CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Bijlage 2: Advies IVH Haarlem DSP groep

commissie Bestuur 6 april 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: * 20221825206 Vaststellen integraal veiligheids- en handhavingsbeleid 2023 - 202611.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH Adviesnota

Daniël Hofstra, Oberon Nauta, Nynke Piepers, Aline Petersen

Contactgegevens Amsterdam 19 december 2022. Daniël Hofstra dhofstra@dsp-groep.nl 06 - 16 79 94 38 Oberon Nauta onauta@dsp-groep.nl 06 - 41 46 44 80

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

2

Inhoud

1

Inleiding

4

2

Veiligheidsthema’s

6

2.1

Toelichting per thema

6

3

Advies beleidsprioriteiten nieuwe IVH

17

3.1

Functionele criteria voor prioritering

17

3.2

Drie beleidsprioriteiten voor het nieuwe IVH

18

3.3

Digitale strategie

20

3.4

Wat gebeurt er met de overige beleidsthema’s?

21

Bijlagen

DSP-groep

Bijlage 1 - Veiligheidsanalyse (Kernbeleid VNG)

23

Bijlage 2 - Geïnterviewde personen

32

Bijlage 3 - Bronnenlijst

33

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

3

1

Inleiding De gemeente Haarlem stelt eens in de vier jaar een Integraal Veiligheids- en Handhavingsbeleid (IVH) op. In dit plan ligt het veiligheidsbeleid, inclusief prioriteiten en doelstellingen, vast. Omdat het huidige plan eindigt in 2022, treft de gemeente voorbereidingen voor de periode 2023-2026. Op verzoek van de gemeente Haarlem is door DSP-groep een veiligheidsanalyse uitgevoerd. Ook is samen met de kernpartners van het veiligheidsbeleid teruggekeken op het huidige IVH en vooruitgekeken naar verwachte trends en ontwikkelingen in het veiligheidsdomein. Dit heeft geresulteerd in lessen uit het verleden en een longlist van prioriteiten die in een apart verslag beschreven staan.1 Niet al de thema’s van de longlist kunnen geprioriteerd worden in het nieuwe IVH. Om te komen tot een prioritering en uitwerking van de gekozen prioriteiten hebben werksessies plaatsgevonden. Eerst is met een ambtelijke werkgroep op 24 oktober 2022 de longlist met thema’s besproken. Welke thema’s zag de werkgroep 0F

als het meest belangrijk voor de komende periode? En wat zou binnen het betreffende thema de focus kunnen zijn? Vervolgens is de lijst, samen met de uitkomsten van de werkgroep op 25 oktober besproken op de Raadsmarkt van de commissie bestuur. Tot slot heeft op 24 november een laatste ambtelijke bijeenkomst plaatsgevonden waarin de thema’s die op basis van de voorgaande bijeenkomsten aangemerkt werden als beleidsprioriteit verder zijn uitgediept. De uitkomsten van deze drie besprekingen zijn gebruikt als input en onderbouwing van het advies in deze notitie. Dit advies is bedoeld als input voor het IVH. Nadat het IVH eenmaal is vastgesteld, stelt de gemeente een actieprogramma op die nadere invulling geven aan het veiligheidsbeleid van Haarlem. De advies heeft geen betrekking op het actieprogramma. Integraal Veiligheids- en handhavingsbeleid (IVH) versus actieprogramma Het IVH is dé kadernota voor het veiligheidsbeleid. Met het IVH geef je als gemeente sturing aan de lokale veiligheid. Om de prioriteiten en de doelstellingen uit het IVH concreet in te vullen, maken veel gemeenten gebruik van actieprogramma’s. Waar het IVH strategisch van aard is, is het actieprogramma vooral tactisch-operationeel van aard. In het actieprogramma wordt meer nadruk gelegd op de aanpak en het benoemen van verantwoordelijkheden dan in het IVH.

Het actieprogramma legt afspraken en samenwerking met interne en externe partners vast: welke partijen zijn betrokken bij de aanpak van welke veiligheidsthema’s? Welke partij is trekker? De looptijd van het actieprogramma is korter dan die van het IVH; over het algemeen 1 of 2 jaar. Actieprogramma’s kunnen verschillende vormen hebben. Soms wordt er één actieprogramma opgesteld voor het hele IVH. In andere gemeenten wordt per deelonderwerp een apart actieprogramma gemaakt. De actieprogramma’s worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

1 Evaluatie IVH 2019-2022 en veiligheidsanalyse Haarlem, 2022.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

4

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk worden de thema’s toegelicht die op basis van de evaluatie van het IVH 2019-2022 en de veiligheidsanalyse in aanmerking komen voor prioritering. In het derde hoofdstuk wordt op basis van de werksessies en een aantal functionele criteria een prioritering voorgesteld. In hoofdstuk 4 worden tot slot enkele suggesties gedaan waarmee de integraliteit van het IVH kan worden bevorderd.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

5

2

Veiligheidsthema’s In dit hoofdstuk gaan we in op de veiligheidsthema’s die op basis van de veiligheidsanalyse (zie bijlage 1), de evaluatie van het IVH 2019-2022 en de gesprekken met de kernpartners naar voren zijn gekomen. Ieder thema lichten we inhoudelijk toe en we geven aan waarom het thema in aanmerking kan komen voor prioritering in het IVH. Daarvoor beschrijven we niet alleen wat per thema tijdens de inventarisatie door de kernpartners is verteld. We betrekken daarbij ook – voor zo ver beschikbaar – het voor dat thema relevante veiligheidsbeeld van Nederland.

2.1

Toelichting per thema De bruto lijst van mogelijke IVH-prioriteiten bestaat uit de volgende veiligheidsthema’s: Ondermijnende criminaliteit Zorg en veiligheid Leefbaarheid van wijken en buurten Jeugd en veiligheid High impact crimes Horeca en veilig uitgaan Gedigitaliseerde criminaliteit en cybercriminaliteit Polarisatie In het vervolg van deze paragraaf wordt per veiligheidsthema toegelicht waar de ontwikkeling uit bestaat. Daarbij wordt daar waar relevant verwezen naar de onderliggende veiligheidsanalyse die is opgenomen in bijlage 1. De bruto lijst van thema’s is in een ambtelijke werkgroep besproken en naderhand aan bod gesteld in de Raadsmarkt van commissie bestuur van 25 oktober. In deze paragraaf worden eerst de vijf thema’s behandeld die tijdens de ambtelijke werkgroep aangemerkt werden als mogelijke IVH-prioriteit2. Voor ieder van deze vijf thema’s worden de conclusies van de werkgroep en de reactie van de raadsmarkt daarop weergegeven. De overige thema’s komen daarna aan bod.

Ondermijnende criminaliteit Ondermijning is een belangrijk thema voor veel ketenpartners. Deze vorm van criminaliteit tast het gezag van de overheid aan en beïnvloedt in sterke mate de leefbaarheid in wijken. Dit is niet uniek aan Haarlem; vrijwel alle Nederlandse gemeenten worstelen in meer of mindere mate met dit fenomeen. Uit de evaluatie van het IVH 2019-2022 blijkt dat de aanpak op het thema de afgelopen vier jaar geïntensiveerd is. Er is ingezet op meer zicht op verschijningsvormen van ondermijning, slagkracht en borging van de integrale samenwerking en de aanpak van de voedingsbodem van ondermijning. 2 Een thema kwam als mogelijke prioriteit in aanmerking als 3 of meer van de in totaal 12 leden van de werkgroep het thema aanmerkte als

beleidsprioriteit.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

6

Terugblikkend op de afgelopen vier jaar zijn respondenten wel van mening dat de doelstellingen te abstract geformuleerd zijn en meer focus in de nieuwe doelstellingen gewenst is zodat meer beleidsrichting wordt gegeven. Ondermijning is namelijk een veelkoppig ‘monster’ dat vanwege de vele verschijningsvormen maakt dat gemeente en ketenpartners keuzes moeten maken. Voorts leeft de wens om meer data-gericht te werken en aan te sluiten bij landelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat als er cijfermatige ontwikkelingen zichtbaar zijn en/of landelijke trends worden waargenomen, nagegaan moet worden in hoeverre die trends ook op Haarlem van toepassing zijn en wat de cijfermatige ontwikkelingen betekenen. Er is een weerbaarheidsscan uitgevoerd van de gemeente, waar verscheidenen aanbevelingen uit zijn voortgekomen die vragen om extra inzet om de weerbaarheid van de gemeente te verhogen. De sociale recherche constateert in Haarlem een toename van (signalen van) zorgfraude. Dit vraagt zowel om een preventieve als repressieve aanpak. Wel is het volgens respondenten de vraag in hoeverre de afdeling Veiligheid en Handhaving/ OOV bij de aanpak van zorgfraude een (hoofd)rol heeft. De Outlaw Motorcycle Gangs in Haarlem vragen blijvend aandacht volgens respondenten, maar op dit moment zijn er geen concrete signalen die vragen om een intensivering van de aanpak.

