CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem

commissie Beheer 5 oktober 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18.45 uur Nota Bodembeheer 2023 en Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 (RB)35.299 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BODEMKWALITEITSKAART 2023-2028 GEMEENTE HAARLEM 23 MEI 2023

WSP NEDERLAND B.V. RINGWADE 41 3439 LM NIEUWEGEIN +31 (0)88 910 20 00 wsp.com

PROJECTNUMMER SOB021860 DOCUMENTNUMMER SOB021860.RAP001

RAPPORTHISTORIE Gemeente Haarlem Afdeling Omgevingsbeleid

CONTACTGEGEVENS

AUTORISATIE PROJECTNUMMER

DOCUMENTNUMMER

STATUS

SOB021860

SOB021860.RAP001

Definitief

OPGESTELD DOOR FUNCTIE DATUM PARAAF

23 mei 2023 GEVERIFIEERD EN GOEDGEKEURD DOOR

FUNCTIE

DATUM

PARAAF

23 mei 2023

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 2/31

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

5

1.1

Achtergronden

5

1.2

Aanleiding

5

1.3

Doelstelling

5

2

BODEMFUNCTIEKLASSENKAART

7

3

BODEMKWALITEITSKAART

9

3.1

Stap 1: Programma van eisen

9

3.2

Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden

11

3.3

Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking

13

3.3.1

Selecteren beschikbare gegevens

13

3.3.2

Het samenvoegen van punt- en mengmonsters

13

3.3.3

Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet

13

3.3.4

Het opsporen van uitbijters

13

3.4

Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied

14

3.4.1

Aantal en spreiding meetgegevens

14

3.4.2

Splitsen van deelgebieden

14

3.5

Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden en bodemkwaliteitszones

15

3.6

Stap 7: Karakteriseren bodemkwaliteitszones

16

3.7

Stap 8: Bodemkwaliteit

18

3.7.1

Inleiding

18

3.7.2

Kaart met uitgesloten locaties en gebieden

18

3.7.3

Ontgravingskaart

19

3.7.4

Toepassingskaart (generiek kader Besluit bodemkwaliteit)

20

3.8

Evaluatie bodemkwaliteitskaarten 2017

22

3.9

Bijzondere omstandigheden

24

4

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

26

BRONVERMELDINGEN

31

OVERZICHT BIJLAGEN Bijlage 1

— Begrippenlijst Bijlage 2

— Selectiewijze dataset bodemkwaliteits-kaart

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 3/31

Bijlage 3

— Specificatie uitbijters Bijlage 4A

— Statistische parameters NEN5740 bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 4B

— Statistische parameters PFAS-verbindingen bodemkwaliteits-zones (gemeten waarden)

OVERZICHT KAARTBIJLAGEN Kaartbijlage 1 —

Bodemfunctieklassenkaart

Kaartbijlagen 2 —

Bodemkwaliteitszonekaart

Kaartbijlage 3 —

Kaart met uitgesloten locaties en gebieden

Kaartbijlagen 4 —

Ontgravingskaarten

Kaartbijlagen 5 —

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

Toepassingskaarten generiek beleid

WSP 23 mei 2023 pagina 4/31

1

INLEIDING

1.1

ACHTERGRONDEN

De gemeente Haarlem heeft als onderdeel van een duurzaam bodembeleid een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Met het opstellen van de bodemkwaliteitskaart wordt de diffuse bodemkwaliteit inzichtelijk gemaakt van verschillende deelgebieden van de gemeente. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten moet een bodemkwaliteitskaart periodiek (eens per 5 jaar) opnieuw beleidsmatig worden vastgesteld. De huidige bodemkwaliteitskaart is in oktober 2018 vastgesteld. Ook heeft de gemeente naar aanleiding van artikel 55 van het Besluit bodemkwaliteit een bodemfunctieklassenkaart opgesteld. De bodemkwaliteitskaart én de bodemfunctieklassenkaart vormen de basis voor het vastleggen van de eisen die gelden op de locatie van toepassing. De eisen voor toepassing zijn/worden vastgelegd in een bodembeheerplan of nota bodembeheer. De bodemkwaliteitskaart kan onder voorwaarden worden gebruikt als milieuhygiënische verklaring voor de toe te passen grond of baggerspecie. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1.

1.2

AANLEIDING

Het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie valt onder de regelgeving van het Besluit bodemkwaliteit [1] (hierna ‘het Besluit’). Hiervoor heeft de gemeente Haarlem een bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaarten[2] opgesteld. In de gemeentelijke beleidsnota Bodembeheer Haarlem[3] is het bodembeleid en bodembeheer van de gemeente geformuleerd. Om meerdere redenen wil de gemeente de eerder opgestelde gemeentelijke bodemkwaliteitskaarten actualiseren: — De in 2017 opgestelde bodemkwaliteitskaart verloopt op 30 oktober 2023. De kaart is daarna niet meer geldig en kan niet meer worden gebruikt als bewijsmiddel bij grondverzet (extra onderzoekskosten en -tijd). — De in 2020 opgestelde bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen is nog niet bestuurlijk vastgesteld. Sinds 2020 zijn veel gegevens over PFAS-verbindingen beschikbaar gekomen. Deze nieuw verkregen gegevens wil de gemeente gebruiken om de bodemkwaliteitskaart voor PFAS-verbindingen te actualiseren. De eerder opgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart is meer dan 10 jaar geleden opgesteld. Om de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de actuele situatie op de kaart weer te geven, wil de gemeente de bodemfunctieklassenkaart actualiseren.

