3 Bijlage 2 HIOR Haarlem oktober 2023
Tekst van het document
HIOR HAARLEM
Colofon HIOR: Handboek Inrichting Openbare Ruimte Datum: 20 oktober 2023 Door: Afdeling BBOR en Omgevingsbeleid (OMB), Gemeente Haarlem Procesmanager: Rob Krom Projectgroep: Maaike Sillmann Marjolein van der Ploeg Bob de Jong Paulien Zweers Pim Lemmens Martijn van Minderhout Gijs Barendregt Tekeningen: Eugen Toma, Reinier, Gramsma, Kim Krijger, Maurice Kass
3
Leeswijzer De 5 HIOR’s voor de verschillende delen van de stad zijn geactualiseerd en teruggebracht tot 1 HIOR voor de hele stad. Tevens is het geactualiseerde HIOR voorbereid om het onder te brengen in een interactieve website waarmee de gebruiker in de toekomst via de ‘kaart’ kan zoeken naar de onderdelen waar zij in het ontwerp rekening mee moeten gaan houden. De oude HIOR’s bestonden uit een visiedeel en een richtlijnendeel. Het visiedeel maakt niet langer onderdeel uit van het HIOR vanwege het beleidsarme karakter van het nieuwe HIOR. Gewenste ontwikkelingen voor Haarlem staan beschreven in de Omgevingsvisie en dient een uitwerking in de projecten te krijgen. Het HIOR levert alleen voor het ontwerp de inrichtingsrichtlijnen maar bepaalt niet de opgave in de straat. De gebieds-/stedenbouwkundige kenmerken voor de wijk zijn wel uit het visiedeel overgenomen en ter informatie in de bijlage van het HIOR opgenomen. Er zijn vele kleine en grote wijzigingen in het nieuwe HIOR doorgevoerd om daarmee een goede vertaling te maken van het vastgestelde beleid. Zonder volledig te kunnen zijn, zijn op de thema’s o.a. de volgende aanvullingen en aanpassingen doorgevoerd: Toegankelijkheid • Het algemene Toegankelijkheidsbeleid wordt toegelicht • Er zijn specifieke richtlijnen voor Toegankelijkheid opgenomen in het HIOR.
Klimaatadaptatie • Het nieuwe klimaatbeleid wordt toegelicht • Toepassing van open verharding op parkeerplaatsen groengebieden, sportparken, begraafplaatsen
in
•
• • •
De indicatieve straatprofielen aangepast en zijn klimaatadaptief opgezet. Dit betekent dat bij smalle straten bij er bij voorkeur een hol straatprofiel is gebruikt (straatkolk in het midden van de weg) zodat deze meer water kan bergen Er zijn specifieke richtlijnen voor klimaatadaptatie (wateroverlast, waterberging, hittestress en droogte) opgenomen in het HIOR De wadi en raingarden zijn meer uitgewerkt in het HIOR Er is meer aandacht voor ‘open water’ en dat deze goed moet functioneren.
Duurzaamheid • Ruimte voor experiment: om innovatie t.b.v. duurzaamheid meer ruimte te geven wil Haarlem innovatie faciliteren • Het nieuwe Duurzaamheidsbeleid wordt toegelicht • Bij verschillende materialen is gerecycled materiaal voorgeschreven. Vergroenen, bomen en groen • We willen de leefomgeving meer flexibel inrichten zodat het in de tijd mee kan groeien met de ontwikkelingen en daarmee de vergroening ingezet kan worden. Daarvoor maken we gebruik van de groen- blauwe voorzieningenstrook: een strook waar bomen, plantvakken, ondergrondse containers en parkeren in ondergebracht gaan worden. • In de indicatieve wegprofielen is nadrukkelijk een groene variant opgenomen om vergroening van straten bij herinrichten aan te jagen • Er zijn veel meer gedetailleerde richtlijnen voor bomen en plantvakken beschreven om de kwaliteit en levensverwachting van bomen en beplanting te borgen.
4
Ecologie • Het Natuurnetwerk Haarlem met benodigde maatregelen heeft een uitwerking gekregen in het HIOR; • Er is een nieuw onderdeel Gras en ruigten toegevoegd waarbij ingespeeld wordt op een meer natuurlijke bloemrijke (gras) vegetatie. Mobiliteit • Verwijzing naar het Masterplan Stadsstraten met een verwijzing naar de uiterking van 5 belangrijke wegen in Haarlem • Verwijzing naar nieuwe fietsbeleid met Hoofdfietsroutes • Een voorbeeld van het tijdelijk wegprofiel waarbij (tijdelijk) Canadees parkeren wordt toegestaan is weergegeven. Als in deze situaties het aantal geparkeerde auto’s gaat afnemen dan kan een dergelijk profiel verder worden vergroend • Het nieuwe fietsbeleid is doorgevoerd in het HIOR. Energietransitie • In het nieuwe HIOR is de ondergrond meegenomen in de wegprofielen. Hierbij is rekening gehouden met kabels&leidingen, warmtenet en het riool. • De indicatieve straatprofielen houden rekening met een schakelkast in de groen-, blauwe voorzieningenstrook • Naast dat er nu richtlijnen zijn opgenomen voor kabels en leidingen wordt ook aandacht geschonken aan Haarlem aardgasvrij, transformatorhuisjes en het ideaal profiel om de gehele ondergrondse infra een plek te geven • Er zijn richtlijnen voor laadpalen opgenomen.
5
1. Doel HIOR
9. Kunstwerken
2. Uitgangspunten ontwerp
10. Openbare verlichting
3. Haarlem nu, straks en in de toekomst
11. Riolering en drainage
4. Wegprofielen 5. Klimaatadaptatie 6. Huishoudelijk afval 7. Groen 8. Kabels en leidingen
12. Speelvoorzieningen 13. Straatmeubilair 14. Verharding 15. Water 16. Planprocedure Bijlagen
1. Doel HIOR 1.1 Doel HIOR
Het HIOR staat voor een kwalitatief goede, fysieke inrichting van de Haarlemse openbare ruimte. Kwalitatief goed ingerichte straten, pleinen, parken en plantsoenen zijn gebruiksvriendelijk, klimaatadaptief, groen/natuurinclusief, toegankelijk, veilig, beheerbaar, duurzaam, samenhangend én mooi. Bij de (her-)inrichting van de openbare ruimte brengt het HIOR al deze belangen samen in breed gedragen voorstellen en richtlijnen met een groen en duurzaam/klimaatadaptief karakter en (indicatief) afgestemd op de ondergrond. Het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) beschrijft vanuit een overkoepelende visie op de openbare ruimte de keuzes voor de inrichting van de straten, pleinen, plantsoenen en parken (de openbare ruimte) in Haarlem. De inrichting van de openbare ruimte vindt meestal projectgewijs per straat of plein plaats. Plaatselijke overwegingen staan dan aan de basis van de inrichtingskeuzes. Het ontbreekt daarbij aan een visie en een afweging op het niveau van de hele wijk. Het gevolg is dat vergelijkbare buurten verschillende oplossingen en dus inrichting krijgen. Daardoor komt de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk en ontstaat een onsamenhangend beeld. De gemeente Haarlem heeft de ambitie om de samenhang en eenduidigheid in de aanpak en inrichting van de openbare ruimte te vergroten.
Er is daarom behoefte aan een beter te bewaken kwaliteit van de openbare ruimte, gebaseerd op een stadsdeelvisie die is uitgewerkt in buurtspecifieke aanbevelingen en concrete richtlijnen voor de inrichting. Daarbij vraagt het werken ‘in regie’ om heldere uitgangspunten voor inrichting van de openbare ruimte: externe partijen kunnen met dit document inrichtingsplannen leveren die voldoen aan de Haarlemse standaard. Doel van het Handboek is richtlijnen te geven voor een
6
uniform ontwerp van de openbare ruimte, zodat de kwaliteit verbetert. Aan dit HIOR liggen een aantal bovenliggende beleidsdocumenten ten grondslag: • Omgevingsvisie 2045 Haarlem (2022). De Omgevingsvisie 2045 schetst de koers voor de ontwikkeling van Haarlem en laat zien wat de gevolgen zijn van de keuzes die je maakt op de stad als geheel zowel privaat als openbaar. De visie verbindt beleidsopgaven vanuit verschillende sectoren met elkaar, zoals bereikbaarheid, wonen, duurzaamheid, economie, sociaal, cultureel. Deze opgaven worden integraal opgepakt en het HIOR vertaalt de beleidsopgaven naar inrichtingsrichtlijnen voor het openbaar gebied, als onderdeel van integrale gebiedsoplossingen; • Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) De SOR (2017) vormt een leidraad hoe om te gaan met de openbare ruimte in de stad en geeft richting aan keuzes ten behoeve van mobiliteit, groen, klimaatadaptatie, enz. • Nota Ruimtelijke Kwaliteit (Nota RK, 2012) is een toetsingskader voor alle ruimtelijke en fysieke ingrepen die in de stad plaatsvinden en maakt onderscheid tussen verschillende regieniveaus (voorheen welstandsniveaus); • En diverse vastgestelde beleidsdocumenten waaronder het Mobiliteitsbeleid Haarlem (2021), Strategisch plan Klimaatadaptatie (2021), Groenbeleidsplan Haarlem (2022), Integraal Waterplan Haarlen (2014), vGRP (2018) en Fietsbeleid (2023).
