23 Bijlage 1 21 NGE Onderzoek
Tekst van het document
Figuur 15: Bominslagen in de nacht van 26 op 27 juni op de bommenkaart (11 t/m 14, Bron: Beeldbank NHA).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 29 van 188
Ook in de literatuur wordt dit bombardement vermeld. In Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3, MAA pp. 27-29) wordt vermeld dat de bommen waren afgeworpen door een Handley Page Hampden bommenwerper van 144 Squadron van de Britse luchtmacht. Het toestel kon door technische problemen het oorspronkelijke doel, Bonn, niet bereiken. Daarop werd besloten Schiphol als alternatief doel aan te vallen. Om 2.10 wierp het vliegtuig vier bommen van 500 lbs af van een hoogte van 19.500 voet. Ter verificatie van het boek Zonder Waarschuwing zijn de Operations Record Books (ORB’s, zie bijlage 6) van het hoofdkwartier van het Britse Bomber Command en van het uitvoerende 144 Squadron geraadpleegd. Uit het raadplegen van deze ORB’s is gebleken dat de Hampden om 1.10 uur Engelse tijd (2.10 uur Nederlandse tijd) Schiphol door een gat in de bewolking zag, en besloot te bombarderen. De piloten namen geen resultaten waar door de bewolking. Een uitsnede van de ORB is weergegeven in Figuur 16.
Figuur 16: Uitsnede van de ORB van 144 squadron (Bron: TNA, AIR 27/980).
De tijd tussen de afworp door de Hampden en de inslagen die in Haarlem werden gerapporteerd komen overeen. Daarom wordt geconcludeerd dat de Hampden bommenwerper per abuis Haarlem heeft gebombardeerd. Alle bronnen melden vier afgeworpen bommen die allen zijn gedetoneerd. Geconcludeerd wordt dat naar aanleiding van het bombardement in de nacht van 26 op 27 juni geen blindgangers zijn achtergebleven. Conclusie Het bombardement van 26 op 27 juni 1940 is geen aanleiding voor het afbakenen van een NGERisicogebied. 4.1.5 Bombardement op het Binnenpad, 26 juli 1940 In het archief van de luchtbeschermingsdienst van de gemeente Haarlem (zie bijlage 4: NHA, Toegang 153) is informatie aangetroffen over de afworp van twee bommen op het Binnenpad en een onbekend aantal drijvende mijnen in de wateren rond Spaarndam. De afworp vond plaats om 3.45 uur in de nacht
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 30 van 188
van 25 op 26 juli 1940. De bommen detoneerden en beschadigden een villa. Van tientallen huizen sneuvelden de ruiten en de openbare verlichting viel uit. Het Binnenpad werd onbegaanbaar. Om 8.15 uur detoneerde een drijvende mijn in het vaarwater ‘het IJ’ nabij Zijkanaal C. Om 14.17 uur detoneerde nogmaals een drijvende mijn in het vaarwater van het Noorder Buiten Spaarne. Hierbij raakte de wal over een lengte van vier meter beschadigd. In het boek Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3: MAA, p. 43) wordt vermeld dat de bommen vlakbij de werf van Stapel vielen, waar ongeveer tien kleine vissersboten lagen. Bij Van Hattum en Blankevoort lagen baggerschuiten aangemeerd. Deze vaartuigen konden door de Duitsers worden gebruikt voor de invasie van Engeland. Om deze reden werden deze schepen aangevallen. De bominslagen en gedetoneerde mijnen zijn weergegeven op de bommenkaart van de gemeente Haarlem met de nummers 16 t/m 19. De locaties van de inslagen op de bommenkaart komen overeen met het rapport van de luchtbeschermingsdienst.
Figuur 17: Uitsnede van de bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
De ORB’s van het Britse Coastal Command (zie bijlage 6) zijn geraadpleegd. Uit deze ORB’s is gebleken dat de aanval werd uitgevoerd door Blenheim bommenwerpers van het 53e Squadron. Zes Blenheims werden uitgestuurd voor een operatie tegen schepen in een meer nabij Haarlem. Vier bommenwerpers konden door omstandigheden niet aanvallen. Twee Blenheims (Blenheim T en R) vielen echter wel aan. T-53 bombardeerde een onbekend doel, vloog door en wierp tien ‘rounds’ in het meer bij Haarlem. Uit de bombardementsgegevens van het squadron (zie bijlage 6) blijkt dat het tien drijvende mijnen (WBombs) betrof.
Figuur 18: Beschrijving van de aanval door Blenheim T van 53 squadron (Bron: TNA, AIR 24/373).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 31 van 188
De Blenheim ‘R’ steeg op om 1.10 uur en voerde een duikbombardement uit vanuit het noorden met zicht op gebouwen aan het noordeinde van het meer, ten westen van de sluisdeuren. De bemanning vermoedde dat de bommen ietwat over het doel waren geschoten, maar zagen brand nadat de bommen waren afgeworpen. Aantallen afgeworpen bommen worden niet vermeld. Vervolgens werden W-Bombs afgeworpen in het kanaal aan het noordeinde van de stad. Volgens de ORB van het hoofdkwartier van Coastal Command ging het om vier drijvende mijnen. Om 3.54 landde het vliegtuig weer op vliegbasis Detling.
Figuur 19: Beschrijving van de aanval door Blenheim R van 53 squadron (Bron: TNA, AIR 27/503).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal blijkt dat in de nacht van 25 op 26 juli 1940 twee Blenheim bommenwerpers Haarlem hebben aangevallen. Eén Blenheim bombardeerde een onbekend doel alvorens tien drijvende mijnen in ‘het meer’ te gooien. Geconcludeerd wordt dat dit ‘het IJ’ betreft, waar de volgende dag een explosie van een dergelijke mijn plaatsvond. Uit het boek Zonder Waarschuwing blijkt dat in de periode hierna nog vaker dergelijke ´mysterieuze´ explosies plaatsvonden. De tweede Blenheim bombardeerde schepen in het IJ bij Spaarndam, maar zoals in de ORB wordt vermeld, schoten de bommen over het doel en troffen het Binnenpad. Vervolgens wierp het vliegtuig nog vier drijvende mijnen in het Noorder Buiten Spaarne. Uit de geraadpleegde ORB’s van het 53 e Squadron is niet gebleken met hoeveel brisantbommen de Blenheim-bommenwerpers bewapend waren. Het is dan ook niet bekend of de twee gedetoneerde brisantbommen de enige afgeworpen bommen waren. Op de eerst beschikbare luchtfoto van na de aanval, d.d. 28 oktober 1940, zijn de inslagen van de brisantbommen bij Spaarndam niet zichtbaar. Vermoedelijk is de kwaliteit van deze luchtfoto onvoldoende om de inslagen waar te nemen. Als de bommen van een licht kaliber waren, zijn de bomkraters mogelijk te klein om op een luchtfoto zichtbaar te zijn.
De locatie-aanduidingen op bommenkaart en het archiefmateriaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst duiden op twee bominslagen op en nabij het Binnenpad. Gezien de schade (weg onbegaanbaar, ruiten gesprongen in de wijde omgeving) en het feit dat er twee bominslagen werden gemeld, wordt door REASeuro geconcludeerd dat twee bommen van 250 of 500 lbs zijn afgeworpen. Dit komt overeen met het aantal gedetoneerde vliegtuigbommen. Naar aanleiding van de afgeworpen W-Bombs in het Noorder Buiten Spaarne en het IJ wordt geen NGERisicogebied afgebakend. Het gebied waarbinnen deze bommen kunnen zijn neergekomen, strekt zich over enkele kilometers. Omdat de mijnen konden drijven, kunnen de mijnen zelf nog verder zijn afgedreven. Daarnaast wordt in het boek Zonder Waarschuwing vermeld dat zich gedurende de jaren 1940-1941 nog enkele ‘mysterieuze explosies’ deze wateren voorkwamen. Een drijvend platform bij de fabriek van Figee werd hierdoor beschadigd. Ook vielen er doden toen een roeier met zijn roeispaan een W-Bomb aantikte. Een onbekend aantal W-Bombs is dus vermoedelijk gedetoneerd. Om deze redenen is het afbakenen van een NGE-Risicogebied niet mogelijk.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 32 van 188
Conclusie Naar aanleiding van de op 26 juli 1940 afgeworpen W-Bombs en brisantbommen wordt geen NGERisicogebied afgebakend. 4.1.6 Bombardement op de Rozenprieel, 3 oktober 1940 In de nacht van 2 op 3 oktober 1940 vonden in Haarlem twee bombardementen plaats. Dit blijkt uit informatie uit het boek Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3: MAA, pp. 45-50). Het eerste bombardement vond plaats om 1.20 uur. “Drie of vier” bommen werden afgeworpen door een Duits vliegtuig, dat vermoedelijk onderweg was naar Schiphol en in nood verkeerde. De bommen detoneerden achter Byzantiumstraat 13 en op de lak- en oliefabriek van Savrij. In de fabriek ontstond een uitslaande brand, die korte tijd later (om 2.35 uur) werd waargenomen door een Whitley bommenwerper van het 58e Squadron van Bomber Command. Dit toestel was onderweg naar Rotterdam, maar kon het doel niet lokaliseren vanwege de bewolking. Toen de piloot de brand aan bakboordzijde waarnam, besloot hij dit self illuminating target (‘zichzelf verlichtend doelwit’, de brandende fabriek) aan te vallen. In twee bomb runs werden zes bommen van 250 lbs, twee van 500 lbs en zestig 4 lbs staafbrandbommen op de stad afgeworpen.
