3 Bijlage 1a Bijlagen van het PvEL
Tekst van het document
Ligging van het plangebied
De ligging van het her in te richten gebied, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied ligt ter hoogte van onder meer de Sportweg, Planetenlaan en de Rijksstraatweg. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 48.790 m2 en een gemiddelde maaiveldhoogte van circa 0,4 m NAP. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3. Om tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken naar bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte gebied, oftewel het onderzoeksgebied, is als begrenzing een straal van 250 m rondom het plangebied gekozen. De straal van 250 m is dusdanig gekozen dat al de eerder in de omgeving van plangebied uitgevoerde onderzoeken in een vergelijkbare landschappelijke context in het vooronderzoek konden worden opgenomen.
6
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 2: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK).
7
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
2.
Bureauonderzoek
2.1.
Werkwijze
Bij het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over bekende of verwachte archeologische en bouwhistorische waarden binnen het onderzoeksgebied. Onderstaande bronnen zijn geraadpleegd: Bron
Opmerkingen
Huidige en toekomstige situatie Actuele topografische kaart Recente luchtfoto (PDOK) Opdrachtgever KLIC (Rijks)monumenten (via Archis)
Geen (Rijks)monumenten aanwezig
Historische situatie en mogelijke verstoringen Caert van Schoten uit ca. 1525-1550 (Beeldbank NoordHollands archief, inventarisnr. 52469) Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (www.rijnland.net) Kadastraal minuutplan 1811-1832 (beeldbank.cultureelerfgoed.nl; hisgis.nl) Diverse topografische kaarten uit het einde van de 19 e en de 20e eeuw (topotijdreis.nl) Historische relictenkaart Haarlem (van Putten et al. 2021) Bouw-/constructietekeningen van de te slopen bouwwerken
Niet geraadpleegd
Bodeminformatiekaart van de gemeente Haarlem (kaart.haarlem.nl/app/map/18) Milieukundig bodemonderzoek
Niet beschikbaar
Militair erfgoed Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) Militaire relictenkaart Haarlem (van Putten et al. 2021) Archeologie en bouwhistorie Archeologisch Informatie Systeem (Archis; archis.cultureelerfgoed.nl) Archeologische Monumenten Kaart (AMK; via Archis) Verwachtingskaart van de gemeente Haarlem (van Putten et al. 2021) Bodemkaarten, geomorfologische kaarten en hoogtekaarten Archeolandschappelijke eenhedenkaart van Haarlem (van Putten et al. 2021) Bodemkaart van Nederland (BRO; via Archis) Grondwatertrappenkaart (BRO) Geomorfologische kaart van Nederland (BRO; via Archis) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN; www.ahn.nl) DINOloket (www.dinoloket.nl) Archieven, heemkundekringen, amateurarcheologen, overige informatie Archieven
Het Noord-Hollands archief is digitaal geraadpleegd
Amateurarcheologen, gebiedsgerichte specialisten, depots
Er is contact opgenomen met de afdeling archeologie van de gemeente Haarlem
Onderzoeksrapporten en achtergrondliteratuur
Zie literatuurlijst
8
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
2.2.
Geologie, geomorfologie en bodem
2.2.1. Ontstaansgeschiedenis landschap Het plangebied is gelegen in het Hollands duingebied. Dit duingebied omvat het huidige strand, alle strandwallen, -vlakten en de duinen die aan de oostzijde van het strand voorkomen in Noord- en ZuidHolland (Berendsen 2005). Aan de zeezijde komen de buitenduinen voor, die ook wel de jonge duinen worden genoemd. Verder landinwaarts liggen de lagere en minder reliëfrijke oude duinen. Het ontstaan van het duingebied, schematisch weergegeven in Figuur 3, is sterk gerelateerd aan de zeespiegelstijging gedurende het Holoceen (vanaf circa 9500 voor Chr.). Tijdens een periode van relatief snelle zeespiegelstijging die tot circa 4500-4000 voor Chr. duurde, bestond de kust van Nederland uit een uitgebreid waddengebied met zandbanken en -platen die gescheiden werden door grote getijdegeulen. Dit waddengebied werd gedeeltelijk afgeschermd van de open zee door een reeks eilanden. Deze eilanden en het waddengebied werden als gevolg van de alsmaar stijgende zeespiegel geleidelijk omgewerkt en steeds verder naar het oosten verplaatst (Figuur 3a en Figuur 3b). Vanaf 4500-4000 voor Chr. nam de stijging van de zeespiegelstand sterk af en kwam de oostwaartse verplaatsing van de eilanden tot stilstand.
Vanuit de Noordzee en de grote rivieren werden grote hoeveelheden zand aangevoerd, waardoor de getijdengeulen geleidelijk verzandden en de reeks eilanden aan elkaar groeide tot een strandwal. Achter de strandwallen had grootschalige veenvorming plaats, waarbij het Hollandveen Laagpakket werd gevormd (de Mulder et al. 2003). Tot ongeveer 0-100 na Chr. bleef de grote aanvoer van zand in stand, waardoor de kustlijn steeds verder westwaarts uitbreidde (Figuur 3c). Bij die uitbreiding werden afwisselend strandvlaktes en strandwallen gevormd. Strandvlakten werden gevormd gedurende perioden (van tientallen tot honderden jaren) met gemiddeld een kleiner aantal of minder hevige stormen. Het strand werd langzaam breder en op de hogere delen die alleen tijdens springvloed en zware storm onder water stonden, kon zich vegetatie (gras en struiken) vestigen en vormden zich kleine solitaire duinen. In perioden met meer en/of hevigere stormen werd het door de zee aangevoerde zand boven de vloedlijn op het strand hoog opgeworpen in een rug, een strandwal. Deze strandwallen sloten de strandvlakten af voor overstromingen door de zee. Op de strandwallen kwam nauwelijks begroeiing voor waardoor de wind vrij spel had. Door verstuivingen konden er bovenop de strandwallen (oude) duinen ontstaan (van der Valk 1996).
Door de voortgaande zeespiegelstijging lagen de strandwallen in westelijke richting steeds hoger ten opzichte van NAP dan oudere strandwallen. Ook het grondwaterniveau steeg als gevolg van de zeespiegelstijging, waardoor de strandvlaktes (de gebieden tussen de strandwallen) natter werden en er veenvorming kon optreden. Vanaf ongeveer 200-300 na Chr. nam de snelheid van de zeespiegelstijging nog verder af, werd er minder zand aangevoerd uit de Noordzee en werden verschillende riviermondingen inactief. Door golfwerking en in mindere mate het getij werden een deel van de strandwallen en de buiten de kustlijn uitstekende delta’s van de Maas, Rijn en Oude Rijn geërodeerd (Figuur 3d). Het bij deze erosie vrijkomende zand werd door de wind opgeblazen in een brede zone met jonge duinen die voor een groot deel de oudere strandwallen en strandvlaktes bedekken.
