CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bestemmingsplan Zwemmerslaan 2-4

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Bestemmingsplan en SPvE Zwemmerslaan 2-425.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Conclusie Op basis van het archeologisch onderzoek wordt geconcludeerd dar er drie archeologisch relevante niveaus binnen het plangebied aanwezig zijn. In de regels is de dubbelbestemming archeologie opgenomen en bepaald wanneer aanvullend onderzoek nodig is. De voorwaarden voor aanvullend onderzoek, zoals opgenomen in de dubbelbestemming, sluiten aan op de uitkomsten van het archeologisch onderzoek.

4.11 Groenparagraaf 4.11.1

Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur ligt vast in het Structuurplan Haarlem 2020. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Dit wordt bereikt door het in stand houden en versterken van de bestaande groene gebieden en lijnen. Eind jaren 50 van de vorige eeuw wordt het structuurplan voor de ontwikkeling van Schalkwijk vastgesteld; het gebied omvat circa tien- tot twaalfduizend woningen voor ca. 40.000 inwoners en gaat bestaan uit vier als woonwijk functionerende kwadranten, gelegen om een middengebied met ondersteunende stedelijke functies, omringd door een groengebied (de 'Groene Zoom'). De Groene Zoom vervult een belangrijke rol als recreatieruimte voor bewoners van het hoogstedelijke Schalkwijk. Het is daarnaast karakteristiek voor de opzet van het gebied en creëert een uniek uitzicht over het landschap op de typerende bebouwing. De Groene Zoom vertegenwoordigd in de stedelijke structuur een belangrijke functie door de ecologische, recreatieve en ruimtelijke kwaliteit. Bomenbeleidsplan Bomen vormen een belangrijk tegenwicht voor de verstening van onze leefomgeving. Het Bomenbeleidsplan 2009-2019 geeft de visie van de gemeente Haarlem op bomen en schept samenhang in de uitvoering van het bomenbeleid. Uitgangspunt voor de bomenstructuur is de verdere uitbouw en verbetering van het Haarlemse bomenbestand.

Uit onderstaande kaart is af te leiden dat het plangebied onderdeel uitmaakt van de hoofdgroenstructuur van de stad.

61

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

4.11.2

Groen in het plangebied Om optimaal gebruik te maken van de ligging aan de Groene Zoom, wordt de Groene Zoom als het ware het plangebied in getrokken tot aan de Zwemmerslaan. Het plangebied wordt hierdoor de overgang tussen de buitengebied (de Groene zoom rond Schalkwijk) en het stedelijk gebied van Schalkwijk. De overgang tussen buitengebied en stedelijk gebied komt ook tot uitdrukking in de beleving vanaf de Europaweg. Deze entree van Haarlem (komende vanuit Heemstede) krijgt tot aan de Zwemmerslaan een duidelijk groen karakter. De bebouwing van de Toekomstwijk wordt daartoe om gepaste afstand van de Europaweg geplaatst. Op het terrein van de nieuwe toekomstwijk staan momenteel meer dan 100 62

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

fraaie, volwassen bomen. Ze zijn een restant van de vroegere tuinen rondom de middelbare school die hier tot 2012 stond. Deze bomen zullen voor een groot deel de sfeer van de nieuwe woonwijk bepalen. Ze zijn een van de belangrijkste kwaliteiten van de nieuwe buurt, en dienen daarom heel zorgvuldig ingepast te worden in de bebouwing. Dit uitgangspunt staat aan de basis van de ontwikkeling. De woningen worden zoveel mogelijk tussen de bomen geplaatst. Zo zullen de bestaande bomen, meer dan de nieuwe woningen, uiteindelijk het beeld van de toekomstwijk bepalen. In 2017 zijn alle bomen binnen het plangebied geïnventariseerd. Uit de Kaart Monumentale bomen van Haarlem blijkt dat binnen het plangebied geen bomen staan die de status van monumentale of waardevolle boom hebben. De aanwezige bomen worden zoveel mogelijk op hun huidige plek gehandhaafd. Daar waar de nieuwe bebouwing over bestaande bomen heen wordt geprojecteerd zullen deze bomen binnen het plangebied of elders in Schalkwijk worden verplaatst. Het kappen van bomen wordt alleen gedaan met een onderbouwing van bomenonderzoek en/of een Boom Effect Analyse. Indien bomen worden gekapt, worden deze op gelijkwaardige wijze in het plangebied of elders in Schalkwijk gecompenseerd. Deze eisen zal worden meegenomen in het SPvE en de aanbesteding van het te ontwikkelen gebied. 4.11.3

Conclusie De Groene Zoom wordt het plangebied ingetrokken tot aan de Zwemmerslaan. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden en het plan wordt om de bestaande bomen heen ontwikkeld. Waar mogelijk worden bomen binnen het plangebied verplaatst. Slechte bomen worden gekapt of uitgedund en elders in Schalkwijk gecompenseerd. Bij het in de markt zetten van de ontwikkeling zal als eis worden opgenomen dat de als “te behouden bomen” aangemerkte bomen moeten blijven staan of verplaatst moeten worden. Ook wanneer sprake is van het kappen van bomen, zal compensatie moeten plaatsvinden.

