CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20230548974 2 Bijlage 1: Beleidskader VTH - milieu 2023-2026 Omgevingsdienst IJmond

commissie Beheer 8 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen beleidskader VTH-milieu en VTH- strategie milieu 2023-2026 Omgevingsdienst IJmond (RB)16.289 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Inleiding Beschrijving werkgebied Gebiedsanalyse Leeswijzer

4 5 6 6

6 Wettelijk kader 6.1 Wabo 6.2 Kwaliteitscriteria 6.3 Omgevingswet

45 45 45 46

8 8 8 9 9

7 Ontwikkelingen 7.1 Positie in het stelsel 7.2 Quick Scan aanbevelingen Commissie Van Aartsen 7.3 Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP)

49 49

8 Samenwerking 8.1 Niveaus van samenwerking 8.2 Partners en onderwerpen

52 52 53

Bijlagen Bijlage 1: Beleidscyclus Bijlage 2: Evaluatie Beleidskader VTH-milieu 2019-2022 Bijlage 3: Risico- en probleemanalyse

54 55

2 Doel 2.1 Missie 2.2 Visie 2.3 Insteek Beleidskader 2.4 Belang Beleidskader VTH-milieu 2.5 Gezamenlijk strategisch vertrekpunt vier omgevingsdiensten in Noord-Holland 2.6 Bestuurlijke afwegingsruimte 2.7 Invulling (financiële) middelen per doel

9 10 11

3

13

Proces evaluatie

4 Thema’s 4.1 Leefbaarheid 4.2 Risico’s

15 16 18

5 Prioriteiten 5.1 Prioriteiten in relatie tot thema’s en hoofdprocessen 5.2 Opbouw prioriteiten 5.3 Vernieuwend toezicht

20

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

50 50

60 66

21 22 43

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

2

Inleiding

3

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

1 Inleiding Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) is een openbaar lichaam met rechts­ persoonlijkheid op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij onze dienst zijn aan­gesloten de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland en Zandvoort en provincie Noord-Holland.

Wij voeren voor deze veertien gemeenten en provincie Noord-Holland diverse taken uit op het gebied van de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan onderwerpen als energie, duurzaamheid, luchtkwaliteit, kwaliteit van de bodem, geluid, veiligheid en flora & fauna. Daarnaast voeren wij voor een aantal gemeenten taken uit op het gebied van bouw- en woningtoezicht, brandveilig­ heid, Alcohol­wet en de Algemene Plaatselijke Verordening. Onze kerntaken zijn vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu. Op drie gemeenten na1 hebben alle deelnemende gemeenten deze taak volledig bij ons belegd.

De organisatie en uitvoering van de VTH-taken staan onverminderd in de belangstelling. Gedeel­ telijk komt dat door landelijke onderzoeken, waarbij het rapport ‘Om de leefomgeving’ van de Commissie van Aartsen het meest in het oog springt. Meer hierover in hoofdstuk 6. Gedeeltelijk door wetswijzigingen, waarbij de komst van de Omgevingswet (Ow) het meest ingrijpend is. Waar relevant en mogelijk hebben wij daarom de aanbevelingen uit het rapport van de Comissie van Aartsen meegenomen bij het opstellen van dit Beleidskader VTH-milieu 2023-2026 (Beleidskader).

1

De gemeenten Edam-Volendam,

Purmerend en Waterland hebben enkel het basistakenpakket belegd bij ODIJ.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

4

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Met dit Beleidskader actualiseren wij het Beleidskader VTH-milieu 2019-2022 Omgevingsdienst IJmond en in samenhang ook de VTH-strategie milieu 2019-2022 Omgevingsdienst IJmond. Hiermee ziet dit Beleidskader toe op stap twee en drie van de beleidscyclus. Ook het Interbestuurlijk toezicht door provincie Noord-Holland stelt eisen aan het doorlopen van deze beleidscyclus. De wijze waarop wij deze cyclus doorlopen staat beschreven in bijlage 1 van dit Beleidskader.

1.1

Beschrijving werkgebied

Het werkgebied beslaat het grondgebied van veertien gemeenten in provincie Noord-Holland, verspreid over bijna twee volledige veiligheids­ regio’s: Zaanstreek-Waterland (exclusief gemeente Zaanstad) en Kennemerland (exclusief gemeente Haarlemmermeer). Het gebied laat zich niet in één zin omschrijven en kenmerkt zich door een grote verscheidenheid in zowel fysiologische zin als in bedrijfsmatige activiteiten die plaats hebben.

Purmerend Heemskerk

Uitgeest

Beverwijk

Wormerland

Oostzaan

Velsen

EdamVolendam

Waterland Landsmeer

Bloemendaal

Het gebied is ingedeeld in drie regio’s, te weten IJmond, Zaanstreek-Waterland en Zuid-Kennemer­ land. De gemeenten binnen de verschillende regio’s kennen in het algemeen bezien in mindere of meerdere mate dezelfde problematiek, uiteraard ieder met de eigen specifieke kenmerken en aandachtsgebieden.

Haarlem Zandvoort Heemstede

Werkgebied Omgevingsdienst IJmond

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

5

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

1.2 Gebiedsanalyse

1.3 Leeswijzer

Regio IJmond

In hoofdstuk 2 beschrijven wij het doel, insteek en belang van dit Beleidskader en wij beschrijven op welke manier wij met onze VTH-strategie samenwerken binnen provincie Noord-Holland. In hoofdstuk 3 beschrijven wij de wijze waarop wij het aflopende Beleidskader evalueerden. In hoofdstuk 4 beschrijven wij de thema’s die de rode lijn vormen van dit Beleidskader. In hoofdstuk 5 beschrijven wij de prioriteiten waar wij ons de komende vier jaar op gaan richten. Ook geven wij de relatie van de prioriteiten tot thema’s en hoofdprocessen schematisch weer. In hoofdstuk 6 geven wij een toelichting op de wettelijke kaders die van toepassing zijn. In hoofdstuk 7 geven wij een schets van de voor vergunningverlening, toezicht en hand­ having relevante ontwikkelingen voor de komende jaren. In hoofdstuk 8 geven wij een overzicht van de partners waarmee wij samenwerken en voor welke onderwerpen die samenwerking plaatsvindt. Bijlagen: Wij sluiten dit Beleidskader af met een aantal bijlagen, waaronder de beleids­ cyclus, de uit­gebreide evaluatie van het af­ lopende Beleidskader en een risico- en probleemanalyse.

Regio IJmond bestaat uit de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest en Velsen. Het gebied kenmerkt zich voornamelijk door de spanning die bestaat tussen de aanwezige (zwaardere) industrie, wonen, natuur en recreatie. Daarnaast vinden er nog diverse agrarische activiteiten plaats, zoals (glas)tuinbouw, het houden van paarden en veeteelt. Lucht en geluid zijn belangrijke onderwerpen waar VTH zich op richt.

Regio Zaanstreek-Waterland Regio Zaanstreek-Waterland bestaat uit de gemeenten Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland en Wormerland. Het gebied kenmerkt zich door de vele agrarische bedrijven die hier gevestigd zijn. Daarnaast zijn er enkele kleinere bedrijventerreinen gevestigd in de verschillende kernen. De stad Purmerend heeft een centrumfunctie binnen de regio en onderscheidt zich, mede hierdoor, ook in bedrijvigheid van de andere gemeenten binnen deze regio.

