CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Evaluatie Wijkforum Zijlweg-West

commissie Bestuur 11 september 2025, gemeente HaarlemBij agendapunt: Evaluatie Wijkforum Zijlweg-West (BL)3.836 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Wijkforum Zijlweg-West Wat een geloot bewonersforum ons leert over wijkparticipatie

Uitgevoerd door Van Vieren in opdracht van de Gemeente Haarlem Suzanne Hoogland & Danja von Salisch

Mei 2025

Samenvatting Het wijkforum Zijlweg-West was een experiment binnen het Haarlemse programma Nieuwe Democratie. De gemeente Haarlem wilde met behulp van loting een diverse groep inwoners betrekken bij het verbeteren van de wijk. Doel was om te onderzoeken wat deze werkwijze oplevert en wat het vraagt van zowel inwoners als gemeente. De aanpak leverde meerdere waardevolle inzichten op. Loting bereikte mensen die zich normaal niet vanzelf melden, en in beide rondes ontstond een gemengde groep. Deelnemers leerden de wijk beter kennen, werkten samen aan concrete acties en ontdekten hoe gemeentelijke besluitvorming werkt. Zo zijn er initiatieven gestart rond vergroening, burendag en zwerfafval, en is er een wijk-enquête uitgevoerd. Tegelijkertijd werd zichtbaar dat loting geen garantie is voor betrokkenheid of eigenaarschap. De opdracht was open, de structuur beperkt, en deelnemers wisten vaak niet goed wat er van hen werd verwacht. De samenwerking met de gemeente verliep wisselend: er was inzet en goede wil, maar ook onduidelijkheid over rollen, verantwoordelijkheden en beleidskaders. Dat leidde soms tot frustratie en stilstand, bij zowel forumleden als ambtenaren. De belangrijkste lessen zijn dan ook: •

Loting vraagt om een concrete vraag en voldoende ondersteuning.

•

Participatie vraagt om duidelijke afspraken, ritme en aanspreekbaarheid.

•

Ruimte geven werkt alleen als er ook ruimte is om iets te doen.

Deze evaluatie laat zien dat experimenteren waardevol is – juist als het niet vanzelf gaat. Het biedt aanknopingspunten om nieuwe vormen van bewonersbetrokkenheid bewuster vorm te geven.

2

Inhoud Samenvatting ...........................................................................................................2 1. Inleiding ................................................................................................................. 4 1.1 Achtergrond .......................................................................................................................................... 4 1.2 Aanpak en werkwijze ..................................................................................................................... 4 2. Wat werkte wel –wat niet? ................................................................................ 6 2.1 Wat loting opleverde – en vroeg .......................................................................................... 6 2.2 Wat het vroeg van de gemeente ........................................................................................ 8 2.3 Samenwerking en besluitvorming...................................................................................... 9 2.4 Verbinding met de wijk .............................................................................................................. 10 3. Wat we hiervan kunnen leren ..........................................................................

12 3.1 De grenzen van loting .................................................................................................................. 12 3.2 Participatie begint met een helder doel ....................................................................... 12 3.3 Wat er in beweging is gebracht .......................................................................................... 13 4. Voor in de toekomst .......................................................................................... 15 4.1 Kies bewust voor loting ............................................................................................................... 15 4.2 Geef richting en structuur ....................................................................................................... 15 4.3. Zorg voor ritme en aanspreekbaarheid ....................................................................... 15 4.4 Wees open over wat wél en niet kan............................................................................... 15 4.5 Maak zichtbaar wat er gebeurt ........................................................................................... 16 Bijlage 1. Financieel overzicht .............................................................................. 17