4.12 Natuurwaarden 4.12.1

Inleiding Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Op grond van deze wet zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. Daarnaast regelt de Wet natuurbescherming ook de bescherming van planten- en dierensoorten. In deze wet zijn de EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn). Nationaal beschermde soorten vallen ook onder deze wet. De doelstelling is de bescherming en behoud van in het wild levende planten en dieren. Het uitgangspunt van de wet is 'nee, tenzij'. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten zonder ontheffing verboden zijn. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen vooraf de effecten op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Ook dient vooraf onderzocht te worden of en welke beschermde dier- en plantensoorten voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voortbestaan van de gevonden soorten. 63

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

4.12.2

Beleid Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Beschermde planten en dieren (en hun verblijfsplaatsen) mogen als gevolg van een ruimtelijk plan niet verstoord worden. Voor soorten die vermeld staan op bijlage IV van de Habitatrichtlijn, zoals vleermuizen, en een aantal Rode-Lijst soorten is een zware bescherming opgenomen.

4.12.3

Onderzoek Gebiedsbescherming Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan is door IDDS onderzoek uitgevoerd naar gebiedsbescherming (zie Bijlage 11). Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De ingreep leidt niet tot een fysieke afname van oppervlakte aangewezen habitattypen in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op soorten. Depositie stikstof Eventuele stikstofdepositie in zowel de aanleg- als de gebruiksfase is onderzocht. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport van IDDS (zie Bijlage 12). De conclusie luidt dat geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de opgestelde input, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treedt daarom geen toename van de stikstofdepositie op in Natura 2000-gebied. Soorten Om de effecten op beschermde planten en dieren in beeld te brengen heeft IDDS een bureaustudie en biotooptoets uitgevoerd (zie Bijlage 11). Uit dit onderzoek komt naar voren dat in het plangebied geschikte leefgebied vormt voor de beschermde dagvlinder de grote vos. Deze vlindersoort heeft als waardplant wilgenbomen en die zijn in het plangebied aanwezig. Tevens vormt de rijke kruidenvegetatie een goed leefgebied voor de soort.

Indien de wilgen in het plangebied behouden blijven, is nader onderzoek niet noodzakelijk. In geval dat de wilgen gekapt dienen te worden, zal nader onderzoek moeten uitwijzen of de grote vos het plangebied gebruikt als leef- en voortplantingsgebied. Tevens kunnen binnen het plangebied vogels zonder jaarrond beschermd nest broeden. Algemene vogelsoorten die broeden zijn gedurende deze tijd beschermd (15 maart – 15 augustus). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden of voor het broedseizoen te beginnen en continu door te werken tijdens het broedseizoen zodat vogels niet tot broeden komen in het plangebied. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten, dient er een broedvogelinventarisatie gedaan te worden door een deskundig ecoloog. Omdat de kap van deze wilgen op dit moment niet uitgesloten kan worden, is

64

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

er een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de grote vos (zie Bijlage 13). Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied en binnen de verstorende invloedssfeer van de werkzaamheden geen individuen van de grote vos zijn aangetroffen. Er is voor deze soort geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. 4.12.4

Conclusie Vanuit de ontwikkeling zal geen effect ontstaan op de doelstellingen van de Natura 2000. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig of een verklaring van geen bedenkingen voor het voornemen. Het onderwerp ecologie vormt geen beletsel voor realisatie van het plan.

4.13 Vliegverkeer Met ingang van 1 februari 2003 is het zogenoemde Luchthavenindelingbesluit (LIB) van kracht. In het LIB, onderdeel van de gewijzigde Wet Luchtvaart (ofwel de "Schipholwet"), is rond de luchthaven Schiphol een beperkingengebied aangewezen. Hierbinnen gelden beperkingen van de maximale hoogte van objecten, en van vogel aantrekkende bestemmingen en vogel aantrekkend gebruik. De hoogtebeperkingen zijn opgelegd om ervoor te zorgen dat vliegtuigen op een veilige manier van en naar de luchthaven Schiphol kunnen vliegen. De beperkingen voor de vogel aantrekkende bestemmingen en vogel aantrekkend gebruik zijn opgelegd om te voorkomen dat zich in de nabijheid van de luchthaven concentraties vogels bevinden, die hinderlijk kunnen zijn voor vliegtuigen. Ook zijn er beperkingengebieden opgenomen voor het gebruik van gebouwen opgenomen. Dit zijn de LIB-zones. Er zijn 5 zones: LIB 1 tot en met 5. Deze zones beperken het gebruik voor (beperkt) kwetsbare objecten, geluidgevoelige gebouwen en kent een afwegingsgebied voor geluid en externe veiligheid. 4.13.1

Conclusie Het voorliggende plangebied ligt niet in een van de LIB-zones of zones voor beperking van vogelaantrekkende bestemmingen.

4.14 Kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen Om de bedrijfszekerheid en de continuïteit van het transport door kabels en leidingen te garanderen, krijgen grote kabels en leidingen in bestemmingsplannen een planologische bescherming door middel van een dubbelbestemming. Binnen die dubbelbestemming mag niet zonder toestemming worden gebouwd of gegraven, waarmee de belangen van de kabel- en leidingbeheerders én van de eindafnemers worden beschermd. Uit de inventarisatie van de kabels en leidingen komt naar voren dan zich met name aan de noord- en westrand van het plangebied serieuze ondergrondse infra, met een bijzondere functie bevindt. Aan de noordzijde van het gebied 65

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

loopt een grote waterleiding vanuit de waterleidingduinen richting Amsterdam. Ten westen van het gebied ligt een gasleiding, deze kent een hinderzonering (zie ook paragraaf 4.5) waar rekening mee dient te worden gehouden. De ligging van waterleiding langs de Boerhaavelaan, met de bijbehorende beschermingszone vormt de plangrens aan de noordzijde. Hiermee is zeker gesteld dat de ontwikkeling de waterleiding niet negatief beïnvloed. Voor de aardgastransportleiding is een dubbelbestemming voor de risicozone opgenomen. 4.14.1

Conclusie Het plan is voor wat betreft het aspect kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen uitvoerbaar. Voor meer informatie over de gasleiding paragraaf 4.5.