9
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 3: Verband tussen de zeespiegelstijging en de vorming en ligging van strandwallen en duinen voor de Hollandse kust (Berendsen 2005). De verschillende geologische formaties in de figuur zijn terug te vinden in De Mulder et al. 2003.
10
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
2.2.2. Geomorfologie en geologie Volgens de archeolandschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Haarlem (Van Putten et al. 2021) is het plangebied gelegen op Oude duin- op strandwalafzettingen (Figuur 4). In het uiterste zuidoosten komt de overgang naar de flank van de strandwal voor, die bestaat uit Oude duin op veen op strandwal.
Figuur 4: Het plangebied op de archeolandschappelijke eenhedenkaart van Haarlem. Op enkele plekken in en direct naast het plangebied heeft eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden (zie ook paragraaf 2.3). Bij een begeleiding in de Planetenlaan bestond de bodemopbouw uit twee zandpakketten waarin beginnende podzolbodems zijn waargenomen (de León Subías 2022). De onderste bodem bevond zich op 0,82 à 1,36 m -NAP (0,99 à 1,22 m -mv). Het bovenste zandpakket werd bedekt door een zwak humeuze laag (op 0,54 m -NAP / 0,4 à 0,7 m -mv) waarin prehistorisch aardewerk werd aangetroffen. Het betrof een bewoningsniveau, een laag die veelvuldig door de mens is bewerkt en waarschijnlijk grotendeels is opgebracht. In proefsleuven aan de Sportweg 9 bleek de bodemopbouw te zijn aangetast door Nieuwe tijd plantbedden (Van Haasteren et al. 2021). Deze bevonden zich in de top van het duinzand en werden bedekt met een dunne laag stuifzand en verschillende recente ophoogpakketten van 60-80 cm dik. In één boring uit het eerder uitgevoerde booronderzoek (Groenhuijzen / Hebinck 2021) werd binnen het pakket duinzand een dun, zwak humeus laagje aangetroffen. Dit laagje bevond zich op een diepte van 1,1 m -NAP (1,85 m -mv).
11
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Dit niveau is niet in de proefsleuven onderzocht. Ook op dit terrein was een recent ophoogpakket aanwezig, met een dikte van 85 tot 130 cm. 2.2.3. Bodem Op de bodemkaart staat het plangebied weergegeven als bebouwde kom, waardoor geen bodemtype bekend is. Ook in de omgeving van het plangebied zijn geen bodems gekarteerd. Doordat het plangebied in gebruik is als sportvelden, openbare weg en deels is bebouwd, en daarvoor waarschijnlijk is opgehoogd, is er vermoedelijk sprake van antropogene bodems. 2.3.
Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden
Het plangebied maakt deel uit van een terrein dat op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) staat aangegeven als een terrein van archeologische waarde (monument 13917). Het betreft de strandwal van Haarlem, waarop mogelijk sporen van bewoning aanwezig zijn daterend vanaf het Laat Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting (Figuur 5). Ondergrondse bouwhistorische waarden kunnen met name in het zuidoosten van het plangebied niet worden uitgesloten (zie ook paragraaf 2.4).
Figuur 5: Het plangebied op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente (Van Putten et al. 2021). De gele ster markeert vindplaats 439. In het gedeelte van de Planetenlaan tussen het kruispunt met de Korteweg en de aansluiting op de Rijksstraatweg is de aanleg van riolering archeologisch begeleid (“HOV Noord”, Archisnr. 4776688100, de León Subías 2022). Dit heeft ter hoogte van het benzinestation aan de Planetenlaan 17 een vindplaats opgeleverd die op basis van aardewerk in de Midden tot Late IJzertijd is gedateerd. De vindplaats bestond uit een kuil en vijf paalkuilen, die werden aangetroffen tussen 0,5 en 0,8 m -NAP. De sporen waren zeer ondiep, waarschijnlijk als gevolg van aftopping. Vanwege de beperkte breedte van de rioolsleuf konden er geen structuren worden gereconstrueerd.
12
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Ook in de omgeving van het plangebied zijn diverse eerdere onderzoeken uitgevoerd en archeologische vindplaatsen bekend. Hiervoor is een onderzoeksstraal van 250 m rondom het plangebied aangehouden en is alleen gekeken naar onderzoek dat is uitgevoerd op de strandwal en de flank van de strandwal (bijlage 2). De bureauonderzoeken zijn buiten beschouwing gelaten (Archisnr. 4634612100, 4720748100, 4738130100, 4868266100). Aan de Sportweg 1, direct ten westen van het plangebied, is een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 4738139100; Roodenburg 2019). Onder een pakket opgebracht zand van 85 tot 115 cm dik werd het oorspronkelijke oppervlak (deels) aangetroffen in de vorm van een humeuze zandlaag van 5 tot 20 cm dik met baksteenresten. Een begeleiding van werkzaamheden in een klein deel van het onderzochte gebied leverde slechts één (sub)recente greppel op (Archisnr. 4918453100; Magdelijns / Rap 2021). De top van het duinzand was niet intact. De schoollocatie aan de Sportweg 9, direct ten westen van het plangebied, is onderzocht middels een booronderzoek en proefsleuven (Archisnrs. 5021816100 en 5082518100; van Haasteren et al. 2021). Het proefsleuvenonderzoek leverde resten op van kleinschalige akkers uit de Nieuwe tijd. Deze werden niet behoudenswaardig geacht. Eventuele oudere sporen zijn naar verwachting (grotendeels) vergraven.
Ook een archeologische begeleiding op de locatie leverde geen behoudenswaardige vindplaats op (Archisnr. 4955576100; van der Wal / de Groot 2021). Er werden enkele sporen aangetroffen maar deze dateerden uit de Nieuwe tijd of jonger. In de Jan Gijzenkade, aan de overzijde van de Jan Gijzenvaart ongeveer 15 m ten oosten van het plangebied, is een booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 4996019100; Tol 2021). Vanaf ongeveer 2 m NAP komen in de ondergrond duin- en strandafzettingen voor. Deze bestaan in het westelijk deel uit het lagere deel van de strandwalflank en de aanzet van de strandvlakte, afgedekt door Hollandveen, en in het oostelijke deel uit het hogere deel van de met duinen bedekte strandwal. Laatstgenoemde hoger gelegen delen zijn zwaar verstoord geraakt door de bouw van Haarlem-Noord, waardoor voor het hele onderzochte gebied een lage archeologische verwachting geldt. Ongeveer 70 m ten oosten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd voor de wijk Dietsveld (Archisnr. 3987659100; Arkema / Teekens 2016). Er bleek sprake te zijn van een dik (en deels verstoord) pakket Oude duinen met hier en daar ingeschakelde veenlagen. Op een hoger niveau werden in enkele boringen zwak humeuze lagen waargenomen die waarschijnlijk als vegetatieniveaus of oude akkerlagen konden worden geïnterpreteerd.
