20230859597 2 Bijlage 1 Evaluatie pilot inzet Haarlemse bomen na kap
Tekst van het document
Memo
Onderwerp
Pilot inzet Haarlemse bomen na kap
Afdeling
BBOR / PCM
Auteur
Marie-Thérèse Tetteroo-Mathijsen
Vooroverleg met
Marjolein Bekkers, Arthur Verdaasdonk (Spaarnelanden), Isabelle Wisse (Haarlems Hout), Ron de Kooker, Khalid Ziani, Walter Vroom, Djorn Noordman (gemeente Haarlem)
Inleiding De ambitie van de gemeente Haarlem is om in 2040 een circulaire stad te zijn. Om tot een circulaire economie te komen moeten er manieren worden gevonden om de waarde van grondstoffen zoveel mogelijk te behouden tijdens de gehele levensloop van een product: van ontwerp tot afdanking. Hiervoor is een circulaire verwerkingsladder (ook wel R-ladder) ontworpen die weergeeft welke strategie de voorkeur verdient boven andere. Verschillende organisaties, waaronder het Planbureau voor de Figuur 1 De R-ladder Leefomgeving (PBL) en de rijksoverheid werken met R-ladders. Hoe hoger een strategie op deze ladder staat, hoe meer die bijdraagt aan een circulaire economie. Bovenaan staan principes als verminderen van gebruik, het efficiënter inzetten van producten of het hergebruiken van producten. Onderaan de ladder staan afvalverbranding voor energieopwekking en recycling. De ambitie van Haarlem loopt vooruit op die van het rijk en daarom is een versnelling nodig naar de toepassing van de circulaire principes. Dat betekent minder gebruik van grondstoffen, levensduur of gebruik verlengen en hergebruik van reststromen. Een van die reststromen is gekapt hout. De gemeente is daarom samen met Spaarnelanden en Haarlems Hout in januari 2022 in gesprek gegaan over de mogelijkheden voor hoogwaardige inzet van Haarlemse bomen na kap.
Daarbij is een onderscheid aangebracht op 2 punten: 1) Kijken naar wat er mogelijk is binnen bestaande contractafspraken (DDO) 2) Kijken naar toekomst om beter in nieuwe contracten mee te nemen (DBC)
1/6
Vanuit de ambitie circulair in 2040, is voor het eerste punt, een pilot gestart om ervaring op te doen om het vrijkomende hout na kap hoogwaardig en lokaal te hergebruiken. Het tweede punt is meegenomen in de contractonderhandelingen tussen de gemeente en Spaarnelanden. Uitgangspunten pilot De pilot is gestart in januari 2022. De uitgangspunten die in januari 2022 voor de pilot zijn afgesproken, waren dat de gemeente Haarlem ervaring op wil doen om hoogwaardige inzet van restmaterialen, waaronder vrijgekomen hout na kap, mogelijk te maken. Per kwartaal zouden ongeveer 10 bomen voor de pilot beschikbaar gesteld worden. De 10 pilotbomen zouden tegen een symbolisch bedrag door Haarlems Hout overgenomen kunnen worden. Spaarnelanden of de onderaannemer zou na kap de bomen afleveren bij windmolen de Eenhoorn. Deze zaagt 1x in de week op zaterdag en kan maximaal 10 bomen per keer verwerken. Vanwege beperkte opslag bij de molen zou Spaarnelanden of de onderaannemer, de pilotbomen op een bepaalde wijze bij de molen plaatsen. Na het zagen zou Haarlems Hout voor het wegtransport naar de locatie van Haarlems Hout op de Kweektuin zorgen en het hout daar verwerken. Huidige situatie Jaarlijks worden er om uiteenlopende redenen gemeentelijke bomen gekapt in Haarlem.