De (mogelijke) uitbuiting van arbeidsmigranten wordt door meerdere respondenten als blinde vlek benoemd. Er is steeds meer zicht op seksuele uitbuiting – o.a. door het bestuurlijk toezichtteam prostitutie – maar wat betreft arbeidsuitbuiting is er nog veel onduidelijkheid over waar arbeidsmigranten wonen en werken, en onder welke omstandigheden. De aanpak van woon- en adresfraude biedt hierbij een belangrijke ingang. Het is vaak nog onduidelijk wie er achter de huisvesting van arbeidsmigranten zitten, waarbij opvalt dat migranten vaak op dezelfde adressen worden ingeschreven. Bovendien kan in het algemeen de aanpak van woon- en adresfraude een belangrijke eerste stap zijn om ondermijning – of sociale/zorg problematiek – te signaleren, omdat bij een onderzoek naar woon- en adresfraude ‘achter de voordeur’ wordt gekomen. Jonge aanwas – jongeren die ingezet worden voor ondermijnende criminaliteit – vraagt ook de komende jaren extra aandacht. Respondenten zien een toename onder jongeren in drugs dealen. In de afgelopen jaren is vanuit de politie extra capaciteit ingezet op de aanpak ervan, maar volgens respondenten is het aantal jongeren dat is opgepakt slechts het topje van de ijsberg en neemt de problematiek toe. Voor deze jongeren is het wenselijk om te kiezen voor een levensloopaanpak, waarbij ook nadat ze volwassen zijn geworden ondersteuning wordt geboden.

Kennis van de sociale kaart 3 is hierbij een randvoorwaarde. Conclusies ambtelijke werkgroep op thema ondermijning Acht van de twaalf deelnemers aan de werkgroep prioriteren ondermijning. De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in dit thema en is de informatiepositie aanzienlijk verbeterd. Echter benoemen de deelnemers ook dat de aanpak nog verder ontwikkeld kan worden. Hoewel de problematiek voor een groot deel buiten het zicht van de burger afspeelt, raakt dit veel andere thema’s en de burger. Ondermijnende criminaliteit kan sterke invloed hebben op de leefbaarheid in de buurten en op jongeren aantrekkingskracht uitoefenen. De stevige basis die de afgelopen jaar binnen het team ondermijning is gelegd voor de aanpak van het fenomeen moet

3 Informatie over organisaties en hun aanbod van diensten, producten en activiteiten binnen het zorg- en sociaal domein.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

7

bestendigd worden. Ook is meer focus gewenst. Nemen we nieuwe wijken of buurten onder de loep? Zetten we in op nieuwe thema’s of actielijnen? Hoe pakken we het ook echt aan? Kortom: waar gaat de focus naar toe en hoe wordt de slagkracht vergroot. Deelnemers benoemen dat er vooral aandacht moet komen voor de werkwijze. Reactie raadsleden De raadsleden kunnen zich in de volle breedte vinden in deze prioriteit. De raadsleden geven aan dat thema’s als adres- en woonfraude, witwassen, seksuele- en arbeidsuitbuiting en de aanzuigende werking van drugs voor jongeren actueel en problematisch zijn. Hoewel niet alles zichtbaar is vinden de raadsleden het belangrijk om ondermijnende criminaliteit in Haarlem aan te pakken.

Zorg en veiligheid Zorg en veiligheid is een breed container begrip. Veel problematiek kent een zorgcomponent, waardoor het belangrijk is om te definiëren wat er onder het thema wordt verstaan en wat niet. Ook met betrekking tot het thema zorg en veiligheid zijn de respondenten van mening dat voor de komende jaar concretisering van de doelstellingen gewenst is. Dit geeft richting aan de aanpak. Daarnaast blijft de monitoring van casuïstiek een aandachtspunt. Het aantal E33-meldingen (overlast door personen met verward gedrag) is in 2021 weer toegenomen. Dit is in lijn met de landelijke trend (bron: data.politie.nl). Woonoverlast is daarbij vooral sterk gestegen. Maar dat komt ook omdat mensen meer thuis zijn/werken, waardoor meer burenruzies ontstaan en meer sprake is van geluidshinder. Ook overlast door dak- en thuislozen laat een stijgende trend zien in de periode 2018 tot en met 2021. Het aantal burenruzies liet in 2019 een daling zien. In 2020 en 2021 was er weer een stijging zichtbaar. Na een redelijk constant niveau zien we in 2021 een lichte toename in het aantal teruggekeerde Haarlemmers na detentie. Verder hebben in 2021 aanzienlijk meer Individuele Casus Overleggen (ICO) plaatsgevonden ten opzichte van de jaren ervoor. Dit laatste duidt op een toename van complexiteit van casuïstiek. Respondenten merken ook een toenemende complexiteit van casuïstiek op.

Door onder andere een tekort bij politie wordt vroegsignalering lastiger. Ook door problemen in de geestelijke gezondheidszorg krijgen mensen niet altijd passend hulp, waardoor de psychische toestand van mensen verslechtert. Een tekort aan passende woonplekken speelt hierbij een belangrijke rol. De toenemende complexiteit van casuïstiek zien respondenten zowel onder jongeren als volwassenen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

8

Tabel 2.1

Cijfers met betrekking tot zorg en veiligheid Indicator

Bron

2018

2019

2020

2021*

Registratie incidenten met verwarde personen (E33)

Politie

3515

3500

3326

3340*

Overlast zwervers (E41)

Politie

361

214

343

272*

Overlast dak- en thuislozen

Gemeente

180

201

226

234*

Burenruzie

Politie

418

282

358

355*

Huiselijke twist

Politie

141

113

128

90*

Terugkeer Haarlemmers na detentie

Zorg- en Veiligheidshuis

187

184

175

200

Aantal ICO’s Haarlem

Zorg- en Veiligheidshuis

59

75

61

108

*t/m november 2021 Bron: Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2022)

Verder zien respondenten een toename van migranten uit Oost-Europa. Onder deze groep migranten zien respondenten dat (huiselijk) geweld meer genormaliseerd is. Dit leidt onder andere tot een toename van meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling bij Veilig Thuis, aldus enkele kernpartners. Daar komt bij dat er een tekort is aan woonplekken waardoor een preventief tijdelijk huisverbod – een bestuursrechtelijk instrument dat kan worden ingezet in kwetsbare, risicovolle thuissituaties maar waarbij nog geen sprake is van een strafbaar feit – nauwelijks wordt gebruikt. Dit beperkte gebruik is overigens ook op landelijk niveau zichtbaar. Conclusies ambtelijke werkgroep op thema zorg en veiligheid Vier van de twaalf deelnemers geven prioriteit aan het thema zorg en veiligheid. Deelnemers merken op dat de aanpak mede door extra inzet de afgelopen jaren goed staat. Echter door de te verwachte ontwikkelingen de komende jaren ligt er een grote opgave volgens deze deelnemers. Denk hierbij aan bezuinigingen in het forensische woonaanbod (zoals beschermd wonen) of nieuwe positieve ontwikkelingen zoals de oprichting van een bestuurlijke tafel jeugd en nieuwe landelijke projecten zoals de levensloop-aanpak. Volgens deze deelnemers gaat binnen het thema zorg en veiligheid veel op de gemeente af komen.

