CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2: Bestemmingsplan Oostpoort blok 1F

gemeenteraad 30 maart 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Oostpoort blok 1F26.559 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Oostpoort blok 1F

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

2

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 5.17

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Hoofdstuk 7

5 INLEIDING

7

Bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Aanleiding van het bestemmingsplan Doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Procedureverloop Leeswijzer plantoelichting

BESTAANDE SITUATIE Ruimtelijke structuur Functionele structuur

8 8 9 9 10 11 12

13 13 14

BEOOGDE SITUATIE Ontwikkelvisie Oostpoort Beoogde situatie Parkeren

15 15 17 17

BELEIDSKADER

19

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Beleid van het hoogheemraadschap Gemeentelijk beleid

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

19 19 25 29 30

45

Inleiding Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Wegverkeerslawaai Luchtkwaliteit Cultuurhistorie Archeologie Kabels en leidingen Niet-gesprongen explosieven Ecologie Verkeer en parkeren Vliegverkeer Waterhuishouding Windhinder Trillingshinder Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

45 45 47 53 57 59 61 63 64 66 66 69 71 72 73 73 74

JURIDISCHE ASPECTEN

77

Inleiding Juridische planopzet Hoofdopzet verbeelding

77 77 80

UITVOERBAARHEID 3

83

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

7.1 7.2 7.3

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

83 83 86

Bijlagen bij de toelichting

89

Bijlage 1

Rapport externe veiligheid

91

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

119

Bijlage 3

Besluit hogere waarde geluid

257

Bijlage 4

Onderzoek stikstofdepositie

261

Bijlage 5

Natuurtoets

289

Bijlage 6

Nader ecologisch onderzoek

349

Bijlage 7

Mobiliteitsplan Haarlem Oostpoort

367

Bijlage 8

Verkeersrapport

441

Bijlage 9

Watertoets

449

Bijlage 10

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

481

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11

503 Inleidende regels

505

Begrippen Wijze van meten

505 513

Bestemmingsregels

517

Wonen Waarde - Archeologie 4

517 519

Algemene regels

523

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

523 525 529 531 533

Overgangs- en slotregels

535

overgangsrecht slotregel

535 537

4

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Toelichting

5

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

6

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1

INLEIDING

Het stedelijk gebied van Haarlem met de ligging bestemmingsplangebied aangeduid met een rode cirkel.

7

van

het

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

1.1

Bestemmingsplan Het bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van de regels en verbeelding. Hierin wordt beschreven wat het doel is van het bestemmingsplan en wat de toekomstige ontwikkeling van het gebied is. Er wordt ingegaan op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de beoogde ontwikkeling, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

1.2

Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt aan de oostzijde van Haarlem, circa 150 meter ten zuiden van station Spaarnwoude. Het betreft meer specifiek de gronden direct ten oosten van het kantoorgebouw aan de Diakenhuisweg 37 t/m 45 en ten zuiden van de Camera Obscuraweg. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied nader geduid. Op de verbeelding van dit bestemmingsplan is de planbegrenzing gedetailleerd vastgelegd.

Satellietfoto ter hoogte van de Camera Obscuraweg met de ligging van het bestemmingsplangebied aangeduid met een rode contour. Bron: Cyclomedia, 2022.

8

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

1.3

Aanleiding van het bestemmingsplan Het onderhavige plangebied behoort tot een gebied wat onderdeel uitmaakt van ontwikkelzone Oostpoort en de bijbehorende 'Ontwikkelvisie Haarlem Oostpoort'. In de Ontwikkelvisie Haarlem Oostpoort hebben de gemeente Haarlem en de provincie Noord-Holland de wens uitgesproken om aan de slag te gaan met de ontwikkelzone Oostpoort. Het is de ambitie om het gebied rond station Spaarnwoude te ontwikkelen tot een eersteklas stadsentree. De visie is tot stand gekomen dankzij de samenwerking met een brede groep publieke, private, maatschappelijke en particuliere partijen, verzameld onder de vlag van de 'Alliantie Haarlem Oostpoort'. Uiteindelijk moet Oostpoort een aantrekkelijk woon- en werkgebied worden met verschillende voorzieningen. Een plek waar het groen uit Spaarnwoude en de stad elkaar ontmoeten en versterken. Een plek die uitstekend bereikbaar is. Het gebied heeft een gunstige ligging aan de westflank van de metropoolregio Amsterdam. Met een station, verschillende buslijnen en een goede verbinding met de A9 liggen de kansen als mobiliteitsknooppunt en als stedelijk ontwikkelgebied voor het oprapen. De Ontwikkelvisie toont het duurzame toekomstperspectief voor de lange termijn. Het is een strategische visie en nog globaal van karakter. Het is een stip aan de horizon die verdere uitwerking vraagt.

