CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230548974 3 Bijlage 2: VTH-strategie milieu 2023-2026 Omgevingsdienst IJmond

commissie Beheer 8 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen beleidskader VTH-milieu en VTH- strategie milieu 2023-2026 Omgevingsdienst IJmond (RB)12.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

Inhoud 1

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

Inleiding Leeswijzer

4 5

2 Vergunningverlening 2.3 Uitgangspunten bij vergunning­verlening 2.4 Verlenen van vergunningen 2.5 Meldingen 2.6 Werkwijze 2.7 Doorkijk Omgevingswet

7 8 8 11 11 12

3 Toezicht 3.1 Juridische context toezicht 3.2 Definities van toezicht 3.3 Categorieën van toezicht 3.4 Controlefrequentie van de toezicht­ activiteiten 3.5 Toezicht op het bereiken van kwaliteits­ normen 3.6 Scheiding vergunningverlening en toezicht 3.7 Roulatiesysteem

15 15 16 17

20 20

4 Handhaving 4.1 Inleiding 4.2 Landelijke Handhavingsstrategie 4.3 Bestuursrechtelijke handhaving 4.4 Strafrechtelijke handhaving

22 22 23 25 28

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

19 19

5 Gedogen 5.1 Aanvaardbaar gedogen 5.2 Voorwaarden gedogen 5.3 Gedogen met beschikking 5.4 Niet gedogen 5.5 Controle en handhaving 5.6 Relatie met het strafrecht

30 30 31 31 31 31 31

6 Strategie asbest 6.1 Rol Omgevingsdienst IJmond 6.2 Besluit VTH

33 33 33

7 Afstemming en communicatie 7.1 Preventie door communicatie 7.2 Handhavingscommunicatie 7.3 Wijze van informeren 7.4 Communicatiemiddelen 7.5 Naming en shaming 7.6 Social media

35 35 35 35 36 36 36

8 Klachten en handhavingsverzoeken 8.1 Klachten en meldingen 8.2 Handhavingsverzoeken

38 38 38

Bijlage 1: Lijst van dwangsommen

40

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

2

Inleiding

3

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

1 Inleiding De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Het transparant formuleren en uitvoeren van vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid is daarbij een belangrijke opgave. Landelijk zijn kwaliteitscriteria ontwikkeld voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze kwaliteitscriteria wordt getracht de kwaliteit van de processen, de uitvoeringsorganisaties, zoals Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) en haar medewerkers te borgen. Met ingang van 1 juli 2016 zijn deze criteria verankerd in de Wabo.

Met het Beleidskader VTH-milieu 2023-2026 (Beleidskader) stellen de gemeenten en provincie waar ODIJmond voor werkt de meerjarige doelen en prioriteiten op het gebied van vergunning­ verlening, toezicht en handhaving milieu vast. Met de VTH-strategie milieu 2023-2026 (Strategie) wordt vastgelegd welke strategie daarbij gehanteerd wordt. Samen vormen deze documenten het uitvoerings- en handhavings­ beleid, zoals bedoeld in artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

4

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

Reikwijdte Deze Strategie ziet toe op de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot het basistakenpakket zoals bedoeld in de Wabo. En het volledige milieutakenpakket voor zover onze deelnemende gemeenten en provincie deze taken bij ODIJmond heeft neerge­ legd. De Strategie ziet niet toe op de uitvoering van andere VTH-taken, waaronder Alcoholwet, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bouw- en woningtoezicht.

Terugblik De Strategie vormt de actualisatie van de (af) lopende Strategie. Deze Strategie heeft de afge­ lopen vier jaar naar tevredenheid en met effect zijn werking gehad voor het hele werkgebied van ODIJmond. De combinatie van verschillende ma­ nieren van toezicht, een strakke uitvoering, van de driestappenhandhaving en het uitgangspunt van een dwangsom ineens maken dat inzichtelijk en efficiënt uitvoering kan worden gegeven aan toe­ zicht en handhaving. In de (af)lopende Strategie zijn de dwangsombedragen omhoog bijgesteld ten opzichte van het voorgaande beleid, het Hand­ havingsbeleid 2014 Milieudienst IJmond. Dit moe(s)t de juiste prikkel vormen voor een over­ treder om de overtreding op te heffen. Met aanscherping op een aantal vlakken biedt de (af)lopende Strategie daarmee nog steeds een

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

goede basis voor de uitvoering van de VTH-taken voor de komende vier jaar.

De Strategie bestaat uit de volgende onder­ delen:

Uitvoeringsprogramma De planning van de uitvoering van VTH-taken wordt jaarlijks vastgelegd in het uitvoerings­ programma van ODIJmond. In dit uitvoerings­ programma, zoals bedoeld in artikel 7.3 van het Bor, worden de toezichtprioriteiten uitgewerkt. Dit gebeurt enerzijds aan de hand van de priori­ teiten en lijnen die in het Beleidskader zijn ge­ formuleerd en anderzijds aan de hand van lokale, regionale, provinciale, landelijke en bestuurlijke thema’s. De verantwoording over de uitgevoerde activiteiten doen wij via de bestuursrapportages en ons jaarverslag.

Gezamenlijke strategie vier OD’s De vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten (OD’s) hebben in de samenwerkingsagenda 20222024 afspraken gemaakt voor vervolgstappen om te komen tot een gezamenlijke VTH-strategie. Dit sluit aan op de belangrijkste landelijke ontwikke­ lingen, waaronder de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Interbestuurlijke Program­ ma Versterking VTH-stelsel. Uitgangspunt daar­ bij is gezamenlijk wat kan, alleen wat moet’. De komende vier jaar werken wij dit plan verder uit. Daarom is deze strategie alleen bijgewerkt op punten waar dat op dit moment noodzakelijk is.

HANDHAVING

GEDOGEN

Leeswijzer

ASBEST

Hoofdstuk 2 Vergunningverlening Hoofdstuk 3 Toezicht Hoofdstuk 4 Handhaving Hoofdstuk 5 Gedogen Hoofdstuk 6 Strategie asbest Hoofdstuk 7 Afstemming en communicatie Hoofdstuk 8 Klachten en handhavings­verzoeken

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

5

Vergunningverlening

6

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

2 Vergunningverlening Onder vergunningverlening verstaat ODIJmond ook naast het verlenen van ver­gunningen het afhandelen van meldingen en nemen besluiten (ontheffingen, maat­werk en gelijkwaardigheid) voor activiteiten binnen het onderdeel milieu, voor inrichtingen en niet inrichtingen. 2.1

Inleiding

Slechts een beperkt aantal inrichtingen is in het kader van de Wabo en de Wet milieubeheer (Wm) nog vergunningplichtig. De bedrijven waarvoor de vergunningplicht bestaat, zijn de complexere bedrijven waarover gevoeligheid is in de omge­ ving, waarbij er bezwaren zijn ten aanzien van een bestemmingsplan en/of waarbij er risico’s zijn op ongevallen met grote gevolgen. Dit maakt dat deze procedure met zorgvuldigheid en aandacht doorlopen moet worden.

Activiteitenbesluit Met het inwerking treden van het Activiteiten­ besluit (2008), zijn steeds meer activiteiten onder algemene regels ondergebracht waardoor algeme­ ne regels van toepassing zijn. Het gevolg is dat zowel vanuit het bevoegde gezag, ondernemers

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

als van omwonende meer behoefte is aan maat­ werk, gelijkwaardigheid en/of eisen voor (aanvul­ lend) onderzoek. Deze verzoeken handelen wij af.