En wat voor invloed heeft dit op overlast en criminaliteit? Kan de gemeente nog goed aansluiten op de nieuwe partners in het sociaal en jeugddomein? Deelnemers die dit thema niet prioriteren geven aan dat het zeker nog een actueel en relevant thema is, maar dat de kaders de afgelopen jaren stevig zijn neergezet en e.e.a. goed is ingebed. Zowel binnen de gemeentelijke organisatie als de samenwerking met externe partners. Wat overblijft zijn acties die meer thuishoren in het voorliggende preventieve veld en de nazorg. Die thema’s vallen buiten de OOV-portefeuille. Reactie raadsmarkt Een aantal raadsleden merkt op dat de afgelopen jaren flink is geïnvesteerd op de samenwerking binnen dit thema. Binnen de mogelijkheden die er zijn is een goede basisaanpak uitgewerkt. Mede vanwege (landelijke) bezuiniging ervaren inwoners meer (zorg-gerelateerde) problemen en overlast. Deze punten spelen veelal op wijk of buurtniveau en hebben grote dwarsverbanden met het thema leefbaarheid.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

9

Leefbaarheid van wijken en buurten De leefbaarheid staat in Haarlem onder druk. Maar de problemen zijn niet overal aanwezig. Met name de ruimtelijk concentratie van uiteenlopende problemen in bepaalde wijken en buurten wordt genoemd. Zaken als jeugdoverlast, verward gedrag, burenruzies en fysieke verloederingen gaan in bepaalde wijken hand in met vormen van ondermijnende criminaliteit. 4 Voor deze uitholling van de leefbaarheid worden verschillende oorzaken naar voren gebracht. In de eerste plaats werd gewezen op het feit dat de maatschappelijke tweedeling steeds meer aan de oppervlakte komt. Grote groepen inwoners van Haarlem zien zich geplaatst voor armoedeproblematiek en geringe kansen binnen het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Deze kwetsbare positie vertaalt zich bij de jeugd in probleemgedrag op straat en kan bij volwassen leiden tot multi-problematiek waar ook omwonenden last van ondervinden. Degene die het zich kunnen veroorloven verhuizen. Hun plek wordt vaak ingenomen door anderen die– vanwege eveneens een kwetsbare maatschappelijke positie - geen andere keuze hebben dan juist in deze buurt te gaan wonen. Hierdoor wordt de problematiekconcentratie versterkt.

De leefbaarheid en veiligheid verschilt flink per wijk en buurt en gebieden waar onder het huidige IVH vanwege de congruentie van problemen focus op werd gelegd zijn nog steeds gebieden waar veel problematiek ruimtelijk geconcentreerd is. Het percentage Haarlemmers dat Haarlem een (zeer) veilige stad vindt, laat vanaf 2018 een lichte dalende trend zien (van 81% naar 75%). Hetzelfde geldt voor het percentage dat de binnenstad veilig vindt. Het percentage Haarlemmers dat zich (zeer) veilig voelt in de eigen woonbuurt blijft nagenoeg hetzelfde. Op basis van de veiligheidsmonitor van Haarlem (Wolberink & Andringa, 2021) (niet in tabel weergegeven) blijkt dat ruim één op de drie Haarlemmers zich weleens onveilig voelt (35%). Dit percentage wordt ook waargenomen in Nederland als geheel (33%) en de regio Noord-Holland (33%). Vijftien procent van de Haarlemmers voelt zich weleens onveilig in de buurt. Dit percentage komt ongeveer overeen met het Nederlandse en regionale gemiddelde. Sommige Haarlemmers vertonen ‘vermijdingsgedrag’, wat neerkomt op een aanpassing in gedrag om een onveilige situatie te voorkomen. Zo doet zeven procent de deur ’s avonds niet open en loopt of rijdt drie procent om vanwege onveilige plekken in de buurt. Haarlemmers denken vaker dat de criminaliteit in de buurt is toegenomen (10%) dan dat de criminaliteit is afgenomen (5%).

Dit beeld komt overeen met het landelijke (5% denkt dat criminaliteit is afgenomen en 11% dat criminaliteit is toegenomen) en regionale beeld (5% denkt dat criminaliteit is afgenomen en 11% dat criminaliteit is toegenomen) (Wolberink & Andringa, 2021). Verder blijkt uit de Veiligheidsmonitor van Haarlem (2021, niet in tabel weergegeven) dat het percentage Haarlemmers dat tevreden is over de onderhoud van stoepen, straten en pleintjes, 57%, iets lager ligt dan het landelijk gemiddelde (60%). Ook is 63% van de Haarlemmers tevreden over de bevolkingssamenstelling in hun eigen buurt, terwijl dit percentage in heel Nederland op 69% ligt. Op dit punt scoort Haarlem dus iets minder goed dan het landelijk gemiddelde. Een iets groter percentage Haarlemmers (15%) vindt dat de woonbuurt het afgelopen jaar een vooruitgang heeft doorgemaakt, ten

4 Zie ook het recente onderzoek van het WODC (2022) over concentratie van jeugdcriminaliteit in een beperkt aantal buurten:

https://vng.nl/nieuws/jeugdcriminaliteit-geconcentreerd-in-beperkt-aantal-buurten . Ook in een aantal Haarlemse buurten is sprake van concentratie van jeugdcriminaliteit. Zie: https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/3218/Cahier-2022-10-volledigetekst.pdf?sequence=1&isAllowed=y

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

10

opzichte van het percentage Nederlanders dat die mening heeft (11%). 47% van de Haarlemmers vindt dat de gemeente zich inzet voor de leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Haarlemmers vinden gemeentelijke handhavers zichtbaarder in de eigen buurt dan gemiddeld in Nederland (45% in Haarlem tegen 30% in Nederland als geheel). Bepaalde vormen van overlast zijn de afgelopen jaren juist toegenomen (zoals parkeeroverlast, jeugdoverlast, overlast door personen met verward gedrag en geluidsoverlast), terwijl andere vormen juist afgenomen zijn (overlast afval en vernielingen). Verder is er een duidelijke dalende trend waarneembaar voor bijna alle High Impact Crimes. Tabel 2.2

Overlastcijfers in de periode 2018-2021 Indicator

Bron

2018

2019

2020

2021

Diefstal uit auto

Politie

137

143

181

103

Diefstal van auto

Politie

22

18

23

15

Diefstal van fietsen

Politie

170

320

205

173

Diefstal van brom- en snorfietsen

Politie

42

56

86

22

Vernieling/baldadigheid

Politie

266

239

245

220

Meldingen overlast afval

Gemeente

506

428

259

283*

Meldingen overlast honden(poep)

Gemeente

257

167

176

175*

Meldingen parkeeroverlast

Gemeente

3005

3527

3505

3498*

% Haarlemmers: veel overlast van afval

Omnibus- onderzoek

42%

39%

42%

-

% Haarlemmers vindt dat hondenpoep vaak voorkomt

Omnibus- onderzoek

35%

32%

30%

34%

% Haarlemmers veel overlast van parkeren

Omnibus- onderzoek

35%

35%

36%

37%

Fysieke overlast

*t/m november 2021

Conclusies ambtelijke werkgroep op thema leefbaarheid van wijken en buurten Acht van de twaalf deelnemers in de werkgroep geven prioriteit aan de leefbaarheid van wijken en buurten. Dit thema raakt de inwoners het meest direct in hun leefwereld. De overlastmeldingen vanuit burgers nemen toe. Maar er moet eerst meer inzicht komen in wat er in elke wijk of buurt speelt. De verschillen tussen buurten zijn groot. Wat heeft welke wijk nodig? Er zijn veiligheidsvraagstukken die in de ene wijk meer spelen dan in andere wijken, bijvoorbeeld door de voorzieningenfunctie in een wijk of de bevolkingssamenstelling (bijvoorbeeld relatief veel jongeren, relatief laag inkomen). Dit betekent dat er onderscheid gemaakt moet worden tussen generieke gemeentelijke prioriteiten én prioriteiten die op wijkniveau spelen. Zo wordt recht gedaan aan de unieke situatie van de wijk en kan maatwerk geleverd worden, afgestemd op de behoefte van de bewoners uit de wijk. Verder merken deelnemers op dat met de aanpak van dit thema gelijktijdig de signaalfunctie in wijken en buurten kan worden versterkt. Daarmee kan ook op andere thema’s voortgang worden geboekt, zoals ondermijning of het tegengaan van maatschappelijke onrust. Verwacht wordt dat er winst te behalen is door de handhavingscapaciteit meer informatie-gestuurd in te zetten zodat veel gerichter op overlastproblematiek kan worden geacteerd.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

11

Reactie raadsmarkt De raadsleden kunnen zich in de volle breedte vinden in prioritering van dit thema. Ze horen vaak klachten van inwoners in het kader van de leefbaarheid in wijken of buurten. Van afval en parkeren tot jeugd en uitgaan. Per wijk verschilt de (mate van de) problematiek. Het is belangrijk dat de informatie- en signaalfunctie binnen de wijk versterkt wordt.