3

1. Inleiding 1.1 Achtergrond Het wijkforum Zijlweg-West was onderdeel van het Haarlemse programma Nieuwe Democratie (2019–2022). Binnen dit programma experimenteerde de gemeente met nieuwe vormen van burgerbetrokkenheid en zeggenschap. Daarbij was het streven om ook inwoners te bereiken die in reguliere participatieprocessen minder vaak worden bereikt, en hun invloed op wijkontwikkeling te versterken. Het Programmateam Nieuwe Democratie van de gemeente Haarlem voerde verschillende experimenten uit, zoals een burgerberaad en het “right to challenge”. In Zijlweg-West – een wijk zonder actieve wijkraad – werd gekozen voor een nieuwe opzet: een wijkforum, bestaande uit een gelote wijkraad en een geloot wijkpanel. De wijkraad kreeg de taak om het voortouw te nemen in het formuleren en uitvoeren van plannen. Het panel fungeerde als klankbord en legitimatie. Samen beschikten zij over een eigen budget, ondersteuning en de ruimte om initiatieven te ontwikkelen. De opzet van het wijkforum combineerde twee ambities. Enerzijds wilde men inwoners actiever betrekken bij hun wijk, met ruimte voor initiatief en eigenaarschap. Anderzijds wilde de gemeente ook inwoners bereiken die zich normaal niet mengen in wijkontwikkeling. Daarom werd gewerkt met loting: inwoners ontvingen een persoonlijke brief met de oproep zich beschikbaar te stellen.

Uit de aanmeldingen werd geloot, zodat een diverse groep ontstond.

1.2 Aanpak en werkwijze De gemeente Haarlem wilde na afloop van het experiment een evaluatie laten uitvoeren. Doel van de evaluatie was niet een sluitend oordeel, maar om zicht te geven op ervaringen en aanknopingspunten voor toekomstig beleid. Wat werkte in de praktijk – en wat niet? Hoe is het wijkforum ervaren door de mensen die eraan deelnamen, en wat heeft het opgeleverd voor de wijk?

4

Daarbij is ook expliciet gekeken naar het gemeentelijk perspectief: wat vraagt loting van de organisatie, en wat betekent het voor de verhouding tussen inwoners en gemeente? De evaluatie vond plaats in het eerste kwartaal van 2025 en bestond uit: •

Verkennende gesprekken met betrokkenen uit de startfase;

•

Een enquête onder oud-wijkforumleden en betrokken ambtenaren;

•

Een ontwerpsessie op 25 maart 2025 met voormalige leden, ambtenaren en begeleiders. Onderdeel hiervan was een sculpting oefening, waarbij deelnemers – met Duplo en andere materialen – hun ervaringen met het wijkforum letterlijk verbeeldden;

•

Analyse van eerdere rapportages en interne documenten.

Deze rapportage bouwt voort op de eerdere evaluatie uit 2022. Al toen kwamen drie kernthema’s naar voren: het spanningsveld tussen autonomie en ondersteuning, de noodzaak van duidelijke communicatie, en het belang van stabiele begeleiding. Die thema’s blijven actueel – zeker bij participatie via loting. In het volgende hoofdstuk kijken we hoe deze aanpak in de praktijk heeft uitgepakt: wat werkte goed, waar liep het vast en wat zegt dat over de uitgangspunten van het wijkforum?

5

2. Wat werkte wel –wat niet? De uitgangspunten van het gelote wijkforum waren helder, maar in de praktijk bleek het experiment complexer dan voorzien. In dit hoofdstuk beschrijven we wat goed werkte en wat niet, gelet op de doelen van het wijkforum. We maken daarbij gebruik van (anonieme) quotes uit de gesprekken en de enquête.