Regio Zuid-Kennemerland Regio Zuid-Kennemerland heeft bepaald een ander karakter dan de regio’s IJmond en ZaanstreekWaterland. Deze regio bestaat uit de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort. Horeca vormt een aanzienlijk deel van het inrichtingenbestand. Daarnaast vinden gemiddeld meer evenementen plaats binnen deze gemeenten dan in andere gemeenten, waarbij ODIJmond ook een taak heeft. De terugkeer van de Formule 1 naar Circuitpark Zandvoort na 36 jaar is ook uniek te noemen.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

6

Doel

7

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

2 Doel Het doel van dit Beleidskader sluit aan bij onze missie. De wijze waarop wij hier invulling aan geven sluit aan bij onze visie.

2.1 Missie ODijmond draagt bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en duurzame leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit binnen ons werkgebied. Daarbinnen inspireren wij inwoners en bedrijven tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Het resultaat is een landelijk vooruitstrevende toekomstbestendige voorbeeldorganisatie waar partners met ver­ trouwen mee samenwerken.

In de uitvoering van onze taken vervullen wij een proactieve, regisserende en vooral verbindende rol. Als procesregisseur met kennis van zowel inhoud als uitvoering bevorderen wij een integrale aanpak binnen het ruimtelijk domein en koppelen wij de juiste partijen aan elkaar. Daarbij is kwalitatieve en adequate dienstverlening leidend.

2.2 Visie ODIJmond werkt, als onderdeel van het openbaar bestuur, samen met inwoners, bedrijven en over­heden aan een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Naast VTH bij bedrijven, adviseren wij over de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en duur­ zaamheid binnen het ruimtelijk domein.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Initiatieven van inwoners en bedrijven vragen van ons een open houding, gericht op wederzijds vertrouwen. Als kennisorgaan anticiperen wij hierop en faciliteren met een helder inzicht in het speelveld, binnen de kaders van de wet- en regelgeving. Via deze werkwijze bouwen wij, namens onze gemeenten en provincie, elke dag aan een lande­ lijk vooruitstrevende en toekomstbestendige voorbeeldorganisatie.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

8

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

2.3 Insteek Beleidskader Met dit Beleidskader beschrijven wij aan de hand van thema’s de prioriteiten en (wettelijke) kaders voor de uitvoering van onze vergunningen-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) op het gebied van milieu, voor de komende jaren. Hierdoor maken wij onze ambities inzichtelijk en vergroten wij het level playing field binnen en buiten de regio. Verder beschrijft dit kader de wijze waarop wij onze taken uitvoeren. Centraal daarin staat ons streven om de toezichtlast bij bedrijven en instellingen zo laag mogelijk te houden. Om tot een geactualiseerd Beleidskader te komen, voerden wij een gebieds-, risico- en probleem­ analyse uit. Daarmee beoordeelden wij het effect van niet naleving en de kans dat dit zich voordoet. Deze analyse is onderdeel van de eerste stap uit de beleidscyclus: ‘rapportage en evaluatie’. In hoofdstuk 1.2 van dit Beleidskader staat de gebiedsanalyse. De risico- en probleemanalyse is terug te vinden in bijlage 3.

Vaststelling Beleidskader VTH-milieu 2023-2026

DOEL

PROCES EVALUATIE

2.4 Belang Beleidskader VTH-milieu De deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland waarvoor wij taken uitvoeren, hebben een belang bij een gezamenlijk vastgesteld uitvoeringsbeleid. Voorwaarde voor een succesvolle en integrale aanpak van problemen in de fysieke leefomgeving is dat prioriteiten zowel lokaal, regionaal als landelijk voldoende samenhang vertonen. Ook het verstevigen van een level playing field, ook bovenregionaal, is een belangrijke opgave. Dit betekent dat wij binnen ons hele werkgebied in onze uitvoering personen binnen een bepaalde doelgroep zoals onder­nemers en inwoners op een gelijke wijze behan­delen (rechtsgelijkheid).

VTH-strategie milieu 2023-2026

Het Beleidskader is afgestemd met en wordt vastgesteld door de colleges van de veertien deel­ nemende gemeenten en provincie Noord-Holland.

INLEIDING

Hiermee wordt vastgelegd hoe wij vergunning­ procedures, toezicht en handhaving op een adequate, uniforme, professionele en transparante wijze uitvoeren. Het Beleidskader past binnen het beleid van de deelnemers of kan daar als onderdeel in worden opgenomen.

De VTH-strategie milieu 2023-2026 (Strategie), die wij in samenhang met dit Beleidskader actualiseerden, vormt de gereedschapskist voor onze uitvoering. In onze Strategie, waarin kwaliteit

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

centraal staat, staat onze werkwijze beschreven met betrekking tot onze vergunningverlening en toezicht en de wijze waarop wij hierin samenwerken met externe partners. De focus ligt op het basistakenpakket met een doorkijk naar de Omgevingswet. Maar wij richten ons eveneens op het hele milieutakenpakket voor gemeenten die die taken bij ons hebben ondergebracht.

2.5 Gezamenlijk strategisch vertrekpunt vier omgevingsdiensten in Noord-Holland De vier Noord-Hollandse omgevingsdiensten (OD’s) zoeken in toenemende mate de samen­ werking met elkaar op. In de samenwerkings­ agenda 2022-2024 van deze vier diensten is de afspraak gemaakt om samen een volgende stap te zetten in de totstandkoming van een gezamenlijke VTH-strategie. Het werken met een gezamen­lijke strategie sluit aan op de ontwikkelingen die het VTH-stelsel op dit moment doormaakt. De belangrijkste ontwikkelingen hierin zijn de inwerking­ treding van de Omgevingswet en het Inter­ bestuurlijke Programma Versterking VTH-stelsel. In hoofdstuk 7 gaan wij hier verder op in. Ontwikkelingen zoals wij hierboven beschrijven zorgen ervoor dat het VTH-stelsel volop in beweging blijft. Dat is ook de reden dat de wij er als vier

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

9

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

OD’s voor kozen om de huidige ontwikkelingen niet af te wachten, maar gelijktijdig het proces te starten om tot een gezamenlijke VTH-strategie te komen. Vertrekpunt voor de gezamenlijke strategie is de huidige wet- en regelgeving met als belangrijkste uitgangspunt artikel 7.2, tweede lid van het Besluit omgevingsrecht (Bor). In dit artikel is vastgelegd dat ‘bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst er gezamenlijk zorg voor dragen dat een uniform uitvoerings- en handhavings­beleid voor de taken wordt vastgesteld’. In 2022 zetten wij hiervoor de eerste stap. Op basis van uniformering van de vier bestaande strategieën werkten wij een uniforme aanpak uit van de strategievorming. Voor dit proces hanteerden wij als uitgangspunt ‘gezamenlijk wat kan, alleen wat moet’. Gedurende de looptijd van dit Beleidskader wordt de gezamenlijke strategie verder uitgewerkt. Uiteraard in afstemming met de eigen deelnemers van de regionale Gemeenschappelijke Regeling (GR) en gericht op de aard van de inrichtingen. Vanwege bovengenoemde uniformering, en het grotendeels nog actueel zijn van de (af)lopende Strategie, kozen wij ervoor om onze VTH-strategie alleen te actualiseren op punten waar dat op dit moment noodzakelijk is.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

