20230548974 2 Bijlage 1: Beleidskader VTH - milieu 2023-2026 Omgevingsdienst IJmond
Tekst van het document
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
Verontreinigde bodemlocaties Thema’s Gezondheid | Financiële risico’s | Bestuurlijke risico’s. Regio en gebied Deze prioriteit geldt voor ons gehele werkgebied. Scope Onze toezicht en handhaving heeft betrekking op alle activiteiten die een effect kunnen hebben op de bodem. Wij hebben daarbij doorlopend aandacht voor activiteiten binnen de inrichting, maar ook activiteiten rondom grondverzet. Door het prioriteren van het thema verontreinigde bodemlocaties zal onze inzet deze periode gericht zijn op nazorglocaties, de toepassing van ondergrondse energiesystemen en de ontwikkelingen rond om ZZS die de bodem aantasten. Adequate registratie van alle informatie in ons bodeminformatie systeem staat hierin centraal. Doel Het voorkomen van nieuwe bodemverontreinigingen, bevorderen van herstel of beheersing van aan wezige bodemverontreinigingen.
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
41
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Om te kunnen voldoen aan (inter)nationale klimaatdoelen, wordt steeds vaker de bodem gebruikt voor de toepassing van duurzame maatregelen. Denk daarbij aan de aanleg van bodemenergiesystemen. Hiermee ontstaat druk op de bodemkwaliteit. Daarom is toezicht hierop voor ons een prioriteit. Het gaat om een zorgvuldige registratie, vergunningverlening en toezicht tijdens de aanleg. Bevoegd gezag verschuift Wanneer de Omgevingswet inwerking treedt, verschuift het bevoegd gezag van provincie Noord-Holland naar onze gemeenten. Zij worden daarmee bevoegd gezag voor de gehele VTH-taak bodem. Die taak voeren wij uit namens gemeenten. Provincie Noord-Holland blijft onder de Omgevingswet bodemtaken houden ten aanzien van grondwaterkwaliteit, complexe bedrijven en locaties die onder het overgangsrecht vallen.
Verontreinigde bodemlocaties Aanpak per hoofdproces Vergunningverlening In het kader van bodemactiviteiten behandelen wij vergunningen en meldingen. Toezicht & handhaving We houden toezicht op saneringslocaties, nazorglocaties en grondverzet (grondstromen). Alle infor matie verwerken wij in ons bodeminformatiesysteem. Waar het gaat om grondverzet werken wij samen met ketenpartners. Advisering Onze advisering heeft betrekking op lopende bodemsanering en advies over bodembeleid. KPI’s • A antal gecontroleerde nazorglocaties. • A antal controles op bodembeschermende maatregelen bij bedrijven. Binding andere prioriteiten Deze prioriteit heeft raakvlakken met de prioriteiten ZZS | asbest | calamiteiten en incidenten | afvalstoffen | afvalwater.
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
42
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
5.3 Vernieuwend toezicht Vernieuwingen binnen onze toezicht en hand having is voor ons een belangrijk aspect. Afge lopen jaren stond digitalisering daarin centraal. Wij maakten het voor onze toezichthouders mogelijk om plaats, tijd en apparaat onafhankelijk toegang te krijgen tot onze milieu-informatie. Wij voerden het gebruik in van checklisten, zodat controles efficiënt en zorgvuldig konden worden uitgevoerd. Ook maakten wij afgelopen jaren succesvol gebruik van een datalogger. Met deze datalogger maken wij inzichtelijk op welke wijze een bedrijf energie ‘lekt’ en waar dus nog kansen liggen om te besparen. De datalogger helpt onze toezichthouders om niet alleen met ondernemers het gesprek aan te gaan over wettelijke verplichtingen, maar hen ook te informeren over en stimuleren om hun bedrijf verder te verduurzamen.
5.3.1
Nieuwe toepassingen
Met het behalen van een vlieglicentie kunnen zij de drones inzetten tijdens controles. Wij zetten deze drones nu in via diverse missies uitgevoerd ter ondersteuning van (milieu)controles waarbij zaken zichtbaar worden gemaakt die anders niet eenvoudig aangetoond kunnen worden. Hierbij valt te denken aan emissies vanuit een hooggelegen emissiepunt, zoals cacao-emissie uit een bovendaks gelegen emissiepunt, opslag van materialen en grond op achtererven, opslag van staalslakken en asbestverdachte werkzaamheden. Wij maken ook gebruik van een FLIR-camera. Deze camera zetten wij in om onzichtbare gaslekkages bij bedrijven op te sporen. Denk daarbij aan een eventuele toegevoegde waarde voor het meten van benzine- of gasdampen bij tankstations. Ook wordt de camera ingezet bij op- en overslag bedrijven. Wij leiden on-the-job eigen collega’s op om deze camera te kunnen gebruiken.
Ontwikkelingen staan niet stil. Zo kreeg ook de toepassing van drones bij onze bedrijfscontroles een vaste plek in onze uitvoering. Wij deden dit als een van de eerste omgevingsdiensten in Nederland. Omdat het hier gaat om een nieuw facet, die nieuwe expertise vraagt van onze toezicht houders, bieden wij onze medewerkers de gelegenheid om hiervoor een opleiding te volgen.
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
43
Wettelijk kader
44
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
6 Wettelijk kader De wettelijke basis voor de zorg voor de omgeving is gelegen in de Grondwet en de Wet algemene bepalingen omgevingswet (wabo).
6.2 Kwaliteitscriteria
Artikel 21 van de Grondwet
De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. In deze zorgplicht van de overheid voor het milieu en de leefomgeving, hebben de (gezamenlijke) overheden een belangrijke taak te vervullen. Met behulp van onder andere uitvoerings- en handhavingsbeleid (dit Beleidskader en de Strategie) geven wij hier doelgericht invulling aan.
6.1 Wabo Het doel van de Wabo is een veilige en gezonde leefomgeving door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering en hand having van het omgevingsrecht. In deze Wet is ook de wettelijke basis van het VTH-stelsel van 29 landelijk dekkende omgevingsdiensten verankerd. De Wabo regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
kwaliteit van handhaving te komen. Het basis takenpakket van de omgevingsdiensten is hiermee wettelijk vastgelegd en gemeenten worden verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. De grondslag voor handhaving is gelegen in hoofdstuk 5 van de Wabo.