4.15 Niet-gesprongen explosieven Uit een historisch vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten binnen de gemeente Haarlem, een beleidskaart en aanvullende bronnen, blijkt dat het plangebied onverdacht is op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten (OO) uit de Tweede Wereldoorlog. Verder onderzoek is daardoor niet noodzakelijk alvorens met de geplande civieltechnische werkzaamheden kan worden gestart. 4.15.1

Conclusie Het plan is voor wat betreft niet-gesprongen explosieven uitvoerbaar.

4.16 Mer-beoordeling 4.16.1

Inleiding In Nederland is het verplicht om de effecten op het milieu volwaardig onderdeel te laten zijn van de voorbereiding en de besluitvorming over ruimtelijke plannen. Daarvoor is in de Wet milieubeheer de methodiek van de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet direct m.e.r. beoordelingsplichtig op basis van het onderdeel 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Echter, omdat de voorgenomen ontwikkeling wel valt onder de noemer van een 'stedelijk ontwikkelingsproject', is een vormvrije m.e.r.-beoordeling verplicht. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer).

66

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

4.16.2

Onderzoek In onderstaande tabel worden de mogelijke milieueffecten behandeld. Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

Kenmerken van het project Criteria Omvang van het project

Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Productie afvalstoffen Verontreiniging en hinder

Toets De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op 2,5 hectare en de bouw van maximaal 160 woningen. Het project blijft ver onder de drempelwaarde van 100 hectare en 2.000 woningen. Geen Voor de bouw worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal (beton, hout, grond). Enkel relevant tijdens de bouw. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouw- en sloopwerkzaamheden. Significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn echter niet aan de orde, hetgeen blijkt uit de natuurtoets en de uitgevoerde Aeriusberekening. Ten aanzien van de toekomstige gebruiksfase kan op basis van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken worden geconcludeerd dat er geen onevenredige verontreiniging en hinder zullen optreden. Zie voorgaande paragrafen in dit hoofdstuk.

Plaats van het project Criteria Bestaand grondgebruik

Toets School/braakliggend terrein/Tiny Houses

67

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het Door middel van ecologisch onderzoek regeneratievermogen van de natuurlijke en aanvullend ecologisch onderzoek is hulpbronnen van het gebied beoordeeld of sprake is van beschermde natuurwaarden in het plangebied. Met inachtneming van de zorgplicht kan het plan worden uitgevoerd zonder significant negatieve effecten op de flora en fauna.

Kenmerken van potentiële effect Criteria Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect

Toets De potentiële negatieve effecten zijn beperkt en uitsluitend lokaal van aard. Daarnaast is een tijdelijk effect gedurende de aanlegfase mogelijk. Gelet op de aard van de omgeving, waarbij gevoelige, waardevolle en woongebieden niet binnen het bereik van de potentiële effecten gelegen zijn, is het bereik van het potentiële negatieve effect zeer beperkt te noemen. Geen

Van onevenredige negatieve effecten voor de omgeving is geen sprake Duur, frequentie en de omkeerbaarheid De bouwfase levert tijdelijke effecten van het effect op. Na de bouwfase verdwijnen deze effecten. In de gebruiksfase treedt een permanent effect op ten aanzien van verkeer. De effecten van verkeer op de luchtkwaliteit en geluid zijn beperkt. 4.16.3

Conclusie Gezien de te verwachten effecten zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Nadere analyse in een MER/m.e.r.-beoordeling is niet noodzakelijk.

68

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 JURIDISCHE ASPECT EN 5.1

Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is verder uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een verdere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Haarlem. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor een ieder volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels.

Dat leidt ertoe dat de systematiek zoals gehanteerd in dit bestemmingsplan, op ondergeschikte onderdelen af kan wijken van de voorheen geldende planologische regelingen. Het juridische bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De planregels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen over de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels en ook de functie van visualisering van de bestemmingen.

69

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

5.2

Juridische planopzet Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meer locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van groot belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Denk hierbij aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling, het monitoren van beleid en de handhaving. Er is één landelijke voorziening waar alle ruimtelijke plannen voor iedereen volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn: www.ruimtelijkeplannen.nl. Hiertoe moeten alle bestemmingsplannen voldoen aan landelijk vastgestelde standaarden. In de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) zijn de hoofdgroepen van bestemmingen bepaald, zoals Wonen, Bedrijven e.d. Ook geeft de SVBP2012 bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. De regels en verbeelding zijn in dit bestemmingsplan globaal opgezet en maken verschillende stedenbouwkundige invullingen mogelijk. Nadat de ontwikkeling is vergund cq uitgevoerd wordt een meer op maat gesneden bestemmingsplan vastgesteld. De regels van het bestemmingsplan vallen op grond van de SVBP2012 in vier hoofdstukken uiteen.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 Algemene regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

5.2.1 Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in de regels worden gehanteerd. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van de begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. Bij toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten gemeten moeten worden. Een aantal bepalingen schrijft de regeling SVBP2012 dwingend voor.

70

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

5.2.2 Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. Niet iedere functie leent zich voor een eigen bestemming. Of dit zo is, hangt af van de ruimtelijke relevantie, of wel van de mate waarin de betrokken functie invloed heeft op zijn omgeving of daaraan eisen stelt. Behalve om functies gaat het bij bestemmingen altijd om concreet ruimtegebruik of om fysiek aanwezige ruimtelijke objecten. Een bestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak. De volgende bestemmingen zijn aan de gronden in het plangebied toegekend. Artikel 3 Groen De openbare groen gebieden zijn specifiek bestemd als 'groen', dit betreft de aanwezige bomen aan de westzijde en in te richten grasgebieden, oevers en taluds in het plangebied. In de bestemming groen is tevens water toegestaan, alsmede ondersteunde voorzieningen van het groengebied als (fiets)paden, bruggen, straatmeubilair en speelvoorzieningen. Tot slot is het mogelijk om een toegangsweg naar de ondergrondse parkeergarage aan te leggen. Artikel 4 Wonen Wonen en andere activiteiten Deze bestemming is bedoeld om het wonen binnen het plangebied toe te staan.