Haarlem kent vele claims op de openbare ruimte. Zo wil Haarlem bijvoorbeeld groen (biodivers, natuurinclusief) en klimaatadaptief zijn. Al geeft het HIOR duidelijk richting aan alle bovenliggende beleidswensen, de precieze afweging van belangen tussen thema’s en beleid wordt niet in het HIOR gemaakt maar binnen de projecten. De verhouding tussen de belangen ligt op elke plek anders, bijvoorbeeld hoe ruimte
7
voor vergroening zich verhoudt tot ruimte voor parkeren wordt bepaald binnen het project op basis van de Omgevingsvisie. We werken aan zes integrale Haarlemse opgaven (Omgevingsvisie): • Versterken aantrekkelijke woon- én werkstad voor iedereen • Versterken sociaal weefsel • Klimaatbestendig Haarlem • Gezonde stad voor mens en dier • Energietransitie in Haarlem • Duurzaam bereikbare stad Het HIOR borduurt grotendeels voort op de al bestaande Haarlemse standaard (bestratingsmaterialen, objecten) en specifieke kwaliteiten maar voegt hier ook een doorvertaling van bovenstaand beleid aan toe. Met als resultaat: groenere, toegankelijkere en klimaatadaptievere straten met minder plek voor de geparkeerde auto. Doel van het Handboek is richtlijnen te geven voor een uniform ontwerp van de openbare ruimte, beheerbaar, terughoudend, eenduidig en samenhangend zodat de kwaliteit verbetert.
1.2 Doelgroep
Dit HIOR is bedoeld als integrale handleiding voor inrichting en ontwerp van de openbare ruimte, en heeft consequenties voor uitvoering, onderhoud, beheer en gebruik van de openbare ruimte. Het handboek is daarom relevant voor verschillende partijen: • •
Het gemeentebestuur ten behoeve van keuzes voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte om op termijn het wensbeeld te realiseren; De ambtelijk betrokkenen, zowel intern (ontwerpers, opdrachtgevers en procesmanagers, technisch adviseurs, beheerders en handhavers), als ‘extern’ ambtelijk deskundigen, nutsbedrijven,
• •
vervoerbedrijven, nood- en hulpdiensten, aannemers, advies- en ingenieursbureaus e.d.); De initiatiefnemers die gebruik maken van de openbare ruimte of hier binnen de ruimtelijke planvorming nieuwe openbare ruimte aan toe voegen; Het maatschappelijk veld, omdat elke bewoner, bezoeker en ondernemer gebruiker is van de openbare ruimte en daarom te maken krijgt met de keuzes die in dit handboek zijn gemaakt.
Het handboek moet dan ook toegankelijk zijn voor alle betrokkenen.
1.3 Status en reikwijdte
De inrichting van de openbare ruimte wordt zowel op hoofdlijnen als in indicatieve straatindelingen/straatprofielen en principedetails vastgelegd in het Handboek. Hiervan kan niet vrijblijvend worden afgeweken: elke eventuele afwijking zal – gemotiveerd – aan het procesteam van de gemeente ter goedkeuring moeten worden voorgelegd. Waar nodig zullen deze afwijkingen aan het bestuur ter goedkeuring moeten worden voorgelegd. Het procesteam van de gemeente of het bestuur kan besluiten af te wijken van het HIOR mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: • De aanvrager zal de afwijking goed moeten motiveren; • De oplossing zal aan de minimale kwaliteitseisen uit het handboek moeten voldoen; • De oplossing aantoonbaar duurzamer is; • De aanvrager zal de beheertechnische en financiële consequenties aangaande het toekomstig beheer moeten onderbouwen; • Structurele meerkosten in beheer ten opzichte van de standaard dienen vanuit het project gegenereerd te worden (termijn wordt in het procesteam nader bepaald)
8
De reikwijdte van het HIOR omvat de gehele openbare ruimte in Haarlem op het gebied van straat en profielindeling, detaillering, verharding, groen, water, ondergrond, afvalinzameling, openbare verlichting en inrichtingselementen zoals straatmeubilair. Uitzondering vormen de “Bijzondere plekken” en enkele ontwikkelzones. Dat zijn in het Handboek aangewezen gebieden die als afzonderlijke ontwerpopgave kunnen worden benaderd. Voor de inrichting van bijzondere plekken geeft het Handboek uitgangspunten mee. Er kan op basis van project specifieke omstandigheden worden afgeweken. Zo houdt de ontwerper speelruimte om de inrichting op deze project specifieke situatie toe te spitsen. Grofweg kan worden gesteld dat het Handboek voor circa 80% van de openbare ruimte volledig van toepassing is en voor de overige 20% op onderdelen voorschriften meegeeft. Relatie met bestaand en overig beleid Zoals in de inleiding al genoemd vormt de Omgevingsvisie 2045, de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) en Nota Ruimtelijke kwaliteit een belangrijke basis voor dit HIOR. Daarnaast is er veel stads breed sectoraal beleid, zoals het Mobiliteitsplan, Fietsbeleid, Groenbeleidsplan, Natuurnetwerk Haarlem, Strategisch Plan Klimaatadaptatie, Stedelijk Waterplan, enz die invloed uitoefenen op de inrichting van de openbare ruimte.
Het HIOR weegt de ambities tussen de verschillende beleidsplannen niet af, het HIOR levert geeft bijbehorende ontwerpprincipes en de richtlijnen die voor het ontwerp gelden. Ontwikkelingen zullen ook doorlopen hetgeen betekent dat wat bij een herinrichting wordt ontworpen in de toekomst mogelijk verder kan worden doorgezet. Die flexibiliteit wordt in de indicatieve straatprofielen ingebracht door een groen/blauwe voorzieningenstrook die zo veel mogelijk vrijgehouden blijft van kabels en leidingen en waar nu nog relatief veel parkeren in kan zitten maar naar de toekomst toe steeds meer omgevormd wordt met klimaatadaptieve beplantingsvakken en bomen en ruimte voor spelen en ontmoeting. Om deze reden is in het
HIOR een onderdeel nu, straks en toekomst opgenomen. Het HIOR vertaalt bovenstaande beleidstukken naar straatinrichting, om zo de integrale kwaliteit van de inrichting te versterken. Het Handboek heeft daarmee een belangrijke eigen positie in de planontwikkeling. Hoe moet hier in de praktijk mee worden omgegaan? In de praktijk dient het Handboek altijd naast het relevante beleid te worden geraadpleegd. Het Handboek is in overeenstemming met bestaand beleid. Soms is het aanvullend op bestaand beleid. Deze aanvullingen zijn in de geest van bestaand beleid en betreffen niet-controversiële onderwerpen. In die laatste gevallen is de nota Ruimtelijke Kwaliteit leidend. Wanneer nodig wordt een gemotiveerd advies aan het bestuur voorgelegd.
1.4 Kwaliteitsambities
Ruimtelijke kwaliteit kan worden omschreven als de samenhang tussen gebruikswaarde, toekomstwaarde en belevingswaarde. Gebruikswaarde gaat over de functionele kwaliteiten van een ruimtelijk initiatief: de geschiktheid van een functie op een plek, een doelmatig gebruik, een doelmatige aanleg en doelmatig beheer, bereikbaarheid, toegankelijkheid, (verkeers)veiligheid, klimaatadaptief en efficiëntie. Belevingswaarde gaat over wat de gebruiker aangenaam en vertrouwd vindt, de beeldkwaliteit, en omvat begrippen als diversiteit, vorm, compositie, herkenbaarheid, attractiviteit en schoonheid. Maar ook samenhang en continuïteit en terughoudendheid. Toekomstwaarde gaat over klimaatbestendigheid, biodiversiteit, natuurinclusiviteit, duurzaamheid, beheerbaar, tijd, uitbreidbaarheid, aanpasbaarheid, circulariteit en flexibiliteit. Met andere woorden: een ruimtelijk initiatief dat bestand is tegen de tand des tijds.