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
Omdat de regelgeving in het Wabo-domein ingewikkeld is, zijn er op landelijk niveau VTH-kwaliteitscriteria ontwikkeld. Deze criteria maken de uitvoering een stuk eenduidiger, beter inzichtelijk en meer voorspelbaar. De criteria maken voor onze deelnemers, inwoners, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling inzichtelijk welke kwaliteit zij kunnen verwachten bij de invulling van onze VTH-taken. Bij het opstellen van de landelijke kwaliteitscriteria is een brede groep praktijkdeskundigen uit gemeenten, provincies en het Rijk betrokken. Ook wij hebben hieraan bijgedragen. Vanaf april 2022 zijn de VTH-kwaliteitscriteria 2.3 van kracht. Jaarlijks voeren wij een zelfevaluatie uit op de op dat moment lopende versie van de criteria. Op deze manier tonen wij aan dat wij voldoen aan de kwaliteitseisen die vastgesteld zijn in de Modelverordening kwaliteit VTH. De wettelijke grondslag voor deze verordening is gelegen in artikel 5.4 van de Wabo. Indien blijkt dat er acties gewenst zijn, nemen wij deze op in de beleids cyclus.
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
45
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
6.3 Omgevingswet
van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’
De invoering van de Omgevingswet (Ow), en daaronder vallende besluiten, staat op het moment van schrijven van dit kader gepland voor 1 januari 2024. De bedoeling van de Ow is een integraal afwegingskader voor de leefomgeving en gezondheid neer te zetten. Eenvoudige, duidelijke en inzichtelijke regels, procedures en informatie voor zowel inwoners als bedrijven. Deze grote wetswijziging valt binnen de looptijd van dit Beleidskader. De grondslag voor onze taakuitvoering wordt daarmee vernieuwd. Dit zal veel verandering met zich meebrengen op het gebied van inhoud en proces. Wij actualiseren daarom bijlage 1 van dit Beleidskader (en de Strategie) met de inwerkingtreding van de Ow. Onder de Ow worden er kerninstrumenten geïntroduceerd welke belangrijke schakels zijn in de beleidscyclus van het bestuursorgaan. Zo is er de verplichting voor het Rijk, de provincie en gemeenten om een omgevingsvisie op te stellen. Ook het programma en het omgevingsplan vormen onder de Ow belangrijke schakels in de genoemde beleidscyclus. Op de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan wordt in volgende paragrafen ingegaan.
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
46
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
6.3.1
Omgevingsvisie
6.3.2
De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele leefomgeving van haar grondgebied. De wettelijke grondslag voor deze visie ligt in de Ow. De om gevingsvisie is de beleidsvisie voor de, in het geval van een gemeente, gemeentelijke leefomgeving. Bij het opstellen van deze visie wordt rekening gehouden met landelijke en provinciale plannen. De thema’s van dit Beleidskader bieden hand vatten om vanuit de visies bij aan te sluiten. Ook kan er vanuit beleid voorbereidend op aangesloten worden. In de omgevingsvisie legt de provincie haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leef omgeving voor de lange termijn vast.
Programma
6.3.3
In tegenstelling tot de omgevingsvisie is het programma geen integraal instrument. Het kan worden gezien als een concretere uitwerking van de omgevingsvisie. Het programma is hierdoor een uitwerking van het te voeren beleid op het gebied van de leefomgeving. Naast twee verplichte programma’s, bij (dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde en die zijn voorgeschreven ter implementatie van EU-richtlijnen, kan ook op eigen initiatief en behoefte en programma worden opgesteld. Het programma zal zijn grondslag vinden in artikel 3.5, onder a van de Omgevingswet
De omgevingsvisie is vormvrij en zal zijn grond slag vinden in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Omgevingswet
Omgevingsplan
Onder de Ow moet iedere gemeente één omgevingsplan voor haar gehele grondgebied vaststellen. Het omgevingsplan vervangt het bestemmingsplan. Het meest opvallende verschil met het huidige bestemmingsplan is de brede reikwijdte. Zo kent het omgevingsplan niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’ maar kan het regels bevatten die over de gehele leefomgeving gaan. Gezondheid en milieu krijgen naast de ruimtelijke ordeningsaspecten een belangrijke plek in dit plan. Het omgevingsplan biedt ook ruimte voor maatwerk. Dit kan effect hebben op ons toezicht en onze handhaving, onze vergunningverlening en ons advies. De prioriteiten die wij stellen in dit Beleidskader kunnen een aanzet zijn voor bestuurlijke afwegingen en keuzes. Hierbij valt te denken aan scherpere normen voor afvalwater of bodem. De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels en vervangt de bestaande verordeningen waaronder de milieuverordening. Het omgevingsplan zal zijn grondslag vinden in artikel 2.4 onder de Omgevingswet
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
47
Ontwikkelingen
48
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
7 Ontwikkelingen Aanbevelingen Commissie Van Aartsen
In dit hoofdstuk schetsen wij de relevante ontwikkelingen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de komende jaren.
7.1
1
Positie in het stelsel
Het huidige VTH-stelsel is vanaf 2013 opgebouwd en in 2016 wettelijk vastgelegd. Rond 2013 werden daarom ook de eerste omgevingsdiensten gevormd. Vorming van omgevingsdiensten leidde tot bundeling van kennis en kunde en zorgde voor meer samenwerking in de regio. Het huidige VTH-stelsel kent een landelijke dekking van 29 omgevingsdiensten. Het is van groot belang dat dit stelsel goed functioneert, onder meer omdat het een essentiële bouwsteen is voor de kwaliteit van de leefomgeving. Om dit te onderzoeken heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 1 juli 2020 de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving de vraag voorgelegd: welke mogelijkheden ziet de commissie om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken? Deze zogenaamde Commissie Van Aartsen, kwam met tien aanbevelingen om het stelsel te verbeteren die zij publiceerde in het rapport ‘Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’.
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
De ondergrens voor de omvang van omgevingsdiensten verhogen. 2 Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen. 3 Meer capaciteit en inzet voor straf rechtelijke handhaving en vervolging. 4 Hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst. 5 Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. 6 Verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling. 7 Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio. 8 Versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van benoemingsprocedure. 9 Inrichting van Rijkstoezicht op omgevings diensten. 10 Advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevings plannen.
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
49
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
7.2 Quick Scan aanbevelingen Commissie Van Aartsen
7.3 Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP)
Naar aanleiding van het rapport ‘Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’ van de Commissie Van Aartsen, vroegen wij een extern bureau, Arena Consulting, een Quick Scan uit te voeren naar onze positie in relatie tot de aanbevelingen van de commissie. Uit deze QuickScan kwam naar voren dat wij, waar het onze inzet op het gebied van VTH betreft, voldoende – zelfstandig – robuust zijn ingericht. Zeker op kwaliteit: een sterke regionale positie, voldoende en uniform mandaat, aandacht voor de strafrechtelijke kant. Uit de QuickScan kwam naar voren dat wij aan veel van de maatregelen en adviezen, waaraan in dit stadium voldaan kan worden, voldoen.
