CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Bijlage 2 Bestemmingsplan Molenwijk (toelichting en regels)

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Molenwijk22.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Molenwijk

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

2

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

5 INLEIDING

7

Aanleiding tot actualisering van het bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Geldende planologische regelingen Bestemmingsplanprocedure Leeswijzer plantoelichting

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE Korte historische schets Ruimtelijke structuur Functionele structuur

7 8 8 9 10

11 11 12 13

BELEIDSKADER

15

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

15 16 17

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

25

Bedrijven en milieuzonering Geluid Bodemparagraaf Waterparagraaf Luchtkwaliteit Externe veiligheid Natuurwaarden Verkeer en parkeren Cultuurhistorie Archeologie Molenbiotoop Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen

25 25 26 27 32 34 37 39 39 40 42 42

VISIE OP HET PLANGEBIED

45

Visie op het plangebied Ontwikkelingen

45 46

JURIDISCHE ASPECTEN

47

Inleiding Juridische planopzet Hoofdopzet verbeelding Overzicht bouwmogelijkheden op/in het dak

47 47 56 58

UITVOERBAARHEID

65

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

65 65 67

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

3

69

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Onderzoek Externe Veiligheid

71

Bijlage 1

73

Onderzoek Externe Veiligheid

Regels

103

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Hoofdstuk 3 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23

Hoofdstuk 4 Artikel 24 Artikel 25

Inleidende regels

105

Begrippen Wijze van meten

105 115

Bestemmingsregels

117

Bedrijf Gemengd - 1 Groen Horeca Maatschappelijk Tuin - 1 Tuin - 2 Verkeer Water Wonen Leiding - Gas Leiding - Water Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering

117 119 121 123 125 127 129 131 133 135 137 139 141 145 147

Algemene regels

149

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

149 151 155 157 159 161

Overgangs- en slotregels

163

Overgangsrecht slotregel

163 165

Bijlagen bij de regels

167

Bijlage 1

169

Zoneringslijst

4

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Toelichting

5

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

6

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding tot actualisering van het bestemmingsplan Het hoofddoel van het nieuwe bestemmingsplan 'Molenwijk' is het bieden van een actueel planologisch- juridisch kader dat de bestaande en toegestane situatie op een goede manier regelt en digitaal ontsluit. De wens van de gemeente is om niet alleen alle bestemmingsplannen actueel te hebben, maar ook digitaal beschikbaar. Het plangebied maakt momenteel nog onderdeel uit van het bestemmingsplan Schalkwijk (vastgesteld in 2008). Delen van dit bestemmingsplan Schalkwijk zijn in het recente verleden al geactualiseerd (bestemmingsplannen Meerwijk, Europawijk en Boerhaavewijk). Molenwijk is het laatste te actualiseren plandeel van bestemmingsplan Schalkwijk. Alleen dit deel is nog niet digitaal beschikbaar volgens de laatste wettelijk voorgeschreven landelijke standaarden. Het digitaliseren van dit plangebied draagt bij aan de voorbereiding op Omgevingswet, omdat ook dit bestemmingsplan straks – na de inwerkingtreding van de Omgevingswet - deel gaat uitmaken van het (tijdelijk) omgevingsplan en omdat deze digitale bestemmingsplan inzichtelijker en leesbaarder zijn voor de gebruiker. Het is van belang dat bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zoveel mogelijk plangebieden geactualiseerd en goed digitaal raadpleegbaar zijn.

Het actualiseren van het bestemmingsplan draagt daarom bij aan de transitie in het kader van de Omgevingswet. De bestaande ruimtelijk-functionele structuur en de voortzetting van het huidige toegestane gebruik zijn daarbij de uitgangspunten. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan grotendeels beheersgericht is. De aanwezige functies en aanwezige bebouwing worden bestemd zoals deze nu zijn. Dit houdt echter niet in dat de bestaande ruimtelijke situatie voor het plangebied van dit bestemmingsplan voor de aankomende tien jaren wordt bevroren. Onnodige starheid van het plan moet voorkomen worden. Kleinschalige ontwikkelingen en veranderingen binnen de bestaande functie en bebouwing zijn in meerdere of mindere mate mogelijk. Door het opstellen van een nieuw bestemmingsplan kan hieraan worden voldaan en beschikt de gemeente Haarlem ook voor dit deel van het grondgebied over een actueel planologisch-juridisch kader. De gemeente ziet deze actualisatie en digitalisering van het bestemmingsplan daarnaast ook als een geschikte gelegenheid om een grotere mate van uniformiteit tussen de bestemmingsplannen onderling aan te brengen. Dit betreft zowel uniformiteit in de systematiek als in de planregels.

Voorliggend bestemmingsplan zorgt voor de digitalisering van het analoge deel van dit bestemmingsplan, ook met het oog op de inwerkingtreding van de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of en hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de

7

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

1.2

Begrenzing van het plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan 'Molenwijk' ligt in het zuidoosten van de gemeente Haarlem en wordt globaal begrensd door de Europaweg, Roosje Vospad, Europavaart, de Ringvaart, de grens tussen de bebouwing en het agrarisch gebied aan de Betuwelaan en het verlengde daarvan, het Watermolenplantsoen, Amelandstraat, Zuiderzeelaan, de bebouwing van Prattenburg, Engelenburg en de Groningenlaan. De exacte begrenzing van het plangebied is af te lezen uit de verbeelding.