1.3

DOELSTELLING

Doel van het aanpassen van de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart is dat de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de actuele situatie op de kaart worden weergegeven, overeenkomend met de huidige inrichting en toekomstige ontwikkelplannen.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 5/31

Doel van het actualiseren van de bodemkwaliteitskaarten is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeente. Achterliggend doel is om gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit en de Omgevingswet biedt: — als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); — als bewijsmiddel bij klein grondverzet; — om eenduidig gebiedsspecifiek en milieuvriendelijk bodem(grondstromen)beleid te kunnen blijven uitvoeren; — het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming [4] en het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen[5]; — om (voor aangewezen gebieden) vrijstelling van bodemonderzoek mogelijk te maken bij omgevingsvergunningsaanvragen (activiteit bouwen en/of activiteit ruimtelijke ontwikkeling); — om onder de Omgevingswet te gebruiken bij de interpretatie van een eindsituatie onderzoek na het beëindigen van een bodembedreigende activiteit als geen nulsituatieonderzoek is uitgevoerd.

In deze rapportage staat beschreven hoe de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart is aangepast, volgens welke werkwijze de bodemkwaliteitskaarten zijn geactualiseerd en wat de resultaten zijn.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 6/31

2 BODEMFUNCTIEKLASSENKAART Op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1) wordt conform het Besluit de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' aangegeven. Om aan te sluiten bij de Omgevingswet, is ook de functie ‘Landbouw/natuur’ onderscheiden1. De bodemfunctieklassenkaart wordt ook gebruikt voor: — Het mede bepalen van de eisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.7.4). De kwaliteitseis van de toe te passen grond wordt bepaald aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse én de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). — vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling Uniforme Saneringen. De eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (2017) is aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de actuele situatie weergegeven. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ vallen.

Opgemerkt wordt dat kleinere/dynamische elementen zoals bermen en individueel aangewezen percelen uit bestemmingsplannen niet volledig op de kaart zijn afgebeeld.

Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen BODEMFUNCTIEKLASSE GEBRUIKSVORM

Industrie

— Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). — Spoorwegen en rangeerterreinen inclusief de onverharde bermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de rails). — Wegen inclusief onverharde wegbermen in beheer van de gemeente (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). — (Toekomstige) industrie- en bedrijfsterreinen. — Rioolwater- en afvalwaterzuiveringsinstallaties. — Percelen in het buitengebied die in het bestemmingsplan zijn bestemd voor industrie of bedrijf.

Wonen

— Overig bebouwd gebied niet vallende onder functie industrie. — Woningen gelegen op industrieterreinen (voor zover aangewezen in het bestemmingsplan). — Sportvelden, voor zover niet vallende onder functie Landbouw/natuur. — Percelen in het buitengebied die in het bestemmingsplan zijn bestemd voor wonen.

1

In de Omgevingswet wordt de extra functie ‘Landbouw/natuur’ onderscheiden; zie document: Transitie nota bodembeheer en bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart naar het stelsel van de Omgevingswet, Bouwsteen Aanvullingsspoor bodem, Bodembeheer van de Toekomst, Uitvoeringsprogramma Bodem & Ondergrond, 23 december 2020.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 7/31

BODEMFUNCTIEKLASSE GEBRUIKSVORM

Landbouw/natuur

— — — — — —

Agrarische gebieden. Volkstuin- en moestuincomplexen. Begraafplaatsen. Parken. Sportvelden, voor zover niet vallende onder functie Wonen. Door de provincie Noord-Holland aangewezen natuurgebieden (zie de 14 Natura 2000 beheerplannen2 en het Natuurnetwerk Nederland3.

BERMEN Onder de onverharde wegbermen wordt verstaan de strook grond naast de verharde (klinker- of asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend vanuit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur 2.1): — de erfgrens of; — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of; — de meest nabij gelegen insteek van een natte bermsloot of; — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen gelegen in gebieden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond worden toegepast.

Figuur 2.1 Begrenzing wegbermen (bron: brief van het voormalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart, kenmerk RWS/DVS‐2009/2932, 19 november 2009). 2 3

Natura 2000 beheerplannen provincie Noord-Holland; https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Natuur/Natuurversterking_Stikstof/Natura_2000_beheerplannen. Natuurnetwerk Nederland, zie de website van de provincie Noord-Holland: https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Natuur/Natuurversterking_Stikstof/Natuurnetwerk_Nederland_NNN.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 8/31

3 BODEMKWALITEITSKAART De bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten [6]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Stap 2: Stap 3: Stap 4: Stap 5: Stap 6: Stap 7: Stap 8:

Opstellen programma van eisen (§ 3.1). Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken (§ 3.2). Gegevensverzameling en gegevensbewerking (§ 3.3). Indelen bodembeheergebied in deelgebieden (§ 3.2). Controle indeling van het bodembeheergebied (§ 3.4). Verzamelen aanvullende informatie (§ 3.5). Vaststellen bodemkwaliteitszones. (§ 3.6). Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart; § 3.7).

3.1

STAP 1: PROGRAMMA VAN EISEN

Voor deze bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: — Het bodembeheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het gehele grondgebied van de gemeente Haarlem. — De bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld voor de landbodem voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 5 meter diepte. — De volgende locaties en gebieden worden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: • Rijkswegen, provinciale wegen, spoorgebonden gronden inclusief de onverharde bermen (andere beheerorganisatie). • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron, zoals bijvoorbeeld: — locaties met een duidelijk aanwijsbare bron voor een eventuele bodemverontreiniging zoals bijvoorbeeld een ondergrondse tank voor de opslag van olie, een chemische wasserij, een ontvettingsbad of een afleverzuil voor brandstof(fen) etc..