2.1 Wat loting opleverde – en vroeg Het wijkforum Zijlweg-West heeft twee keer gelopen: een eerste periode van begin 2022 tot begin 2023, en een tweede van voorjaar tot eind 2023. In beide rondes werd een nieuwe groep deelnemers samengesteld via loting. De gemeente stuurde persoonlijke brieven naar een steekproef van wijkbewoners met de vraag of zij zich beschikbaar wilden stellen. Uit de aanmeldingen werd een groep geloot die qua leeftijd en opleidingsniveau divers was. Over culturele of sociaaleconomische achtergrond is weinig bekend. Met deze aanpak wilde de gemeente ook inwoners bereiken die zich anders niet vanzelf zouden melden voor wijkinitiatieven. De enquête van 2022 laat zien dat veel deelnemers nieuwsgierig en positief waren bij de start. Tegelijk gaven zij aan dat ze vooraf niet goed wisten wat hun rol zou zijn of wat er van hen werd verwacht. In 2025 is dit beeld vergelijkbaar. “Ik wist niet wat een wijkforum inhoudt en nam deel zonder te weten wat ik moest doen.” De open opzet vroeg veel van de deelnemers. Er was geen vaste opdracht of kader. De groep moest zelf bepalen wat belangrijk was voor de wijk, welke plannen ze wilde maken en hoe die uitgevoerd konden worden. Uit de enquête en gesprekken blijkt dat meerdere deelnemers behoefte hadden aan duidelijkheid over hun rol, structuur in het proces en begeleiding bij het maken van keuzes. “Er lag nog niets.

Er was geld beschikbaar en een abstract idee. Zij moesten alles ophalen en doen.”

6

Ook de begeleiders van het wijkforum zagen hoe deelnemers enthousiast begonnen, maar al snel zoekend waren naar hun rol en richting. Deelnemers voelden zich onzeker, en de energie was versnipperd. Sommigen voelden zich alleen staan in hun initiatief, anderen keken afwachtend naar elkaar of naar de gemeente. In de eerste ronde (2022) startte de wijkraad met zeven ingelote leden, waarvan er twee voortijdig stopten. In de tweede ronde (2023) was de groep kleiner; precieze aantallen wisselden per bijeenkomst. Meerdere betrokkenen gaven aan dat het moeilijker was om de groep bijeen te houden en om gezamenlijke plannen op gang te brengen. Enkele leden uit de eerste ronde sloten opnieuw aan, wat bijdroeg aan enige continuïteit. “Ze waren vooral zoekende en hadden weinig houvast. Het opzetten van een wijkplatform kost tijd en vraagt om duidelijke ondersteuning.” Tijdens de gezamenlijke sessie op 25 maart reflecteerden de aanwezigen op het wijkforum. Aanwezig waren vier oud-leden van het forum (twee uit de eerste lichting en twee uit de tweede), zes mensen van de gemeente die in verschillende fases betrokken waren, en de begeleider van het wijkforum. Met duplo konden de deelnemers uitbeelden hoe zij het wijkforum vanuit hun rol hadden ervaren.

Eén van de deelnemers gaf in de reflectie aan dat het hem was opgevallen dat een olifantje meerdere keren van plek werd verplaatst – door verschillende mensen, die zich niet afvroegen waarom het er stond of wie het had neergezet. Iedere deelnemer deed wat hem of haar logisch leek, zonder na te denken over de betekenis van elkaars keuzes. Dat beeld raakte aan een herkenbaar patroon. De vraag “waar zijn we eigenlijk mee bezig?” werd letterlijk uitgesproken. Het verplaatsen van het olifantje gaf inzicht in hoe het ontbreken van afstemming kon leiden tot verwarring, vertraging en het gevoel dat ieder vooral op eigen houtje probeerde iets goeds te doen (zie foto).

7

2.2 Wat het vroeg van de gemeente Ook voor de gemeente betekende het wijkforum een nieuwe manier van werken. Het werken met gelote inwoners bracht een andere verhouding met zich mee dan bij traditionele participatie. Er was geen sprake van een initiatief van onderop, maar van een door de gemeente gefaciliteerd experiment. Daarmee verschoof ook de rol van de organisatie De gemeente stelde een onafhankelijke begeleider aan om het wijkforum te ondersteunen. Die speelde een belangrijke rol in het op gang brengen van het proces en het vasthouden van ritme. Haar opdracht was bewust beperkt: begeleiden waar nodig, zonder het werk van de deelnemers over te nemen. Dat vroeg om een precieze balans, tussen ruimte geven en richting bieden. Tegelijkertijd had de gemeente wél verwachtingen – bijvoorbeeld over de samenwerking, communicatie en zichtbaarheid van het forum – zonder dat die altijd expliciet werden uitgesproken. “De gemeente wilde niet te veel vragen van het forum, maar had wel verwachtingen.” Andere gemeentelijke functies – zoals gebiedsverbinder, beleidsadviseur en communicatieadviseur – waren in de praktijk niet altijd goed op elkaar afgestemd. Er was vooraf geen gezamenlijke werkwijze afgesproken.