In een gedeelte van de wijk is het vervangen van de riolering archeologisch begeleid (Archisnr. 4037375100; Médard 2019). Daarbij werd voornamelijk verstoorde grond aangetroffen. Op de sporadische onverstoorde locaties was sprake van een akkerlaag en een sloot uit de Nieuwe tijd. Ongeveer 80 m ten westen van het plangebied staat op de archeologische informatiekaart van Haarlem (Van Putten et al. 2021) vindplaats 439 aangegeven (Figuur 5). Ter plekke werden de wanden van een bouwput geïnspecteerd. Waar het oorspronkelijke oppervlak nog intact was, kwam onder de bouwvoor een betrekkelijk sterke bodemvorming voor. De onderzijde hiervan (ca. 0,6 m -NAP) was onregelmatig en vertoonde sporen van menselijke activiteiten, waaronder een mogelijke greppel en een fragment prehistorisch aardewerk. Ook waren er op diverse plaatsen komvormige oude bodems (podzolen) aanwezig in oorspronkelijke laagten.2 In het gedeelte van de Mr. Jan Gerritszlaan dat volgens de archeolandschappelijke kaart op de strandwal ligt, ca. 245 m ten westen van het plangebied, is een booronderzoek uitgevoerd (Archisnr. 4753189100; van den Biggelaar / de León Subías 2019). In de boringen werd de flank van de strandwal aangetroffen, met in de top daarvan een humeuze laag (tussen 0,3 en 1,0 m -NAP / 0,9 en 1,6 m -mv).
De aanleg van de riolering is archeologisch begeleid, waarbij de landschappelijke ligging is bevestigd (Archisnr. 5161039100; Beck / Brattinga 2023). De humeuze laag uit de boringen bleek echter een opgebrachte laag te zijn, en de duin- en strandafzettingen bleken te zijn afgetopt.
2
Informatie afkomstig uit het veldwerkverslag nr. 28 van J. de Jong en het dagrapport 0.05-SPRW van Th. S. Nieuwenhuizen (12-10-2005).
13
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
2.4.
Historische situatie
De oudst beschikbare kaarten zijn de Caert van Schoten van een onbekende landmeter, gemaakt tussen ongeveer 1525 en 1550, en de kaart die is opgesteld voor het Hoogheemraadschap van Rijnland in 1615. Zowel de Jan Gijzenvaart als de Rijksstraatweg bestonden reeds. De Jan Gijzenvaart is gegraven omstreeks 1537 als zandvaart vanuit de duinen tot aan het Spaarne (www.stichtingsantpoort.nl/6457-2/). De kaarten geven geen bebouwing weer in het plangebied, maar zijn niet nauwkeurig genoeg dat hieruit kan worden afgeleid dat er ook daadwerkelijk geen bebouwing voorkwam. Landgebruik staat niet weergegeven op deze kaarten. Ditzelfde is het geval op een kaart van ruim een eeuw later, uit 1732.
Figuur 6: Het plangebied op de Caert van Schoten uit ca. 1525-1550 (linksboven), de kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (linksonder) en de kaart van Haarlem-Noord door Cornelis Velsen uit 1732 (rechtsonder). Het noorden is boven.
De historische relictenkaart van Haarlem plaatst het plangebied binnen het landgoed Sparenhoven (Figuur 7; code LXIX). Dit landgoed werd in 1545 voor het eerst genoemd als Berckenroedes Hofstede, waarschijnlijk een versterkte hofstede. Het heeft bestaan tot 1862 (Van Putten et al. 2021). Op het
14
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
minuutplan is te zien dat het landgoed in eigendom was van Hermanus (Heronimus) Sillem uit Amsterdam. Het huis stond net buiten het plangebied aan de noordwestzijde. De overige delen van het landgoed binnen het plangebied bestonden uit bouwland, bos en aardappelland. De bebouwing die op het minuutplan langs de Rijksstraatweg staat weergegeven, hoorde niet (meer) bij het landgoed. Dit deel van het plangebied had een andere eigenaar, te weten Cornelia Wempe (weduwe van A.F. d’Hersigny).
bos 1
aardappelland bouwland
2
bos weiland
Figuur 7: Het plangebied op de historische relictenkaart (links; Van Putten et al. 2021) en het minuutplan uit 1811-1832 (rechts; www.hisgis.nl). Op het minuutplan is het woonhuis van landgoed Sparenhoven weergegeven met een 1. Alle percelen waarvan het landgebruik is aangegeven, behoren tot dit landgoed. Het perceel (met 2 huizen) langs de Rijksstraatweg dat niet (meer) tot het plangebied behoort, is gemarkeerd met een 2. 2.4.1. Tweede Wereldoorlog Op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (ikme.nl) en de Militaire landschapskaart (rce.webgispublisher.nl) staan ter plaatse van het plangebied geen bijzonderheden aangegeven. De militaire landschapskaart van de gemeente Haarlem (Van Putten et al. 2021) geeft in het uiterste westen en oosten van het plangebied zones met loopgraven en wapenopstellingen aan (nrs. 13 en 55). Langs de Jan Gijzenvaart stonden drakentanden (nr. 56). Van laatstgenoemde worden binnen het plangebied geen resten verwacht. Van de loopgraven en van eventuele funderingen van geschut kunnen mogelijk nog resten aanwezig zijn. Aangezien er op deze locatie geen meldingen van gevechtshandelingen bekend zijn, is het mogelijk dat deze loopgraven ook niet in gebruik zijn geweest (cf. mededeling K. Marijt, IDDS Explosieven BV).
15
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 8: Het plangebied (rood omlijnd) op de militaire relictenkaart (Van Putten et al. 2021). 13: loopgraaf met wapenopstellingen, o.a. voor mitrailleur. 55: loopgraven met wapenopstellingen. 56: drakentanden 2.5.
Huidig landgebruik
Ten tijde van het veldonderzoek was het noordelijk deel van het plangebied in gebruik als sportpark met sportvelden, bebouwing en parkeerplaatsen (Figuur 9). Ten zuiden daarvan bevindt zich een zone met een parkeerplaats, groenstroken en een benzinestation. De Planetenlaan scheidt de parkeerplaats met benzinestation van de ten zuiden daarvan gelegen woonwijk, waarin binnen het plangebied een supermarkt en de bibliotheek gevestigd zijn.
16
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 9: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). 2.6.