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 9/31

— locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen4 in verhoogde gehalten in de bodem

kunnen voorkomen (PFAS producerende5 en verwerkende bedrijven6, inzet blusschuim7 en secundaire bronnen8). — (Voormalige) stortplaatsen. — Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) en afvalwaterzuiveringsinstallaties (AWZI). • Gesaneerde locaties in het kader van de Wet bodembescherming. • De bodemlaag dieper dan 5 meter onder het maaiveld • Waterbodems; ander bevoegd gezag (met uitzondering van de drogere oevergebieden die zijn gedefinieerd en aangewezen in de Waterregeling[7]). • Het grondwater. — De bodemkwaliteitskaart is geactualiseerd voor: • Het standaard NEN5740 stoffenpakket: barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte en de bodemlaag vanaf 2,0 tot en met 5,0 meter diepte onderscheiden. Arseen en chroom waren in de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart [2] in alle bodemkwaliteitszones gemiddeld onder de Achtergrondwaarden (AW2000) vastgesteld. In de onderzoeken die de laatste jaren beschikbaar zijn gekomen zijn deze zware metalen nauwelijks onderzocht. Om deze redenen zijn arseen en chroom niet meer in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen. • De PFAS-verbindingen9.

Vanwege het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie[8] moet in de te hergebruiken grond of baggerspecie de kwaliteit voor PFAS-verbindingen bekend zijn. Voor de PFAS-verbindingen in de bodemkwaliteitskaart zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte (bovengrond) en de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte (tussenlaag) onderscheiden. Deze lagen zijn verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, uitspoeling van PFAS uit de bovenlaag naar de onderliggende bodemlaag en grondroering. — De bodemkwaliteitskaart wordt gebaseerd op basis van de beschikbare gegevens uit het gemeentelijke bodeminformatiesysteem.

4

5 6

7

8 9

Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers), gebruik bestrijdingsmiddelen. Het betreft minimaal de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 10/31

3.2 STAPPEN 2 EN 4: ONDERSCHEIDENDE GEBIEDSKENMERKEN EN INDELEN BODEMBEHEERGEBIED IN DEELGEBIEDEN De basis van de bodemkwaliteitskaart is het identificeren van onderscheidende gebiedskenmerken. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). Op basis van de bodemopbouw, de gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, de geomorfologie en het huidig gebruik wordt een deelgebiedenkaart gedefinieerd. Voor deze bodemkwaliteitskaart is in overleg met de gemeente een indeling gemaakt voor de bovengrond (bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte; aangeduid met codering ‘B’), de alleen voor PFAS-verbindingen gedefinieerde tussenlaag (bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte; aangeduid met codering ‘T’) en de ondergrond (bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte; aangeduid met codering ‘O’) en uitgegaan van de deelgebieden van de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaarten[2] (zie tabel 3.1 en de kaartbijlagen 2). Ook wordt een nieuw deelgebied onderscheiden voor de bodemlaag 2 tot en met 5 meter diepte (aangeduid met codering ‘DO’: diepere ondergrond). Dit deelgebied heeft geen regionale onderverdeling en is gedefinieerd voor de gehele gemeente Haarlem.

Voor de tussenlaag (bodemlaag 0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (bodemlaag 1,0-2,0 m-mv) wordt de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK overigens gelijk gesteld. De indeling voor de deelgebieden is gelijk met uitzondering van de bodemkwaliteitszones PFAS bovenlaag/PFAS tussenlaag, B4/O4A/O4B en B8/O8 (civiel). PFAS-VERBINDINGEN De bodemlagen vanaf het maaiveld tot 1 meter diepte zijn verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, uitspoeling van PFAS uit de bovenlaag naar de onderliggende bodemlaag en grondroering. De bodemlaag dieper dan 1,0 meter wordt vooralsnog niet verdacht beschouwd op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. Binnen de gemeente Haarlem wordt een homogene kwaliteit verwacht voor PFAS-verbindingen. Hierdoor kan worden volstaan met één deelgebied voor PFAS per bodemlaag voor de hele gemeente. In het oostelijk deel van de gemeente Haarlem komen echter ook veengronden voor. In het Handelingskader PFAS staat dat meetgehalten van PFAS-verbindingen moeten worden gecorrigeerd naar standaardbodem bij een organisch stofpercentage hoger dan 10% (net zoals bij de stofgroep PAK).

Dit zorgt ervoor dat een gehalte van 1 µg/kg ds in veengronden met 30% of 40% organische stof, wordt gecorrigeerd naar een gestandaardiseerd gehalte van 0,33 µg/kg ds. Veengronden zorgen daarom voor een clustering van lagere gestandaardiseerde PFAS-gehalten. De veengronden worden daarom als apart deelgebied gezoneerd. Voor de gemeente Haarlem zijn daardoor in de ondergrond twee bodemkwaliteitszones voor PFAS-verbindingen te onderscheiden: veengrond en zand-/kleigrond.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 11/31

Tabel 3.1 Deelgebieden DEELGEBIED

OMSCHRIJVING

PFAS BOVENGROND

Gemeente Haarlem

TA: PFAS VENIGE TUSSENLAAG

Oostelijke veengronden: Buitengebied (noordoost), Buitengebied (zuidoost)

TB: PFAS NIET-VENIGE TUSSENLAAG

Zand-/kleigronden (overig deel gemeente Haarlem)

B1/O1

Centrum

B2/O2

Spaarndam, Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamsebuurt

B3/O3 B4

Haarlemmerhout, Den Hout, Zijlweg-west, Kleverpark, Transvaalbuurt, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt Vogelenbuurt, Indischebuurt, Planetenwijk, Ramplaankwartier, Zeeheldenbuurt, Geschiedschrijversbuurt, Natuurkundigenbuurt (oost en west) en Oosterduin

O4A

Vogelenbuurt, Indischebuurt, Planetenwijk, Ramplaankwartier

O4B

Zeeheldenbuurt, Geschiedschrijversbuurt, Natuurkundigenbuurt (oost en west) en Oosterduin

B5/O5

Delftwijk, Sinnevelt, Ter Kleef en te Zaanen, Schalkwijk

B6/O6

Zuid Schalkwijkerweg, Waarderpolder

B7/O7

Buitengebied (noordoost), Oosterduin, Buitengebied (zuidoost)