Daardoor ontstonden in de praktijk vragen: wie onderhoudt contact met het wijkpanel? Wie bewaakt de voortgang? Wie is aanspreekpunt voor communicatie of praktische ondersteuning? Ook ambtenaren zelf gaven aan dat het zoeken was naar hun rol. Er was de wens om ruimte te laten, en tegelijk de verantwoordelijkheid om het proces niet te laten vastlopen. Dat leverde spanning op: wanneer grijp je in, en wanneer laat je het lopen? Deelnemers waren immers geen opdrachtnemers, maar gelote vrijwilligers. Dat betekende ook dat de gemeente hen niet kon aanspreken zoals bij een commissie of werkgroep. Begeleiding was wel mogelijk, maar niet vanzelfsprekend. Die spanning werd binnen de organisatie ervaren als

8

machteloosheid: je ziet wat er nodig is, je probeert ondersteuning te bieden, maar je hebt weinig grip. “We kunnen mensen van alles vragen en begeleiding aanbieden, maar geen eisen stellen.” De ervaringen rond het wijkforum maken duidelijk hoe belangrijk drie dingen zijn: willen bijdragen, kunnen bijdragen, en daar de ruimte voor krijgen. Deze factoren – bekend uit het gedragswiel van gezondheidspsycholoog Susan Michie (2011) – bepalen in sterke mate of mensen daadwerkelijk in actie komen. Op ‘willen’ heeft de gemeente weinig invloed. Maar op ‘kunnen’ en ‘gelegenheid’ wél: door belemmeringen weg te nemen en ondersteuning te bieden die aansluit, kan de kans op daadwerkelijke participatie toenemen.

2.3 Samenwerking en besluitvorming De samenwerking tussen het wijkforum en de gemeente werd wisselend ervaren. Er was waardering voor de betrokkenheid van individuele ambtenaren, maar ook frustratie over wisselingen in contactpersonen, het uitblijven van terugkoppeling en het ontbreken van duidelijke spelregels. De gemeente gaf regelmatig aan dat voorstellen niet uitvoerbaar waren of niet pasten binnen bestaand beleid, bijvoorbeeld bij ideeën over verkeersveiligheid. Tegelijk was voor het forum vaak niet duidelijk wat die beleidskaders precies inhielden. “De ideeën waren er wel, maar veel was niet mogelijk binnen het gemeentelijk beleid.” In de sculpting-sessie werd dit tastbaar gemaakt. De gemeente werd verbeeld als een logge olifant – met goede bedoelingen, maar moeilijk wendbaar. Op de rug van de olifant zat een klein poppetje die probeerde te sturen – maar zonder veel effect. Ook lag in het ontwerp een rommelige knoop van lintjes, draadjes en strikjes, symbool voor de wirwar procedures en regels, waar niemand goed uitkwam. De frustratie zat niet alleen in de uitkomst, maar in het gebrek aan openheid over het proces: wijkforumleden gaven aan niet te weten waarom voorstellen werden afgewezen, of wat wel mogelijk was.

9

De verhouding bleef daardoor kwetsbaar. De gemeente hield zich op afstand, terwijl het forum soms juist behoefte had aan sturing of meedenken. Tegelijkertijd ontstond bij sommige wijkforumleden een afwachtende houding: “als het niet mag, doe ik het ook niet.” In de sculpting-sessie werd dat verwoord als een soort klantgedrag, waarin beide kanten op elkaar reageren zonder het patroon te doorbreken. "Als ik had geweten waarom iets niet kon, had ik kunnen meedenken. Nu voelde het als een muur." Die dynamiek maakte het lastig om voortgang te boeken. Sommige plannen kwamen tot uitvoering, maar andere verzandden in onduidelijkheid of gingen verloren tussen de beleidslijnen. In de sessie werd gezegd: we communiceren niet over waarom we bepaalde keuzes maken – en daardoor weten mensen ook niet waar ze aan toe zijn.