Enkelvoudige of meervoudige vergunningen Omgevingsvergunningen kunnen enkelvoudig of meervoudig zijn. Wanneer alleen voor het onder­deel milieu een vergunning of melding nodig is, behandelt ODIJmond deze zelfstandig. Een procedure is meervoudig wanneer naast het onder­deel milieu voor een ander onderdeel ge­ noemd in artikel 2.1 van de Wabo, een aanvraag is ingediend. In die gevallen stelt ODIJmond samen met de betreffende gemeente of provincie Noord-Holland de vergunning op en/of er is af­ stemming in verband met de melding Activiteiten­ besluit.

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

2.2

Taken vergunningverlening

Bij vergunningverlening verlenen wij aan onze deelnemende gemeenten en de provincie de volgende taken: • Beoordelen en besluit op aanvragen om een Omgevingsvergunning conform de Wabo artikel 2.1 eerste lid onder e en i. • Beoordelen meldingen Activiteitenbesluit mili­ eubeheer, Besluit mobiel breken, Besluit lozen buiten inrichtingen, Besluit gesloten bodem­ energiesystemen. • Advisering bouwplannen, ruimtelijke ontwikke­ lingen. • Wettelijk adviseurschap.

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

7

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

2.3 Uitgangspunten bij vergunning­ verlening Bij de verlening van vergunningen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Vergunningen en besluiten worden beheerd en onderhouden, waardoor ze zo actueel mogelijk zijn. • Vergunningen en besluiten zijn afgestemd op landelijke standaarden, innovaties van be­ drijven, alsmede op lokaal/regionaal beleid en geldende wet- en regelgeving. • Vergunningen en besluiten zijn duidelijk, hand­ haafbaar en naleefbaar. • Vergunningen en besluiten zijn zo nodig inte­ graal, waarin verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze zijn opgenomen. • Afstemming, coördinatie of contact met andere afdelingen, bestuurs- en adviesorganen of be­ langhebbende derden wordt gezocht. • Vergunningen en besluiten worden tijdig afgegeven en genomen, conform de wettelijk geldende termijnen. • Het reguleringsproces is voorspelbaar, transpa­ rant, juridisch juist en achteraf verifieerbaar. • Best Beschikbare Techniek (BBT) is het uit­ gangspunt bij verlening en actualisering. • Het gaat om thema’s zoals lucht (luchtkwali­ teit, (grof) stof), zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), geur, energiebesparende maatregelen en

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

geluid. • Borgen van het wettelijk adviseurschap binnen de organisatie. • Mogelijkheden met betrekking tot de informa­ tisering en automatisering van vergunningen, meldingen en overige producten die door de cirkel vergunningverlening worden geleverd.

2.4 Verlenen van vergunningen 2.4.1 Standaard teksten omgevings­vergun­ ningen Voor de vergunningenstrategie worden de kaders aangehouden die landelijk in ontwikkeling zijn. ODIJmond zoekt daarom aansluiting bij de lande­ lijke redactie standaardteksten omgevingsvergun­ ning (LRSO). De LRSO heeft als doel een betere onderlinge afstemming tussen de omgevingsdien­ sten bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Om haar doel te bereiken zorgt LRSO voor stan­ daardteksten inzake omgevingsvergunningen die landelijk toepasbaar zijn. Voordelen van deze standaard teksten zijn: • Borging van actuele kennis. • Verbeteren van de samenwerking tussen alle omgevingsdiensten. • Verkorten van de doorlooptijd en behandeltijd van vergunningaanvragen. • Betere kwaliteit van de omgevingsvergunnin­ gen wat zienswijzen, bezwaar- en beroeps­

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

procedures kan beperken of zelfs voorkomen.

2.4.2 Vraaggestuurd Beslissingen over vergunningaanvragen, meldin­ gen, maatwerk- of gelijkwaardigheidsverzoeken en vormvrije milieueffectrapportage (m.e.r.) beoorde­ lingen komen voort uit: • Het initiatief (aanvraag) van de exploitant (ondernemer). • Veranderende wet- en regelgeving. • Adviezen (intern, extern). • Actualiseringswensen (van vergunninghouder, bevoegd gezag, veranderende wet- en regel­ geving). Gelet hierop is het aanbod grotendeels vraagge­ stuurd. Wanneer een bedrijf wordt opgericht of gewijzigd, dient het bedrijf een vergunning aan te vragen. Wanneer het een meldingplichtig bedrijf is, dan moet het bedrijf een melding indienen. Wellicht vloeien er nog procedures uit omtrent maatwerkvoorschriften of gelijkwaardigheid, naar aanleiding van melidngen of constateringen bij meldingsplichtige bedrijven. Verder wordt regelmatig getoetst of vergunnin­ gen in aanmerking komen voor actualisering. Een actueel vergunningenbestand draagt bij aan het verlagen van de milieudruk en het verbeteren van het naleefgedrag.

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

8

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

Nieuwe- wet en regelgeving kunnen aanleiding zijn voor actualisering. Ook belangrijke thema’s zoals luchtkwaliteit, Landelijk afvalbeheerplan (LAP3), externe veiligheid en ZZS worden betrok­ ken bij de actualiseringstoets, evenals de bevin­ dingen van toezicht en handhaving.

Bij het opstellen van besluiten wordt het loka­ le beleid meegewogen. Voorbeelden van lokaal beleid zijn onder andere: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Provinciale Milieu Verordening (PMV), bestemmingsplannen, beleidsregels van partners, beheerplannen, interferentiegebieden.

2.4.3 Toetsing

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets Sommige bedrijven hebben een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig voordat zij kunnen starten met een bepaal­ de genoemde activiteit. Het bevoegd gezag moet dan een lokale toets uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie. Het gaat onder meer om: • Activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren auto­ wrakken). • Activiteiten die veel geluid produceren. • Activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel stof als geur. • Activiteiten met gesloten bodemsystemen. • Activiteiten waarvoor een m.e.r. beoordeling verplicht is. Onder de Omgevingswet (Ow) komt de OBM te vervallen. In veel gevallen gaat dan gewoon een vergunningplicht gelden.

Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de wettelijke kaders waaronder Wabo, Bor, Ab, Richtlijn Industriële Emissies (RIE), LAP3, Besluit m.e.r. Binnen deze kaders is BBT en veiligheid een leidraad. Omdat het landelijke milieubeleid vooral gebaseerd is op Europese regelgeving is er weinig ruimte om hiervan af te wijken. Strenger kan wel maar onderbouwd en vastgelegd in beleid. Een soepelere invulling van vergunningverlening is vaak niet mogelijk. Voor een deel van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is het nodig een afweging te maken via een (vormvrije) m.e.r. beoordeling of er grote nadelige gevolgen zijn voor het milieu en of het opstellen van een m.e.r. rapportage nodig is. Het gaat daarbij om bijvoor­ beeld afvalverwerkende bedrijven en bepaalde veehouderijen. In het Besluit milieueffectrappor­ tage zijn de betreffende categorieën opgenomen.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

9

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag spelen twee punten een belangrijke rol: • De technisch-inhoudelijke complexiteit. • De sociaal-maatschappelijke complexiteit.