9
Voor ruimtelijke kwaliteit gelden geen algemene objectieve regels of oplossingen. De ambitie in de Nota Ruimtelijke kwaliteit is: “voorbeeldige kwaliteit van de openbare ruimte”. Er zijn daarom in de nota Ruimtelijke kwaliteit gouden regels opgesteld (zie Uitgangspunten Ontwerp). Het handboek geeft hier per functiegebied voor de inrichtingskwaliteit van de openbare ruimte invulling aan. Het handboek geeft geen richtlijnen voor het onderhoudsniveau. Dat is in het Strategisch Beheerplan Openbare Ruimte vastgelegd (voor de bovengrond) en in het vGRP (voor de riolering en grondwatervoorzieningen).
2. Uitgangspunten ontwerp 2.1 Basisuitgangspunten
Het HIOR biedt principes en standaarden waarmee de openbare ruimte van Haarlem kan worden ingericht en beheerd met ruimtelijke kwaliteit. Deze principes en standaarden zijn de weerslag van een integrale afweging van het Haarlems beleid en bieden tegelijkertijd de mogelijkheid om binnen het project specifieke keuzes en afwegingen te maken. Terwijl er door de geboden ruimte voor flexibiliteit in het indicatief straatprofiel nog veel te kiezen valt binnen het project liggen aan een Haarlems ontwerp altijd vier basisuitgangspunten ten grondslag.
10
gaat gepaard met terughoudend en samenhangend materiaal gebruik. Elk profiel heeft een beperkt aantal hoofdmaterialen en straten vertonen samenhang in de materialisatie. In het HIOR wordt de afgewogen materiaalcatalogus geboden. Een ontwerp houdt rekening met logisch gedrag van de gebruiker om plaatsing van bebording en handhaving te voorkomen. Het geheel van een netwerk, route of structuur wordt in ogenschouw genomen. 3. Drie-eenheid ontwerp, uitvoering en beheer Indien een goed ontwerp niet deskundig wordt uitgevoerd met bijvoorbeeld een gebrekkige detaillering, valt dit niet te beheren en dat leidt mogelijk tot kwaliteitsvermindering bij het gebruik van de openbare ruimte. Een echt goed ontwerp is dus goed uit te voeren en goed te beheren. Daarnaast geven ook de gouden regels uit de Nota Ruimtelijke kwaliteit (2008) belangrijke uitgangspunten die nog steeds worden gehanteerd bij het maken van ruimtelijke keuzes in de stad. Hieronder een vereenvoudigde weergave:
1. Integraal afwegen van opgaven en ruimteclaims: Het HIOR geeft integraal afgewogen indicatieve profielen die als input dienen bij de herinrichting van de openbare ruimte. Waar er teveel claims zijn voor te weinig ruimte moeten er keuzes worden gemaakt. Het afwegingskader bij deze keuzes wordt gegeven in de Structuurvisie Openbare Ruimte. Veel opgaven voor de stad veranderen continu. Mobiliteit (autobezit) is niet langer bepalend. Toegankelijkheid, klimaatadaptatie, veiligheid, beleving, gezondheid, sociale interactie, ecologie, economie en cultuurhistorie maken samen de straat. Het HIOR levert de (maatgevende) ingrediënten en helpt bij het vinden van die nieuwe balans tussen alle claims die op de openbare ruimte worden gelegd.
• •
2. Ingetogen en logische inrichting; eenheid, samenhang en continuïteit De inrichting van de openbare ruimte moet samenhangend, eenduidig en logisch zijn voor de gebruiker. Door te kiezen voor een beperkt aantal goed te beheren wegprofielen, -materialen en -objecten gaat de openbare ruimte zich meer als een samenhangend geheel presenteren. Het HIOR biedt de flexibiliteit om binnen de standaard waar nodig af te stemmen op het karakter van het gebied. In het HIOR wordt deze afstemming per gebied gegeven. Een rustige, eenvoudige inrichting
• • • • • • • •
Gouden Regels Nota RK: Kiezen voor teokomstbestendigheid Synergie tussen tekomst-, gebruiks-, en belevingswaarde staat centraal De bestaande kwaliteit is vertrekpunt Gebouwen en buitenruimtes vormen samen de stad De lange lijnen maken de stad herkenbaar Beeldbepalende plekken bepalen de identiteit van de stad Gedeelde weelde en gedeelde verantwoordelijkheid De gebiedstypologie moet meegenomen worden in afwegingen De gemeente volgt haar uitgezette koers Durf te kiezen en doe dat vooraf
11
De in het HIOR gegeven profielen vormen de basis voor het ontwerp openbare ruimte. Principes bieden veelal ruimte voor diverse invullingen op projectniveau. Soms kan onderbouwd van de uitgangspunten worden afgeweken. Afwijken van de standaard moeten voldoen aan de basisuitgangspunten. Bij gebieden waar afwijkingen mogelijk zijn moet verhoogde aandacht zijn voor de beheerbaarheid. ‘HIOR-vreemde’ materialen zijn soms lastig en duur in onderhoud omdat ze moeilijk of niet verkrijgbaar zijn. 4. Weloverwogen plaatsing Door terughoudend en afgewogen om te gaan met het plaatsen van objecten in de openbare ruimte, zal de ruimtelijke kwaliteit verbeteren en uiteindelijk beter te beheren zijn, op meer manieren te gebruiken zijn en leefbaarder worden. Ook is de openbare ruimte daarmee beter toegankelijk voor mensen met een (mobiliteits-)beperking. Het HIOR geeft de plaatsingsprincipes.
2.2 Afwegingsmethodiek openbare ruimte
Omdat het inrichten van de openbare ruimte in toenemende mate een worsteling is met te veel wensen, programma en te weinig ruimte, heeft de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR, 2017) een methode gegeven om de juiste keuzes te maken voor ruimtetoedeling: de afwegingsmethodiek openbare ruimte:
12
2.3 Hoofdkeuzes en vloerkaart 2.3.1 Vlakken, lijnen en punten
Het HIOR dient als hulpmiddel voor een ontwerp. Daarom beschrijft het HIOR de openbare ruimte overzichtelijk aan de hand van vlakken, lijnen en punten. Hierdoor kan de gebruiker per locatie snel de benodigde beleidskaders en bouwstenen voor het ontwerp vinden. ‘Vlakken’: gebiedskarakteristiek (Zone A t/m F) en bijhorende vloerkaart met gebiedseigen inrichtingsmaterialen, standaardobjecten en details. ‘Lijnen’: gebiedsoverstijgende structuren (cultuurhistorische lange lijnen, groen, water, verkeerskundige lijnen en ondergrondse lijnen (netwerken riolering en grondwater) ‘Punten’: bijzondere plekken in de stad waar een afwijking van de standaard mogelijk is.
2.3.2 Vlakken en de vloerkaart
Op hoofdlijnen hangt de inrichting en materialisatie van de openbare ruimte nauw met elkaar samen, maar per gebied of route kan de nadruk anders liggen of worden er specifieke materialen of objecten toegepast. Dit komt tot uitdrukking in de vloerkaart. De Vloerkaart geeft voor verschillende gebieden aan welke materialen en welke objecten, zoals straatmeubilair en verlichting er toegepast wordt in de Haarlemse openbare ruimte. Zo onderscheiden straten in het centrum zich door de gebakken klinkers die van gevel tot gevel liggen, het gebruik van brede trottoirbanden en speciaal straatmeubilair en verlichting. Zie voor buurtspecifieke kenmerken ook (link naar Hoofdstuk 5 Stedelijk weefsel) De Vloerkaart onderscheidt zes gebiedstypes die ieder een eigen materialisatie kennen:
Zone A: Historische kernen (beschermd stadsgezicht) Zone B: Vooroorlogse wijken met beschermde stadsgezicht Zone C: Vooroorlogse wijken zonder beschermd stadsgezicht Zone D: Na-oorlogse wijken Zone E: Bedrijvengebied Zone F: Groengebieden, sportparken,begraafplaatsen,buitengebied
13 V l a k k e n (vloerkaart) 2.3.3 Lange (cultuurhistorische) lijnen
De lange lijnen vormen de DNA-structuur van de stad, herkenbare dragers van het stedelijk leven. Het zijn vaak historische lijnen waarlangs de stad parallel aan de landschappelijke structuur is gegroeid. De belangrijkste lange lijnen kennen dan ook een noord-zuid richting. Haaks daarop lopen de herkenbare (water-)wegen met vaak een naastgelegen groenstructuur. Ieder van de lange lijnen heeft een eigen geschiedenis, betekenis en karakteristiek. De lange lijnen in de stad zijn gebiedsoverschrijdend. Ze hebben een gecompliceerd karakter: ze verbinden, zorgen voor oriëntatie, vertellen iets over het verleden en bepalen het imago van de stad. De lange lijnen kennen een hoge gebruiksdruk en een groot pakket aan wensen en claims. Ze vervullen meerdere functies: het zijn veelgebruikte routes voor auto’s, bus of fiets, er grenzen winkels, scholen en voorzieningen aan en ook ondergronds bevinden zich hier vaak de hoofdnetwerken. Werken aan een lange lijn betekent redeneren vanuit één ruimtelijke opgave en intensieve samenwerking met naastgelegen beheergebieden. Herkenbaarheid, continuïteit en samenhang zijn sleutelwoorden. Opgaven aan Lange Lijnen kennen een veelheid aan (beleidsmatige) gebruiksclaims. Het HIOR geeft waar mogelijk op onderdelen richtlijnen en standaarddetails voor deze claims.