Met het opstellen van een proefverkaveling is hiermee de eerste stap gezet naar realisatie. De proefverkaveling is een verdieping van de ontwikkelvisie maar nog geen stedenbouwkundig plan. Het is een analyse of het gewenste programma Oostpoort past. De volgende stap is het uitwerken van de proefverkaveling in een Ruimtelijk Programma van Eisen en een Ontwikkelstrategie. Deze geven samen onder meer inzicht in de spelregels voor de toekomstige bebouwing, denkrichting voor de fasering en selectie van marktpartijen. De gemeente Haarlem en haar samenwerkingspartners werken de komende tijd verder aan de uitwerking van de ontwikkelzone Oostpoort. Zodra de plannen concreet genoeg zijn, zal voor het gehele Oostpoort te zijner tijd een nieuw juridisch-planologisch kader worden opgesteld waarmee het gebied daadwerkelijk ontwikkeld kan worden. Vooruitlopend hierop is het onderhavige plangebied geïdentificeerd als gebied waarvan de beoogde invulling reeds vaststaat. Daarom is er voor gekozen om, vooruitlopend op de rest van de gronden binnen Oostpoort, voor het onderhavige plangebied een separaat bestemmingsplan op te stellen waarmee de beoogde herontwikkeling van deze locatie reeds mogelijk wordt.

1.4

Doel van het bestemmingsplan Hoofddoel van het onderhavige bestemmingsplan is het vaststellen van een juridisch-planologisch kader, waarbinnen de ontwikkeling van het project mogelijk is.

9

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

1.5

Geldende planologische regelingen Binnen het plangebied "Oostpoort blok 1F" gelden de volgende bestemmingsplannen: Naam van het plan Zomerzone Noord Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018 Reparatieplan B Haarlem 2019 Reparatieplan C Haarlem 2020

Vastgesteld 20 juni 20212 17 mei 2018 21 november 2019 22 april 2021

Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" zullen de in bovenstaande tabel genoemde plannen, voor het deel dat ligt binnen het plangebied, hun rechtskracht verliezen.

Uitsnede bestemmingsplan "Zomerzone Noord" met het plangebied geduid met een rode contour. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022. Aan de gronden binnen het plangebied is thans de bestemming 'Groen' toegekend. Deze gronden zijn daarmee o.a. bestemd voor groenvoorzieningen, voet- en fietspaden en bij de bestemming behorende waterlopen en waterpartijen. Woningbouw is binnen deze bestemming niet direct toegestaan. Ten tijde van de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan werd echter al wel voorzien in een herontwikkeling naar woningbouw binnen deze locatie. Daarom is aan de gronden binnen de groenbestemming tevens de gebiedsaanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 3' toegekend. Deze aanduiding maakt het voor het bevoegd gezag mogelijk om de gronden ter plaatse van de genoemde aanduiding te wijzigen naar de bestemming 'Gemengd - 5', met in achtneming van de volgende regels:

10

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

de bouwhoogte mag niet meer 45 m bedragen; de verticale diepte van een (ondergronds) gebouw mag niet meer dan 7 m bedragen; het bouwplan moet voldoen aan de parkeernormen uit de Haarlemse Bouwverordening. De bestemming 'Gemengd - 5' staat diverse functies toe, waaronder kantoren, dienstverlening, wonen en bedrijvigheid. Het 'wonen' mag echter uitsluitend vanaf de eerste verdieping plaatsvinden. Omdat het onderhavige planvoornemen toeziet op het mogelijk maken van (uitsluitend) woningen (en geen andere functies), óók op de begane grond, past het planvoornemen niet binnen de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. Om die reden is voor deze locatie dit nieuwe bestemmingsplan opgesteld.

1.6

Procedureverloop Het bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" doorloopt de wettelijke procedure. Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. De gemaakte opmerkingen en de reacties op basis van het wettelijke vooroverleg, kunnen leiden tot aanpassing van het conceptontwerpbestemmingsplan. Vervolgens geeft het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie wordt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kunnen door eenieder zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan weer zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn). Belanghebbenden kunnen in deze periode beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

11

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

1.7

Leeswijzer plantoelichting Dit hoofdstuk van de toelichting is de inleiding van deze toelichting. Navolgend gaat hoofdstuk 2 in op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. De ontstaansgeschiedenis van het gebied verklaart namelijk de huidige verschijningsvorm voor een belangrijk deel. Hoofdstuk 3 beschrijft de visie op het plangebied en gaat in op ontwikkelingen. Hoofdstuk 4 behandelt vervolgens het voor het plangebied relevante beleid. Hoofdstuk 5 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische aspecten en licht de planregels en verbeelding toe. Het laatste hoofdstuk beschrijft de financieel-economische uitvoerbaarheid en licht de uitkomsten van het gevoerde vooroverleg toe. Bij de toelichting hoort ook een aantal bijlagen. Daarmee sluit de toelichting af.

12

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

BESTAANDE SITUATIE

Ruimtelijke structuur Oostpoort Haarlem Oostpoort is sinds de aanleg van de trekvaart onderdeel geweest van een belangrijke transportcorridor en entreegebied van Haarlem. Het gebied fungeerde lange tijd als doorvoerplek, maar sinds de aanleg van de viaducten Stastok en Kegge, vestiging van enkele grote bedrijven (waaronder IKEA) en de aanleg van het station, ook steeds meer als eindbestemming. De verkavelingsstructuur van het veenlandschap is gericht op oudere pré-stedelijke elementen in het landschap, zoals de Oude Haarlemmerweg (Oudeweg) en watergang het Vuilrak richting Penningsveer. Deze zijn in de 20e eeuw aangepast om plaats te maken voor de bedrijventerreinen. Ten behoeve van waterberging en recreatie is de Veerplas aangelegd, waardoor het overgebleven veenlandschap met de kenmerkende radiale waaierverkaveling alleen nog langs de rand en aan de overzijde van de Binnenliede waarneembaar is. De aanleg van de Stelling van Amsterdam heeft ook invloed gehad op de cultivering van het open landschap vanaf de oostzijde van het water. Het gebied kent twee sterk structurerende elementen die parallel lopen in het landschap: de Amsterdamsevaart (sinds 1631) en de spoorlijn (sinds 1832). Tezamen met de uitbreiding van de weg hierlangs en tussen 1904 en 1957 ook een elektrische tram, werd deze oostwestelijke lijn in het landschap een steeds bredere grens tussen noord en zuid.