Globale begrenzing bestemmingsplan Molenwijk

1.3

Geldende planologische regelingen De gronden van die onderdeel uitmaken het voorliggende bestemmingsplan Molenwijk zijn zoals hiervoor is vermeld momenteel opgenomen in bestemmingsplan 'Schalkwijk'. Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:

8

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

nr. 900bp002 00801

Naam van het plan Vastgesteld Onherroepelijk Schalkwijk 18-12-2008 04-05-2010 Facetbestemmingsplan 02-07-2009 21-08-2009 Archeologie Tabel: Geldende bestemmingsplannen op het moment van opstellen van het bestemmingsplan Bij het van kracht worden van het nieuwe bestemmingsplan Molenwijk verliezen de in de tabel genoemde plannen hun rechtskracht voor die delen die binnen de plangrenzen van dit bestemmingsplan liggen. Afwijkende bouw- en gebruiksmogelijkheden, zoals die op basis van afgeronde vrijstellings- of ontheffingsprocedures, projectbesluiten en omgevingsvergunningen in het verleden mogelijk zijn gemaakt, zijn ook in dit bestemmingsplan opgenomen.

1.4

Bestemmingsplanprocedure Het bestemmingsplan Molenwijk doorloopt de volgende procedure. Conceptontwerp Het conceptontwerp bestemmingsplan is op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Zie paragraaf 7.2. Ontwerp Eventueel gemaakte reacties naar aanleiding van het wettelijke vooroverleg worden betrokken bij het opstellen van het ontwerp van het bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders geeft na bespreking in de commissie Ontwikkeling het ontwerp vrij voor tervisielegging op basis van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie ligt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage. In die tijd kan iedereen zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen naar voren brengen bij de gemeenteraad. Zie tevens paragraaf 7.2. Vaststelling Na verwerking van de eventuele zienswijzen en mogelijke ambtshalve aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen, wordt het vastgestelde bestemmingsplan opnieuw zes weken ter inzage gelegd voor de beroepstermijn.

Beroep Belanghebbenden die een zienswijze bij de gemeenteraad naar voren brachten of aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingebracht tegen het ontwerpbesluit kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij 9

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

de vaststelling van het bestemmingsplan aanbrengt. De Raad van State behandelt eventuele beroepen en doet uiteindelijk een uitspraak op basis waarvan het bestemmingsplan geheel, gedeeltelijk of niet onherroepelijk wordt.

1.5

Leeswijzer plantoelichting Na dit inleidende hoofdstuk gaat hoofdstuk 2 in op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. De ontstaansgeschiedenis van het gebied verklaart namelijk de huidige verschijningsvorm voor een belangrijk deel. Hoofdstuk 3 behandelt het voor het plangebied relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 5 beschrijft de visie op het plangebied en gaat in op ontwikkelingen die nu of mogelijk in de toekomst in het plangebied spelen. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische aspecten en licht de planregels, milieuzoneringslijst, waarderingskaart, verbeelding en de regeling voor bebouwing toe. Het laatste beschrijft de financieel-economische uitvoerbaarheid en licht de uitkomsten van het gevoerde vooroverleg toe. Bij de toelichting hoort ook een bijlage onderzoek Externe Veiligheid.

10

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE

Korte historische schets Het ambacht of buurtschap 'Scalc-wijc' wordt reeds rond de elfde eeuw vermeld. Het ontstaan van Scalc-wijc, voor 1245 nog deel uitmakend van het Haarlemmerambacht, heeft nauw samengehangen met de veenontginning in het zuiden en oosten van de regio Zuid-Kennemerland. De verkaveling die in het gebied ontstond is ingegeven door de afwatering op de rivieren Het Spaarne aan de westzijde en de Liede aan de oostzijde. In het gebied dat bestond uit de Romolenpolder, de Verenigde Groote en Kleine Polder, de Poelpolder en de Vijfhuizerpolder, werd voornamelijk veeteelt bedreven. In de periode 1945-1965 nam de Haarlemse bevolking toe met bijna 15%. Om deze groei het hoofd te kunnen bieden, werden onder anderen compleet nieuwe wijken gepland. Deze wijken zijn stedenbouwkundig en architectonisch in één keer ontworpen en gebouwd. Dat was in Haarlem uitzonderlijk. Alle wijken van vóór de wederopbouwperiode zijn min of meer procesmatig, stap voor stap, tot stand gekomen. Als een van de laatste grote uitbreidingsplannen in die periode werd een geheel nieuw stadsdeel, bestaande uit vier woonwijken en een stadsdeelcentrum gerealiseerd. Binnen 25 jaar werden zo'n 40.000 mensen gehuisvest in ongeveer 14.000 woningen. In 1963 werd het hele uitbreidingsgebied, dat voor een groot deel op grond van de gemeente Haarlemmerliede lag, geannexeerd.

Het stadsdeel Molenwijk ligt in de Verenigde Groote en Kleine Polders en is het vierde en laatste deel van Schalkwijk. Hoewel in het structuurplan uit 1966 al wel rekening werd gehouden met de bouw van de wijk, werd het stedenbouwkundig plan niet - zoals de andere drie wijken- hierin opgenomen. In 1972 werd ook voor “Schalkwijk Wijk C” een dik zandpakket aangebracht op het bestaande veenweidegebied. De Meerwijkplas is een van de plekken waar dit zand uit gewonnen werd.

11

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Structuurplan Schalkwijk, waarin de Molenwijk nog nauwelijks is vormgegeven.

2.2

Ruimtelijke structuur Het stadsdeel Schalkwijk is hét grote uitbreidingsgebied van Haarlem uit de 60-er en 70-er jaren. Hoewel dit voormalige veenweidegebied vrij geïsoleerd lag ten opzichte van de stad, bood het door zijn omvang voldoende mogelijkheden om woningen te bouwen: voorzien werd in de bouw van ca. tienduizend woningen. In “De stedenbouwkundige ontwikkeling van Haarlem”, geschreven door K. Haasnoot, is de stedenbouwkundige opzet van Schalkwijk als volgt beschreven: “Het woongebied (Schalkwijk) werd verdeeld in vier afzonderlijke wijken, onderling gescheiden door min of meer brede stroken waarbinnen zich de hoofdverkeerswegen alsmede de voor de waterhuishouding noodzakelijke singels gelegen zijn. In de strook tussen de Europawijk en de Boerhaavewijk bevinden zich o.a. enige voorzieningen die wegens ruimtegebrek uit de binnenstad vertrokken zijn, zoals het Sint Elisabeth's Gasthuis en de Belastingdienst. Tevens is hier het omvangrijke stadsdeel-winkelcentrum gelegen. Het woongebied wordt omgeven door de zogenaamde Groene Zoom waarbinnen zich voornamelijk voorzieningen bevinden voor de openluchtrecreatie zoals sportvelden, volkstuinen en parkgebieden. Aan de zuidkant, langs de Ringvaart, liggen twee voormalige zandputten waarvan de Molenplas aantrekkelijke mogelijkheden biedt voor de water- en oeverrecreatie.

