CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bestemmingsplan Molenwijk (toelichting en regels)

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Molenwijk22.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Zie voor de bouwregels voor lessenaarsdaken artikel 19 van de regels. 6.4.7 Dakterrassen Dakterrassen zijn toegestaan als ze zijn meeontworpen met de hoofdbebouwing. Op aan- en uitbouwen is het onder voorwaarden toegestaan om een dakterras te realiseren.

62

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Zie voor de bouwregels voor dakterrassen artikel 19 van de regels.

63

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

64

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 7.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid

7.1.1 Grondexploitatie Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bouwplannen mogelijk als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Er is dus geen plicht tot het vaststellen van een exploitatieplan. Zoals in elk bestemmingsplan is het mogelijk om binnen bestaande bebouwingscontouren sloop-nieuwbouwplannen te ontwikkelen. In die gevallen, voor zover zij zich zullen voordoen, zijn er geen kosten voor de gemeente, waardoor kostenverhaal niet aan de orde is. Onder kostenverhaal wordt verstaan het verhalen van de kosten van grondexploitatie van een gebied op de verschillende eigenaren in het gebied. In een exploitatieplan kan worden geregeld hoe algemene kosten voor een project, zoals kosten voor grondexploitatie en voorzieningen van openbaar nut, op de exploitant(-en) worden verhaald. Een exploitatieplan is echter niet verplicht indien er geen bouwplannen worden toegevoegd of het verhaal van kosten ‚anderszins verzekerd is. Dat laatste is het geval als de gemeente en de ontwikkelaar een zgn. anterieure overeenkomst hebben gesloten. 7.1.2 Planschade Bestaande bouw- en gebruiksregels worden t.o.v. de vigerende regelingen gerespecteerd. Er is geen sprake van rechtens toegestane functies en/ of bouwmogeljkheden, Het aspect planschade staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

7.2

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1 Wettelijk vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan op 23 april 2021 toegezonden aan de volgende instanties, met het verzoek om binnen 4 weken een reactie te geven op het concept Hoogheemraadschap Rijnland Omgevingsdienst IJmond VRK (Brandweer) Gasunie West Wijkraad Molenwijk De volgende instanties maakten schriftelijk hun opmerkingen kenbaar: Hoogheemraadschap van Rijnland 'Ten zuiden van Molenwijk (tussen de bebouwing en de Molenplas) is een afvalwatertransportleiding aanwezig. Zie onderstaand de locatie op kaart. Ons verzoek is om deze leiding als dubbelbestemming (met 2,5 m bereik aan iedere zijde) op te nemen op de plankaart. Verder wijs ik u er op dat voor de water gerelateerde aspecten de Keur (Waterwet) van Rijnland 2020 alsmede

65

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing zijn. Bijvoorbeeld voor toename aan verhard oppervlak, graven of dempen van oppervlaktewater, werken in of nabij de kern- en beschermingszones van waterkeringen of oppervlaktewater of in kwelgevoelig gebied dient een vergunning/melding op grond van de Waterwet te worden aangevraagd bij ons hoogheemraadschap via het Omgevingsloket Online (OLO). De Keur en uitvoeringsregels kunt u vinden op onze website www.rijnland.net'. Reactie gemeente: De betreffende afvalwatertransportleiding is overeenkomstig het verzoek van het waterschap opgenomen in de regels (artikel 14) en op de verbeelding. Wijkraad Molenwijk De wijkraad heeft per email enkele vragen/opmerkingen toegezonden, die op 18 juni 2021 schriftelijk zijn beantwoord. Ten aanzien van deze beantwoording heeft op 9 juli 2021 aanvullend een overleg plaatsgevonden tussen (leden van de) wijkraad en de gemeente. De opmerkingen van de wijkraad hebben geleid tot enkele tekstuele aanpassingen in de toelichting. 7.2.2 Zienswijzen Gedurende een periode van 6 weken is eenieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerp van het bestemmingsplan. Tijdens deze periode zijn er 3 zienswijzen ingediend, die op onderdelen aanleiding hebben gegeven tot aanpassing van toelichting en regels.