Een aftakking van het tramspoor langs de Amsterdamsevaart liep tussen 1900 en 1940 naar het zuiden, langs de Joodse begraafplaats, en bepaalde mede de structuur en opzet van de Parkwijk en de Zuiderpolder. De Oostpoort ligt op het grensvlak van stad en veenweidegebieden. De huidige situatie is een resultaat van snelle verstedelijking in de periode na 1955. In de periode tot 1975 is uitvoering gegeven aan een planmatige, oostwaartse aanleg en uitbreiding van het industrieterrein Waarderpolder, vanaf het gebied van de Lichtfabriek. In 1968 verschijnt het opvallendste gebouw: de 150 meter hoge PTT-zendmast. Aan de zuidkant van de Oostpoort ontwikkelt zich de stad verder onder invloed van de stedelijke uitbreidingsplannen van onder andere L.C. Dumont met woonwijken die in verschillende periodes van de 20ste eeuw ontstaan. Het Meerspoorpad vormde tot de jaren negentig de nieuwe oostgrens van de stad (bouw Parkwijk). De uitbreiding van infrastructurele werken (verbreden N200, aanleg N205 en snelweg A9) leidt tot steeds meer verknoping van Haarlem in de regio, maar ook tot een toenemende barrièrewerking van infrastructuur. Het gebied Oostpoort kreeg daar een belangrijke plek in, als verbindingszone van de (op een nieuw tracé aangelegde) Oudeweg naar de N200 en A9. Het sluitstuk van het gebied is het hoge verkeerstalud met fly-over tussen de Waarderpolder en het veenweidegebied.

De huidige structuur van en gebruiksfuncties in de Oostpoort zijn gevormd in de periode 1985-2010. In die periode vestigen zich grote bedrijven als IKEA en Teva, en wordt in 1998 het station Haarlem Spaarnwoude aangelegd.

13

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Plangebied De gronden binnen het bestemmingsplangebied beslaan een oppervlakte van circa 3.500 m2 en zijn thans onbebouwd en onverhard. Het perceel heeft een directe verbinding met de openbare ruimte via de Diakenhuisweg. Dit betreft een weg met ter hoogte van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/u. Het gebied wordt gekenmerkt door stedelijke functies ten noorden, westen en zuiden van het plangebied (de fly-over aan de Camera Obscuraweg alsmede kantoren en woningen) en het open buitengebied aan de oostzijde van het plangebied.

2.2

Functionele structuur Oostpoort De Oostpoort is nu nauwelijks nog een bestemming. Het is een infrastructureel gebruiksgebied (doorstroming, parkeervlaktes, vrachtwagentrailers, transit op OV, snelfietsroute). Er zijn twee zakelijke doelbestemmingen en één grote vestiging voor perifere detailhandel. De zakelijke bestemmingen zijn het bedrijf Teva en enkele kantoorfuncties aan de zuidzijde. Ikea is een grote publiekstrekker en daarmee momenteel de enige functie - uit stedelijk en regionaal perspectief bezien - om naar het gebied toe te komen. Het gebied is (deels) puur functioneel ingericht, grotendeels verhard en niet aantrekkelijk. De openbare ruimte is gericht op de auto en er is nog ruimte op kavels die wachten op invulling of herbestemming (Joh. Enschedé). Plangebied Het plangebied is gesitueerd in het noordoosten van de wijk Parkwijk, op een overgangsgebied tussen 'wonen' ten zuiden van het plangebied en ' werken' ten westen en noorden van het plangebied. Het plangebied is in de huidige situatie niet in gebruik ten behoeve van een stedelijke functie (anders dan stedelijk groen).

14

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

BEOOGDE SITUATIE

Ontwikkelvisie Oostpoort Ontwikkelzone Oostpoort Zoals in paragraaf 1.3 uiteengezet maakt het plangebied deel uit van de ontwikkelzone Oostpoort. Vanuit de Haarlemse ontwikkelzones is een opgave gesteld voor minimaal 1.000 woningen in de Oostpoort. Het huidige aantal woningen van 3.000 in Parkwijk Zuiderpolder wordt hiermee met een derde uitgebreid. In Oostpoort worden kansen gezien voor doelgroepen die specifiek kiezen voor en optimaal kunnen profiteren van de aanwezigheid van het station en het recreatiegebied. Hierbij wordt gedacht aan studenten, starters en stellen. Vaak ook doelgroepen met een laag autobezit. Daarnaast zijn ouderen een interessante doelgroep. In de Zuiderpolder is momenteel 20% ouder dan 65 jaar. Door ouderen uit de wijk te verleiden om naar een andere, geschikte woning te verhuizen, komen elders woningen vrij voor gezinnen. In een divers aanbod aan woningtypen kunnen de verschillende doelgroepen worden gehuisvest. Aangezien er in een hoge dichtheid wordt gebouwd, zal er binnen het aanbod van appartementen een rijk scala aan woningen kunnen worden aangeboden. Hierbij kan worden gedacht aan het realiseren van mini-appartementen of eenheden voor studenten, appartementen over meerdere lagen voor starters, ruime gelijkvloerse appartementen voor senioren en grondgebonden stadswoningen in de onderste lagen van grotere bouwblokken.