Bij het ontwerpen van de plannen voor de wijken werd gestreefd naar een eigen identiteit voor elke wijk afzonderlijk.

12

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Belangrijk voor het beeld van een wijk of buurt zijn de ligging en de verschijningsvorm van scholen, kerken, winkels en andere bijzondere gebouwen. Ten opzichte van de vaak eenvormige architectuur van de woongebouwen kunnen de gemeenschappelijke voorzieningen door ligging en vormgeving een belangrijke bijdrage leveren aan de belevingswaarde en de herkenbaarheid van het woonmilieu. Zulks is ook in Schalkwijk waar te nemen. In 1972 werd begonnen met de bouw van Molenwijk. In tegenstelling tot de andere drie wijken werd hier de hogere woonbebouwing, met uitzondering van het noordelijk deel, voornamelijk geconcentreerd in het centrale deel van de wijk, waar ook de wijkvoorzieningen gelegen waren. De langs de randen aanwezige buurten liggen langs de lusvormige ontsluitingsweg van de wijk, waarbinnen zich het centrale gebied bevindt. Zodoende wordt een groot gedeelte van de bewoners van de wijk nabij winkels, het wijkpark en de school gehuisvest. De genoemde buurten die in hoofdzaak eengezinswoningen bevatten, grenzen in meerdere of mindere mate aan de Groene Zoom. De in het centrale gebied aanwezige hoge en middelhoge woongebouwen Sandenburg, Engelenburg en Prattenburg maken deel uit van een dubbelzijdig bebouwde, geknikte bebouwingsstrook, waarbinnen of waarbij het wijkpark, een basisschool en een verzorgingstehuis gesitueerd zijn.

Op de begane grond bevindt zich een bescheiden winkelcentrum. De bij de woningen behorende parkeerplaatsen zijn op de begane grondlaag van de bebouwingsstrook gelegen. Boven de parkeerstroken en tussen de dubbele rij bouwblokken bevindt zich een voetgangersdomein van waaraf ook de woningen bereikbaar zijn.”

2.3

Functionele structuur

2.3.1 Wonen Het overgrote deel van de bebouwing in het plangebied heeft een woonfunctie. De woningvoorraad bestaat vrijwel volledig uit flatwoningen en eengezinswoningen. Het overgrote deel daarvan is gebouwd in de jaren '60 van de vorige eeuw. Meer dan de helft van de woningen is een huurwoning. In een aantal panden vindt een aan-huis-verbonden-beroep plaats. 2.3.2 Bedrijvigheid en voorzieningen Op diverse plaatsen in het plangebied zijn concentraties van voorzieningen te vinden. De verschillende aanwezige vormen worden in deze subparagraaf beschreven. Detailhandel, dienstverlening en horeca De winkelcluster Molenwijk bevindt zich vrij centraal in het plangebied en ligt direct aan de belangrijke doorgaande weg Groningenlaan. Het centrum uit de jaren '80 maakt deel uit van een woningcomplex en het is het enige kleine overdekte buurtcentrum van Haarlem. De aanwezige supermarkt is de belangrijkste publiekstrekker. Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn functies die hun doelstelling(en) verbinden 13

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

aan de samenleving. Dergelijke voorzieningen bevinden zich door het hele plangebied. In het plangebied zijn diverse onderwijs-, zorg- en religieuze voorzieningen aanwezig.

14

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk gaat in op beleid dat van belang is voor het bestemmingsplan Molenwijk. Allereerst is er aandacht voor het algemeen ruimtelijk relevante rijksen provinciale beleid. Daarna gaat paragraaf 3.3 in op het gemeentelijke beleid dat relevant is voor dit bestemmingsplan.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en AMvB Ruimte De SIVR is op 13 maart 2012 in werking getreden. Het bij de structuurvisie behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) was al op 30 december 2011 in werking getreden. In de structuurvisie staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. De nieuwe structuurvisie vervangt verschillende beleidsnota's, waaronder de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Nota Mobiliteit. Het bij de structuurvisie behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) was al op 30 december 2011 in werking getreden. In de structuurvisie zijn drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn tot 2028. Het gaat hierbij om de volgende doelstellingen: Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld.

De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de AMvB Ruimte. Deze AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het onderhavige bestemmingsplan. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Het gaat om een nadere motiveringseis die in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen ten behoeve van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Bij elke nieuwe stedelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkeling standaard te motiveren met behulp van twee opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en 15

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. De definitie voor een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1. lid 1 Bro) luidt als volgt: Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In de Handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een 'stedelijke ontwikkeling' is. Ook het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1 Bro) is niet nader gedefinieerd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen stedelijke ontwikkelingen mogelijk zoals bedoeld in het Bro. Het bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord- Holland 2050 en Provinciale Ruimtelijke Verordening Omgevingsvisie Noord- Holland 2050 De "Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 betreft een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord-Holland een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord-Holland.

Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities. Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden 16

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord-Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord-Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie plangebied Onderhavig plangebied ziet op een continuatie van de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het plangebied ligt in het bestaande stedelijke gebied en het bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Het bestemmingsplan is niet in strijd met het provinciale beleid zoals is vervat in de Omgevingsvisie. Omgevingsverordening Noord- Holland 2020 In de Omgevingsverordening staan regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen.