Om opvolging te geven aan de aanbevelingen van de Commissie Van Aartsen, zegde de staats secretaris toe een programmaplan op te stellen. In 2022 is daarom het IBP-milieu opgesteld. Dit programma is vormgegeven door een intensieve en positieve samenwerking met de partijen in het VTH-stelsel. Het gaat dan om: het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Omgevingsdienst NL (ODNL) en de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en Justitie en Veiligheid (JenV). Ook de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en het Openbaar Ministerie (OM) zijn actief betrokken geweest bij het opstellen van dit programma. Het programma heeft een looptijd van twee jaar (2022-2024) waarbij in 2023 de projecten worden vormgegeven.
De QuickScan en de aanbevelingen die daaruit voortkwamen liggen voor ons aan de basis voor onze inzet in het interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP).
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
Wij participeren in alle pijlers en geven op die manier actief opvolging aan de gestelde aanbevelingen. Ook sluit het IBP op veel vlakken aan bij onze ambities waardoor er zich kansen voordoen om het programma als vliegwiel te gebruiken om de eigen ambities (versneld) te realiseren.
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
Het IBP kent zes pijlers waarin alle aan bevelingen van de Commissie Van Aartsen worden opgepakt. Aanbeveling vier is een uitzondering omdat deze al buiten het IBP in gang is gezet. Pijler 1 Robuuste omgevingsdiensten en financiering > Aanbevelingen 1, 2, 5 en 10 Pijler 2 Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging > Aanbeveling 4 Pijler 3 Informatievoorziening VTH Aanbeveling 6 Pijler 4 Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt > Aanbeveling 6 Pijler 5 Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving > Aanbeveling 7 en 8 Pijler 6 Monitoring kwaliteit milieutoezicht > Aanbeveling 9
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
50
Samenwerking
51
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
8 Samenwerking In de uitvoering van onze taken werken wij onder andere samen met betrokken collega’s van provincie en gemeenten, andere omgevingsdiensten en instanties als politie, Rijkswaterstaat, brandweer, veiligheidsregio’s en GGD’s, waterschappen, douane, Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), Nederlandse arbeidsinspectie (AI), Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en het Openbaar Ministerie (OM). Door de bundeling van kennis, taken en ervaring zorgen wij voor een kwalitatieve en betrouwbare dienstverlening. Ook ondernemers en inwoners profiteren hiervan doordat er een gelijk speelveld ontstaat. De kwaliteit van de leefomgeving verbetert, de administratieve lasten voor bedrijven en inwoners verminderen, procedures verkorten en voorschriften zijn op elkaar afgestemd.
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
8.1 Niveaus van samenwerking Met verschillende partners werken wij thema- of procesgericht samen. Met sommige partners structureel, met andere partners op incidentele basis. Deze samenwerking kan worden onder verdeeld op drie niveaus: • Strategisch niveau (lange termijn, abstract) afstemming over VTH-beleid en uitvoering, handhavingsprojecten of een regionaal samenwerkingsprogramma. • Tactisch niveau (middellange termijn) doelgroep- en ketengericht, analyses, trend, inzet van handhavingsinstrumenten, aanpak probleem, informatie en kennisdeling. • Operationeel niveau (korte termijn) casus-besprekingen, lokaal karakter, acties, projecten, integrale aanpak.
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
52
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
8.2 Partners en onderwerpen Partner
Samenwerking op
Partner
Samenwerking op
Gemeenten
• Basistaken • Plustaken (Alcoholwet, Bouw- en Woningtoezicht (BWT), Openbare Orde en Veiligheid (OOV)) • Gebiedsgericht integraal werken • Evenementen • Energietransitie/duurzaamheid en circulaire economie
Politie/OM
• Evenementen en OOV • Drugsgerelateerde zaken • Dreigingsbeeld Milieu Criminaliteit • Ondermijning • Samenwerking RIEC • BOA-inzet en – afstemming reguliere TH-taken
Rijkswaterstaat
• Vergunningverlening • Zeehaven • Lozingen en saneringen
Veiligheidsregio’s Zaanstreek-Waterland en Kennemerland
• Asbestsloop • Brandveiligheid • Externe veiligheid • Evenementen
GGD Kennemerland en Zaanstreek-Waterland
• Legionella • Gezondheid en Luchtkwaliteit • Schiphol (geluid) • Platform Milieu en Gezondheid
Waterschappen
• Glastuinbouw
Douane
• Ondermijning
ILT
• Sloopschepen • Routering gevaarlijke stoffen • Ketentoezicht
AI
• Asbest (arbeidsomstandigheden) • Legionella
NVWA
• Hygiëne (signaaltoezicht) • Dierenwelzijn (signaaltoezicht)
Provincie
• Inrichtinggebonden VTH-taken (vijf RIE* bedrijven) • Interbestuurlijk toezicht (IBT) • Energietransitie/duurzaamheid en circulaire economie • Ondermijning
Omgevingsdiensten/ODNL
• Gezamenlijk opleiden en werven personeel • Samenwerkingsagenda vier Omgevings diensten Noord-Holland • Collegiale toetsing • Kennisnet (implementatie nieuwe wet- en regelgeving, netwerk Omgevingsdiensten) • Vakberaden VTH • Landelijke projecten (tankstations en bodemverontreiniging) • Asbest, afval- en bodemparagraaf (ketens), ZZS
* Richtlijn Industriële Emissie
INLEIDING
DOEL
PROCES EVALUATIE
THEMA’S
PRIORITEITEN
WETTELIJK KADER
ONTWIKKELINGEN
SAMENWERKING
53
Bijlagen
54
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Bijlage 1: Beleidscyclus Dit Beleidskader beslaat een aantal onderdelen van de beleidscyclus zoals beschreven in het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Dit zijn het strate gische en operationele beleidskader. In het Bor zijn eisen vastgelegd (procescriteria) waaraan elke professionele VTH-organisatie moet voldoen. Deze eisen hebben tot doel om de uitvoering van de VTH-taken op een adequate, herkenbare en structurele wijze te laten verlopen. De beleids cyclus bestaat uit een model met een logische aaneenschakeling van diverse bestuurlijke en uitvoerende werkprocessen.
1.
Dit Beleidskader gaat over stap twee en drie van de beleidscyclus: het strategisch en het operationeel beleidskader. De andere onderdelen van de cyclus beschrijven we hier wel, maar zijn niet tot in detail uitgewerkt.
Analyse
Het model hiernaast beschrijft zeven stappen in het beleidsproces.
2. 3. 4. 5. 6. 7.
Rapportage & evaluatie artikel 7.2, tweede lid en artikel 7.7 Bor Strategisch beleidskader artikel 7.2, tweede lid Bor Operationeel beleidskader artikel 7.2, vierde lid Bor Planning & control artikel 7.2, 7.3 en 7.5 Bor Voorbereiden Uitvoeren Monitoren
Om tot een strategisch beleidskader te komen maken wij een analyse op gebied, risico’s en problemen. Dit is een onderdeel van de eerste stap uit de beleidscyclus: rapportage & evaluatie. In deze gebied-, risico- en probleemanalyse beoordelen wij het effect van niet-naleving en de kans dat niet-naleving zich voordoet. De resultaten van stap één worden in deze analyse meegenomen. Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving.