Voor 5 Lange Lijnen is ontwerpend onderzoek naar deze gebruiksclaims uitgevoerd en dit heeft geresulteerd in het Masterplan Stadsstraten Haarlem. De indicatief uitgewerkte stadsstraten zijn: • Schoterweg/Rijksstraatweg
14 Lijnen (belangrijke routes)
• • • •
Zijlweg Amsterdamsevaart / Teding van Berkhoutstraat Schalkwijkerstraat Wagenweg
Het Masterplan Stadsstraten is geen blauwdruk voor herinrichting, maar maakt inzichtelijk wat er op korte en langere termijn mogelijk is. Het laat zien welke keuzes er gemaakt moeten worden, en wat de consequenties van die keuzes zijn. Link: Masterplan Stadstraten Busroutes, calamiteiten route en exceptioneel transport Voor een busroute is het van belang om voldoende ruimte te reserveren in het dwarsprofiel voor het busgebruik. Aangezien busroutes samenvallen met de lanen en singels is de benodigde ruimte over het algemeen geen probleem. In het kader van comfort, trillingen en geluidhinder is het noodzakelijk dat op busroutes een gesloten verharding (asfalt en/ of beton) wordt toegepast. Ook in het kader van onderhoud (met name voor bochten in een busroute) is dit gewenst. Indien voor een bepaalde busroute de afweging wordt gemaakt om klinkers toe te passen zal er grondig aandacht moeten worden besteed aan de gevolgen van een klinkerverharding (geluidhinder en trillingen). - Kaart busroutes wordt opgenomen in de Digitale HIOR Controleer eveneens of het plangebied uitmaakt van een calamiteiten route of voor exceptioneel transport beschikbaar moet zijn. Hoofdfietsnetwerk Haarlem heeft een grofmazig fietsnetwerk van Regionale doorfietsroutes en Stedelijke plusroutes. En het Hoofdnet fiets is een fijnmaziger weefsel van snelle en directe verbindingen. Een aantal straten van o.a.
het voetgangersgebied en andere delen van het centrum maken
15 Punten bijzondere plekken
ook onderdeel uit van het hoofdfietsnetwerk. Met het fietsnetwerk wordt de fietser snelle, korte en directe verbindingen geboden. Ook het fietsnetwerk stelt eisen aan de toegepaste (verhardings)materialen en beschikbare ruimte. In verband met comfort is voor fietspaden, fietsstraten of fietsstroken een voldoende stroeve, gesloten verharding noodzakelijk. Indien voor een deel van het fietsnetwerk de afweging wordt gemaakt elementverharding toe te passen (in gebieden met beschermd stadsgezicht) dan is een straatbaksteen met een label EQ+ of strengpers straatbaksteen een alternatief. EQ+ straatbakstenen zijn strak tegen elkaar aan te straten, met minimale voeg, zodat trillingen minimaal zijn. - Kaart hoofdfietsnetwerk wordt opgenomen in de Digitale HIOR -
2.3.4 Bijzondere plekken
Voor de bijzondere plekken zijn geen basisprofielen gegeven. De basis van een bijzondere plek bestaat uit materialen die zijn voorgeschreven in dit HIOR. Afwijkingen of combinaties met andere materialen zijn mogelijk, mits het bijdraagt aan de verbijzondering van de plek en passend in de overige uitgangspunten van het Handboek. - Kaart busroutes wordt opgenomen in de Digitale HIOR -
2.4 Ruimte voor experiment
Een goed functionerende stad lijkt vanzelfsprekend. Maar de stad en openbare ruimte veranderen voortdurend onder invloed van nieuwe ontwikkelingen, gebruikerswensen en beleid. Noodzaken tot vernieuwing volgen elkaar snel op door verandering van het klimaat, duurzaamheid, energietransitie en ook de groei van de stad. De opgave om de stad verder te verdichten, vergroenen verduurzamen en bijvoorbeeld de mobiliteitstransitie onder aanvoering van het nieuwe mobiliteitsplan vraagt om slimme innovatieve oplossingen. Wie wil bijvoorbeeld niet een slim verkeerslicht waardoor je minder lang hoeft te wachten? Of
Fietsnetwerk
16
OV-routes
17
hoe kunnen we ondergronds ruimtebesparende maatregelen treffen waardoor we meer ruimte hebben om bomen goed te laten groeien. Hiervoor is ruimte nodig naast de huidige richtlijnen in het Handboek. Als gemeente bieden we die ruimte. We vinden het belangrijk om samen op te trekken, te faciliteren en een goed idee zo tot een succesvolle innovatie te ontwikkelen. De vernieuwende toepassing zullen we binnen een afgesproken periode gezamenlijk moeten monitoren en bepalen of de toepassing op grotere schaal (als standaard) toegepast mag worden. Na een geslaagde toepassing krijgt het een plek in het HIOR.
2.5 Duurzaamheid
Haarlem heeft de ambitie om een circulaire gemeente te zijn in 2040. Een goed plan redeneert vanuit duurzaamheid en circulariteit. Voor de inrichting (her)gebruiken we zo duurzaam mogelijke materialen met een lange (technische) levensduur. Hergebruik moedigen we aan en restmateriaal wordt zo mogelijk gerecycled. We bekijken op grote en kleine schaal hoe we een plan zo klimaatbestendig mogelijk kunnen uitvoeren. Hierbij geven we ruimte aan lokale hergebruikinitiatieven. In het gehele traject dient van initiatief tot beheer het Grondstoffenplan te worden gebruikt, uiteindelijk wordt het hergebruikcoëfficiënt bepaald. Innovaties zorgen ervoor dat Gemeente kan gaan voldoen aan haar doelstellingen met betrekking CO2 en circulariteit. In de “last mile” van het project richting uitvoering (t.b.v. bestellen materialen) moet in elk project, voor de 2meeste voorkomende materialen, een Trade Off Matrix (TOM) worden opgesteld. In de TOM moeten de volgende zaken worden afgewogen; reductie CO2, score MKI, kostenverhoging aanschaf, levensduur en kostenverhoging beheer. Op basis daarvan wordt de keuze gemaakt welk materiaal toegepast gaat worden.
Manifest Duurzaam GWW 2030 Ten behoeve van het vastleggen van duurzaamheidsambities voor de openbare ruimte is aansluiting gezocht bij de aanpak en instrumenten van “Duurzaam GWW”. De Aanpak Duurzaam GWW is een door zowel marktpartijen, overheidsopdrachtgevers als kennisinstituten ontwikkelde procesaanpak waarbij duurzaamheid, het liefst zo vroeg mogelijk, geïntegreerd wordt in het proces van analyseren, afwegen, ontwerpen en specificeren. Om duurzaamheid op uniforme wijze te toetsen, is er een set instrumenten gekozen, zodat duurzaamheid op een consistente wijze getoetst en geborgd wordt. Gemeente Haarlem hanteert de volgende 8 duurzame ontwerpprincipes (keuzes worden vastgelegd in het Grondstoffenplan):
18 1
Voorkomen: niet doen wat niet echt hoeft
Overweeg of een inrichtingselement noodzakelijk is.
2
Verleng levensduur en hergebruik vrijgekomen materialen.
Overweeg of de levensduur van een bestaand object verlengd kan worden. Bepaal of vrijgekomen materialen nog een nieuwe ronde meekunnen.
3
Maak duurzaam gebruik van objecten, materialen en grondstoffen.
Pas materialen toe die na het vervullen van de originele functie op een hoogwaardige wijze hergebruikt kunnen worden.
4
Ontwerp voor meerdere levenscycli
Bouw de constructie op uit onderdelen die na de economische levensduur weer als onderdeel of materiaal gebruikt kunnen worden in een nieuwe toepassing.