Op grond van artikel 6.3 van de Omgevingsverordening geldt dat 'een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan deze afspraken." Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het bestemmingsplan voldoet aan de uitgangspunten van de Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Haarlem 2045 De gemeenteraad heeft de Omgevingsvisie Haarlem 2045 op 27 januari 2022 vastgesteld. De Omgevingsvisie 2045 Haarlem schetst de koers voor de ontwikkeling van Haarlem. Ook laat de visie laat zien wat de ruimtelijke consequenties zijn van de huidige opgaven én van geschetst toekomstig beleid. Er worden aan de hand van de opgaven voor Haarlem zes strategische keuzes gemaakt in de omgevingsvisie, namelijk: 1. mengen en verdichten; 2. buurtgericht ontwikkelen; 3. vergroenen en vernatten; 4. bevorderen gezonde leefomgeving; 5. ruimte voor energietransitie ; 6. mobiliteitstransitie. Deze keuzes geven richting aan de ontwikkeling van de stad zodat de schaarse ruimte optimaal wordt benut, dat de opgaven een plek krijgen en de Haarlemse identiteit overeind blijft. De zes strategische keuzes, met bijbehorende 17

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

speerpunten, vormen de essentie van devisie. De visie voor Haarlem is in de Omgevingsvisie ook conceptmatig gevisualiseerd. Op een integrale visiekaart is op hoofdlijnen aangegeven hoe alles samenkomt in de fysieke leefomgeving. Het plangebied is op deze kaart aangewezen als: Buurtgericht ontwikkelen (indicatief): Vergroenen en vernatten (indicatief): Ruimte voor energie (voorlopig). Dit bestemmingsplan is consoliderend en conserverend van aard en kent geen opgaven die voortvloeien uit de Omgevingsvisie. Concrete, uitgewerkte initiatieven kunnen/dienen t.z.t. via een separate planologische procedure mogelijk gemaakt worden. 3.3.2 Nota Ruimtelijke Kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. Het plangebied behoort tot het gebiedstype 'Strokenbouw (1960-1975)' en' Woonerven (1975-1985)'.

Strokenbouw kent een hoofdstructuur van doorgaande wegen, daaraan gekoppeld woonstraten en -hoven, winkelpleinen en andere voorzieningen. Er is een nauwe samenhang tussen openbare ruimte, bebouwing en groen. Woonerven kennen een vertakte plattegrond van verkeersluwe wegen, eindigend in woonerven. De bebouwingsstructuur kenmerkt zich door verspringende rooilijnen en hoven, wat leidt tot besloten karakter. Woonerven kennen verschillende typen woningen, vaak rijtjes of ensembles, zonder duidelijke voor- en achterkant. Er is een bewust ontworpen geleidelijke overgang van openbaar gebied naar privégebied. Het plangebied is onderdeel van de 'transformatie regie'. De 'transformatie regie' is bedoeld voor de (relatief jongere) stadsdelen waar de stedelijke structuur een veranderingsproces doormaakt, zoals Schalkwijk en de Waarderpolder. De ruimtelijke dynamiek is hoog. De lange lijnen (wegen, groenstructuren, watergangen) vormen in deze stadsdelen een specifieke stedenbouwkundige ontwerpopgave. Langs deze lijnen is vaak ruimte voor verdichting maar tevens ligt hier de belangrijkste kwaliteit van deze stadsdelen: een volwassen groenstructuur van voldoende omvang. Nota Dak De gemeenteraad heeft op 28 juni 2012 de Nota Dak vastgesteld. Deze nota is een bijlage van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.

In de Nota Dak is vastgelegd hoe het Haarlemse daklandschap op een duurzame manier kan bijdragen aan enerzijds het behouden en vergroten van de ruimtelijke kwaliteit en anderzijds aan een intensievere ruimtegebruik. Het beleid uit de Nota Dak is in dit

18

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

bestemmingsplan vertaald in de planregels, in de vorm van de specifieke regeling voor dakopbouwen en dakkapellen. Zonne-energie Vanuit duurzame overwegingen (o.a. de ambitie Haarlem klimaatneutraal in 2030) en vanuit het oogpunt van kostenbesparing is de opwekking van zonne-energie van groot belang. In Haarlem zijn veel kansen voor de toepassing van producten om zonne-energie op te wekken. Afhankelijk van het type dak (plat of hellend) en de oriëntatie ervan kan het rendement worden bepaald. In de Nota Dak zijn de kansen en mogelijkheden van de toepassing van zonne-energie uitgewerkt. Het woongedeelte van bestemmingsplangebied Molenwijk is volgens de Nota Dak kansrijk voor zonne-energie. In de regels van dit bestemmingsplan is de aanleg van zonnepanelen mogelijk gemaakt. Voorwaarden zijn dat zonnepanelen zorgvuldig ingepast zijn en aansluiten op de vorm en de gevel- of dakindeling van gebouw of ensemble. Volgens de Nota Dak zijn er mogelijkheden voor zonne-energie in het Molenplaspark en op de Molenplas zelf, maar dit is kwetsbaar in verband met de ruimtelijke kwaliteit. Windenergie De interesse in kleinschalige gebouwgebonden windmolens neemt nog steeds toe. De verwachting is dat de aanschafprijs verder omlaag zal gaan en de opbrengst omhoog.

Het plaatsen van kleinschalige windmolens heeft uiteraard visueel meer gevolgen dat de toepassing van de minder zichtbare zonne-energiesystemen. Met name hogere gebouwen lenen zich voor het plaatsen van kleinschalige windmolens. Door het toestaan van individuele molens kan echter verrommeling van het gebied ontstaan. Om die reden dienen kleinschalige windmolens ruimtelijk goed ingepast te worden. Dat wil zeggen dat de molen een onderdeel wordt van het ontwerp, zowel van het gebouw als van de omgeving. Het bebouwd gebied van Molenwijk is volgens de Nota Dak een gunstig windgebied. Een technisch element als een windmolen past vanuit ruimtelijk oogpunt prima in een technische omgeving van een bedrijventerrein of langs infrastructuur zoals een (snel) weg, spoorlijn of kunstwerk (brug, viaduct e.d.). Wel dient rekening gehouden te worden met hinder voor eventueel aanwezige (bedrijfs) woningen. Op hoge woongebouwen kan een hoog rendement gehaald worden met een geringe invloed op de beeldkwaliteit. In het buitengebied van Haarlem worden kleinschalige windmolens in de huidige bestemmingsplannen al toegestaan. Hoewel het windaanbod hier groter dan elders zal zijn, is de plaatsing van windmolens kwetsbaar vanwege de mogelijke visuele impact. Door het toestaan van individuele molens kan het gevaar van verrommeling van het buitengebied ontstaan.