Beroepsmatige activiteiten aan huis, gastouderopvang en bed & breakfast zijn binnen de bestemming 'wonen' toegestaan onder de voorwaarde dat deze activiteiten ondergeschikt zijn aan het wonen. In deze bestemming zijn tevens de benodigde bijbehorende voorzieningen toegestaan zoals groenvoorzieningen, waterlopen, waterpartijen, parkeervoorzieningen, bergingen, tuinen en erven. Ook is het mogelijk om in het te realiseren appartementengebouw 100 m2 aan multifunctioneel programma te realiseren (daghoreca cursus- en workshop ruimte, informatiecentrum over de toekomstwijk of een seats to meet achtig werkconcept). Dit multifunctionele programma heeft als doel het creëren van sociaal maatschappelijke verbinding dan wel het creëren van saamhorigheid in de buurt. Ondergrondse parkeergarage en gemeenschappelijke berging Verder is er een gebied aangewezen waar een ondergrondse parkeergarage gerealiseerd kan worden en is er ruimte voor het bouwen van een gemeenschappelijke berging bedoeld voor het beheer van het groen en het verzorgen van dieren. Floorspace-index en Groundspace-index In de regels is er een bepaling opgenomen over de maximale Floorspace-index en Ground Space Index. Om te voorkomen dat een ongewenst hoge dichtheid ontstaat wordt gewerkt met een Floor Space Index en Ground Space Index.

De Floor Space Index (FSI) laat zien hoe zich de vloeroppervlakte (de oppervlakte van alle verdiepingen samen) zich verhoudt tot de terreinoppervlakte, ongeacht de functie en ongeacht de gebruiksintensiteit. Als een terrein helemaal wordt bebouwd met 1 bouwlaag is de FSI 1. Als een 71

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

terrein voor de helft wordt bebouwd, maar met 2 bouwlagen is de FSI ook 1. Parallel aan het berekenen van de FSI kan ook de Ground Space index (GSI) worden berekend. Deze index geeft aan welk aandeel van een gebied bebouwd is. Het is de footprint van de bebouwing gedeeld door de terreinoppervlakte. De GSI is dus ook een dichtheids-index. In onderstaande afbeelding is visueel weergegeven wat FSE en GSI is.

Overgang nieuwbouw en bestaande bouw Om een goede overgang te creëren tussen de nieuwbouw en de bestaande bebouwing aan de zuidzijde van het plangebied mag tot een afstand van 40 meter vanaf de zuidelijke grens van het plangebied de bouwhoogte niet hoger zijn dan 10 meter. De eerste 5 meter van dit gebied mag helemaal niet worden bebouwd. Omdat het te ontwikkelen gebied noord-zuid is georiënteerd (Europaweg in het noorden en Watermolenplantsoen in het zuiden) zal er op de bestaande bebouwing, als gevolg van de nieuwbouw, geen schaduwwerking zijn. Artikel 5 Waarde – Archeologie De aanwezige archeologische verwachtingswaarden krijgen bescherming door het toekennen van de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waarde – Archeologie 4'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden. 72

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Voor de als 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 50 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' toegekend. Voor de als 'Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden geldt dat bij plannen waarbij bodemverstorende activiteiten plaatsvinden van 2.500 m² en groter en die dieper gaan dan 30 cm beneden maaiveld, een waardestellend archeologisch rapport moet worden overlegd bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Aan deze gebieden is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 4' toegekend. 5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om bouwvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Dit is bijvoorbeeld om te voorkomen dat telkens opnieuw een uitbreiding wordt toegestaan.

Algemene gebruiksregels De bepalingen in de algemene regels over ongewenst gebruik van gronden gelden in alle gevallen. Algemene aanduidingsregels. Aanvullend op de (algemene) bouwregels gelden bijzondere bouwbepalingen die met een aanduiding in de geometrische plaatsbepaling zijn weergegeven, in dit geval vanwege externe veiligheid van een LPG tanksation. Algemene afwijkingsregels. Dit artikel is een aanvulling op de ontheffingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene ontheffingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan toe te staan. Als voorbeeld kunnen genoemd worden een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtje) in het openbare gebied. Overige regels Parkeren Lid 10.1 Parkeren, laden en lossen legt een koppeling tussen de regels van het bestemmingsplan en de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. De normen voor parkeren, stallen, laden en lossen zelf liggen namelijk niet vast in 73

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

dit bestemmingsplan, maar in gemeentelijke beleidsregels. Die beleidsregels geven aan wanneer er sprake is van voldoende ruimte voor parkeren, stallen, laden en lossen. Uitgegaan wordt altijd van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Lid 10.1.3 geeft ook aan wat als strijdig gebruik van gronden en bouwwerken is aangemerkt. Strijdig gebruik is het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor parkeren, stallen, laden en lossen overeenkomstig het gemeentelijke beleid. Tot slot bepaalt lid 10.1.4 dat er afgeweken kan worden onder de voorwaarden zoals die zijn genoemd in de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. Ook hiervoor geldt dat uitgegaan dient te worden van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Voorwaardelijke verplichting Om het gewenste eindbeeld te realiseren en te kunnen voldoen aan een goede ruimtelijke ordening is een aantal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in de specifieke gebruiksregels in lid 10.2 Overige voorwaardelijke verplichtingen.

