20230835301 2 Bijlage 1 Verordening Bedrijven Investerings Zone Amsterdamstraat 2024-2028
Tekst van het document
Verordening Bedrijven Investering Zone Amsterdamstraat 2024-2028 De raad van de gemeente Haarlem; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de Wet op de Bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst van [datum] gesloten met de Vereniging BIZ Amsterdamstraat en het advies van de commissie Ontwikkeling; besluit vast te stellen de Verordening Bedrijven Investering Zone Amsterdamstraat 2024-2028.
Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: - bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is aangegeven op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart; - college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; - uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en de Vereniging BIZ Amsterdamstraat op [datum] gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; - wet: Wet op de Bedrijveninvesteringszones.
Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 2. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3. Belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 4. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt; 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het
deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld; c. als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3. Indien een belastingobject bij het begin van het kalenderjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen BIZ-bijdrage geheven van de eigenaar.
Artikel 5. Maatstaf van heffing De BIZ-bijdrage wordt geheven naar een vast bedrag per belastingobject.
Artikel 6. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond voor de land- of bosbouw, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als glasopstanden die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. belastingobjecten die naast delen die dienen tot woning bestaan uit delen die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; d. ongebouwde belastingobjecten die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928; e.
belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die worden beheerd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stelt; f. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. belastingobjecten die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; h. belastingobjecten die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als werken voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; i. belastingobjecten die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; j. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke
zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, trafo’s, hekken en palen; k. belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; l. belastingobjecten die naast delen die dienen tot woning uitsluitend bestemd zijn voor en in gebruik zijn als begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria. j. bouwterreinen, erven/tuinen bij een woning, overig ongebouwd, clubhuizen, crèches/peuterspeelzalen, speeltuinen, (medisch)dagverblijven, sociale werkvoorziening, kantoren, praktijk, opslag- en distributie ruimtes, fietsenstallingen, overig transport, sportterreinen en sport en recreatiecentra, onderwijs, ateliers/expositieruimtes.
Artikel 7. Tarief BIZ-bijdrage 1. Het tarief van de jaarlijkse BIZ-bijdrage bedraagt in 2024 €385,-. Hierna zal het bedrag ieder jaar worden geïndexeerd met 2%.
Artikel 8. Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. Ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,-- en minder is dan € 5.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso worden voldaan, moeten in afwijking van het eerste lid de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds één maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar vanaf 1 januari 2024 voor de belastingjaren 2024 tot en met 2028.
Artikel 11. Nadere regels door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZbijdrage.
Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12. Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidieverordening van de gemeente Haarlem niet van toepassing.
Artikel 13. Aanwijzing Vereniging
De Vereniging BIZ Amsterdamstraat wordt aangewezen als de vereniging bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.
Artikel 14. Subsidieverlening 1. De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de Vereniging BIZ Amsterdamstraat voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken. 2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen verminderd met de perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen zoals opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 15. Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de Vereniging BIZ Amsterdamstraat ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de Vereniging BIZ Amsterdamstraat gesloten uitvoeringsovereenkomst.
Artikel 16. Subsidievaststelling 1. De Vereniging BIZ Amsterdamstraat is verplicht om binnen drie maanden na afloop van het subsidiejaar de in de uitvoeringsovereenkomst opgenomen stukken te overleggen. 2. De subsidie wordt vastgesteld uiterlijk 13 weken na ontvangst van de in het voorgaande lid genoemde stukken.
Artikel 17. Melding van relevante wijzigingen De Vereniging BIZ Amsterdamstraat stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: - meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, - een wijziging van de statuten, - verandering of beëindiging van activiteiten.
Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 18. Intrekken oude verordening en overgangsrecht De Verordening BI-zone Amsterdamstraat 2019-2023 wordt ingetrokken op de datum van ingang van de heffing, bedoeld in artikel 19, tweede lid, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 19. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari2024.
Artikel 19. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Vaststelling Verordening Bedrijven Investering Zone Amsterdamstraat 2024-2028.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Bijlage 1: kaart als bedoeld in artikel 1 van deze verordening.