2.6 Bestuurlijke afwegingsruimte Met dit Beleidskader en het vastleggen van thema’s en prioriteiten geven wij structuur aan onze werkzaamheden. Wij zijn zodoende in staat om prioriteiten op korte en middellange termijn zorgvuldig uit te werken. Uiteraard behouden onze deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland na de vaststelling van dit kader hun eigen bestuurlijke afwegingsruimte. Zo blijft het voor gemeenten en provincie Noord-Holland mogelijk om, naast de samen overeengekomen gemeenschappelijke prioriteiten voor ons gehele werkgebied, (jaarlijks) maatwerk te vragen in onze uitvoering. Bijvoorbeeld door lokale (politieke) inzichten of (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen specifieke gemeenten of de provincie. Zo was er gedurende de looptijd van het (af)lopende Beleidskader aandacht voor de opslag van lithiumion batterijen of lachgas. Deze waren in eerste instantie niet als prioriteit opgenomen maar kwamen naar aanleiding van maatschappelijke ontwikkelingen in beeld. Via onze rapportagecyclus geven wij ruimte voor en inzicht in dit en ander maatwerk. In ons jaarverslag rapporteren wij over onze resultaten en lokale ontwikkelingen en vertalen deze samen met onze deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland naar een uitvoerings­programma. Ook blijft er naast de prioriteiten uit dit Beleidskader ruimte voor de

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

uitwerking van nieuwe prioriteiten die op nationaal niveau worden geformuleerd. Het gaat dan om nationale geformuleerde prioriteiten waarvoor geldt dat gemeenten bevoegd gezag zijn en waarvoor de uitvoering wordt belegd bij ons. Een voorbeeld hiervan is het Energiebesparings­ akkoord Noord-Hollandse Bedrijven 2022-2025 (het Energiebesparings­akkoord) dat voortkwam uit het Klimaatakkoord. De provincie stelt hiervoor direct middelen beschikbaar aan gemeenten, die worden ingezet voor de uitvoering van die taken.

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

10

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

2.7 Invulling (financiële) middelen per doel Het aantal uur dat wij reserveren voor de uitvoering van de basis- en plustaken VTH-milieu staan vastgelegd in onze Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst IJmond. Om de doelen te be­reiken die wij koppelen aan de, in dit kader beschreven, prioriteiten is het van belang dat wij voldoen aan de kwaliteitscriteria. In onze beoordeling van de kwaliteitscriteria kijken wij ook naar de benodigde en beschikbare inzet en expertise. Via onze rapportagecyclus kijken we terug en vooruit op de uitgevoerde en benodigde uren. Daarbij beoordelen wij ook of de voortgang op de gestelde doelen reden geven om het beleid, de prioriteiten en/of de strategieën aan te passen. Deze beoordeling vindt altijd plaats met en binnen ons bestuur, ten behoeve van bestuurlijke af­ wegingsruimte.

Monitoring benodigde middelen Met het huidige beleidskader stappen we af van het alleen prognosticeren op basis van typebedrijven. Voorheen controleerden we bedrijven 1x per 10 jaar, 4 jaar of jaarlijks. De frequentie van onze bedrijfsbezoeken baseren wij, naast de wettelijke verplichting, ook op basis van analyses die wij maken in het kader van risicogericht toezicht

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

(informatiegestuurd en datagedreven), op basis van actuele aandachtsgebieden én naar aanleiding van wensen van betrokken bestuursorganen. Dit staat beschreven in onze VTH-strategie.

doelen uit het beleid te bereiken en anderzijds op welke wijze dit is berekend.

Deze veranderende aanpak maakt dat we in dit kader geen uitsplitsing maken van de benodigde capaciteit en middelen. Komende jaren zullen wij de inzet op de prioriteiten monitoren. Deze monitoring moet inzicht geven of we met de huidige capaciteit de doelen over vier jaar kunnen realiseren.

Financiële en personele middelen voldoende Met onze huidige bezetting en expertise voldoen wij aan die kwaliteitscriteria en zijn wij in staat om de doelen, die staan gekoppeld aan de prioriteiten te realiseren. Nadere duiding van de beschikbare personele en financiële middelen, anders dan vastgelegd in onze GR en/of DVO’s vermelden wij via onze financiële jaarstukken. Wanneer er extra personele en financiële middelen nodig zijn, nemen wij dit op in onze jaarlijkse kadernota en gaan wij daarover in overleg met onze gemeenten. Met deze procedure geven wij invulling aan de aanbeveling vanuit het Interbestuurlijk Toezicht Provincie Noord-Holland om enerzijds inzicht te geven in de personele en financiële middelen die nodig zijn om de activiteiten uit te voeren en de

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

11

Proces evaluatie

12

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

3 Proces evaluatie In 2019 stelden onze deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland het Beleidskader VTH-milieu 2019-2022 en de VTH-strategie milieu 2019-2022 vast. Afgelopen vier jaar hebben wij uitvoering gegeven aan dit beleid. Voordat wij startten met het formuleren van nieuw beleid, evalueerden wij het (af)lopende beleid. Deze evaluatie is input voor het nieuwe Beleidskader. Dit hoofdstuk is een samenvatting van deze evaluatie. In bijlage 2 van dit Beleidskader is de evaluatie per geformuleerd doel uit het (af)lopende Beleidskader opgenomen. Voor een diepgaande evaluatie, inclusief indicatoren per doel, verwijzen wij naar de evaluaties van het Beleidskader in onze jaarverslagen.

In ons (af)lopende Beleidskader formuleerden wij een hoofddoel en doelen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en samen­werking en data. Aan deze doelen koppelden wij een aantal indicatoren. Afgelopen jaren monitorden wij deze doelen en indicatoren jaarlijks. De resultaten hiervan deelden wij via twee tertaalrapportages (april/augustus) en een jaarverslag (december) met onze gemeenten en provincie Noord-Holland. In ons jaarverslag evalueerden wij ons Beleidskader en beschreven wij de indicatoren per doel. Deze evaluatiemomenten gaven geen reden het geformuleerde beleid, de

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

prioriteiten of strategieën bij te stellen. Wel gaven wij afgelopen jaren ruimte voor lokale accenten. Die beschreven wij in onze rapportages. In 2022 organiseerden wij diverse sessies om terug te kijken op de doelen uit ons Beleidskader. Wij organiseerden interne sessies en regionale sessies (IJmond, Zaanstreek-Waterland, ZuidKennemerland) met de betreffende portefeuillehouders. In de interne evaluatie én in de bestuurlijke evaluaties vormden deze doelen de rode draad. De uitwerking hiervan staat beschreven in bijlage 2.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

Tijdens de regionale sessies uitten de portefeuille­ houders de wens om ook hun raadsleden te betrekken bij het opstellen van het nieuwe Beleidskader. Via drie informatieve sessies namen wij raadsleden mee in het proces, de thema’s en prioriteiten en gaven wij hen de mogelijkheid hierop te reflecteren.

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

13

Thema’s

14

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

4 Thema’s Op basis van de evaluatie van de doelen en ontwikkelingen uit het (af)lopende Beleidskader kiezen wij ervoor om dit nieuwe Beleidskader op te hangen aan de volgende thema’s:

Leefbaarheid • Gezondheid • Veiligheid • Duurzaamheid

INLEIDING

DOEL

Risico’s • Financiële risico’s • Bestuurlijke risico’s

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

15

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

4.1 Leefbaarheid Wonen, werken en recreëren. Het vindt binnen de veertien gemeenten in ons werkgebied zij aan zij plaats. Ons gebied wordt nu al intensief gebruikt. Tegelijkertijd staan gemeenten en de provincie voor grote opgaven. Opgaven die met elkaar schuren een elkaar kunnen versterken. Bijvoorbeeld waar het gaat om economische groei, woningbouw, klimaatadaptatie en natuurbescherming. De puzzel tussen al deze opgaven vraagt om een evenwichtige en integrale aanpak. Als ODIJmond dragen wij hieraan bij. Via vergunningverlening, toezicht, handhaving en onze advisering op milieuthema’s als luchtkwaliteit, bodem, natuur, ruimtelijke ontwikkeling, geur, dragen wij bij aan de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving.