Het eindverslag van de zienswijzeprocedure is onderdeel van het raadsbesluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan.

66

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

7.3

Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. Immers, de ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid inzake de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.

Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Handhaving Bebouwde Omgeving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, hetgeen een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt met name de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft.

Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan tevens plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken. Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het

67

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Aldus draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.

68

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

69

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

70

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Onderzoek Externe Veiligheid

71

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

72

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Bijlage 1 Onderzoek Externe Veiligheid

73

Adviesgroep AVIV BV Piet Heinstraat 12 7511 JE Enschede

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Project Datum

235268 16 mei 2023

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Project

235268

Datum

16 mei 2023

Auteur Review

ing. M.H. Ottink ing. A.J.H. Schulenberg

Versie nr.

1

Opdrachtgever

Gemeente Haarlem Postbus 511 2003 PB Haarlem

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Normstelling externe veiligheid ___________________________________ 5 2.1 Risicobenadering ____________________________________________ 5 2.2 Besluit externe veiligheid buisleidingen ___________________________ 5 3 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 9 3.1 Ligging plangebied en risicobronnen _____________________________ 9 3.2 Hogedruk aardgasleidingen ___________________________________ 10 4 Resultaten aardgasleidingen ____________________________________ 11 4.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 11 4.2 Groepsrisico_______________________________________________ 11 4.3 Belemmeringenstrook _______________________________________ 13 5 Conclusies ___________________________________________________ 14 Referenties _____________________________________________________ 15 Bijlage 1. Gegevens bebouwing ____________________________________ 16 Bijlage 2. Carola-rapportage _______________________________________ 17

3

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

1 Inleiding In de toelichting op bestemmingsplan Molenwijk dient aandacht besteed te worden aan de externe veiligheidsrisico’s van hogedruk aardgasleiding W-532-01 van Gasunie aangezien het plangebied deels in het invloedsgebied van deze hogedruk aardgasleiding ligt. Bestemmingsplan Molenwijk is conserverend van aard. Voor een goede ruimtelijke onderbouwing is inzicht in de externe veiligheidsrisico’s nodig. In deze rapportage worden de resultaten van de risicoberekeningen gepresenteerd.

4

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

2 Normstelling externe veiligheid 2.1

Risicobenadering Het risico voor personen die verblijven in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor dergelijke activiteiten in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Met het PR wordt de aan te houden afstand geëvalueerd tussen de activiteit en kwetsbare functies in de omgeving. Of een functie kwetsbaar of beperkt kwetsbaar is, is te vinden in het Besluit externe veiligheid Inrichtingen (Bevi) [1]. Voorbeelden van kwetsbare objecten zijn woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoorgebouwen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere verspreid liggende woningen, sporthallen en bedrijfsgebouwen. Met het GR wordt geëvalueerd of als gevolg van een ongeval een groot aantal slachtoffers kan vallen, doordat een grote groep personen blootgesteld wordt.

2.2

Besluit externe veiligheid buisleidingen Sinds 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van kracht [2]. Hieronder is kort de toetsing aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde van het groepsrisico geschetst.

2.2.1

Plaatsgebonden risico In het kader van de risicobenadering moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een relatief hoog risico. Afhankelijk van de kenmerken van de buisleiding en de specifieke gevaren voor de omgeving, kan een zekere scheiding tussen buisleidingen en werk- en woongebieden gewenst zijn. Bij deze vraagstelling worden de risiconormen gehanteerd, die door de rijksoverheid zijn vastgesteld. Voor nieuwe buisleidingen is in het Bevb de eis opgenomen dat deze zodanig aangelegd moeten worden conform de best beschikbare technieken dat de PR 10-6 contour zo veel mogelijk binnen de belemmeringenstrook komt te liggen. Deze plicht rust op de exploitant van de leiding. Deze eis geldt ook als een bestaande leiding wordt vervangen. Zo wordt deze strenge norm voor het plaatsgebonden risico van toepassing op nieuwe situaties. Het ontstaan van nieuwe knelpunten wordt daarmee voorkomen en het ruimtebeslag van nieuwe buisleidingen wordt beperkt tot de belemmeringenstrook. De grenswaarde voor het plaatsgebonden risico is ook van toepassing op bestaande buisleidingen. Dit levert in bepaalde gevallen bij bestaande bebouwing 1 binnen de 1