2
strategisch beleidskader 1
rapportage & evaluatie
3 STRATEGISCHE BELEIDSCYCLUS 4-JAARLIJKS
operationeel beleidskader
4
planning & control 5
voorbereiden
7 OPERATIONELE BELEIDSCYCLUS JAARLIJKS
monitoren
6
uitvoeren
55
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Strategisch beleidskader
Planning & control
Het strategisch beleidskader is de tweede stap van de beleidscyclus en bestaat uit de volgende onderdelen: • De prioriteiten die met behulp van de analyses zijn gekozen, aanvullend met eigen prioriteiten van de deelnemers. • Meetbare beleidsdoelstelling.
Ons uitvoeringsprogramma vormt het hart, stap vier, van de beleidscyclus. Wij stellen jaarlijks een uitvoeringsprogramma op, dat bestuurlijk wordt vastgesteld door onze deelnemers. Ons uitvoeringsprogramma bevat: • Activiteiten die worden uitgevoerd voor ver gunningen, toezicht en handhaving. Een beschrijving van de wijze waarop dit • bijdraagt aan de doelstellingen van het strategisch beleidskader. • Concrete operationele afspraken met andere (keten)partners. • Overige uitvoeringstaken bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid en energie.
Operationeel beleidskader Het operationeel beleidskader is de derde stap van de beleidscyclus. Dit kader bestaat uit een strategie voor vergunningen, toezicht en hand having oftewel de VTH-strategie. De VTHstrategie bestaat uit de volgende onderdelen: • Vergunningenstrategie. • Toezicht- en preventiestrategie. • Handhaving- en gedoogstrategie. Hierin staat beschreven hoe de uitvoering van de VTH-taken plaatsvindt.
VTHbeleid
rapportage & evaluatie
uitvoeringsprogramma
Voorbereiden Stap vijf van de beleidscyclus, het voorbereiden, betekent dat de organisatorische randvoorwaarden aanwezig zijn om taken uit te kunnen voeren. De organisatie werkt op basis van vooraf vastgestelde procedures, processen, protocollen en strategieën. Het personeelsbeleid is, evenals het financieel beleid, gericht op het voldoen aan de kwaliteitsverordeningen (op basis van de op dit moment geldende kwaliteitscriteria 2.3) van de partners. Denk hierbij aan kennis en opleidings eisen die aan medewerkers worden gesteld. Voor het financieel beleid gaat het hier om de kader nota, begroting en jaarrekening.
VTHstrategie
bestuursrapportages
cirkelplannen
uitvoering
56
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Uitvoeren
Rapportage & evaluatie
Stap zes van de beleidscyclus betreft de daad werkelijke uitvoering, dus het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhavend optreden. Wij hanteren hierbij onder andere de volgende uitgangspunten: • Vergunningverlening is gescheiden van toezicht en handhaving (artikel 7.4, onder b van het Bor). Personeel rouleert regelmatig zodat een bedrijf • door verschillende toezichthouders wordt gecontroleerd (artikel 7.4, onder c van het Bor).
De monitoringsresultaten zijn belangrijke bouwstenen voor stap één van de beleidscyclus, rapportage & evaluatie. Onderdelen van de rapportage & evaluatie voor de uitvoeringstaken zijn: • Twee tussentijdse verantwoordingsrapportages (bestuursrapportages). • Een jaarlijkse verantwoordingsrapportage (jaarverslag). • Een jaarlijkse evaluatie of bijstelling van de beleidsdoelstellingen indien dit noodzakelijk is (in het jaarverslag/uitvoeringsprogramma). • Een vierjaarlijkse, dan wel periodieke, beleids evaluatie die in gaat op de bijdrage aan beleidsdoelen, de beheersing van risico’s en of beleid. • Vierjaarlijks, dan wel periodiek, de risico’s in kaart brengen met een risicoanalyse. • Vierjaarlijks, dan wel periodiek, bijstellen of herzien van het beleidskader, doelen en prioriteiten.
Monitoren Voor het monitoren van processen, resultaten en effecten, stap zeven uit de beleidscyclus, hebben wij een systematiek. De resultaten en de voortgang van de uitvoering zijn hierdoor inzichtelijk. De bestuursrapportages en het jaarverslag geven inzicht in de monitoringsresultaten. Deze resul taten vormen de input voor de rapportage & evaluatie (stap 1). Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken gebruiken wij indicatoren.
Op de volgende pagina’s leest u schematisch een nadere uitwerking op de beleidscyclus, ter ver duidelijking op bovenstaande. Het schema geeft per onderdeel aan hoe rollen en verantwoordelijkheden verdeeld zijn en welke taken en producten aan de orde zijn. Tevens blijkt uit dit schema hoe de verschillende onderdelen gekoppeld zijn aan de wettelijke eisen uit het Bor.
57
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Rollen in de VTH-beleidscyclus Onderdeel
Wie aan zet
Taak/producten
Toelichting
Bor
Rapportage & evaluatie
ODIJmond
Tertaalrapportage / jaarverslag
Toetsing van behalen eerder vastgestelde operationele doelen, vastleggen van behaalde (tussentijdse) resultaten. Ter kennisgeving GS / B&W.
Artikel 7.7
Deelnemer
Beleidsevaluatie (jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)
Zijn gestelde doelen behaald, worden de adequate instrumenten daartoe ingezet, etc..
Artikel 7.7
ODIJmond
Risico- en probleemanalyse (jaarlijks of i.i.g. elke 4 jaar)
Een integrale risicoanalyse uitvoeren in samenwerking en afstemming met andere regionale ketenpartners en deelnemers. Vastelling GS/B&W als beleidsbepalende partij.
Artikel 7.2 en Mor (artikel 10.3 eerste lid)
Deelnemer / ODIJmond (advies / kennisrol)
Opstellen en vaststellen van VTH-beleid inclusief: • prioritering per beleidsveld op basis van de risico- en probleem analyse • het bepalen van meetbare beleidsdoelen per beleidsveld • inzicht geven in samenwerkingsverbanden
ODIJmond adviseert ten aanzien van prioriteiten en SMARTdoelstellingen die de deelnemer in het beleid op kan nemen. Realiseren van samenwerkingsverbanden / overeenkomsten, gericht op de uitvoering van bijvoorbeeld toezichttaken. Realiseren van gestelde beleidsdoelen en beleidscyclusonderdelen zoals de taak en een integrale risicoanalyse. Advisering over projectmatige aanpak van specifieke doelgroepen of thema’s (lokaal, landelijk).