5
Ontwerp toekomst bestendig
Houd in het ontwerp rekening met te verwachten toekomstige ontwikkelingen.
Ontwerp voor optimaal beheer en onderhoud
Ontwerp onderhoudsarm, met onderdelen die eenvoudig te vervangen zijn en ontwerp zo dat te vervangen onderdelen lokaal geproduceerd kunnen worden.
6
7
8
Ontwerp voor duurzaam materiaalgebruik
Ontwerp voor minimaal verbruik van grondstoffen en energie
Gebruik materialen die: • Herwinbaar zijn en niet de aarde uitputten; • Niet schadelijk zijn voor natuur en levende wezens; • Waarvan de technische en economische levensduur gelijk zijn; • Niet reduceren bij het gebruik in meerdere levenscycli; • Een lage CO2 footprint hebben. Ontwerp sobere en efficiënte constructies, waarbij het materiaalgebruik minimaal is. Streef bijvoorbeeld naar een gesloten grondbalans.
19
2.6 Klimaatadaptatie
De gemeente Haarlem heeft de ambitie om in 2050 klimaatbestendig zijn, zodat de effecten van klimaatverandering goed opgevangen kunnen worden. Dit besloot de gemeenteraad van Haarlem in 2016 en het is ook de landelijk doelstelling die is vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Om deze doelstelling te kunnen halen, is het Strategisch Plan Klimaatadaptatie opgesteld. In het Plan Stedelijk Water en de uitwerking hiervan in de uitvoeringsplannen voor Grondwater, Oppervlaktewater, Klimaatadaptatie en Stedelijk Afvalwater en Hemelwater (nog vast te stellen in 2023), zijn eisen opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen om deze ambitie vorm te geven. Ook in de Omgevingsvisie is de hoofdlijn van de strategie al uitgezet: door te vernatten en te vergroenen wordt de gemeente Haarlem klimaatbestendig gemaakt. Meer ruimte voor water en groen speelt een zeer belangrijke rol in het klimaatbestendig maken van Haarlem. Er zijn ook andere maatregelen, zoals een aangepaste weginrichting om meer water op te vangen en het gebruik van lichtere kleuren om hittestress tegen te gaan. Per gebied wordt bekeken hoe dit invulling krijgt. Omdat klimaatadaptatie een integrale opgave is, is een aparte discipline Klimaat opgenomen met richtlijnen waar in het ontwerp rekening moet worden gehouden.
Neem contact op met een klimaatexpert: Laat je ontwerp in een vroegtijdig stadium checken door een klimaatadviseur (afdeling BBOR) van de gemeente Haarlem. Deze bepaalt in eerste instantie welke klimaatproblemen er in het projectgebied spelen en welke oplossingen er toepasbaar zijn op de plek (wel of niet infiltreren, hol- of bolprofiel, waterbergende weg bijv.). Daarnaast wordt bepaald welk klimaatthema het meest relevant is en welke eisen en doelen ten aanzien van klimaatadaptatie moeten en/ of kunnen worden behaald. Tenslotte worden basisprincipes tegen klimaatextremen naast de randvoorwaarden en de ontwerpopgave gehouden om zo te komen tot toe te passen maatregelen in het project.
Zie hoofdstuk 5 voor specifieke richtlijnen t.b.v. klimaatadaptatie.
20
2.7 Toegankelijkheid
Haarlem wil een toegankelijke stad zijn zodat mensen met kinderwagens, rolstoelen en rollators zich kunnen verplaatsen. Ouderen en mensen met een beperking moeten gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Aandacht voor toegankelijkheid is niet alleen prettig voor mensen met een beperking die de openbare ruimte willen gebruiken, maar het is ook een wettelijke verplichting. Uitgangspunt bij de (her)inrichting van de openbare ruimte is dat die door iedereen te bereiken en te gebruiken is. Dat betekent dat de openbare ruimte voor iedereen toegankelijk moet zijn. Bij het ontwerp, uitvoering en beheer moet nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan deze doelgroep, door na te denken over licht, verlichting, kleur, contrast, materiaalgebruik, hoogteverschillen, reflecties en routing. Consistentie en logica zijn daarbij essentieel. Liggen de rolstoel op- en afgangen en geleidelijnen op logische plekken? Zit er consistentie in het gebruik van (mechanische) rateltikkers bij VRI’s? Is shared space hier een handige keuze? Is de inrichting voldoende voelbaar? Het ontwerp moet voldoen aan de ASVV, de belangrijke onderdelen hierin hebben we ondergebracht in de richtlijnen voor de verschillende disciplines.
3. Haarlem nu, straks en in de toekomst
21
3.1 Nu, straks en in de toekomst
Gemiddeld worden onze straten eens per 40 tot 60 jaar heringericht, de verwachting is dat met de grote veranderingen die de komende jaren gaan komen, straten sneller aangepast moeten gaan worden. Mobiliteit (autobezit) is niet langer bepalend. Toegankelijkheid, klimaatadaptatie, veiligheid, beleving, gezondheid, sociale interactie, ecologie, economie en cultuurhistorie maken samen de straat. Het HIOR levert de (maatgevende) ingrediënten en helpt bij het vinden van die nieuwe balans tussen alle claims die op de openbare ruimte worden gelegd.
Nu
In bepaalde situaties vraagt de uitvoering van het beleid ook tijd waardoor straten in stappen van bijvoorbeeld 30 jaar transformeren. Nieuw onderdeel in het HIOR zijn de inspiratiebeelden die een doorkijk naar de toekomst geven. Deze inspiratiebeelden kunnen bijvoorbeeld bij bewonersavonden worden gebruikt. De verbeelding van de inspiratiebeelden vindt in de vorm van nu, straks en de toekomst plaats. De inspiratiebeelden zijn uit te breiden, na gelang daar behoefte naar is.
Straks
Als voorbeeld; de smalle straten met Canadees parkeren (nu); met de invoering van het parkeerbeleid neemt het autobezit af of ontstaat door de bouw van een parkeergarage elders parkeerruimte. Dit geeft de mogelijkheid om deze straten aan te pakken en leefbaar te maken; een herinrichting met (deels) aan 1 zijde parkeren en meer groen (straks). We schetsen eveneens een inspiratiebeeld voor de toekomst; een autoluwe straat zonder parkeren, met ruimte voor groen en ontmoeting (toekomst).
Toekomst
4. Wegprofielen 4.1 Wegprofielen algemeen
Duurzaam veilig en beleidskeuzes Volg de richtlijnen van Duurzaam Veilig Wegverkeer en de CROW richtlijnen en weeg de belangen tussen de verschillende beleidsambities en functies af en leg deze via een projectvoorstel voor aan het bestuur. Hiermee wordt duidelijk in welke mate vergroening, parkeren, warmtenet en andere ruimte vragende thema’s een gewogen plek krijgen in het wegprofiel. De openbare ruimte in Haarlem is beperkt en de gebruiksdruk is groot, dat komt vooral tot uitdrukking in de vele smalle woonstraten die de stad rijk is. Het merendeel van de woonstraten is slechts rond de 10m breed, van gevel tot gevel (of van voortuin tot voortuin). En het centrum bestaat grotendeels uit stegen en straatjes van 5, 6 tot zo’n 8 a 10m breed, op een paar stevige straten (vroeger grachten) na. En in die beperkte ruimte moeten dan alle voorzieningen en functies een plek krijgen en ook nog een prettige plek zijn om te verblijven. Ook op de structurerende lange lijnen in de stad overtreffen de hoeveelheid wensen vaak de beschikbare ruimte. Bij het toedelen van ruimte aan verschillende functies conform het afwegingskader van de SOR, zoals wandelen en spelen, groen, verblijven, ondergrond, fietsverkeer, autoverkeer en parkeren moeten dus telkens afwegingen en keuzes worden gemaakt en een goede balans worden gezocht.