2.4 Verbinding met de wijk Het wijkforum had de opdracht om namens de wijk plannen te maken en contact te houden met inwoners. In de praktijk bleek dat lastig. Deelnemers vonden het moeilijk om andere inwoners aan te spreken of te betrekken. In de tweede ronde van het forum bleef dit een terugkerende uitdaging. De groep voelde soms als een interne werkgroep, eerder naar binnen gekeerd dan gericht op de wijk. Tijdens

de

sculpting-sessie

werd

dat

zichtbaar

met

de

duplo.

De

wijkforumleden stonden dicht op elkaar uitgebeeld wat gezelligheid gaf, maar ook gesloten voelde. De verbinding met de rest van de wijk bleef beperkt. Toch gaven verschillende mensen aan dat er meer mogelijk was geweest. Het wijkforum had plannen ontwikkeld op basis van signalen uit de wijk, maar liepen regelmatig vast. Soms doordat het onduidelijk was wat wel en niet mogelijk was binnen

het

gemeentelijk

(meerjarig)

beleid,

soms

door

gebrek

aan

ondersteuning en soms door de beperkte slagkracht van het wijkforum. 10

Ook de terugkoppeling naar de wijk bleef beperkt. In de sculpting-sessie werd het forum omschreven als een eiland: actief en betrokken, maar niet stevig verbonden met de omgeving. In de enquête gaf een meerderheid aan moeite te hebben met het ophalen van signalen of contact leggen met andere inwoners. "Het forum voelde soms als een aparte club. Ik wist niet goed wat ik moest vertellen aan buren." Volgens betrokkenen speelde de aard van de wijk hierin mee. Het gebied is versnipperd en wordt fysiek gescheiden door een drukke weg. Dat maakte het leggen van verbinding extra uitdagend.

11

3. Wat we hiervan kunnen leren De ervaringen met het wijkforum laten zien dat nieuwe vormen van bewonersbetrokkenheid veel kunnen opleveren, maar ook spanning oproepen. In dit hoofdstuk formuleren we drie lessen die richting kunnen geven aan toekomstige experimenten. Geen oordeel, maar een reflectie op wat zichtbaar werd: in praktijk, gesprekken en gezamenlijke terugblik.

3.1 De grenzen van loting Het wijkforum werd samengesteld via loting, om ook bewoners te bereiken die zich niet vanzelf melden. Dat werkte deels: er ontstond een groep met uiteenlopende leeftijden, achtergronden en ervaringen. Tegelijkertijd leidde dit niet automatisch tot betrokkenheid of initiatief. Veel deelnemers stapten in zonder precies te weten wat het wijkforum was of wat er van hen werd verwacht. Zonder vaste opdracht of structuur bleef het lastig om richting te vinden – en eigenaarschap te ervaren. De ervaring liet zien dat loting om meer begeleiding vraagt dan werd verwacht. Loting kan een zinvolle start zijn om andere stemmen te betrekken, maar werkt alleen als ook is nagedacht over wat deelnemers onderweg nodig hebben. Niet alleen in selectie, maar ook in begeleiding, opdracht en ondersteuning. Het vraagt een bewuste keuze: wanneer en waarom kies je voor loting – en wat is er dan nodig om betrokkenheid mogelijk te maken?