Technisch-inhoudelijke complexiteit Elke vergunning bestaat uit een mix van stan­ daard- en specifieke voorschriften, maar de verhouding is wisselend. Als de technischinhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaard voorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd, als de technisch-inhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of gebied) groot is, ligt het accent vooral op specifieke voorschrif­ ten en minder op standaardvoorschriften.

Sociaal-maatschappelijke complexiteit (politiek gevoelig) Indien de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning ‘rechttoe-rechtaan’ zijn. Een dergelijke vergunning kan, met het accent op de inhoud, in beginsel eigenstandig door ODIJmond worden afgehan­ deld. Als de sociaal-maatschappelijke complexiteit van de situatie daarentegen groot is, ligt het totstand­ brengingsproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatief­ nemer en diens voorgeschiedenis, economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren (politiek gevoelig). In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens net zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg en/of samenwerking is noodzakelijk tussen ODIJmond, het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

Bij de beoordeling van politiek gevoelige dossiers worden onder andere: • Internet geraadpleegd (bedrijf/naam aan­ vrager). • Ligging ten opzichte van de omgeving beoor­ deeld. • De klachtenregistratie geraadpleegd. • Navraag gedaan bij toezicht en handhaving. • Krantenberichten bekeken. • Navraag gedaan bij een collega met gebied­ specifieke kennis/branche kennis. • Collega bij de betreffende gemeente of bij de provincie geraadpleegd (bijvoorbeeld afdeling ruimtelijke ordening/bouw/economische zaken). Wanneer sprake is van een sociaal-maatschappe­ lijke complexiteit zoeken wij samenwerking met de gemeente of de provincie via de milieu­ contactpersoon/schakelfunctionaris. Bij een meervoudig dossier stemmen wij met de gemeente of de provincie af dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samen­ werking tussen ODIJmond, de gemeente (ambte­ lijk en bestuurlijk), de provincie, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden.

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

10

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

2.5 Meldingen

2.6 Werkwijze

Meldingen worden niet alleen getoetst aan de wettelijke indieningsvereisten. Naast het toet­ sen aan deze indieningsvereisten toetsen wij ook direct aan relevante voorschriften zoals afstand tot geurgevoelige objecten en zeer kwetsbare gebieden bij landbouwinrichtingen. Bij inrichtin­ gen op akoestisch gezoneerde industrieterreinen wordt direct bekeken of het binnen de zone past en wordt indien wenselijk maatwerk gemaakt. Bij opslagen gevaarlijke stoffen wordt zoveel mogelijk direct getoetst of aan de richtlijn PGS 15* wordt voldaan. Dit vraag specifieke aandacht van ODIJmond.

Wij hebben het uitgangspunt dat wij met een efficiënte en effectieve werkwijze een kwalitatief hoogwaardig product leveren. Aan de voorkant is dit klantgericht en waar mogelijk flexibel geor­ ganiseerd. Aan de achterkant zijn de processen vormgegeven. Het ‘gemeenteloket’ is voor in­ woners en bedrijven dé ingang voor vraagstukken ten aanzien van het omgevingsrecht. Achter het loket bevinden zich de afzonderlijke gemeente­ lijke disciplines én ODIJmond voor de taken ten aanzien van milieu.

Voor type A activiteiten hoeft geen melding in het kader van het Ab te worden gedaan. Als er voor een type A activiteit toch een melding wordt inge­ diend, handelen wij die schriftelijk af. Wanneer wij een melding ontvangen, sturen wij een ontvangstbevestiging en wij registreren de melding in ons digitale bedrijvensysteem.

Om kwaliteit te leveren beoordelen de gemeenten, provincie Noord-Holland en ODIJmond integraal zo vroeg mogelijk plannen en initiatieven. Daarbij worden partners, adviseurs en belanghebbende derden betrokken. Dit geldt ook wanneer ODIJmond advies geeft op bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen. De betreffende milieu­ aspecten zoals geluid, geur, (fijn) stof, externe veiligheid en ecologie beoordelen wij. Wij toetsen ook of het bouwplan of de ruimtelijke ontwikke­ ling kan worden uitgevoerd. Daarin nemen wij de milieuaspecten mee.

ODIJmond neemt deel aan gemeentelijk en/of regionaal overleg én neemt deel aan vooroverleg bij een initiatief. Het betreffende bevoegd gezag legt vast wie inzage heeft in het volledige dossier in verband met milieurisico’s in relatie tot politieke en/of maatschappelijke gevoeligheden. Wij werken conform de geldende wetgeving zoals de Wabo en de Wm. Ook gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (Algemene wet bestuursrecht (Awb)) zoals zorgvuldigheid, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Een vergunningverlener behandelt elke aanvraag of melding. Hierdoor is er voor de aanvrager of melder één aanspreekpunt. Vergunningen worden getoetst op handhaafbaarheid en naleefbaarheid.

* In de PGS 15 zijn de regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee een aanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

11

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

2.7 Doorkijk Omgevingswet Naar verwachting treedt per 1 januari 2024 de Ow in werking. Met recht kunnen wij dit één van de grootste veranderingen noemen in het bestaan van onze dienst. Deze wet vraagt een andere manier van werken. Daarom testen wij met ge­ meenten en provincie de inrichting en werking van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit stelsel wordt onder de Ow het loket voor het aanvragen van een vergunning en ondersteunt de samenwerking tussen de bevoegde gezagen. Ook voeren wij met gemeenten pilots uit voor het opstellen van omgevingsplannen. Eén van de uitgangspunten van de Ow is om het begrip inrichting los te laten en voor het onder­ deel milieu naar ‘milieubelastende activiteiten’ (MBA) te kijken.

2.7.1 Vergunningplicht In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de MBA’s opgenomen en is voor een deel een vergunningplicht vereist. Een vergunning is alleen verplicht als dat nodig is vanwege een internatio­ naalrechtelijke verplichting of algemene regels niet voldoende zijn om belangen af te wegen. Als voor een MBA in het Bal geen vergunning­ plicht is vereist, bevat het Bal voor een aantal milieuaspecten voorschriften die nageleefd

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

moeten worden. Het betekent dat het bevoegde gezag in een omgevingsplan voor niet MBA’s (denk bijvoorbeeld aan horeca en detailhandel) en voor MBA’s waar in het Bal geen voorschriften zijn op­ genomen (denk aan geur, trillingen en geluid) kan en moet opnemen. Maatwerk Het Bal geeft mogelijkheden om maatwerk op te stellen. Alleen in bepaalde gevallen is dit niet mogelijk. Maatwerk zal een grotere rol gaan spelen binnen de werkzaamheden van vergun­ ningverlening. Kortere doorlooptijden Daarnaast krijgt vergunningverlening te maken met kortere doorlooptijden. Ook als de Ow in werking treedt, blijft vraaggestuurde afhandeling van vergunningverlening bestaan. Het standaard vooroverleg is hierbij nieuw. Wij anticiperen hier ten tijde van dit schrijven al op.