Figuur 20: De afgebrande fabriek van Savrij, getroffen tijdens het bombardement van 1.20 uur (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_54008060).
De eerste run vond plaats van een hoogte van 3.000 voet (ruim 900 meter), waarbij de bommen ongeveer vijftig meter naast de brandende fabriek insloegen. De bommen van deze run vielen in de wijk Rozenprieel, in de Voortingstraat, Camphuysstraat, Keystraat en de Bakkerstraat (4 bommen). De tweede run werd in een dalende bocht ingezet. De explosies en branden van deze run waren vanuit de lucht waar te nemen. De bommen waren ingeslagen op het wegdek van de Leidsevaart ter hoogte van de Rijkskweekschool (bom nummer 5) en op een leegstaand huis op de hoek Koninginneweg – Olieslagerslaan (bom nummer 6). Ook viel een bom door de kassen van kwekerij van Tubergen (bom nummer 7), en één in het Florapark (bom nummer 8). De drie laatste brisantbommen vielen in de Eindenhoutstraat 36, in de tuin van het huis Vredenhofstraat – Bos en Hovenstraat en vlakbij het Duitse autopark in Den Bout (bom nummers 9, 10 en 11). De grootste schade werd veroorzaakt door de
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 33 van 188
staafbrandbommen, die in de driehoek Wagenweg – Lorentzplein – Koninginneweg insloegen. In totaal vielen volgens dit boek tijdens het tweede bombardement dus elf brisantbommen en een onbekend aantal brandbommen. Ook in rapporten van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539) worden de twee bombardementen uitgebreid omschreven. In het Proces-verbaal van de dienst wordt vermeld dat om 1.20 vijf bommen insloegen. Bommen sloegen in de fabriek van Dyserinck en een naastliggend perceel. Nog twee bommen kwamen neer op de Schalkwijkerweg bij de Slachthuisstraat. Tot slot viel een bom op perceel Byzantiumstraat 13. Volgens dit archiefstuk zijn dus vijf bommen gevallen bij het Duitse bombardement om 1.20 uur. Om 2.35 uur werd nogmaals luchtalarm gegeven. Ditmaal vielen vier brisantbommen in de Voortingstraat, Camphuysstraat, de Keystraat en de Bakkerstraat (1, 2, 3 en 4). Op de hoek Plein – Lorentzplein viel een brisantbom in een autogarage (5). Twee brisantbommen (6 en 7) kwamen neer op het wegdek van de Schalkwijkerweg. Eén brisantbom kwam neer op een woning in de Eindenhoutstraat (8), en één in de tuin van een woning aan de Vredenhofstraat (9). Een brisantbom kwam neer op de achterkant van een perceel aan de Zonnelaan (10). Tot slot kwam een bom neer in den Hout (11), dicht bij een Duits autopark.
In totaal werden volgens dit archiefstuk om 2.35 uur dus elf brisantbommen afgeworpen. Uit een rapport van de dag na het bombardement bleek de brisantbom op de Eindenhoutstraat echter een viertal brandbommen te zijn geweest, waardoor het om tien brisantbommen lijkt te gaan.
Figuur 21: Rectificatie van de bom op de Eindenhoutstraat (Bron: NHA, toegang 2185).
Om 2.40 uur werden nogmaals bominslagen gemeld. Eén bom sloeg in op de Leidsevaart (1), op het wegdek vóór de Rijkskweekschool voor onderwijzers. Ruiten en dakpannen sneuvelden. Gelijktijdig viel één bom op de hoek Koninginneweg – Olieslagerslaan (2). Twee brisantbommen kwamen neer in een kwekerij aan de Koninginneweg (3 en 4). Nog twee brisantbommen kwamen neer op een schoolgebouw en een woning in het Florapark (5 en 6). Tijdens deze tweede alarmperiode kwam tevens een groot aantal brandbommen neer in het gebied Wagenweg – Lorentzplein – Koninginneweg.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 34 van 188
Figuur 22: De verwoeste kassen van de kwekerij aan de Koninginneweg (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NLHlmNHA_Hrlm_25600).
Het gemeentearchief meldt in totaal vijf brisantbommen om 1.20 uur, en zestien brisantbommen en een ‘groot aantal’ brandbommen omstreeks 2.40 uur. Op de bommenkaart wordt melding gemaakt van zestien brisantbommen en achttien brandbommen, volgens de legenda op de volgende locaties:
Figuur 23: Uitsnede van de legenda van de bommenkaart, 3 oktober 1940 (Bron: Beeldbank NHA).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 35 van 188
In Figuur 24 zijn de bominslagen van 3 oktober 1940 op de bommenkaart met rood omcirkeld.
Figuur 24: Uitsnede van de bommenkaart. Inslagen van 3 oktober 1940 zijn rood omcirkeld (Bron: Beeldbank NHA).
De informatie van de bommenkaart komt overeen met de informatie van de archieven en de literatuur. In de ‘Dagberichten van de Befehlhaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941’ (zie bijlage 4: NIOD, Toegang 077, inventaris 1328) wordt een totaal van zestien brisantbommen en ongeveer twintig brandbommen gemeld. Het wordt niet vermeld of het Duitse of Engelse bombardementen betreft. Een uitsnede van het Dagbericht van 4 oktober 1940 is weergegeven in Figuur 25.
Figuur 25: Uitsnede van het dagbericht van 4 oktober 1940 (Bron: NIOD, toegang 077, inv. 1328).
In het boek Zonder Waarschuwing staat dat het bombardement om 1.20 uur werd uitgevoerd door een Duitse bommenwerper in nood, die vóór de landing op Schiphol de bommen moest dumpen. Over deze noodafworp zijn geen gegevens beschikbaar. Het is daarom niet bekend hoeveel bommen deze bommenwerper heeft afgeworpen tijdens deze noodafworp. Hetzelfde boek vermeld dat het bombardement van 2.35 uur werd uitgevoerd door een Britse Whitley bommenwerper van het 58 e Squadron van Bomber Command. Dit wordt bevestigd door informatie uit de ORB’s (zie bijlage 6) Een Whitley bommenwerper wierp tussen 1.10 en 1.40 uur Britse tijd (2.10 en 2.40 uur Nederlandse tijd) bommen af op een loods op ongeveer tweeëneenhalve kilometer van de elektriciteitscentrale van Haarlem. Zestig staafbrandbommen en een totaal van 2.000 lbs aan brisantbommen werden afgeworpen op de loods die al in brand stond. Dit komt naar voren in de bombardementsgegevens van het hoofdkwartier van Bomber Command. In de gegevens van het 58e Squadron wordt het bombardement nader toegelicht. Ook uit deze informatie blijkt dat de aanval in twee runs is uitgevoerd. Een uitsnede van deze ORB is weergegeven in Figuur 26.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 36 van 188
Figuur 26: ORB van het 58e Squadron (Bron: TNA, AIR 27/543).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal blijken diverse discrepanties met betrekking tot het aantal afgeworpen bommen. In onderstaande tabel is de informatie uit de diverse geraadpleegde bronnen samengevat. Literatuur 3 of 4
NHA NIOD 1.20 5 In totaal 16 uur brisantbommen brisantbommen en ongeveer 20 2.40 6x 250 lbs en 2x 500 Zestien uur lbs afgeworpen, elf brisantbommen, staafbrandbom men. ingeslagen. 60 x 4 lbs groot aantal brandbommen. brandbommen. Tabel 1: Aantal bommen volgens de verschillende bronnen.