4.1.1

Gezondheid

De leefomgeving waarin mensen wonen, werken en recreëren heeft invloed op hun gezondheid. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die wij ervaren als prettig, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op onze gezondheid zo laag mogelijk is. Het thema gezondheid heeft een centrale plek gekregen binnen de Omgevingswet en geldt daarmee als speerpunt voor gemeenten in Nederland. Ook binnen ons werkgebied krijgt gezondheid alle aandacht. Deze noodzaak is zichtbaar door de zware industrie nabij woning­ bouw. Maar ook doordat ruimte schaars is en woningbouw en bedrijvigheid steeds dichter bij elkaar worden gerealiseerd. De schaarste ruimte

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

noodzaakt gemeenten en de provincie tot scherpe keuzes. Keuzes waarbij steeds vaker naast milieu­ normen ook naar gezondheidsnormen van alle emissies wordt gekeken.

4.1.2

Veiligheid

Een appartementencomplex met uitzicht op het Noordzeekanaal, een kantoor naast een rangeerterrein, wonen nabij een pompstation. Kan het eigenlijk wel? Wij zien dat wonen, werken en recreëren binnen ons werkgebied steeds dichter naar elkaar toe kruipen. Gemeenten en de provincie worden uitgedaagd om, bijvoorbeeld waar het gaat om woningbouw, steeds creatiever te worden in de uitvoering van deze opgave. Dit zorgt er

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

voor dat wij in een dichtbevolkt industrieel gebied scherp moeten adviseren over risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid en leefbaarheid. Deze ontwikkeling maakt toezicht en handhaving onverminderd belangrijker. Momenteel speelt ondermijning hierbinnen een belangrijke rol. Het is voor deelnemers noodzakelijk om zicht en grip te houden op de bedrijven binnen de gemeentegrenzen. En kennis te hebben van de activiteiten die binnen bedrijven afspelen, om grip te kunnen houden op de omgevingsveiligheid. Vergunningverlening, toezicht en handhaving staat binnen dit onderwerp centraal. Tegelijkertijd zijn bedrijven gebaat bij heldere, transparante en begrijpelijke regels.

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

16

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

4.1.3

Duurzaamheid

Binnen Europa maakten wij afspraken om klimaat­ verandering tegen te gaan. De ambitie is om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Een ambitie die een impact heeft op overheden, bedrijfsleven en inwoners. Deze maatschappelijke opgave vraagt om een samen­werking tussen overheden, het bedrijfs­ leven en inwoners. In de praktijk zien wij succes­ volle samenwerkingen ontstaan tussen overheden en bedrijven waarbij de ambitie steeds meer verschuift naar een circulaire economie. Tegelijkertijd zien wij dat duurzaamheidsinitiatieven een impact hebben op energie-infrastructuur. Gesloten Bodemenergiesystemen, netwerk­congesties. Nieuwe grootschalige ontwikkelingen en initiatieven, zoals een waterstoffabriek of windmolenparken, maar ook kleinere ontwikkelingen, zoals warmtepompen bij woningen hebben een positieve impact op de leefomgeving. Dit alles kan ook zorgen voor overlast door geur- geluid- en lichthinder. In de samenwerking tussen deze drie doelgroepen vraagt dit om aandacht voor bescherming van de leefbaarheid van de leefomgeving.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

17

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

4.2 Risico’s Wonen, werken en recreëren vinden in onze regio zij aan zij plaats. Gemeenten en provincie NoordHolland willen hun inwoners een gezonde, veilige en prettige leefomgeving bieden. Dit vraagt gemeenten en de provincie aandacht te besteden aan onderwerpen als leefbaarheid, gezondheid, duurzaamheid en veiligheid. Het is belangrijk om risico’s zoveel als mogelijk te beperken. Voor gemeenten staan twee risico’s centraal; bestuurlijke risico’s en financiële risico’s.

4.2.1

Bestuurlijke risico’s

provincie waar het gaat om een gezonde, leefbare en een veilige leefomgeving.

Van gemeenten en provincie Noord-Holland wordt verlangd dat zij open en transparant werken. Keuzes die gemeenten en de provincie maken moeten kunnen rekenen op voldoende draagvlak van inwoners en het bedrijfsleven. Tegelijkertijd moeten inwoners en ondernemers erop kunnen rekenen dat zij voldoende worden beschermd door de gemeenten en de provincie. Vergunningverlening, toezicht en handhaving spelen hierbij een rol. Dit vergt van ons dat wij gemeenten en de provincie nauw betrekken bij ons toezicht en onze handhaving en de daaruit volgende trajecten. Ons bestuur moet op basis van onze advisering een heldere en afgewogen keuze kunnen maken, die op draagvlak kan rekenen vanuit de maatschappij. Keuzes die helder, transparant en juridisch toetsbaar zijn en bijdragen aan de ambities van gemeenten en de

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

4.2.2

Financiële risico’s

Bedrijfsmatige activiteiten kunnen een effect hebben op het milieu. Wet- en regelgeving schept hieraan kaders. Doordat bedrijven zich houden aan deze regelgeving, dragen zij bij aan het in stand houden en beschermen van een schone en veilige leefomgeving. Via onze toezicht en handhaving informeren wij bedrijven over de regelgeving en zien wij erop toe dat deze regels een plek krijgen in vergunningen en in de uitvoering. In onze regio ligt het naleefgedrag van bedrijven hoog. Toch voorkomt dit niet dat sporadisch calamiteiten ontstaan die een impact kunnen hebben op onze leefomgeving. Ons werk is erop gericht om deze calamiteiten te minimaliseren. Onder

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

meer door zicht en grip te hebben en houden op de bedrijven en de activiteiten van deze bedrijven. Het tegengaan van ondermijning geldt hierbinnen als speerpunt. Maar ook een kwalitatieve regis­ tratie van de bedrijfsactiviteiten in onze toezichten handhavingssystemen en de samenwerking tussen handhavingspartner in de gehele keten. Onze inzet moet voorkomen dat gemeenten en de provincie onnodig met financiële risico’s worden geconfronteerd. Risico’s die ontstaan door incidenten bij bedrijven of illegale activiteiten.

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

18

Prioriteiten

19

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5 Prioriteiten Risicogericht toezicht

Op basis van onze zes hoofdthema’s brachten wij ook de prioriteiten in kaart. Daarbij keken wij per thema naar landelijke en regionale ontwikkelingen en wat deze ontwikkelingen betekenen voor onze deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland. Ook onderzochten wij lokale ontwikkelingen en inventariseerden wij de ambities per gemeente. De gekozen prioriteiten beoordeelden wij op de volgende criteria: • Op het moment dat de prioriteit wordt aangepakt draagt dit in hoge mate bij aan één of meer van de, in hoofdstuk 4 beschreven, thema’s. • Onze prioriteiten sluiten aan bij de prioriteiten van onze (keten)partners. • Aandacht voor deze prioriteiten is belangrijk vanwege: - De grootte van de risico’s - O  ntwikkelingen in wet- en regelgeving of andere ontwikkelingen op maatschappelijk gebied - Bestuurlijke relevantie - Financiële relevantie

Ook aandacht voor overige onderwerpen Komende vier jaar ligt onze focus op de prioriteiten. Onderwerpen die niet als prioriteit zijn aangewezen krijgen deze periode ook zeker onze aandacht. Voor deze onderwerpen geldt dat de reguliere inzet voldoende is om de risico’s te beheersen.