Onder bestaande bebouwing wordt verstaan fysiek aanwezige bebouwing en geprojecteerde bebouwing die is toegestaan op basis van een vastgesteld bestemmingsplan of vrijstellingsbesluit

5

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

risicocontour van de buisleiding een knelpunt op. Daar waar kwetsbare objecten zoals woningen en scholen binnen de risicocontour PR 10-6 liggen, gaat een wettelijke saneringsplicht gelden. De leidingexploitant is hierop aanspreekbaar en neemt binnen een overgangstermijn zodanige saneringsmaatregelen dat er sprake is van een acceptabele situatie. Voor de initiatiefnemer van het ruimtelijk plan geldt dat er geen nieuwe kwetsbare bestemmingen gerealiseerd mogen worden binnen de 10-6 contour van het plaatsgebonden risico indien aanwezig, en dat deze contour een richtwaarde is voor beperkt kwetsbare bestemmingen. Binnen de belemmeringenstrook mogen geen nieuwe kwetsbare objecten worden gerealiseerd. De belemmeringenstrook en de buisleidingen moeten in het bestemmingsplan worden aangegeven. Het Bevb verwijst voor de (niet limitatieve) lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 2.2.2

Groepsrisico Bij het beoordelen van het GR wordt het (lokale) bevoegd gezag de mogelijkheid geboden om gemotiveerd van de oriëntatiewaarde voor het GR af te wijken. Er moet sprake zijn van een openbare en goed inzichtelijke belangenafweging, waarin moet zijn aangegeven waarom in het specifieke geval daarvan is afgeweken. De beslissing om van de oriëntatiewaarde af te wijken is vatbaar voor beroep. Het GR wordt voor het gehele relevante gebied berekend. Door middel van bron- of ruimtelijke maatregelen kan mogelijk dat risico worden gereduceerd. Daar waar het gaat om het stellen van randvoorwaarden in de ruimtelijke ordening wordt het afwegingsgebied echter gemaximaliseerd tot de grens waarbinnen nog 1% van de aanwezige personen overlijdt (1%-letaliteitszone). Het GR geeft voor dit gebied aan welke bebouwingsdichtheid nog acceptabel is, gelet op de voorgestelde oriëntatiewaarde. In het aangegeven gebied is bebouwing dus wel toegestaan maar is de dichtheid van bebouwing soms gelimiteerd. Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer buisleiding op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan de oriëntatiewaarde. De oriëntatiewaarde geldt voor zowel bestaande als nieuwe situaties. De regeling over het groepsrisico in het Bevb vertoont duidelijk overeenkomst met de regelingen in het Bevi.

Het uitgangspunt is dat er een verplichting geldt om het groepsrisico mee te wegen en te verantwoorden bij de vaststelling van een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning (projectbesluit) dat betrekking heeft op het invloedsgebied van een geprojecteerde of bestaande buisleiding. De toetsing aan de oriëntatiewaarde vindt op dezelfde manier plaats als hierboven geschetst. De verantwoording van het groepsrisico is op onderdelen iets anders geformuleerd en kent in bepaalde gevallen een vereenvoudiging.