Artikel 7.2 en artikel 7.5
Deelnemer
Budget voor capaciteit
Budget, passend bij de gestelde doelen en prioriteiten, wordt beschikbaar gesteld.
Artikel 7.5
Deelnemer / ODIJmond (advies / kennisrol)
VTH-strategie bestaande uit: • vergunningen-strategie • preventie-strategie • toezichtstrategie • handhaving-strategie (LHS) • sanctiestrategie • gedoogstrategie
Beschrijven van vergunningen-, preventie-, toezicht- en handhavingsinstrumenten, toepassing van deze instrumenten op doelgroepen, de processen, de beoogde kwaliteit en de werking hiervan in de toezichtmatrix.
Artikel 7.2
ODIJmond (advies / kennisrol)
Toezichtmatrix / doelgroepanalyse
Welk instrument / interventie zet je op welke doelgroep in, een gedifferentieerde aanpak. Jaarlijkse bijstelling wanneer nodig als onderdeel van het uitvoeringsprogramma.
Artikel 7.2
Strategisch beleid
Operationeel beleid
58
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Rollen in de VTH-beleidscyclus Onderdeel
Wie aan zet
Taak/producten
Toelichting
Bor
Programma en organisatie
ODIJmond (steller) / deelnemer (besluit)
• Uitvoeringsprogramma (ODIJmond) • Het inzetten van capaciteit
Jaarprogramma’s (VTH), toewijzen beschikbare capaciteit om de vastgestelde doelen en prioriteiten te behalen.
Artikel 7.3 en artikel 7.5
Deelnemer
Uitvoeringsprogramma (indien integraal) koppelen met uitvoerings programma ODIJmond
Verwijzen naar uitvoeringsprogramma ODIJmond.
ODIJmond
Organisatorische condities
Scheiding vergunningverlening en handhaving, rouleren personeel, 24-uurs bereikbaarheid.
ODIJmond
Kwaliteitsborging
Kwaliteitsbeleid en doelstellingen, wijze van borgen.
ODIJmond
• Protocollen en werkinstructies • Planning voor uitvoering
Systeem voor planning op orde. Ook protocollen voor communicatie, informatiebeheer en -uitwisseling en werkprocessen. Dit zijn interne bedrijfsvoering-processen.
ODIJmond
Interne en externe afstemming
ODIJmond
Het inzetten van de capaciteit zoals is overeengekomen in het uitvoeringsprogramma
Intern bedrijfsvoeringproces.
ODIJmond
Uitvoering ondersteunende voor zieningen
Intern bedrijfsvoeringproces.
ODIJmond
• Data verzamelen uit registratie systeem • Monitoring van de kwaliteit van de resultaten (resultaten en mogelijke effecten hiervan) • Weergave in jaarverslag
Zorgen dat de juiste data wordt geregistreerd, beheerd en geanalyseerd ten behoeve van de jaarrapportages en de periodieke beleidsevaluatie.
Voorbereiding
Uitvoering
Monitoring
Artikel 7.4
Artikel 7.4
Artikel 7.6
59
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Bijlage 2: Evaluatie Beleidskader VTH-milieu 2019-2022 Hoofddoelstelling Geformuleerd doel Met de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving in het werkgebied draagt ODIJmond bij aan het bereiken en in stand hou den van een veilige en duurzame leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Realisatie Over het algemeen kan gesteld worden dat zowel overheidspartijen, ondernemers en inwoners graag met ODIJmond samenwerken, dan wel de uitvoering van taken en afhandeling van vragen en verzoeken door ODIJmond als proactief, begrijpelijk en deskundig worden getypeerd. Naast investeren in opleidingen en vaardigheden om de vereiste kennis en kunde van medewerkers op adequaat niveau te houden, zijn houding en gedrag belangrijke factoren waar aandacht aan wordt gegeven bij ODIJmond. De juiste houding en gedrag maken constructieve samenwerking mogelijk en maken de acceptatie en het begrip bij ondernemers en inwoners groter voor de belangen die ODIJmond beschermt bij haar taakuitvoering. Dat vertaalt zich binnen het VTH-spoor in een relatief laag aantal handhavingsbeschikkingen en bezwaar- en
beroepzaken. Buiten het VTH-spoor zien wij dit terug in onder meer succesvolle samenwerkingen als IJmond Bereikbaar en GreenBiz IJmond, in stimuleringsacties en in drukbezochte (online) voorlichtingsavonden over duurzame energie.
Vergunningverlening Geformuleerd doel ODIJmond levert vergunningen en maatwerk van hoog (adequaat) niveau, op basis van een zorg vuldige en transparante afweging van belangen met als resultaat beperking- en waar mogelijk terugdringing- van de milieudruk op de omgeving. Realisatie Het aantal bezwaar- en beroepsprocedures is in de periode 2019 tot heden beperkt geweest. Een reden hiervoor is waarschijnlijk dat een concept van het besluit met de aanvrager wordt besproken en aan de aanvrager wordt toegelicht. In de gevallen waarin het toch tot een bezwaar of beroep komt, houdt het merendeel van de vergunningen en maatwerkvoorschriften (>90%) stand. Het is in de periode 2019 tot heden nog niet volledig gelukt alle besluiten in het kader van een vergunningprocedure binnen de wettelijk gestelde termijn te nemen. Dit heeft vaak te maken met verschil van inzicht met de aanvrager over
de typering van activiteiten, soms met het onvoldoende betrokken worden aan de voorkant van de procedure (in het geval van een aanvraag zonder vooroverleg) en regelmatig omdat aanvragen rijkelijk laat worden doorgezonden vanuit het loket waar de aanvraag initieel is ingediend. Aangezien voor nagenoeg alle procedures die wij voeren geen lex silencio positivo geldt, leidt het uit de termijn lopen van een aanvraag niet tot een van rechtswege verleende vergunning. De inzet blijft erop gericht in de voorfase van een vergunningprocedure afstemming te zoeken en zo de procedure soepel te kunnen doorlopen. Indien zicht op legalisatie bestaat, wordt gekeken of voor de periode tot aan het verlenen van de vergunning een gedoogbeschikking tot de mogelijkheden behoort. Op die wijze kunnen de aangevraagde activiteiten gereguleerd plaatsvinden. Vrijwel de meeste vergunningen voor de inrichtingen waarop wij toezien zijn actueel. Het aantal vergunningen dat ouder is dan tien jaar is inzichtelijk. Van deze vergunningen heeft actualisatie geen spoed in verband met de milieurelevantie van de activiteit(en) of de ontwikkeling(en) binnen het betreffende bedrijf. Deze vergunningen worden geactualiseerd op het moment dat de noodzaak zich daartoe aandient, of ruimte bestaat binnen het werkpakket. Dit is overeenkomstig de vergunningsstrategie.
