CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

25 Bijlage 25 Conditionerende Ondezoeken Masterplan Centrum Schalkwijk

commissie Ontwikkeling 12 december 2024, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.00 uur Ter inzage leggen ontwerp-masterplan Centrum Schalkwijk2.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Conditionerende onderzoeken Masterplan Centrum Schalkwijk 31 oktober 2024 Mike Smit PCM

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Onderzoeken

3

2.1

Bijlage 10 Mobiliteitsplan

3

2.2

Bijlage 11 Natuurtoets

3

2.3

Bijlage 12 Quickscan Bomeneffectanalyse

4

2.4

Bijlage 13 Quickscan water

4

2.5

Bijlage 14 Bodemenergie

4

2.6

Bijlage 15 Stikstofberekening

5

2.7

Bijlage 16 Windhinderonderzoek

5

2.8

Bijlage 17 Bezonningsstudie

6

2.9

Bijlage 18 Geluidsonderzoek

6

2.10 Bijlage 19 Bodemonderzoeken

7

2.11 Bijlage 20 Kabels en leidingen

7

2.12 Bijlage 21 NGE vooronderzoek

8

2.13 Bijlage 22 Externe veiligheid

8

2.14 Bijlage 23 Luchthavenindelingsbesluit

8

2.15 Bijlage 24 Onderzoek sportgebouw

9

2

1.

Inleiding Dit document presenteert een overzicht van de conditionerende onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het Masterplan Centrum Schalkwijk. Het doel van deze onderzoeken is om een gedegen basis te leggen voor de verdere ontwikkeling en herinrichting van het centrumgebied. In de eerste sectie worden samenvattingen van de verschillende onderzoeken gepresenteerd. Deze samenvattingen bieden inzicht in de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen die uit elk onderzoek zijn voortgekomen. In de bijlagen zijn de volledige onderzoeksrapporten opgenomen voor verdere referentie en verdieping.

2.

Onderzoeken 2.1 Bijlage 10 Mobiliteitsplan Er is voor het plangebied een mobiliteitsplan opgesteld. In dit plan worden de randvoorwaarde en uitgangspunten rondom mobiliteit beschreven.

2.2 Bijlage 11 Natuurtoets Uit laatst uitgevoerd onderzoek is het volgende geconcludeerd: Tijdens het veldonderzoek is een aantal beschermde soorten aangetroffen: gewone dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Andere zwaarder of strikt beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Hiervan heeft gewone dwergvleermuis een foerageergebied in het stadsparkje en watervleermuis een vliegroute en foerageergebied boven de watergangen. Omdat er geen werkzaamheden plaatsvinden aan het stadsparkje en de watergangen, worden er geen verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet overtreden. Wel moeten verstorende effecten van licht, geluid en de bouw op vleermuizen worden voorkomen. Hiervoor zijn maatregelen mogelijk. Nesten van jaarrond beschermde vogels worden niet gekapt. De werkzaamheden kunnen wel negatieve effecten hebben op broedvogels die in het plangebied broeden. Deze effecten kunnen optreden wanneer de werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen. Ontheffing is niet mogelijk. Daarom dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden, liefst vòòr half februari. Advies is om te zorgen dat er tijdens de bouwperiode geen stille periodes voorkomen waarin vogels alsnog tot broeden kunnen komen. Er is zonder veel moeite met een aantal maatregelen veel winst te behalen voor natuurwaarden in de stad, los van de wetgeving.

Geadviseerd wordt om daarmee rekening te houden in het ontwerp. Bij de werkzaamheden dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Dit betekent dat bij de werkzaamheden aan Schalkstad het doden of opzettelijk verontrusten van beschermde en niet beschermde planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Als bij de werkzaamheden dieren worden aangetroffen, dienen ze verplaatst te worden.

3

Het is noodzakelijk dat maximaal 3 jaar voorafgaand aan de bouw van een ontwikkeling er opnieuw een ecologische toets wordt uitgevoerd.

