CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230644847 2 Bijlage 1: Rapport Passende logeerzorg, advies inkoop Wmo-logeerzorg in Zuid-Kennemerland en IJmond

commissie Samenleving 22 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Informatienota kanteling Kortdurend Verblijf6.208 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Passende logeerzorg Advies inkoop Wmo-logeerzorg in ZuidKennemerland en IJmond

Mia Dieters & Maud Pluijm

Contactgegevens 24 november, 2022

Mia Dieters mdieters@dsp-groep.nl 020 7059 373

Maud Pluijm mpluijm@dsp-groep.nl 020 625 75 37

Met medewerking van: Babette Beertema

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

2

Inhoud

1

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Vraag voor verkenning

5

1.3

Leeswijzer

5

2

Bestaande situatie

6

2.1

Vóór de pilot 2020

6

2.2

Huidige situatie

7

3

Gewenste situatie

11

3.1

Plaatsen: aantal en type

11

3.2

Condities voor slagen

12

3.3

Organisatie

14

4

Conclusies en advies voor inkoop

18

4.1

Conclusies

18

4.2

Advies voor inkoop

19

Bijlagen Bijlage: werkwijze

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

22

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In Nederland zorgen ongeveer 320.000 mantelzorgers voor mensen met dementie. . Door de vergrijzing hebben steeds meer mensen zorg nodig. De verwachting is dat de omvang van de groep ontvangers van mantelzorg onder de zelfstandig wonende 75 plussers tot 2040 met bijna 70 procent zal stijgen. Waar in 2018 tegenover elke oudere die mantelzorg ontvangt bijna 5 mantelzorgers stonden, zullen er in 2040 nog slechts 3 mantelzorgers per mantelzorg-ontvanger beschikbaar zijn. 1

Logeerzorg is een van de voorzieningen om mantelzorgers adempauze te geven. Hun naaste verblijft voor enkele dagen of weken elders met de benodigde zorg zodat de mantelzorger tot rust kan komen. Momenteel heeft gemeente Haarlem logeerzorg regionaal ingekocht samen met de gemeenten uit Zuid-Kennemerland2 en IJmond3. Uit signalen van mantelzorgorganisaties is in 2019 geconcludeerd dat er een tekort was aan plekken voor planbare logeerzorg. Daarnaast kwam uit een rapportage van de gemeente Haarlem naar voren dat er in de toekomst een toenemende behoefte is aan respijtzorg vanwege vergrijzing.

De gemeente Haarlem is daarom in 2020 een pilot logeerzorg gestart. Doel van deze pilot was meervoudig: Het realiseren van (in eerste instantie) twee toegankelijke, planbare logeerplekken, die het hele jaar door beschikbaar zijn. Het opdoen van ervaring met respijtzorg uit huis, door zorgorganisaties, verwijzers en cliënten/mantelzorgers. Het opdoen van kennis hoe respijtzorg in de toekomst optimaal te realiseren en uit te breiden.

Gemeente Haarlem heeft deze pilot in samenwerking met zorgaanbieders Kennemerhart en Zorgbalans en mantelzorgsteunpunt Tandem uitgevoerd. De pilot is geëvalueerd. Daarnaast is halverwege 2020 een tweede pilot gestart vanuit de zorgorganisaties om logeerzorg intern zo goed mogelijk te organiseren en de intake te beleggen bij de zorgorganisaties zelf in plaats van bij de gemeente. Als vervolg op deze pilots is in januari 2022 een project gestart in Zuid-Kennemerland waarbij de opdracht was om het aantal plekken voor logeerzorg uit te breiden naar zes tot acht plekken voor zowel geplande als ongeplande logeerzorg. De mantelzorgersteunpunten richten zich hierbij op de mantelzorger en het aanvragen van een Wmobeschikking en de keuze van de best passende plek voor de naaste. De zorgorganisaties richten zich hierbij op de naaste en de zorg die deze nodig heeft. Bij geplande logeerzorg wordt de Wmo-beschikking voorafgaand aan de logeeropname aangevraagd. In geval van ongeplande logeerzorg gebeurt dit achteraf. Kortom, logeerzorg in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond is nu volop in beweging.

1 Toekomstverkenningmantelzorg aan ouderen in 2040, Sociaal en Cultureel Planbureau (2019). 2

Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort.

3 Beverwijk, Heemskerk en Velsen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

4

1.2

Vraag voor verkenning Er lijkt vraag te zijn naar logeerzorg, maar in de praktijk wordt nog weinig gebruik gemaakt van de planbare logeerplekken. Bovendien wordt er vrijwel geen acute logeerzorg ingezet bij het plotseling uitvallen van de mantelzorgers, omdat de procedures van de Wmo mogelijk niet passen bij een acute behoefte. De huidige regionale overeenkomst met de gemeenten uit Zuid-Kennemerland en IJmond eindigt in 2022. Voor de voorbereiding op de inkoop van logeerzorg vanaf 2023 willen de regiogemeenten daarom meer inzicht in het volgende: Waarom blijft het gebruik van logeerzorg achter bij de eerder gesignaleerde behoefte? Wat is de behoefte aan logeerzorg in de regio Zuid-Kennemerland en IJmond? Hoe kan de inrichting van logeerzorg beter aansluiten op die behoefte voor de inkoop vanaf 2023?

Dit zijn tevens de vragen voor deze verkenning. De uitkomsten geven de regiogemeenten handvatten voor de inkoop, financiering en organisatie van logeerzorg vanaf 2023.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van logeerzorg in de regio weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt de behoefte en gewenste situatie geschetst. Hoofdstuk 4 bevat de conclusies en een advies voor de inkoop van logeerzorg van 2023. In de bijlage is de werkwijze toegelicht.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

5

2

Bestaande situatie Voor het schetsen van de bestaande situatie hebben we een korte documentenanalyse uitgevoerd om zicht te krijgen op het bestaande aanbod voor logeerzorg. Ook hebben we gesproken met stakeholders, zoals projectleiders van de pilots, zorgaanbieders, een mantelzorgsteunpunt, participatieraden en het zorgkantoor.