60
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Met het digitaal inzichtelijk maken van de milieu belasting van (vergunde) activiteiten in een gebied, afgezet tegen andere omgevingsfactoren, is de afgelopen jaren reeds voorgesorteerd op de komst van de Omgevingswet (Ow). Deze informatie biedt de basis voor de, door de gemeenten, op te stellen omgevingsvisies en omgevingsplannen en een integrale benadering van de leefomgeving.
Toezicht en handhaving Geformuleerd doel ODIJmond bereikt door toezicht en handhaving bewustwording van de geldende regelgeving met als effect een verhoogde mate van naleving die regelgeving en vermindering van het aantal incidenten, klachten en handhavingsverzoeken. Realisatie ODIJmond heeft de mogelijkheden onderzocht om direct na de eerste toezichtscontrole, op het moment dat daarbij geen overtredingen worden geconstateerd, het toezichtsrapport digitaal ter beschikking te stellen aan de gecontroleerde ondernemer. Dit zodat voor de ondernemer direct inzichtelijk dat aan de regelgeving wordt voldaan. Dit maakt op termijn het uitdoen van een papieren brief overbodig. De evaluatie heeft naar voren gebracht dat het wenselijk is om de keuze hierop bij degene die gecontroleerd wordt te laten. Daar-
mee wordt voldaan aan de wens van het klanttevredenheidsonderzoek van voorgaande jaren. Ondernemers hebben nu de keuze om een brief te ontvangen of het digitale toezichtsrapport. Als de keuze is gemaakt voor een brief of er is sprake van een overtreding (er wordt dan altijd een brief verstuurd) wordt nog niet in alle gevallen die brief binnen twee weken na de controle verzonden. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat vaak nog documentatie moet worden nagezonden, of ruimte wordt gegeven de overtreding op te lossen alvorens een brief uitgaat (de betreffende overtreding wordt dan wel in de brief opgenomen met daarbij vermeld dat deze ongedaan is gemaakt). De afgelopen jaren is hard gewerkt aan de inrichting van een branchegerichte bibliotheek binnen Digitale Checklisten. De doelgroepen waarop wij toezien zijn onderverdeeld in branches, waarna per doelgroep een digitale checklist is opgesteld. Op basis van het gebruik van deze checklisten wordt een zich steeds verder verdiepend inzicht verkregen in hoe het naleefgedrag zich ontwikkelt. Het project dataloggers is een voorbeeld van de toepassing van deze methodiek. Ook in de ketenaanpak asbest, bodem en afval wordt op deze wijze gewerkt.
Inmiddels wordt een groot deel van onze toezichtstaak programmatisch en risicogestuurd ingericht. Dit betekent dat we, voorafgaand aan de uitvoering, eerst een grondige analyse maken van een branche of problematiek. In die analyse kijken wij waar de kans op niet-naleving het grootst is en welke oorzaken aan niet-naleving ten grondslag liggen. Op basis van die analyse bepalen wij waar het toezicht zich op toespitst en van welk instrumentarium gebruik wordt gemaakt. Wij verantwoorden hierop in onze rapportagecylcus (uitvoeringsprogramma-bestuursrapportagesjaarverslag). Onze aanpak is erop gericht toe te werken naar een heldere en eenduidige structuur. Het percentage inrichtingen dat haar overtredingen met de eerste hercontrole beëindigde bedroeg in 2021 80% over het gehele werkgebied. Na de tweede hercontrole is ruim 91% van alle geconstateerde overtredingen opgelost. Bij minder dan 9% van de gevallen is een vooraankondiging last onder dwangsom of bestuursdwang nood zakelijk. Het aantal handhavingsbeschikkingen (last onder dwangsom of bestuursdwang) dat jaarlijks door ODIJmond wordt opgelegd is minimaal. Het merendeel van de geconstateerde overtredingen wordt opgelost voor de eerste hercontrole en een deel vervolgens voor de tweede hercontrole.
61
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
In een aantal gevallen, van het toch al lage aantal handhavingsbeschikkingen dat wij opleggen, wordt bezwaar en soms ook beroep ingesteld. Van de uiteindelijk 45 handhavingsbeschikkingen die in 2021 zijn opgelegd is tegen ongeveer 15% bezwaar of beroep ingesteld. 80% Hiervan houdt stand in een dergelijke procedure. Dit lijkt weinig maar betrof in de praktijk een zaak die daarmee op het al geringe aantal zaken het percentage drukt.
Samenwerking en data Geformuleerd doel ODIJmond is een toonaangevende dienst op het gebied van informatie-uitwisseling, samenwerking met de handhavingspartners en afgestemd han delen op zowel strategisch, tactisch en operati oneel niveau. Daarmee draagt ODIJmond bij aan level playing field op regionaal en landelijk niveau, ontwikkelt zij een volledig beeld van de problema tiek die speelt en realiseert zij een efficiënte inzet van toezichthouders en handhavers. Realisatie ODIJmond verzamelt voor haar deelnemende gemeenten en provincie Noord-Holland zowel op landelijk, als op regionaal, niveau informatie om door te vertalen naar onze handhavingspartners. Hiermee zijn wij een belangrijk informatiever
zamelpunt en een belangrijke bron van informatie. ODIJmond is tot en met februari 2021 voorzitter geweest van het Vakberaad Handhaving onder OD.NL. Dit voorzitterschap is overgedragen aan de DCMR (Milieudienst Rijnmond). ODIJmond neemt nog steeds deel aan dit vakberaad waar alle 29 omgevingsdiensten in vertegenwoordigd zijn. Hierin wisselen informatiemakelaars van omgevingsdiensten, provincie, andere inspectiediensten en politie en justitie informatie uit. Ook zijn wij voorzitter van het casusoverleg NoordHolland en Utrecht op de keten asbest. Onze collega’s nemen deel aan de initiatiefgroep met andere omgevingsdiensten voor de ontwikkeling van VTH onder de Ow. Wij zijn de landelijk trekker voor verschillende branche-aanpakken zoals ZZS, tankstations en metaalrecycling. De uitvoering en afwegingen vinden daarbij steeds op regionaal en lokaal niveau plaats. Deze trekkersrol zie je ook terug in de opdracht verstrekt door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om de BES-eilanden (Bonaire, Saba en Sint Eustatius) te ondersteunen met onze expertise op onder andere de branche-aanpak en daarbij behorende onderwerpen. Vanuit deze landelijke overleggen zorgt ODIJmond er onder andere voor dat projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Aandachtspunt blijft een goede informatieuitwisseling tussen verschillende omgevings diensten en ketenpartners onderling. De actualiteit van data is daarbij het voornaamste item. De AVG is hierin verankert door het hebben van een Functionaris Gegevens Bescherming.