In deze pilot en evaluatie wordt alleen ingegaan op de bomen die Spaarnelanden vanuit het dagelijks beheer en onderhoudscontract kap. Voor deze kap wordt een kaplijst opgesteld, worden in sommige gevallen collegebesluiten opgesteld en worden vergunningen voor de kap aangevraagd. Het kaphout valt op dit moment vrij aan een onderaannemer van Spaarnelanden die de kapwerkzaamheden uitvoert, waardoor Spaarnelanden een korting op de contractprijs van de onderaannemer ontvangt. Het contract van Spaarnelanden met de onderaannemer loopt tot 2026. Geschikt stamhout door de onderaannemer gebruikt om buitenbanken of boompalen van te maken. Daarnaast wordt een deel doorverkocht aan de meubelindustrie, of aan een handelaar om platen of fineer van te maken. Het materiaal wat niet geschikt is voor deze toepassingen, wordt als snippermateriaal in Haarlem ingebracht of als biomassa/compost aan de markt aangeboden. Volgens het contract tussen de gemeente en Spaarnelanden houdt Spaarnelanden een overzicht bij van alle vrijgekomen materialen en het deel dat daarvan herbruikbaar is, zodat gemonitord kan worden welke stappen richting circulair 2040, worden gemaakt. Een kwart van de bomen is geschikt om verzaagd te kunnen worden tot planken en balken (halffabricaat). De resterende 75% is te rot, te smal of te krom en niet geschikt om te verzagen.
In 2022 ging het om een stroom van: Hout Vrijkomend stamhout t.b.v. hergebruik nieuw meubilair/producten Vrijkomend stamhout als afscheidingsmateriaal Vrijkomend snipperafval hergebruik in Haarlem Vrijkomend snipperafval biomassa/compost
Tonnages 60 15 40 120
2/6
Deelnemers & rollen De deelnemende partijen aan de pilot waren de gemeente Haarlem, Spaarnelanden en Haarlems Hout. Elke partij speelt een belangrijke rol in de pilot en heeft een eigen ambitie bij de inzet van Haarlemse bomen na kap. Gemeente Haarlem De ambitie van Haarlem is om in 2040 een circulaire stad te zijn. De gemeente heeft invloed op de werkwijze van uitvoeringsorganisaties als Spaarnelanden. Als eigenaar van de reststroom kaphout, wil de gemeente deze ambitie en ketenverantwoordelijkheid op elkaar laten aansluiten. Haarlems Hout Haarlems Hout verwerkt Haarlemse stadsbomen zo lokaal en duurzaam mogelijk tot tafels, banken, bureau- en aanrechtbladen, wandplanken, boekenplanken, snijplanken en meer. Daarom wordt vooral hout uit Haarlem en omgeving verwerkt, worden bomen het liefst bij de Haarlemse houtzaagmolen De Eenhoorn (en bij gebrek aan capaciteit op de molen op andere locaties in Haarlem) verzaagd en worden planken in de zelfgemaakte droogkamer of in de kas op de Haarlemmer Kweektuin gedroogd. In de winkel op de Haarlemmer Kweektuin wordt een grote verscheidenheid aan snijplanken, serveerplanken, kaasplankjes en tapasplanken aangeboden, waar de herkomst van het hout in is gegraveerd. Spaarnelanden Spaarnelanden is uitvoerend partner van de gemeente Haarlem en draagt vanuit die rol bij aan de doelstellingen van de gemeente.