2.1

Vóór de pilot 2020 Kortdurend Verblijf In het aanbestedingsdocument van 2018 staat logeerzorg als het product Kortdurend Verblijf vanuit de Wmo als volgt omschreven: “De cliënt wordt in een huiselijke omgeving logeeropvang geboden, bijvoorbeeld om de mantelzorger te ontlasten, waarbij toezicht en/of zorg noodzakelijk kan zijn. Het verblijf wordt in de regel geboden gedurende een korte, vooraf bepaalde, periode.”

Zoals beschreven in het aanbestedingsdocument is Kortdurend verblijf bedoeld voor mensen met een beperking als gevolg van het ouder worden, een psychosociale of psychiatrische problematiek, een verstandelijke beperking of met een lichamelijke/zintuigelijke beperking of chronische ziekte.

Bij de regionale aanbesteding is het product aangekocht; er zijn geen afspraken over het aantal plaatsen gemaakt en er is geen onderscheid tussen spoed, acuut of geplande zorg gemaakt. In de pilot acute respijtzorg 2022 Zuid-Kennemerland wordt wel onderscheid tussen deze drie vormen van kortdurend verblijf gemaakt. In paragraaf 2.2 wordt hier verder op ingegaan.

Vormen van kortdurend verblijf Kortdurend verblijf wordt aangeboden als een maatwerkvoorziening waarbij toegang op basis van een gemeentelijke beschikking noodzakelijk is. Bij Kortdurend verblijf wordt onderscheid in intensiteit gemaakt met behulp van twee varianten: Basis: tijdens het verblijf wordt voorzien in de basale levensbehoeften en wordt ondersteuning geboden bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Plus: tijdens het verblijf wordt ook nog plus-ondersteuning en/of toezicht geboden die is gericht op:

DSP-groep

•

verzorging;

•

fysieke ondersteuning ter voorkoming van bijvoorbeeld vallen;

•

het voorkomen van escalatie van eventuele gedragsproblemen.

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

6

Reikwijdte ten opzichte van Zvw en Wlz4 Vanuit de Wmo is logeerzorg beschikbaar voor mensen vanaf 18+ met een ziekte of beperking waarvan de mantelzorger af en toe rust nodig heeft. Het bieden van Wmo-logeerzorg heeft raakvlakken met de zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Zvw: van de (landelijke) praktijk weten we dat veel logés in de thuissituatie al gebruik maken van wijkverpleging. Wijkverpleging is 'zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden' en vindt plaats in de eigen omgeving van de verzekerde. •

Een combinatie van Wmo-logeerzorg en Zvw-wijkverpleging is mogelijk. Logés nemen dan de wijkverpleging mee naar de logeervoorziening of zij vragen een nieuwe indicatie aan bij de zorgaanbieder in verband met de over te nemen zorg op de logeerzorgvoorziening. Dat vraagt om afspraken met de zorgaanbieders over het wel of niet overnemen van wijkverpleging. Voor verpleging en verzorging vanuit de Zvw is een indicatie van een wijkverpleegkundige nodig.

•

Vanuit Zvw is ook kortdurend verblijf mogelijk, gericht op de zorgvrager5: het eerstelijnsverblijf (Elv). Als een persoon om een medische reden tijdelijk niet thuis kan wonen, bijvoorbeeld na een operatie, dan kan deze naar een Elv-plek in een zorginstelling. De indicatie gaat via de huisarts. Een Elv- en logeerzorgplek zijn in zorginstellingen vaak gecombineerd. Dat wil zeggen, een plek die gebruikt wordt voor eerstelijnsverblijf kan ook voor logeerzorg worden ingezet (en vice versa).

Wlz: logeerzorg is ook vanuit de Wlz mogelijk, maar deze is uitsluitend voor de thuiswonende oudere met een Wlz-indicatie (pgb of volledig/ modulair pakket thuis) die blijvend is aangewezen op 24-uurs toezicht of zorg in de directe nabijheid. Wlz- en Wmo-logeerzorg kunnen niet gecombineerd worden en zijn dus gescheiden circuits, maar kunnen wel op dezelfde logeerzorgvoorziening (verpleeghuis) worden aangeboden.

2.2

Huidige situatie Pilot acute respijtzorg 2022 Zuid-Kennemerland Sinds 1 juni 2022 is in de regio Zuid-Kennemerland de pilot acute respijtzorg gestart. In deze pilot kunnen vier zorgorganisaties cliënten opnemen voor zowel acute als geplande logeerzorg.

Zorgorganisatie6

Locatie en aantal plaatsen

Zorggroep Reinalda

Haarlem: Reinaldahuis (2)

Sint Jacob

Haarlem: Nieuw Delftweide (1) en Schalkweide (1)

Kennemerhart

Haarlem: Overspaarne (2)

Zorgbalans

IJmuiden: Breezicht (2)

4 Handreiking organiseren van logeerzorg voor ouderen, VWS (2021). 5 Dit in tegenstelling tot een logeerplek, waar de zorgvrager gaat logeren om juist de mantelzorger te ontlasten (vanwege diverse

redenen, bijvoorbeeld omdat de mantelzorger op vakantie gaat of in het ziekenhuis is opgenomen). 6 Reinalda en Kennemerhart zijn sinds 1 juli 2022 gefuseerd en verder gegaan onder Kennemerhart.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

7

In de pilot wordt onderscheid gemaakt tussen geplande, spoed en acute logeerzorg: Geplande logeerzorg wordt ruim van tevoren aangevraagd, bijvoorbeeld omdat de mantelzorger dan op vakantie wil of tijd voor zichzelf nodig heeft. Spoed betekent logeeropvang binnen 2 weken, bijvoorbeeld vanwege een operatie van de mantelzorger op korte termijn. Acuut betekent per direct omdat de mantelzorger plotseling ‘uit valt’.