Om deze reden dient de kleinschalige windmolen ruimtelijk goed ingepast te worden, dat wil zeggen dat de molen een onderdeel wordt van het ontwerp, zowel van het gebouw als van de omgeving. Utilitaire voorzieningen

19

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Binnen het plangebied mogen utilitaire voorzieningen niet zichtbaar zijn vanaf de straat. 3.3.3 Structuurvisie Openbare Ruimte In de Structuurvisie Openbare Ruimte Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar (afgekort tot SOR), staan de hoofdkeuzes voor de langetermijnvisie (2040) van Haarlem beschreven. Haarlem wil graag een groene en bereikbare stad zijn waar je prettig kunt verblijven. Als hoofdkoers is benoemd 'het behouden en ontwikkelen van een stedelijk hoogwaardig woonmilieu'. Deze hoofdkoers valt uiteen in vier doelen, te weten: Een aantrekkelijke stad; Een gezonde/sociale stad; De rol van Haarlem in de regio; Een bereikbare stad. Om de aantrekkelijke, gezonde, sociale en bereikbare stad in de regio te blijven, ook in de toekomst, zijn er twaalf hoofdkeuzes gemaakt. Deze hoofdkeuzes hebben invulling gekregen door een aantal sleutelprojecten: projecten waarin verschillende hoofdopgaven samenkomen en een ruimtelijke vertaling krijgen. De meeste sleutelprojecten hebben een onderlinge samenhang, waarbij ze elkaar versterken. Ook zijn ze van belang voor de hele stad. Naast de stedelijke betekenis straalt de kwaliteitsverbetering ook af op de omliggende wijken. In de SOR zijn geen concrete projecten genoemd zijn voor dit plangebied. Het voorliggende bestemmingsplan is niet in strijd met de uitgangspunten van de SOR.

3.3.4 Wonen Woonvisie 2017-2020 Haarlem is een aantrekkelijke stad om in te wonen. De vraag naar woningen in Haarlem blijft onverminderd hoog. De woonvisie Haarlem 2017-2020 “Doorbouwen aan een (t)huis” benoemt drie hoofddoelen. Dat zijn het verbeteren van de beschikbaarheid van woningen voor verschillende doelgroepen, het voorkomen van een tweedeling in de stad en het werken aan een energie-neutrale stad. Door de populariteit van Haarlem als stad om in te wonen staan de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen onder druk, vooral van sociale huurwoningen. De Woonvisie zet daarom in op het vergroten en versnellen van de woningproductie. Door de grote opgave om woningen te realiseren en de ruimtelijke beperking die Haarlem heeft, moet het toevoegen van extra woningen binnen het 'Bestaand Stedelijk Gebied' gebeuren. De prioriteit ligt daarbij op locaties rondom OV-knooppunten en door transformatie van leegstaande panden naar woningbouw. De ambitie is om tot en met 2025 7.500 extra woningen toe te voegen. Hiermee voert Haarlem de afspraken die gemaakt zijn over de regionale woningbouwopgave in het Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) 2016-2020 en de Actie-Agenda 2016-2020 Metropoolregio Amsterdam uit. 20

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

De Woonvisie zet ook in op de ambitie om Haarlem een ongedeelde stad te laten zijn, met gemengde wijken waar plaats is voor iedereen. Dat gebeurt vooral door het stimuleren van een divers woningaanbod en door ervoor te zorgen dat er verschillende soorten huishoudens (rijk, arm, jong, oud, etc.) samen in dezelfde wijk kunnen (blijven) wonen. Om dat te bereiken is het voornemen om sociale huurwoningen bij te bouwen aan met name de westkant van de stad. Aan de oostkant komen naast sociale huurwoningen ook duurdere woningen ter bevordering van de gewenste gemengde wijken. De opgave geformuleerd in de Woonvisie bedraagt 1.200 sociale huurwoningen voor het westelijke deel van de stad en 700 voor het oostelijke deel. Ook het verduurzamen van zowel de bestaande als de nieuwe woningvoorraad heeft hoge prioriteit in Haarlem. Uitgangspunten daarbij zijn onder andere levensloopbestendig bouwen, flexibiliteit en bij voorkeur aardgasvrij wonen. Het gemeentelijk woonbeleid heeft op het plangebied maar een beperkt effect omdat er geen ruimte is voor grootschalige nieuwbouw of herstructureringsprojecten en behoud van de huidige stedenbouwkundige kwaliteit voorop staat. 3.3.5 Economie Inzet is versterking van de economie van de stad Haarlem.