ORB Niet beschikbaar Totaal 2.000 lbs Brisantbommen, zestig 4 lbs brandbommen.
Bommenkaart In totaal 19 brisantbommen en 18 brandbommen.
De literatuur en het gemeentearchief melden over het eerste bombardement verschillende aantallen bominslagen. Het aantal varieert tussen drie en vijf brisantbommen. Van deze eerste aanval is niet bekend hoeveel bommen zijn afgeworpen. Ook over het tweede bombardement zijn de geraadpleegde bronnen inconsistent. In de literatuur worden meer bominslagen omschreven dan het totale aantal bommen dat zou zijn afgeworpen. Documentatie van de luchtbeschermingsdienst uit het NHA maakt zelfs melding van zestien ingeslagen brisantbommen. De ORB’s melden een totaal van één ton (2.000 lbs) brisantbommen, wat niet overeenkomt met het totaal van 2.500 lbs die wordt gemeld in het boek Zonder Waarschuwing. Het bronnenmateriaal biedt geen eenduidig beeld van het aantal gedetoneerde en ontbrande brisant- en brandbommen. De verwarring die uit het bronnenmateriaal blijkt, kan zijn veroorzaakt door de chaos bij de Haarlemse autoriteiten ten tijde van het bombardement. Twee vliegtuigen wierpen op drie momenten kort achter elkaar grote hoeveelheden bommen op de stad. Mogelijk zijn bominslagen dubbel gemeld, of zijn meerdere malen ingeslagen brandbommen genoteerd als brisantbommen. Het is daarom niet bekend hoeveel brisantbommen daadwerkelijk zijn afgeworpen en hoeveel er zijn gedetoneerd. De eerst beschikbare luchtfoto van na het bombardement die een deel van het getroffen gebied toont, d.d.
28 oktober 1940, is onderzocht op oorlogsschade. De kwaliteit van de foto en het feit dat het bebouwd gebied betreft, maken krateranalyse echter onmogelijk. De onduidelijkheden die zijn gebleken uit het geraadpleegde bronnenmateriaal bemoeilijken het afbakenen van een NGE-Risicogebied aanzienlijk. Het is immers niet bekend hoeveel bommen zijn afgeworpen, en hoeveel zijn gedetoneerd. Een krateranalyse naar aanleiding van deze bombardementen is niet mogelijk. De beschikbare luchtfoto’s zijn van onvoldoende kwaliteit voor een dergelijke analyse. De afgeworpen staafbrandbommen zijn over een zeer groot gebied verspreid neergekomen. Ook hiervan is niet bekend hoeveel zijn ontbrand. Geconcludeerd wordt dat naar aanleiding van de bombardementen geen NGE-Risicogebied kan worden afgebakend. Onduidelijkheid over de doelwitten, aantallen brand- en brisantbommen en de aantallen gedetoneerde bommen maakt een afbakening van een NGE-Risicogebied onmogelijk.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 37 van 188
Conclusie Naar aanleiding van de bombardementen op 3 oktober 1940 kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. 4.2
VERGISSINGSBOMBARDEM ENTEN, 1941
In 1941 werden wederom bommen afgeworpen op Haarlem. De bombardementen waren gericht op respectievelijk Schellingwoude, IJmuiden en Haarlem. In veel gevallen kwamen de bommen door vergissingen in de stad Haarlem neer. Deze bombardementen worden in deze pargraaf beoordeeld en geëvalueerd. 4.2.1 Bombardement bij het station, 1 maart 1941 ’s Morgens vroeg op 1 maart 1941 wierp een Britse bommenwerper van het 44e squadron van Bomber Command bommen op Haarlem. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA, p57 en ZWA 1, p. 62). Op de Parklaan ter hoogte van de Hooimarkt was een gat in het wegdek geslagen. In het baanvak Haarlem-Amsterdam ter hoogte van de Gonnetstraat werd een bomkrater geslagen. Op het Phoenix-terrein was een bomkrater te zien en bij de fabriek Flohil aan de Hooimarkt was een bom ontploft. In de kruidenierswinkel aan de Barendsestraat 30 was een blindganger neergekomen, evenals in de binnenplaats van de firma Brocades en Stheeman. De twee blindgangers werden in de dagen na het bombardement door Duitse eenheden geruimd. De locaties waar de bommen neerkwamen, zijn weergegeven in Figuur 27.
Figuur 27: Locaties waar de bommen insloegen op 1 maart 1941.
In de archiefstukken van de luchtbeschermingsdienst van Haarlem en in archiefstukken van de Ordnungspolizei (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539 en NIOD, Toegang 077, inventaris 1328) worden zes brisantbommen vermeld, die om 4.45 uur nabij het station detoneerden. De bominslagen van dit bombardement zijn tevens op de bommenkaart van de gemeente Haarlem weergegeven (zie de gele icoontjes met de nummers 55 t/m 60 in Tekening 02). Op deze bommenkaart staat echter aangegeven dat deze bommen niet zijn gedetoneerd. In de beeldbank van het Noord-Hollands Archief (NHA) zijn enkele afbeeldingen aangetroffen van het bombardement, waaruit blijkt dat vier van de zes ingeslagen
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 38 van 188
bommen wel degelijk zijn gedetoneerd, zoals ook omschreven is in de literatuur. Twee bommen detoneerden niet. Deze afbeeldingen zijn weergegeven in de onderstaande figuren.
Figuur 28: Bomkrater op het Phoenix-terrein (Bron: NHA, fotonummer NL-HlmNHA_Hrlm_02347).
Figuur 29: Bomkrater aan de Hooimarkt bij de Parklaan (Bron: NHA, fotonummer NL-HlmNHA_54008286_01).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 39 van 188
Figuur 30: Inslagopening van de blindganger bij de firma Brocades en Stheeman (Bron: NHA, fotonummer KNA003004473).
Figuur 31: Blindganger (omcirkeld) in de kruidenierswinkel aan de Barendsestraat (Bron: NHA, fotonummer NLHlmNHA_Hrlm_16838).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 40 van 188
In het boek Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3) wordt het bombardement nader verklaard. Uit de analyse van deze auteurs bleek dat piloten met het Duitse Wilhelmshaven als doelwit de weg kwijt raakten, en besloten een alternatief doel te zoeken. Toen de piloten lichten waarnamen, concludeerden zij foutief dat het de watervliegbasis Schellingwoude was. Omstreeks half 5 ’s morgens wierpen de piloten hun bommen af, die niet op Schellingwoude, maar op Haarlem neerkwamen. Ook uit de Operations Record Books (ORB’s) van de Engelse luchtmacht en het analyseren van bovenstaande foto’s blijkt dat het een verdwaalde bommenwerper betrof. Uit de ORB’s (zie Figuur 32) blijkt dat een Handley Page Hampden bommenwerper die nacht om 3.40 uur Engelse tijd (4.40 uur Nederlandse tijd) vier bommen van het kaliber 500 lbs en twee bommen van 250 lbs SAP (Semi-Armor Piercing) afwierp. De tijd van afwerpen en het aantal afgeworpen bommen komt exact overeen met de gegevens uit het overige archiefmateriaal.
Figuur 32: Uitsnede van de ORB van 44 squadron (Bron: TNA, AIR 27/448).