Toegang In de pilot geldt een versnelde toegang voor acute logeerzorg waarbij achteraf wordt gedeclareerd; een Wmobeschikking vooraf is dus niet nodig. Bureau Zorgbemiddeling van de zorgorganisaties neemt hierover contact op met Tandem of Socius. De gemeente Haarlem of Velsen geeft vervolgens de beschikking af. Voor de geplande logeerzorg is deze beschikking wel vooraf nodig, deze dient binnen twee weken te zijn geregeld. De aanmeldingen voor acute (en ook spoed-) respijtzorg worden in alle gevallen door een verwijzer, zoals een huisarts, gedaan via de CAZHEM-route7. Een 24-uurs triagist zorgt ervoor dat de acute logeerbedden alleen door de passende cliënten worden gebruikt.

Gebruik tot nu toe Wmo-aanvragen van logeerzorg (planbaar en spoed) geregistreerd door Tandem, januari 20228 – medio augustus 2022 Kenmerken Aantal aanvragen logeerzorg Aanleiding10

Herkomst zorgvragers

Voorkeurslocatie aanvragen

Omschrijving 36 vanuit Wmo (50 in totaal9) • Vakantie van mantelzorger (16) • Overbelasting van mantelzorger (17) • Ziekenhuisopname mantelzorger (5) Haarlem (18) Heemstede (5) Velserbroek (3) Zandvoort (3) Aerdenhout (1) Amsterdam (1) Bennebroek (1) IJmuiden (1) Overveen (1) Santpoort-Noord (1) IJmuiden: Breezicht (21) Haarlem: • Reinaldahuis (8) • Overspaarne (4) • Schalkweide (2) • Nieuw Delftweide (1)

7 Centraal Aanmeldpunt Zorginzet Haarlem En Meer. 8 De pilot is sinds 1 juni 2022 gestart, daarvoor werd al logeerzorg aangeboden in de regio. 9

12 aanvragen zijn gedaan vanuit de Wlz. Bij twee aanvragen staat niet beschreven om welke indicatie het gaat.

10 In sommige aanvragen zijn meerdere redenen opgegeven. Daarom ligt het totaal van het aantal redenen hoger dan 36.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

8

Kenmerken Zorgvraag

Omschrijving Somatische problematiek11 (19) Psychische problematiek12 (15) Ten gevolge van ouderdom13 (5) Gewenst aantal dagen (duur) Variërend van 4 dagen tot 6 weken. Minimum is 3 dagen en maximum 3 weken maar maatwerk is mogelijk. Meeste aanvragen betreffen 7-10 dagen. NB. De aanvragen voor acuut zijn niet meegenomen in deze verkenning; deze gaan via de zorgaanbieders.

We merken hierbij op dat uit het overzicht lijkt alsof er meer aanvragen vanuit de Wmo zijn dan vanuit de Wlz. De Wlz-aanvragen gaan via het Zorgkantoor en niet via een steunpunt dus waarschijnlijk staan niet alle Wlzaanvragen in het overzicht van Tandem.

Aantal afgegeven beschikkingen voor kortdurend verblijf, Zuid-Kennemerland en IJmond, 2019-202214 Jaar

Vorm

Haarlem

Zandvoort

Bloemendaal

Heemstede

Beverwijk

Heemskerk

Velsen

Totaal

2019

Basis

4

3

1

4

-

-

1

13

Plus

18

2

0

5

-

-

3

28

Basis

6

5

0

4

-

2

0

17

Plus

16

3

4

3

-

3

0

29

Basis

3

1

1

2

0

3

1

11

Plus

8

2

3

2

1

1

1

18

Basis

2

1

-

-

1

2

2

8

Plus

6

0

-

-

1

-

2

9

2020

2021

202215

Bovenstaand overzicht geeft alle beschikkingen voor kortdurend verblijf weer; dat kan voor ouderen met een beperking (door ouderdom) zijn en ook voor mensen met een verstandelijke beperking of GGZ-problematiek. Het aantal afgegeven beschikkingen in 2021 en 2022 is lager dan 2019 en 2020, zowel voor kortdurend verblijf basis als voor plus. Voor 2022 lijkt het er vooralsnog op dat de aantallen beschikkingen van 2019 niet overtroffen worden terwijl er 36 aanvragen zijn tot en met medio augustus.

Aanbod elders buiten de regio Tijdens het onderzoek zijn ook andere voorbeelden van logeerzorg binnen en buiten de regio naar voren gekomen, zoals het hospice in Beverwijk waar ook een logeervoorziening is. Ook zijn er net buiten de regio logeervoorzieningen: Respijthuis Alkmaar16 (Wmo, Wlz, pgb of particulier), Het Buitenhuis in Wijdewormer17 (Wmo, Wlz of particulier) en Warm Thuis18 (Wmo, Wlz, Zvw, pgb of particulier). Waar het Respijthuis Alkmaar er als een gewoon huis uitziet en daardoor een huiselijke sfeer biedt, ligt Het Buitenhuis in een landelijke omgeving wat zorgt voor een vakantiegevoel. Warm Thuis in Oterleek (Alkmaar) en Zuidermeer (Koggenland) 11 O.a. Parkinson, CVA, hartritmestoornissen en epilepsie. 12 O.a. Alzheimer en dementie. 13 O.a. valgevaar, steunkousen en ‘ouderdom’. 14 Het gaat hier om het totaal aantal beschikkingen, dit is dus niet specifiek voor ouderen. 15 De cijfers voor 2022 gelden tot augustus. 16 https://www.respijthuis-alkmaar.nl/ 17

https://www.buitenhuiswijdewormer.nl/

18 https://warmthuis.nl/logeerhuis/

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

9

heeft een logeerhuis specifiek gericht op mensen met dementie. Dit bevindt zich op een boerderij en wordt gezien als een soort hotel. Met deze logeervoorzieningen heeft de regio vanuit de Wmo geen aanbestedingsrelatie. Mensen uit de regio kunnen hier alleen gebruik van maken via een persoonsgebondenbudget of een opdrachtbrief.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

10

3

Gewenste situatie Om de gewenste situatie in kaart te brengen, hebben we een behoeftepeiling uitgevoerd. Hiervoor hebben we gesproken met mantelzorgers die wel of niet eerder gebruik hebben gemaakt van logeerzorg, het sociaal team en een casemanager dementie. Op basis van deze behoeftepeiling schetsen we in dit hoofdstuk de gewenste situatie voor logeerzorg in de regio.