3.2 Participatie begint met een helder doel Het wijkforum kreeg veel vrijheid om zelf richting te bepalen. Er was geen vooraf uitgewerkte opdracht, geen vastgelegde rol en weinig structuur. Deelnemers kregen de vrijheid om samen richting te bepalen. Tegelijk waren er verwachtingen en beperkingen vanuit de gemeente, die niet altijd uitgesproken werden. Wat ontbrak, was een gedeeld beeld van het doel van het forum: waarom het werd opgezet, wat het moest opleveren, en hoe deelnemers en gemeente zich daartoe verhouden. Deelnemers begonnen met enthousiasme, maar zonder

12

richting of context werd het moeilijk om keuzes te maken of initiatieven op te bouwen. Ook binnen de organisatie was het zoeken: wanneer ondersteun je, wanneer laat je los, en wie bewaakt de lijn? In de sculpting sessie werd dit verbeeld als een ballon in het centrum van de samenwerking: iets positiefs om samen naartoe te werken, een doel dat richting en samenhang geeft. Daarbij bouwden een aanwezige een raam – een soort gemeenteloket – met open luiken. Dat stond symbool voor contact dat niet aan en uit gaat, maar er continu is. Door af te spreken wie aanspreekbaar is en waar je terecht kunt – ook als mensen of rollen wisselen – kan er echt worden samengewerkt. Die beelden benadrukken wat ook in de evaluatie zichtbaar is: ruimte werkt alleen als er duidelijkheid is over waar het initiatief naartoe gaat, wat je van elkaar verwacht, en hoe je onderweg in contact blijft. Ruimte geven is waardevol, maar leidt niet vanzelfsprekend tot beweging.

3.3 Wat er in beweging is gebracht Naast alle leerpunten en vragen die in deze evaluatie naar voren komen, is er in beide rondes ook concreet gewerkt aan verbeteringen in de wijk. Forumleden hebben initiatieven opgepakt, overleg gevoerd en geprobeerd om verschil te maken op thema’s die in de wijk leven. Zo is met hulp van het wijkpanel een enquête uitgezet, bedoeld om signalen uit de wijk op te halen als input voor een wijkagenda. Op basis daarvan werden thema’s benoemd en initiatieven opgezet. In samenwerking met studenten van Inholland werd een burendag georganiseerd, gericht op ontmoeting en vergroening. Het Narcisplantsoen is vergroend, in overleg met Spaarnelanden. Vanuit zorgen over de openbare ruimte is contact gelegd met de gemeente over het vervangen van afvalbakken op plekken waar veel zwerfafval lag. Daarnaast is in overleg met bewoners gestart met het ontwerp van een muurschildering. Deze krijgt een plek in het openbare domein en maakt deel uit van een bredere poging om de wijk zichtbaarder en herkenbaarder te maken. 13

Voor veel deelnemers betekende het wijkforum ook een verbreding van hun blik. Zij leerden hun buurt op een nieuwe manier kennen, zagen verschillen in ervaring en perspectief, en ontdekten hoe het is om met onbekenden samen plannen te maken. Ook ontstond er meer inzicht in hoe besluitvorming werkt bij de gemeente. Het forum bracht gesprekken op gang en gaf bewoners het gevoel dat hun ideeën ertoe deden – al was dat gevoel niet altijd duurzaam. Deze initiatieven maakten zichtbaar dat het wijkforum meer was dan een experiment met nieuwe vormen van participatie. Bewoners werkten samen, legden contact met organisaties en probeerden op verschillende manieren iets te betekenen voor hun wijk. Niet alles kreeg vervolg of leidde tot uitvoering, maar het forum heeft bijgedragen aan het agenderen van thema’s, het verbinden van mensen en het op gang brengen van gesprekken over wat er mogelijk is. In sommige gevallen leidde dat tot acties of vervolg vanuit de gemeente.

14

4. Voor in de toekomst In dit hoofdstuk vertalen we de lessen uit de praktijk naar aanbevelingen voor nieuwe experimenten of doorontwikkeling. De aanbevelingen hieronder zijn bedoeld als richting.

4.1 Kies bewust voor loting Loting brengt andere stemmen aan tafel. Het kan mensen bereiken die zich anders niet vanzelf melden. Maar het werkt alleen als de vorm past bij het doel. Voor kortlopende, concrete opgaven is loting kansrijk. Voor een open groep met een brede opdracht en langere looptijd, zoals een wijkforum, vraagt het om intensieve begeleiding. Zonder urgentie, structuur of vaste opdracht is het lastig om motivatie vast te houden.