B8

Civiel: Centrum, Haarlemmerhout, Den Hout, Zijlweg-west, Kleverpark, Transvaalbuurt, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt, Spaarndam, Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamsebuurt, Schalkwijk, Waarderpolder

O8 DO1-8

Civiel: Centrum, Haarlemmerhout, Den Hout, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt, Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamsebuurt, Waarderpolder Gemeente Haarlem

Codering ‘B’: bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte. Codering ‘O’: bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte. Codering ‘DO’: bodemlaag vanaf 2,0 meter diepte tot en met 5,0 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 12/31

3.3 STAP 3: GEGEVENSVERZAMELING EN GEGEVENSBEWERKING 3.3.1 SELECTEREN BESCHIKBARE GEGEVENS De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig uit het bodeminformatiesysteem van de gemeente Haarlem (d.d. 8 december 2022) waarin bodemgegevens van de gemeente worden geregistreerd en beheerd. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen.

3.3.2 HET SAMENVOEGEN VAN PUNT- EN MENGMONSTERS De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens [9]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.

3.3.3 HET VERVANGEN VAN WAARDEN BENEDEN DE DETECTIELIMIET Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen.

3.3.4 HET OPSPOREN VAN UITBIJTERS Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge of lage gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 13/31

Voor de extreme gehalten is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters.

3.4 STAP 5: CONTROLE INDELING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED 3.4.1 AANTAL EN SPREIDING MEETGEGEVENS De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: — Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. — De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: • Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. • Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. — Per beheergebied (het gebied waar de bodemkwaliteitskaart voor wordt opgesteld) moeten minimaal 30 PFASmeetgegevens beschikbaar zijn per bodemlaag. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart met de stoffen kobalt, molybdeen en PCB. Deze systematiek mag conform het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond [10] ook voor PFAS-verbindingen worden gebruikt. De onderscheiden deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten en het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond.

3.4.2 SPLITSEN VAN DEELGEBIEDEN Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van WSP bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. De overzichten van de variatiecoëfficiënten staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat in bijna alle deelgebieden voor PAK, kwik, lood, koper, PCB, minerale olie en/of enkele PFAS-verbindingen sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 14/31

3.5 STAP 6: VERZAMELEN AANVULLENDE INFORMATIE EN VASTSTELLEN DEFINITIEVE DEELGEBIEDEN EN BODEMKWALITEITSZONES Stap 6 ‘verzamelen aanvullende informatie’ is niet uitgevoerd. Zoals in § 3.4.1 is gesteld, alle onderscheiden deelgebieden voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten. De deelgebieden worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeente. De volgende bodemkwaliteitszones zijn onderscheiden (zie tabel 3.2 en de kaartbijlagen 2):

Tabel 3.2 Bodemkwaliteitszones BODEMKWALITEITSZONES OMSCHRIJVING PFAS BOVENGROND

Gemeente Haarlem

TA: PFAS VENIGE TUSSENLAAG

Oostelijke veengronden: Buitengebied (noordoost), Buitengebied (zuidoost)

TB: PFAS NIET-VENIGE TUSSENLAAG

Zand-/kleigronden (overig deel gemeente Haarlem)

B1/O1

Centrum

B2/O2

Spaarndam, Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamsebuurt

B3/O3 B4

Haarlemmerhout, Den Hout, Zijlweg-west, Kleverpark, Transvaalbuurt, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt Vogelenbuurt, Indischebuurt, Planetenwijk, Ramplaankwartier, Zeeheldenbuurt, Geschiedschrijversbuurt, Natuurkundigenbuurt (oost en west) en Oosterduin

O4A

Vogelenbuurt, Indischebuurt, Planetenwijk, Ramplaankwartier

O4B

Zeeheldenbuurt, Geschiedschrijversbuurt, Natuurkundigenbuurt (oost en west) en Oosterduin

B5/O5

Delftwijk, Sinnevelt, Ter Kleef en te Zaanen, Schalkwijk

B6/O6

Zuid Schalkwijkerweg, Waarderpolder

B7/O7

Buitengebied (noordoost), Oosterduin, Buitengebied (zuidoost)

B8

Civiel: Centrum, Haarlemmerhout, Den Hout, Zijlweg-west, Kleverpark, Transvaalbuurt, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt, Spaarndam, Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamsebuurt, Schalkwijk, Waarderpolder

O8 DO1-8

Civiel: Centrum, Haarlemmerhout, Den Hout, Van Zeggelenbuurt, Slachthuisbuurt, Leidsebuurt, Rozenprieel, Amsterdamsebuurt, Waarderpolder Gemeente Haarlem

Codering ‘B’: bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte. Codering ‘T’: bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 1,0 meter diepte. Codering ‘O’: bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte. Codering ‘DO’: bodemlaag vanaf 2,0 meter diepte tot en met 5,0 meter diepte.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 15/31

3.6 STAP 7: KARAKTERISEREN BODEMKWALITEITSZONES De gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitszones (zie bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') zijn getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit[11] (hierna ‘de Regeling’) en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie[8]. Voor PFAS-verbindingen is uitgegaan van een worst-case benadering. Dit houdt in dat de gehalten aan PFAS-verbindingen in gronden met meer dan 10% organisch stof gehalte niet zijn gecorrigeerd naar standaardbodem. Hierdoor worden dus de gehalten aan PFAS-verbindingen niet naar een lager gehalte gestandaardiseerd. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/natuur (Achtergrondwaarden, AW2000), Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.7.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één of twee stoffen wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’.

Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. In de gemeente komt deze situatie alleen voor in de bodemkwaliteitszones B3, B4, B8 en O8 (omschrijvingen zones zie § 3.5). In tabel 3.3 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4A en bijlage 4B zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.7.4). Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij 4 van de 21 bodemkwaliteitszones (zie tabel 3.4). De controle op het saneringscriterium is niet uitgevoerd.