3.1

Plaatsen: aantal en type Aantal plaatsen Momenteel zijn acht plaatsen19 voor Wmo-logeerzorg beschikbaar, verdeeld over vijf locaties. In de regio zijn in 2022, tot medio augustus, 36 Wmo-aanvragen voor logeerzorg gedaan. Als dit de trend is voor de rest van het jaar komen we uit op 55 aanvragen in totaal. Als hiervan meer dan 80% doorgaat dan gaat het om circa 45 keer dat gebruik wordt gemaakt van logeerzorg, voor gemiddeld 1-1,5 week. Qua aantal zou dit iets meer zijn dan het aantal afgegeven beschikkingen in 2019 (41 beschikkingen in totaal). De verblijfsduur wordt niet duidelijk uit de beschikkingen. De meeste voorkeur ligt bij Breezicht in IJmuiden, dat is waarschijnlijk het meest bekend. Daarna volgt het Reinaldahuis in Haarlem.

Type plaatsen Uit ervaring en verhalen die we terug hebben gehoord blijkt dat de zorg thuis door de mantelzorger al behoorlijk intensief is. Voor zowel spoed/ acute als geplande logeerzorg kan het dus gaan om intensieve zorg die tegen de Wlz aan zit.

Hoe logeerzorg er bij voorkeur uit moet zien, verschilt per type logeerzorg. Uit gesprekken met mantelzorgers en leden van participatieraden blijkt dat bij het maken van een keuze voor een locatie een verpleeghuis als minder aantrekkelijk wordt gezien voor logeerzorg: het is volgens hen een weinig persoonlijke omgeving. Soms wordt de omgeving ook als confronterend gezien omdat het laat zien waar de oudere uiteindelijk terecht kan komen: “Het is minder aantrekkelijk als je alleen maar zieke mensen om je heen ziet. Vaak zijn zij ook erger ziek dan mijn vrouw”.

Uit de eerdere pilot is overigens gebleken dat na de logeeropname mantelzorgers en cliënten het verpleeghuis wel een fijne setting vinden.

19 De regio heeft geen vast aantal plekken ingekocht, maar het product. Het aantal plekken hebben de zorgaanbieders zelf bepaald.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

11

Spoed en acute logeerzorg passen in een verpleeghuissetting. Voor geplande logeerzorg is meer behoefte aan een afzonderlijk ‘logeerhuis’, met aandacht voor aankleding, activiteiten en een huiselijke sfeer. Voorbeelden zijn Warm Thuis20 en het eerder genoemde Buitenhuis in Wijdewormer.

Doelgroepen Uit de verschillende gesprekken met stakeholders komt naar voren dat logeerzorg voor diverse doelgroepen gewenst kan zijn: ouderen met een zorgvraag, jeugdigen met een beperking, volwassenen met een somatische problematiek. Belangrijk is dat de logeerzorgplaats is afgestemd op de zorg- en welzijnsvraag van de doelgroep. De combinatie van bijvoorbeeld ouderen met dementie en volwassenen met somatische problematiek in een logeervoorziening is vaak al niet praktisch haalbaar omdat dit andere aanbieders en type personeel vraagt. Bovendien is het de vraag of een menging voor de logees zelf prettig is. Een dergelijke menging is soms wel bij bijvoorbeeld zorgboerderijen.

Alternatief binnen Wmo? Met professionals en mantelzorgers is besproken of een vorm van logeerzorg thuis een alternatief zou kunnen zijn. Dat betekent dat de mantelzorg thuis wordt vervangen door een professional of vrijwilliger en de zorgvrager niet naar een andere omgeving hoeft. In de praktijk blijkt dit, volgens zorgprofessionals, toch lastig te organiseren, zeker voor meerdere dagen en bij intensieve zorg. Het betekent vaak meerdere zorgverleners of vrijwilligers over de vloer die de weg moeten vinden in huis en, naast de zorg, ook activiteiten moeten doen. Voor een enkele dag is dit wel haalbaar, bijvoorbeeld met vrijwilligers21. In die zin is vervangende zorg thuis voor veel mensen een minder goed alternatief, als het meerdere dagen logeerzorg betreft.

3.2

Condities voor slagen Uit de gesprekken met professionals, mantelzorgers en de eerdere evaluaties blijken de volgende condities van belang voor het organiseren van passende logeerzorg.

Laagdrempelig kunnen regelen Veel mantelzorgers ervaren drempels voor het inzetten van logeerzorg. Ze hebben een schuldgevoel jegens hun partner of naaste, zijn vraagverlegen of vinden het proces te veel gedoe. Het is dan ook belangrijk om de toegang tot logeerzorg zo laagdrempelig mogelijk te regelen.

Vooruit kunnen plannen Voor mantelzorgers is het van belang dat logeerzorg te plannen is. Ze willen met zekerheid weten dat de logeerzorg door gaat, zodat zij de vakantie of tijd voor zichzelf kunnen plannen. Voorkomen moet worden dat 20

https://warmthuis.nl/

21 Bijvoorbeeld ‘Handen in Huis’: https://handeninhuis.nl/

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

12

het lang duurt voor er duidelijkheid is of dat logeerzorg op het laatste moment wordt afgezegd, omdat er geen plek beschikbaar is.