Uit de analyse van het feitelijke bronnenmateriaal blijkt dat de zes afgeworpen bommen allemaal zijn gedetoneerd of geruimd: 1. Bominslag op het Phoenix-terrein (gedetoneerd). 2. Bominslag op de hoek Hooimarkt-Parklaan (gedetoneerd). 3. Bominslag in het baanvak Haarlem-Amsterdam ter hoogte van de Gonnetstraat (gedetoneerd). 4. Bominslag bij de fabriek Flohil aan de Hooimarkt (gedetoneerd). 5. Blindganger in de kruidenierswinkel aan de Barendsestraat (geruimd). 6. Blindganger bij de firma Brocades en Stheeman (geruimd). Omdat alle afgeworpen bommen zijn gedetoneerd of geruimd, wordt naar aanleiding van het bombardement van 1 maart 1941 geen NGE-risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 1 maart 1941 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.2.2 Bombardement op de Gemeentereiniging, 14 april 1941 Op 14 april 1941 werden Blenheim bommenwerpers van de Britse luchtmacht uitgestuurd voor een bombardement op de elektriciteitscentrale van Haarlem. Door het bombardement werd de verbrandingsoven van de stadsreiniging vernield, evenals twee seinwachtershuisjes. Ook viel een bom op het perceel Oudeweg 8 (het terrein van de centrale werkplaats). Hoewel de luchtbeschermingsdienst vermoedde dat er blindgangers waren, werden deze bij een nader onderzoek niet gevonden. Dit blijkt uit de literatuur (zie bijlage 3, MAA pp. 60-63, ZWA 1 p. 179, MID p. 144 en TEM p.
156). De ligging van
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 41 van 188
de energiecentrale (1), de stadsreiniging (2), de gashouders (3) en de centrale werkplaats (4) zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 33: De energiecentrale (1), de stadsreiniging (2), de gashouders (3) en de centrale werkplaats (4) op de geallieerde stafkaart.
Ook in archiefstukken van de luchtbeschermingsdienst komt het bombardement naar voren (zie Figuur 34 en bijlage 4: NHA, Toegang 1539). Uit het archief blijkt dat twaalf bommen zijn neergekomen. Vier bommen waren door één vliegtuig afgeworpen om 17.15 uur en acht door een ander vliegtuig om 17.33 uur. Men dacht dat het bombardement was gericht op de Centrale Werkplaats van de Spoorwegen, de gebouwen van het Gas- en Elektriciteitsbedrijf, de spoorlijn Amsterdam-Haarlem en/of in aanbouw zijnde havenwerken in de Waarderpolder.
Figuur 34: Uitsnede van het archiefstuk van de luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539).
Eén van de bommen kwam neer in een weiland aan de zuidoostelijke zijde van de Oudeweg en detoneerde zonder schade aan te richten. De tweede bom kwam neer op de in aanbouw zijnde haven en beschadigde deze. Vijf bommen kwamen neer op het terrein van de Gemeentereiniging, waarvan er drie detoneerden. Eén vernielde de ontsmettingsoven en twee veroorzaakten kraters op het terrein. Een laatste bom viel op twee woningen op het terrein van de Centrale Werkplaats. Derhalve wordt van slechts acht bommen de locatie vermeld: - Eén in het weiland ten zuidoosten van de Oudeweg. - Eén in de in aanbouw zijnde haven.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 42 van 188
-
Vijf op het terrein van de gemeentereiniging. Eén op het terrein van de Centrale Werkplaats.
De locatie van de overige bominslagen blijkt niet uit het archiefstuk van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst. Op 15 april 1941 stelden Duitse eenheden een onderzoek naar blindgangers in. Deze werden echter niet gevonden. Op de Haarlemse bommenkaart staan de inslagen aangegeven met de nummers 61 t/m 72.
Figuur 35: Bominslagen op 14 april 1941, nummer 61 t/m 72 (rood omcirkeld) op de bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA)
Archiefstukken van het NIOD, de ‘Dagberichten van de Befehlhaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941’ (zie bijlage 4: NIOD, Toegang 077, inventaris 1328) maken geen melding van twaalf, maar van slechts zeven bominslagen. Hiervan zouden twee bommen niet zijn gedetoneerd. Aangezien dit een initiële melding betreft van zeer kort na de aanval, waren nog niet alle bominslagen gemeld.
Figuur 36: Melding van het bombardement op Haarlem (Bron: NIOD, Toegang 077).
Een aanvullende melding in dagberichten volgde op 16 april 1941. Uit dit bericht (zie Figuur 37) blijkt dat twaalf bommen waren afgeworpen, die allemaal waren gedetoneerd.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 43 van 188
Figuur 37: Aanvullende melding op het dagbericht van 15 april 1941 (Bron: NIOD, Toegang 077).
Foto’s uit de beeldbank van het Noord-Hollands Archief geven een goed beeld van de veroorzaakte schade door dit bombardement.
Figuur 38: Bominslag op de verbrandingsoven (Bron: Beeldbank NHA, Fotonummer NL-HlmNHA_54008304).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 44 van 188
Figuur 39: Bomkrater (rood omcirkeld) en bomschade op het terrein van de gasfabriek (Bron: Beeldbank NHA, NLHlmNHA_54008304_03).
Figuur 40: Bominslagen op de spoorlijn (Bron: Beeldbank NHA, fotonummer NL-HlmNHA_Hrlm_16118).
In het boek Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3) wordt dit bombardement ook omschreven. Het bombardement wordt toegeschreven aan Blenheim-bommenwerpers van 21 en 82 Squadrons van Bomber Command die op die dag elektriciteitscentrales van Leiden en Haarlem aanvielen. Tussen 16.10 en 16.20 steeg de eerste groep van zeven vliegtuigen op voor de aanval. Slechts één vliegtuig van deze
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 45 van 188
groep rapporteerde Haarlem te hebben aangevallen, maar nam geen resultaten van zijn aanval waar. De volgende groep, bestaande uit zeven Blenheims van 21 Squadron, steeg op tussen 16.35 en 16.45 voor een aanval op de centrale van Haarlem. Eén vliegtuig meldde Haarlem te hebben gebombardeerd en een grote rookwolk te hebben gezien, maar bleek achteraf de zandsteenfabriek in Hillegom te hebben getroffen. Twee andere Blenheims meldden Haarlem te hebben gebombardeerd, zonder resultaten te hebben waargenomen. In de ORB’s wordt dit bombardement ook vermeld. Overeenkomstig met het boek Zonder Waarschuwing wordt vermeld dat vier vliegtuigen Haarlem bombardeerden. Uit de ORB van het hoofdkwartier van Bomber Command blijkt dat de vier Blenheim-bommenwerpers in totaal zestien bommen van 250 lbs en 8 van 40 lbs afwierpen op het doel. Ook in de ORB van 2nd Group van Bomber Command wordt deze informatie vermeld.
Figuur 41: Uitsnede van de ORB van Bomber Command (Bron: AIR 24/230).
Het aantal vliegtuigen dat daadwerkelijk Haarlem heeft aangevallen is niet bekend. De luchtbeschermingsdienst meldt twee vliegtuigen die respectievelijk vier en acht bommen afwierpen, terwijl uit de ORB’s blijkt dat vier vliegtuigen aanvielen. Eén van deze vier vliegtuigen wierp echter zijn bommen op Hillegom af, waardoor drie vliegtuigen Haarlem gebombardeerd kunnen hebben. De bommenkaart, archiefstukken uit het Noord-Hollands Archief en de dagberichten van het NIOD maken allen melding van twaalf gedetoneerde bommen. Een onderzoek naar blindgangers leverde niets op. Daarom wordt geconcludeerd dat er twee scenario’s mogelijk zijn: 1. Drie vliegtuigen hebben Haarlem gebombardeerd, die allen 4x 250 lbs vliegtuigbommen afwierpen op Haarlem. In dit geval heeft de luchtbeschermingsdienst bij het tweede bombardement om 17.33 uur foutief één vliegtuig genoteerd, in plaats van twee. 2. Twee vliegtuigen bombardeerden Haarlem. Het eerste vliegtuig wierp 4x 250 lbs vliegtuigbommen af, het tweede 8x 40 lbs. Eén van de drie piloten rapporteerde in dit geval foutief Haarlem te hebben gebombardeerd. Aangezien er is gezocht naar blindgangers en er twaalf bommen zijn afgeworpen die allemaal zijn gedetoneerd, wordt geconcludeerd dat er naar aanleiding van dit bombardement geen NGERisicogebied dient te worden afgebakend. Alle afgeworpen bommen zijn gedetoneerd.
Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 14 april 1941 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.2.3 Bombardement op de grens tussen Haarlem en Heemstede, 11/12 mei 1941 In de nacht van 11 op 12 mei 1941 om 23.23 uur vielen vier bommen bij het kruispunt Adriaan Pauwlaan en de Casper Fagellaan (zie bijlage 3, MAA p. 65, VIC p. 50, ZWA 1, p. 198, NIJ p. 10, KLE 2 pp. 44 en 189). Twee bommen van 250 lbs waren gedetoneerd. Twee bommen waren blindgangers, die in tuinen van de omringende woningen waren neergekomen. Vier huizen werden zwaar en vijftig licht beschadigd. Eén persoon verloor het leven. Op een foto uit het Noord-Hollands Archief is de inslagopening van een blindganger, gemarkeerd door een vlag, weergegeven.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 46 van 188
Figuur 42: Inslagopening blindganger voor Adriaan Pauwlaan 21 (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. KNA003004473).
De twee blindgangers werden op 19 mei 1941 uitgegraven en vernietigd. Dit blijkt uit de literatuur (zie bijlage 3, MAA p. 65). In de boeken En nooit was het stil, Zonder Waarschuwing, Haarlem bestaat niet en Kroniek van zestig maanden bezetting wordt vermeld dat het ging om Blenheim bommenwerpers die een basis in IJmuiden moesten bombarderen. De Blenheim was van 59 squadron en was beladen met vier bommen van 250 lbs. De inslaglocaties zijn bij benadering weergegeven in Figuur 43.
Figuur 43: Locatie bominslagen 11 mei 1941.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 47 van 188
Uit de ORB’s van het hoofdkwartier van Coastal Command en de bombardementsgegevens van 59 Squadron, dat de aanval uitvoerde, blijkt dat drie Blenheim bommenwerpers afzonderlijk aanvallen uitvoerden op IJmuiden. De vliegtuigen waren beladen met twaalf 250 lbs brisantbommen en twaalf containers met staafbrandbommen. Eén van de Blenheims voerde de missie tussen 22.16 en 1.50 (Britse tijd) uur uit, bombardeerde het doel en zag inslagen en branden bij de Vissershaven. Het tweede toestel vloog tussen 22.17 en 0.25 (Britse tijd) uur en bombardeerde de ingang van het Amsterdamkanaal. Een derde Blenheim vloog tussen 22.15 en 0.40 uur (Britse tijd) en wierp zijn brand- en brisantbommen op de Haringhaven. In het Nationaal Archief zijn documenten aangetroffen over het bombardement in de haven van IJmuiden4. In het proces-verbaal naar aanleiding van het bombardement worden echter geen drie, maar slechts twee momenten gemeld waarop bominslagen plaatsvonden, namelijk om 23.16 en 23.20 uur. De bommen vielen in de omgeving van de sluizen en van de haringhaven. Daarnaast waren bommen gedetoneerd in de duinen. Aangezien dit militair terrein was, kon hierover in het proces-verbaal geen nadere informatie worden gegeven.
Figuur 44: Uitsnede proces-verbaal van het bombardement op IJmuiden (Bron: Nationaal Archief, Toegang 2.04.53.15).
De ORB’s vermelden drie aanvallen op IJmuiden, terwijl in werkelijkheid slechts twee maal bommen vielen in IJmuiden. De tijd dat deze vliegtuigen opereerden kwam overeen met de tijd waarop de bommen op de grens met Heemstede neerkwamen. Geconcludeerd wordt dat één van de vliegtuigen in werkelijkheid zijn bommen heeft afgeworpen op de Haarlemse gemeentegrens. De bommen sloegen in op het grondgebied van de gemeente Heemstede op een afstand van circa 175 meter van de gemeente Haarlem. De vier afgeworpen bommen binnen de gemeente Haarlem zijn allen gedetoneerd (twee bommen) of op een later tijdstip geruimd (twee bommen). Om deze redenen wordt naar aanleiding van het bombardement op 10 mei 1941 geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 10 mei 1941 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.2.4 Bombardement op het Stationsplein en omgeving, 12/13 oktober 1941 Op 13 oktober 1941 vond een bombardement plaats op Haarlem. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA pp. 68-69, TEM p. 156 en ZWA 1 p. 276). Op het Stationsplein tegenover de ingang van het station, dicht bij de muur van de fabriek van Beynes, detoneerde één bom. Het perceel Lange Molenstraat 42A Rood werd getroffen, evenals de Ford garage aan de Jansweg 9-11, schuin tegenover het station. Tot slot sloeg een bom in de woning aan de Parklaan 25.
Het boek Zonder Waarschuwing meldt dat het ging om een Britse Blenheim bommenwerper van het 500e Squadron, die om 1.07 uur ‘s nachts van een hoogte van 15.000 voet zijn vier vliegtuigbommen van het kaliber 250 lbs 4 Nationaal Archief, toegang 2.04.53.15, inventaris 75: Noord-Holland. Proces-verbaal betreffende de op 11 mei 1941 plaatshebbende luchtaanval.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 48 van 188
afwierp. De locaties waar de bommen insloegen zijn weergegeven op de kaart in Figuur 45 met de nummers 73 tot en met 76.
Figuur 45: Locaties waar de bommen insloegen op 13 oktober 1941 op de bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
Ook in archiefstukken van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst en van de Ordnungspolizei wordt dit bombardement vermeld (zie bijlage 4: NIOD, Toegang 077, inventaris 1328). Uit informatie uit de archiefstukken blijkt dat de politie van Haarlem om 1.05 uur melding maakte van bominslagen op het station. De bommen waren volgens het archiefstuk van grote hoogte afgeworpenIn de beeldbank van het NHA zijn tevens enkele foto’s van het bombardement aangetroffen. In Figuur 46 tot en met Figuur 49 zijn deze foto’s weergegeven.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 49 van 188
Figuur 46: Bomschade (gesprongen ruiten en deuren, sporen van bomscherven en een krater) voor het Beynesgebouw (Bron: Beeldbank NHA, fotonummer NL-HlmNHA_Hrlm_02236).
Figuur 47: Bomschade in de Fordgarage (Bron: Beeldbank NHA, NL-HlmNHA_Hrlm_01947).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 50 van 188
Figuur 48: Bominslag Lange Molenstraat 42A Rood (Bron: Beeldbank NHA, fotonummer NL-HlmNHA_54008084_01).
Figuur 49: Bominslag Parklaan 25 (Bron: Beeldbank NHA, fotonummer NL-HlmNHA_Hrlm_02162).
Diverse bronnen vermelden dat het bombardement werd uitgevoerd door een Blenheim bommenwerper van het 500e Squadron van de RAF, die er niet in slaagde zijn primaire doel te bereiken. De bemanning zou hebben gedacht vliegveld Valkenburg als alternatief doel te bombarderen, maar viel in werkelijkheid Haarlem aan.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 51 van 188
De Operations Record Books (zie bijlage 6) van het 500e Squadron zijn geraadpleegd ter verificatie. Hieruit blijkt dat drie Blenheim bommenwerpers door zware bewolking hun doelwit niet konden vinden. Eén van de vliegtuigen besloot terug te keren, twee anderen besloten onafhankelijk van elkaar een alternatief doelwit te bombarderen. Toen één van de bemanningen een cirkel van rood licht met een wit flitsend licht waarnam, dacht de bemanning vliegveld Valkenburg te zien. De bommen werden in een vlucht van zuid naar noord afgeworpen, waarbij inslagen ten noorden van het veld werden waargenomen. Volgens de ORB wierp de Blenheim tussen 22.30 en 1.15 uur Engelse tijd (in Nederland was het een uur later) zijn vier 250 lbs General Purpose (G.P.)5 bommen af, wat overeenkomt met de tijd en het aantal bommen die in het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt vermeld.