2.3 Bijlage 12 Quickscan Bomeneffectanalyse In het kader van dit Masterplan is een inventarisatie van de bestaande bomen uitgevoerd. De inventarisatie is gedaan op basis van de openbare data van de gemeente Haarlem en de plannen van het Evert Haverkortplein. Ten gevolg van het Masterplan dienen er 44 bomen te wijken voor de bebouwing. Hiervan wordt momenteel verwacht dat er 6 bomen gekapt moeten worden en 38 bomen verplaatst kunnen worden, bij voorkeur binnen het plangebied. Van de 6 te kappen bomen zijn er 3 die ouder zijn dan 50 jaar, (64 jaar en 2 keer 54 jaar.) De bomen die mogelijk verplant kunne worden zijn jonge bomen die gepland zijn voor Fase 1 van het centrum. Deze bomen hebben een leeftijd van jonger dan 10 jaar.

2.4 Bijlage 13 Quickscan water Voor het Masterplan is er gekeken naar het thema water. Vanuit het gemeentelijk beleid worden er eisen gesteld aan waterberging waarvoor binnen het plangebied weinig ruimte voor is. Daarom dient er vroeg aan de slag te worden gegaan met het uitwerken van een afwateringsplan en de locaties voor waterberging. In de openbare ruimte zal waarschijnlijk een (aanzienlijk) deel van de berging ondergronds moeten of in aangewezen locaties op het maaiveld. Dergelijke maatregelen vergen aanzienlijke investeringen. Bebouwing heeft de kans om op daken water te bergen, dat kan eveneens veel kosten als het niet tijdig wordt meegenomen in het ontwerp van een gebouw. Door de ontwikkeling van het afkoppelplan Europaweg en de herinrichting van de Europaweg liggen er meekoppelkansen. Het is van belang is dat er afspraken worden gemaakt met de gezaghebbende partijen (gemeente en waterschap) waarin de eisen worden vastgelegd. Toewerken naar een situatie waarin op basis van doelmatigheid naar het beste scenario wordt gestreefd m.b.t. berging maar het restant (oppervlakkig) afgevoerd kan/mag worden.

2.5 Bijlage 14 Bodemenergie Er is onderzocht hoe meerdere WKO-doubletten ingepast kunnen worden in het projectgebied Schalkwijk. Vanwege de hoge energiedichtheid in Centrum Schalkwijk kan niet aan de warmte- en koudevraag voldaan worden met de realisatie van monobronnen. Binnen het bronnenplan is dus gekozen voor de toepassing van doubletten, waarmee de potentie van de bodem zo optimaal mogelijk wordt benut. Om het aantal doubletten te beperken en bovengrondse energieuitwisseling te stimuleren zijn vier clusters gemaakt, waaronder de bouwblokken zijn verdeeld. In totaal zijn vijf doubletten nodig om in de tapwater, ruimteverwarmings- en koelvraag te voorzien. Daarnaast zijn aanpassingen aan het gerealiseerde doublet bij Schalkstad Floriadeplein en aan de geplande bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate noodzakelijk om het bronnenplan te laten slagen. Toekomstige initiatieven voor bodemenergie grenzend aan het projectgebied dienen rekening te houden met het thermische invloedsgebied van de bronnen aan de randen van het projectgebied in het bronnenplan.

4

Door de hoge energiedichtheid in het projectgebied is het van belang dat het beschikbare bodempotentieel op de projectlocatie volledig wordt benut. Concreet betekent dit voor het project in Schalkwijk dat enkele concessies noodzakelijk zijn vanuit gemeente of ontwikkelaars om het gebruik van bodemenergie voor een ieder te garanderen en alle bronnen ingepast te krijgen binnen het plangebied. Zonder deze concessies is het niet haalbaar om het bronnenplan. Concessie 1: Sportcomplex In blok 3a zitten meerdere sportfuncties verwerkt, waaronder een zwembad. Uit onze studie is naar voren gekomen dat dit sportcomplex een dusdanige grote energievraag heeft dat het niet ingepast kan worden, zonder de mogelijkheden voor omliggende ontwikkelingen te beperken. De gemeente heeft daarom besloten om het sportcomplex van duurzame warmte en koude te voorzien vanuit buiten het projectgebied. Concessie 2: Wijzigen van bestaand WKO-systeem Schalkstad Floriadeplein Door de schaarste in de bodem komt de inpassing van de warmte- en koudeopslagsystemen (WKO) zeer nauw. Het bestaande systeem van Schalkstad Floriadeplein ligt momenteel suboptimaal en ver stoort daarmee het beoogde bronnenplan.