Combinatie met dagbesteding Laagdrempelige kennismaking Veel mantelzorgers, en zorgvragers zelf, durven (nog) geen gebruik te maken van logeerzorg omdat ze onbekend zijn met de mogelijkheid of locatie: “Het zou fijn zijn om vooraf een kijkje te kunnen nemen. Alleen, dat werd niet aangeboden.”

Wanneer een cliënt meedoet met dagbestedingsactiviteiten op een locatie waar ook logeerzorg beschikbaar is, kan de cliënt vertrouwd raken met de locatie en de sfeer.

Logeerzorg met activiteiten Wanneer cliënten komen te logeren bij een logeerhuis, is het belangrijk dat ook een vorm van dagbesteding aanwezig is. Activiteiten maken de logeerperiode aantrekkelijker en kunnen er voor zorgen dat een cliënt nog een keer terug komt omdat het de vorige keer goed was bevallen. Een mantelzorger geeft aan: “Mijn partner zat eerst in een verzorgingshuis waar niet veel activiteit voor hem was waardoor hij veel voor de televisie heeft gezeten. In Breezicht was dat anders, daar kon hij mee doen aan de activiteiten in de ontmoetingsruimte.”

Warme overdracht Voor mantelzorgers is een warme overdracht belangrijk, vóór en ook na het logeren. Zij kennen hun partner of ouder immers het beste als het gaat om gedrag en gewoontes. Zij vinden het dan ook belangrijk dat hun informatie meegenomen wordt door het personeel van de logeerzorglocatie. Een dergelijk contactmoment over de overdracht is bepalend voor het vertrouwen in goede zorg.

Continue PR voor mantelzorgers … Mantelzorgers zijn vaak niet bekend met logeerzorg. Sommigen geven aan ook niet via verwijzers op de hoogte te worden gesteld: “Ik weet niet hoe logeerzorg werkt. Via de gebaande paden, zoals de huisarts of specialist, hoor je ook niet veel over logeerzorg.”

Mantelzorgers zijn geen vaste groep, het is juist een groep die voortdurend verandert. Daarom blijft PR van belang, via verwijzers (zie hieronder). Ook open dagen bij logeerzorglocaties zorgen ervoor dat mantelzorgers

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

13

en zorgvragers een kijkje in de keuken kunnen krijgen en meer informatie krijgen over het proces tot aanmelden voor logeerzorg. Of een informatiemiddag voor mantelzorgers waar alle mogelijkheden van logeerzorg in de regio worden toegelicht.

... en voor verwijzers Voor het gebruik van logeerzorg is het voornamelijk van belang dat de mogelijkheid tot inzetten van logeerzorg bekend is bij verwijzers, zoals huisartsen en professionals uit bijvoorbeeld het sociaal wijkteam of de Wmo-consulenten. Verwijzers hebben wel beter zicht op het zorglandschap en de verschillende mogelijkheden daarbinnen. Daarom is het belangrijk om (ook) in te zetten op bekendheid onder verwijzers. Maar een enkele keer bekendheid geven aan logeerzorg is niet genoeg. Belangrijk is dan ook om dit onderwerp continu onder de aandacht te brengen van verwijzers, zodat de mogelijkheid tot logeerzorg niet naar de achtergrond verdwijnt.

3.3

Organisatie

3.3.1

Coördinatie toegang Van belang is om de aanmeldingsprocedure zo eenvoudig mogelijk te houden: hoe eenvoudiger, hoe toegankelijker. De ervaring leert, binnen en buiten de pilot, dat één coördinatiepunt voor tijdelijk verblijf efficiënt is. Bijvoorbeeld een coördinator zorgbemiddeling van een instelling die het overzicht heeft over een kalender voor aanvragen en beschikbaarheid. Of een regionaal verwijspunt waar alle vormen van tijdelijk verblijf (inclusief Elv, crisiszorg) in de regio worden gecoördineerd. Het verwijspunt kan hierbij mandaat krijgen van de gemeente(n) om triage uit te voeren en heeft het complete overzicht van al het vraag en aanbod van verblijf (dus ook logeerzorg).

3.3.2

Maatwerk- of algemene voorziening Op dit moment is logeerzorg een maatwerkvoorziening in de regio maar een algemene Wmo-voorziening is ook denkbaar. Uit de verkenning is (nog) geen expliciete voorkeur uitgesproken. Beide mogelijkheden beschrijven we hieronder.

Maatwerkvoorziening Logeerzorg vanuit Wmo is doorgaans een maatwerkvoorziening: logeerzorg loopt dan via de wijze waarop de gemeente de toegang voor Wmo-voorzieningen heeft georganiseerd. Bijvoorbeeld via een gemeenteloket of een sociaal wijkteam. Verwijzers zoals huisartsen, casemanagers en het sociaal wijkteam sturen burgers/cliënten door naar de Wmo, waar een aanvraag kan worden gedaan voor kortdurend verblijf. In de pilot regelt het coördinerende mantelzorgsteunpunt de aanvraag voor Wmo-logeerzorg en bij acute logeerzorg de zorginstelling de beschikking bij de gemeente. De procedure is verkort. Daarmee wordt de administratieve handeling voor de aanvrager makkelijker gemaakt en is er snel zicht op duidelijkheid.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

14

Pluspunt: gemeente houdt via de aanvraag zicht op de brede situatie van de cliënt. Mogelijk vindt de cliënt de gemeente daarna sneller bij een andere ondersteuningsvraag. Ook verkrijgt de gemeente inzicht in de kwantitatieve behoefte en het gebruik via de aanvragen en beschikkingen, en ook op de kosten. Zo nodig kan de gemeente tussentijds sturen. Minpunt: een van de drempels voor gebruik is ‘gedoe’ rond het regelen voor de mantelzorger. Dit risico schuilt in een maatwerkvoorziening; er is altijd sprake van betrokkenheid van een verwijzer en de gemeente. Overigens kan een beschikking worden afgegeven door het coördinatiepunt/de mantelzorgorganisatie, in plaats van de gemeente, als deze wordt gemachtigd.