Mogelijke verstoringen
In het plangebied mogen verstoringen worden verwacht als gevolg van het gebruik als sportpark, de bouw van diverse panden en de vele kabels en leidingen die onder de Planetenlaan en de parkeerplaatsen aanwezig zullen zijn. Doordat er naar verwachting in het hele plangebied sprake is van een pakket recent ophoogzand, met een dikte die kan oplopen tot meer dan 1 m, is het goed mogelijk dat de verstoringen zich voornamelijk tot dit ophoogpakket beperken. 2.7.
Gespecificeerd verwachtingsmodel
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op de strandwal. Op basis daarvan heeft het plangebied een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat Neolithicum. Deze resten kunnen worden verwacht op diverse niveaus in het duinzand. Ter hoogte van de Planetenlaan is een vindplaats uit de Midden of Late IJzertijd aanwezig, die werd aangetroffen in de top van een zandpakket met beginnende bodemvorming. Sporen waren direct onder de humeuze zandlaag aanwezig, tussen 0,5 en 0,8 m -NAP. Ook elders in de omgeving werd een zandpakket aangetroffen met bovenin een humeuze laag. Bij vindplaats 439 werd aan de onderzijde hiervan, op ca. 0,6 m -NAP, een fragment prehistorisch aardewerk aangetroffen. De overige onderzoeken leverden, afgezien van enkele sporen van greppels en akkers uit de Nieuwe tijd, geen vindplaatsen op. De Jan Gijzenvaart is aangelegd als zandvaart in 1537 en vermoedelijk ging het plangebied ook in deze periode onderdeel uitmaken van een landgoed. Het is niet duidelijk of in het plangebied resten van het landgoed mogen worden verwacht. Het hoofdgebouw stond buiten het plangebied. De bebouwing die op het minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw in het zuidoosten van het plangebied staat weergegeven, maakte op dat moment geen onderdeel (meer) uit van het landgoed. De kans dat in het
17
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
plangebied nog resten van deze bebouwing aanwezig zijn, is niet erg groot omdat deze locatie in de huidige situatie volledig bebouwd is met een supermarkt. De militaire landschapskaart van de gemeente Haarlem geeft in het uiterste westen en oosten van het plangebied zones met loopgraven en wapenopstellingen aan (nrs. 13 en 55). Langs de Jan Gijzenvaart stonden drakentanden (nr. 56). Van laatstgenoemde worden binnen het plangebied geen resten verwacht. Van de loopgraven en van eventuele funderingen van geschut kunnen mogelijk nog resten aanwezig zijn. Te verwachten archeologische resten zullen waarschijnlijk met name bestaan uit grondsporen, zoals paalkuilen, greppels en akkerlagen. Daarnaast kan vondstmateriaal worden aangetroffen zoals aardewerk, glas, natuursteen en bouwmateriaal. Organische resten zijn waarschijnlijk niet of slecht bewaard gebleven in het zand boven de grondwaterspiegel. Uit de Tweede Wereldoorlog kunnen mogelijk (betonnen) funderingen van geschut worden aangetroffen of beschoeiingen van loopgraven. Mogelijk kunnen op de bodem losse vondsten worden aangetroffen (hoewel de kans hierop vrij klein is als er niet is gevochten). Archeologische resten kunnen nog intact aanwezig zijn onder een pakket recent ophoogzand, dat waarschijnlijk rond 1 m dik is.
Het is echter ook mogelijk dat de onderliggende strandwal bij het opbrengen van dit zand, en bij de inrichting van het gebied tot sportpark, parkeerplaats en woonwijk, verstoord is geraakt. Om het verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen en om te controleren in hoeverre de bodemopbouw in het plangebied nog intact is, is er een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd.
18
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
3.
Veldonderzoek
3.1.
Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet
Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, is om de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen en waar nodig aan te passen. Tijdens het veldonderzoek wordt vastgesteld waar de oorspronkelijke bodemopbouw intact is gebleven en waar niet. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor de volgende fasen. Het veldonderzoek bestond uit een booronderzoek. Vanwege de aanwezige bestrating in het plangebied was het uitvoeren van een veldkartering niet mogelijk. 3.2.
Werkwijze
In het plangebied zijn 30 boringen gezet met een diepte van 3,0 m beneden het maaiveld en tot minimaal 50 cm in de natuurlijke strand(wal)- of duinafzettingen (bijlage 3 en 4). Enkel boring 27 is gestuit op lagen repac en in de nieuwe pogingen op leidingen, zodat deze boring niet dieper dan 0,7 m -mv kon worden uitgevoerd. De boringen zijn verdeeld over het plangebied, waarbij in het veld enkele boringen enkele meters verplaatst zijn vanwege hoge zandtaluds (boringen 9, 14 en 18), bramen (boringen 16 en 17), asfalt (boring 11) en kabels en leidingen (boringen 20, 26, 27 en 29). Er is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een zuigerboor met een diameter van 4 cm. Het veldonderzoek is uitgevoerd door T.E. de Rijk (Senior KNA Prospector). De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008; NEN 5104) met behulp van een veldcomputer en het programma TerraIndex van I.T. Works. De locaties van de boringen (x- en y-waarden) zijn ingemeten vanuit met de GPS. De hoogtes van de boringen (z-waarden) zijn eveneens met de GPS ingemeten, waarbij enkel voor de boringen nabij hoge bebouwing of bomen gebruik moest worden gemaakt van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (boringen 10, 11, 25, 27, 29; AHN3; PDOK).
De opgeboorde monsters zijn door middel van verbrokkelen in het veld onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, baksteen, vuursteen, huttenleem en bot. Waar het zand hier droog genoeg voor was, is het gezeefd (maaswijdte 4 mm). 3.3.