Ruimtelijke aspecten De gewenste ontwikkeling van het plangebied is opgenomen in de Ontwikkelvisie Oostpoort. De visie op hoofdlijnen bestaat voor Oostpoort uit het inzetten op compacte, stedelijke bebouwing, meer verdicht bij het station, maar altijd met goede overgangen en aansluiting op de omringende bebouwing. Stedelijke ontwikkeling bevinden zich primair aan de noord- en zuidzijde van het spoor, waarbij de zuidzijde zich goed leent voor wonen aansluitend op de omringende woonwijken. Er wordt ingezet op een ensemble of cluster van gemengde hoogbouw en een sterke menging van wonen met werkfuncties en voorzieningen.

15

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Uitsnede Ontwikkelvisie voor Haarlem Oostpoort met de locatie van het plangebied globaal geduid met een rode cirkel. Het plangebied is binnen de ontwikkelvisie aangemerkt als 'ontwikkelveld' waarbinnen nieuwe stedelijke ontwikkelingen gerealiseerd kunnen worden. In de Oostpoort vindt een stevige verdichting plaats. Door intensief te bouwen bij knooppunten van openbaar vervoer neemt de verkeersdruk op het stedelijke en regionale wegennet niet verder toe. Om zo snel mogelijk een aantrekkelijk stedelijk milieu te realiseren met voldoende kritische massa voor woningbouw èn het gewenste aanvullende programma, is gestapelde bouw noodzakelijk. De bouwhoogte mag variëren van 4 tot 13 bouwlagen. Als maximale bouwhoogte wordt de bestaande hoogbouw van Oostpoort Centre (41 meter) aangehouden. Deze maximale bouwhoogte zorgt ervoor dat de verschillende gebouwen geen onderlinge concurrentie met elkaar aangaan. Het is vooral het ensemble van gelijkwaardige gebouwen die in samenhang met elkaar de kwaliteit en beleving van Oostpoort bepalen.

16

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

3.2

Beoogde situatie De gronden binnen het plangebied zullen worden aangewend voor woningbouw. Binnen de toegekende woonbestemming is in de beoogde situatie sprake van een nieuw, nog nader uit te werken woongebouw. De exacte inrichting van het plangebied staat echter nog niet vast. De gemeente zal naast de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan een stedenbouwkundig programma van eisen opstellen om de beoogde woningbouw te realiseren. Het onderhavige bestemmingsplan geeft voor het stedenbouwkundig programma een aantal randvoorwaarden mee. Zo is de maximale bouwhoogte van de nieuwbouw bijvoorbeeld begrensd op 30 meter. Met deze maximale bouwhoogte wordt gebouwd onder de maximale bouwhoogte zoals de ontwikkelvisie deze toestaat (41 meter) alsmede onder de maximale bouwhoogte zoals deze bij gebruikmaking van de bestaande wijzigingsbevoegdheid mogelijk zou zijn (45 meter). Maximaal 100 woningen kunnen worden gerealiseerd. Minimaal 50% van de nieuwe woningen dient gebruikt te worden als sociale huurwoningen. Het andere deel zal bestaan uit middeldure huur dan wel koop. Hiermee wordt actief gestuurd op een bereikbaar woningbouwprogramma. Het autoparkeren vindt in de toekomstige situatie ondergronds plaats dan wel binnen de bouwmassa van de nieuwbouw.

Parkeren vindt daarmee overwegend buiten het zicht plaats, waardoor de ruimte rondom de woningbouw aantrekkelijk kan worden ingericht. Voor de buitenruimte zal na de bouw van het nieuwe woongebouw een inrichtingsplan worden opgesteld, welke vastgesteld wordt door het college van burgemeester en wethouders. Met deze verplichting kan de gemeente ook voor de buitenruimte sturen op de gewenste ruimtelijke kwaliteit.

3.3

Parkeren Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren middels de bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). In paragraaf 5.12 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de parkeervraag vanwege de onderhavige ontwikkeling alsmede de verkeersgeneratie.

17

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

18

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste beleidsdocumenten op rijks-, provinciaal-, regionaal- en lokaal niveau samengevat, voor zover deze documenten relevant beleid en/of besluiten omvatten ten aanzien van dit bestemmingsplan.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking.

Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Voor dit bestemmingsplan is relevant invulling te geven

19

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

aan klimaatverandering, de energietransitie, het gebied te verduurzamen, de leefbaarheid van de omgeving te verbeteren en een toekomstbestendige ontwikkeling vorm te geven. In dit bestemmingsplan wordt op verschillende manieren invulling aan deze prioriteiten gegeven. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Nationale Omgevingsvisie. 4.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Voorliggend plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op Schiphol.

Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Schiphol Centrum bedraagt 19 meter boven N.A.P., oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne alwaar een maximum hoogte geldt van 84 meter. Het plangebied ligt op ruim 10 kilometer van het radarstation Schiphol Centrum. In het onderhavige plan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de maximum bouwhoogte. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor radarstations.

20

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Ligging van het plangebied binnen het radarverstoringsgebied van Schiphol en radarstation Herwijnen. Met de rode aanwijzer wordt het besluitgebied aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2022. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro.

4.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat 'de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien'. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als een 'open norm' is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm 21

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde 'overzichtsuitspraak' gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de 'ladder' verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de 'ladder' niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking' worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van maximaal 100 woningen. Deze ontwikkeling is daarom gelet op de omvang in zijn totaliteit wel als 'stedelijke ontwikkeling' te classificeren. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen. b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat van een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied heeft thans overwegend een groenbestemming. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor groenvoorzieningen. Burgerbewoning is niet toegestaan. Het onderhavig ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van woningen mogelijk.

Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De 'ladder voor duurzame 22

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

verstedelijking' moet verder worden doorlopen. Dat sprake is van een op het plangebied rustende onbenutte wijzigingsbevoegdheid maakt dit conform de overzichtsuitspraak niet anders. Een wijzigingsbevoegdheid geeft immers slechts de mogelijkheid om de bestaande bestemming te wijzigen in een bij het moederplan in beginsel aanvaardbaar geachte bestemming c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. Uit jurisprudentie blijkt dat de actuele behoefte aan woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2).

De behoefte bij een woonplan wordt bepaald door de confrontatie van de lange termijn prognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. Naast kwantitatieve aspecten, kunnen ook kwalitatieve aspecten een rol spelen bij de beschrijving van de behoefte. Bij woningen kan daarbij vooral worden gedacht aan specifieke woontypen, wooncategorieën en woonmilieus. In Nederland zal de onderlinge samenhang tussen regio's in de toekomst vooral gezocht worden in het vormen van een netwerk van steden en regio's met elk een eigen identiteit en goede bereikbaarheid. Dit is noodzakelijk om tegengewicht te bieden aan de concurrerende internationale regio's. De samenwerking in de metropoolregio in Amsterdam (waar Haarlem ook toe behoort) is hiervoor een voorbeeld, waarbij niet gezocht wordt naar onderlinge concurrentie, maar naar elkaar aanvullende identiteiten. Deze samenhang vertaalt zichzelf ook naar de woningmarkt. Amsterdam en de daaromheen liggende gemeenten zijn communicerende vaten: het aantal verhuisbewegingen tussen Amsterdam en de omliggende gemeenten is enorm. Vooral Haarlem is populair bij bewoners van Amsterdam die de stad verlaten maar toch graag in een stedelijke omgeving willen blijven wonen. De druk op de Haarlemse woningmarkt is dan ook hoog. De schaarste op de woningmarkt doet zich alom voelen.

In Haarlem zijn diverse plannen in uitvoering en in voorbereiding om de vraag naar woningen op te lossen (de zogenaamde planvoorraad) en tevens te voorzien in een woningvoorraad die aansluit bij de vraag vanuit de markt. De provincie Noord-Holland monitort de woningbouwontwikkeling en de woningbehoefte per regio, om inzicht te krijgen in de Noord-Hollandse woningbouwproductie. Zoals ieder jaar is onderzoek gedaan naar de plancapaciteit (aantal woningen in bestaande plannen) bij Noord-Hollandse gemeenten. In de Monitor Woningbouw 2020 is voor de periode 2020-2025 een totale woningbehoefte van 128.000 woningen aangegeven voor Noord-Holland en de MRA. Voor de periode 2020-2030 bedraagt de totale behoefte 239.000 23

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

woningen. In het Regionaal Actieprogramma Wonen 2019-2024 voor Zuid Kennemerland/IJmond is men uitgegaan van een netto productie van 7420 woningen per jaar. Haarlem wil circa 10.000 woningen realiseren in de periode tot en met 2025. De woningen die binnen het plangebied zijn beoogd, vallen binnen de plancapaciteit van de gemeente. De woningen zullen derhalve bijdragen aan het realiseren van de woningbouwopgave in de regio. d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat indien de 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' buiten 'bestaand stedelijk gebied' is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro wordt onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zien van art.

1.1.1 Bro kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Daaraan doet niet af dat de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan nog niet was gerealiseerd. De gronden binnen het plangebied kennen overwegend een functie als stedelijk groen. Het vigerende bestemmingsplan maakt hier bovendien door middel van het toepassing geven aan de opgenomen wijzigingsbevoegdheid een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk maakt. Het plangebied maakt tot slot op basis van de provinciale omgevingsverordening geen deel uit van het landelijk gebied. Gelet daarop is het onderhavige plangebied gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' van Haarlem. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' voorziet in een behoefte en wordt binnen het 'bestaand stedelijk gebied' gerealiseerd.

Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

24

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Omgevingsvisie NH2050 Toetsingskader De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. In de omgevingsvisie worden ook subambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden: Klimaatverandering: Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. Gezondheid en veiligheid: de ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond.

Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. Biodiversiteit en natuur: de ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn. De ambities ten aanzien van het gebruik van de leefomgeving luiden: Economische transitie: de ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. Wonen en werken: de ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Mobiliteit: de ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. 25

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Landschap: de ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. De ambities ten aanzien van de energietransitie is tot slot dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Beoordeling Voor onderhavige locatie is met name het uitgangspunt uit de Omgevingsvisie van belang dat de woningbouwbehoefte vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden wordt gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Het plangebied ligt in het bestaande stedelijke gebied en voorziet in een kwantitatieve behoefte aan woningen in Haarlem (zie tevens paragraaf 4.2.3). Het planvoornemen is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid zoals vervat in de Omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de provinciale Omgevingsvisie NH2050.

4.3.2 Omgevingsverordening NH2020 Toetsingskader Bij de Omgevingsvisie hoort een Provinciale Omgevingsverordening. Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten daarom de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. In de Omgevingsverordening zijn de regels vastgelegd waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. De Omgevingsverordening stelt algemene regels aan bestemmingsplannen met als doel het veiligstellen van de provinciale belangen. Beoordeling Het voorliggende plangebied is gelegen binnen Bestaand stedelijk gebied (BSG). De provincie geeft gemeenten binnen BSG veel beleidsvrijheid. De provincie stimuleert ontwikkelingen zoveel als mogelijk binnen BSG te realiseren. Binnen BSG is het wel van belang dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen regionaal worden afgestemd. Artikel 6.3 gaat hierover en luidt: 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de 26

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. De provincie heeft in haar verordening geregeld dat een bestemmingsplan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakt schriftelijke afspraken (artikel 6.3 Omgevingsverordening). Uit paragraaf 4.2.3 blijkt dat de voorgestane ontwikkeling past binnen de regionaal gemaakte afspraken. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020. Op grond van artikel 6.62 dient de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. Deze beschrijving dient in te gaan op het risico op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte en de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om deze risico's te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Ten behoeve van de beschrijving is overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheersgebied de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. In de duurzaamheidsparagraaf (paragraaf 4.5.7) zijn de uitgangspunten op het gebied van klimaatadaptatie beschreven. Er heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Daarnaast wordt het plan in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het onderhavige bestemmingsplan is passend binnen de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020. Conclusie De beoogde ontwikkeling is Omgevingsverordening NH2050.

passend

binnen

de

provinciale

4.3.3 Woonagenda 2020-2025 Toetsingskader In de Woonagenda 2020 - 2025 heeft de provincie bepaald dat er voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen moeten komen. De woningbouwproductie moet omhoog, waarbij binnenstedelijk bouwen de voorkeur heeft. Buitenstedelijk zijn er ook mogelijkheden, maar dient er wel sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. De afstemming binnen de regio gebeurt via op te stellen 'woonakkoorden' tussen provincie en gemeenten. Tot dat de woonakkoorden zijn gesloten wordt voor de behoefte uitgegaan van de provinciale woningbouwmonitoren en de RAP's. Haarlem is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De MRA is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken. De vraag naar 27

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

woningen is en blijft groot. In de prognose uit 2019 werd voorzien dat de MRA tot 2040 circa 250.000 extra woningen nodig heeft om de groeiende bevolking onderdak te bieden. Naast de grote woningbouwopgave kent de MRA andere belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de bereikbaarheid, het versterken van de economie en de energietransitie. Woningbouw draagt hier sterk aan bij, zolang dit zorgvuldig en in onderlinge afstemming gebeurt. De MRA werkt hieraan vanuit het programma Bouwen en Wonen in de MRA. De vraagstukken rondom de bouwopgave, zoals de stijgende huizenprijzen, sterke (geconcentreerde) economische groei, het open houden van het metropolitane landschap en de toenemende druk op de mobiliteit, zijn groot en complex. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen de gemeenten, deelregio’s en provincies Noord-Holland en Flevoland. Commitment en ondersteuning vanuit het Rijk is daarbij cruciaal om doorbraken te realiseren. Deze (boven) regionale opgaven komen samen in een aantal gebiedsontwikkelingen die zo grootschalig en complex zijn, dat samenwerking tussen Rijk, MRA, provincies, deelregio’s en gemeenten een noodzaak is om te zorgen voor duurzame en toekomstbestendige verstedelijking. Dit zijn de MRA sleutelgebieden.

Door een selectie van sleutelgebieden te maken, geeft de MRA richting aan de gesprekken over kwaliteit, kwantiteit en prioriteit van de beoogde woningbouw in relatie tot andere grote opgaven.

Sleutelgebied Binnenstedelijk Haarlem. Bron: Woonagenda 2020-2025. Beoordeling en conclusie De voorliggende planlocatie is gelegen binnen het sleutelgebied 'Binnenstedelijk Haarlem'. De planlocatie is aangegeven als te realiseren woningbouw 2025 - 2029. Het realiseren van de beoogde woningen komt tegemoet aan de grote behoefte die bestaat aan woningen.

28

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

4.4

Beleid van het hoogheemraadschap Waterbeheerplan 2022-2028 Op 6 oktober 2021 heeft het algemeen bestuur van Rijnland het waterbeheerplan (WBP6) vastgesteld. In het Waterbeheerplan (WBP) geeft het hoogheemraadschap aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. Het nieuwe WBP legt meer dan voorheen accent op het meebewegen met water in plaats van het strijden tegen water. De vijf hoofddoelen zijn waterveiligheid, voldoende water, schoon en gezond water, waterketen en Rijnland duurzaam en circulair. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijke toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomst vast wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelrijzing. Schoon en gezond water is gericht op het verbeteren van de ecologische en chemische waterkwaliteit voor inwoners, bedrijven en natuur.