De gemeente Haarlem heeft in haar beleidsnota Bodembeheer[3] gebiedsspecifiek beleid opgesteld voor gebieden waar een relatief grote kans bestaat dat grond met hogere gehalten aan één of meerdere stoffen wordt hergebruikt en mogelijk tot risico’s kan leiden bij het (toekomstig) bodemgebruik op de toepassingslocatie: “Voor alle bodemkwaliteitszones, uitgezonderd de nieuwe

bodemkwaliteitszone voor de diepere ondergrond (bodemlaag 2-5 m-mv), zijn op basis van de gemiddelde kwaliteit en te borgen bodemfuncties Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. De gedefinieerde Lokale Maximale Waarden leveren geen probleem op bij de vastgestelde functies in de betreffende bodemkwaliteitszone. Als de gemiddelden van de bodemkwaliteitszone waarin de ontgravingslocatie is gelegen boven het Lokale Maximale Waarden zijn vastgesteld van de bodemkwaliteitszone waarin de toepassingslocaties is gelegen, moet de toe te passen grond eerst worden gekeurd.”

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 16/31

Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In de gemeente is in meerdere bodemkwaliteitszones van zowel de boven- als de ondergrond sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere zware metalen, PAK, PFOS (lineair en som) en/of minerale olie (zie tabel 3.3). De overzichten van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staan in bijlage 4A en bijlage 4B (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van het gemiddelde gehalte in de zone kleiner. Voor de bodemkwaliteitszone waar een sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen is vastgesteld zijn ruim voldoende meetgegevens aanwezig om het gemiddelde gehalte (en dus de kwaliteit) goed te beschrijven. Hierdoor is de heterogeniteit voor de gemeente geen aanleiding om aanvullend onderzoek voorafgaand aan het grondverzet te eisen.

Tabel 3.3 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag KWALITEITSBEPALENDE STERKE BODEMKWALITEITSZONE BODEMKWALITEITSKLASSE STOF HETEROGENITEIT Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1

Industrie

Koper, kwik, lood, zink, minerale olie

Koper, lood, zink, minerale olie

B2

Industrie

Koper, lood, zink, PCB, PAK, minerale olie

Koper, lood, zink, PAK, minerale olie

B3

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK

Koper, lood, zink, minerale olie

B4

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK

Koper, zink, minerale olie

B5

Wonen

Lood, PCB, PAK

Minerale olie

B6

Wonen

Lood, zink, PCB. PAK

Zink, minerale olie

B7

Wonen

Kwik, lood, PAK

Minerale olie

B8

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PCB, PAK

Koper, lood, zink, minerale olie

PFAS bovengrond *

Landbouw/natuur (PFAS)

-

PFOS (lineair en som)

Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 0,5 m-mv tot en met 2,0 meter diepte) ** TA: PFAS venige tussenlaag *

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

TB: PFAS niet-venige tussenlaag *

Landbouw/natuur (PFAS)

-

PFOS (lineair en som)

O1

Industrie

Koper, kwik, lood, zink, minerale olie

Koper, lood, zink, minerale olie

O2

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PAK

Lood, nikkel, zink, minerale olie

O3

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PAK

Koper, lood, zink, minerale olie

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 17/31

KWALITEITSBEPALENDE STERKE BODEMKWALITEITSZONE BODEMKWALITEITSKLASSE STOF HETEROGENITEIT O4A

Landbouw/natuur

-

Minerale olie

O4B

Wonen

Kwik, lood, PAK

Koper, zink, minerale olie

O5

Landbouw/natuur

-

Minerale olie

O6

Wonen

Kwik, lood, PAK

Minerale olie

O7

Landbouw/natuur

-

Nikkel

O8

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PAK

Koper, lood, zink, minerale olie

Diepere ondergrond (traject vanaf 2,0 m-mv tot en met 5,0 meter diepte) ** DO1-8

*

**

Landbouw/natuur

-

Minerale olie

In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.

3.7 STAP 8: BODEMKWALITEIT 3.7.1 INLEIDING De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten.

3.7.2 KAART MET UITGESLOTEN LOCATIES EN GEBIEDEN De gemeente Haarlem heeft voor deze bodemkwaliteitskaart een aantal locaties en gebieden uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie § 3.1). De ligging van de uitgesloten locaties is (voor zover mogelijk) weergegeven op kaartbijlage 3. Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de beleidsnota Bodembeheer Haarlem[3] wordt hier nader op ingegaan.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 18/31

3.7.3 ONTGRAVINGSKAART De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor moet bodeminformatie bij de gemeente worden aangevraagd per e-mail: bodeminformatie@haarlem.nl. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op het gemiddelde gehalte van een bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4A en bijlage 4B, kolom 'Gem') en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling en de normen uit het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Voor PFAS-verbindingen is uitgegaan van een worst-case benadering. Dit houdt in dat de gehalten aan PFAS-verbindingen in gronden met meer dan 10% organisch stof gehalte niet zijn gecorrigeerd naar standaardbodem. Hierdoor worden dus de gehalten aan PFAS-verbindingen niet naar een lager gehalte gestandaardiseerd.

Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.6). De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.4 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 4. De kleuren in tabel 3.4 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen. De gemeente Haarlem heeft gebiedsspecifiek beleid opgesteld[3] voor bodemkwaliteitszones waarvan de 95percentielwaarde hoger is dan de voormalige tussenwaarde. In die situatie moet de grond vanuit deze bodemkwaliteitszone worden gekeurd.