Jeugd en veiligheid Over de volle breedte van de bevraagde kernpartners wordt jeugd gezien als een belangrijk thema, maar omdat het onderwerp erg breed is, varieert de focus per kernpartner. Door beleidsmatige professionals wordt geconstateerd dat er winst te behalen valt voor wat betreft de samenwerking tussen de afdelingen jeugd, veiligheid en sociaal domein. Een van de uitdagingen is het bieden van perspectief aan jongeren die (nog) geen strafbaar feit hebben gepleegd, maar waar wel zorgen over zijn en/of die overlast plegen. Eenvoudige drugscriminaliteit (bijvoorbeeld koerieren) is voor jongeren een snelle manier om geld te verdienen en vervolgens komt van het een het ander. Voorkomen dat jongeren verder afglijden wordt door verschillende partners gezien als een prioriteit. Daarnaast wordt geconstateerd dat de verschijningsvormen van jeugdcriminaliteit extremer worden. De leeftijd waarop jongeren in aanraking komen met criminaliteit daalt. Ook het gebruiken van drugs gebeurt op steeds jongere leeftijd. Volgens een enkele partij is er sprake van een verharding. Sociale media spelen daarbij een belangrijke rol, onder andere om bedreigingen te uiten. Daarnaast geven meerdere partijen aan dat de criminaliteit gepleegd door jongeren gewelddadiger wordt onder meer omdat steeds vaker gebruik gemaakt wordt van (vuur)wapens. De ontwikkelingen in Haarlem staan niet op zichzelf.

Landelijke trends laten zien dat jeugdigen vaker betrokken zijn bij wapenincidenten en ernstige geweldsmisdrijven (WODC, 2020). Ten tijde van de covid-19-maatregelen zette de politie extra in op de jeugdproblematiek. Hierdoor kwam een groep kwetsbare jongeren beter in beeld en nam het aantal aanhoudingen toe. Als gevolg van een capaciteitstekort, na de opheffing van deze maatregelen, verdween deze inzet. Volgens meerdere respondenten is het effect hiervan terug te zien in de praktijk. In 2020 is er een opvallende stijging van het aantal meldingen van jeugdoverlast bij zowel de politie als de gemeente. Ditzelfde geldt voor het aantal uitgedeelde gele kaarten. De toename van het aantal meldingen van jeugdoverlast vanaf 2019 is ook terug te zien in de beleving van Haarlemmers: het percentage Haarlemmers dat veel overlast van jongeren in de buurt ervaart steeg in 2020 met 4 procentpunt. Ongeveer eenzelfde stijging is te zien in het percentage Haarlemmers dat vindt dat overlast door jongeren meer aandacht moet krijgen. Het aantal meldingen van jeugdoverlast in Haarlem laat eenzelfde trend zien als in Noord-Holland en Nederland. Het valt op dat in 2020 het aantal incidenten van jeugdoverlast fors gestegen. Dit valt te verklaren doordat als gevolg van de coronapandemie jongeren veel vaker op straat aanwezig waren en meer mensen vanwege thuiswerken in hun nabijheid verkeerden.

In 2021 is er weer een daling zichtbaar.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

12

Tabel 2.3

Cijfers met betrekking tot jeugd en veiligheid, periode 2018-2021 Indicator

Bron

2018

2019

2020

2021

Meldingen jeugdoverlast politie

Politie

870

789

1260

968*

Meldingen jeugdoverlast gemeente

Gemeente

491

483

957

747*

Uitgedeelde gele kaarten5

Gemeente

91

62

223

212*

Boetes alcohol 18-

Gemeente

19

21

4

15*

% Haarlemmers dat veel overlast van jongeren in de buurt

Omnibus-onderzoek

16%

17%

21%

20%

Omnibus-onderzoek

17%

16%

21%

19%

-

12

99

155

ervaart % Haarlemmers dat vindt dat overlast door jongeren meer aandacht moet krijgen HALT verwijzingen

Gemeente

*t/m november 2021

Conclusies ambtelijke werkgroep op thema jeugd en veiligheid Negen van de twaalf deelnemers prioriteren het thema jeugd en veiligheid. Hoewel dit thema redelijk stevig in de organisatie is ingebed, is bijna iedereen het erover eens dat het vraagstuk veranderd en blijvend om prioritering vraagt. Niets doen tegen lichte vormen van criminaliteit en overlast betekent dat na verloop van tijd dezelfde jongeren in beeld komen voor zwaardere vormen van (ondermijnende) criminaliteit. De nadruk moet liggen op preventie, maar ook jongeren die al begonnen zijn aan een criminele carrière moeten eruit getrokken worden. De voedingsbodem moet ontnomen worden. Ook de toenemende kloof tussen de jeugd en de overige buurtbewoners wordt genoemd als aandachtspunt. Met name sinds corona valt op dat de tolerantie voor jeugdoverlast is afgenomen. De deelnemers benoemen verder dat rekening gehouden dient te worden met de verminderde inzet van de strafrechtelijke partners. Kunnen we ook buiten het strafrecht om manieren vinden om op dit thema in te zetten? De gemeente is volgens de deelnemers genoodzaakt om nieuwe coalities, in het preventieve en bestuursrechtelijke domein, te maken. Ook merken meerdere deelnemers op dat er meer zicht moet komen op de online leefwereld van jongeren en dat de gemeente zich daar proactief moet manifesteren.

Reactie raadsmarkt Het thema jeugd en veiligheid is actueel volgens de raadsleden en een belangrijk thema om extra op in te zetten. Er wordt door inwoners veel jeugdoverlast ervaren. Hierbij kan het gaan om vuurwerk afsteken tot dealende jeugd in de wijk. Meerdere raadsleden uiten grote zorgen over de grote aantrekkingskracht op jongeren van het snelle criminele geld. Een preventieve en gezinsgerichte aanpak wordt genoemd als een relevante oplossingsrichting voor de problematiek rondom jongeren die afglijden in het criminele circuit.

Cybercriminaliteit De samenleving digitaliseert waardoor ook nieuwe criminaliteitsvormen ontstaan, variërend van fake news, deep fake en artificiële intelligentie tot DDoS-aanvallen, hacken en skimmen. Maar ook oude gedragingen worden in een ‘nieuw jasje’ gestoken: marktplaatsoplichting, (identiteits)fraude, illegale

5 Gele kaarten worden uitgedeeld als …

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

13

prostitutie, digitaal pesten, et cetera. Landelijke cijfers van de Veiligheidsmonitor (2021) laten zien dat 17% van de Nederlanders slachtoffer is van een vorm van ‘cybercrime’. Hierin zit een stijgende lijn. Voor Haarlem ligt dit percentage in 2021 op 17%. Dit is vergelijkbaar met het percentage in de regio NoordHolland (18%). Daarnaast zien we in Haarlem, ten opzichte van de voorgaande jaren, in 2021 een sterke toename van het aantal registraties bij de politie van online fraude. Een groot deel van de kernpartners benoemt cybercrime of gedigitaliseerde criminaliteit dan ook als een belangrijk onderwerp voor de gemeente. In de gesprekken met de kernpartners werd echter ook veelvuldig de vraag gesteld wat de rol van de gemeente binnen dit thema moet zijn. Cybercriminelen houden zich tenslotte niet aan gemeentegrenzen of landsgrenzen en de aanpak van daders valt daardoor buiten te scope van de gemeente. Voorlichting kan in het kader van preventie natuurlijk wel. Daarbij wordt aangetekend dat doelgroepen verschillende communicatiestrategieën nodig hebben. (Jongeren benader je anders dan ouderen, niet alleen omdat ze een andere informatiepositie hebben maar ook omdat de digitale risico’s verschillen). De gemeente heeft intern de verantwoordelijkheid de informatieveiligheid te borgen (eigen huis op orde).

