.
Het is dan ook van groot belang om nieuwbouw voor en verhuur aan ouderen met Wlz V&V te bevorderen. Veel ouderen kunnen prima huren of kopen in het midden- en hogere segment. Daar concurreren ze echter weer met andere doelgroepen. En beleggers en projectontwikkelaars hebben geen maatschappelijke verplichtingen vergelijkbaar met die van woningcorporaties om ouderen te huisvesten. Het is voor hen niet aantrekkelijk om panden exclusief beschikbaar te stellen voor verkoop of verhuur aan ouderen met Wlz V&V, tenzij dit onderdeel is van hun beleggingsstrategie. Het is aan de gemeente om afspraken te maken met ontwikkelaars en beleggers over o.a. de doelgroep en toewijzing van nieuwe huurwoningen met middeldure huur. De grote disbalans in de uitbreidingsopgave en het aantal potentieel geschikte woonplekken per gemeente werpt de vraag op wat de regiofunctie van Haarlem is. Deze vraag wordt nog dringender, nu blijkt dat de verwachte ontwikkeling van de vraag in Haarlem anders is dan die in de kleinere gemeenten in de regio. Dit komt voort de verhouding tussen Wlz-gebruik en het aantal overleden 85+érs in de periode 2016-2020. In Haarlem overleden er elk jaar steeds meer 85+'ers terwijl het gebruik van V&V licht afnam. Hierdoor werd deze verhouding steeds iets groter en hebben we deze ontwikkeling doorgetrokken tot 2040 met steeds een kleine toename in deze verhouding per jaar.
In de andere gemeenten nam het V&V gebruik minder af en daardoor neemt de verhouding overleden 85+'ers t.o.v. het V&V gebruik dus minder toe. Dit resulteert in een prognose met een relatief grotere stijging in V&V gebruik in de andere gemeentes, terwijl er in Haarlem op basis van deze verhouding een lichte daling plaatsvindt. In het ondergrensscenario (project B in Figuur 8) daalt de vraag naar plekken in Haarlem. Capaciteitsuitbreiding in Haarlem is voor de vraag in Haarlem in dat geval niet nodig. Voor de regio is uitbreiding in Haarlem wel noodzakelijk. Ook in het ondergrensscenario is er in de totale zorgkantoorregio een tekort, omdat er te weinig plekken in de andere gemeentes zijn. Als die (kleinere) gemeentes niet in staat zijn om dit op te lossen, is uitbreiding van aantal plekken in Haarlem nog steeds nodig voor de regio. Ouderen moeten dan wel de gemeente uit, maar blijven in elk geval ‘in de buurt’.
20
Bijlagen Bijlage 1 – Regio Kennemerland en betrokkenen bij dit onderzoek Dit onderzoek gaat over de zorgkantoorregio Kennemerland. De zorgkantoorregio bestaat uit negen gemeenten, te weten: Beverwijk, Bloemendaal, Castricum, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen, Uitgeest en Zandvoort. Vertegenwoordigers van alle grote regionale aanbieders van V&V op grond van de Wlz waren betrokken bij dit onderzoek. Sint Jacob, Kennemerhart, ViVa! Zorggroep, Zorgbalans en Reigershoeve, leverden capaciteitsgegevens aan. Gemeente Haarlem deelde gegevens over de woningvoorraad in Haarlem. Een groot aantal woningcorporaties, te weten Pré Wonen, Ymere, Elan Wonen, Woonzorg, Velison, Woon op Maat, Sint Agnes Woning Stichting en Brederode Wonen, deelden gegevens over de regionale voorraad sociale huurwoningen die potentieel geschikt is voor huisvesting van ouderen met een zorgvraag. Niet alle woningcorporaties actief in de zorgkantoorregio deden mee aan het onderzoek. Dit hangt er mee samen dat partijen actief in Castricum en Uitgeest op Alkmaar georiënteerd zijn, niet op Haarlem. Beleggers Bouwinvest, Syntrus Achmea en WoonInvest deelden gegevens over de regionale voorraad huurwoningen in het midden en hoge segment. Gupta Strategists voerde het onderzoek uit en schreef dit eindrapport. Zorgkantoor Zilveren Kruis stelde helaas geen gegevens beschikbaar voor dit project.