Ontwikkelingen Het omgevingsrecht blijft de komende jaren in beweging. Onder invloed van een aantal ontwik kelingen. De belangrijkste daarvan voor ODIJmond en haar gemeenten zijn: • Komst van de Omgevingswet en de ontwikkeling van omgevingsvisies en –plannen. • Energietransitie en circulaire economie. • Asbestdakenverbod. • Toenemende (regionale) samenwerking met handhavingspartners en brede aanpak om gevingsproblematiek. • Dataverzameling en –deling. Ook de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving worden geraakt door deze ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan via de uitvoering van deze taken bijgedragen worden aan realisatie van de doelstellingen van gemeenten en provincie op deze vlakken. Dat vraagt om keuzes
62
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
in de ontwikkelrichting van VTH bij ODIJmond.
Evaluatie
In het VTH Beleidskader 2019-2022 waren daarom de volgende ontwikkelingen opgenomen: • Gebiedsgerichte aanpak • Grip op activiteiten • Ketens • Verbrede aanpak omgevingsproblematiek • Asbestdaken • Energietransitie en circulaire economie • Ow en VTH • Ow en data • Landelijke prioriteiten/thema’s/NIA • Handhavingsbeleid • Rol medewerker omgevingsrecht
De gebiedsgerichte aanpak is waardevol gebleken en heeft zeker een meerwaarde. Het hebben van oren en ogen in de regio heeft een grote meer waarde. Wel ligt de focus daarbij vaak op regio IJmond. Afgelopen periode lag de focus nog meer naar binnen dan dat deze naar buiten gericht was. Er is in deze periode een aanzet gemaakt om met het gebiedsgericht werken het gehele werkgebied concreet in beeld te krijgen en de juiste mensen in te zetten op een specifiek probleem. Eerder hebben er pilots gedraaid om te kijken of en hoe zelftoezicht door bedrijven te realiseren is. Gebleken is dat deze term inmiddels verouderd is. Andere partners, zoals de brandweer, voeren dit toezicht nu uit onder de noemer van ‘vernieuwend toezicht’. Ook is er vanuit digitale checklisten veel mogelijk om dit type toezicht te ondersteunen. De media wordt nu ook nog niet altijd optimaal betrokken bij dit type toezicht. Het bedrijfsbestand van ODIJmond is, met een kleine afwijking door bijvoorbeeld recent ver huizen of stoppen van een bedrijf, actueel.
Er wordt vaak gesproken over het integraal uit voeren van inspecties. Deze inspecties zijn op twee manieren uit te leggen: inspectie waarbij meerdere controlerende overheidsinstanties aanwezig zijn of een inspectie op meerdere aspecten, waarbij het dan in het geval van ODIJmond gaat om milieu/brand/bouwen, uitgevoerd door één inspecteur. Omdat er, door alle ontwikkelingen op dit moment, in dit laatste geval steeds meer van deze inspecteur verwacht wordt is het naar de toekomst toe belangrijk om te kijken naar de verhouding tussen integrale inspecteur en specialist. ODIJmond is al enkele jaren bezig met het houden voor toezicht op de ketens (asbest, afval en grond). Hierbij is veel aandacht voor de start van de keten. Het doorlopen van de gehele keten is een punt van aandacht. Ondermijning speelt steeds meer een rol in omgevingsproblematiek. ODIJmond speelt hier, ook doordat zij zelf BOA’s in dienst heeft, een belangrijke rol in. Ook heeft zij in alle gemeenten een belangrijke oor-, oog- en neusfunctie. Dit signaaltoezicht is geen specialisme van ODIJmond. In de periode dat het kader vigerend was zijn er veel asbestdaken in kaart gebracht. Sinds het begin van het project heeft ODIJmond bijna 39.000 m2 in kaart gebracht.
63
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
In de periode 2019-2022 is er veel aandacht voor energie(transitie) geweest. Ook het inzetten van een datalogger, en het daarvoor opleiden van medewerkers, heeft in deze periode veel plaatsgevonden. Onderwerpen als energietransitie, klimaatakkoord, energiebesparingsakkoord, circulaire economie, gezondheid en luchtkwaliteit zijn een belangrijk onderdeel in de programmering en uitvoering van ODIJmond. Naar de toekomst toe zal dit steeds meer worden. Afgelopen periode is er voor wat betreft de Ow ingezet op het trainen van collega’s, is het inrichtingenbestand omgezet naar milieubelastende activiteiten, is er een interne werkgroep voor de implementatie van de Ow opgericht en wordt er aangehaakt bij de gemeenten met betrekking tot het opstellen van de omgevingsvisies en omgevingsplannen. In de afgelopen periode is er aandacht geweest voor landelijke thema’s als WEELABEX en GBES.
Conclusie Aankomende jaren is het belangrijk om de ge biedsgerichte aanpak te behouden en verder uit te werken. Daarbij is de samenwerking met keten partners en het maken van gedegen analyses zeer belangrijk. Ook de focus meer verdelen over het gehele werkgebied is een punt van aandacht. Het werken aan de hand van thema’s, bijvoorbeeld gezondheid en imago, is iets wat in de gesprekken met bestuurders vanuit deze aanpak is mee genomen. Vanuit deze gesprekken, en ook vanuit de interne evaluatie, zijn de volgende thema’s naar voren gekomen: • Leefbaarheid • Gezondheid • Veiligheid • Duurzaamheid • Financiële risico’s • Bestuurlijke risico’s Zowel tijdens de interne evaluatie als de evaluatie met partners kwamen tien prioriteiten naar voren. Deze zijn genoemd in hoofdstuk 5.1. Deze prioriteiten, gekoppeld aan de thema’s, vormen een belangrijk onderdeel van dit nieuwe Beleidskader.
Digitale checklisten inzetten op het gebied van vernieuwend toezicht en in dit toezicht samenwerking met partners opzoeken is wenselijk. Ook kan deze manier van werken worden ingezet binnen bijvoorbeeld het Energiebesparingsakkoord. Deze manier van werken zal ook veel data opleveren die weer gebruikt kan worden in de analyses. Analyses liggen ten grondslag aan het risico gericht- en informatiegestuurd werken en zijn daarmee een belangrijk onderdeel van de basis voor de beleidscyclus. De media hierin betrekken, door vooraf bericht geving te laten doen en achteraf een artikel te laten plaatsen, kan ook bijdragen aan een zo optimaal mogelijk resultaat. Het actueel hebben van het bedrijfsbestand is niet alleen voor het uitvoeren van toezicht en handhaving van belang maar ook voor gemeenten. Bij het opstellen van stikstofbeleid is dit bijvoorbeeld een belangrijke bron van informatie. Om het gewenste niveau en efficiënte uitvoering van inspecties te behouden belangrijk om inzichtelijk te hebben welke inspecties door een integrale inspecteur uitgevoerd kunnen worden, wanneer de specialist in zicht komt en welke kennis en vaardigheden deze beide dienen te bezitten.