Maar waar ligt ambtelijk gezien die verantwoordelijkheid? Is dat een OOV-thema? Meerdere respondenten wijzen op overlap die bestaat tussen gedigitaliseerde criminaliteit en maatschappelijke onrust. Die onrust wordt vaak aangejaagd via websites en sociale media. Regelmatig is daarbij sprake van desinformatie: opzettelijk onware of onnauwkeurige informatie die wordt verspreid om personen, groepen, organisaties of landen te beschadigen of om geld mee te verdienen. Moet de gemeente zich niet proactief in de relevante online discussies mengen om zo te de-escaleren? Online toezicht en handhaving wordt in dat kader als nieuwe gemeentetaak genoemd. De gemeente en (vooral) de politie kunnen ook gebruik maken van de online beschikbare informatie voor repressie. Door analyse van sociale media kon de politie / gemeente de afgelopen jaren snel inspringen op ordeverstoringen. De afgelopen vier jaar is er echter vanwege capaciteit en prioritering nauwelijks beleidsmatige inzet geweest op dit thema. Ook met Noord-Holland Samen Veilig is er in tegenstelling tot andere gemeenten in de regio minder opgetrokken op dit onderwerp. Hoewel minder inzet beschikbaar was voor dit thema heeft de gemeente wel geëxperimenteerd met (innoverende) bestuurlijke maatregelen zoals een online gebiedsverbod.

Conclusies ambtelijke werkgroep op thema cybercriminaliteit Drie van de twaalf deelnemers aan de werkgroep prioriteren cybercrime. Door meer op digitaal niveau in te zetten kan de online leefwereld zichtbaar worden gemaakt. Wat speelt er onder jongeren of in wijken en buurten? Hoe maken we de inwoners weerbaar tegen vormen als online fraude? Door cybercriminaliteit niet te prioriteren is het risico dat dit thema ondersneeuwt. Terwijl de landelijke cijfers juist laten zien dat het probleem alleen maar groter wordt. Deelnemers die cybercrime niet prioriteren zijn van mening dat het een heel belangrijk en actueel onderwerp is, maar dat cybercrime binnen de andere thema’s een plek moet hebben. Daarnaast vindt een groot deel van de deelnemers dat cybercriminaliteit vraagt om een brede landelijke aanpak en dat de gemeentelijke

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

14

verantwoordelijkheid zich beperkt tot preventie van slachtofferschap van gedigitaliseerde criminaliteit. Dat laatste gebeurt al. Reactie raadsmarkt Binnen de raadsmarkt wordt dit thema niet geprioriteerd. Wel wordt opgemerkt dat het zinvol is dat de gemeente zich meer digitaal gaat manifesteren en ook digitaal de ontmoeting zoekt met burgers en jongeren.

High impact crimes In de veiligheidsanalyse voorafgaande aan het IVH van 2019-2022 werd geconstateerd dat het aantal inbraken, overvallen en berovingen sterk was afgenomen. Hoewel teruglopende criminaliteit gewoonlijk minder aandacht krijgt, werd toch gekozen het tegengaan van High Impact Crimes in het beleidsplan te prioriteren, niet zo zeer om het beleid te intensiveren maar om het bovenaan de agenda te houden. Dit omdat High Impact Crimes een enorme impact hebben op een slachtoffer en zijn/haar omgeving. Iedere inbraak, overval of straatroof is er volgens de gemeente Haarlem één te veel. In de afgelopen jaren zijn de High Impact Crimes in Haarlem verder afgenomen. Dit is in lijn met de landelijke trend en het is belangrijk te vermelden dat het voorstelbaar is dat de trend (deels) toegeschreven kan worden aan de coronamaatregelen (zie ook Secondant, 2021). Tabel 2.4

Cijfers High Impact Crimes, periode 2018-2021 Indicator

Bron

2018

2019

2020

2021

Aantal woninginbraken

Politie

166

109

102

36

Aantal overvallen

Politie

2

5

5

2

Aantal straatroven

Politie

6

11

9

9

Overige geweldsdelicten

Politie

122

169

134

120

Horeca en veilig uitgaan Haarlem kent twee grote uitgaansstraten (Smedestraat en de Lange Veerstraat) waar inwoners en bezoekers veel overlast ervaren door uitgaand publiek. In beide straten concentreert zich het grootste deel van de uitgaanshoreca van Haarlem. Sinds het einde van de corona-maatregelen is de overlast weer flink toegenomen. In de Smedestraat woonden altijd al mensen boven de horecagelegenheden, maar er zijn rondom de straat meer gebouwen getransformeerd tot (duurdere) woningen en vanuit deze woningen worden nu ook overlastmeldingen gedaan.

Polarisatie In Haarlem zien respondenten een toename van, o.a. de activistische beweging Extinction Rebellion, waarbij aanhangers zich bewegen op het randje van het strafrecht. Bij veel casussen is er sprake van psychische problematiek, waarbij soms inzet voornamelijk op adequate hulp en ondersteuning zit.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

15

Polarisatie is de voedingsbodem voor radicalisering. Polarisatie is vaak weer het gevolg van een toenemende kloof tussen groepen, een gebrek aan sociale cohesie en wantrouwen in (overheids)instanties. In sommige wijken zien respondenten een toename van die kloof en het wantrouwen in (overheids)instanties. Zo kenmerkt Haarlem Oost zich als een gebied waar het wantrouwen in de overheid al decennia hoog is en door de toenemende gentrificatie de kloof tussen inwoners in de wijk toeneemt. Voor het verhogen van het vertrouwen in de overheid is het belangrijk dat meer opvolging wordt gegeven aan meldingen die inwoners doen en meer nabijheid tot inwoners wordt gecreëerd. Dit is een procesopgave voor de komende jaren, aldus respondenten. Niet iedereen is ervan overtuigd dat radicalisering voor Haarlem in aanmerking komt voor prioritering. Het thema zou beleidsmatig al opgepakt zijn. Zo is er een structureel integraal overleg waarbij signalen worden gedeeld en acties worden uitgezet. Verder wordt ingezet op de maatschappelijke verbinding. De problematiek is volgens een respondent in Haarlem relatief gezien mild. Per jaar zijn er een handvol signalen die uitmonden in enkele casussen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

16

3

Advies beleidsprioriteiten nieuwe IVH De thema’s in het vorige hoofdstuk zijn allemaal belangrijk. Maar hun aantal is te groot om allemaal mee te nemen in het nieuwe IVH. Om het prioritaire karakter vast te houden, adviseert de VNG namelijk in het IVH alleen de hoofdthema’s van het veiligheidsbeleid op te nemen. De zogenaamde going-concern thema’s blijven in het IVH buiten beschouwing. Zijn deze laatste thema’s dan niet belangrijk? Zeker wel, en ook op deze veiligheidsthema’s vindt natuurlijk gewoon reguliere inzet plaats. Maar om binnen het veiligheidsdomein focus aan te brengen en krachten te bundelen is het nodig het aantal thema’s te beperken. De VNG raadt aan om daarbij maximaal drie à vier prioriteiten te selecteren. In dit hoofdstuk wordt, mede op basis van de resultaten van de werkgroep en de Raadsmarktbijeenkomst door DSP-groep op basis van een aantal functionele criteria een voorstel gedaan voor de beleidsprioriteiten voor het nieuwe IVH 2023-2026. Per voorgestelde beleidsprioriteit wordt ook ingegaan op de mogelijke focus en eventuele actielijnen binnen het thema. Hiervoor is gebruik gemaakt van de aanvullende ambtelijke themabijeenkomst die plaatsvond op 24 november. Ten overvloede: het betreft natuurlijk geen bindend advies; nieuwe ontwikkelingen of een andere weging van de aangevoerde argumenten kunnen tot een andere prioritering leiden.

3.1

Functionele criteria voor prioritering Het prioriteren van veiligheidsthema’s is niet gebonden aan vaste spelregels. Iedere gemeente kan eigen selectiecriteria hanteren die passen bij de eigen organisatie en burgers. Dat neemt niet weg dat bepaalde criteria voor de hand liggen om (ook) mee te wegen bij het besluit om een veiligheidsthema al dan niet te prioriteren. We onderscheiden er drie: 1.

Relevantie: veiligheidsthema’s kunnen tot prioriteit gemaakt worden omdat ze spelen bij veel burgers, ze een grote impact op hun veiligheidsbeleving hebben of leiden tot groot maatschappelijk ongenoegen en/of uit de cijfers komt naar voren dat er sprake is van een stijging van de incidentie.

2.