De ruimtelijke, verkeerskundige, groene en klimaatadaptieve beleidskeuzes die aan het HIOR ten grondslag liggen, worden vooral beschreven in de Omgevingsvisie, de SOR, Nota RK, Groenbeleidsplan, Strategisch Plan Klimaatadaptatie, vGRP en het Mobiliteitsbeleid. Deze beleidsstukken bieden handvatten bij het maken van keuzes, die de openbare ruimte van Haarlem een ander karakter zullen geven dan we tot nu toe gewend zijn. Het beleidsstreven is om meer ruimte te bestemmen voor groen, klimaatadaptatie, verblijven, voetgangers,
22
en fietsen (en fietsparkeren). Daartegenover staat het streven naar een lager autobezit en -gebruik. Dit wordt ook wel de mobiliteitstransitie genoemd. Dit betekent veel voor de indeling van de straten, dat is te zien aan de HIOR straatprofielen. Zo wordt voor de rijbanen de kritische maat opgezocht, zodat zoveel mogelijk ruimte aan de overige ruimteclaims en beleidswensen kan worden toebedeeld. Als is voldaan aan de minimale maten die nodig zijn voor een bruikbaar trottoir en rijweg, moet in smalle(re) woonstraten een afweging worden gemaakt tussen het toedelen van de beschikbare overruimte aan groen, extra trottoir, de nodige voorzieningen en dan ook nog parkeren. De groen-blauwe voorzieningenstrook, die op de plek komt te liggen van de huidige parkeerplaatsen schept veel mogelijkheden voor extra groen, betere groeiomstandigheden voor bomen en infiltratie/waterberging. Dit zijn stroken van minimaal 2m breed die in eerste instantie bedoeld zijn voor bomen, heesters, vaste planten en klimaatadaptatie en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, straatmeubilair, parkeren, terrasjes (in de binnenstad), etc. Een groen-blauwe voorzieningenstrook is mogelijk vanaf een straatbreedte van 8m.
Als er dan nog ruimte over is wordt deze toebedeeld aan het verbreden van de rijweg en trottoirs tot de meer gewenste breedte. In bepaalde straten kan vanuit beleid (fietsstraten, NatuurNetwerk Haarlem, winkelstraten) een andere verdeling noodzakelijk zijn. In de versteende wijken en ter plaatse van een hoofdbomenstructuur wordt de grond onder de groen-blauwe voorzieningenstrook in principe vrijgemaakt van ondergrondse infra.
23
De groen-blauwe voorzieningenstrook is flexibel in te richten in de lengterichting qua verdeling van de ruimte over groen, fietsparkeren, autoparkeren en andere voorzieningen. Zo kunnen parkeerplekken in de loop der jaren worden verwijderd ten gunste van groen en bomen, zonder dat er grote ingrepen noodzakelijk zijn. Zo worden de straten in de toekomst steeds lommerijker. Op deze wijze kan het autobezit- en gebruik geleidelijk worden teruggebracht ten gunste van een groenere, gezondere en klimaatadaptieve stad.
Dwarsprofiel Voor woonstraten geldt een snelheidsregime van maximaal 30 km/h. De inrichting moet aansluiten bij het gewenste gebruik. Bij een lage maximale snelheid kunnen fietsers en andere verkeersdeelnemers makkelijker mengen, wat belangrijk is voor de leefbaarheid en veiligheid van straten Een uitzondering vormen de HOV-assen en gebiedsontsluitingswegen voor gemotoriseerd verkeer. De overige buslijnen rijden mee met het autoverkeer.
In de straatprofielen die in dit HIOR staan komen deze mogelijkheden tot uitdrukking zonder precies voor te schrijven wat de verhouding moet zijn tussen groen en klimaatadaptatie en de geparkeerde auto. De profielen geven duidelijk de gewenste ontwikkelrichting aan maar bieden daarnaast ook flexibiliteit en keuzeruimte.
Al naar gelang de beschikbare ruimte en de bestaande verkeersituatie kan in de projectgroep worden bepaald wat de geschikte verkeersindeling (1- of 2 richtingenstraat/breedte van de rijweg) wordt. Wees ervan bewust dat de keuze voor een brede rijbaan slechts één functie dient (die van de auto) en ten koste gaat van vele andere functies en kwaliteiten (verblijven, groen, biodiversiteit, klimaatadaptatie, etc.). Qua verkeersfuncties die in een straat kunnen worden ingepast, geldt allereerst dat de situatie verkeersveilig en logisch moet zijn. Bovendien geldt dat nood- en hulpdiensten en huisvuilinzameling eisen stellen aan de bereikbaarheid en vrije ruimte. Met deze eisen moet bij elke profielkeuze rekening worden gehouden. Trottoir De gewenste maat van een trottoir is 2,1m (excl. band), de minimale maat is 1,5m (excl. band). Incidenteel een puntversmalling van 0,9m is ook nog toegestaan. Bij de maat van 2,1m kunnen geveltuintjes van 0,6m worden toegestaan zonder dat de kritische maat van 1,5m wordt overschreden. Ook het ondergrondse principe profiel voor kabels en leidingen kan in een trottoir van 2,1m worden ondergebracht. Bij intensief gebruikte trottoirs en in winkelgebieden worden royalere maten nagestreefd. Zie hiervoor de richtlijnen. De keuze om een straat in te delen met ander verkeergebruik dan voetganger hangt af van de
24
mogelijkheid om aan weerszijden een trottoir van 1,5m excl. band te kunnen inpassen. Canadees parkeren Canadees parkeren betekent dat er, in smalle woonstraten waar in feite geen ruimte is om aan twee kanten te parkeren, met twee wielen op de stoep wordt geparkeerd. Het komt in grote delen van Haarlem voor en wordt sinds jaar en dag gedoogd. Canadees parkeren is geen goede structurele oplossing, omdat niet goed duidelijk wordt gemaakt hoe ver auto’s op de stoep mogen staan. Er ontstaan hierdoor rommelige verschillen per individuele auto. Bovendien is deze wijze van parkeren formeel ook onjuist. Het versmallen van trottoirs is vaak geen optie, omdat er dan onvoldoende ruimte over blijft voor voetgangers, bomen en vuilcontainers. Het nieuwe parkeerbeleid moet zorgen voor minder autobezit en daarmee parkeerplaatsen zodat deze aan 1 zijde aangebracht kunnen worden. Bij een aanhoudend hoog autobezit kan het versmallen van de rijloper een oplossing bieden, temeer omdat het snelheidsremmend werkt. Effect is echter wel dat elkaar tegemoetkomende auto’s op elkaar moeten wachten. Daarom is gekozen voor de volgende benadering (voor woonstraten): • Bestaande profielen: Canadees parkeren gedogen, omdat anders trottoirs moeten worden versmald, bomen moeten
•
worden gekapt etc. om voldoende parkeerruimte op de rijweg te realiseren; Nieuwe profielen (bij herprofileringen): Bij voorkeur 1 zijde parkeren en anders de rijloper versmallen naar 3,4m (ook bij tweerichtingsverkeer), met aan beide zijden parkeerstroken op de rijweg (naast de rijloper). Trottoirs verhoogd uitvoeren, parkeren in de parkeerstroken en niet meer deels op het trottoir; oorspronkelijke trottoirbreedte zoveel mogelijk behouden, waar noodzakelijk licht versmallen (trottoirbreedte aanhouden zoals beschreven bij verschillende profielen). Waar nodig (nieuwe) bomen meer naar de zijkant van het profiel aanbrengen en waar dat niet past op neuzen en oren.
In woonstraten breder dan 12m is doorgaans voldoende ruimte aanwezig om alle functies goed in te passen. In straten smaller dan 10m zal doorgaans geen ruimte beschikbaar zijn voor parkeren aan twee zijden. Lengteprofiel Ook in de lengte van een straat zijn afwegingen over de ruimteverdeling te maken. Bijvoorbeeld: hoeveel ruimte wordt ingepast voor groen en een boomstructuur, ondergrondse netwerken, hoe vaak is er een toegankelijke oversteek nodig, hoeveel ruimte is er voor fietsparkeren, hoeveel voor verblijven, straatmeubilair en hoeveel voor parkeren? Waar wordt het straatmeubilair ingepast en waar kan het afval worden aangeboden? Dit zijn afwegingen in het lengteprofiel van een straat die in het project worden vastgesteld. Belangrijk bij afwegingen in het lengteprofiel is het streven naar continuïteit: vanwege de ruimtelijke kwaliteit en de herkenbaarheid dient een straatprofiel niet zomaar te verspringen, maar alleen dan als er stedenbouwkundig aanleiding voor is. Dat wil zeggen dat gekeken
25
in de zichtas van de straat alleen een profielsprong plaats vindt als de architectuur (ligging rooilijn, hoogte bebouwing) ook verspringt. Asverspringingen ten behoeve van het remmen van de verkeerssnelheid verdienen niet de voorkeur.