Voor het doel waterketen richt Rijnland zich erop de afvalwaterketen te optimaliseren en het afvalwater te zuiveren door minder energie en grondstoffen te gebruiken. Voor het laatste hoofddoel 'Rijnland duurzaam en circulair' het hoogheemraadschap werkt om de kringloop van grondstoffen, water en energie te sluiten, energie te besparen, en biodiversiteit te versteken. Keur en Beleidsregels Rijnland is verantwoordelijk voor het waterbeheer, inclusief de Afvalwaterzuiverings-installatie (AWZI) en de waterstaatkundige veiligheid in het beheergebied. Om haar taak uit te kunnen oefenen maakt het hoogheemraadschap onder andere gebruik van de keur. In de keur staan regels ter bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken (zoals stuwen en gemalen). Zo is in de keur geregeld welke handelingen en activiteiten in en nabij watergangen, waterkeringen en waterbergingsgebieden niet zijn toegestaan zonder vergunning. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft op 13 mei 2020 de meest recente Keur en de daarbij behorende uitvoeringsregels vastgesteld. In de keur staat vermeld dat vanaf een toename van verhard oppervlak van 500 m2 of meer compensatie moet worden toegepast en een meldplicht vereist is. Bij een toename in verharding van 5.000 m2 of meer geldt een vergunningplicht.

In principe moet voor elke nieuw aangelegde verharding compenserend oppervlaktewater worden gegraven. Dit moet minimaal 15% van de toename aan verharding zijn. Als een alternatieve waterberging in het project wordt opgenomen, hoeven er geen nieuwe wateroppervlakken te worden gegraven.

29

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Uitvoeringsregel 'Alternatieve waterberging' Volgens de digitale kaart 'Kaarten bij de regels' van het Hoogheemraadschap van Rijnland de algemene regel 'Alternatieve waterberging' is van toepassing. Het aanleggen van een alternatieve waterberging is vergunningplichtig, als deze berging dient ter compensatie van de aanleg van verharding. Paragraaf 5.14 bevat de watertoets.

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1 Structuurplan Haarlem 2020 Toetsingskader Het Structuurplan Haarlem 2020 is in 2005 vastgesteld door de gemeenteraad. Voor de periode 2005 tot 2020 brengt het Structuurplan op hoofdlijnen de Haarlemse ruimtelijke, economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen met elkaar in verband. Het vormt de ruimtelijke vertaling en waarborging van de Toekomstvisie Haarlem, op basis waarvan voor een groot aantal gebieden in Haarlem invulling wordt gegeven aan andere structurerende planontwikkeling. Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbreiden. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van het beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht.

Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen. De doelstelling voor wonen is de mogelijkheden voor passende huisvesting van Haarlemse (en regionale) burgers te vergroten. De beschikbare ruimte mag intensiever worden gebruikt door meer realisatie van functiemenging van wonen en werken.

30

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Uitsnede Structuurplan 2020. Het plangebied is globaal geduid met een rode cirkel. Beoordeling In het structuurplan maakt de planlocatie deel uit van Multifunctioneel knooppunt HOV. Dit betreft het gebied rond de Robertus Nurksweg/Camera Obscuraweg bij station Haarlem-Spaarnwoude. De knooppunten hebben mogelijkheden voor een verdichting met economische en/of maatschappelijke voorzieningen in combinatie met woningbouw. Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan dit laatste. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen het Structuurplan Haarlem 2020.

4.5.2 Structuurvise openbare ruimte Beoordeling Op 21 december 2017 is de 'Structuurvisie openbare ruimte 2040' door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie openbare ruimte is een deelherziening van het Structuurplan uit 2005, en gaat alleen over de openbare ruimte en het buitengebied. De drie belangrijkste thema's uit de structuurvisie zijn: mooi, veerkrachtig en sterk. Uit deze thema's volgen de vier belangrijkste doelen van de structuurvisie: 1. Aantrekkelijke stad; 2. Gezonde stad; 3. Metropolitane economie; 4. Bereikbare stad.

31

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Uitsnede visiekaart Structuurvisie openbare ruimte. Het plangebied ligt binnen het stedelijk gebied. Dit betreffen de buitenwijken buiten het centraal stedelijk gebied en tegen het buitengebied aan. De buitenwijken van de stad kennen over het algemeen minder problemen in de openbare ruimte. Er is voldoende ruimte voor verblijven op straat, spelen, de voetganger en bomen. De inrichting van de openbare ruimte nodigt uit om voor verplaatsingen in de wijk steeds meer de fiets te pakken. Aantrekkelijke routes door de wijken brengen ook het buitengebied binnen handbereik van fietsers en voetgangers. De ruimere opzet van de openbare ruimte biedt kansen voor uitbreiding van het waternetwerk en voor de berging van hemelwater. Beoordeling Met het planvoornemen zal het parkeren worden opgelost in een ondergrondse of eventueel inpandige garage binnen de bebouwing binnen het plangebied. De bestaande parkeerplaatsen in het zuiden van het plangebied blijven behouden. Het planvoornemen is niet van dusdanige schaal dat hiervoor een herinrichting van de openbare ruimte noodzakelijk is of dat kansen kunnen worden aangegrepen om de mobiliteit anders te organiseren. Wel ligt het plangebied op loopafstand van enkele belangrijke OV-knooppunten, zoals onder meer station Spaarnwoude.