Tabel 3.4 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone VERWACHTE ONTGRAVINGSBODEMKWALITEITSZONE KLASSE

KWALITEITSBEPALENDE STOF

95P > INTERVENTIEWAARDE

95P > VOORMALIGE TUSSENWAARDE

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1

Industrie

Koper, kwik, lood, zink, minerale olie

Lood, zink

Koper, lood, zink, PAK

B2

Industrie

Koper, lood, zink, PCB, PAK, minerale olie

Koper, lood, zink, PAK

Lood, zink

B3

Industrie

Zink, PCB

Koper, lood, zink

Koper, lood, zink

B4

Industrie

PCB

-

Koper, lood, zink

B5

Wonen

Lood, PCB, PAK

-

-

B6

Wonen

Lood, zink, PCB. PAK

-

Lood, zink

B7

Wonen

Kwik, lood, PAK

-

Lood

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 19/31

VERWACHTE ONTGRAVINGSBODEMKWALITEITSZONE KLASSE

KWALITEITSBEPALENDE STOF

95P > INTERVENTIEWAARDE

95P > VOORMALIGE TUSSENWAARDE

B8

Industrie

Zink

Lood, zink

Koper, lood, zink, PAK

PFAS bovengrond *

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

-

Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 0,5 m-mv tot en met 2,0 meter diepte) ** TA: PFAS venige tussenlaag *

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

-

TB: PFAS niet-venige tussenlaag *

Landbouw/natuur (PFAS)

-

-

-

O1

Industrie

Koper, kwik, lood, zink, minerale olie

Koper, lood, zink

Koper, lood, zink

O2

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PAK

-

Lood, zink

O3

Wonen

Koper, kwik, lood, zink, PAK

-

Koper, lood, zink, PAK

O4A

Landbouw/natuur

-

-

-

O4B

Wonen

Kwik, lood, PAK

-

Lood, zink

O5

Landbouw/natuur

-

-

-

O6

Wonen

Kwik, lood, PAK

-

Lood

O7

Landbouw/natuur

-

-

-

O8

Industrie

Koper, lood

Koper, lood

Koper, lood, zink, PAK

Diepere ondergrond (traject vanaf 2,0 m-mv tot en met 5,0 meter diepte) ** DO1-8

*

**

Landbouw/natuur

-

-

Lood

In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.

3.7.4 TOEPASSINGSKAART (GENERIEK KADER BESLUIT BODEMKWALITEIT) De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt dat de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. Hiervoor moet bodeminformatie bij de gemeente worden aangevraagd per e-mail: bodeminformatie@haarlem.nl.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 20/31

In tabel 3.5 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlagen 5 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.5 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 5 (toepassingskaart generiek kader Besluit bodemkwaliteit).

Tabel 3.5 Toepassingseisen per combinatie (voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. BODEMKWALITEITSZONE

BODEMFUNCTIES

BODEMKWALITEITSKLASSE

TOEPASSINGSEIS $

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1

Wonen

Industrie

Industrie B2

Wonen

Industrie Industrie

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur B4

Industrie Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur B6

B7

Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur

Wonen Landbouw/natuur

Industrie B5

Wonen Landbouw/natuur

Industrie B3

Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur

B8

Industrie

Wonen

Wonen

PFAS bovengrond *

Divers

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 1,0 m-mv tot en met 2,0 meter diepte) ** Industrie TA: PFAS venige tussenlaag *

Wonen

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur TB: PFAS niet-venige tussenlaag *

Industrie Wonen Landbouw/natuur

O1

Wonen

Industrie

Wonen

O2

Industrie

Wonen

Wonen

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 21/31

BODEMKWALITEITSZONE

BODEMFUNCTIES

BODEMKWALITEITSKLASSE

TOEPASSINGSEIS $

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie O3

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur O4A

Wonen Industrie

O4B

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie O5

Wonen Landbouw/natuur Industrie

O6

Landbouw/natuur Wonen

O7

Landbouw/natuur

O8

Industrie

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen

Diepere ondergrond (traject vanaf 2,0 m-mv tot en met 5,0 meter diepte) ** Industrie DO1-8

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

* ** $

In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.

3.8 EVALUATIE BODEMKWALITEITSKAARTEN 2017 Als de bodemkwaliteit van deze bodemkwaliteitskaart wordt vergeleken met de bodemkwaliteitskaart 2017 zijn er in de bodemkwaliteitszones B7, B8, O2 verschillen in ontgravingsklasse en/of in het toetsingsresultaat van de 95-percentielwaarde (95P) aan de voormalige tussenwaarde. Ook is een extra bodemkwaliteitszone voor de bodemlaag van af 2 tot en met 5 meter diepte onderscheiden. Arseen en chroom waren in de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart in alle bodemkwaliteitszones gemiddeld onder de Achtergrondwaarden (AW2000) vastgesteld. In de onderzoeken die de laatste jaren beschikbaar zijn gekomen zijn deze zware metalen nauwelijks onderzocht. Om deze redenen zijn arseen en chroom niet meer in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen. De wijzigingen ten opzichte van de huidige bodemkwaliteitskaart zijn in tabel 3.6 in het rood gemarkeerd aangeven.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 22/31

Reden voor de verschillen in de bodemkwaliteitszones B7 en B8 is dat in de nieuwe data relatief meer analyseresultaten in de bovenkant van de verdeling zitten, maar wel passend blijven binnen de verdeling van de huidige BKK. Reden voor de verschuivingen in de bodemkwaliteitszones O2 is dat de gemiddelden kwaliteitsbepalende stoffen in 2017 (lood en zink] net boven de toetsnorm voor de kwaliteitsklassen Wonen en Industrie lagen. Na toevoegen van de nieuwe meetgegevens liggen de gemiddelden van lood en zink net onder de toetsnorm voor de kwaliteitsklassen Wonen en Industrie. Doordat de gemiddelden met meer gegevens worden onderbouwd, is de classificering van de verwachte kwaliteit betrouwbaarder. Voor de bodemkwaliteitszone O4A hebben de vele nieuwe meetgegevens in de dataset ervoor gezorgd dat de 95P voor lood lager dan de voormalige tussenwaarde is komen te liggen. Doordat de 95P voor lood met meer gegevens wordt onderbouwd, is de onderbouwing van deze statistische parameter betrouwbaarder.