Algemene voorziening Als logeerzorg een algemene voorziening is, kunnen burgers/cliënten zich rechtstreeks aanmelden bij het aanmeldpunt van de logeervoorziening, zonder indicatie of beschikking van de gemeente en met een lichte toets door de zorgaanbieder. Pluspunt: het wegnemen van drempels voor de mantelzorgers. De kans is ook groter dat mantelzorgers sneller/ eerder gebruik maken van. Ook vraagt dit minder administratie voor de gemeente. Minpunt: er is minder direct zicht en daarmee ook minder sturing op het gebruik. Gezien de ervaringen is duidelijk dat het om een kleine groep gaat die hier gebruik van maakt.

Voorbeelden van algemene voorziening In Dordrecht waren er signalen dat de aanvraag van een indicatie leidde tot drempels: mensen vonden het ingewikkeld en de aanvraag van een indicatie duurde tot zes weken. Dordrecht heeft daarom gekozen logeerzorg als algemene voorziening aan te bieden. In de Peelregio is er Logeerhuis Plezant waarvoor geen Wmo-indicatie nodig is voor logeeropvang om deze zo laagdrempelig mogelijk te maken. Iedereen kan zich direct aanmelden bij dit logeerhuis. Ook professionals zoals de huisarts, wijkverpleegkundige, casemanager kunnen direct contact opnemen met Plezant zonder tussenkomst van de gemeente. De intake vindt bij Plezant, dus op locatie, plaats. Een bewoner belt rechtstreeks naar de coördinator en die plant een afspraak in. Rotterdam gaat over op logeeropvang als algemene voorziening, om de drempels weg te nemen. De gemeente heeft een lichte toets opgesteld die zorgaanbieders gaan gebruiken bij de aanvraag. Deze is bedoeld om na te gaan of logeerzorg de passende ondersteuning is voor de aanvrager of dat er wellicht andere ondersteuning nodig is. Het gaat hierbij niet om criteria waaraan de aanvrager moet voldoen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

15

3.3.3

Financiering Op dit moment is er vergoeding naar verbruik wat doorgaans in gemeenten gebruikelijk is. Lumpsum is daarnaast een optie. Uit de verkenning is (nog) geen expliciete voorkeur uitgesproken. We zetten beide financieringsmogelijkheden hieronder op een rij:22

1. Lumpsum De gemeente stelt een vast bedrag of een percentage van het totaalbedrag beschikbaar om Wmo-logeerzorg binnen een bepaalde periode uit te voeren. Het is een beschikbaarheidsfinanciering, dat wil zeggen: een vast budget voor de beschikbaarheid van bed/bedden. Voor een duidelijke en stabiele vraag is lumpsum een passende optie. Pluspunten: Het biedt financiële ruimte voor de opstart van (nieuwe vormen van) Wmo-logeerzorg (logeerhuis of bedden bij een zorgaanbieder). Beschikbaarheid is geborgd. Op voorhand is duidelijk wat de totale kosten voor de gemeente zijn. Het risico van lege bedden is gedekt voor de zorgaanbieder. Het scheelt veel tijd aan administratie voor zowel gemeente als zorgaanbieder. Minpunten: Het is geen duurzame vorm van financiering, want lumpsum is uitputbaar. Risico is dat een gemeente uiteindelijk meer betaalt dan de kosten van het gebruik. Het is een dure voorziening als bedden leeg zijn. Randvoorwaarden: Gedragen intentie van de samenwerkingspartners (vertrouwen voor de uitvoering). Afspraak over minimale bezetting en de ontwikkelingen goed volgen door monitoring.

2. Vergoeding naar gebruik Dit is een afgesproken vergoeding per logé per etmaal: prijs x aantal (quantity), oftewel PxQ. Gemeenten en aanbieders maken afspraken over de Wmo-tarieven. Pluspunt: Het is een duurzame manier van financieren want er wordt betaald per gerealiseerde eenheid. Minpunten: Er is zo geen financiële ruimte voor de opstart van een Wmo-logeervoorziening (minder experimenteerruimte). Die is vaak wel nodig, blijkt uit eerdere pilots; een logeervoorziening is niet vanaf de start gelijk ‘gevuld’.

22 Handreiking organiseren van logeerzorg voor ouderen, VWS (2021).

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

16

De inkomstenderving voor een lege/ ongebruikte plek voor Wmo-logeren en dus het financiële risico ligt bij de aanbieders. Tenzij hier afspraken over worden gemaakt tussen gemeente en aanbieder. De afspraak kan zijn dat gemeenten voor (een deel) van de kosten garant staan (bijvoorbeeld de verblijfskosten), zodat het risico voor aanbieders wordt verkleind. PxQ brengt meer administratieve druk met zich mee voor zorgaanbieders omdat per logé gedeclareerd wordt. Randvoorwaarden: Voldoende bezetting met een minimale bezettingsgraad, anders zijn de kosten niet dekkend. Het tarief moet de kosten voldoende dekken voor de aanbieder, anders komt de aanbieder in de knel met de zorg die geleverd moet worden.

3.3.4

Combinaties organisatie en financiering De beschreven opties voor organisatie en financiering kunnen op verschillende manieren gecombineerd worden: zowel een maatwerk- als een algemene voorziening kunnen via lumpsum dan wel via PxQ gefinancierd worden. Maar het is van belang om eerst een keuze te maken of de logeervoorziening een maatwerk- of algemene voorziening is. Daarna volgt de keuze voor de financieringswijze.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

17

4

Conclusies en advies voor inkoop

4.1

Conclusies In deze paragraaf beantwoorden we, op basis van de bevindingen, de vragen: Waarom blijft het gebruik van logeerzorg achter bij de eerder gesignaleerde behoefte? Welke behoefte is er in de regio IJmond en Zuid-Kennemerland aan logeerzorg?