De gemeente Haarlem is voor 90% aandeelhouder. De missie van Spaarnelanden is er op gericht om een fijne en duurzame leefomgeving te creëren, vandaag en in de toekomst. De visie van Spaarnelanden spreekt er daarom van dat verduurzaming op nummer 1 staat. Er wordt continu aan de verduurzaming gewerkt van alles wat er gebeurt binnen het bedrijf. Daarbij gaat het om activiteiten in de volgende domeinen: Afval en Reiniging, Groen en Spelen, Parkeren, Coördinatie Meldingen, Verhardingen en Wagenpark. Evaluatie In februari 2023 zijn de deelnemende partijen bij elkaar gekomen om de ervaringen die zijn opgedaan in 2022 met elkaar te bespreken. In de evaluatie is de keten van kap tot eindproduct gesplitst in een aantal fasen in het verwerkingsproces. Bij elke fase hoort een locatie waar activiteiten plaatsvinden: 1. Kap - locatie waar kap plaatsvindt en ook het selectieproces kan plaatsvinden om hout dat geschikt is voor verdere hoogwaardige verwerking te markeren 2. Opslag - locatie waar het vrijgekomen hout kan worden opgeslagen voordat het wordt verzaagd 3. Verzagen - locatie waar het hout in de juiste afmetingen voor verdere verwerking verzaagd kan worden 4. Drogen - locatie waar het gezaagde hout kan worden gedroogd voordat het tot het eindproduct verwerkt kan worden 5. Verwerking - locatie waar het gedroogde hout verwerkt wordt tot het eindproduct
3/6
Per fase is hieronder een omschrijving opgenomen van de knelpunten en kansen uit de ervaringen van 2022: 1. Kap Knelpunten De kaplijst wordt in het 2e kwartaal van een jaar opgesteld en volgt een zorgvuldig proces via advisering van Platform Groen, collegebesluiten en vergunningaanvragen. Afhankelijk van de doorlooptijd wordt de kaplijst in het derde of vierde kwartaal definitief. De pilot startte in het eerste kwartaal van 2022 en in eerste instantie was er daardoor sprake van een beperkt aanbod aan vrijkomend hout. Om toch aan het aantal van 10 bomen per kwartaal te kunnen voldoen werden vervolgens aanvullende stromen, naast de kapwerkzaamheden in opdracht van Spaarnelanden, aangeboden aan Haarlems Hout. Deze aanvullende stroom bleek echter dermate omvangrijk dat het afgesproken aantal bomen voor het gehele jaar, soms in één keer aangeboden werd. Ook bleken partijen Haarlems Hout direct te benaderen vanuit projecten. Dit hoge aanbod bleek een uitdaging in de logistiek van de verdere verwerkingsketen. Het aanbod van het vrijkomende hout na kap, was dus niet constant en daardoor moeilijk te plannen. Kansen Kaplijsten kunnen een goed instrument zijn om op een gedoseerde wijze vrijkomend hout na kap aan te kunnen bieden. 2. Opslag Knelpunten De pilot startte met de opslag die bij windmolen de Eenhoorn geboden kon worden.
De Eenhoorn heeft echter een beperkte ruimte voor opslag (maximum van 10 bomen). Op het moment dat de stroom van het aangeboden vrijgekomen hout opliep, werd dit een knelpunt. Met het uitvallen van de zaagfunctie van de molen, verslechterde ook deze fase, omdat de beschikbare beperkte opslag niet langer de goede locatie kon zijn. Kansen Een opslaglocatie van een grotere omvang binnen Haarlem (of in de nabijheid van Haarlem), maakt het logistieke proces flexibeler en steviger. Het helpt daarnaast om het lokale karakter van hoogwaardige verwerking te versterken. 3. Verzagen Knelpunten Alle pijlen waren gericht op lokale duurzame verwerking bij windmolen de Eenhoorn. Dit leek de ideale situatie vanuit het oogpunt van duurzaamheid. Tegelijkertijd toont het uitvallen van de molen ook de kwetsbaarheid van de afhankelijkheid van één zaaglocatie. Naast de beperkte opslagcapaciteit van de Eenhoorn zou de beperkte zaagcapaciteit een tweede knelpunt opleveren bij het aanbieden van een groter aantal boomstammen. Wanneer operationeel, zaagt de molen slechts 1 keer in de week. Kansen Het lokale en duurzame karakter van de Eenhoorn is een uitgelezen voorbeeld van hoogwaardige verwerking. Gebruik van de Eenhoorn biedt kansen voor educatieve doelen en heeft een recreatieve