Figuur 50: Uitsnede uit de ORB van 500 squadron (Bron: TNA, AIR 27/1942).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt geconcludeerd dat de Blenheim, beladen met vier bommen van het kaliber van 250 lbs, het bombardement van 13 oktober 1941 op Haarlem heeft uitgevoerd. Het aantal bommen dat is gedetoneerd, komt overeen met het aantal afgeworpen bommen. Om deze reden wordt niet verwacht blindgangers van afwerpmunitie in het onderzoeksgebied aan te treffen. Er wordt dan ook geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op Haarlem op 13 oktober 1941 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.3
BOMBARDEMENTEN OP DE FABRIEKEN, 1942
Het jaar 1942 kan worden gekarakteriseerd als het jaar van de fabrieksbombardementen. De gasfabriek was hierbij het primaire slachtoffer. Deze fabriek werd zowel beschoten als meermaals gebombardeerd. Per abuis werden echter ook de fabrieken van Droste en Figee getroffen. Deze aanvallen in 1942 op de Haarlemse fabrieken worden in deze paragraaf beoordeeld en geëvalueerd. 4.3.1 Beschieting van de Gasfabriek, 12 mei 1942 In het boek Zonder Waarschuwing (zie bijlage 3: MAA pp. 71-73, ZWA 1 p. 357) wordt een beschieting op de gashouder van Haarlem omschreven. Een vliegtuig vloog vanuit zuidelijke richting over Haarlem en vuurde met boordwapens op de gashouder, die hierdoor vlam vatte en volledig afbrandde. Ook een schip in het Noorder Buiten Spaarne ter hoogte van de Florisstraat werd doorzeefd met 20 mm granaten en inslagen van boordmitrailleurs. In de muur van het hoekhuis aan de Florisstraat werden eveneens inslagen aangetroffen. De schade is weergegeven in de onderstaande afbeeldingen, afkomstig uit het Nationaal Archief.
5
General Purpose bommen waren brisantbommen voor algemeen gebruik.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 52 van 188
Figuur 51: Afgebrande gashouders (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_54008087_01)
Figuur 52: Kogel- en granaatinslagen op het schip op het Spaarne (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NLHlmNHA_Hrlm_20870).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 53 van 188
Figuur 53: Kogel- en granaatinslagen in het hoekhuis Floresstraat-Spaarndamseweg (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_Hrlm_20871).
De informatie uit Zonder Waarschuwing wordt bevestigd in archiefstukken uit het archief van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst en gegevens afkomstig uit het NIMH (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539 en NIMH, Collectie 400). In Zonder Waarschuwing wordt vermeld dat de beschieting werd uitgevoerd door een Britse Hurricane jachtbommenwerper van 253 Squadron van Fighter Command, die een patrouille langs de Britse kust als missie had. De piloot vond dit echter niet spannend genoeg, en besloot op eigen houtje richting Nederland te vliegen en doelen aan te vallen. Deze informatie wordt bevestigd in de ORB van het desbetreffende squadron (zie bijlage 6). In Figuur 54 is een uitsnede van de desbetreffende ORB weergegeven.
Figuur 54: Uitsnede van de ORB van het 253e squadron (Bron: TNA, AIR 27/1511).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal blijkt dat twee gashouders, een binnenvaartschip en een woning op de hoek Spaarndamsestraat – Floresstraat zijn getroffen. Deze locaties zijn weergegeven in Figuur 55.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 54 van 188
Figuur 55: Getroffen locaties op de geallieerde stafkaart.
Hawker Hurricane jachtvliegtuigen beschikten over boordkanonnen van het kaliber 20 mm en boordmitrailleurs van het kaliber .303. De verschoten kogels uit boordmitrailleurs bevatten geen explosieve inhoud, en vormen geen risico. Achtergebleven blindgangers van 20 mm granaten vormen echter wel een risico. Om die reden wordt naar aanleiding van mogelijk achtergebleven 20 mm granaten een tweetal NGE-Risicogebieden afgebakend. Voor een beschieting met boordwapens zijn geen richtlijnen opgenomen in het WSCS-OCE. Om die reden wordt situationeel een NGE-Risicogebied afgebakend. Omdat de vliegrichting van de Hurricane tijdens de aanval bekend was, wordt rond de getroffen locaties een NGE-Risicogebied afgebakend van 50 meter aan weerszijden en 100 meter aan de voor en achterzijde van de getroffen doelen afgebakend, in de lengte van de vliegrichting. 6 De NGERisicogebieden zijn weergegeven in Figuur 56.
6 Aanvallen met boordwapens worden nader toegelicht in paragraaf 3.3.2.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 55 van 188
Figuur 56: NGE-Risicogebieden geschutmunitie 20 mm.
Conclusie Naar aanleiding van de aanval op de gashouders en het binnenvaartschip worden twee NGERisicogebieden afgebakend, waarbinnen mogelijk NGE van 20 mm geschutmunitie is achtergebleven. 4.3.2 Aanval op de Gasfabriek, 22 september 1942 Op 22 september 1942 werden Britse Mosquito-bommenwerpers van 105 Squadron uitgestuurd voor een aanval op de hoogovens van IJmuiden. In de ochtend werden drie Mosquito’s uitgestuurd, evenals drie in de middag. Om 10.16 uur stegen de eerste drie Mosquito’s op. Van deze Mosquito’s bombardeerden er twee per abuis Haarlem, terwijl alleen de derde Mosquito IJmuiden aanviel. De aanval werd vanaf een hoogte van dertig meter uitgevoerd. De tweede aanval op IJmuiden vond ’s middags plaats. Bij deze aanval wisten de drie Mosquito’s allemaal IJmuiden te treffen. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA pp. 74-76 en ZWA 1, p. 407 en HUU, p. 215). Deze informatie komt ook naar voren in archiefstukken van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst en van de Duitse autoriteiten in Nederland (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539 en NIMH, Collectie 400). De bommen vielen op het terrein van de Gasfabriek en van de Centrale Werkplaats. Dit archief meldt echter een aanval door drie vliegtuigen. Dit is niet verwonderlijk, aangezien de drie vliegtuigen in één groep over Haarlem vlogen.
Er wordt in dit rapport geen exact aantal afgeworpen bommen gemeld. Wel werd melding gemaakt van een drietal blindgangers. Deze drie blindgangers staan ook op de bommenkaart weergegeven, evenals een drietal gedetoneerde brisantbommen. De locaties op de bommenkaart komen overeen met de genoemde locaties in het gemeentearchief.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 56 van 188
Figuur 57: Bominslagen van 22 september 1942 op de bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
In de Operations Record Books (zie bijlage 6) wordt ook vermeld dat twee Mosquito’s Haarlem per abuis aanvielen. De twee Mosquito’s wierpen in totaal acht bommen van 500 lbs G.P. af. Een uitsnede van de ORB is weergegeven in Figuur 58.
Figuur 58: Uitsnede van de ORB van 22 september 1942 (Bron: TNA, AIR 24/247).
Ook de ORB van het 105e Squadron meldt de aanval op Haarlem:
Figuur 59: Uitsnede van de ORB van het 105e Squadron (Bron: TNA, AIR 27/826).
Ook uit de laadlijst van de vliegtuigen blijkt dat de toestellen beladen waren met ieder vier bommen van 500 lbs, met een tijdvertraging van 11 seconden. Geconcludeerd wordt dat de vliegtuigen in totaal acht bommen afwierpen. In het geraadpleegde archiefmateriaal en de literatuur komt het aantal inslagen niet naar voren, hoewel de bommenkaart hier accuraat lijkt met betrekking tot de locaties waar bommen insloegen. Op de bommenkaart worden slechts zes inslagen weergegeven, geconcentreerd op twee locaties: de Gasfabriek en de Centrale Werkplaats. Op beide locaties worden drie inslagen weergegeven. Van twee vliegtuigbommen is dus niet bekend waar deze zijn neergekomen en/of deze zijn gedetoneerd.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 57 van 188
Naar aanleiding van het bombardement op 22 september 1942 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen mogelijk blindgangers van 500 lbs vliegtuigbommen zijn achtergebleven. Omdat het bombardement van zeer geringe hoogte is uitgevoerd, wordt geconcludeerd dat de bommen op korte afstand van elkaar zijn neergekomen. Dit komt overeen met de locaties van de bommen op de bommenkaart. De maximale afstand tussen twee inslagen is op de bommenkaart ca. 100 meter. Het NGE-Risicogebied wordt situationeel afgebakend op basis van de informatie uit het bronnenmateriaal. Het WSCS-OCE biedt immers geen richtlijnen voor het afbakenen van dit bombardement. De 100 meter afstand van de bommenkaart wordt als uitgangspunt genomen voor de afbakening. Aan deze 100 meter wordt een buffer ter ondervanging van de tweevoudige cartografische afwijking van dertig meter toegevoegd. Deze afwijking is veroorzaakt door het gegeven dat de kaart in de oorlog met de hand is vervaardigd. Daarnaast is deze kaart ingepast in het geografisch informatiesysteen (GIS), waarbij ook een afwijking kan optreden. Tot slot wordt een buffer van twintig meter toegevoegd ter ondervanging van de ondergrondse horizontale verplaatsing van het NGE. Er wordt een NGE-Risicogebied afgebakend van 150 meter rond de bekende bominslagen. Het NGERisicogebied is weergegeven in Figuur 60.