Ruim aanbod Het aantal aanvragen in 2022 (36 aanvragen tot medio augustus) is hoog in vergelijking met het aantal beschikkingen voor de regio (17). Mogelijk zit er vertraging tussen de aanvraag en de beschikking. Of zijn de beschikkingen nog niet in het administratief systeem verwerkt. In ieder geval is het zo lastig in te schatten wat het verwachte aantal gehonoreerde aanvragen voor dit jaar zal zijn. Vooralsnog is de indruk dat het huidige aanbod voldoende ruim is voor de kwantitatieve behoefte. Reigershoeve in Heemskerk komt er dit jaar als locatie bij, met in eerste instantie drie plaatsen voor mensen met dementie. Het blijft van belang om tijdens de pilot en ook daarna, het aantal aanvragen en beschikkingen/ bezetting (inclusief de verblijfsduur) te volgen voor een completer beeld van de vraagdruk.

Het voordeel van een ruim aanbod is dat er wat te kiezen valt, dat de locatie waarschijnlijk dichter in de buurt van de mantelzorger/ naasten is en dat de kans groter is dat er tijdig een plek beschikbaar is. Een positieve ervaring zorgt er voor dat logees terug blijven komen en dat logeerzorg voor de mantelzorger meer een reguliere ondersteuning wordt.

Diverser aanbod: verschil tussen gepland en acuut/ spoed Als we kijken naar de kwalitatieve behoefte dan maken we onderscheid tussen gepland versus spoed en acuut. Bij spoed en acute logeerzorg gaat het om een noodoplossing en moet er snel opvang geregeld worden; dit kan goed in een verpleeghuis worden georganiseerd. Daarentegen is de wens bij geplande logeerzorg gericht op logeren in een huiselijke sfeer. Dit vraagt om een ander type inzet (veel persoonlijke aandacht) van het personeel dan bij reguliere zorg. De combinatie met dagbesteding/ activiteiten is een belangrijke behoefte bij beide typen logeerzorg. Om beide typen logeerzorg beschikbaar te maken voor de regio en om logeerzorg nog aantrekkelijker te maken, is diverser aanbod gewenst. Een stand alone logeerhuis is er nog niet in de regio maar met het opzetten van logeerzorg bij de Reigershoeve wordt al een stap in die richting gezet. Ook zijn er logeerhuizen net buiten de regio die zorgprofessionals als positief voorbeeld hebben genoemd.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

18

Toegang: snel regelen via een centraal aanmeld- en coördinatiepunt Een ingewikkelde procedure voor het regelen van logeerzorg schrikt mantelzorgers af. Met het mantelzorgsteunpunt als regionaal aanmeld- en coördinatiepunt en de verkorte termijn voor de beschikking, is de procedure in de regio al een stuk vereenvoudigd. Op deze manier weet de mantelzorger snel waar hij of zij aan toe is; dat geeft rust. Al blijft het van belang dat mantelzorgers, via verwijzers (huisarts, sociaal team) of de gemeente, het aanmeld/ coördinatiepunt weten te vinden.

Signaal: zware mantelzorg Uit het onderzoek blijkt dat vaak de zorg door de meeste mantelzorgers zeer intensief is. Dat kan betekenen dat meer Wmo-ondersteuning of wijkverpleging (via de zorgverzekeraar) nodig is of dat de stap naar langdurige zorg (Wlz) reëel is. Het mantelzorgsteunpunt kan in het contactmoment hierop inspelen en de mogelijkheden aan de mantelzorger toelichten. Omgekeerd gebeurt dat ook; via een andere vraag van de mantelzorger het logeeraanbod onder de aandacht brengen. Mogelijk volgt er dan meer (Wmo-) ondersteuning naar aanleiding van de vraag naar logeerzorg.

4.2

Advies voor inkoop Tot slot geven we vijf aanbevelingen over de inrichting voor de nieuwe inkoop van logeerzorg van 2023.

1. Maak van logeerzorg een echte laagdrempelige voorziening Door logeerzorg in te richten als een algemene voorziening, kunnen mantelzorgers zelf een melding doen bij het aanmeldpunt van de logeervoorziening en gebruik maken van de voorziening zonder indicatie of beschikking van de gemeente. Hierdoor wordt de procedure vereenvoudigd en worden drempels voor logeerzorg zoveel mogelijk weg genomen. Dit geldt voor zowel de geplande als de ongeplande (acuut/ spoed) logeerzorg. De pilots laten ook zien dat een run niet te verwachten is. De zorgaanbieders kunnen een lichte toets hanteren om te checken of logeerzorg passend is voor de zorgvrager. Bij een algemene voorziening is een centraal aanmeldpunt voor de regio niet passend en nodig, de toegang ligt vaak bij de aanbieder zelf. Maar de rol van een mantelzorgsteunpunt blijft waardevol vanwege hun directe contacten met mantelzorgers en hun informatie- en signaleringsfunctie. Een alternatief is: een maatwerkvoorziening waarbij via werkafspraken tussen gemeenten en zorgaanbieders, over verwijzing, toegang/ beschikking en financiering drempels worden weggenomen voor aanvragers. De werkwijze wordt daarmee vergelijkbaar met een algemene voorziening maar vraagt mogelijk meer coördinatie op de werkafspraken dan bij een algemene voorziening.

2. Organiseer een diverser aanbod Richt de inkoop zodanig in dat er ruimte is voor verschillende typen logeervoorzieningen: spoed/acuut in verpleeghuissetting en geplande logeerzorg in een logeerhuis. Dat hoeft niet allemaal in de regio te worden

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

19

georganiseerd, daarvoor kan ook een inkooprelatie met logeervoorzieningen net buiten de regio (zie Respijthuizen in Alkmaar, Wormer) worden gelegd. Een contractuele doorlooptijd van bijvoorbeeld vier jaar is dan passend voor de nodige zekerheid voor aanbieders en tijd voor doorontwikkeling. Dagbestedingsactiviteiten zijn een belangrijk onderdeel van het verblijf, volgens mantelzorgers, en kunnen als voorwaarde voor het logeeraanbod worden opgenomen in de aanbesteding. Daarnaast is het zorgen voor een warme overdracht van mantelzorger naar de logeeropvang (vooraf en achteraf) belangrijk voor het vertrouwen van de mantelzorger in de logeeropvang: ook dat kan een voorwaarde zijn in de aanbesteding.