Toegankelijkheid Met het toenemen van hoogteverschillen in de straat omwille van meer waterbergingscapaciteit neemt ook het belang van een goede
In de historische wijken Centrum, Zuiderhout, Bosch en Vaart en Koninginnebuurt, Kleverpark, Bomenbuurt, Patrimoniumbuurt (beschermd stadsgezicht, NRK) zet het HIOR waar mogelijk in op behoud van bestaande buurt-specifieke kwaliteiten. Hier wordt het toepassen van technische oren en neuzen zoveel mogelijk beperkt. Deze buurten kenmerken zich door rechte en vloeiende bandenlijnen. Dit komt tot uitdrukking in profiel 14B. Dit principe kan ook bij smallere en bredere profielen worden toegepast. Het HIOR zet in op handhaven van deze kenmerken. Waar maatregelen voor oversteekbaarheid en verkeersveiligheid moeten worden getroffen wordt zoveel mogelijk de rijbaan versmald door de bandelijnen in een vloeiende lijn naar elkaar te brengen. Hoogteprofiel Waterberging in het profiel Het hoogteprofiel van een straat is in toenemende mate relevant voor de waterberging. Profielen dienen geschikt te zijn voor het bergen en afvoeren van piekregenbuien (70/90 mm), om overlast in gebouwen en woningen te voorkomen. Daarom moet rekening worden gehouden met het toevoegen van hoogteverschil door middel van de trottoirband. Het gedeelte van de straat tussen de trottoirbanden dient als tijdelijke hemelwater opvang in straten bij extreme neerslag.
Het HIOR geeft hiervoor de juiste toe te passen dimensies (zie hoofdstuk richtlijnen), uitgangspunt is dat bestaande bovengrondse stroombanen gehandhaafd blijven en zo mogelijk verbeteren.
toegankelijkheid in de straat toe. In het lengteprofiel moeten er voldoende plekken zijn waar toegankelijke oversteken worden ingericht. Het HIOR geeft hiervoor de juiste details (zie hoofdstuk details). Snelheidsremmende maatregelen Hoogteverschillen ten behoeve van het remmen van de snelheid van autoverkeer (drempels, verhoogde kruisingsvlakken) zijn soms noodzakelijk. Primair wordt gekozen voor snelheidsremming door het versmallen van de rijloper over de gehele lengte. Indien drempels nodig zijn, voer ze dan uit in het materiaal en het bestratingsverband van de omringende bestrating. Versmallingen en asverspringingen hebben niet de voorkeur vanwege het verstoren van de zichtas en continuiteit in de lengte van de straat. Voor drempels en verhoogde kruisingsvlakken zijn uniforme oplossingen uitgewerkt.
26
Het HIOR geeft hiervoor de juiste details (zie hoofdstuk details). Beheervriendelijk straatprofiel Wanneer er sprake is van een herprofilering van de verharding dan dient rekening gehouden te worden met het schoonmaken en schoonhouden van de OR. Een beheervriendelijk ontwerp houdt onder andere rekening met: (1) machinaal vegen (geen onnodige hoeken, bereikbaarheid veegmachine en borstels, geen grindverhardingen), (2) voorkomen van waaivakken (zwerfafval hoopt zich hier op) en gladheidsbestrijding (bevriezingsgevaar). Werken met de indicatieve profielen De profielen in dit Hior zijn geen kant en klaar ontwerp voor een specifieke straat, maar een indicatie voor inrichting van straten in een bepaald gebied met een bepaalde breedte. De indicatieve profielen staan niet vast en zijn afhankelijk van de plek waardoor combinaties ook goed mogelijk kunnen zijn. Elke straat heeft een uniek pakket van eigenschappen, is onderdeel van het stedelijk netwerk en sluit aan op aanliggende straten met ook weer eigen kenmerken en eigenschappen. Dit heeft invloed op de keuze van bijvoorbeeld een hol of een bol profiel.
De indicatieve straatprofielen dienen als uitgangspunt voor een inrichtingsplan te worden gebruikt en worden in afstemming met de benodigde (gemeentelijke) specialisten (klimaatadaptatie, riolering, ondergrond, groen, verkeer, etc.) en andere betrokkenen vormgegeven tot een inrichtingsplan (ontwerp) voor een specifieke straat. Het ideaalprofiel voor ondergronds ruimtebeslag (waarin alle denkbare kabels en leidingen zijn toegepast) vraagt om een profiel van 19,5m breed. In smalle straten is niet altijd het hele pakket nodig (bijvoorbeeld 1 of 2 zijden water, meer of minder electra). Daarnaast worden vrijwel altijd concessies gedaan, zoals stapelen van kabels. Raadpleeg bij extra ruimte dus altijd het ideaalprofiel voor ondergronds ruimtebeslag en de toelichting.
De straatprofielen zijn voorzien van een code waarin de profielbreedte, het gebiedstype waarvoor het profiel als uitgangspunt dient en de aard van de rijweg (een- of tweerichtingen) tot uitdrukking komt: Breedte profiel in m
10 BC
Rijbaan 1 of 2 richtingsbreedte
Gebiedstype
1
Zie ook de legenda hierna voor de toelichting van de gebruikte materialen en objecten in de indicatieve straatprofielen.
27
Legenda bij indicatieve straatprofielen 1
element Strek
type/materiaal/legverband Gebakken klinker
formaat Formaat rijweg
kleur Kleur rijweg
2 3
Rollaag Trottoir
Keiformaat 300x300x50 (80)
Donkergrijs/zwart grijs
4
Trottoir
Betonstraatsteen betontegels met slijtlaag basalt/porfier (Verwo 402 of gelijkwaardig) Gebakken klinker
5
Rijweg klinkers
Gebakken klinker, Keperverband
Dik- of waalformaat kleiner of gelijk aan formaat rijbaan Keiformaat Dikformaat (dit formaat heeft de voorkeur in woonstraten) Waalformaat (alleen bij hergebruik)
Haarlemse (gemêleerde/genuanceerde) mix zie materialen en objecten Haarlemse (gemêleerde/genuanceerde) mix zie VERWIJSLINK
6
Rijweg asfalt
Asfalt
7
Parkeerplek
8
Fietspad vrij liggend
Gebakken klinker Elleboog of halfsteens asfalt
9
Fietsstrook
Gebakken klinker (strengpers of EQ+)
10
Fietsstrook
Asfalt
11
Fietsplek
Materiaal van het trottoir of grasklinker (8-vaks of 2-vaks) of open legverband van klinkers
12
Molgoot
13 15
Middengoot (holle weg) Grasverharding
16
Rijwielpadband
17
Trottoirband standaard
Gebakken klinker Aantal strekken afhankelijk van kolkbreedte (kolkomarmend) Gebakken klinker halfsteens Voorkeur voor gebakken materiaal (klinker met gaten of open legverband), anders beton Beton, afgestrooid met basalt/porfier Beton, afgestrooid met basalt/porfier
Zwart
Diverse formaten (ook in verband met hergebruik)
Formaat van de rijweg
Aanwezig gebakken materiaal of zie VERWIJSLINK Donkerrood (op basis van zwarte bitumen): Tillred-Cloburn red Principekleur: Strengpers: Perugia of gelijkwaardig EQ+: Nova of autunno of gelijkwaardig Donkerrood (op basis van zwarte bitumen): Tillred-Cloburn red
Kleur van de rijweg
bijzonderheden Toepassen langs trottoirband Aantal afhankelijk van formaat Toepassen langs asfalt weg dikkere tegel (80 mm) toepassen bij inritten Specifieke profielen in enkele gebieden (meestal gebied A en B, beschermd stadsgezicht) Kies in overleg met een klimaatadviseur en een technisch adviseur van de gemeente voor: een hol profiel als waterberging op straat, dus een grote kuip, nodig is een tonrond profiel als er een combinatie met een waterbergende fundering mogelijk is Denk na over afwatering: in de berm of nabij gelegen oppervlaktewater d.m.v. een verlaagde band of een band met openingen erin. Of d.m.v. straatkolken op een waterbergende fundering of op het hemelwaterriool. Of een combinatie hiervan. In principe hergebruik klinkers in parkeerstrook Pas een minimaal afschot toe(ca. 1,5%) t.b.v. minder validen. Weeg dit af met het belang van klimaatadaptatie Pas een minimaal afschot toe(ca. 1,5%) t.b.v. minder validen. Weeg dit af tegen het belang van klimaatadaptatie Pas een minimaal afschot toe (ca. 1,5%) t.b.v. minder validen. Weeg dit af tegen het belang van klimaatadaptatie Overleg zowel met een klimaatadviseur, een technisch adviseur en beheerder van de gemeente of waterdoorlatende verharding kan worden toegepast (zoals grasklinker of een klinker met open legverband).