Resultaten
3.3.1. Veldwaarnemingen Ter hoogte van de boringen 9, 14 en 18 is een hoog opgeworpen zandtalud aanwezig, dat waarschijnlijk in het licht van de sportvelden gezien kan worden. Het talud bij boring 10 lijkt het resultaat van de aanleg van de nabije brug over de Jan Gijzenvaart te zijn. 3.3.2. Lithologie en geologie De ondergrond in het plangebied bestaat tot de maximale boordiepte van 3,0 m -mv overwegend uit matig fijn zand. De ondergrond in het plangebied kan worden verdeeld in drie verschillende pakketten (Figuur 10 en Figuur 11). Het onderste pakket is een aan de basis kalkrijke, grijze, matig fijne zandlaag. De grens naar het kalkrijke zand bevindt zicht op een diepte vanaf 1,2 – 2,65 m -mv (0,9 – 2,2 m -NAP). Boven deze kalkrijke zandlaag is een kalkhoudende licht beigegrijze, matig fijne zandlaag aanwezig. De top van dit pakket bevindt zich op een diepte van 0,7-1,2 m -mv (0,3-0,6 m -NAP). In dit pakket zijn op verschillende niveaus humeuze lagen waargenomen. Een circa 20-30 cm dikke humeuze laag is in de top van dit pakket aanwezig vanaf 0,7-1,2 m -mv in boring 2, 8, 15, 20, 25 en 26 (0,3-0,6 m -NAP; deze laag is dieper gelegen richting het zuiden; zie boring 15, 20 en 25 in Figuur 10). Opgemerkt kan worden dat het
19
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
lokaal bij deze laag in het veld lastig te zien was of deze verstoord was geraakt of enkel door bijvoorbeeld boomwortels gebioturbeerd. Dat deze laag ook nog aan bewerkingen onderhevig is geweest in de Nieuwe Tijd of later kan worden afgeleid uit bijvoorbeeld het fragmentje industrieel wit aardewerk dat in boring 26 op dit niveau is aangetroffen en de stukjes baksteen in de boringen 8 en 25. Gezien het hoge kalkgehalte van dit niveau in deze boringen 8 en 25 is het aannemelijk dat de bodem op deze locaties verstoord is. In boring 30 werd een circa 15 cm dikke humeuze laag aangetroffen vanaf circa 2,5 m-mv (2 m -NAP). Op basis van de lithostratigrafie is dit zandpakket geïnterpreteerd als Oude Duin- en strand(wal)afzettingen (Laagpakket van Zandvoort). In de boringen 2, 3, 10, 15, 19, 25, 26, en 30 zijn de licht tot matig humeuze lagen bemonsterd (Tabel 1). Gelegen op het hiervoor besproken matig fijne zwak siltige zandpakket is een laag kalkrijk, donkergrijs, zwak tot matig humeus zand met afwisselend schelpenresten, baksteenfragmentjes en/of zandbrokjes, welke is geïnterpreteerd als oude bouwvoor of opgebracht bewoningsniveau in bijvoorbeeld boring 23 (zoals dat eerder bij de begeleiding aan de Planetenlaan is aangetroffen, zie Figuur 12; cf. de León Subías 2022). Dit niveau is aangetroffen vanaf 0,4-0,9 m -mv (vanaf circa 0 tot 0,5 m -NAP).
Doordat in het veld lastig het onderscheid tussen de omgewerkte afzettingen en deze laag gezien kon worden, is het mogelijk dat deze laag ook op andere locaties als onderdeel van het omgewerkte/opgehoogde pakket aanwezig is, gelegen op het bovenste niveau met tekenen van bodemvorming. De top van het bodemprofiel betreft een pakket donkergrijsbruine omgewerkte en opgebrachte grond dat lokaal schelpen(gruis), puin en zandbrokken bevat. Dit betreft recent ophoogzand. In boring 1 werd onder dit pakket omgewerkte grond vanaf 0,7 m -mv (0,4 m -NAP) tot 1,7 m -mv (1,4 m -NAP) een matig humeuze rommelige zandlaag met veel schelpenresten aangeboord, die als een slootvulling is geïnterpreteerd. In boring 10 werd een circa 30 cm dikke humeuze laag aangetroffen op een dieper niveau vanaf 2 m -mv (1,2 m -NAP), met daar bovenop vanaf 0,6 m NAP (0,2 m -mv), een circa 1,25 m dik rommelig zandpakket. Dit zwak humeuze, matig fijne, kalkrijke en zwak siltige zand bevatte naast zandbrokken ook resten van baksteen en boomwortels. Op basis van de locatie van dit pakket is het mogelijk dat dit pakket als een opgevulde loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog geïnterpreteerd kan worden, maar een interpretatie als recente vergraving of ophoging kan niet worden uitgesloten.
20
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Opgehoogd en/of omgewerkt
Opgebracht bewoningsniveau/ oude bouwvoor? Bodemvorming
Sloot Bodemvorming
Oude Duinen en strand(wal)zand Figuur 10: Het noord-zuidoost profiel.
21
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Opgehoogd en/of omgewerkt
Opgebracht bewoningsniveau?
Loopgraaf? loo
Oude bouwvoor
Bodemvorming
Bodemvorming
Oude Duinen en strand(wal)zand Figuur 11: Het zuidwest-oost profiel.
22
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
3.3.3. Bodemopbouw De top van het bodemprofiel betreft een antropogene bodem bestaande uit een pakket omgewerkt en opgebracht materiaal. Door de antropogene impact op de bodem is de oorspronkelijke bodemopbouw, voorafgaand aan menselijk ingrijpen, niet meer te bepalen. 3.3.4. Archeologische indicatoren In boring 26 is tussen 1,2 en 1,6 m -mv een fragmentje industrieel wit aardewerk aangetroffen (vnr. 8). In de boringen 2, 3, 10, 15, 19, 25, 26, en 30 zijn de lagen bemonsterd, vanwege de aanwezige hoeveelheid humus en/of hout(skool). Geadviseerd wordt de resultaten van eventueel vervolgonderzoek af te wachten, zodat vervolgens beter bepaald kan worden of de genomen grondmonsters voor nader onderzoek in aanmerking komen in het kader van de beantwoording van de onderzoeksvragen. Monsternr.
Boring
Diepte cm mv
Inhoud
Laag interpretatie
1
2
80-110
Humeus grondmonster
Bodem, top Oude Duin- en strand(wal)afzettingen
2
3
150-170
Grondmonster met houtresten
Onderdeel van pakket Oude Duinen strand(wal)afzettingen
3
10
170-200
Grondmonster met houtskool
Mogelijk loopgraaf
onderkant
4
10
200-230
Humeus grondmonster houtskool
Mogelijk loopgraaf
onderkant
5
15
60-100
Humeus grondmonster
Bodem, top Oude Duin- en strand(wal)afzettingen
6
19
35-60
Humeus grondmonster
Bodem of oude bouwvoor, top Oude Duin- en strand(wal)afzettingen
7
25
120-160
Humeus grondmonster houtskool
8
26
120-160
Industrieel fragment
9
26
120-160
Humeus grondmonster houtskool
10
30
250-265
Humeus grondmonster
Wit
met
met
Vermoedelijke bouwvoor
oude
Aardewerk
Vermoedelijke bouwvoor
oude
Vermoedelijke bouwvoor
oude
met
Bodem in pakket Oude Duinen strand(wal)afzettingen
Tabel 1: Monster- en vondstlijst. 3.4.