4.2 Geef richting en structuur Voor participatie die werkt, is een duidelijke start cruciaal. In Zijlweg-West ontbrak een vaste opdracht. Dat bood ruimte, maar ook verwarring: wat doen we, met wie, en waarvoor? Zeker bij een gelote groep – zonder onderlinge band of ervaring – is het belangrijk om te starten met een heldere opgave, een gezamenlijk vertrekpunt en praktische ondersteuning.

4.3. Zorg voor ritme en aanspreekbaarheid Betrokkenheid groeit in de tijd. Maar alleen als er continuïteit is. In Zijlweg-West waren er momenten waarop deelnemers niet wisten bij wie ze terecht konden, of waarop contacten wegvielen. Zorg voor vaste aanspreekpunten, regelmatig overleg en heldere communicatie. Dat voorkomt stilstand als mensen of rollen wisselen – en versterkt het vertrouwen, aan beide kanten.

4.4 Wees open over wat wél en niet kan Ruimte geven betekent ook: helder zijn over grenzen. In Zijlweg-West liepen ideeën soms vast op regels of beleid – zonder dat werd uitgelegd waarom. Dat werkte verlammend. Ook een ‘nee’ kan motiveren, als je uitlegt wat er wél mogelijk is. Dan ontstaat ruimte voor samenwerking in plaats van stilstand.

15

4.5 Maak zichtbaar wat er gebeurt Betrokkenheid vraagt om zichtbaarheid. In beide rondes van het wijkforum is gewerkt aan plannen, contact gelegd met partners, en zijn concrete acties opgepakt – van vergroening tot een wijkenquête. Maar lang niet alles was zichtbaar voor anderen. Zonder terugkoppeling of zichtbaarheid verdwijnt energie.

De lessen in dit hoofdstuk sluiten aan op wat in 2022 al zichtbaar werd: dat participatie via loting vraagt om heldere communicatie, stabiele begeleiding en een bewuste balans tussen autonomie en ondersteuning. De ervaring in Zijlweg-West bevestigt dat beeld – en voegt eraan toe dat ruimte geven niet vanzelf leidt tot beweging. Het vraagt aandacht, betrokkenheid en een gezamenlijke koers, waarin inwoners én gemeente weten waar ze aan toe zijn.

16

Bijlage 1. Financieel overzicht Gedurende de looptijd van het experiment wijkforum Zijlweg-West zijn er twee termijnen geweest waarin het forum actief was. Beide groepen kregen financiële middelen vanuit het gemeentelijk programma Nieuwe Democratie om wijkinitiatieven mogelijk te maken. Eerste termijn Voor de eerste lichting wijkforumleden werd een bedrag van €30.000 beschikbaar gesteld. Deze groep heeft een deel van het budget besteed aan wijkacties, vergroeningsprojecten en communicatie. Door verschillende omstandigheden – waaronder de beperkingen door corona, wisselingen in begeleiding en de tijd die nodig was voor groepsvorming – is in deze periode echter niet het volledige bedrag gebruikt. Ongeveer €8.000 bleef over aan het einde van deze eerste termijn. Tweede termijn Voor de tweede termijn werd opnieuw €30.000 toegekend vanuit de gemeentelijke programmabegroting. Samen met de resterende €8.000 van de eerste groep kwam het totaal beschikbare budget voor de tweede groep uit op circa €38.000. In de loop van deze tweede termijn is een groot deel van dit bedrag besteed of gereserveerd. Tot eind 2024 is in totaal €35.772,76 uitgegeven of vastgelegd. Daarvan is €18.000 gereserveerd voor de realisatie van een muurschildering, die in 2025 wordt uitgevoerd.

De overige middelen zijn besteed aan onder andere vergroening, materialen voor wijkinitiatieven, communicatie en het organiseren van bijeenkomsten. Op het moment van deze evaluatie resteert nog een bedrag van circa €2.200.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15911095/1