Ontbreken beleidskader: veiligheidsthema’s kunnen tot prioriteit gemaakt worden omdat het nog aan een uitgewerkt beleidskader of specifieke aanpak ontbreekt. Als er al sprake is van een uitgewerkt beleidskader of goed lopende aanpak, kan dit ook betekenen dat een veiligheidsthema daarom geen prioriteit wordt.

3.

Thema heeft oorsprong in veiligheidsdomein: het is van belang om mee te wegen of Veiligheid en Handhaving een rol heeft of zou moeten hebben in de aanpak op dat thema. De vraag daarbij is of het thema primair thuishoort in het veiligheidsdomein of dat het gelet op de oorzaken, benodigde aanpak en betrokken partners, beter thuishoort in een ander domein.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

17

3.2

Drie beleidsprioriteiten voor het nieuwe IVH Zoals uit het voorgaande hoofdstuk blijkt, werden binnen de bespreking in de ambtelijke werkgroep en de Raadsmarkt vijf thema’s aangemerkt als potentiële beleidsprioriteit. Het ging om: 1.

Ondermijning

2.

Jeugd en veiligheid

3.

Leefbaarheid wijken en buurten

4.

Zorg en veiligheid

5.

Cybercriminaliteit

Om focus te houden en krachten te kunnen bundelen adviseren we het aantal thema’s te beperken tot drie beleidsprioriteiten. Indachtig de drie genoemde functionele criteria voor prioritering komt DSP tot het advies om de volgende drie thema’s in het nieuwe IVH te prioriteren: 1.

Ondermijning

2.

Jeugd en veiligheid

3.

Leefbaarheid wijken en buurten

We lichten dit advies per thema kort toe en geven aan wat binnen het thema een voor de hand liggende focus kan zijn. Deze focus is afgestemd binnen de ambtelijke werkgroep van 24 november.

Ondermijning Ondermijning is, net als in veel andere gemeenten, voor Haarlem ook een relevant thema. Zonder een stevige en effectieve aanpak leidt ondermijnende criminaliteit tot maatschappelijke ontwrichting. Bovendien wordt zonder een voor burgers zichtbare aanpak het vertrouwen in de overheid aangetast. Gelet op het thema is het evident dat OOV een belangrijke regierol heeft in de aanpak ervan. Bovendien is vanwege het maatschappijontwrichtende karakter de impact op burgers groot. We adviseren daarom het thema opnieuw te prioriteren. Ondermijnende criminaliteit is niet alleen een container begrip maar kent ook steeds nieuwe verschijningsvormen. In de vorige IVH-beleidsperiode zijn goede stappen gezet en is er een stevige basis neergezet. Maar juist het dynamische karakter van het fenomeen maakt dat het beleidskader voortdurend wordt doorontwikkeld. Mede op basis van de uitkomsten van de ambtelijke werkgroep van 24 november adviseren we om binnen de ondermijningsaanpak de komende beleidsperiode de volgende organisatorische stappen te zetten om de aanpak naar de toekomst toe te borgen: Versterken van de informatiepositie van het team ondermijning door in te zetten op het beter verbinden van restinformatie en overige signalen van binnen en buiten de overheid.

De kennis bij burgers en gemeentelijke partners te vergroten van wat ondermijnende criminaliteit in kan houden en welke signalen relevant zijn om (bij team ondermijning) te melden.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

18

Het waarborgen dat snel en - daar waar mogelijk - zichtbaar op signalen gereageerd wordt zodat het vertrouwen van burgers en ondernemers in de aanpak (en de overheid) vergroot wordt en de meldingsbereidheid toeneemt. In geval sprake is van ondermijnende criminaliteit altijd een afweging maken of de inzet van het bestuurlijk instrumentarium doelmatig en effectief is. Vervolgens dit instrumentarium ook daadwerkelijk inzetten. We adviseren de gemeente de bovengenoemde doorontwikkeling te richten op de volgende actielijnen (thema’s): drugscriminaliteit; jonge aanwas; onverklaard vermogen; woon-adresfraude; mensenhandel.

Jeugd en veiligheid Het thema jeugd is actueel en in Haarlem zijn, net als in vele andere gemeente, de zorgen groot. Hoewel in algemene zin de jeugdcriminaliteit afneemt is gelijktijdig bij die jongeren die wel deviant gedrag blijven vertonen sprake van verharding. Ook wordt op steeds jongere leeftijd zware delicten gepleegd. Bovendien is de kans op afglijden in de zware criminaliteit de afgelopen jaren toegenomen. Gelijktijdig met deze verzwaring en verjonging is een toename zichtbaar in de (gepercipieerde) jeugdoverlast. We adviseren daarom om jeugd en veiligheid opnieuw te prioriteren in het IVH. Binnen ambtelijke werkgroep van 24 november werden voor de uitwerking van dit thema de volgende actielijnen voorgesteld: Tegengaan jonge aanwas. Om het afglijden in de zware misdaad bij jongeren beter tegen te gaan, moet preventief ingezet worden op de jongeren die risico lopen. Tegengaan jongerenoverlast. In de preventieve hoek kan daarbij gedacht worden aan het vergroten van het aanbod voor zinvolle dagbesteding, bijvoorbeeld door het creëren van meer fysieke recreatievoorzieningen. In de curatieve hoek kan gedacht worden aan het vergroten van aanbod van jongerenwerk en sociale teams richting de jeugd worden zodat sneller en beter ingespeeld kan worden op zorgsignalen. Aanwezigheid gemeente in het digitale domein.

De gemeente kan zich nadrukkelijker manifesteren in het digitale domein. Ze moet daar niet alleen het contact zoeken met de jeugd (bijvoorbeeld door jongerenwerk), maar kan ook – daar waar nodig – via digitale BOA’s toezicht houden en handhavend optreden wanneer signalen daartoe aanleiding geven. Binnen de werkgroep van 24 november werden ook drie uitgangspunten genoemd die we graag meegemen in dit advies. Het eerste genoemde uitganspunt bij dit thema is dat de uitwerking van een jeugdaanpak gebaat is bij een goede verbinding met de bewoners en de doelgroep. Het tweede uitgangspunt op dit thema is het borgen van de afstemming met de andere twee beleidsprioriteiten. Het tegengaan van jonge aanwas komt letterlijk terug bij het thema ondermijning terwijl de leefbaarheid van wijken en buurten (zie volgende prioriteit)

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

19

voor een deel samenhangt met de jeugdoverlast en de (jeugd)voorzieningen in de buurt. Tot slot is het derde uitgangspunt om continu in te zetten op de samenwerking met interne en externe partners.

Leefbaarheid van wijken en buurten De maatschappelijke tweedeling neemt in Nederland toe en de sociaal maatschappelijke problematiek wordt steeds meer ruimtelijk geconcentreerd. Ook in Haarlem is van deze beweging sprake. Uit de veiligheidsanalyse blijkt dat de leefbaarheid in sommige wijken en buurten steeds verder onder druk komt te staan. We adviseren daarom dit thema als beleid te prioriteren. Omdat de thema’s die spelen op het terrein van leefbaarheid per buurt verschillen werd binnen de ambtelijke werkgroep van 24 november geconstateerd dat iedere wijk/buurt om een eigen aanpak vraagt. In de ene buurt zal die bovendien een stuk intensiever moeten zijn dan in de andere buurt. We adviseren daarom het thema leefbaarheid van wijken en buurten opnieuw te prioriteren. Mede op basis van de ambtelijke werkgroep van 24 november identificeren we daarbij twee mogelijke actielijnen. Lever maatwerk. Problematiek is niet alleen vaak ruimtelijk geconcentreerd maar verschilt tussen wijk en buurt. De aard van de problematiek bepaald ook de aanpak en dat betekent dat per buurt maatwerk geleverd moet worden. Werk met wijkprofielen. Om zinvol maatwerk te kunnen leveren moet natuurlijk eerst duidelijk zijn waar de problematiek uit bestaat.

Maak daarom voor (de relevante) wijken van Haarlem op basis van een scan eerst een risicoprofiel per wijk die leefbaarheidsproblemen en de wijk-specifieke overlast in kaart brengt. Gaat het bijvoorbeeld om veel GGZ-problematiek, woonoverlast of uitgaansoverlast? Is er sprake van maatschappelijke onrust in de wijk? De werkgroep benoemde bij dit thema dat integraliteit van essentieel belang is. Juist omdat de leefbaarheid door zo veel meer factoren bepaald wordt dan alleen die vanuit de OOV-portefeuille opgepakt kunnen worden. Hechte samenwerking, ook met de partners buiten het veiligheidsdomein vraagt bij deze beleidsprioriteit continu om aandacht.