Tabel 3.6 Verschil bodemkwaliteit bodemkwaliteitskaart 2017 en deze bodemkwaliteitskaart BODEMKWALITEITSZONE

BODEMKWALITEITSKAART 2017

Verwachte ontgravingsKlasse [aantal meetgegevens]

DEZE BODEMKWALITEITSKAART

Verwachte ontgravings95P > voormalige Klasse [aantal tussenwaarde meetgegevens]

95P > voormalige tussenwaarde

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B7

Wonen [28-213]

Nee

Wonen [55-244]

Ja

B8

Wonen [489-1.214]

Ja

Industrie [890-1.679]

Ja

Ondergrond (traject vanaf 0,5 m-mv tot en met 2,0 meter diepte) O2

Industrie [48-158]

Ja

Wonen [156-256]

Ja

O4A

Landbouw/natuur [34-118]

Ja

Landbouw/natuur [70-154]

Nee

Diepere ondergrond (traject vanaf 2,0 m-mv tot en met 5,0 meter diepte) DO1-8

-

-

Landbouw/natuur

Ja

In tabel 3.7 is het gemiddelde van de bodemlaag tot 2 meter diep van de tot nu toe vastgestelde bodemkwaliteitskaarten en deze bodemkwaliteitskaart weergegeven. Hiermee kan de vastgestelde kwaliteit van deze bodemlaag in de loop der tijd op gebiedsniveau worden vergeleken. Uit tabel 3.7 blijkt dat de algemene kwaliteit van de gemeente in zijn algemeenheid gelijk is gebleven.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 23/31

Tabel 3.7 Vastgestelde gemiddelde kwaliteit bovengrond in de loop der tijd (bodemlaag 0-2 m-mv) STOF

BKK 2006

Aantal

BKK 2013

BKK 2017

BKK 2023

Gemiddelde Aantal Gemiddelde Aantal Gemiddelde Aantal Gemiddelde (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds)

Barium

n.b.

n.b.

n.b.

102,33

1.171

145,3

4.519

141,7

Cadmium

n.b.

0,62

n.b.

0,42

2.519

0,42

7.211

0,37

Kobalt

n.b.

n.b.

n.b.

6,30

1.109

8,1

4.423

10,0

Koper

n.b.

33,39

n.b.

32,01

2.612

36,1

7.673

45,8

Kwik

n.b.

0,28

n.b.

0,24

2.523

0,28

7.234

0,36

Lood

n.b.

162,9

n.b.

102,82

2.754

129,3

8.174

155,0

Molybdeen

n.b.

n.b.

n.b.

0,63

1.114

0,92

4.407

0,92

Nikkel

n.b.

20,29

n.b.

20,34

2.522

19,30

7.239

20,00

Zink

n.b.

249,3

n.b.

168,6

2.746

187,4

7.775

179,5

PCB

n.b.

n.b.

n.b.

0,03

871

0,0259

3.775

0,0189

PAK

n.b.

4,04

n.b.

3,3

2.618

3,9

7.406

4,1

Min. Olie

n.b.

178,82

n.b.

122,79

2.449

151,8

7.188

143,8

Arseen

n.b.

8,82

n.b.

7,98

1.399

7,9

n.b.

n.b.

Chroom

n.b.

21,89

n.b.

22,95

1.400

22,9

n.b.

n.b.

Gehalte is hoger dan de Achtergrondwaarde (AW2000)

3.9 BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN De bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van voor bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de beleidsnota Bodembeheer Haarlem[3] en in § 3.7.2 van deze rapportage wordt nader ingegaan op de informatiebronnen om de uitgesloten locaties van de bodemkwaliteitskaart te achterhalen. Ook door de provincie of de gemeente aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het grond- en baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS).

De ligging van door de provincie aangewezen beschermingsgebieden kan worden achterhaald via de volgende website: https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Natuur/Natuurversterking_Stikstof/Natuurnetwerk_Nederland_NNN; en klik dan op “Kijk op adres” waarna een kaart opent met de ligging van de beschermde natuurgebieden. De gemeente kan in het

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 24/31

bestemmingsplan opnemen dat voor bijzondere situaties het opbrengen van grond niet zondermeer is toegestaan. Een voorbeeld hiervan is bij de functie “weidegebied” in het bestemmingsplan “Schalkwijkerweg”. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden er restricties zijn ten aanzien van het grond- en/of baggerverzet.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 25/31

4 SAMENVATTING EN CONCLUSIES Voor de gemeente Haarlem zijn de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart (2017) geactualiseerd. De eerder vastgestelde gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (2017) is aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ meer in overeenstemming met de actuele situatie weergegeven. In de bodemkwaliteitskaart van de gemeente zijn op basis van gebruik(shistorie), bodemfunctie en bodemkwaliteit in totaal 8 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, 9 bodemkwaliteitszones in de bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2,0 meter diepte onderscheiden, 1 bodemkwaliteitszone voor de bodemlaag vanaf 2 meter tot en met 5 meter diepte en ook 3 bodemkwaliteitszones voor de PFAS-verbindingen (bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv; zie de kaartbijlagen 2). De 2 onderscheiden bodemlagen voor PFAS-verbindingen zijn verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen als gevolg van atmosferische depositie, uitspoeling van PFAS uit de bovenlaag naar de onderliggende bodemlaag en grondroering. De bodemlaag dieper dan 1,0 meter wordt niet verdacht beschouwd op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFASverbindingen.