Figuur 60: NGE-Risicogebied naar aanleiding van het bombardement op 22 september 1942.
Conclusie Naar aanleiding van de aanval op 22 september 1942 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen NGE van afwerpmunitie van het kaliber 500 lbs G.P. kunnen zijn achtergebleven. 4.3.3 Aanval op de Gasfabriek, 27 oktober 1942 Een maand later, op 27 oktober 1942, werd de gasfabriek nogmaals per abuis aangevallen. Een Mosquito-bommenwerper van het 105e Squadron, gevlogen door pilot officer Bill Blessing, dacht de gasfabriek van IJmuiden te hebben aangevallen. In werkelijkheid bombardeerde hij de gashouder van Haarlem met vier bommen van 500 lbs. Eén bom trof de portiersloge van de gasfabriek, waardoor grote schade ontstond aan de gasfabriek. Twee bommen troffen de panden Harmenjansstraat 19 en 49. De
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 58 van 188
vierde bom schoot door het dak van de machinefabriek ‘Figee’. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA pp. 77-78, ZWA 1, p. 416). Ook in het archief van de Luchtbeschermingsdienst van Haarlem worden vier bominslagen vermeld (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539). De bommen waren door één of meer Engelse vliegtuigen afgeworpen om 18.55 uur. Een uitsnede van het archiefstuk is weergegeven in Figuur 61.
Figuur 61: Uitsnede proces-verbaal van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (Bron: NHA, Toegang 1539)
Op de bommenkaart worden deze bominslagen ook vermeld, op de locaties die worden vermeld in het overige geraadpleegde bronnenmateriaal. De bommen staan als gedetoneerd aangegeven. In de onderstaande figuur zijn de bominslagen van 27 oktober 1942 op de bommenkaart met rood omcirkeld.
Figuur 62: Bominslagen van 27 oktober 1942 op de bommenkaart (Bron: Beeldbank NHA).
Ook uit de ORB’s blijkt dat er een gashouder werd aangevallen door een Mosquito van 105 Squadron (zie bijlage 6). Zoals reeds vermeld in de literatuur blijkt ook uit de ORB dat de piloot dacht IJmuiden aan te vallen. Uit de laadlijst blijkt dat het vliegtuig in kwestie vier bommen van 500 lbs met een vertraging van 11 seconden vervoerde.
Figuur 63: Uitsnede van de ORB van 105 squadron (Bron: TNA, AIR 27/826).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 59 van 188
Het geraadpleegde bronnenmateriaal duidt op vier afgeworpen bommen van het kaliber 500 lbs, die allemaal gedetoneerd zijn. Om deze reden wordt naar aanleiding van de aanval op 27 oktober 1942 geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van het bombardement op 27 oktober 1942 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.3.4 Bombardement op Droste en Figee, 8 december 1942 Op 8 december 1942 werd een Mosquito lichte bommenwerper uitgestuurd voor een aanval op de hoogovens in IJmuiden. Om 12.43 uur bombardeerde het vliegtuig het doel vanaf een hoogte van dertig meter. Door een navigatiefout bleek het echter niet het correcte doel te zijn: de Droste chocoladefabriek en de Figee machinefabriek in Haarlem werden getroffen. Drie bommen detoneerden en veroorzaakten grote schade. Omdat men dacht dat ook in het Spaarne bommen waren gevallen, werd het Spaarne enige tijd voor scheepvaartverkeer gesloten. Er werd echter niets gevonden. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA, pp. 80-82, TEM, p. 156 en ZWA 1, p.440). Ook in archiefstukken van de luchtbeschermingsdienst wordt het bombardement vermeld (NHA, Toegang 1539). In het archief van de luchtbeschermingsdienst staat beschreven dat drie Engelse vliegtuigen om 12.44 uur bommen afwierpen op de fabrieken van Droste en Figee.
In de fabriek van Droste sloeg een bom door drie verdiepingen heen en veroorzaakte bij detonatie grote schade. Bij de firma Figee vielen twee bommen, waarvan één op het kantoorgebouw en één op een stuk weiland in de nabijheid. De luchtbeschermingsdienst ontving kort na het bombardement tevens een melding dat vier bommen in het Spaarne zouden zijn gevallen. De inslaglocaties zoals vermeld door de luchtbeschermingsdienst zijn op de Haarlemse bommenkaart aangegeven met de nummers 87 tot en met 93 (zie onderstaande figuur). De bommen in het Spaarne zijn als blindgangers (gele cirkels zonder streepjes) op de bommenkaart genoteerd.
Figuur 64: Bominslagen op 8 december 1942 op de Haarlemse bommenkaart (rood omcirkeld, Bron: Beeldbank NHA).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 60 van 188
Het bombardement komt tevens naar voren in het archief van Droste's Cacao- en Chocoladefabrieken (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1353, inventaris 325). In dit archief is een ooggetuigenverslag opgenomen van het bombardement, opgesteld in 1989. Uit het ooggetuigenverslag bleek dat de fabriek van Droste door één bom werd getroffen, terwijl de overige bommen in het water en op de fabriek van Figee neerkwamen. In het ooggetuigenverslag wordt tevens vermeld dat er na de oorlog door duikers in het Spaarne is gezocht naar blindgangers. Deze werden echter niet gevonden. Een uitsnede van het ooggetuigenverslag is opgenomen in onderstaande figuur.
Figuur 65: Uitsnede van het ooggetuigenverslag (Bron: NHA, Toegang 1353, inventaris 325).
Ook in de ORB’s van de Engelse luchtmacht wordt het bombardement vermeld. Uit deze bombardementsgegevens (zie bijlage 6) blijkt dat een Mosquito bommenwerper van het 105e Squadron per abuis een kleine fabriek in Haarlem aanviel met vier bommen van het kaliber 500 lbs met een vertraagde ontsteker. De tijd zoals vermeld in de ORB (12.43 uur) komt vrijwel exact overeen met het vermelde tijdstip in het archief van de luchtbeschermingsdienst. Uit de ORB’s blijkt dat slechts één bommenwerper de aanval uitvoerde. Een uitsnede van de ORB is in onderstaande figuur weergegeven.
Figuur 66: Uitsnede van de ORB in kwestie (Bron: TNA, AIR 27/826).
Een bombardementsanalyse van de luchtaanval op Haarlem is aangetroffen in de National Archives and Record Administration in Washington D.C. (zie bijlage 7). Uit deze analyse blijkt ook dat het ging om vier afgeworpen bommen van 500 lbs door één enkele Mosquito jachtbommenwerper. Bij de bombardementsanalyse is een zogenaamde Strike Photo gevoegd, genomen van geringe hoogte door het aanvallende vliegtuig. Hierop is een bominslag in de fabriek van Droste zichtbaar. De foto en de analyse zijn weergegeven in Figuur 67 en Figuur 68.
Figuur 67: Bombardementsanalyse door de Britse inlichtingendienst (Bron: NARA, RG243).
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 61 van 188
Figuur 68: Bominslag op de Drostefabriek, 8 december 1942, aangegeven met de letter ‘A’ (bron: NARA, RG243).