2.7.2 Omgevingsplan Het omgevingsplan gaat een belangrijke basis vormen voor de vergunningverlening. Daarom is het belangrijk dat de vergunningverlener ‘aan tafel’ zit bij het ontwikkelen van een omgevings­ plan. Het omgevingsplan regelt een deel van de milieugevolgen en is daarom ook belangrijk voor de omgevingsvergunning van complexe bedrij­

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

ven. Zo kunnen er in het omgevingsplan regels staan over externe veiligheid (dat onder de Ow omgevings­veiligheid zal heten), geluid- en geur­ hinder. Ook gaat gezondheid en duurzaamheid een rol spelen. Denk daarbij aan het voorzorgsbeginsel, de energietransitie en circulaire economie. Via het omgevingsplan en vergunningverlening geven wij hier invulling aan. Vergunningverlening zoekt afstemming met de ruimtelijke ordening van de gemeente omdat in het omgevingsplan wordt vastgesteld welke acti­ viteiten zich waar mogen vestigen. Wanneer in de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het omgevingsplan, houden we rekening met overige activiteiten en moet goed gemotiveerd worden waarom de activiteit wel (of niet) in het omge­ vingsplan kan passen. De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels en vervangt de bestaande veror­ deningen waaronder de milieuverordening.

2.7.3 Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Ow. De initiatiefnemer die een vergunning aanvraagt voor een activiteit, heeft straks zelf de verant­ woordelijkheid om belanghebbenden te informe­

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

12

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

ren en te betrekken. Vergunningverlening betrekt de informatie die bij de participatie is verkregen bij de integrale belangenafweging. Van vergun­ ningverleners verwachten we dat ze alle belangen in de leefomgeving tegen elkaar afwegen en een samenhangend besluit nemen.

2.7.4 Opgave vergunningverlening Vergunningverleners hebben de taak om te inven­ tariseren welke bedrijven onder de Ow vergun­ ningsplichtig blijven. Er gaat een overgangsrecht gelden voor bestaande vergunningen, besluiten en meldingen. Daarom hebben wij al een opzet gemaakt voor lopende procedures en vigerende (lopende) vergunningen. Ook onderzoeken we bij vergunningverlening of onze servicemodules moeten worden aangepast. Voor de snelservicemodule kunnen we kijken of de toegankelijkheid kan worden verbeterd. Op dit moment krijgt een melder pas bericht wanneer een melding compleet is. Dan pas weet de melder wie de behandelaar is. Dit proces kan anders worden ingericht.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

13

Toezicht

14

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

3 Toezicht

Een toezichthouder van ODIJmond:

• Houdt toezicht op en controleert de nale-

ODIJmond houdt namens betrokken bestuursorganen toezicht op naleving van de milieuregelgeving, andere omgevingsrechtelijke regelgeving en daaraan onder­ steunende regelgeving. Toezicht houdt in dat wij controleren of wet- en regel­ geving wordt nageleefd. Dit deel heeft betrekking op het regulier toezicht. In het regulier toezicht is geregeld hoe ODIJmond omgaat met het periodiek toetsen van regelgeving voor de taakvelden waar dit noodzakelijk is.

3.1 Juridische context toezicht

5 van de Awb (ex generalis*). Met andere woorden: de Wabo gaat vóór de Awb.

Regulier toezicht is van belang om te kunnen constateren of normen ook daadwerkelijk worden nageleefd. Er is nog geen sprake van een vermoe­ den van een overtreding. Hierna gaan wij kort in op de belangrijkste bepalingen uit de regelgeving die hierop van toepassing zijn. En, we geven een korte samenvatting van de toezichthoudende taken waarmee onze toezichthouders belast zijn. In hoofdstuk 5 van de Awb zijn de algemene hand­ havingsbepalingen te vinden. Hoofdstuk 5 van de Wabo bevat de bijzondere bepalingen met betrek­ king tot de handhaving. Hoofdstuk 5 van de Wabo staat als lex specialis* ten opzichte van hoofdstuk

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

De gemeenten en provincie waarvoor ODIJmond het basistakenpakket en het milieutakenpakket uitvoert hebben aan de directeur van ODIJmond het mandaat gegeven toezichthouders in de zin van de Awb aan te wijzen die bevoegd zijn toe­ zicht te houden op de naleving van de regelgeving die onder de betreffende takenpakketten vallen.

* Een lex specialis (Latijn voor bijzondere wetgeving) is een wet, die voorrang krijgt boven de algemene wetgeving (de lex generalis).

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

ving van de milieuregelgeving. Dit houdt in: • Controleert en houdt toezicht op de naleving van milieuwetgeving. • Neemt deel aan (integrale) overleggen. • Voert (integrale) handhavingsacties uit. • Draagt zorg voor een correcte administra­ tieve vastlegging, verwerking en afhan­ deling. Stelt indien nodig rapportages op die als basis kunnen dienen voor een (juridisch) vervolgtraject. • Mede-vertegenwoordigt ODIJmond bij hoorzittingen bij bezwaar- en beroeps­ procedures. • Behandelt milieuklachten van inwoners en bedrijven/inrichtingen en roept waar nodig deskundigheid van anderen aan: • Beoordeelt onder wiens bevoegd gezag de klacht valt. • Voert op locatie een toezichtscontrole uit. • Draagt zorg voor een correcte admini­ stratieve vastlegging, verwerking en afhandeling. • Vertegenwoordigt ODIJmond in geval van calamiteiten (buiten kantoortijden is daartoe een piketregeling van kracht).

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

15

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

3.2 Definities van toezicht Term

Definitie

Regulier toezicht

Regulier toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren en het door systematische controle ervoor waken dat iets gebeurt en dat het gebeurt volgens bepaalde normen.

Handhavingstoezicht

Handhavingstoezicht heeft betrekking op situaties waarin ODIJmond zelf een vermoeden heeft dat sprake is van een overtreding, dan wel dat daarop wordt gewezen door een derde partij, hetgeen aanleiding geeft tot het uitvoeren van een controle. Tevens valt onder handhavingstoezicht het toezicht dat wordt uitgevoerd in het kader van een lopende handhavingszaak en het toezicht op de naleving van de aangezegde lastgeving.

Integraal toezicht

Integraal toezicht omvat alle regelgeving die op een bepaald project, inrichting of locatie van toepassing is en behoort te worden betrokken bij het uit te voeren toezicht. Per project, inrichting of locatie kan het te betrekken regelgevend kader verschillen.

Aspect toezicht

Aspecttoezicht kan worden omschreven als het houden van toezicht op een bepaalde activiteit of naleving van een bepaald onderdeel van de regelgeving. Dit kan ook in de vorm van een project plaatsvinden.

Handhavingstraject

Onder een handhavingstraject moet worden verstaan het traject dat een aanvang neemt op het moment van het constateren van een overtreding ten tijde van de controle voorafgaande aan het uitvaardigen van een hand­havingsbeschikking.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

16

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

3.3 Categorieën van toezicht

3.3.1 Regulier toezicht

Wij onderscheiden verschillende soorten controles bij toezicht. In principe kondigen wij toezicht­ controles altijd vooraf aan. Hier kunnen we van afwijken. Het uitgangspunt wel is altijd dat we controles zo integraal mogelijk uitvoeren. Daarbij houden we te allen tijde de verschillende, rechts­ gebieden binnen het omgevingsrecht danwel ondersteunende rechtsgebieden in het oog. Daarmee zetten we onze capaciteit voor toe­ zichtscontroles zo efficiënt mogelijk in.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

Type toezicht

Beschrijving

Toezichtscontroles in het kader van de jaarlijkse prioriteitstelling

Regulier toezicht dat plaatsvindt in het kader van de jaarlijkse prioriteit­ stelling in het uitvoeringsprogramma. Op het gebied van milieu wordt de toezichtsfrequentie deels gebaseerd op het type inrichting. Zo moeten type C bedrijven elk jaar worden gecontroleerd. De frequentie baseren wij ook op basis van analyses die wij maken in het kader van risicogericht toezicht (informatiegestuurd en datagedreven), op basis van actuele aandachtsgebieden én naar aanleiding van wensen van betrokken bestuursorganen.