Om de doelstellingen te realiseren die wij aan de diverse prioriteiten koppelden, zetten wij in op risicogericht toezicht, ook wel informatiegestuurd en datagedreven toezicht. Via risicogericht toezicht maken wij inzichtelijk welke data nodig is voor ons toezicht en zijn wij in staat deze data op de juiste wijze te interpreteren en analyseren zodat wij gedurende de looptijd van dit kader kunnen werken aan verantwoording op resultaat van ons werk in de buitenwereld. Ook geeft deze werkwijze ons de mogelijkheid om schaarse capaciteit op basis van verwachtings­ management zo optimaal mogelijk in te zetten.

Onaangekondigde controles Vernieuwend toezicht Bij onze inzet, of dit nu op één van deze priori­ teiten is of op een onderwerp waarop wij regulier inzetten, maken wij steeds meer gebruik van vernieuwend toezicht en heeft een integrale benadering de voorkeur. In hoofdstuk 5.3 gaan we hier nader op in.

Naast risicogericht toezicht gaan wij komende periode, in tegenstelling tot afgelopen periode waarin wij hoofdzakelijk aangekondigd controles hebben uitgevoerd, de frequentie van onaangekondigde controles verhogen. Dit om bedrijven in een werkelijke bedrijfssituatie te controleren. In bijlage 3 gaan wij specifiek in op de risico- en probleemanalyse.

In bijlagen 2 en 3 is het volledige proces dat heeft geleid tot de keuze van prioriteiten beschreven.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

20

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.1 Prioriteiten in relatie tot thema’s en hoofdprocessen In onderstaande tabel beschrijven wij aan welke thema’s de betreffende prioriteit bijdraagt. Ook geven wij weer vanuit welke hoofdprocessen wij aan de prioriteit werken. Prioriteit

Thema’s

Hoofdprocessen 2

Leefbaarheid

ZZS

Veiligheid

+

+

+

+

+

+

+

Afvalstoffen

+

Afvalwater

+

Energiebesparingsplicht

+

Asbest

+

Luchtkwaliteit

+

Klachten

+

+

Calamiteiten en incidenten

+

+

(Verontreinigde) bodemlocaties

+

+

+

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

VV

T&H

+

Advies

+

+

+ +

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

2

INLEIDING

Bestuurlijke risico’s

Gezondheid

Ondermijning

Duurzaamheid

Financiële risico’s

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

VV – vergunningverlening, T&H – toezicht en handhaving, Advies – met name ruimtelijke ordening

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

21

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2 Opbouw prioriteiten In de volgende paragrafen komen onze tien prioriteiten aan bod. Wij beschrijven de prioriteiten volgens eenzelfde indeling:

• Inleiding • Thema(‘s) waar deze prioriteit onder valt • Regio en gebied • Scope • Doel • Aanpak per hoofdproces • Kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) • Binding met andere prioriteiten

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

22

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.1

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

ZZS vormen een aparte groep van gevaarlijke stoffen. Op grond van specifieke criteria is te bepalen of een gevaarlijke stof wordt beschouwd als zeer zorgwekkend. In artikel 57 van de REACH Verordening (EG) 1907/2006 zijn de criteria vastgelegd om een ZZS te identificeren. Als een stof één of meer van de volgende eigenschappen bezit voldoet die aan deze criteria: • Kankerverwekkend • Mutageen • Giftig voor de voorplanting • Persistent (zeer langzaam afgebroken), bio­ accumulerend (ophoping) en giftig Zeer persistent en zeer bioaccumulerend • • Soortgelijke zorg (zoals hormoonverstorende stoffen) zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen. Bedrijven zijn verplicht hun lozingen en uitstoot van ZZS naar lucht en water te vermijden. Als dat niet haalbaar is, moeten de emissies zoveel mogelijk beperkt worden (minimalisatieverplichting).

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Thema’s Gezondheid | Veiligheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Deze prioriteit vraagt geen lokale focus en geldt voor ons gehele werkgebied. Wel zal de inzet meer gericht zijn op gemeenten met zwaardere bedrijvigheid zoals aanwezig op industrieterreinen. Scope ZZS komen vaker voor bij industriële bedrijven dan in het MKB. Er kan worden gedacht aan verf­ makers, bedrijven die kunststofartikelen ontwikkelen, spuiterijen, grondbanken of –depots (PFAS), metaalbewerkers, afvalverwerkers, drukkerijen, kunststofverwerkers en farmaceuten. Deze bedrijven zijn vaker op een industrieterrein gelegen dan in de bebouwde omgeving. Doel Via dit beleidskader zetten wij ons in om: • De bedrijven waar ZZS een rol spelen volledig in kaart te brengen. • Emissies van ZZS naar lucht en water te verminderen. • Het aantal ZZS-gerelateerde overtredingen jaarlijkse te verminderen. • Wanneer nodig de vergunning van een bedrijf aan te passen of maatwerk op te leggen. • Bij advisering op het ruimtelijk domein de invloed van ZZS mee te nemen.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

23

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening Wij passen vergunningen van bedrijven aan of stellen maatwerkvoorschriften op, wanneer dat met betrekking tot lozingen of emissies naar de lucht van ZZS nodig is. Toezicht & handhaving Wij houden toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van ZZS en treden handhavend op, wanneer bedrijven zich niet houden aan deze wet- en regelgeving. Advisering Bij het adviseren op het ruimtelijk domein zijn wij ons bewust van de invloed van ZZS en houden daar waar nodig rekening mee. KPI’s • D  e branches, soort en type bedrijf waar wij verwachten ZZS aan te treffen hebben wij geïnven­ tariseerd en staan op de kaart. • Aantal controles bij bedrijven waar ZZS een aspect van de controle zijn. • Aantal overtredingen met betrekking tot ZZS. • Aantal aangepaste vergunningen of aantal maatwerkbesluiten waar ZZS onderdeel van is. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteiten afvalstoffen | afvalwater | luchtkwaliteit | klachten | calamiteiten en incidenten.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

24

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.2

Ondermijning

De aanpak van ondermijnende criminaliteit staat hoog op de agenda. Zowel landelijk als bij onze deelnemende gemeenten. In de afgelopen jaren zien wij dat bedrijven steeds vaker een dek­mantel zijn voor criminele activiteiten. Daarnaast is van een groot aantal bedrijfspanden, stallen en loodsen het feitelijke gebruik onbekend. Afvalstromen (asbest, grond, e-waste, gevaarlijk afval) vormen een risico op crimineel gedrag. Bedrijven krijgen vaak betaald voor het innemen van afval zonder dat de verwerking is geregeld. Dit levert grote milieu- en gezondheidsrisico’s op omdat de bedrijven het afval onjuist verwerken of dumpen. Het aanpakken van deze milieucriminaliteit is arbeidsintensief en vraagt een regio-overstijgende ketenaanpak.