4/6
waarde. De inzet van een mobiele zaag vermindert de kwetsbaarheid van één lokale zaaglocatie, maar ook daar is een geschikte plek voor nodig. 4. Drogen Knelpunten De locatie van Haarlems Hout bij de Kweektuin kent een beperkte omvang. Er zijn beperkte uitbreidingsmogelijkheden van de droogcapaciteit mogelijk, maar voor werkelijke opschaling zou deze plek geen uitkomst bieden. Kansen De Kweektuin kent een grote aanloop en biedt onderdak aan meerdere ondernemers met een duurzame, lokale insteek. Het is een plek waar bewustwording rond de circulaire economie, duurzame energie en groen samenkomen. 5. Verwerking Knelpunten De verwerking van het gedroogde hout vindt plaats op de locatie van Haarlems Hout bij de Kweektuin. Afhankelijk van de werkzaamheden die horen bij de aanwezige hoeveelheid hout die gedroogd moet worden, is de werkplaats in gebruik. Bij grotere partijen hout, is niet de volledige verwerking op deze locatie mogelijk. Kansen In de werkplaats van Haarlems Hout op de Kweektuin worden meubels gemaakt, tafelbladen, planken en diverse andere producten. Vanwege de locatie gaat hier educatie en bewustwording van uit. Conclusie Het grootste knelpunt in de pilot bleek te zitten in het niet hebben van een opslaglocatie, anders dan de beperkte capaciteit bij Molen de Eenhoorn. Op het moment dat molen de Eenhoorn uit bedrijf raakte, stokte de gehele pilot.
Een mobiele zaag of een zaaglocatie buiten Haarlem had de zaagfunctie van de Eenhoorn over kunnen nemen, maar niet de opslagfunctie. Daarnaast bleek het, door het moment waarop de pilot startte, lastig om het aanbod van het vrijkomende hout te doseren. Om vrijkomend hout na kap op een goede manier aan de markt aan te kunnen bieden, zou aanbod en opslag door de gemeente en/of haar partners beter geborgd moeten zijn. Een deel van de knelpunten betreft ook de ‘marktzijde’ van de verwerking. De gemeente Haarlem ambieert vooralsnog niet om een eigen stadszagerij of verwerkingslocatie te ontwikkelen. Marktpartijen vervullen die rol in de keten. Op het moment dat het aanbod van het vrijkomende hout na kap groeit, is voldoende ruimte voor de verwerking (verzagen, drogen en verwerken) nodig. Aanbevelingen De pilot heeft laten zien dat de keten kwetsbaar is en dat deze geborgd moet zijn om met de inzet van vrijkomend hout echt een bijdrage te kunnen leveren aan de circulaire stad in 2040. Dit is een complex vraagstuk waarbij de omvang (vraag - aanbod), het schaalniveau (lokaal - regionaal), de
5/6
gehele logistieke keten (kap - eindproduct) en de regels en richtlijnen omtrent rollen en marktwerking (om staatssteun uit te sluiten en een eerlijk speelveld te creëren voor partijen die een rol spelen in de verwerkingsketen) betrokken dienen te worden. Daarom worden drie acties voor de komende periode voorzien: 1. Hanteren van de kaplijsten als instrument om lokaal kansen te blijven benutten voor de korte termijn. 2. Inzicht krijgen, via een proces van marktconsultatie, in de vraag vanuit de lokale markt om het aanbod van het vrijkomende hout hierop beter te kunnen laten aansluiten. En hierbij ook wet en regelgeving te betrekken om te onderzoeken wat mogelijk is. 3. Naast aandacht voor elementenverharding, maken we het vrijkomend hout na kap onderdeel van het proces om tot het groeiplan van de grondstoffenhub te komen om duurzame en waar mogelijk lokale verwerking van vrijkomend hout na kap verder te stimuleren. Hier zijn diverse methoden voor. Er zijn met vaste aannemers natuurlijk afspraken gemaakt over circulair gebruik van vrijkomende materialen. Ook de ervaringen uit Amsterdam en Utrecht met de inzet van vrijkomend hout na kap kunnen nuttige inzichten bieden.
6/6