6

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Verantwoording groepsrisico Bij de vaststelling van een bestemmingsplan (gelegen binnen de 100%-letaliteitszone van de leiding), op grond waarvan de aanleg van een buisleiding, of de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object wordt toegelaten, wordt tevens het groepsrisico in het invloedsgebied van de buisleiding verantwoord. In de toelichting van dit besluit wordt dan vermeld: a. de aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; b. het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10 4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; c. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; d. andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; e.

de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst; f. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval als bedoeld in art. 1 van de Wet rampen en zware ongevallen. g. de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Voorafgaand aan de vaststelling van een besluit als bedoeld in het eerste lid stelt het voor dat besluit bevoegde gezag het bestuur van de regionale brandweer in wiens regio het gebied ligt waarop dat besluit betrekking heeft, in de gelegenheid advies uit te brengen in verband met het groepsrisico en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval alsmede hulpverlening en zelfredzaamheid.

7

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Beperkte verantwoording Het Bevb introduceert een nieuwe onderverdeling van situaties waarin een ‘volledige’ verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk is en situaties waarin met een beperktere verantwoording kan worden volstaan. Er zijn twee situaties waarin volstaan kan worden met een beperkte verantwoording (art. 12, lid 3): 1. Indien het ruimtelijk besluit betrekking heeft op het gebied tussen de 100% letaliteitszone en de 1% letaliteitszone van de buisleiding (in geval van toxische stoffen tussen de 1% letaliteitszone en de afstand waarop het plaatsgebonden risico gelijk is aan 10 -8). 2. a. als het groepsrisico onder 0.1 keer de oriëntatiewaarde blijft; b. als het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In een beperkte verantwoording van het groepsrisico hoeven slechts vier zaken aan de orde te komen, namelijk: a. De personendichtheid in het invloedsgebied van de buisleidingen. b. De hoogte van het groepsrisico. c. De bestrijdbaarheid. d. De zelfredzaamheid. Een nadere beschouwing van risico reducerende maatregelen en ruimtelijke alternatieven met een lager groepsrisico is in dat geval niet nodig.

8

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1

Ligging plangebied en risicobronnen Figuur 1 toont de ligging van plangebied Molenwijk ten opzichte van hogedruk aardgasleiding W-532-01 en het invloedsgebied daarvan. Te zien is dat slechts een klein deel van Molenwijk binnen het invloedsgebied ligt (aangegeven met zwarte stippellijn). Molenwijk ligt buiten het invloedsgebied van 95 m van aardgasleiding W-532-02 en daarom wordt deze verder buiten beschouwing gelaten.

Figuur 1.

Plangebied en aardgasleidingen

9

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

3.2

Hogedruk aardgasleidingen Het risico door hogedruk aardgasleidingen wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens:  Het interessegebied.  Leidingdatabestand van de leidingeigenaar, in dit geval Nederlandse Gasunie.  Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding.

3.2.1

Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.

3.2.2

Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de voor het plangebied relevante aardgasleiding worden getoond in tabel 1.

Beheerder

Leidingnr.

Diameter [inch]

Druk [bar]

Afstand 100% letaliteit [m]

Afstand 1% letaliteit [m]

Gasunie

W-532-01

13

40

65

140

Tabel 1.

3.2.3

Kenmerken hogedruk aardgasleiding

Aanwezigheid personen De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [3]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.

10

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

4 Resultaten aardgasleidingen 4.1

Plaatsgebonden risico Figuur 2 toont de plaatsgebonden risicocontouren (PR) van aardgasleiding W-532-01. De berekening heeft niet geleid tot een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van het plan.

Figuur 2.

4.2

Plaatsgebonden risicocontouren W-532-01

Groepsrisico Tabel 2 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. In de tabel is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.092 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico 11 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico is berekend voor bestemmingsplan Molenwijk (situatie 1). Onlangs heeft AVIV een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd voor de Toekomstwijk in Haarlem,

11

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

aangrenzend gelegen ten noorden van Molenwijk [7]. In de Toekomstwijk worden maximaal 160 woningen gerealiseerd. De invloed van deze ontwikkeling op de hoogte van het groepsrisico is ook berekend (situatie 2). Figuur 3 toont het groepsrisico van de kilometer met het hoogste groepsrisico voor situatie 1 en 2. Situatie

Factor t.o.v. OW

1. BP Molendijk

0.092

2. BP Molenwijk + Toekomstwijk

0.092

Tabel 2.

Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)

Figuur 3.

Groepsrisico W-532-01situatie 1 (links) en situatie 2 (rechts)

Van het deel van de leiding die voor de berekening van het groepsrisico moet worden beschouwd, is de kilometer met het hoogste groepsrisico groen weergegeven in figuur 4. Het groepsrisico van die kilometer wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde. Uit de figuur blijkt dat Molenwijk niet ter hoogte van die kilometer leiding ligt.

Figuur 4.

Kilometer leiding met het hoogste groepsrisico

12

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Het groepsrisico is lager dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Dat betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In bijlage 2 is het door Carola automatisch gegenereerde rapport voor situatie 1 opgenomen met daarin de gedetailleerde uitkomsten van de berekeningen.

4.3

Belemmeringenstrook De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar, zoals hier het geval is, geldt een belemmeringenstrook van tenminste 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding [4]. Figuur 5 toont de belemmeringenstrook aan weerszijden van aardgasleiding W-532-01. Te zien is dat de bouwvlakken zich buiten de belemmeringenstrook bevinden. De belemmeringenstrook legt daarmee geen beperkingen op aan bestemmingsplan Molenwijk.

Figuur 5.

Ligging Molenwijk ten opzichte van belemmeringstrook

13

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

5 Conclusies Voor de toelichting op het bestemmingsplan Molenwijk in Haarlem zijn de externe veiligheidsrisico’s van hogedruk aardgasleiding W-532-01 berekend. De belangrijkste conclusies naar aanleiding van de resultaten worden in dit hoofdstuk benoemd. Plaatsgebonden risico De berekening heeft niet geleid tot een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Groepsrisico Het groepsrisico ie kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan staan beschreven in paragraaf 2.2.2. Belemmeringenstrook De bouwvlakken binnen Molenwijk bevinden zich buiten de belemmeringenstrook.

14

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Referenties 1.

Ministerie VROM

2004

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250

2.

Ministerie VROM

2010

Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686

3.

IOV

2023

BAG-Populatieservice, versie 2022-01 https://populatieservice.ev-signaleringskaart.nl/

4.

Ministerie IenM

2014

Regeling externe veiligheid Buisleidingen (Revb) Stb. 2014, 16955

5.

Geonovum/ Kadaster

2023

Ruimtelijkeplannen.nl

6.

IOV

2022

Handleiding populatieservice, versie 2.0, april 2022

7.

AVIV

2023

Onderzoek externe veiligheid / Ontwikkeling Toekomstwijk in Haarlem. Rapportnr. 235328, 8 mei 2023.

15

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Bijlage 1. Gegevens bebouwing Binnen het invloedsgebied van 140 m rond het te beschouwen deel van de aardgasleiding is de bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [3]. Hierin is ook de bebouwing meegenomen die binnen het (deel van het) plangebied valt. In aanvulling daarop is ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd [5]. Naar aanleiding daarvan is een sportterrein en een aantal woonboten toegevoegd. Figuur 6 toont de geleverde bebouwing.

Figuur 6.

Bebouwing binnen invloedsgebied aardgasleiding

Voor het sportterrein wordt uitgegaan van een dichtheid van 30 personen/ha met een aanwezigheid van 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts gedurende 183 dagen/jaar [6]. Aangenomen wordt dat 100% zich buitenshuis bevindt. Bestemmingsplan Molenwijk is conserverend van aard.

16

Onderzoek externe veiligheid / Bestemmingsplan Molendijk in Haarlem

Bijlage 2. Carola-rapportage

17

Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 4 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 4 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 4 2.3 Populatie.......................................................................................................... 6 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 8 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8851_leiding-W-532-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 9 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8851_leiding-W-532-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 9 5 FN curves ..............................................................................................................