Interpretatie
Uit het booronderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op oude duin- en strand(wal)afzettingen. Op basis van het bureauonderzoek blijkt het plangebied te liggen op de overgang van een strandwal naar een strandvlakte (ten zuidoosten van het plangebied): oftewel de flank van een strandwal. Veen is echter niet tijdens het booronderzoek aangetroffen in het plangebied. Op deze strandwalflank is een bodem tot ontwikkeling gekomen die ter hoogte van de Planetenlaan en in de noordoosthoek van het
23
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
plangebied nog grotendeels intact aanwezig lijkt, onder een oude bouwvoor en/of opgehoogd bewoningsniveau. Direct onder en in het niveau met de tekenen van bodemvorming in de top van de Oude Duin en strand(wal)afzettingen kunnen archeologische resten aanwezig zijn. De resten uit de prehistorie kunnen ook aan enige menselijke bewerkingen hebben blootgestaan in de periode vanaf de Middeleeuwen (e.g. in boring 8, 25 en 26). Mogelijke grondbewerkingen uit de Middeleeuwen betreffen echter ook sporen. De top van deze humeuze laag is aanwezig vanaf 0,7-1,2 m -mv in boring 2, 8, 15, 20, 25 en 26 (0,3-0,6 m -NAP). In aanvulling hierop kan gesteld worden dat het niveau direct onder de oude bouwvoor, waarop aan de Planetenlaan ook de IJzertijd vindplaats is aangetroffen, vrijwel overal onverstoord lijkt te zijn in het plangebied. Ook waar de bouwvoor ontbreekt / verstoord is, kan daarom een eventuele vindplaats van archeologische sporen aanwezig zijn in de top van het onverstoorde duinen strand(wal)zand (i.e. het niveau rond 0,5 m -NAP). Verder kunnen eveneens archeologische resten aanwezig zijn in de humeuze laag in boring 30 vanaf 2,5 m -mv (circa 2 m -NAP) is aangetroffen in het pakket Oude Duin- en strand(wal)afzettingen (Laagpakket van Zandvoort). Ter hoogte van boring 10 is een relatief dik pakket verstoorde grond aangetroffen tot 2,3 m -mv (1,5 m -NAP).
Gezien de locatie en diepte van de verstoring ten opzichte van het maaiveld zou het mogelijk kunnen gaan om een vergraving die het gevolg is van de hier in de Tweede Wereldoorlog aanwezige loopgraaf. Dergelijke resten zijn tijdens een booronderzoek echter lastig op te sporen en te onderscheiden van andersoortige verstoringen, zodat dit niet met zekerheid vastgesteld kan worden. De top van het bodemprofiel is een recente ophoging en/of omgewerkt in het kader van waarschijnlijk de huidige bestrating, sportvelden en vele kabels en leidingen. Deze ophoging heeft geen archeologische waarde.
24
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 12: De kaart met aandachtzones bestaande uit de bekende IJzertijd vindplaats, loopgraaf en het diepere humeuze niveau rond 2 m -NAP dat in boring 30 werd aangetroffen en de locaties van de profielen.
25
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
4.
Conclusie en aanbevelingen
In opdracht van de gemeente Haarlem zijn in november 2023 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Sportweg (het toekomstige Stadionplein) in Haarlem, gemeente Haarlem. Ten behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden: •
Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?
Het plangebied is gelegen op de strandwal, waarbij het midden op de flank hiervan gelegen lijkt te zijn en richting het zuidoosten overgaat naar de met veen bedekte strandvlakte. Binnen het plangebied is tijdens het booronderzoek het veen echter niet aangetroffen. •
Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen?
Op de strandwalflank is een bodem tot ontwikkeling gekomen in de top van de Oude Duin- en strand(wal)afzettingen. Ter hoogte van de Planetenlaan en in de noordoosthoek van het plangebied lijkt deze nog grotendeels intact aanwezig te zijn, onder een oude bouwvoor of opgehoogd bewoningsniveau. Direct onder en in het niveau met de tekenen van bodemvorming in de top van de Oude Duin en strand(wal)afzettingen kunnen archeologische resten aanwezig zijn. De resten uit de prehistorie kunnen ook aan enige menselijke bewerkingen hebben blootgestaan in de periode vanaf de Middeleeuwen (e.g. in boring 8, 25 en 26). Mogelijke grondbewerkingen uit de Middeleeuwen betreffen echter ook sporen. De top van deze humeuze laag is aanwezig vanaf 0,7-1,2 m -mv in boring 2, 8, 15, 20, 25 en 26 (0,3-0,6 m -NAP). In aanvulling hierop kan gesteld worden dat het niveau direct onder de oude bouwvoor, waarop aan de Planetenlaan ook de IJzertijd vindplaats is aangetroffen, vrijwel overal onverstoord lijkt te zijn in het plangebied. Ook waar de bouwvoor ontbreekt / verstoord is, kan daarom een eventuele vindplaats van archeologische sporen aanwezig zijn in de top van het onverstoorde duinen strand(wal)zand (i.e. het niveau rond 0,5 m -NAP).
Verder kunnen eveneens archeologische resten aanwezig zijn in de humeuze laag in boring 30 vanaf 2,5 m -mv (circa 2 m -NAP) is aangetroffen in het pakket Oude Duin en strand(wal)afzettingen (Laagpakket van Zandvoort). De top van het bodemprofiel is een recente ophoging, opgebracht / omgewerkt in het kader van waarschijnlijk de huidige bestrating, sportvelden en vele kabels en leidingen. •
Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? En zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP?
In de top van de Oude Duin- en strand(wal)afzettingen is een bodem tot ontwikkeling gekomen op de flank van de strandwal, ter hoogte van de Planetenlaan en in de noordoosthoek van het plangebied. Een dergelijk niveau op de overgang van een hoger en droger gebied naar een lager gelegen nat gebied vormde waarschijnlijk een aantrekkelijke en geschikte locatie voor bewoning. Voor dit niveau geldt daarom een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat Neolithicum tot de Nieuwe Tijd, waarbij de nadruk op de IJzertijd gelegen is gezien de bekende vindplaats uit deze periode in het plangebied aan de Planetenlaan. Deze humeuze laag in de top van de Oude Duin- en strand(wal)afzettingen is aanwezig vanaf 0,7-1,2 m -mv (0,3-0,6 m -NAP). Verder kunnen eveneens archeologische resten aanwezig zijn in de humeuze laag in boring 30 vanaf 2,5 m -mv (circa 2 m -NAP) is aangetroffen in het pakket Oude Duin- en strand(wal)afzettingen (Laagpakket van Zandvoort). •
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd?
Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied is gelegen op de strandwal. Op basis daarvan heeft het plangebied een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf het Laat Neolithicum. Deze resten kunnen worden verwacht op diverse niveaus in het duinzand. Ter hoogte van de Planetenlaan is een vindplaats uit de Midden of Late IJzertijd aanwezig, die werd aangetroffen in de top van een zandpakket met beginnende bodemvorming. Sporen waren direct onder de humeuze zandlaag
26
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
aanwezig, tussen -0,5 en -0,8 m NAP. Ook elders in de omgeving werd een zandpakket aangetroffen met bovenin een humeuze laag. Bij vindplaats 439 werd aan de onderzijde hiervan, op ca. -0,6 m NAP, een fragment prehistorisch aardewerk aangetroffen. De overige onderzoeken leverden, afgezien van enkele sporen van greppels en akkers uit de Nieuwe tijd, geen vindplaatsen op. In de top van de Oude Duin- en strand(wal)afzettingen is tijdens het booronderzoek een bodem aangetroffen ter hoogte van de Planetenlaan en in de noordoosthoek van het plangebied. Deze humeuze laag in de top van de Oude Duin- en strand(wal)afzettingen is aanwezig 0,7-1,2 m -mv in boring 2, 8, 15, 20, 25 en 26 (vanaf 0,3-0,6 m -NAP). Lokaal zijn eveneens humeuze lagen aangetroffen op een dieper niveau in boring 30 vanaf 2,5 m -mv (circa 2 m -NAP). Voor deze niveaus kan de in het bureauonderzoek opgestelde hoge verwachting worden gehandhaafd voor archeologische resten vanaf het Laat Neolithicum tot de Nieuwe Tijd, waarbij de nadruk gelegen is op de periode IJzertijd vanwege de bekende vindplaats uit deze periode in het plangebied aan de Planetenlaan. De Jan Gijzenvaart is aangelegd als zandvaart in 1537 en vermoedelijk ging het plangebied ook in deze periode onderdeel uitmaken van een landgoed. Het is niet duidelijk of in het plangebied resten van het landgoed mogen worden verwacht.
Het hoofdgebouw stond buiten het plangebied. De bebouwing die op het minuutplan uit het begin van de 19 e eeuw in het zuidoosten van het plangebied staat weergegeven, maakte op dat moment geen onderdeel (meer) uit van het landgoed. De kans dat in het plangebied nog resten van deze bebouwing aanwezig zijn, is niet erg groot omdat deze locatie in de huidige situatie volledig bebouwd is met een supermarkt. Tijdens het veldonderzoek zijn ook geen aanwijzingen gezien om archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd bij te stellen. De militaire landschapskaart van de gemeente Haarlem (Van Putten et al. 2021) geeft in het uiterste westen en oosten van het plangebied zones met loopgraven en wapenopstellingen aan (nrs. 13 en 55). Langs de Jan Gijzenvaart stonden drakentanden (nr. 56). Van laatstgenoemde worden binnen het plangebied geen resten verwacht. Van de loopgraven en van eventuele funderingen van geschut kunnen mogelijk nog resten aanwezig zijn (Figuur 12). Dergelijke lokale fenomenen zijn middels een booronderzoek lastig te herkennen, maar het is mogelijk dat in boring 10 een ‘verstoring’ is aangeboord die het gevolg is van de aanleg van een loopgraaf. Vandaar dat de hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de Tweede Wereldoorlog ter hoogte van de Planetenlaan kan worden gehandhaafd. •
Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied?
In boring 26 is in een humeus niveau vanaf 1,2 tot 1,6 m -mv (0,5 tot 0,9 m -NAP, vnr. 8) een fragmentje industrieel wit aardewerk aangetroffen. Deze vondst onderbouwt de interpretatie dat het humeuze niveau op deze diepte als een soort oude bouwvoor of omgewerkt niveau geïnterpreteerd kan worden. •
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?
Doordat nog niet bekend is waaruit de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden zullen bestaan en tot welke diepte deze zullen reiken, kan deze vraag niet beantwoord worden. •
Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd?
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat in het plangebied ter hoogte van de Planetenlaan en in de noordoosthoek van het plangebied in de top van de Oude Duinafzettingen en strand(wal)afzettingen een niveau met een hoge archeologische verwachting aanwezig is vanaf 0,7-1,2 m -mv (0,3-0,6 m NAP). In aanvulling hierop kan gesteld worden dat het niveau direct onder de oude bouwvoor, waarop aan de Planetenlaan ook de IJzertijd vindplaats is aangetroffen, vrijwel overal onverstoord lijkt te zijn in het plangebied. Ook waar de bouwvoor ontbreekt / verstoord is, kan daarom een eventuele vindplaats van archeologische sporen aanwezig zijn in de top van het onverstoorde duin- en strand(wal)zand (i.e.
27
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
het niveau rond 0,5 m -NAP). Lokaal is eveneens een humeuze laag in boring 30 vanaf 2,5 m -mv (circa 2 m -NAP). In aanvulling hierop is ter hoogte van een deel van de Planetenlaan naast de Rijksstraatweg een locatie bekend waar in de Tweede Wereldoorlog een loopgraaf gelegen was. Op deze locatie geldt daarom een hoge archeologische verwachting op resten uit deze periode die al vanaf het maaiveld aanwezig kunnen zijn. Gezien de verwachting op archeologische sporen en resten uit de periode vanaf het Laat Neolithicum tot de Nieuwe Tijd en de Tweede Wereldoorlog wordt aangeraden het vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. 4.1.
Aanbevelingen
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat in het plangebied ter hoogte van de Planetenlaan en in de noordoosthoek van het plangebied in de top van de Oude Duinafzettingen en strand(wal)afzettingen een niveau met een hoge archeologische verwachting aanwezig is vanaf 0,7-1,2 m -mv (0,3-0,6 m NAP). In aanvulling hierop kan gesteld worden dat het niveau direct onder de oude bouwvoor, waarop aan de Planetenlaan ook de IJzertijd vindplaats is aangetroffen, vrijwel overal onverstoord lijkt te zijn in het plangebied. Ook waar de bouwvoor ontbreekt / verstoord is, kan daarom een eventuele vindplaats van archeologische sporen aanwezig zijn in de top van het onverstoorde duin- en strand(wal)zand (i.e. het niveau rond 0,5 m -NAP). Lokaal is eveneens een humeuze laag in boring 30 vanaf 2,5 m -mv (circa 2 m -NAP; Figuur 12). Ter hoogte van een deel van de Planetenlaan naast de Rijksstraatweg is een locatie bekend waar in de Tweede Wereldoorlog een loopgraaf gelegen was (Figuur 12). Op deze locatie geldt daarom een hoge archeologische verwachting op resten uit deze periode die al vanaf het maaiveld aanwezig kunnen zijn.
Indien de bodemingrepen dieper reiken dan 0 m NAP in het plangebied 3, dan wordt aangeraden een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren waarbij rekening wordt gehouden met de aandachtzones bestaande uit de locatie van de loopgraaf, de bekende IJzertijd vindplaats en het diepere humeuze niveau dat rond 2 m -NAP in boring 30 werd aangetroffen (Figuur 12). Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren. Gezien de verwachting op archeologische resten uit de periode vanaf het Laat Neolithicum tot de Nieuwe Tijd en de Tweede Wereldoorlog wordt aangeraden het vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Voor delen van het plangebied die nu niet voor een proefsleuvenonderzoek toegankelijk zijn, wordt aangeraden de resultaten van het aangeraden proefsleuvenonderzoek af te wachten. Aan de hand van de voorgenomen (bouw-)plannen kan dan een nieuw advies worden opgesteld voor de nu nog niettoegankelijke gebieden. Bovenstaand advies is gecontroleerd en beoordeeld door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Haarlem. Het hier weergegeven advies is conform het besluit inzake de te volgen procedure. Voor alle gravende onderzoeken, waaronder proefsleuven, dient voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek een Programma van Eisen geschreven te worden.