In het geraadpleegde bronnenmateriaal wordt vermeld dat het om één Mosquito bommenwerper ging, die vier bommen van het kaliber 500 lbs afwierp. Het archief van de luchtbeschermingsdienst is een uitzondering, aangezien hierin wordt vermeld dat het om drie vliegtuigen ging. In het archief van de luchtbeschermingsdienst en op de bommenkaart staan daarnaast zeven bominslagen vermeld, waarvan vier in het Spaarne. De Mosquito bommenwerper was slechts met vier bommen bewapend, waardoor zeven bominslagen niet mogelijk zijn. De luchtbeschermingsdienst was zelf geen getuige van de vier inslagen in het Spaarne, maar ontving hier een melding van. Onderzoek door duikers na de oorlog leverde geen bewijs over de vier bommen in het Spaarne. Geconcludeerd wordt dat de vier bommen in het Spaarne in werkelijkheid nooit zijn neergekomen. De drie detonaties op de fabrieken van Droste en van Figee kunnen wel worden bevestigd aan de hand van het beschikbare feitelijke bronnenmateriaal. Hieruit wordt geconcludeerd dat van één bom onbekend is of deze is gedetoneerd. Het inslagpatroon van de drie gedetoneerde bommen zoals weergegeven op de bommenkaart in combinatie met de foto genomen vanuit het vliegtuig (zie Figuur
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 62 van 188
68) wijst uit dat het vliegtuig van zuidwestelijke naar noordoostelijke richting vloog. De vliegrichting en de drie geverifieerde detonaties zijn weergegeven in Figuur 69.
Figuur 69: De vliegrichting van de Mosquito jachtbommenwerper (blauwe pijl).
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal komen slechts drie gedetoneerde brisantbommen naar voren, terwijl in werkelijkheid vier bommen zijn afgeworpen. Deze constatering is aanleiding voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied, waarbinnen mogelijk een blindganger van een brisantbom van het kaliber 500 lbs aanwezig kan zijn. Het WSCS-OCE biedt geen richtlijnen voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied naar aanleiding van dit bombardement. De richtlijn ‘duikbombardement op zgn. Pin Point Target’ kan niet worden toegepast, omdat het geen duikbombardement betrof. Krateranalyse is niet mogelijk. De eerst beschikbare luchtfoto van na het bombardement (d.d. 20 december 1942) is geraadpleegd, maar deze dekt het gebied slechts gedeeltelijk. Een volledig dekkende luchtfoto van deze datum is niet aangetroffen. Daarnaast is de foto van matige kwaliteit. Het gegeven dat het gebied bebouwd was, maakt krateranalyse verder onmogelijk. Een uitsnede van de luchtfoto is weergegeven in onderstaande figuur.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 63 van 188
Figuur 70: Luchtfoto d.d. 20 december 1942 met detailuitsnede. De locatie van de twee noordelijke bommen worden niet gedekt door de luchtfoto.
De bekende bominslagen en de uit de Strike Photo gebleken vliegrichting van de Mosquito worden als basis genomen voor het afbakenen van een NGE-Risicogebied. Over de lengte van de vliegrichting wordt een NGE-Risicogebied afgebakend met een breedte van dertig meter en een lengte van 200 meter aan de uiteinden. Deze 200 meter wordt gemotiveerd aan de hand van de gemiddelde afstand tussen de drie bekende inslagen. Aan deze dertig meter wordt een buffer ter ondervanging van de tweevoudige cartografische afwijking van dertig meter toegevoegd. Deze afwijking is veroorzaakt door het gegeven dat de kaart in de oorlog met de hand is vervaardigd. Daarnaast is deze kaart ingepast in het Geografisch Informatiesysteem (GIS), waarbij ook een afwijking kan optreden. Tot slot wordt een buffer van 20 meter toegevoegd ter ondervanging van de ondergrondse horizontale verplaatsing van het NGE. Het NGE-Risicogebied is weergegeven in Figuur 71.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 64 van 188
Figuur 71: NGE-Risicogebied bombardement 8 december 1942.
Conclusie Naar aanleiding van het bombardement van 8 december 1942 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend, waarbinnen een blindganger van het kaliber 500 lbs G.P. in de (water)bodem kan zijn achtergebleven. 4.4
BESCHIETINGEN EN EEN RAMPZALIG BOMBARDEMENT, 1943
In 1943 vonden twee beschietingen plaats, waarbij schepen en het marinehospitaal in Overveen het doelwit waren. De gebeurtenis in april was meer in het oog springend: een zwaar bombardement op de Centrale Werkplaats miste het doel volledig. Tientallen mensen vonden de dood, tientallen anderen raakten gewond. De schade was aanzienlijk. De gebeurtenissen in het jaar 1943 worden in deze paragraaf beoordeeld en geëvalueerd. 4.4.1 Beschieting op de scheepswerf bij Spaarndam, 10 april 1943 Op 10 april 1943 om 11.05 uur schoten Engelse vliegtuigen op een scheepswerf nabij Spaarnbij, gelegen buiten de gemeente Haarlem. In de gemeente Haarlem werd geen schade gerapporteerd. Dit blijkt uit archiefstukken van de Haarlemse luchtbeschermingsdienst (zie bijlage 4: NHA, Toegang 1539). In het boek En nooit was het stil (zie bijlage 3: ZWA 1, p. 489) wordt omschreven dat de beschieting werd uitgevoerd door Britse Typhoon jachtbommenwerpers van 56 Squadron. De beschoten scheepswerf was de Scheepswerf Stapel N.V., net ten oosten van de gemeentegrens van Haarlem. Deze scheepswerf werd in 1996 gesloten.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 65 van 188
Figuur 72: Scheepswerf Stapel N.V. op de geallieerde stafkaart.
Uit de ORB’s van 56 Squadron (zie bijlage 6) blijkt dat deze vliegtuigen een Rhubarb uitvoerden. Bij dit type missie vlogen Britse vliegtuigen op geringe hoogte over bezet gebied om zo veel mogelijk doelen te treffen. De Typhoons vlogen bij Noordwijk Nederland binnen, vlogen een rondje rond Leiden en gingen vervolgens noordwaarts over Haarlem. Tijdens deze operatie beschoten de Typhoons 3 treinen, een loods, een sleepboot, zeven duwbakken en een vissersboot. Het rapport van de luchtbeschermingsdienst meldt dat er geen schade in de gemeente Haarlem werd veroorzaakt. Daarnaast lag het doelwit buiten de gemeente Haarlem. Om deze redenen wordt naar aanleiding van deze beschieting geen NGE-Risicogebied afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van de beschieting van de scheepswerf op 10 april 1943 wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend. 4.4.2 Bombardement op de Amsterdamse Buurt, 16 april 1943 Op 16 april 1943 werden twaalf Lockheed Ventura-bommenwerpers van 487 Squadron uitgestuurd voor een bombardement op de Centrale Werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen in Haarlem. Verkenningsvliegtuigen hadden eerder die dag al de weersomstandigheden verkend en de windrichting gemeten, zodat de bommenrichters hiermee rekening konden houden bij het instellen van hun bomvizieren. Met enkele uren vertraging stegen de Lockheed Ventura-bommenwerpers om 18.25 uur op.
De totale bommenlast bedroeg 27 bommen van 500 lbs, 42 van 250 lbs en 112 brandbommen van 30 lbs. Tegen 19.30 uur zetten de Ventura’s de bomb run in van noordwest-zuidoostelijke richting. Tijdens deze bomb run verloor één bommenwerper vroegtijdig een container met brandbommen. De overige bommen werden om 19.28 uur afgeworpen op het doel. In de uren vertraging die de toestellen op hadden gelopen, bleek de windrichting te zijn veranderd. De bomvizieren waren hier niet op ingesteld. De gevolgen waren fataal. De volledige bommenlast miste de Centrale Werkplaats en kwam neer op de Amsterdamse Buurt. De vroegtijdig afgeworpen container met brandbommen trok een spoor van vernieling in het stadscentrum. De bommen op de Amsterdamse
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 66 van 188
Buurt verwoesten een groot deel van de wijk, waardoor tientallen huizen werden verwoest of beschadigd. 85 burgers vonden de dood en 160 raakten gewond. Dit blijkt uit de geraadpleegde literatuur (zie bijlage 3: MAA pp. 90-98, ZWA 1 p. 491, TEM p. 156, HUU P.p. 249, MID p. 377 en NIJ p. 190). De Beeldbank van het Noord-Hollands Archief beschikt over een uitgebreide collectie foto’s van na het bombardement. Enkele foto’s zijn in onderstaande figuren weergegeven.
Figuur 73: Verwoesting in de Amsterdamse Buurt (Bron: Beeldbank NHA, fotonr. NL-HlmNHA_54047389_01).