10 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 8851_leiding-W-532-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1830.00 en stationing 2830.00 ................ 10 6 Referenties ............................................................................................................ 11

1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Pagina 2 van 11

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp

1

2

3

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding • naam buisleiding • diameter • druk • eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties

Vertrouwelijk/

Aangeleverd

Openbaar

door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar

Openbaar

•

bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen

Ja Ja

Ja indien ingevoerd Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 3 van 11

2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 15-05-2023. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Schiphol. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek zijn alleen de gearceerd weergegeven leidingen relevant. De overig leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2.

Eigenaar

Leidingnaam

Diameter [mm]

Druk [bar]

Datum aanleveren gegevens

N.V. Nederlandse Gasunie

8851_leiding-W-532-01deel-1

323.80

40.00

08-05-2023

N.V. Nederlandse

8851_leiding-W-532-02-

219.10

40.00

08-05-2023

Gasunie

deel-1 Pagina 4 van 11

De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied

De volgende risicomitigerende maatregelen zijn meegewogen in de risicostudie: Leidingnaam

Mitigerende maatregel

Begin stationing

Eind stationing

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

239.840

269.520

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

299.640

330.460

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

339.060

350.010

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

352.500

376.970

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

585.700

587.480

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

2398.350

2406.130

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

2421.960

2423.960

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

3642.710

3645.880

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

4493.410

4507.400 Pagina 5 van 11

Leidingnaam

Mitigerende maatregel

Begin stationing

Eind stationing

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

4512.180

4513.960

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

4517.990

4523.420

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

4642.780

4645.300

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

4653.060

4667.240

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

4672.670

4682.120

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01-

striktere begeleiding van

5064.510

5069.510

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

5069.720

5072.920

8851_leiding-W-532-01deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

5393.350

5472.810

8851_leiding-W-532-02-

striktere begeleiding van

1918.900

1919.690

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-02-

striktere begeleiding van

2363.520

2369.750

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-02deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

2596.580

2624.400

8851_leiding-W-532-02deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

2661.310

2691.690

8851_leiding-W-532-02-

striktere begeleiding van

2705.110

2716.100

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-02-

striktere begeleiding van

2748.830

2751.320

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-02deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

2770.910

2783.760

8851_leiding-W-532-02deel-1

striktere begeleiding van werkzaamheden

2806.140

2812.430

8851_leiding-W-532-02-

striktere begeleiding van

2824.370

2847.820

deel-1

werkzaamheden

8851_leiding-W-532-02-

striktere begeleiding van

2859.490

2862.950

deel-1

werkzaamheden

2.3 Populatie De percentages in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: • •

% aanwezig gedurende de dagperiode % aanwezig gedurende de nachtperiode

• •

% buiten gedurende de dagperiode % buiten gedurende de nachtperiode

• •

% overdag aanwezig gedurende het jaar % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. Pagina 6 van 11

Populatiepolygonen Label

Type

Dichtheid

Vervangmodus

Percentage Personen

Sportterrein

Evenement

30.0

Toevoegen Nieuwe

100/ 100/ 100/ 100/ 15/

Populatie

15

Populatiebestanden Pad

Type

Aantal

Percentage Personen

bijeen_sport_cel_zkh-dag100-

Werken

45

100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100

.industrie-dag100-nacht30.txt

Werken

57

100/ 30/ 7/ 1/ 100/ 100

kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-

Werken

50

100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100

Wonen

2489

50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100

nacht80.txt

dag100-nacht0.txt wonend_vakantiehuis-dag50nacht100.txt

De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3. Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen Werken Evenement

Pagina 7 van 11

3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als iso-risicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 8851_leiding-W-532-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

1E-7 1E-8

Pagina 8 van 11

4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FNcurve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 8851_leiding-W-532-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 68 slachtoffers en een frequentie van 1.98E-007. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.092 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1830.00 en stationing 2830.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 8851_leiding-W-532-01-deel-1 van N.V. Nederlandse Gasunie

Pagina 9 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197727/1