De Economische Agenda Haarlem Samen Doen uit 2016 moet bijdragen aan een optimaal ondernemingsklimaat, het versterken van sectoren die Haarlem aantrekkelijk maken en het benutten van de kansen van de nieuwe economie. De sectoren die Haarlem aantrekkelijk maken zijn detailhandel en horeca, toerisme en de creatieve industrie, kunst en cultuur. Detailhandel Haarlem is een aantrekkelijke winkelstad. De Detailhandelsvisie Haarlem Winkelstad onderscheidt vier deelgebieden van detailhandel. Dit zijn de binnenstad, de stadsdeelwinkelcentra, de kleinere winkelcentra en de supermarkten en de grootschalige detailhandel voor de consument die doelgericht wil aankopen. Voor het plangebied spelen met name de kleinere winkelcentra en de supermarkten een rol. Daarbij streeft de gemeente naar handhaving van een zodanig fijnmazig netwerk van winkels dat iedere Haarlemmer binnen een redelijke afstand van de woning zijn dagelijkse boodschappen kan doen. Verder is het beleid om supermarkten zo veel mogelijk in de nabijheid van een winkelcentrum te realiseren, zodat beide elkaar versterken. Het plangebied is onderdeel van het consumentengebied Schalkwijk. In het plangebied bevindt zich 1 overdekt winkelcentrum aan de Groningenlaan. Standplaatsen Op 16 februari 2010 stelde het college van burgemeester en wethouders het Standplaatsenbeleid 2010 vast.

Dit beleid geeft onder andere criteria voor het nemen van een besluit over een aangevraagde standplaatsvergunning. Voor Haarlem als geheel mag een maximaal aantal standplaatsen worden uitgegeven. Het grondgebied is vervolgens verfijnd naar deelgebieden waarvoor

21

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

eveneens een maximum is vastgelegd. Het plangebied is onderdeel van het deelgebied Schalkwijk waarvoor in totaal maximaal 11 standplaatsen zijn toegestaan. Nieuwe standplaatsvergunningen worden alleen nog maar voor een termijn van maximaal 5 jaar verleend. Standplaatsvergunningen die zijn verleend voordat het standplaatsenbeleid in werking trad blijven in principe van kracht tot wederopzegging. Voor eventuele bouwwerken op de standplaatsen zonder bouwvergunning geldt een overgangstermijn van 10 jaar vanaf de vaststelling van dit beleid. Voor het overige gelden ook voor deze vergunningen de regels van het standplaatsenbeleid 2010. Toerisme Haarlem behoort tot de toeristische top van middelgrote Nederlandse steden. Om aan die top te blijven wil de gemeente meer in de stijgende vraag naar overnachtingsmogelijkheden voor de zakelijke en toeristische bezoekers voorzien. De in 2012 vastgestelde Nota Hotelbeleid Haarlem werkt dit verder uit. Er blijkt in Haarlem ruimte te zijn voor extra hotelkamers. Primair worden initiatieven voor nieuwe hotels aan de markt overgelaten. Het beleid is er op gericht marktinitiatieven te faciliteren. Wel zal de ruimtelijke inpasbaarheid bij nieuwe initiatieven leidraad zijn. Het aanbieden van bed & breakfast-accommodaties wordt daarnaast gestimuleerd in het plangebied door deze onder voorwaarden in de woonbestemming toe te staan.

3.3.6 Groen De hoofdgroenstructuur ligt vast in het Structuurplan Haarlem 2020. Doelstelling is zowel versterking van groen met ecologische waarde als van groen met stedelijke waarde. Dit wordt bereikt door het in stand houden en versterken van de bestaande groene gebieden en lijnen. Uitgangspunt is verder de versterking van de beleving van groen in Haarlem. Aan de zuidkant van het plangebied bevindt zich het Molenplaspark. Dit park is onderdeel van de groenstructuur. Daarnaast maakt de boomstructuur deel uit van de hoofdzonering van de groenstructuur. Verder hoort het gebied direct ten westen van het plangebied tot de groenstructuur. Bomen vormen een belangrijk tegenwicht voor de verstening van onze leefomgeving. Het Bomenbeleidsplan 2009-2019 geeft de visie van de gemeente Haarlem op bomen en schept samenhang in de uitvoering van het bomenbeleid. Uitgangspunt voor de bomenstructuur is de verdere uitbouw en verbetering van het Haarlemse bomenbestand.

22

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Hoofdbomenstructuur De gemeente Haarlem beschikt verder over een Haarlemse Monumentale Bomenlijst (2009). Vanwege de waarden van monumentale bomen zal in beginsel geen omgevingsvergunning voor het kappen worden verleend voor deze bomen. De Bomenverordening beschermt monumentale bomen.In dit plangebied komen geen monumentale bomen voor.

23

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

24

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Dit hoofdstuk bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende milieuonderzoeken.

4.1

Bedrijven en milieuzonering Inleiding Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. In de milieuzonering staat de typering van (woon)gebieden centraal. Bij het wel of niet toelaten van bepaalde bedrijvigheid in (woon)gebieden is gelet op onder andere de ligging van (potentiële) bedrijven ten opzichte van de omgeving, de mate van eventueel te verwachte hinder en het na te streven karakter van de buurt/wijk. Categorisering van bedrijven in het plangebied Het grondgebied van Haarlem is ingedeeld in gebieden of zones. Deze opdeling is bepaald door specifieke kenmerken van die gebieden (waaronder aanwezige functies, bebouwingsdichtheid, ligging ten opzichte van wegen en stations e.d.). Het plangebied Molenwijk wordt gekenmerkt door de vele woningen. Het bestemmingsplan maakt in die zone overeenkomstig het milieuzoneringsbeleid maximaal milieucategorie B mogelijk. Relevantie plangebied Uit de bedrijvenlijst zoals beschikbaar gesteld door de Omgevingsdienst IJmond blijkt dat er alleen bedrijven in de categorie A en B in het gebied gevestigd zijn, waardoor er geen sprake is van strijdigheid met het milieuzoneringsbeleid.