3.3

Digitale strategie Hoewel het geen inhoudelijk thema betreft zoals de drie geadviseerde beleidsprioriteiten komt uit de veiligheidsanalyse en de ambtelijke werkgroepbijeenkomsten wel duidelijk naar voren dat de digitalisering van de samenleving specifieke veiligheidsvraagstukken met zich meebrengt. Burgers worden in steeds grote mate slachtoffer van gedigitaliseerde criminaliteit terwijl zaken als ordeverstoring in het publieke domein en jeugdoverlast meestal online voorbereid wordt. Ook afpersing (waaronder sextortion) vindt steeds vaker plaats door gebruik van digitale hulpmiddelen en online activiteiten. Burgers hebben baat bij bewustwording en een goede bescherming tegen deze vormen van gedigitaliseerde criminaliteit. Het negeren van deze digitale realiteit zorgt ervoor dat de aanpak van overlast en veiligheidsproblemen steeds minder effect wordt. Tegelijkertijd ontbreekt het in Haarlem (net als elders in Nederland) aan een volledig beeld van de exacte aard en omvang van het probleem. Wie worden er slachtoffer? Welke digitale methoden worden ingezet? En wat kan

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

20

de overheid en de burger doen om het slachtofferschap te beperken? Omdat deze vragen nu nog niet uitputtend te beantwoorden zijn valt de te volgen strategie voor dit thema evenmin volledig te bepalen. Omdat het thema nog niet beleidsmatig is ingekaderd maar wel grote dwarsverbanden met meerdere veiligheidsthema’s laat zien, adviseren we een digitale strategie te ontwikkelen die in ieder geval start bij de drie beleidsprioriteiten. Bij ondermijning kan gedacht worden aan digitale voorzieningen waarmee restinformatie of signalen opgewerkt kunnen worden tot opsporingsindicaties, bij jeugd kan de onder de bij dat thema gedane suggestie worden opgepakt om de gemeentelijke aanwezigheid (jongerenwerk en BOA’s) in het digitale domein te vergroten. Bij leefbaarheid kan gedacht worden aan digitale informatieplatformen die per wijk op maat worden gemaakt, zodat burgercollectieven zelf de data van en over de bewoners in hun wijk op verantwoorde wijze kunnen gebruiken. Zo leren burgers begrijpen wat in de eigen wijk gebeurt en krijgen initiatieven van burgers ondersteuning. En dat is belangrijk, want te veel van dit soort initiatieven stranden uiteindelijk toch weer.6

3.4

Wat gebeurt er met de overige beleidsthema’s? Uit de veiligheidsanalyse en aanvullende gesprekken blijkt dat voor Haarlem acht thema’s in aanmerking komen voor prioritering en dat op basis van de ambtelijke werksessie en de Raadsmarkt vijf daarvan daadwerkelijk worden aangemerkt als beleidsprioriteit. In ons advies blijven van de vijf thema’s uiteindelijk drie over. Dat roept de vraag op: wat gebeurt er met de andere thema’s? Worden die dan losgelaten? Dat is niet het geval. Ze komen alleen om wisselende redenen niet in aanmerking voor beleidsintensivering. We lichten kort toe: Het thema zorg en veiligheid wordt niet geprioriteerd om twee redenen. De aanpak is in de afgelopen beleidsperiode steeds meer beleidsmatig ingekaderd zodat op dit moment sprake is van een goed werkende samenwerkingsstructuur, zeker voor wat betreft de incidenten en crisissituaties. De vraagstukken die nog wel spelen liggen vooral op het terrein van preventie en nazorg (zoals goede huisvesting en afschalingsmogelijkheden). Die thema’s vallen echter niet primair onder de OOVportefeuille. Cybercriminaliteit wordt niet geprioriteerd.

Enerzijds omdat de aanpak van de criminaliteit meer een politietaak is en de daders meestal niet in Haarlem wonen, anderzijds omdat de aspecten van cybercriminaliteit die wel binnen de gemeentelijke bevoegdheid vallen al opgepakt worden of als actielijn ondergebracht zijn bij één of meer van de drie voorgestelde beleidsprioriteiten. Zo houdt de gemeente, om het slachtofferschap van gedigitaliseerde criminaliteit tegen te gaan, al doelgroepspecifieke voorlichtingscampagnes. En via de nog te ontwikkelen digitale strategie (zie vorige paragraaf) gaat de gemeente zich prominenter manifesteren in de digitale ruimte. High Impact Crimes waren in het vorige IVH nog één van de beleidsprioriteiten. In ons advies komen ze niet terug. De reden is dat er een stevige aanpak is neergezet die ook zonder prioritering gecontinueerd wordt. Bovendien zijn de HIC-cijfers zijn in de afgelopen periode flink gedaald. 6 In ’s-Hertogenbosch wordt geëxperimenteerd met het vergroten van de leefbaarheid door middel van een digitale strategie:

https://agendastad.nl/burgers-verbeteren-met-digitalisering-de-leefbaarheid-in-eigen-wijk/

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

21

Horeca en veilig uitgaan wordt niet aangemerkt als aparte beleidsprioriteit omdat uit de veiligheidsanalyse blijkt dat dit thema zich feitelijk beperkt tot twee straten in het centrum. Wel is zoals blijkt uit paragraaf 3.2 de leefbaarheid van wijken en buurten geprioriteerd. Binnen deze prioriteit wordt gesteld dat per buurt/wijk een maatwerkaanpak tot stand gebracht moet worden die aansluit bij de specifieke leefbaarheidsproblemen van de betreffende wijk. Met die insteek wordt automatisch voor de wijk waar de twee betreffende straten liggen de horeca en veilig uitgaan vanzelf een thema dat wordt meegenomen in de aanpak van de leefbaarheid. Polarisatie komt niet terug als beleidsprioriteit. Hoewel ontegenzeggelijk de maatschappelijke tweedeling en tegenstellingen toenemen en de afgelopen beleidsperiode sprake is geweest van maatschappelijke onrust ziet de gemeente dit thema niet als prioriteit. De reden is tweeledig. De aanpak van excessen -zoals protesten die zich in de publieke ruimte manifesteren – is primair de verantwoordelijkheid van de politie en deze is daarvoor goed toegerust zo laat het recente verleden zien. Wel ziet de gemeente een rol voor zich weggelegd in het anticiperen op voorbereidende handelingen op protest in het digitale domein. Te denken val aan het actief deelnemen aan online discussies van burgers en het bestrijden van desinformatie.

Deze activiteiten vallen echter onder wat in paragraaf 3.3 de ‘digitale strategie van de gemeente’ wordt genoemd. Deze activiteiten worden zodoende al onder een andere noemer in het IVH opgenomen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

22

Bijlage 1 - Veiligheidsanalyse (Kernbeleid VNG) Om te komen tot een onderbouwde selectie van prioriteiten voor het nieuwe IVH is het zinvol om na te gaan welke trends en ontwikkelingen zich binnen Haarlem voordoen binnen het veiligheidsdomein. In dit hoofdstuk gaan we in op de cijfermatige ontwikkelingen. Eerst kijken we breed naar het aantal misdrijven en de gevoelens van onveiligheid. Vervolgens gaan we aan de hand van de door de VNG geïdentificeerde veiligheidsdomeinen gedetailleerd op de vraag wat er speelt in Haarlem.