Door deze gunstige ligging wordt bijgedragen aan de ambitie uit de Structuurvisie openbare ruimte om het Haarlems autogebruik te verminderen. Ten aanzien van de aspecten groen en water wordt verwezen naar paragraaf 4.5.5. Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie openbare ruimte 2040.

32

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de Structuurvisie openbare ruimte 2040.

4.5.3 Woonvisie en uitvoeringsagenda Haarlem 2021-2025 Toetsingskader De Woonvisie Haarlem 2021 - 2025 'Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis' geeft richting aan het woonbeleid op de lange termijn tot 2030 en handvatten voor de uitvoering ervan in de periode 2021-2025. Belangrijkste doel is een toegankelijke, diverse en inclusieve stad te zijn die een duurzaam (t)huis biedt aan een breed scala van doelgroepen. De komst van voldoende (betaalbare) woningen is hierbij een randvoorwaarde. De bouwambitie tot 2030 ligt hoog. Gelet op de resterende opgave van de ambitie 2016 tot en met 2025 (7.200 woningen 2020-2025), de actualisatie van de raming van de aanvullende woningbehoefte (8.000 woningen 2019-2030) en de beschikbare plancapaciteit waarvoor visies zijn vastgesteld, wordt de ambitie voor de periode 2020-2030 vastgesteld op 8.000-10.000 woningen. De ambitie is dat er 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen bij komen. Doorstroming moet worden gestimuleerd door naast het bouwen van middeldure woningen ook voorrang te geven aan doorstromers vanuit sociale huurwoningen. Haarlem wil een inclusieve stad zijn, een stad voor iedereen. Voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen is extra aandacht. Door de gemeente en partners worden woonvormen ontwikkeld voor Haarlemmers die uit de maatschappelijke opvang of een beschermde woonvorm komen.

Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van gestapelde woningen waarvan minimaal 50% sociale huur betreft. Dit minimale aantal huurwoningen is tevens in het bestemmingsplan geborgd. Het project in zijn geheel sluit goed aan op de ambities en uitvoeringsagenda van de gemeente Haarlem. Met de realisatie van woningen voorziet het plan in de woningbouwbehoefte. De ontwikkeling in zijn geheel draagt bij aan de toevoeging van kwaliteit van het gebied en past binnen de visie voor Haarlem Oostpoort. Conclusie Het plan is passend binnen de Woonvisie Haarlem 2021 - 2025.

4.5.4 Doelgroepenverordening Woningbouw Haarlem 2020 Toetsingskader De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage van 33

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

categorieën woningen wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. Het doorvoeren van gemeentelijk woonbeleid in bestemmingsplannen, kan door het opstellen van een doelgroepenverordening. De doelgroepenverordening heeft primair betrekking op nieuwbouw. De gemeente kan hierdoor sturen op een goede mix aan aanbod van (huur)woningen. De mogelijkheid om te sturen op de bouw van een bepaald percentage van categorieën woningen, de woningbouwplannen, de volkshuisvestelijke doelen van de gemeente Haarlem en specifiek de Woonvisie 2021-2025 en de Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment van 18 december 2018 vormen de uitgangspunten voor deze doelgroepenverordening. Om de doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan vastgelegd worden. In de doelgroepenverordening zijn de sociale huurwoning, middeldure huurwoning en sociale koopwoning omschreven aan de hand van de huur en koopprijsgrenzen. De doelgroepenverordening geeft tevens aan voor welke doelgroepen de te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen bedoeld zijn. De doelgroepen worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen.

Ook regelt de verordening dat de sociale en middeldure huurwoning en sociale koopwoning gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven voor de daarvoor aangewezen doelgroepen. Dit zijn de instandhoudingstermijnen. Beoordeling De beoogde ontwikkeling voorziet in gestapelde woningen waarvan minimaal 50% sociale huurwoningen zijn. De realisatie van sociale huurwoningen draagt bij aan de te realiseren sociale huurwoningen binnen Oostpoort. De realisatie van nieuwe woningen voorziet in een bijdrage aan de toevoeging van 10.000 woningen tot en met 2025. Conclusie Het plan is passend binnen de Doelgroepenverordening Woningbouw Haarlem 2020.

4.5.5 Groen en water Toetsingskader De hoofdgroenstructuur is vastgelegd in het Structuurplan Haarlem 2020 en de Structuurvisie Openbare Ruimte. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Dit wordt bereikt door het in stand houden en versterken van de bestaande groene gebieden en lijnen. Uitgangspunt is verder de versterking van de beleving van groen in Haarlem. De versterking ligt in eerste instantie in de toevoeging van een groen, recreatief netwerk in de stad. Daarnaast wordt meervoudig ruimtegebruik met ecologische meerwaarde toegepast door middel van het realiseren van groene

34

bestemmingsplan "Oostpoort blok 1F" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12574171/2