Ondermijning Thema’s Veiligheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Deze prioriteit vraagt geen lokale focus. Wij constateren dat ondermijnende activiteiten binnen alle gemeenten in ons werkgebied (kunnen) voorkomen. Wel zal onze inzet meer gericht zijn op gemeen­ ten met industriegebieden en bedrijventerreinen. Scope Uit evaluaties en analyses blijkt dat ondermijnende activiteiten meer dan gemiddeld voorkomen bij opslaglocaties, waaronder bedrijven waar opslagboxen worden verhuurd, garagebedrijven en detail­ handel. Ook doen deze activiteiten zich voor in de ketens zoals afval, asbest en bodem. Hoewel onze inzet om ondermijnende activiteiten te voorkomen zich in eerste instantie focust op industriegebieden en bedrijventerreinen, zien wij een trend dat ondermijning ook steeds vaker plaatsvindt in het landelijk en stedelijk gebied. Afhankelijk van lokale ontwikkelingen en bestuurlijke wensen passen wij onze focus hierop aan. Doel Via dit beleidskader zetten wij ons in om: • O  ndermijning zoveel als mogelijk te voorkomen door het opleggen van barrières. • In samenwerking met andere overheidspartners ondermijnende activiteiten aan het licht brengen en aan te pakken.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

25

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Ondermijning Aanpak per hoofdproces Toezicht & handhaving Wij leveren een proactieve bijdrage aan het signaleren van mogelijke ondermijning en aan gezamen­ lijke acties met andere overheidspartners in het kader van ondermijning. Zo nemen wij deel aan geza­ menlijke inspecties met ketenpartners en delen onze informatie. Collega’s zijn opgeleid om signalen van ondermijning te herkennen. Werken wij met een ketenaanpak op het gebied van afval, asbest en bodem. KPI’s • A  antal keren dat ondermijning effectief bestreden is, in samenwerking met overheidspartners of door ons individueel. • A  antal keren dat tijdens zogenoemde ondermijningsacties ook milieu gerelateerde zaken aan het daglicht komen. • A  antal keren dat wij strafrechtelijk optreden tegen ondermijnende criminaliteit. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteiten afvalstoffen | asbest | (verontreinigde) bodem­ locaties.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

26

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.3

Afvalstoffen

Bedrijven zijn verplicht bedrijfsafval zoveel als mogelijk te voorkomen, gescheiden in te zamelen en af te geven aan een afvalinzamelingsbedrijf. Wij besteden hier, zowel vanuit vergunning­ verlening als vanuit toezicht en handhaving, aandacht aan. Afvalstoffen die vrijkomen via de lucht of het water, zogenaamde emissies, dienen ook zoveel mogelijk voorkomen te worden. In de omgevingsvergunning die op een bedrijf van toepassing is, worden regels opgenomen die het verplichten om doelmatig om te gaan met afvalstoffen. Ook brengen we, samen met de werkgroep GreenBiz circulair, in kaart welke afvalstromen geschikt zijn als grondstof op basis van het Europese project Upcycle Your Waste van het programma GreenBiz IJmond. Dit sluit aan bij circulaire economie waar afval de nieuwe grondstof is. Bij afvalstoffen wordt, net als bij asbest en bodem, gewerkt volgens de ketenaanpak. Door afgestemd toezicht van één of meer toezichthouders en toezichthoudende organisaties krijgen wij zicht en grip op de gehele keten. Belangrijk uitgangspunt bij ketentoezicht is een analyse van de keten. Voor afvalstoffen maken wij hiervoor onder andere gebruik van het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA).

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Afvalstoffen Thema’s Gezondheid | Financiële risico’s. Regio en gebied Deze prioriteit vraagt geen gemeente specifieke focus. Afvalstoffen komen wij overal in ons werk­ gebied tegen. Waar het gaat om activiteiten binnen GreenBiz IJmond beperkt de scope zich tot de bedrijven­ terreinen die hierbij zijn aangesloten. Scope Bij alle bedrijven in ons hele werkgebied is afval een aspect waar wij aandacht aan besteden. Doel Onjuist omgaan met afvalstoffen, zowel bij de opslag, afgifte en verwerking daarvan, kan grote milieu- en gezondheidsrisico’s opleveren. Het kan op die manier in de leefomgeving of de voedsel­ ketens terecht komen. Ook is het risico op ondermijnende activiteiten hoog, omdat het verdienmodel op het gebied van afval uitnodigt tot crimineel gedrag. Via dit beleidskader streven wij ernaar om risico’s als gevolg van onjuist omgaan met afvalstoffen zo laag mogelijk te houden.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

27

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Afvalstoffen Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening We nemen voorschriften op in de vergunning om ervoor te zorgen dat bedrijven zo doelmatig mogelijk omgaan met afvalstoffen. Toezicht & handhaving Wij houden toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van afvalstoffen en treden handhavend op wanneer bedrijven zich niet aan deze wet- en regelgeving houden. Dit doen wij door tijdens onze aangekondigde, maar ook onaangekondigde controles te kijken welke afvalstromen er vrijkomen vanuit een bedrijf, hoe dit bedrijf haar afval in- en verzameld en aan wie het afval wordt afgegeven. Ook werken wij op het gebied van afvalstoffen samen met alle (handhavende) partners uit de gehele keten. Centraal in deze keten staat het uitwisselen van informatie. Hiermee streven wij ernaar dat afvalstoffen de gehele keten conform geldende wet- en regelgeving doorlopen. KPI’s • A  antal controles bij bedrijven waar afvalstoffen een aspect van de controle zijn. • A  antal overtredingen met betrekking tot afvalstoffen. • A  antal (geactualiseerde) vergunningen waar voor afvalstoffen voorschriften in zijn opgenomen. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ondermijning.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

28

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.4

Afvalwater

Het is belangrijk bij het lozen van gezuiverd afvalwater te kunnen voldoen aan de gewenste kwaliteit. Om dit te kunnen doen is het essentieel om goed zicht te hebben op de kwaliteit van het ingezamelde afvalwater. In de samenwerkingsovereenkomst Noorder­ kwartier staat ‘grip op indirecte lozingen’ dan ook als speerpunt; een traject waarin gemeenten, waterschap en omgevingsdiensten zich samen inzetten om beter zicht en grip te krijgen op indirecte lozingen van bedrijven op de riolering. In het bestuurlijk overleg hiervan is besproken om de samenwerking met de 3 OD’s, de provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat te zoeken.

Afvalwater Thema’s Gezondheid. Regio en gebied Met betrekking tot afvalwater is er geen specifieke focus qua regio en gebied. Deze prioriteit komen wij overal binnen ons werkgebied tegen. Scope Bij alle bedrijven in het hele werkgebied is de wijze waarop afvalwater geloosd wordt een aspect waar wij aandacht aan besteden. Zo kijken wij tijdens controles van bedrijven waar mogelijk vet­ houdend afvalwater wordt geloosd op het riool, te denken valt aan horeca, of dit water voorafgaand aan deze lozing door een vetafscheider wordt geleid die voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Ook afvalwater dat mogelijk andere vervuiling bevat, zoals olie of benzine vanuit een werkplaats of tankstation, dient eerst door een scheidende voorziening te worden geleid. Ook deze voorziening, in dit geval een olie- benzineafscheider, is onderdeel van onze controles. Ook water dat op andere wijze verontreinigd is, bijvoorbeeld met ZZS, dient met daarvoor geschikte maatregelen geloosd te worden op het riool. Ook daar zien wij op toe. De hoofdprocessen vergunningverlening en toezicht en handhaving zijn relevant bij deze prioriteit. Doel Via dit beleidskader zetten wij ons in om: • K  ennis en toezicht op het gebied van afvalwater te intensiveren.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

29

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Afvalwater Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening We nemen voorschriften in de vergunning op of stellen maatwerk op om zo doelmatig mogelijk om te gaan met afvalwater. Toezicht & handhaving Wij houden toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van afvalwater en treden, wanneer bedrijven zich niet houden aan deze wet- en regelgeving, handhavend op. Dit doen wij door bij controles te kijken op welke wijze afvalwater vanuit het bedrijf geloosd wordt, door welke voorzieningen dit eventueel wordt geleid en of deze voorziening voldoet aan de daaraan gestelde eisen. KPI’s • D  e bedrijven waar afvalwater een aspect is hebben wij geïnventariseerd en staan op de kaart. • A  antal vergunningen op het gebied van afvalwater dat is geactualiseerd. • A  antal maatwerkvoorschriften dat met betrekking tot afvalwater is opgesteld. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ZZS.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