Het betreft een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van: het in gebruik nemen van een woning, ter minimalisering van geluidsoverlast; het voorkomen van lichthinder afkomstig van het naastgelegen sportterrein; de wijze van aanleg van de ondergrondse parkeergarage om te voorkomen dat onevenredig nadelige effecten in grondwaterstromen ontstaan; de inrichting openbare ruimte. 5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangsrecht en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 5.2.5 Verbeelding De verbeelding is globaal opgezet. De maximale bouwhoogte is op de verbeelding weergegeven en een gebied waarbinnen de woningen en een ondergrondse parkeergarage kunnen komen.

74

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 UIT VOERBAARHEID 6.1

Economische uitvoerbaarheid Bij ontwikkelingen die door middel van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, is het noodzakelijk aan te tonen in hoeverre de beoogde plannen financieel haalbaar zijn en wie de risicodragende partij is. In dit kader is in afdeling 6.4 Wro bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen, indien een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. Hiervan kan worden afgeweken indien het verhaal van de kosten van een grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd het vigerende juridisch-planologisch kader te herzien naar aanleiding van de gewenste realisatie van maximaal 160 woningen met bijbehorende voorzieningen. Er is hierdoor sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Daarom is het opstellen van een exploitatieplan noodzakelijk, tenzij de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd zijn. De gemeente Haarlem verkoopt de gronden die behoren tot het voorliggende plangebied. als onderdeel van de koop zal tussen de gemeente en de ontwikkelpartij een anterieure overeenkomst worden gesloten waarin ingegaan wordt op het kostenverhaal. Hiermee zijn de kosten van de ontwikkeling anderszins verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijk vastgelegde procedure, waarmee de maatschappelijke uitvoerbaarheid aangetoond kan worden. Overleg met de omgeving In juli 2017 is voor de ontwikkeling een marktconsultatie gehouden en een ambitiesessie met stakeholders uit de omgeving. De centrale vraag in deze bijeenkomsten was: Wat is een Toekomstwijk. De marktpartijen noemden: Het centraal stellen van de toekomstig bewoner. Het toepassen van innovatieve technieken om hoge duurzaamheidsprestaties te halen. Een nieuwe manier van kijken naar (beleggings)waarde. De Haarlemse organisaties noemden: Een wijk waar bewoners samen kunnen leven. Een wijk waar (technische) innovaties op het gebied van duurzaamheid toegepast worden. Een wijk waar gezondheid van mensen centraal staat. Op 3 oktober 2019 was er een brede brainstormsessie met 40 stakeholders in Molenwijk voor Panorama Lokaal. De belangrijkste punten die tijdens deze bijeenkomst zijn opgehaald zijn: 75

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Maak beter gebruik van de beschikbare ruimte; Maak de Groene Zoom beleefbaar!; Verbeter het imago van Schalkwijk; Zorg voor spontane laagdrempelige ontmoetingsruimtes; Hoe rekening met alle doelgroepen; Gebruik 'Het kan in Schalkwijk' als motto; Verbind alle initiatieven in het gebied om samenhang te creeren; Neem een voorloper als voorbeeld om tijdswinst te halen Deze inbreng is meegenomen bij het opstellen van dit bestemmingsplan en bij het concept Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Op 8 maart 2023 vond in de Brandaris een informatieavond plaats over de ontwikkelingen in de Zwemmerslaan. Ruim 130 bewoners kwamen naar de school om kennis te nemen van het concept SPvE en het conceptontwerpbestemmingsplan voor de Zwemmerslaan. De stedenbouwkundigen van de gemeente vertelden in 'vogelvlucht' wat dit voor de Zwemmerslaan gaat betekenen en welke regels meegegeven worden voor degene die de woningen gaat maken. Na afloop hebben een aantal bewoners hun vragen en zorgen gedeeld. Naar aanleiding van de gedeelde zorgen is de maximale bouwhoogte aan de zuidzijde van het plangebied voor de eerste 40 meter beperkt tot 10 meter. De eerste 5 meter mag in zijn geheel niet bebouwd worden. Overleg met instanties (wettelijk vooroverleg) In het kader van het wettelijk vooroverleg ex.

Artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerp bestemmingsplan op 27 september 2022 verzonden aan: Provincie Noord-Holland; Hoogheemraadschap Rijnland; Rijkswaterstaat; Liander; Omgevingsdienst IJmond; Veiligheidsregio Kennemerland; Waternet; Luchtverkeersleiding Nederland; Gasunie; Wijkraad Europawijk; Wijkraad Molenwijk; Een aantal instanties heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het bestemmingsplan. Deze instanties zijn: provincie Noord-Holland, Waternet, Liander, PWN en Rijkswaterstaat. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft een aantal opmerkingen gemaakt over de waterparagraaf. Het gaat om de onderwerpen: verhardingstoename, compensatie, rol van een groen dak, de keur en grondwateronttrekkingen. De waterparagraaf is hierop aangepast. De Omgevingsdienst IJmond en de Veiligheidsregio hebben eerder advies gegeven over het conceptrapport over de externe veiligheid. Deze adviezen zijn verwerkt in het definitieve rapport. Op 18 oktober 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden met de wijkraden, waarin uitleg is gegeven over het 76

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

bestemmingsplan en de voorgenomen ontwikkeling. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Eventueel ingediende zienswijzen worden voorzien van een passend antwoord. Vervolg Als de binnengekomen zienswijzen geen aanleiding geven om de bestemmingsplanprocedure te beëindigen, wordt het bestemmingsplan vastgesteld. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn (6 weken) is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.