Om de WKO-bronnen zo optimaal mogelijk te kunnen positioneren adviseren wij om het bestaande systeem van Schalkwijk Floriadeplein af te kopen, te verplaatsen of aan de benodigde energievraag te voldoen met lucht/water warmtepompen. Concessie 3: Verplaatsen geplande bronnen fase 2 Om negatieve thermische interferentie als gevolg van de grondwaterstroming richting het zuidoosten te voorkomen tussen de bronnen van fase 3 t/m 9 en van fase 2 is het noodzakelijk om de locatie van de koude bron van Trebbe, Lunee Vastgoed en Dalpha Real Estate te wijzigen.

2.6 Bijlage 15 Stikstofberekening Stikstofberekening gebruiksfase volgt.

2.7 Bijlage 16 Windhinderonderzoek Voor de windstudie is de NEN8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' als uitgangspunt genomen, waarbij de kans op overschrijding van referentiesnelheden wordt gerelateerd aan een comfortklasse. In het plangebied bestaat geen risico op windgevaar. Wat betreft windhinder, is het plangebied bijna overal kwaliteitsklasse A, goed voor langdurig zitten en verblijven. De straten dwars op de Europaweg in het plangebied kennen kleine gebieden met waliteitsklasse C en D. De zuidwestelijke wind heeft invloed op het begin van deze straten. In de laatste versie van het ontwerp zijn hier meer setbacks toegepast. Verder worden in het rapport aanbevelingen gedaan ten aanzien van de positionering van gebouwentrees om windhinder op deze posities te voorkomen.

5

2.8 Bijlage 17 Bezonningsstudie het bezonningsonderzoek is getoetst of er voldoende zon op de gevels valt, in het plangebied en in de omgeving, en of er door de nieuwbouw niet teveel schaduw wordt veroorzaakt in de openbare ruimte. Voor het masterplan Centrum Schalkwijk wordt voor de bezonning van gevels van woningen de 'lichte' TNO norm gehanteerd. Deze stelt dat er ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober op de gevel dienen te zijn in midden vensterbank binnenkant raam. Voor de nieuwbouw, waar de plaatsing van de ramen nog niet uitgedacht is, is gegeken naar of er een raam per woning te plaatsen is, die deze zon wel ontvangt. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers - hoogbouw of niet - nooit direct zonlicht. Op de bezonning van de gevels van bestaande omliggende gebouwen heeft het masterplan relatief weinig impact. Op twee plekken, een hoek van de Ceylonpoort en een hoek van de Factory/Elements, ontstaat een gedeelte dat door de nieuwbouw net onder de twee-uursgrens komt te liggen. Omdat het hier om hoekappartementen gaat met ook een zuidgevel, kan nog steeds aan de TNO-norm worden voldaan. In het masterplan zelf is het onvermijdelijk dat een aantal woningen onder de grens komen te liggen.

Het gaat daarbij voornamelijk om de woningen die in oost-west georiënteerde straten op de lagere verdiepingen gelegen zijn. Omdat oost-west-straten niet te vermijden zijn in het plangebied en woningen voor de levendigheid en sociale veiligheid erg gewenst zijn vanaf de eerste verdieping, stellen we voor hier een uitzondering te maken op de norm. Dit op voorwaarde dat al deze woningen meerzijdig georiënteerd zijn, dus ontworpen als galerijwoning of als hoekappartement. Dit is in het massamodel meegenomen. De bezonning van de openbare ruimte en de daken is in het masterplan integraal meegenomen in de ontwerpstudie. Hoewel hier geen normering voor ligt, is er veel aandacht besteed aan de zoninval op pleinen en bij plekken geschikt voor horeca met terrassen.