30

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.5

Energiebesparingsplicht

Nationale en internationale doelen dragen eraan bij dat steeds meer bedrijven energiebesparende maatregelen willen en moeten treffen. Daarmee verschuift energiebesparing ook meer van stimulering naar toezicht en handhaving. Sinds 2023 werken wij met een toezichtteam dat project­ matig de controles op de energiebesparingsplicht uitvoert. In 2022 hebben wij op basis van het provinciaal Energiebesparingsakkoord een inventarisatie afgerond van alle bedrijven en instellingen waarop de energiebesparingsplicht van toepassing is. Op dit moment zijn van deze bedrijven de verbruiksgegevens bij ons bekend en weten wij welke energiebesparende maatregelen reeds genomen zijn. Sinds 2023 geldt dat kantoorgebouwen moeten voldoen aan de Label C verplichting. De controle hierop is een taak van de gemeente. Daarnaast gelden voor deze gebouwen ook de erkende maatregelen uit het Activiteitenbesluit 2012. Er is een grote overlap tussen de kantoorgebouwen en de bedrijven in onze regio die onder de informatieplicht vallen, zodat gecombineerd toezicht een efficiencyvoordeel oplevert. Met onze deel­ nemende gemeenten maken wij afspraken over een (gezamenlijke) aanpak.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Energiebesparingsplicht Thema’s Gezondheid | Duurzaamheid. Regio en gebied Met betrekking tot energiebesparing is er geen specifieke focus qua regio en gebied. Deze prioriteit komen wij overal binnen ons werkgebied tegen. Scope • B  edrijven die de gestelde drempelwaarden, > 25.000 m3 gas en/of > 50.000 kWh elektriciteit, overschrijden. • D  eze bedrijven zijn verplicht alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar te treffen. • B  edrijven in de IJmond waarbij de ambitie om hun bedrijf te verduurzamen hoger ligt dan het treffen van de verplichte energiebesparende maatregelen worden betrokken bij GreenBiz IJmond. Doel Via dit beleidskader streven wij ernaar dat: • A  lle bedrijven binnen ons werkgebied de verplichte energiebesparende maatregelen hebben toe­ gepast. • W  aar mogelijk, ondernemers te motiveren maatregelen te nemen die niet wettelijke afdwingbaar zijn, maar de wel bijdragen aan de landelijke klimaatdoelstellingen.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

31

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Energiebesparingsplicht Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening We nemen voorschriften in de vergunning op om zo doelmatig mogelijk om te gaan met energie. Bedrijven besparen veel energie als wij ze verplichten de best beschikbare techniek in te zetten. Toezicht & handhaving Wij controleren of bedrijven maatregelen hebben toegepast die vermeld staan op de Erkende Maat­ regelenlijsten energiebesparing (EML). Ook maken wij gebruik van dataloggers om bedrijven te adviseren over verdere verduurzamingsmogelijkheden. KPI’s • V  erbruiken van bedrijven binnen ons werkgebied zijn in beeld. • Z  icht op welke energiebesparende maatregelen zijn afgedwongen. • A  antal bedrijven dat op ons initiatief een plan van aanpak heeft opgesteld omdat het de energie­ besparende maatregelen nog niet kon treffen, omdat het geen natuurlijk moment is of omdat bijvoorbeeld geen installatiebedrijf beschikbaar is. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft geen directe binding met andere prioriteiten.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

32

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.6

Asbest

Bij het onzorgvuldig saneren van asbest kunnen risico’s optreden voor de gezondheid. Asbest­ saneerders en personen in de omgeving kunnen bij slecht uitgevoerde asbestsaneringen asbestvezels inademen. Landelijk kader is het Asbestverwijderingsbesluit. Dit besluit heeft als doel de emissie van asbestvezels te beperken bij het afbreken van gebouwen of objecten of het verwijderen van asbest bevattende materialen uit gebouwen of objecten. Op basis hiervan beoordelen wij de sloopmeldingen/asbestverwijderingsplannen van onze deelnemers en zien wij toe op een juiste verwijdering. Dit is een basistaak van omgevingsdiensten. Net als bij afvalstoffen en bodem wordt er bij asbest gewerkt middels de ketenaanpak. Deze aanpak draagt er aan bij dat asbest de gehele keten conform geldende wet- en regelgeving doorlopen.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Asbest Thema’s Gezondheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Asbest komt niet voor in een specifieke regio of in een specifiek gebied. Wij komen asbest in ons gehele werkgebied tegen; in landelijk, stedelijk en industrieel gebied. Scope Het beoordelen van sloopplannen/asbestverwijderingsplannen en het toezicht op een juiste verwijde­ ring van asbest vindt plaats voor ons gehele werkgebied. Onze werkzaamheden zijn er ook op gericht om illegale asbestsaneringen op te sporen en daar indien gewenst op te handhaven. Doel Via dit beleidskader streven wij ernaar dat: • B  edrijven binnen ons werkgebied asbest verwijderen volgens de wettelijke voorschriften, zodat gezondheidsrisico’s in de omgeving worden voorkomen. • A  lle partijen binnen de keten actief informatie met elkaar delen.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

33

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Asbest Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening We beoordelen de bij ons ingediende van sloopmeldingen/verwijderingsplannen. Toezicht & handhaving Wij houden toezicht op een juiste verwijdering en juiste afgifte van asbesthoudend materiaal. Daarbij kijken wij ook naar de certificering van de daarbij betrokken partijen. We onderhouden daarbij intensief contact met alle ketenpartners. KPI’s • A  antal controles dat wordt uitgevoerd naar aanleiding van een melding. • P  ercentuele afname van illegale saneringen/dumpingen. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ondermijning.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

34

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.7

Luchtkwaliteit

Toenemende bezorgdheid over gezondheid en leefbaarheid, in relatie tot de luchtkwaliteit met name in verstedelijkt gebied, vragen om een actieve overheid die maatregelen treft om de luchtkwaliteit te verbeteren. Hiernaast spelen er ontwikkelingen zoals de energietransitie en het woningtekort die allen een beslag zullen doen op de bestaande milieuruimte. Wij ondersteunen en adviseren onze gemeenten in het zoeken naar maatregelen om de luchtkwaliteit en daarmee de kwaliteit van de leefomgeving en gezondheid te verbeteren. Zo is in de IJmondgemeenten het programma Gezondheid & Luchtkwaliteit vastgesteld, waarin concrete maatregelen én impulsen zijn vastgelegd. Naast de uitvoering van het programma zijn voor deze prioriteit het wettelijk adviseurschap op vergunningen van Tata Steel en advisering op eigen vergunningverlening belangrijke thema’s voor de komende jaren.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Luchtkwaliteit Thema’s Gezondheid | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Deze prioriteit heeft betrekking op alle gemeenten in ons werkgebied. Scope Alle bedrijven binnen ons gebied, waarbij de bedrijfsactiviteiten (kunnen) leiden tot effecten op de luchtkwaliteit. De hoofdprocessen vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies zijn relevant bij deze prioriteit. Doel Via dit beleidskader dragen wij eraan bij dat: • E  missies van bijvoorbeeld fijnstof en stikstof bij bedrijven zoveel als mogelijk worden beperkt. Onze doelen sluiten aan op de doelstellingen uit het Schone Lucht Akkoord (SLA) voor die gemeenten die dit akkoord hebben ondertekend.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