6.3

Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. Immers, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid over de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.

Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal

77

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

zaken, wat een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt met name de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft. Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan ook plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningsplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken.

Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Aldus draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.

78

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

79

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

80

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Bijlage 1

Lichthinderonderzoek

81

Visser & Van Dam p.a. Dhr. D. Treffers Postbus 7 1850 AA Heiloo

Noordwijk, 11 mei 2023

Datum Kenmerk Auteur Vrijgave

: : : :

11 mei 2023 A0908-07/BHO/not1.2 Mevr. B. van den Hoed MSc Dhr. J.C. Langeweg

Betreft: Verkenning Lichthinder Cajanuspad, Haarlem

Geachte heer Treffers, Hierbij hebben wij het genoegen u de notitie te presenteren voor de gewenste ontwikkeling van diverse woonblokken aan het Cajanuspad in Haarlem. De desbetreffende locatie is onbebouwd en er zijn plannen voor de ontwikkeling van woningbouw. Voor het bestemmingsplan is er een onderzoek nodig naar de mogelijke lichthinder ten aanzien van het naastgelegen sportveld. Wij hebben op basis van openbare stukken (bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen etc.) een inventarisatie gemaakt van de omliggende verleende rechten. Tevens heeft er een locatiebezoek plaatsgevonden om de feitelijke situatie in beeld te brengen. Deze zijn zowel in tabelvorm als in een verbeelding weergegeven.

Met vriendelijke groet,

IDDS Ruimte & Ontwikkeling

Jeroen Langeweg (Teamleider / Adviseur)

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding ..................................................................................................................... 3

2.

Wetgeving ..................................................................................................................... 5 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................... 5 Richtafstanden ............................................................................................................... 5 Functiemenging ............................................................................................................. 6

3.

Inventarisatie ................................................................................................................ 8 Planologische situatie .................................................................................................... 8 Feitelijk gebruik ............................................................................................................ 10

4.

Aanbevelingen en conclusie..................................................................................... 14

1.

Aanleiding

Aan het Cajanuspad/Zwemmerslaan in Haarlem wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd (de Toekomstwijk). De opdrachtgever is voornemens om hier een woonprogramma met maximaal 160 woningen te realiseren. De totale omvang van het plangebied is circa 25.000 m2. De ontwikkeling vindt plaats op de volgende percelen: • •

Haarlem Y 3112 Deels Haarlem Y 4050

Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient onderzoek plaats te vinden naar de mogelijke lichthinder van de naastgelegen sportvereniging op perceel: •

Haarlem Y 4195

In de toekomst wordt in het plangebied een nieuwe woonwijk gerealiseerd. Om te onderzoeken of er vanuit de milieuzonering beperkingen optreden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • • • • • •

Reparatieplan C Haarlem 2020 Reparatieplan B Haarlemn 2019 Gemeentelijk plan; bestemmingsplan ‘Schalkwijk; Gemeentelijk plan; bestemmingsplan Schalkwijkerweg; Informatie vanuit Google Maps; Informatie vanuit ruimtelijkeplannen.nl.

Voor het onderzoeksgebied is er gekeken naar bovenstaand perceelnummer.

2.

Wetgeving

De Wet milieubeheer beoogt milieuhinder ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten in de woonomgeving of ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen zoveel mogelijk te voorkomen. Alle bedrijfsmatige activiteiten die in potentie hinder kunnen veroorzaken worden door middel van vergunningen of meldingen op basis van de Wet milieubeheer gereguleerd. In aanvulling op deze vergunningen of meldingen voorziet een 'goede ruimtelijke ordening' eveneens in het voorkomen van onvoorzienbare hinder bij gevoelige functies zoals wonen. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (bedrijven) en gevoelige functies (wonen) wordt hinder voorkomen. Met milieuzonering worden te allen tijde twee doelen gediend: niet alleen het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen, maar tevens het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven zodat zij hun activiteiten duurzaam kunnen (blijven) uitoefenen. De beoordeling van lichthinder, vindt de wettelijke basis onder andere in deze wet. Voor de volledigheid wordt eerst de werkwijze van Bedrijven en milieuzonering beschreven om vervolgens specifiek in te zoomen op lichthinder.

Bedrijven en Milieuzonering Bedrijfsmatige activiteiten zijn in de VNG-publicatie "Bedrijven en Milieuzonering" uit 2009 ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende minimaal gewenste afstanden tot milieugevoelige functies. De indeling van de activiteiten is gebaseerd op de standaard bedrijfsindeling (SBI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Per milieucategorie geldt een minimaal gewenste afstand, een richtafstand. Deze richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is.

Richtafstanden In de VNG-publicatie zijn de richtafstanden uit bijlage 1 ‘Richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten’ afgestemd op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, stiltegebied of natuurgebied) wordt gekenmerkt door functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen er nauwelijks andere functies zoals bedrijven of kantoren voor. Een locatie kan echter ook behoren tot het tweede omgevingstype ‘gemengd gebied’, dat gekarakteriseerd wordt door een matige tot sterke functiemenging. Hier komen direct naast woningen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als dit type worden beschouwd. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-publicatie kunnen in dat geval met één afstandsstap verlaagd worden zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat van een milieugevoelig object. Dit geldt in het bijzonder voor geluid, het milieuaspect dat voor de te hanteren richtafstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend is.