Toezichtscontrole in het kader van projecten

Aan de hand van onze analyses bepalen we jaarlijkse eventuele projecten, actuele aandachtsgebieden én de wens van betrokken bestuursorganen. In de projectvoorstellen concretiseren wij bepaalde beleidsterreinen verder. Dit doen wij door het benoemen van speerpunten, waarop wij gaan controleren.

Opleveringscontroles in het kader van vergunning­verlening/ meldingen

Met integrale controles kijken we niet alleen of de vergunninghouder zich aan de vergunningvoorschriften houdt, maar toetsen we ook de handhaafbaarheid van de vergunningsvoorschriften.

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

17

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

3.3.2 Handhavingstoezicht Type toezicht

Beschrijving

Controles naar aanleiding van klachten, handhavingsverzoeken, ongevallen en incidenten

In voorkomende gevallen worden klachten, ongevallen en/of incidenten veroorzaakt door de bedrijfsvoering. Dit komt door (niet) naleving van de geldende regelgeving. In die gevallen volgt op een klacht, ongeval of incident altijd een aspectcontrole of, wanneer nodig, een integrale controle. De controle is gericht op het vaststellen van een mogelijke overtreding. Van een integrale controle gaat een preventieve werking uit.

Controles in het kader van lopende hand­ havingstrajecten

Ten behoeve van de motivering van een herstelactie: Deze controles doen wij na het aflopen van een termijn van een eventuele vooraankondiging, bij het voortbestaan van een overtreding, óf in spoedeisende gevallen die direct aanleiding geven voor het aanzeggen van een herstelsanctie. In die gevallen worden aanvullende eisen gesteld aan het toezicht én aan het controlerapport. Het toezicht en het daaruit voortvloeiende onderzoeksrapport dienen ter motivering van de lastgeving en zijn constituerend voor de lastgeving. Er mag vanaf dat moment geen enkele twijfel meer bestaan over de omstandigheden waaronder de overtreding is of wordt begaan. Op dat moment worden aan de feitelijke constatering van de overtreding immers bij besluit rechtsgevolgen verbonden die erop zijn gericht de overtreder te bewegen tot het herstellen van de overtreding binnen een bepaalde begunstigingstermijn.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

18

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

3.4 Controlefrequentie van de toezichtactiviteiten

Type toezicht

Beschrijving

Controles in het kader van lopende hand­ havingstrajecten

Ten behoeve van de vaststelling van het intreden van de rechtsgevolgen van de lastgeving: Aan een lastgeving is een begunstigingstermijn verbonden. Binnen de begunstigingstermijn wordt de overtreder de gelegenheid geboden de overtreding te beëindigen. Gaat de overtreder niet over tot beëindigen van de overtreding dan treden de rechtsgevolgen van de lastgeving in werking. Een dwangsom wordt verbeurd, of het bevoegd gezag beëindigt zelf de overtreding door het toepassen van bestuursdwang. Het is dus van belang zorgvuldig vast te stellen of is voldaan aan de lastgeving op het moment dat de begunstigingstermijn is verstreken. Dientengevolge zijn evenals ten aanzien van de vaststelling van de overtreding in het kader van de motivering van de dwangsom dezelfde eisen daaraan verbonden op het moment dat de begunstigingstermijn die is verbonden aan de lastgeving, is verstreken.

Voor de afhandeling van klachten heeft ODIJmond een apart klachtenprotocol vastgesteld. In hoofdstuk 8 komt dit aan bod.

De frequentie van de periodieke toezichtsacti­ viteiten is voor een deel gebaseerd op het type inrichting. Wij baseren deze frequentie ook op de uitkomst van onze analyses, die wij maken voor ons risicogestuurd toezicht, op actuele aandachts­gebieden en naar aanleiding van de wens van betrokken bestuursorganen.

3.5 Toezicht op het bereiken van kwaliteitsnormen Wij houden toezicht op naleving van emissie­ normen bij bedrijven, zoals die gesteld zijn voor bijvoorbeeld geluid, bodem, water en lucht. Onze specialistische of generalistische toezichthouders voeren dit toezicht uit. Indien het toezicht op de norm zodanig complex is dat de specialist dit niet kan doen huren wij kennis in van een hiertoe gespecialiseerd bureau. De generalist moet de specialist inschakelen indien de nodige kennis ten aanzien van een bepaald aspect mist. Wij weten, onder andere op basis van de landelijke kwaliteitscriteria, welke specialistische kennis wij nodig hebben.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

19

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

3.6 Scheiding vergunningverlening en toezicht Binnen ODIJmond zijn vergunningverlening en handhaving functioneel gescheiden van elkaar. Naast een cirkel vergunningen zijn er drie toe­ zichtcirkels: IJmond, Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemerland. De medewerkers uit deze teams kennen hebben allemaal dezelfde functie­ omschrijving. Deze functie heet medewerker Omgevingsrecht. Dit maakt onderlinge uitwissel­ baarheid mogelijk en maakt de organisatie flexibel en adaptief. Tegelijk wordt vanzelf­ sprekend scherp de hand gehouden aan de regel dat medewerkers omgevingsrecht niet de door hen opgestelde vergunningen mogen handhaven. Uiteraard vindt overleg plaats over de te verlenen vergunningen. Nadat de vergunningverlener de ontwerpbeschikking in concept heeft opgesteld wordt deze samen met de aanvraag voorgelegd aan een van de toezichtcirkels. Daar wordt de ontwerpbeschikking getoetst op: • Handhaafbaarheid en eenduidigheid van de voorschriften. • Helderheid van de formulering van de voor­ schriften. • Toetsen van de voorschriften aan de huidige milieuhygiënische inzichten, onder andere de PGS*-richtlijn, de aangewezen BBT-documen­

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

ten, de Handreiking industrielawaai en Vergun­ ningverlening, Circulaire indirecte hinder. • Relatie met andere relevante milieuwetgeving onder andere het Vuurwerkbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

3.7 Roulatiesysteem Om te voorkomen dat een te nauwe band ont­ staat tussen de inspecteur en de activiteit is een roulatie­systeem opgezet. Een toezichthouder voert: • Niet meer dan eenmaal een handhavings­traject uit bij een type C bedrijf. Na afloop van dit handhavingstraject hebben eerst twee andere toezichthouders een handhavingstraject bij het bedrijf doorlopen voordat deze toezichthouder opnieuw een handhavingstraject opstart. • Maximaal twee handhavingstrajecten uit bij een type B bedrijf. Na het aflopen van deze handhavingstrajecten hebben eerst twee an­ dere toezichthouders een handhavingstraject bij het bedrijf doorlopen voordat deze toezicht­ houder opnieuw een handhavingstraject opstart.

zijn als een toezichthouder zeer specialistische kennis heeft op een vakgebied waar slechts weinigen binnen ODIJmond over beschikken. Gezien de controlefrequentie voor een type A inrichting, bij klachten of als deze binnen een project valt, ontstaat naar verwachting geen nauwe band tussen toezichthouder en het bedrijf.