Kies een kolk die aansluit bij de vorm van de molgoot Molgoot vloeiend aanleggen, niet trapsgewijs
Formaat van de rijweg
Dit is een vlakke goot, pas kolkdeksel hierop aan Toepassen in overleg met klimaatdeskundige en beheerder gemeente
Lengte x 40/120 x 250
Toepassen bij overgang fietspad-trottoir
Lengte x (130/150) x 250 Lengte x 400 x 350
Antraciet afgestrooid met basalt/porfier
28
17a
element Trottoirband zwaar
type/materiaal/legverband Bij zwaar verkeer
formaat Lengte x (180/200) x 250
18 19a 19b
Trottoirband breed Opsluitband beton Opsluitband koppenrand
Beton Beton Gebakken klinkers
20
Brede uitstapband
21
Margestrook (rabatstrook) langs fietsstraat Openbare verlichting Schampstrook
Beton, afgestrooid met basalt/porfier Gebakken klinker
Lengte x 280/300 x 240 Lengte x 100 x 200 Maat van omliggende klinkers Lengte x 380/400 x 250
22 23 24 25 26 27
Oprit t.b.v. toegankelijkheid Verlaagde band i.v.m. toegankelijkheid Boomkrans Standaard straatkolk
28
Trottoirkolk
29
Markeringssteen
30
Vrij liggend voetpad/parkverharding
31
Groenslinger
32 33
Haag Geveltuin
34
Berm
35
Wadi/regentuin
36 37 38 39
Regenwaterafvoer Bank Afvalbak Ondergrondse afvalcontainer
Dikformaat of keiformaat
VERWIJSLINK Materiaal van het trottoir of van het parkeervak Materiaal van het trottoir
Beton Combinatie beton/gietijzer of: kunststof/gietijzer Combinatie beton/gietijzer of: kunststof/gietijzer Gebakken strengpersklinker Afgestrooid asfalt Halfverharding/Komex of vergelijkbaar Diverse klimplanten met een overspanning van staalkabels
Diverse lage beplanting. Maak eventueel gebruik van geveltuin banden Gazon, ruig gras, kruiden, wilde bloemen Overwegend inheemse, biodiverse beplanting
kleur Antraciet afgestrooid met basalt/porfier Antraciet, natuursteenkeur Antraciet, natuursteenkleur Kleur van omliggende klinkers
bijzonderheden
Antraciet, afgestrooid basalt/porfier Zie VERWIJSLINK of kleur van de parkeervakken Toepassen langs GOW-weg tussen parkeren en fietspad, i.v.m. openslaande deuren e.d.
Diverse afmetingen
Antraciet
Band ligt op gelijke hoogte met trottoir (i.v.m. afwatering) VERWIJSLINK VERWIJSLINK
Formaat van de omringende klinkers Antraciet Zandgeel
Wit
Hoogte minimaal 4,5 meter
Kan worden toegepast in smalle straten tot ca. 8 meter breed op plekken waar twee bewoners/ondernemers tegenover elkaar willen meewerken door hun geveltuin en gevel ervoor beschikbaar te stellen.
Wadi 3 meter of breder. Regentuin 1,5 m of breder.
VERWIJSLINK
VERWIJSLINK VERWIJSLINK VERWIJSLINK
6ABC-1 indicatief profiel
29
6ABC-1 geel indicatief profiel
6ABC-2 indicatief profiel
30
6ABC-2 geel indicatief profiel
6ABC-1 en 2 toelichting
Gebiedstype: link gebiedstekst • Komt voor in de gebieden A, B en C (in D en E komen niet zulke smalle straten en stegen voor) Kenmerken van dit profiel • Kies het type profiel dat het dichtst bij het huidige profiel ligt en hergebruik zoveel mogelijk de eventuele aanwezige authentieke materialen zoals natuurstenen trottoirbanden en oude (gele) klinkers in verschillende formaten. Dit draagt bij aan het afwisselende en oorspronkelijke karakter van de binnenstad en sommige vooroorlogse woonbuurten • In dit profiel is de rijbaanbreedte slechts 3m (afwijkend van de ASVV). Let er dan wel op dat er een doorgaande ‘obstakelvrije zone’, oftewel vrije doorgangsruimte is van minimaal 3,4m (i.v.m. doorgang nooden hulpdiensten), dus geen lichtmasten of andere objecten in de trottoirs plaatsen • Trottoirbreedte minimaal 1,5m excl. band • Voorzieningen zoals ondergrondse containers, fietsplekken, etc.
dienen in de groen-blauwe voorzieningenstrook van de dichtstbijzijnde bredere straten te worden ingepast • Bij een profiel breder dan 6m gaat de extra ruimte allereerst naar het verbreden van de rijbaan naar 3,4m, dan naar het verbreden van de trottoirs • Bij stegen smaller dan 6m versmallen de trottoirs geleidelijk naar 0,9m • Bij stegen smaller dan 4,8m vervallen de trottoirs Groen in dit profiel: • Geveltuin, groenslinger • De toepassing van geveltuintjes wordt gestimuleerd, houd hierbij rekening met een vrije doorgangsruimte van minimaal 1,65m • Informatie geveltuin (website, groenbeleidsplan)
31
Klimaatadaptie maatregelen in dit profiel: • Holle weg, geveltuin, groenslinger • Als er een waterbergend profiel wordt toegepast kan de rijweg ook tonrond (blijven) liggen met een molgoot aan beide zijden. Materialen en objecten Link opnemen in de Digitale HIOR Type openbare verlichting: wand of hangarmatuur Ondergrond Algemeen: • Bestaande leidingen zoveel mogelijk handhaven • Dit principeprofiel wijkt vanwege de schaarse ruimte af van het ideaalprofiel Uitgangspunt riool: • De (nieuwe) locatie van het riool op de tekening is indicatief en afhankelijk van de staat van het liggende riool. Riolering die technisch goed is blijft liggen. • Riool wordt niet afgekoppeld enkel drainage bij geplaatst • Uitgangspunt is dat bestaand gemengd riool buis gehandhaafd blijft in het hart van de straat. • Afstand tussen drainage/riool en uitgeefbare grond dient eigenlijk minimaal 3m te zijn. Mitigerende maatregelen dienen genomen te worden ter bescherming van de bestaande bouw. • Let op of de gronddekking tussen riool en straatkolken voldoende is (afhankelijk van de diepte van het riool) Uitgangspunt K&L: • Gas, water en MS worden enkelzijdig aangelegd (dus aan één zijde van de straat), waarbij water en MS niet bij elkaar worden geplaatst • In 6m straten is de ondergrondse ruimte voor K&L beperkt. Om
32
ruimte te creëren kan worden afgesproken om koper kabels (zoveel als mogelijk) te verwijderen om ruimte te creeren voor 2 aanbieders. Bij meer dan 2 aanbieders kunnen er op twee hoogtes (boven en onder de huisaansluitingen strook) datakabels worden gelegd. Daar waar MS wordt aangelegd is het niet mogelijk data ook verdiept aan te leggen. Op twee dieptes aanleggen heeft niet de voorkeur. Uitgangspunt Warmtenet: In 6m straten kan enkel een warmtenet worden aangelegd als gas wordt verwijderd. In de binnenstad zal de gasleiding voor alsnog niet verwijderd worden. NB: het ideaalprofiel voor ondergronds ruimtebeslag (waarin alle denkbare kabels en leidingen zijn toegepast) vraagt om een profiel van 19,5m breed. In smalle straten is niet altijd het hele pakket nodig maar toch worden vrijwel altijd concessies gedaan. Raadpleeg bij extra ruimte dus altijd het ideaalprofiel voor ondergronds ruimtebeslag en de toelichting.
8A1 indicatief profiel
33
8A1 toelichting
Gebiedstype: gebiedstekst Centrum • Komt voor in de gebieden A Kenmerken van dit profiel • In straten van 8m en breder is er ruimte voor een groen-blauwe voorzieningenstrook. Deze strook is in eerste instantie bedoeld voor bomen, beplanting en klimaatadaptatie (door infiltratie) en in tweede instantie voor het plaatsen van de nodige voorzieningen zoals ondergrondse vuilcontainers, fietsplekken, lichtmasten, parkeren etc. • Zorg dat het trottoir afwatert in de groen-blauwe voorzieningenstrook en dat deze strook zo sponzig mogelijk is door bomen en begroeiing, en eventueel door het toepassen van waterdoorlatende verharding ter plaatse van fietsplekken (afhankelijk van de ondergrond en gebruik, afstemmen met klimaatadviseur en beheerder van de gemeente) • 3m brede rijbaan wijkt af van de ASVV (die schrijft 3,4m voor, maar dat gaat dan ten koste van de groen-blauwe voorzieningenstrook). Zorg er daarom voor dat er een ‘obstakelvrije zone’ oftewel vrije doorgangsruimte is van minimaal 3,4m (i.v.m. doorgang nooden hulpdiensten), dus geen lichtmasten of andere objecten in het trottoir tegenover de voorzieningenstrook plaatsen. • Trottoirbreedte min. 1,5m excl.