De omgeving van het plangebied kan op grond van zijn karakteristiek (bestaande bedrijvigheid en diverse bestaande bouwwerken met een verscheidenheid aan functies geschaard worden onder het omgevingstype gemengd gebied. De verwachting is ook dat deze karakteristiek na realisatie van toepassing blijft, gelet op de functiemenging. Dit betekent dat de volgende richtafstanden gelden: Tabel 1: Richtafstanden bedrijven in relatie tot omgevingstype gemengd gebied

Milieucategorie

Richtafstand gemengd gebied [m]

1

0

2

10

3.1

30

3.2

50

4.1

100

4.2

200

De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk, zo volgt ook uit jurisprudentie. Bij de beoordeling van de richtafstanden dient niet alleen gekeken te worden naar de huidige situatie, maar eveneens naar de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan. Immers, de milieuruimte dient niet ingeperkt te worden door de omliggende bedrijvigheid en visa versa. Daarbij geldt op grond van jurisprudentie wel dat gekeken dient te worden naar een ‘representatieve invulling’ van de maximale planologische mogelijkheden. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State op 1 mei 2013, zaaknummer 201202866/1/R1, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9083.

Functiemenging In sommige gebieden wordt de menging van functies nagestreefd. Hierbij kan gedacht worden aan stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige bedrijvigheid. Hiervoor geldt onder de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG een andere, meer specifieke indeling, doordat zulke gebieden in schaal sterk kunnen verschillen. Hierbij zijn de activiteiten onderverdeeld in drie categorieën, A, B en C: A. Activiteiten die weinig belasting op het milieu hebben en welke aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De activiteiten vallen onder milieucategorie 1; B. Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, maar door de milieubelasting bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dingen plaats te vinden; a. De activiteiten vallen in categorie 1 voor gevaar, in maximaal categorie 2 voor stof en geur, en in categorie 3.1 voor geluid; en

C. Activiteiten zoals onder B, waarbij door een relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting aan de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Met een index voor verkeer van maximaal 2 goederen en 3 personen. Hiervoor gelden vier aanvullende randvoorwaarden: 1. Het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. Productie en/of laad en loswerkzaamheden vinden alleen in de dag periode plaats; 3. De activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; en 4. Activiteiten uit categorie C beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur. Lichthinder Op grond van artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit gelden duidelijke regels omtrent lichthinder. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is het voorkomen van lichthinder geregeld, onder meer door voor te schrijven dat tussen 23.00 en 07.00 uur én indien geen sport wordt beoefend, de verlichting ten behoeve van sportbeoefening moet zijn uitgeschakeld. Deze tijden zijn uitputtend geregeld. Dit betekent dat het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift geen andere tijden mag opleggen waarop de verlichting uitgeschakeld moet zijn. Lichthinder heeft drie verschillende effecten: 1. Hinder voor de mens; 2. Hinder/verstoring voor de natuur; en 3. Horizonvervuiling. Hinder voor de mens is gebaseerd op het niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, ondanks dat daar behoefte aan is.

Hierin wordt een afweging gemaakt tussen maatschappelijke belangen en de hinderbeleving. Hinder voor de natuur is voornamelijk van toepassing op nachtelijk kunstmatige verlichting. Dit kan het gedrag van dieren (negatief) beïnvloeden. Licht kan zorgen voor desoriëntatie, afstoting, aantrekking, migratie barrières of zelfs een negatieve invloed op de instandhoudingsdoelstellingen. Horizonvervuiling heeft betrekking op de zichtbaarheid van licht op langere afstanden. Er is geen direct licht te meten, maar het licht is nog wel zichtbaar. Het gaat om afstanden van vijf tot tien kilometer op het land.

3.

Inventarisatie Planologische situatie

De eerste stap in de inventarisatie, is een onderzoek naar de reeds vergunde planologische situatie volgens de bestemmingsplannen. De onderstaande uitsnede geeft de huidige vergunde situatie weer. Het sportcomplex ten westen van het plangebied kent de enkelbestemming ‘Recreatieve doeleinden, sportterrein’. Op het sportterrein is een voetbalvereniging gevestigd. Het perceel wat voor mogelijke lichthinder zorgt is: Haarlem Y 4195.

De enkelbestemming ‘Recreatieve doeleinden, sportterrein’ is buiten het aanwezige bebouwingsvlak bestemd voor sportvelden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals ondermeer fietssenstallingen, lichtmasten, ballenvangers en dug-outs. Volgens de regels behorende bij het bestemmingsplan ‘Schalkwijkerweg’ met identificatie: NL.IMRO.0392.OV9120020-va01 mag volgens artikel 16, lid 4 de hoogte van lichtmasten en antenne-installaties niet meer dan 18 meter bedragen. Wegens de realisatie van een nieuwe woonwijk dient er gekeken te worden naar de richtafstand van 30 meter (Veldsportcomplex (met verlichting)) vallend onder milieucategorie 3.1 vanuit de VNG. Op basis van de gestelde richtafstand van 30 meter is er een buffer ingetekend in onderstaande afbeelding.

Op basis van de buffer rondom het sportveld komt naar voren dat de westelijke strook van het plangebied mogelijk beperkingen kent vanuit lichthinder. Hier wordt net niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter.

Feitelijk gebruik In de huidige situatie is op het sportterrein enkel het noordelijke veld voorzien van lichtmasten. Wanneer de buffer van 30 meter verkleind wordt tot enkel dit sportveld, is de mogelijke beperking voor het plangebied kleiner, zie onderstaande afbeelding.

Wanneer de grove indeling van het bestemmingsplan onder de buffer van het feitelijk gebruik wordt gelegd, krijgen we het resultaat zoals in onderstaande afbeelding. Hierop is te zien dat het feitelijk gebruik vanuit de lichtmasten en het sportterrein niet voor extra belemmeringen zorgen voor het planvoornemen.