Dit Programma van Eisen moet goedgekeurd worden door de bevoegde overheid (de Gemeente Haarlem) alvorens met het onderzoek kan worden begonnen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden. 3
Met inbegrip van een veiligheidsmarge van 30 cm.
28
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Literatuur Arkema, M. / P.C. Teekens / I. Vossen, 2016: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen: Haarlem Dietsveld en Jan Gijzenkade, Oosterhout (Antea Group Archeologie 2016/16). Beck, T., J.J. Brattinga, 2023: Archeologische begeleiding van de werkzaamheden aan de mr. Jan Gerritszlaan in Haarlem, gemeente Haarlem, Leiden (Archol Rapport 717). Berendsen, H.J.A., 2005 3 (1997): Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen. Biggelaar, D.F.A.M. van den / D. de León Subías, 2019: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Meester Jan Gerritszlaan, Haarlem, gemeente Haarlem, Noordwijk (IDDS Archeologie rapport 2351). Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Groenhuijzen, M.R. / K.A. Hebinck, 2021: Archeologisch bureau- en booronderzoek voor het plangebied Haarlem-Sportweg 9, gemeente Haarlem, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Notities 944). Haasteren, M. van (red.) / V. van den Brink / K. Hebinck / Y. Rabou, 2021: Proefsleuvenonderzoek aan de Sportweg 9 op het terrein van middelbare school Het Schoter in Haarlem, Amsterdam (Zuidnederlandse Archeologische Notities 966). León Subías, D. de, 2022: Opgraving – variant Archeologische Begeleiding: HOV Noord, Haarlem, gemeente Haarlem, Noordwijk (IDDS Archeologie rapport 2736). Magdelijns, N. / J.
Rap, 2019: Haarlem, Sportweg, gemeente Haarlem (NH). Een Definitieve Archeologische Opgraving (DO) in de variant Archeologische Begeleiding (AB), Nieuwegein (Transectrapport 3220). Médard, A., 2019: Opgraving, variant begeleiding rioolwerkzaamheden ter plaatse van het Dietsveld te Haarlem, gemeente Haarlem (NH), Leek (MUG-publicatie 2019-52). Moerman, S., 2023: Plan van aanpak. Stadionplein in Haarlem, gemeente Haarlem, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie). Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L. Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. Putten, M.J. van / J.M.J. Willems / M.A. Tolboom / N. Warmerdam, 2021: Gemeente Haarlem. Archeologische verwachtings- en beleidskaart, ’s-Hertogenbosch (BAAC Rapport V-19.0130A). Roodenburg, F., 2019: Sportweg 1, Haarlem, gemeente Haarlem: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase, Utrecht (Bureau voor Archeologie Rapport 836). SIKB, 2008: Archeologische standaard boorbeschrijving, Archeologie Leidraad, Gouda. Tol, A.J., 2021: Verkennend booronderzoek in plangebied Jan Gijzenkade en Generaal Spoorlaan – locatie Jan Gijzenkade, te Haarlem, Leiden (Archol Rapport 576). Valk, L. van der, 1996: Coastal barrier deposits in the central Dutch coastal plain, Haarlem (Mededelingen van de Rijks Geologische Dienst 57). Wal, F.J. van der / R.W.
de Groot, 2021: Plangebied Sportweg 9 te Haarlem, gemeente Haarlem; archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek – variant archeologische begeleiding, Weesp (RAAP-rapport 5032).
29
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Websites archis.cultureelerfgoed.nl beeldbank.cultureelerfgoed.nl hisgis.nl ikme.nl landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart noord-hollandsarchief.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.pdok.nl www.rijnland.net/over-rijnland/erfgoed/archieven-en-collecties www.stichtingsantpoort.nl/6457-2/ www.topotijdreis.nl
30
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de Archeologische Beleidskaart van Haarlem (ABH). ..............................5 Figuur 2: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). ........................................................7 Figuur 3: Verband tussen de zeespiegelstijging en de vorming en ligging van strandwallen en duinen voor de Hollandse kust (Berendsen 2005). De verschillende geologische formaties in de figuur zijn terug te vinden in De Mulder et al. 2003. ....................................................................................................10 Figuur 4: Het plangebied op de archeolandschappelijke eenhedenkaart van Haarlem. ......................11 Figuur 5: Het plangebied op de archeologische verwachtingskaart van de gemeente (Van Putten et al. 2021). De gele ster markeert vindplaats 439. ....................................................................................12 Figuur 6: Het plangebied op de Caert van Schoten uit ca. 1525-1550 (linksboven), de kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (linksonder) en de kaart van Haarlem-Noord door Cornelis Velsen uit 1732 (rechtsonder). Het noorden is boven. .......................................................................14 Figuur 7: Het plangebied op de historische relictenkaart (links; Van Putten et al. 2021) en het minuutplan uit 1811-1832 (rechts; www.hisgis.nl).
Op het minuutplan is het woonhuis van landgoed Sparenhoven weergegeven met een 1. Alle percelen waarvan het landgebruik is aangegeven, behoren tot dit landgoed. Het perceel (met 2 huizen) langs de Rijksstraatweg dat niet (meer) tot het plangebied behoort, is gemarkeerd met een 2...................................................................................................................15 Figuur 8: Het plangebied (rood omlijnd) op de militaire relictenkaart (Van Putten et al. 2021). 13: loopgraaf met wapenopstellingen, o.a. voor mitrailleur. 55: loopgraven met wapenopstellingen. 56: drakentanden....................................................................................................................................16 Figuur 9: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK). ......................................................17 Figuur 10: Het noord-zuidoost profiel.................................................................................................21 Figuur 11: Het zuidwest-oost profiel.
.................................................................................................22 Figuur 12: De kaart met aandachtzones bestaande uit de bekende IJzertijd vindplaats, loopgraaf en het diepere humeuze niveau rond 2 m -NAP dat in boring 30 werd aangetroffen en de locaties van de profielen............................................................................................................................................25
31
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB
Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Verklarende woordenlijst 14 C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.
In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)
32
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
dekzand
Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal
Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.
8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht
(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt
33
IDDS Archeologie rapport 2916 Versie 1.3 (definitief)
OSL-datering
oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen
podzol pollenanalyse
prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal
stratigrafie stroomgordel stroomrug
stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid
Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.
200.000-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.