35

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Luchtkwaliteit Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening Bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning en bij het verlenen van een (ambtshalve) revisie­ vergunning schrijven wij grenswaarden voor voor emissies naar de lucht, die zich zo dicht mogelijk aan de onderkant van de Best Beschikbare Technieken (BBT)-range bevinden met het oog op de bescherming van gezondheid en het milieu. Indien een bedrijf van mening is dat de onderkant van de BBT-range niet haalbaar is, moet dit door het bedrijf technisch en economisch worden onderbouwd. Toezicht & handhaving Tijdens controles houden wij er toezicht op dat bedrijven grenswaarden voor emissies naar de lucht niet overschrijden. Ook zien wij toe op het treffen van maatregelen om deze emissies te voorkomen, dan wel te beperken, en of deze maatregelen conform wet- en regelgeving zijn. Advisering Bij het adviseren op het ruimtelijk domein zijn wij ons bewust van het aspect luchtkwaliteit en houden daar waar nodig rekening mee. KPI’s • A  antal controles waar emissies naar de buitenlucht onderdeel van uitmaakt. • A  antal aangescherpte vergunningen met maatregelen vanuit het Schone Lucht Akkoord (SLA). • A  antal controles waarbij is toegezien op naleving van maatregelen uit het SLA. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteit ZZS.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

36

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.8

Klachten

Wanneer inwoners situaties signaleren die een gevaar kunnen opleveren voor het milieu, of wanneer zij hinder ervaren van een bedrijf, kunnen zij dit melden bij ons. Wij nemen dan, indien de klacht gegrond is, direct maatregelen om de klacht te verhelpen. In sommige gevallen is hiervoor nader onderzoek nodig. In dat geval onderzoeken wij of de veroorzaker de milieuwetgeving overtreedt. Is dat het geval dan spreken wij de veroorzaker aan en ondernemen wij actie om de overtreding, en daarmee de klacht, te beëindigen.

Klachten Thema’s Gezondheid | Veiligheid | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Deze prioriteit geldt voor ons gehele werkgebied. Scope Onze klachtafhandeling heeft betrekking op alle bedrijven waarvoor wij bevoegd gezag zijn. Wanneer wij klachten ontvangen die buiten deze scope vallen, geven wij de klacht door aan de juiste instantie en informeren wij de klager over de wijze waarop wij deze afhandelen. Er kunnen situaties zijn waarbij een bedrijf voldoet aan de regelgeving, maar er toch klachten ont­ staan uit de omgeving. In dat geval is een klacht ongegrond en nemen wij deze gemotiveerd niet in behandeling. Doel Via dit beleidskader zetten wij ons in om: • K  lachten die bij ons worden ingediend zoveel als mogelijk, in samenspraak met de klager en ver­ oorzaker, op te lossen. Door het afhandelen van klachten, dragen wij bij aan een prettige, schone en veilige leefomgeving.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

37

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Klachten Aanpak per hoofdproces Toezicht & handhaving Afhankelijk van de oorzaak van de klacht houden wij toezicht op het treffen van (verplichte) maat­ regelen die bijdragen aan het beëindigen van de situatie die een klacht veroorzaakt. KPI’s • A  antal keer dat wij handelen naar aanleiding van een klacht. • A  antal klachten dat succesvol is afgerond. • A  antal keer dat een klacht ongegrond blijkt. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit kan raakvlakken hebben met de prioriteit calamiteiten en incidenten, bijvoorbeeld doordat er naar aanleiding van calamiteiten en incidenten een piek ontstaat.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

38

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.9

Calamiteiten en incidenten

Door middel van toezicht, handhaving en vergunning­verlening dragen wij bij aan het voorkomen van een incident. Ook hebben wij daarmee, net als door onze ruimtelijke advisering, invloed op het beperken van de gevolgen van een incident. Het kan toch gebeuren dat een bedrijf wordt geconfronteerd met een storing of incident binnen de eigen bedrijfsvoering. Wanneer daarmee schade aan het milieu zou kunnen ontstaan spreken wij van een ongewoon voorval. Hierbij kan worden gedacht aan brand, asbest, lekkage of bodem­ verontreiniging. De Wet milieubeheer verplicht bedrijven, waarvoor wij het bestuursorgaan zijn om aan hen de omgevingsvergunning te verlenen, om een ongewoon voorval met ernstige gevolgen voor het milieu aan ons te melden. Binnen de taken die in omgevingsdienstverband worden uitgevoerd, wordt vanuit ons voorzien in een 24-uurs bereikbaarheid.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

Calamiteiten en incidenten Thema’s Gezondheid | Veiligheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Met betrekking tot calamiteiten en incidenten is er geen specifieke focus qua regio en gebied. Calamiteiten en incidenten kunnen zich, hoe ongewenst zij ook zijn, overal voordoen. Scope De scope voor calamiteiten en incidenten betreft inrichtingen en situaties waarvoor wij het bevoegd gezag zijn. De hoofdprocessen vergunningverlening, toezicht en handhaving en advies zijn relevant bij deze prioriteit. Doel Via dit beleidskader zetten wij ons in om: • R  isico’s voor de kwaliteit van de leefomgeving als gevolg van calamiteiten en incidenten zoveel als mogelijk te voorkomen dan wel te beperken.

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

39

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

Calamiteiten en incidenten Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening In de vergunningen van bedrijven waar dat relevant is nemen wij voorschriften op met betrekking tot het beperken van risico’s. Indien nodig wordt er een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) opgesteld. Dit is een hulpmiddel om de risico’s, van bijvoorbeeld de opslag van zeer grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, in kaart te brengen. Toezicht & handhaving Tijdens controles houden wij toezicht op voorschriften en artikelen die een relatie hebben met het aspect veiligheid. Advisering Bij onze ruimtelijke advisering toetsen wij aan het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) om te beoordelen of het initiatief mogelijk is qua risico-, invloeds- of aandachtsgebied. KPI’s • A  antal keren dat een ongewoon voorval is gemeld. • A  antal keren dat wij een bijdrage hebben geleverd aan de afhandeling van calamiteiten en incidenten. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit kan een binding hebben met alle andere prioriteiten.

INLEIDING

DOEL

PROCES EVALUATIE

THEMA’S

PRIORITEITEN

WETTELIJK KADER

ONTWIKKELINGEN

SAMENWERKING

40

Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026

5.2.10 Verontreinigde bodemlocaties Wij controleren bedrijven op bodembeschermende maatregelen, om bodemverontreiniging te voorkomen. Door verschillende ontwikkelingen is ook deze taak in dit Beleidskader een prioriteit. In het verleden is veel bodem(grondwater)verontreiniging veroorzaakt door bedrijven. Bijvoorbeeld door chemische wasserijen, verffabrieken of autosloperijen die zware metalen en chemische stoffen gebruikten. Ook landbouwbedrijven die met bestrijdingsmiddelen en meststoffen werkten droegen hieraan bij. In de afgelopen 30 jaar zijn veel verontreinigde – risico – locaties in ons werkgebied gesaneerd. In veel gevallen is gesaneerd en in sommige gevallen zijn saneringsmaatregelen getroffen. Dit kan door de toepassing van een leeflaag, waarbij de verontreiniging is afgedekt met een grondlaag. Hierdoor geldt een gebruiksbeperking van de bodem, dat invloed heeft op het gebruik van locaties. Deze locaties noemen wij nazorglocaties, zoals stortplaatsen. Op deze locaties voeren wij als prioriteit doorlopend toezicht uit. Maatschappelijk is veel aandacht voor de gezondheidsrisico’s van ZZS. Waar het gaat om de bodem zijn lood en PFAS bekende voorbeelden. Wij sluiten niet uit dat richtlijnen van ZZS in de bodem worden aangescherpt. Dit vergt ook voor ons werk wederom een aanpassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12796832/1