3. Maak een keuze voor type financiering op basis van het gewenste aanbod Als gekozen wordt voor meer diversiteit in eigen huis (regio) dan is flexibiliteit in de uitvoering gewenst, om bijvoorbeeld de deur open te houden voor eventuele nieuwe (kleine, innovatieve) aanbieders die later instappen. In dat geval ligt financiering op basis van gebruik (PxQ) voor de hand. Bij lumpsum wordt het budget namelijk vooraf vastgesteld. Maar lumpsum geeft de betrokken aanbieders de mogelijkheid om een nieuwe of aangepaste voorziening te ontwikkelen. Hier moet de regio dan ook eerst een keuze in maken: kiezen voor een diverser aanbod in de regio of niet. Zo ja, dan moet er een keuze gemaakt worden voor flexibiliteit/ ruimte geven aan de geselecteerde aanbieders of aan ook andere aanbieders. Bij financiering op basis van gebruik zijn goede afspraken over beschikbaarheid nodig om voldoende Wmologeerzorgplaatsen te garanderen. Zo wordt voorkomen dat de plaats vooral voor eerstelijnsverblijf (Elv) wordt benut. De afspraak kan ook zijn dat als een Elv-plaats niet gebruikt wordt, deze beschikbaar komt voor (bijvoorbeeld ongeplande) Wmo-logeerzorg.

4. Zorg voor communicatie en PR in de gemeente, via aanbieders, andere zorg/welzijnsprofessionals Maak afspraken met de aanbieders over communicatie en PR over logeeropvang, zoals een informatiefolder (waar alle mogelijkheden zijn vermeld), ‘kijkdagen’ op locatie, het regelen van een contactpersoon voor aanvraag en vragen, en verwijzing naar mantelzorgsteunpunten. Daarnaast is het belangrijk om communicatie gemeente breed te organiseren. De verschillende mogelijkheden voor logeerzorg binnen de regio moeten namelijk voortdurend onder de aandacht gebracht worden bij de professionals, zoals huisartsen, het sociaal wijkteam en bij de ouderen via het eigen mantelzorgsteunpunt of de lokale welzijnsorganisatie. Met de mantelzorgsteunpunten kan afgesproken worden om deze communicatietaak binnen de gemeente uit te voeren.

5. Monitor op meerdere aspecten Bij een algemene voorziening zijn monitoring en tussentijdse gesprekken met aanbieders nog belangrijker dan bij maatwerkvoorziening: om te volgen hoeveel vraag er is (onderscheid gepland en niet-gepland), hoe de feitelijke bezetting verloopt, wat de verblijfsduur en zorgzwaarte is, in hoeverre sprake is van terugkeerders, en wat de ervaringen zijn (is de drempel echt verlaagd, wat wordt meest gewaardeerd?). Het is van belang om

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

20

deze gegevens (licht) bij te houden zodat meer inzicht ontstaat in de behoefte en vraagdruk en de gewenste inrichting van logeerzorg, zeker in de komende doorontwikkeling na de pilots.

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

21

Bijlage: werkwijze Omschrijving van plan van aanpak

Betrokken partijen Deelnemers bijeenkomsten: Gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede en Velsen en Zandvoort Participatieraden Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk en Velsen Projectleiders pilot logeerzorg Socius (Velsen) MaatjeZ Tandem Zorgbalans Zorgroep Reinalda Kennemerhart Sint Jacob Zorgkantoor Zilveren Kruis

Verkennende gesprekken met: Gemeenten Haarlem, Zandvoort en Velsen Participatieraden Beverwijk en Velsen Tandem Sint Jacob

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

22

Projectleiders pilot logeerzorg Zorgkantoor

Behoeftepeiling onder Sociaal wijkteam Mantelzorgers (5) Wijkverpleegkundige kwetsbare ouderen

DSP-groep

RAPPORT ─ Passende logeerzorg

23

DSP-groep BV Van Diemenstraat 410 1013 CR Amsterdam +31 (0)20 625 75 37

dsp@dsp-groep.nl KvK 33176766 www.dsp-groep.nl

DSP-groep is een onafhankelijk bureau voor onderzoek, advies en management, gevestigd aan de IJ-oevers in Amsterdam. Sinds de oprichting van het bureau in 1984 werken wij veelvuldig in opdracht van de overheid (ministeries, provincies en gemeenten), maar ook voor maatschappelijke organisaties op landelijk, regionaal of lokaal niveau. Het bureau bestaat uit 40 medewerkers en een groot aantal freelancers.

Dienstverlening Onze inzet is vooral gericht op het ondersteunen van opdrachtgevers bij het aanpakken van complexe beleidsvraagstukken binnen de samenleving. We richten ons daarbij met name op de sociale, ruimtelijke of bestuurlijke kanten van zo’n vraagstuk. In dit kader kunnen we bijvoorbeeld een onderzoek doen, een registratie- of monitorsysteem ontwikkelen, een advies uitbrengen, een beleidsvisie voorbereiden, een plan toetsen of (tijdelijk) het management van een project of organisatie voeren.

Expertise Onze focus richt zich met name op de sociale, ruimtelijke of bestuurlijke kanten van een vraagstuk. Wij hebben o.a. expertise op het gebied van transitie in het sociaal domein, kwetsbare groepen in de samenleving, openbare orde & veiligheid, wonen, jeugd, sport & cultuur.

Meer weten?

Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie of om een afspraak te maken. Bezoek onze website www.dsp-groep.nl voor onze projecten, publicaties en opdrachtgevers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12864977/1