Rechts van het sportveld en links van het plangebied is een bomenrij gevestigd. Deze bomenrij zorgt ervoor dat een deel van het licht ‘tegengehouden’ wordt. Dit zorgt voor nog minder lichthinder in het plangebied. Onderstaand is een foto impressie van de zichtbaarheid van het voetbalveld van buitenaf.

4.

Aanbevelingen en conclusie

Gelet op de bevindingen vanuit een bureauonderzoek, wordt geconcludeerd dat er kijkend naar het feitelijke gebruik van de naastliggende bestemming ‘recreatieve doeleinden, sportterrein’ geen belemmeringen optreden voor het planvoornemen. Daarbij is het niet aannemelijk dat de lichtmasten worden verplaatst tot ver buiten het voetbalveld of er dichter op de rand extra lichtmasten worden aangebracht ten behoeve van het sporten. Voor wat betreft de planologische situatie, geldt dat er beperkingen optreden vanuit het naastgelegen sportterrein. De buffer vanuit lichthinder overlapt met de eerste 15 meter van de woonblokken. Hiermee is aangetoond dat vanuit de planologische situatie geadviseerd wordt om het planvoornemen aan te passen om wel aan de buffer te voldoen. Aangezien er in de planologische situatie mogelijk sprake is van enige hinder, wordt aanbevolen om binnen het nog vast te stellen bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting op te nemen om een bladhoudende bomenrij te behouden, danwel te realiseren, om de lichthinder zo veel mogelijk te beperken. Vanuit het huidige feitelijke gebruik vindt er geen overlast plaats voor lichthinder, echter is de planologische situatie in dit geval maatgevend. Er kan nader onderzoek plaatsvinden naar de specifiek gebruikte verlichting en lichtrichting.

In aanvulling hierop kunnen er eventueel afspraken gemaakt worden met het naastliggende sportcomplex. Opgemerkt wordt dat in het activiteitenbesluit artikel 3.148 de tijden van de verlichting uitputtend geregeld is. De verlichting moet zijn uitgeschakeld: • • •

tussen 23.00 uur en 07.00 uur als er geen sport wordt beoefend als er geen onderhoud plaatsvindt

Door deze regeling behoeft er geen medewerking verleend te worden om extra lichthinder te voorkomen. Aangezien in de feitelijke situatie reeds geen sprake is van lichthinder, is dit goed mogelijk. Daarmee is aangetoond dat het aspect lichthinder, rekening houdend met de aanbevelingen geen belemmering oplevert voor het planvoornemen

bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (vastgesteld)

Bijlage 2

Verkennend bodem onderzoek

97

BK Ingenieurs B.V. Dokweg 17A Postbus 264 1970 AG IJmuiden

Gecombineerd milieuhygiënisch en asbest-in-grondonderzoek Zwemmerslaan te Haarlem

Opdrachtgever:

Gemeente Haarlem Gebiedsontwikkeling en beheer de heer M. van Minderhout postbus 511 2003 PB Haarlem

Projectnummer:

170683

Versienummer:

1.0

Plaats, datum:

IJmuiden, 4 mei 2017

Auteur:

T.J.E. Arens Msc

Paraaf:

Controleur:

ing. C.L.M. Heuveling

Paraaf:

088 321 25 20 info@bkingenieurs.nl www.bkingenieurs.nl BANK NL12ABNA0580551261 KVK 34082755 BTW NL801876497B01 Gecertificeerd volgens ISO 9001, VCA**, BRL SIKB 1000, 2000, 6000

BK ingenieurs pagina 2 van 18

Inhoudsopgave

pagina Inleiding ...................................................................................................................................................................................................... 3 1.1 Uitgangspunten van het bodemonderzoek ........................................................................................................................ 3 1.2 Indeling van de rapportage ....................................................................................................................................................... 4 2 Vooronderzoek ......................................................................................................................................................................................... 5 2.1 Historische en actuele gegevens van de onderzoekslocatie ......................................................................................... 5 2.2 Asbestkansenkaart ........................................................................................................................................................................ 6 2.3 Voorgaand bodemonderzoek op de onderzoekslocatie en directe omgeving .....................................................

6 2.4 Achtergrondgehalten ................................................................................................................................................................... 6 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................................... 6 2.6 Onderzoekshypothese en -strategie ...................................................................................................................................... 7 3 Uitgevoerd bodemonderzoek............................................................................................................................................................. 8 3.1 Onderzoeksmethode ................................................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgevoerd onderzoeksprogramma ....................................................................................................................................... 9 4 Resultaten................................................................................................................................................................................................

11 4.1 Ondiepe bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................................. 11 4.2 Normering..................................................................................................................................................................................... 11 4.3 Samenvatting toetsingsresultaten ....................................................................................................................................... 12 4.4 Interpretatie van de analyseresultaten ............................................................................................................................... 16 5 Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................................................................................... 17

1

Bijlagen Tekeningen Topografische ligging Overzichtstekening Kadastrale kaart Locatiefoto’s Boorprofielen Analyserapporten Analyserapporten grond Analyserapporten asbest in grond Analyserapport asbest materiaalmonsters Analyserapport grondwater Analyserapport waterbodem Analyserapport asbest in waterbodem Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen Getoetste analyseresultaten en toetsingstabellen grond Getoetste analyseresultaten en toetsingstabel grondwater Getoetste analyseresultaten en toetsingstabel slib Verklarende woordenlijst Verklaring onafhankelijkheid conform eisen Bbk en BRL SIKB 2000 Bodeminformatie en advies Gemeente Haarlem

Zwemmerslaan te Haarlem Gecombineerd milieuhygiënisch en asbest-in-grondonderzoek | 170683 | 4 mei 2017

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197896/1