2.9 Bijlage 18 Geluidsonderzoek Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met de beoogde herontwikkeling van het gebied Schalkwijk Centrum en het hiervoor op te stellen Masterplan. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting vanwege gemeentewegen lokaal hoger is dan de standaardwaarden op grond van het Bkl, maar niet hoger dan de grenswaarden. Gezien de optredende geluidbelastingen is onderzocht of de geluidbelasting door middel van maatregelen ter plaatse van de woningen omlaag gebracht kan worden. Het toepassen van stil asfalt ter plaatse van de Aziëweg en Europaweg levert een geluidreductie op tot ca. 2 à 3 dB ter plaatse van de woningen in het plangebied. Hierbij is er sprake van een geluidbelasting van ten hoogste 60 dB. Door het verlagen van de snelheid naar 30 km/uur ter plaatse van de Briandlaan kunnen reducties tot ca. 6 dB gerealiseerd worden. Een dergelijke maatregel heeft voornamelijk effect op de woningen aan de oostkant van het plan, aan de westkant is hiermee nog steeds sprake van geluidbelastingen tot 62 dB.

6

Niet alle woningen beschikken (zowel met als zonder toepassing van de bovenstaande maatregelen) over een geluidluwe zijde, zoals het gemeentelijk geluidbeleid voorschrijft. Hiertoe zijn (aanvullende) maatregelen nodig, waarbij maatregelen aan de gebouwen zelf (gebouwgebonden geluidschermen, loggia’s etc.) het meest kansrijk lijken. Het geluidaspect dient bij de nadere uitwerking van de gebouwen in het plan dan ook betrokken te worden. In het plangebied zelf worden geluidproducerende functies beoogd, zoals horeca, winkels en een basisschool met schoolplein. Met name voor wat betreft het stemgeluid (terrassen, spelende kinderen, horecabezoekers in de openbare ruimte) dient reeds in deze fase een zorgvuldige afweging gemaakt te worden over de toedeling van functies aan locaties. De juiste keuzes voor de inrichting van de openbare ruimte kunnen hierbij een positief effect hebben op het beperken van geluidhinder.

2.10Bijlage 19 Bodemonderzoeken Bureauonderzoek uitgevoerd. Alle informatie beschikbaar eventueel update laten uitvoeren door ontwikkelaar. Meldplicht van het ontwerp en werkzaamheden bij de vervuiling van de oude wasserij. Achterliggende onderzoeken ook ontvangen en gearchiveerd zie bijlage voor documentenlijst van de bodemonderzoeken.

2.11Bijlage 20 Kabels en leidingen Door het gebied van het Masterplan lopen diverse majeure kabels en leidingen die een risico kunnen vormen voor deze ontwikkeling. Er is een analyse uitgevoerd om deze kabels en leidingen tijding inzichtelijk te krijgen. In deze analyse zijn de volgende disciplines beschouwd als majeur in dit project: • Elektriciteit middenspanning (elektriciteit ms) • Elektriciteit hoogspanning (elektriciteit hs) • Gas hoge druk (gas hd) • Waterleidingen transport (water) • Leidingen die gemaakt zijn van asbest-cement • Datatransport wanneer deze een bundel van 5 kabels of meer bevatten. In de bijlage is een kaart opgenomen met het ontwerp en de majeure Kabels en Leidingen. Het ontwerp is opgedeeld in deelgebieden en genummerd. Per deelgebied zijn de raakvlakken met de majeure K&L geanalyseerd. Alle majeure K&L binnen de projectscope hebben raakvlakken met één of meerdere deelgebieden van het ontwerp. Als de K&L van een bepaalde netbeheerder gehandhaafd moeten worden, moet het ontwerp in de meeste gevallen dus worden aangepast voor meerdere gebieden. Het lijkt niet haalbaar om met het huidige ontwerp de majeure K&L in Schalkwijk te handhaven. De hogedruk gasleiding die aan de noordzijde door het ontwerp loopt, zou met enige aanpassingen aan het ontwerp gehandhaafd kunnen worden.

Het is aan te raden om te onderzoeken of het handhaven dan wel verleggen van de gasleiding voordeliger is voor het project. De doorlooptijden van alle potentiële verleggingen worden naar verwachting met name bepaald door Liander. Kijkende naar recente projecten met Liander in Haarlem kan worden uitgegaan van een doorlooptijd van ongeveer 3 jaar vanaf het eerste vooroverleg tot de start van de verlegging.

7

Dit betekent dat voor dit project rekening gehouden moet worden met een geschatte doorlooptijd van 3 jaar voor het verleggen van de K&L.