* publicatiereeks gevaarlijke stoffen

We merken op dat wanneer de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, wij hiervan gemotiveerd mogen afwijken. Dit kan bijvoorbeeld het geval

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

20

Handhaving

21

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

4 Handhaving In dit hoofdstuk is de handhavingsstrategie beschreven die ODIJmond hanteert om de naleving van de (milieu)voorschriften te bevorderen. Wij werken in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) en de Wabo en lopen vooruit op het inwerking treden van de Ow. Naast de bestuursrechtelijke handhaving beschrijven wij ook de inzet van strafrechtelijke handhaving. Bij ODIJmond zijn buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst die bevoegd zijn tot strafrechtelijke handhaving, ook via de Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten (Bsbm).

4.1 Inleiding Het handhavingsbeleid beoogt in de allereerste plaats de doelstellingen van het omgevingsrecht en aanverwante wetgeving te ondersteunen. Daarnaast is de handhavingsstrategie gericht op het bewerkstelligen van algemene preventie via speciale preventie. Dit betekent dat wij bij ieder individueel geval consequent uitvoering geven aan de handhavingstaak in overeenstemming met het handhavingsbeleid.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

Aan de handhavingsstrategie zijn randvoor­ waarden verbonden waaronder effectiviteit en effi­ciency. De reactie op de overtreding dient doelgericht te zijn en evenredig aan de ernst van de inbreuk op de geschonden norm. En het is van groot belang om de bestuursrechtelijk en straf­ rechtelijke handhaving gezamenlijk in te zetten. Zo verstreken ze elkaar en wordt met de verrichte inspanningen het handhavingsresultaat groter.

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

22

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

4.2 Landelijke Handhavingsstrategie Op 4 juni 2014 heeft het Bestuurlijk Omgevings­ beraad* de LHS vastgesteld. Vanaf 1 januari 2016 moeten alle overheden de LHS vaststellen en toe­ passen. Deze strategie moet worden toegepast op alle Wabo-overtredingen. De LHS biedt een breed toepasbaar kader voor handhaving, waaronder specifieke handhavingsstrategieën. Het doel is een eenduidig handhavend optreden door be­ trokken instanties bij soortgelijke overtredingen. Hierdoor ontstaat voor inwoners en bedrijven een gelijk speelveld, wordt het rechtsgevoel gerespec­ teerd en blijft de leefomgeving schoon, veilig en gezond. Doordat overheden, omgevingsdiensten, het openbaar ministerie (OM) en de politie op eenzelfde manier optreden ontstaat dit speelveld. Deze instanties dienen passend te interveniëren bij iedere bevinding; afhankelijk van de situatie weloverwogen kiezen voor alleen bestuursrechte­ lijke, bestuurs- en strafrechtelijk of alleen straf­ rechtelijk optreden. Hierdoor sluit de LHS aan bij de sanctiestrategie, toezichtstrategie en gedoog­ strategie. Met het overnemen en invoeren van de LHS wordt aangesloten bij de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-kwaliteitscriteria) voor Wabo bevoegde overheden. Uitgangspunten daarbij zijn:

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

• Gedragsvoorschriften dienen direct in acht ge­

onafhankelijk en professioneel handhaven, be­ trouwbaarheid, passende interventies toepassen en gezamenlijk optreden waar mogelijk. De kern van de LHS is een interventiematrix waar­ bij de handhaver een drietal zaken weegt: • Ernst van de bevindingen (gevolgen van over­ treding). • Gedrag van de overtreder. • Feiten en omstandigheden van de situatie. Op basis van deze wegingen wordt bepaald welke interventie wordt toegepast. De zaken die in de zware segmenten terechtkomen worden eerder en anders (strenger) opgepakt dan de zaken in het midden- en lichte segment terecht komen. Hierbij wordt uitgegaan van het principe dat handhavers zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en dat zij overstappen op zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver zet de betreffende interventie(s) in totdat sprake is van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft pakt de handhaver door. Dit gebeurt door middel van het inzetten van een zwaardere interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgen­ de:

nomen te worden. Hiervoor dient geen of hoog­ uit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen. • In alle andere gevallen – waaronder ook plan­ nen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische reali­ seerbaarheid in die termijn.

Interventiematrix Landelijke Handhavings­ strategie: zie volgende pagina

* De inrichting en het functioneren van de vergunning­ verlening, het toezicht en de handhaving (het VTHstelsel) inzake het omgevingsrecht is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van enerzijds Rijk, IPO en VNG en anderzijds het openbaar ministerie (OM). Voor de goede afstemming tussen partijen is het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOB) opgericht.

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

23

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

Gedrag van de overtreder

De (mogelijke) gevolgen zijn

Interventiematrix LHS

A

Goedwillend

B

Moet kunnen

- Onbedoeld - Proactief

C

Calculerend

- Onverschillig

- Bewust belemmerend en/of risiconemend

D

Bewust en structureel crimineel - Fraude - Oplichting - Witwassen

1

Vrijwel nihil

Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren

Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen

Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen

2

Beperkt

Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren

Strafrecht BSBm/PV

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen

Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen

Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek Waarschuwen 3

Van belang

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek Waarschuwen

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht

Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend exploitatieverbod/sluiting schorsen of intrekken vergunning-certificaat of erkenning Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

4

Aanzienlijk Dreigend en/of onomkeerbaar

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht

Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht

Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend exploitatieverbod/sluiting schorsen of intrekken vergunning-certificaat of erkenning Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend exploitatieverbod/sluiting schorsen of intrekken vergunning-certificaat of erkenning Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

24

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

4.3 Bestuursrechtelijke handhaving 4.3.1 Typen bestuursrechtelijke handhaving Er worden vier typen bestuursrechtelijke handhaving onderscheiden, als opvolging van de constatering van overtredingen tijdens een toezichttraject. Type handhaving

Beschrijving

Niet ernstige over­tredingen (drie stappen)

Indien geen sprake is van een ernstige overtreding die met grote spoed dient te worden hersteld, dan dient handhaving te geschieden langs drie stappen. Na de eerste controle volgt een schriftelijk verzoek tot beëindigen van de overtreding. Bij voortduring van de overtreding volgt na de hercontrole een schriftelijke vooraankondiging. Pas bij de derde controle wordt, indien de overtreding nog niet beëindigd is, een bestuurlijke last opgelegd.

Ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen (twee stappen)

Aan de hand van de relatieve mate waarin de norm wordt geschonden moet naar objectieve maatstaven en hetgeen in het maatschappelijk verkeer als betamelijk wordt aangemerkt, worden beoordeeld of sprake is van een ernstige overtreding die zich leent voor twee stappen handhaving. Ter beoordeling of sprake is van een beperkt spoedeisende overtreding dient de kans van het intreden van de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm in aanmerking te worden genomen. Bij ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen wordt opgetreden in twee stappen: door middel van een vooraankondiging (= voornemen tot opleggen last) na het eerste controlebezoek. In geval sprake is van meerdere overtredingen, waarin één of meer overtredingen naar aard en karakter van die overtreding als ernstig kan worden aangemerkt, vindt steeds twee stappen handhaving plaats. Indien geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot beëindiging van de overtreding uit de vooraankondiging, wordt er bij voortduring van de overtreding na de hercontrole een last opgelegd.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

25

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

Type handhaving

Beschrijving

Spoedeisend herstel (één stap)

De Awb biedt in artikel 5:31, eerste lid de mogelijkheid tot het direct aanzeggen van een bestuurlijke last bij beschikking. Toepassing kan plaatsvinden indien een direct gevaar aanwezig is dat de bezwaarlijke gevolgen die de geschonden norm beoogt te beschermen intreden, ofwel de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm zich reeds hebben voorgedaan en deze niet verder, althans niet op korte termijn, in omvang toenemen. In zodanige gevallen kan direct een last worden aangezegd opdat de aan de geschonden norm verbonden gevolgen zullen wegnemen.

Zeer spoedeisende bestuursdwang

De termijn is bepaald aan de hand van de gemid­ deld genomen en benodigde, dan wel toereikende termijn waarbinnen de betreffende overtreding kan worden beëindigd, aangevuld met een extra verruiming van één week vanwege het door ODIJmond gehanteerde dwangsombeleid (lees hierna). De termijnen zijn herleid uit praktijkervaring van ODIJmond. In beginsel wordt vastgehouden aan de genoemde begunstigingstermijn. Onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.

In gevallen waarin niet kan worden gewacht met het aanzeggen van een bestuursdwangmaatregel en de overtredingssituatie noopt tot directe interventie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot toepassing van directe bestuursdwang ingevolge artikel 5:13, tweede lid van de Awb. De toepassing van directe bestuursdwang is een feitelijke handeling die zo spoedig mogelijk bij beschikking dient te worden bekrachtigd.

4.3.2 Begunstigingstermijnen Het uitgangspunt bij het stellen van een begun­ stigingstermijn voorafgaand aan oplegging of effectuering van een bestuurlijke last, is dat de illegale situatie zo spoedig mogelijk beëindigd moet worden en de hersteltermijn zo kort moge­ lijk moet zijn. De lengte van de termijn dient onder meer bepaald te worden aan de hand van het geschonden belang. Loopt het te beschermen belang ernstige schade op door voortduring van

INLEIDING

overtreder de gelegenheid herstel te plegen op de overtreding, zonder dat uit hoofde van de over­ treding reeds rechtsgevolgen, de verbeurte van een dwangsom of de mogelijkheid tot toepassing van bestuursdwang, voortvloeien.

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

de overtreding dan is de begunstigingstermijn korter dan wanneer het te beschermen belang geen ernstige schade oploopt bij voortduring van de overtreding. Bij het bepalen van een begunsti­ gingstermijn dient rekening te worden gehouden met de tijd. In de lijst met overtredingen (bijlage 1) is per genoemde overtreding een begunstigingstermijn opgenomen. Een begunstigingstermijn biedt de

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

In ieder geval wordt afgeweken van de opgeno­ men begunstigingstermijnen bij overtredingen die spoedeisend dan wel beperkt spoedeisend herstel verlangen. Daarnaast kan van de termijn worden afgeweken indien sprake is van herhaaldelijk niet-nakoming of recidive. Ter zake wordt, al naar gelang de bijzondere omstandigheden van het geval daartoe meewegen, de begunstigingstermijn bekort. Het ligt in de rede in zodanige gevallen te motiveren waarom is gekozen voor een andere begunstigingstermijn.

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

26

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

4.3.3 Bestuursrechtelijke handhavings­ instrumenten Last onder dwangsom Ten aanzien van het bestuurlijk sanctioneren van overtredingen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de last onder dwangsom. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) is bij elke genoem­ de overtreding een dwangsombepaling opge­ nomen. De verbeurte van een dwangsom is het rechtsgevolg dat is verbonden aan de last onder dwangsom en treedt in op het moment dat de overtreding niet is beëindigd voor het verstrijken van de begunstigingstermijn. In doe voorkomen­ de gevallen kan tot invordering van de verbeurde dwangsom worden overgegaan.

Dwangsom ineens Met het doel een effectieve en efficiënte hand­ having te bereiken worden in de dwangsombe­ schikking in beginsel dwangsommen vastgesteld op een ineens te verbeuren bedrag. In dit verband is ervoor gekozen de begunstigingstermijn iets ruimer te stellen. De overtreder wordt immers een week voor het moment van het verbeurte in kennis gesteld van het aflopen van de begunsti­ gingstermijn.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

Indien het noodzakelijk is vanwege de aard van de overtreding wordt de dwangsomverbeurte vast­ gesteld op een bedrag per overtreding, waarbij het totaalbedrag aan te verbeuren dwangsommen gelijk is aan het in bijlage 1 opgenomen maxi­ mum bedrag. Voor de vaststelling van het aantal overtredingen dat leidt tot verbeurte van het maximum bedrag worden de bijzondere omstan­ digheden van het geval betrokken, waaronder de aard en intensiteit van de overtreding.

Niet-nakoming en recidive In voorkomende gevallen dat niet voldaan wordt aan een eerste of opvolgende last onder dwang­ som, staat het ODIJmond vrij een volgende last onder dwangsom aan te zeggen ten aanzien van dezelfde en nog voortdurende overtreding. Dit teneinde daarop alsnog herstel te laten plegen. Uit het voortduren van de overtreding kan een kennelijkheid worden afgeleid die inhoudt dat het in de voorgaande last onder dwangsom gestelde dwangsombedrag een onvoldoende prikkel betrof om herstel te plegen op de overtreding. In zodanig geval wordt in de navolgende last onder dwang­ som het voor de overtreding genoemde dwang­ sombedrag verhoogd met 300%. Deze verhoging kan dus alleen worden toegepast als sprake is van hetzelfde handhavingstraject ten overstaande van dezelfde overtreding. Indien dit onvoldoende financiële prikkel zal blijken in te houden kan van

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

deze procentuele verhoging worden afgeweken. Er wordt contact opgenomen met het OM en de mogelijkheid tot het aanzeggen van de Bsbm dan wel proces-verbaal wordt onderzocht. Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de in de bijlage genoemde dwang­ sombedragen. Dit zou zich voor kunnen doen in geval er sprake is van recidive, een ernstige overtreding of anderszins een grotere financië­ le prikkel gewenst is. In zodanig geval wordt in elke navolgende last onder dwangsom het voor de hernieuwde overtreding gestelde dwangsom­ bedrag in de bijlage verhoogd met 200%. Indien dit onvoldoende financiële prikken blijkt in te hou­ den kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken.

Last onder bestuursdwang In het geval dat de last onder dwangsom naar omstandigheden niet het geëigende middel blijkt te zijn om de overtreding te (laten) beëin­ digen wordt gebruik gemaakt van de last onder bestuursdwang. Bovendien kan in voorkomende gevallen waar de last onder dwangsom niet het beoogde effect heeft gehad ervoor gekozen wor­ den gebruik te maken van de last onder bestuurs­ dwang. In het geval sprake is van een overtreding ten aanzien waarvan zeer spoedeisend herstel

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

27

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

vereist is wordt direct en te allen tijde bestuurs­ dwang toegepast. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) worden categorieën van overtredingen benoemd ten aanzien waarvan in de regel van de mogelijkheid tot het aanzeggen van een last onder bestuursdwang gebruik worden gemaakt.