Brede ontwikkelingen Misdrijven Uit cijfers van de Veiligheidsmonitor (Wolberink & Andringa, 2021) blijkt dat het aantal geregistreerde misdrijven per 1.000 inwoners vanaf 2019 een dalende trend laat zien. Ook op landelijk en regionaal (provincie Noord-Holland) niveau zien we in deze periode een daling. Wel ligt het aantal misdrijven per 1000 inwoners in Haarlem in de afgelopen vier jaar wat hoger dan op regionaal en landelijk niveau. Dat is echter niet ongebruikelijk bij (middel)grote gemeenten, omdat er vaak relatief meer misdrijven worden geregistreerd in stedelijke dan in landelijke gebieden. Figuur B1.1

Aantal misdrijven per 1000 inwoners

Bron: CBS Statline

Onveiligheidsperceptie Op basis van de veiligheidsmonitor (Wolberink & Andringa, 2021) blijkt dat ruim één op de drie Haarlemmers zich weleens onveilig voelt (35%). Dit percentage wordt ook waargenomen in Nederland als geheel (33%) en de regio Noord-Holland (33%). Vijftien procent van de Haarlemmers voelt zich weleens onveilig in de buurt. Dit

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

23

percentage komt ongeveer overeen met het Nederlandse en regionale gemiddelde. Sommige Haarlemmers vertonen ‘vermijdingsgedrag’, wat neerkomt op een aanpassing in gedrag om een onveilige situatie te voorkomen. Zo doet zeven procent de deur ’s avonds niet open en loopt of rijdt drie procent om vanwege onveilige plekken in de buurt. Haarlemmers denken vaker dat de criminaliteit in de buurt is toegenomen (10%) dan dat de criminaliteit is afgenomen (5%). Dit beeld komt overeen met het landelijke (5% denkt dat criminaliteit is afgenomen en 11% dat criminaliteit is toegenomen) en regionale beeld (5% denkt dat criminaliteit is afgenomen en 11% dat criminaliteit is toegenomen) (Wolberink & Andringa, 2021). Figuur B1.2

Percentage inwoners dat zich weleens onveilig voelt

% weleens onveilig 40 35 30 25 20 15 10 5 0 2017

2019 Haarlem

Noord-Holland

2021 Nederland

Bron: Wolberink & Andringa, 2021

Cijfermatige ontwikkelingen per veiligheidsveld De Verenging van Nederlandse Gemeenten (VNG) onderscheidt in haar Handreiking voor gemeenten Kernbeleid Veiligheid 2021 vijf veiligheidsvelden (van Gaalen, 2021). Deze veiligheidsvelden hanteert Haarlem ook in haar Integraal plan Veiligheid en Handhaving 2019-2022.

DSP-groep

1.

Veilige woon- en leefomgeving

2.

Bedrijvigheid en veiligheid

3.

Jeugd en veiligheid

4.

Fysieke veiligheid

5.

Integriteit en veiligheid

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

24

Elk van deze velden kent een aantal bijhorende veiligheidsthema’s die voor burgers van belang zijn. Door voor deze thema’s systematisch de ontwikkelingen in kaart te brengen kan worden nagegaan of bepaalde thema’s extra aandacht behoeven. In het volgende schema staat een overzicht van de relevante thema’s. We bespreken de cijfermatige ontwikkeling per veiligheidsveld. Omdat een aantal van de thema’s raken aan de beleidsprioriteiten van het huidige IVH bestaat er op onderdelen overlap met de cijfers die in het vorige hoofdstuk werden gepresenteerd. Schema B 1.1 Veiligheidsthema’s per veiligheidsveld (van Gaalen, 2021)

Veiligheidsveld

Veiligheidsthema’s

1. Veilige woon- en leefomgeving

1.1: Sociale kwaliteit 1.2: Fysieke kwaliteit 1.3: Objectieve veiligheid/veelvoorkomende en ‘high impact’-criminaliteit 1.4: Subjectieve veiligheid

2. Bedrijvigheid en veiligheid

2.1: Veilig winkelgebied 2.2: Veilige bedrijventerreinen 2.3: Veilig uitgaan 2.4: Veilige evenementen 2.5: Veilig toerisme

3. Jeugd en veiligheid

3.1: Jeugdoverlast 3.2: Jeugdcriminaliteit/individuele probleemjongeren 3.3: Jeugd, alcohol en drugs 3.4: Veilig in en om de school

4. Fysieke veiligheid

4.1: Verkeersveiligheid 4.2: Brandveiligheid 4.3: Externe veiligheid/ omgevingsveiligheid 4.4: Rampenbestrijding en crisisbeheersing

5. Integriteit en veiligheid

5.1: Polarisatie en radicalisering 5.2: Georganiseerde/ ondermijnende criminaliteit 5.3: Weerbare overheid/ weerbaar bestuur 5.4: Informatie-veiligheid 5.5: Ambtelijke en bestuurlijke integriteit

3.4.1

Veilige woon- en leefomgeving Dit veiligheidsveld heeft betrekking op de alledaagse woon- en leefomgeving van bewoners, ofwel de veiligheid en leefbaarheid in de wijk, buurt, straat en tussen buren. Hierbij gaat het om sociale en fysieke kwaliteit en om objectieve en subjectieve veiligheid. In tabel B 1.1 en B 1.2 zijn verschillende beschikbare cijfers weergegeven.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

25

Tabel B 1.1

Fysieke kwaliteit en sociale kwaliteit, 2018-2021

Indicator

Bron

2018

2019

2020

2021

Gemiddeld

Ontwikkeling

2018-2020

(2021 t.o.v. gemiddelde)

Fysieke kwaliteit Vernieling/baldadigheid

Politie

510

514

597

435

540

Meldingen overlast afval

Gemeente

506

428

259

283

398

Meldingen overlast honden(poep)

Gemeente

257

167

176

175

200

Meldingen parkeeroverlast

Gemeente

3005

3527

3505

3498

3346

Cijfer kwaliteit openbare ruimte (1-10)

Omnibus- onderzoek

6,6

6,7

6,6

-

6,6

-

% Haarlemmers: veel overlast van afval

Omnibus- onderzoek

42%

39%

42%

-

41%

-

% Haarlemmers overlast van hondenpoep

Omnibus- onderzoek

35%

32%

30%

34%

32%

% Haarlemmers veel overlast van

Omnibus- onderzoek

35%

35%

36%

37%

35%

Burenruzie

Politie

418

282

358

355*

353

Huiselijke twist

Politie

141

113

128

90

127

% Haarlemmers prettige omgang met

Omnibus- onderzoek

78%

78%

79%

-

78%

Omnibus-onderzoek

6,3

6,3

6,4

6,6

6,3

parkeren Sociale kwaliteit

-

elkaar Cijfer sociale kwaliteit * t/m november 2021 Bron: Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2022

Fysieke kwaliteit De registraties van vernieling/baldadigheid lag gedurende de beleidsperiode op een redelijk constant niveau. De daling die 2021 in de cijfers laat zien hangt vermoedelijk deels samen met het feit dat niet het hele jaar wordt overzien maar slechts de eerste elf maanden (t/m november). Meldingen van overlast van afval laat in 2020 een opvallende daling zien. Dit is overigens niet terug te zien in het percentage Haarlemmers dat blijkens het Omnibusonderzoek overlast ervaart van afval. Na een flinke daling van meldingen van overlast van honden(poep) en een stijging van parkeeroverlast in 2019, is voor beide vormen van overlast het beeld in de jaren erop redelijk hetzelfde gebleven. De daling van het aantal meldingen van overlast in 2019 van honden(poep) lijkt evenmin samen te hangen met het percentage van de Haarlemmers dat blijkens het omnibusonderzoek overlast van hondenpoep ervaart. Het percentage Haarlemmers dat overlast ervaart is in 2021 even hoog als in 2018. Sociale kwaliteit Het aantal meldingen burenruzies is na een flinke daling in 2019 in de jaren erna gestabiliseerd en nog onder het niveau van 2018. In 2021 is er een opvallende daling zichtbaar van het aantal meldingen voor huiselijke twist. Het percentage Haarlemmers dat vindt dat burgers een prettige omgang met elkaar hebben is nagenoeg gelijk gebleven vanaf 2018.

DSP-groep

RAPPORT ─ Veiligheidsanalyse en beleidsprioriteiten IVH

26

Tabel B1.2

Cijfermatige ontwikkeling objectieve en subjectieve veiligheid Haarlem, 2018-2021

Indicator

2018

2019

2020

Gem.

2021

Ontwikkeling

2018-

(2021 t.o.v.

2020

gemiddelde)

Objectieve veiligheid (bron: politie) Woninginbraken

427

389

189

335

119

Overvallen7

16

17

17

17

9

Straatroof

31

34

43

36

21

Openlijk geweld

33

43

19

32

31

Bedreiging

216

168

170

185

147

Mishandeling (zwaar en eenvoudig)

351

357

313

340

242

Inbraak bedrijf

68

80

64

71

23

Diefstal uit auto

640

575

486

567

351

Diefstal van motor

15

22

27

21

19

Diefstal van auto

67

72

68

69

49

Brandstichting

94

106

114

105

49

Diefstal van fietsen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12601392/2