Relevantie plangebied Het voorliggende bestemmingsplan legt de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden vast en maakt geen ontwikkelingen mogelijk. Waar o.b.v. de vigerende regeling categorie A- en B-bedrijven mogelijk zijn, zijn deze ook in het voorliggende bestemmingsplan als zodanig opgenomen. Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.2

Geluid Inleiding De Wet geluidhinder (Wgh) bevat normen voor weg-, rail- en industrielawaai om geluidgevoelige bestemmingen zoals een woning te beschermen tegen geluidhinder. Bij vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan waarbij het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen of de aanleg van een nieuwe geluidbron mogelijk is moet er getoetst worden aan deze normen. Wegen 25

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

In het kader van de Wgh bevinden zich langs wegen geluidzones. Binnen de zone moet voor het realiseren van een nieuwe geluidsgevoelige bestemming onderzoek worden gedaan naar de optredende geluidbelasting. Het plangebied bevat wegen met een snelheidsregime van 50 en 30 km/uur. De wegen met een snelheidsregime van 50 km/uur hebben een geluidzone van 200 meter aan weerszijde van de weg. Wegen op woonerven en wegen waarvoor een maximum snelheid van 30km/uur geldt, hebben geen zone. Spoorwegen De omvang van de geluidzone van een spoorlijn is 300 meter aan beide zijden van het spoor. Er is geen spoorlijn aanwezig op een afstand kleiner of gelijk aan 300 meter tot het plangebied. Industrieterreinen In of nabij het plangebied is geen gezoneerd industrieterrein aanwezig. Relevantie plangebied In het kader van de Wgh voor dit bestemmingsplan geen akoestisch onderzoek noodzakelijk omdat er geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk worden gemaakt. Voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan vormt het aspect geluid geen belemmering.

4.3

Bodemparagraaf Wet bodembescherming Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Via de Wbb heeft de Rijksoverheid de mogelijkheid algemene regels te stellen voor de uitvoering van werken, het transport van stoffen en het toevoegen van stoffen aan de bodem. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. Besluit bodemkwaliteit Het doel van het Besluit bodemkwaliteit (2008) is de bodem beter te beschermen en meer ruimte te bieden voor nieuwe bouwprojecten. Ook geeft het besluit gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid om de bodem te beheren. Wabo, Wbb en Woningwet Op grond van de Wabo geldt een aanhoudingsgrond voor het verlenen van een omgevingsvergunning bouw en voordat aangetoond is dat de bodem van voldoende kwaliteit is voor de beoogde functie. Voorts geldt ten aanzien van de bodem dat de Woningwet gemeenten verplicht in hun bouwverordening voorschriften omtrent het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem op te nemen.

Die voorschriften moeten in elk geval

26

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

betrekking te hebben op het verrichten van onderzoek naar aard en mate van verontreiniging van de bodem, op de aard en omvang van dat onderzoek en op inrichting van het op te stellen onderzoeksrapport. Relevantie plangebied Op grond van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart kan geconcludeerd worden dat de huidig bekende bodemkwaliteit geen belemmering voor het huidige gebruik. In het bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.4

Waterparagraaf Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water (2011) vervangt het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003 en geactualiseerd in 2008) en het Bestuursakkoord Waterketen (2007). In het Bestuursakkoord Water zetten het rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in op versterking van de watersector door te investeren in kennis, innovatie en samenwerking. Het doel is een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Nationaal Waterplan Vanaf 22 december 2009 is de nieuwe Waterwet ingegaan. Deze nieuwe Waterwet regelt het beheer van grond- en oppervlaktewater en verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op basis van deze wet is in december 2009 het Nationaal Waterplan vastgesteld. In het Nationaal Waterplan worden antwoorden geformuleerd op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie en economie en investeren in een duurzaam waterbeheer. Ook is in dit plan een eerste uitwerking gegeven aan het Deltaprogramma dat wordt opgesteld naar aanleiding van het advies van de Deltacommissie in 2008. Dit programma is gericht op duurzame veiligheid en zoetwatervoorziening. Provinciale watervisie Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het provinciale Waterplan 2010-2015.

De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2012 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Integraal Waterplan Haarlem 27

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan (IWP) Haarlem vastgesteld. Dit plan is in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het IWP is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Hoogheemraadschap Rijnland Het hoogheemraadschap van Rijnland is verantwoordelijk voor het watersysteem in haar beheersgebied dat zich uitstrekt van Gouda tot Spaarndam.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater.De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil Rijnland dat watergangen en kunstwerken zoals gemalen op orde en toekomstvast worden gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Rijnlands taken en bevoegdheden op het gebied van gezond water betreffen het zuiveren van afvalwater en het reguleren van lozingen op oppervlaktewater. Europese regelgeving (de Kaderrichtlijn Water) is hierbij kaderstellend. Het voorkómen van verontreiniging en een goede inrichting van oppervlaktewateren dragen in belangrijke mate bij aan gezond water. Met het oog op het zuiveren van afvalwater beheert Rijnland rioolgemalen, persleidingen en zuiveringsinstallaties. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheersfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol.

Waterbeheerplan 5 (WBP5): samenwerken aan droge voeten en schoon water Elke zes jaar leggen waterschappen het beleid en de aanpak die noodzakelijk zijn om de watertaken goed te kunnen uitvoeren vast in een waterbeheerplan. Het WBP5 formuleert de ambities van Rijnland voor bovengenoemde hoofddoelen in de periode 2016 -2021 en werkt deze uit in doelstellingen en maatregelen. Het WBP5 integreert daarbij de actuele hoofdlijnen voor de aanpak voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zoals voorgeschreven door de Europese Unie. Keur en uitvoeringsregels Om initiatieven van burgers, bedrijven en organisaties die het watersysteem 28

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

kunnen beïnvloeden te kunnen reguleren, maakt Rijnland gebruik van de Keur en bijbehorende uitvoeringsregels. Hierin staat waaraan werkzaamheden die invloed hebben op het watersysteem moeten voldoen. Denk hierbij aan handelingen in of nabij: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen; de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan: onttrekken en lozen van grondwater; het aanbrengen van verhard oppervlak. De Keur vermeldt expliciet welke handelingen vergunningplichtig zijn en welke aan algemene regels of aan de zorgplicht moeten voldoen. Wie bijvoorbeeld op een waterkering wil bouwen, moet een watervergunning aanvragen bij Rijnland (én een omgevingsvergunning bij de gemeente). In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen is dit nader uitgewerkt. De regels zijn te vinden op www.rijnland.net/regels. Riolering en afkoppelen Voor nieuwe ontwikkelingen is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen.

Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater. De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Haarlem Het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Programma (VGRP) is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (inclusief grondwaterbeheer) en de visie op riolering (en grondwater) voor de langere termijn worden beschreven. Met het VGRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het VGRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. De nadruk in het VGRP 2014-2017 ligt op onderzoek.

Hierdoor kunnen in het opvolgende VGRP (2018 en verder) onderbouwde keuzes gemaakt worden voor de noodzakelijke investeringen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de gemeentelijke zorgplicht. Watertoets Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond

29

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

oppervlaktewater. Waterbeheerders willen in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken worden bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. In het onderhavig plangebied is zoals hiervoor is vermeld het Hoogheemraadschap van Rijnland de waterbeheerder. Dit bestemmingsplan maakt t.o.v. de vigerende regeling geen extra verharding of demping mogelijk, op basis waarvan watercompensatie zou moeten plaatsvinden. Desondanks is het Hoogheemraadschap van Rijnland bij het concept ontwerpbestemmingsplan om een wateradvies gevraagd. In dat kader heeft Rijnland aangegeven dat er binnen het plangebied een afvalwatertransportleiding is gelegen en is verzocht een dubbelbestemming hiervoor op te nemen. Oppervlaktewater De hoofdwaterstructuur in het plangebied wordt gevormd door de Europavaart, de Molenplas en Ringvaart, die onderdeel uitmaken van het boezemstelsel van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Genoemde wateren hebben niet alleen een belangrijke functie voor het op orde houden van de waterkwantiteit. Ze hebben ook een recreatieve, esthetische en ecologische functie. Voor het vergroten van de hoeveelheid oppervlaktewater zijn in het bestemmingsplangebied nauwelijks mogelijkheden. Daarbij dient opgemerkt in dit bestemmingsplan geen nieuwbouw wordt voorzien.

Er is dus geen sprake van het uitbreiden van verhard oppervlak. Derhalve is aanleg van oppervlaktewater bij wijze van compensatie niet aan de orde. Grondwater en drainage Het gemeentelijk grondwaterbeleid richt zich op het opheffen dan wel voorkomen van grondwateroverlast op openbaar terrein. Dat gebeurt vooral door de aanleg en het beheer van drainagesystemen. De ontwateringsdiepte is over het algemeen voldoende en levert geen aanleiding tot verdergaande maatregelen. Riolering en afkoppeling Het plangebied heeft een gemengd rioolstelsel. Hierin wordt zowel het afvalwater als het regenwater verzameld en naar de rioolzuivering gevoerd. Waterschappen en gemeenten hebben afspraken gemaakt om de vuilemissie van gemengde stelsels te verminderen. Daarbij heeft Haarlem de afgelopen jaren vooral geïnvesteerd in de aanleg van bergbezinkbassins. Daarnaast zet de gemeente meer in op het afkoppelen van hemelwater door de aanleg van gescheiden stelsels als vervanging van de gemengde stelsels. Het afkoppelen van hemelwater kan in een bestemmingsplan niet verplicht worden gesteld, maar is geborgd via het Bouwbesluit. Compensatie Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen).

Indien verharding in een gebied toeneemt zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland stelt als richtlijn dat - indien er gebouwd wordt en hierbij meer dan 500

30

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

m² onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater. Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Voorbeelden zijn grasdaken en ontkoppeling van het rioolstelsel, waarbij het ontkoppelde water in de bodem geïnfiltreerd wordt. Relevantie plangebied Dit bestemmingsplan is consoliderend van aard. In het bestemmingsplan wordt in elk geval niet voorzien in een toename van verharding of demping met meer dan 500 m². Er zijn daarom geen compenserende maatregelen opgenomen op het gebied van waterhuishouding. Ten zuiden van Molenwijk (tussen de bebouwing en de Molenplas) is een afvalwatertransportleiding aanwezig. Zie onderstaand de locatie op kaart. Voor deze leiding is een dubbelbestemming (met 2,5 m bereik aan iedere zijde) opgenomen, zie artikel 14 van de regels.

31

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

Ligging afvalwatertransportleiding Ook voor de in het plangebied voorkomende waterkering is een dubbelbestemming opgenomen, zie artikel 17 van de regels. Het aspect 'Water' staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.5

Luchtkwaliteit Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle 32

bestemmingsplan "Molenwijk" (vastgesteld)

ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m3. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Per 1 januari 2015 ook voor zeer fijn stof (PM2,5) een jaargemiddelde grenswaarde van kracht. Deze jaargemiddelde grenswaarde voor zeer fijnstof bedraagt 25 µg/m3. Met het van kracht worden van het NSL zijn de tijdstippen waarop moet worden voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarden NO2 en PM10 aangepast. Voor PM10 is dat 11 juni 2011 en 1 januari 2015 voor NO2. De grenswaarde voor PM2,5 is vanaf 1 januari 2015 van toepassing. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen.

Een ruimtelijke ontwikkeling vindt volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang als ten minste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. NIBM-projecten (kleine projecten) In de bijlagen van de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” (ook wel: regeling NIBM) zijn functiecategorieën of combinaties van functiecategorieën aangegeven waarbij sprake is van een NIBM-project. In de Regeling NIBM is voor een woningbouwlocatie een cijfermatige kwantificatie opgenomen wanneer een woningbouwproject als NIBM kan worden beschouwd. Momenteel bedraagt de cijfermatige kwalificatie 1.500 nieuwe woningen bij één ontsluitingsweg of 3.000 nieuwe woningen bij twee ontsluitingswegen, waarbij het wegverkeer zich evenredig over de beide ontsluitingswegen verdeeld. Relevantie plangebied Het bestemmingsplan Molenwijk is conserverend van aard en maakt geen nieuwe ontwikkelingen van kantoren, woningen of anderssoortige ontwikkelingen van enige omvang mogelijk. De luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Molenwijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13197727/1