Bestuurlijke boete Naast de mogelijkheid van lastgeving kan een bestuursorgaan ook een bestuurlijke boete opleg­ gen aan een overtreder. ODIJmond maakt van dit instrument geen gebruik, maar hanteert in plaats daarvan het instrument Bsbm (beschreven onder strafrechtelijke handhaving (paragraaf 3.4.1)).

4.4 Strafrechtelijke handhaving Naast het bestuursrechtelijke instrumentarium, kan wanneer daartoe geïndiceerd, ook gekozen worden voor de toepassing van een strafrechtelijk handhavingsinstrument. Een aantal toezicht­ houders van ODIJmond is daartoe aangewezen als boa. De strafbare feiten die een boa mag opsporen staan vermeld in de domeinenlijst en in zijn takenpakket. De verantwoordelijkheid voor de oplegging van strafrechtelijke handhavings­ beschikkingen ligt, ook met betrekking tot de Bsbm, bij het OM.

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

Toepassing van het strafrechtelijk instrumenta­ rium vindt plaats in geval van ernstige en/of niet voor herstel in aanmerking komende overtredin­ gen, waarbij de gedragsindicatie van de overtreder een grote rol speelt, conform de interventiematrix onder de LHS. De voorbereiding en oplegging van een strafrechtelijke handhavingsbeschikking vindt plaats conform de daarvoor geldende wettelijke eisen en waarborgen (waaronder de cautie).

4.4.1 Strafrechtelijke handhavings­ instrumenten

leverd, verstuurt het CJIB de strafbeschikking naar de verdachte en start de inning van de geldboete. Tegen deze boete staat verzet open.

Proces-verbaal Indien een feit zich niet leent voor het toepassen van de Bsbm dient een boa een proces-verbaal op te maken. Het proces-verbaal kan vervolgens via het Functioneel Parket, dan wel de officier van justitie, leiden tot een strafrechtelijke vervolging van de overtreder.

Bestuurlijke strafbeschikking milieu (Bsbm) De Bsbm is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde inter­ ventie die ODIJmond zonder tussenkomst van het OM kan opleggen. De directeur van ODIJmond is hiertoe eigenstandig bevoegd. Hiermee is een regeling geïntroduceerd, die het voor ODIJmond mogelijk maakt eenvoudig vast te stellen strafbare feiten af te doen met een strafrechtelijke boete. De Bsbm kan worden ingezet voor de handhaving van bepaalde feiten. Deze feitomschrijving en feitcodes zijn te vinden in een speciaal feiten­ boekje bestuurlijke strafbeschikking milieu waar boa’s mee werken. Nadat een zaak via de invoerapplicatie, de transactiemodule, van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is aange­

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

28

Gedogen

29

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

5 Gedogen In voorkomende gevallen dient afgezien te worden van de beginselplicht tot handhaving en kan gekozen worden voor gedogen. Uitgangspunt voor ODIJmond bij gedogen is het landelijk kader ‘Gedogen in Nederland’ (Rijksnotitie). 5.1 Aanvaardbaar gedogen Enkel in de volgende situaties kan sprake zijn van aanvaardbaar gedogen: 1 Indien handhaving zou leiden tot aperte on­ billijkheden. Dit kan met name het geval zijn in overmachtssituaties en soms ook in overgangssituaties. Voorwaarde is wel dat de andere betrokken belangen door het gedogen niet onevenredig mogen worden geschaad. In de praktijk kunnen zich de volgende overgangssituaties voordoen: a Gevallen waarin wordt gewerkt zonder vergun­ ning omdat door omstandigheden die buiten de macht van de vergunninghouder liggen, de nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude (aflopende) vergunning kan worden verleend. b Gevallen waarin door het alvast starten van een activiteit, vooruitlopend op de vergunningverle­ ning, een bestaande situatie kan worden beëin­ digd, verminderd of gereguleerd. Hierbij moet

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Er zijn geen alternatieven voorhanden waar­ mee hetzelfde effect kan worden bereikt. De aanvrager van de vergunning treft geen verwijt ten aanzien van het tijdstip van indienen van de vergunningaanvraag. De verwachting bestaat dat positief op de vergunningaanvraag kan worden beschikt. c Gevallen waarin de vergunning van een be­ staande activiteit door de rechter is vernietigd op formele gronden en het mogelijk is om een nieuwe vergunning te verlenen. d Gevallen waarin geconstateerd wordt dat het technisch onmogelijk is om bepaalde voor­ schriften – mits aanvaardbaar – aan te pas­ sen én het toegestaan is een gelijkwaardige voorziening toe te passen. Indien ambtshalve wijziging van de vergunning op korte termijn onmogelijk is, kan de overtreding in de tussen­ liggende tijd worden gedoogd. e Gevallen waarin onderzocht moet worden hoe

HANDHAVING

GEDOGEN

ASBEST

een overtreding van bepaalde voorschriften kan worden beëindigd en waarvoor het nodig is de handeling in kwestie nog enkele malen of nog enige tijd uit te voeren. f Gevallen waarin overtreding plaatsvindt van regels terwijl regelgeving in voorbereiding is waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze de eisen in de overtreden regels op korte termijn zal versoepelen. Deze gevallen worden terughoudend benaderd. Toetsing aan het evenredigheidsbeginsel zal plaatsvinden. 2 Het achterliggende belang is evident beter gediend met gedogen, te weten uitzonderingsgevallen die de wetgever niet heeft voorzien. In dergelijke situaties moeten afspraken worden gemaakt over de termijn waarbinnen en de wijze waarop de naleving zal plaatsvinden ten behoeve van het door de wettelijke norm te beschermen belang. 3 Een zwaarder wegend belang rechtvaardigt gedogen.

COMMUNICATIE

KL ACHTEN

30

VTH-strategie milieu 2023 – 2026

5.2 Voorwaarden gedogen Gedogen is weliswaar een bevoegdheid van het college, maar zeker geen verplichting. Per geval moet aan voorgaande criteria getoetst worden. Gedogen vindt slechts plaats via een beschikking en dient zeer terughoudend te worden toegepast. Gedogen is in beginsel slechts onder de volgende voorwaarden aanvaardbaar: • In uitzonderingsgevallen. • Mits beperkt in omvang en/of tijd. • Slechts actief, uitdrukkelijk en na zorgvuldige kenbare belangenafweging. • Aan controle onderworpen.

5.3 Gedogen met beschikking Een gedoogbeschikking wordt slechts afgegeven, indien er voldoende grond aanwezig is om te ver­ wachten dat concrete aanwijzingen bestaan dat de te gedogen activiteit op korte termijn geheel kan worden gelegaliseerd of zal worden gestaakt. Dit betekent dus dat er geen sprake mag zijn van een (voortdurende) onaanvaardbare normover­ schrijding. Gedogen kan slechts als een tijdelijke overgangsregeling worden beschouwd. In een ge­ doogbeschikking wordt daarom een bepaalde, zo kort mogelijke en duidelijke termijn opgenomen. Het gedogen van spoedeisende- en ernstige over­

INLEIDING

VERGUNNINGVERLENING

TOEZICHT

tredingen van vigerende regelgeving is, bijzondere omstandigheden daargelaten, slechts mogelijk binnen de eerdergenoemde randvoorwaarden voor actief gedogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12796829/1