Voor de tussenlaag (bodemlaag 0,5-1,0 m-mv) en de ondergrond (bodemlaag 1,0-2,0 m-mv) is de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie, PCB en PAK gelijk gesteld. In § 3.1 is ingegaan op de van deze bodemkwaliteitskaart uitgesloten locaties in gebieden. De ligging van de uitgesloten locaties is (voor zover mogelijk) weergegeven op kaartbijlage 3. Desondanks moet, om gebruik te mogen maken van deze bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de grond, bodeminformatie worden aangevraagd per e-mail: bodeminformatie@haarlem.nl. In de beleidsnota Bodembeheer Haarlem[3] wordt hier nader op ingegaan. In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en dieptetrajecten een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. Alle bodemkwaliteitszones zijn vastgesteld voor de stoffen barium (zie bijlage 1 kopje ‘Barium’), cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Hierbij zijn de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte, de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 2,0 meter diepte en de bodemlaag vanaf 2,0 meter tot en met 5 meter diepte onderscheiden.

Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte (bovengrond) én de bodemlaag vanaf 0,5 tot en met 1,0 meter diepte (tussenlaag) is de bodemkwaliteitskaart ook vastgesteld voor PFAS-verbindingen. De bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte (ondergrond) is niet-verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. De onderscheiden dieptelagen voor PFAS-verbindingen hebben geen invloed op de bodemkwaliteitszones voor de andere stoffen. Op de ontgravingskaart (zie de kaartbijlagen 4) zijn de te verwachten kwaliteitsklassen weergegeven van de onderscheiden bodemkwaliteitszones. Op de toepassingskaart (zie de kaartbijlagen 5) zijn de toepassingseisen volgens het generiek kader Besluit bodemkwaliteit weergegeven die gelden voor de onderscheiden dieptetrajecten in een gebied als een partij grond wordt toegepast en gebruik wordt gemaakt van het generieke toetsingskader van het Besluit en het Handelingskader hergebruik PFAS-houden grond en baggerspecie.

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 26/31

In tabel 4.2 is de grondstromenmatrix weergegeven waarin de mogelijkheden voor vrij grondverzet inzichtelijk zijn gemaakt als gebruik wordt gemaakt van het grondstromenbeleid van de gemeente Haarlem. EVALUATIE EERDER VASTGESTELDE BODEMKWALITEITSKAARTEN (2017) In vergelijking met de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn de (verwachte) bodemkwaliteit in een drietal bodemkwaliteitszones gewijzigd. Deze zijn weergegeven in tabel 3.6. De redenen waarom wijzigingen opgetreden zijn, zijn uiteengezet in § 3.8. Omdat bij deze bodemkwaliteitskaart veel meer meetgegevens beschikbaar zijn dan de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart, wordt de (verwachte) bodemkwaliteit beter onderbouwd. Ook is in deze bodemkwaliteitskaart een extra bodemkwaliteitszone voor de bodemlaag van af 2 tot en met 5 meter diepte onderscheiden. Arseen en chroom waren in de eerder opgestelde bodemkwaliteitskaart in alle bodemkwaliteitszones gemiddeld onder de Achtergrondwaarden (AW2000) vastgesteld. In de onderzoeken die de laatste jaren beschikbaar zijn gekomen zijn deze zware metalen nauwelijks onderzocht. Om deze redenen zijn arseen en chroom niet meer in deze bodemkwaliteitskaart opgenomen. De algemene kwaliteit van de gemeente in zijn algemeenheid gelijk is gebleven (zie tabel 3.7 in § 3.8).

Tabel 4.1 Totaaloverzicht bodemkwaliteitszones, verwachte ontgravingsklassen, toepassingseisen bij de voorkomende bodemfuncties conform het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit en het Handelingskader hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie. BODEMKWALITEITSZONE

BODEMFUNCTIES

VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE TOEPASSINGSEIS $

Bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte) B1

Wonen

Industrie #/##

Industrie B2

Wonen

Industrie Industrie #/##

Landbouw/natuur

Wonen

Industrie #/##

Landbouw/natuur B4

Industrie Wonen

Wonen

Industrie #

Wonen

Landbouw/natuur B6

B7 B8

Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Industrie

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

Wonen Landbouw/natuur

Industrie B5

Wonen Landbouw/natuur

Industrie B3

Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Wonen #

Wonen # Industrie #/##

Wonen Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Wonen

WSP 23 mei 2023 pagina 27/31

BODEMKWALITEITSZONE

BODEMFUNCTIES

VERWACHTE ONTGRAVINGSKLASSE TOEPASSINGSEIS $

Industrie PFAS bovengrond *

Wonen

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur Tussenlaag en ondergrond (traject vanaf 1,0 m-mv tot en met 2,0 meter diepte) ** Industrie TA: PFAS venige tussenlaag *

Wonen

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Landbouw/natuur (PFAS)

Industrie #/##

Wonen

Landbouw/natuur TB: PFAS niet-venige tussenlaag * O1

Industrie Wonen Landbouw/natuur Wonen Industrie

O2

Wonen

Wonen #

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie O3

Wonen

Wonen #

Landbouw/natuur O4A O4B

Wonen Industrie Wonen

Wonen

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen #

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie O5

Wonen Landbouw/natuur

O6

O7 O8

Industrie Landbouw/natuur Wonen Landbouw/natuur Industrie

Wonen #

Wonen Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie #/##

Wonen

Diepere ondergrond (traject vanaf 2,0 m-mv tot en met 5,0 meter diepte) ** Industrie DO1-8

Wonen

Landbouw/natuur #

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Bodemkwaliteitskaart 2023-2028 gemeente Haarlem SOB021860.RAP001 Opdrachtgever: Gemeente Haarlem

WSP 23 mei 2023 pagina 28/31

*

In de bodemlagen 0-0,5 m-mv en 0,5-1,0 m-mv zijn de gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens/detectiegrens. Dit leidt tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden. ** De bodemlaag 1,0 m-mv en dieper is niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. # 95-percentielwaarde voor één of meerdere stoffen > voormalige tussenwaarde ## 95-percentielwaarde voor één of meerdere stoffen > interventiewaarde $ De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13198121/1