2.12Bijlage 21 NGE vooronderzoek Voor de gemeente Haarlem is een onderzoek uitgevoerd door REASeuro om de NGE-risicogebieden in kaart te brengen. Hieruit blijkt dat de risicogebieden voor NGE voornamelijk net noorden van de spoorlijn liggen. Dit is op ruime afstand van het plangebied en er kan geconcludeerd worden dat er geen NGE risico's zijn in Centrum Schalkwijk.

2.13Bijlage 22 Externe veiligheid Om de haalbaarheid en de risico voor het Masterplan te onderzoeken is er een Onderzoek Externe Veiligheid uitgevoerd. Hierin is getoetst op aandachtsgebieden waarin wordt onderzocht er binnen een gebied aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen 3 soorten aandachtsgebieden: 1) Brandaandachtsgebied, 2) Explosieaandachtgebied en 3) Gifwolkaandachtsgebied. In de nabije omgeving van Centrum Schalkwijk zijn twee risico objecten gevonden, namelijk een hogedruk aardgasleiding en een LPG-tankstation met bevoorradingsroute. De conclusie wijst uit dat het gebied van het Masterplan buiten het risicogebied valt van de hogedruk aardgasleiding en het LPG-tankstation. De bevoorradingsroute geschiedt echter wel langs het plangebied, maar wordt vanuit de Omgevingswet niet geduid als aandachtsgebied. Dit betekent dat het plangebied buiten de geldende aandachtgebieden ligt en geen risico's zijn die invloed hebben op de ontwikkelingen uit het Masterplan.

2.14Bijlage 23 Luchthavenindelingsbesluit De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft een pretoets uitgevoerd op de plannen voor Schalkwijk Masterplan Fase 3 en verder, die zijn voorgelegd door de gemeente Haarlem (Zie adviesbrief met kenmerk: LU_WL_2024_10002 / 8093136). Deze plannen betreffen de ontwikkeling van een gebied met bouwwerken die een maximale hoogte van 91 meter NAP zouden hebben. De pretoets is een vroege evaluatie om inzicht te krijgen in de ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot luchtvaartveiligheid, maar heeft geen juridische status waar bezwaar tegen kan worden gemaakt. De plannen zijn getoetst op twee aspecten: de invloed op vertrek- en naderingsprocedures van luchthaven Schiphol en de invloed op de correcte werking van CNS-apparatuur (communicatie, navigatie, en landingshulpmiddelen). De toetsing van de CNS-apparatuur wordt uitgevoerd door Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL). De conclusie van de ILT is dat de plannen voor de nieuwbouw in Schalkwijk de hoogtebeperkingen van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) overschrijden, specifiek de "Inner Horizontal" en "Conical" vlakken die zijn vastgelegd in de internationale wetgeving van de ICAO en opgenomen in nationale wetgeving via het LIB.

8

Om permanente obstakels toe te staan die deze hoogtebeperkingen doorkruisen, is een luchtvaart technisch onderzoek vereist. Dit onderzoek moet aantonen dat de veiligheid en bereikbaarheid van de luchthaven niet in het geding komen en moet worden uitgevoerd door een onafhankelijk luchtvaart adviesbureau. TNO heeft inmiddels een radareffectonderzoek gedaan. Op basis van dit onderzoek wordt er momenteel gewerkt aan een luchtvaart technisch onderzoek dat zal aantonen dat de Luchtvaartveiligheid niet wordt benadeeld. Daarna zal er een ontheffing worden aangevraagd op het Masterplan.

2.15Bijlage 24 Onderzoek sportgebouw In deze bijlage is het onderzoek toegevoegd naar het sportgebouw in het Masterplan. Er is gekeken naar de volgende onderwerpen: Relatie tussen zwembad Noord en Zuid, positie in het Masterplan ontwerp, Relatie sportcomplex met Centrum Schalkwijk, Vervolgproces en planning.

9

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 17 oktober 2024

Tekst: Mike Smit, Fotografie: n.v.t., Ontwerp: Conditionerende onderzoeken Masterplan Centrum Schalkwijk, Drukwerk: n.v.t. ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14871849/1