64
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Op het gebied van ketens heeft ODIJmond veel expertise in huis. De komende vier jaar is er aandacht om de ketens van begin tot het eind aan te pakken dus van de kop tot aan de staart met een analyse die weer input is voor verdere acties/ programmering. Het blijft belangrijk voor ons om met gemeenten af te stemmen wat wij door middel van onze signaalfunctie bij kunnen dragen aan de omgevingsproblematiek in de betreffende gemeenten. In dit Beleidskader hoeft het onderwerp asbest daken niet meer als prioriteit aangemerkt te worden. Het asbestdakenverbod is inmiddels van de baan omdat er door de Eerste Kamer niet is ingestemd met de wetswijziging Wet milieubeheer die het asbestdakenverbod mogelijk moest maken. Wel hebben zijn wij voldoende voorbereid doordat wij alle daken in kaart hebben en blijft asbest als keten een aandachtspunt.
Op het gebied van energietransitie, klimaatakkoord, energiebesparingsakkoord, circulaire economie, gezondheid en luchtkwaliteit zijn er veel ontwikkelingen die ook aan de werkzaamheden van ODIJmond raken. Al deze ontwikkelingen en onderwerpen komen terug in onze beleidscyclus en krijgen aandacht in het nieuwe Beleidskader. Ten tijde van het schrijven van dit Beleidskader staat de inwerkingtreding van de Ow gepland voor 1 januari 2024. De inwerkingtreding gaat niet alleen veel vragen oproepen bij medewerkers, maar geeft ook veel vragen op het gebied van informatisering en automatisering. Systemen moeten geschikt worden gemaakt voor aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De aansluiting op dit digitale overheidsloket is van groot belang. Wij moeten daarnaast zorgen dat we aangehaakt blijven bij landelijke prioriteiten en doorpakken op thema’s die eerder hebben gespeeld.
De inzet van de datalogger houden we vast en werken we verder uit. Nu is deze inzet gekoppeld aan verwarming maar kan ook worden ingezet met betrekking tot koelen. Het verantwoorden van de resultaten van deze plaatsingen is ook een punt van aandacht, hier kan meer worden uitgehaald.
65
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Bijlage 3: Risico- en probleemanalyse Deze analyse geeft inzicht in de grootste risico’s voor de leefomgeving. De resultaten van de tertaalrapportages en jaarverslagen worden in deze analyse meegenomen. De tertaalrapportages/jaarverslagen, de vierjaarlijkse beleidsevaluatie en de risico- en probleem analyse vormen samen de eerste stap van de beleidscyclus, rapportage & evaluatie.
Risicoanalyse De uiteindelijke prioritering bij de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving is gebaseerd op een inschatting van het risico op negatieve effecten bij overtreding van de verschillende compartimenten waarop toe wordt gezien. Om die risico’s in te kunnen schatten wordt een risicoanalyse gemaakt met betrekking tot de verschillende inrichtingsbranches. De risicoanalyse brengt het risico in beeld dat aan elk van de compartimenten verbonden is. Risico is daarbij gedefinieerd als het negatief effect maal de kans dat die zich voordoet, of risico = negatief effect x kans. Schematisch wordt dit weergegeven in de hieronder afgebeelde risicomatrix.
De omgevingsthema’s.
gemiddeld
zeer hoog
laag
hoog
KANS RISICO
ERNST VAN DE OVERTREDING
Negatieve effecten op beschermingsdoelen worden verdeeld over zeven omgevingsthema’s. Deze zeven omgevingsthema’s zijn vastgesteld door middel van de landelijke risicobeoordelingsmethode die het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) aan overheidsdiensten aan beveelt.
1 Fysieke veiligheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen persoonlijk leed. 2 Volksgezondheid: de mate waarin mensen beschermd zijn en zich beschermd voelen tegen ziekten en/of dood. 3 Hinder en leefbaarheid: de mate waarin mensen en dieren (sociale leefomgeving) hinder zouden kunnen ondervinden. Denk hierbij aan visuele, licht-, stank- en geluidshinder, privacy. 4 Natuur/ecologische veiligheid: de mate waarin flora en fauna wordt beschermd en de mate waarin aantasting en verstoring van de natuurlijk mogelijk is. 5 Financiële/economische veiligheid: de mate waarin de financieel-economisch en culturele veiligheid voor de gemeenschap/ overheid aanwezig is bij het ontstaan van financiële schade. 6 Politieke gevoeligheid/imago: de mate van politiek-bestuurlijk afbreuk en publieke ontrust. 7 Klimaatbescherming (duurzaamheid): de mate van bescherming van het klimaat van de aarde tegen aantasting.
66
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Voor de kans wordt een inschatting gemaakt hoe vaak het niet naleven van een regel of voorschrift voor zal komen. Het inschatten van de kans gebeurt op basis van naleefgegeven en een expertoordeel. Uit het toezicht komt deze naleefinformatie vrij. Deze informatie registreren wij. Voor het registreren van overtredingsgegevens maken wij gebruik van de interventiematrix uit de Landelijke handhavingsstrategie (LHS). Afgelopen periode is er door deze registratievorm al veel data voor handen gekomen waarmee wij naleefanalyses genereren. Komende periode verrijken wij deze data envullen deze aan. De naleefanalyses leveren een bijdrage aan de kansberekening in de risico- en probleemanalyse en optimaliseren het naleefbeeld. De risico- en probleemanalyse is geen statisch geheel. De basis ligt echter vast gedurende de looptijd van dit Beleidskader. Indien bij de uitvoering van handhaving nieuwe inzichten ontstaan, door bijvoorbeeld afwijkende naleefgegevens, een verhoogd aantal klachten of incidenten kunnen deze bij het opstellen van de jaarlijkse uitvoerings programma’s als prioriteit worden meegenomen.
De thema’s die als slotconclusie uit de door ons uitgevoerde evaluatie zijn gekomen, zoals te lezen in bijlage 2 van dit Beleidskader, sluiten naadloos aan op deze zeven omgevingsthema’s.
Landelijke Handhavingsstrategie De Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) is het kader waarbinnen de handhaving door ODIJmond plaatsvindt. Volgens de LHS bepaalt de combinatie van de ernst van de overtreding en de intentie van de overtreder het handhavingsinstrument dat gekozen wordt. Dit kan variëren van een waarschuwing tot stillegging of een strafrechtelijke maatregel. Het gedragsaspect van de bedrijven die onder toezicht staan wordt in steeds belangrijker mate een aspect dat meegenomen wordt bij toezicht en handhaving. De mate van ‘hufterigheid’, gedrag waarbij de grenzen van het betamelijke worden opgezocht, maar net niet overschreden, vormt één van de indicatoren om onder meer ondermijnende activiteiten op te sporen en aan te pakken. In de VTH-strategie milieu 2023-2026 wordt verder ingegaan op de LHS en wordt ook de landelijke handhavingsstrategie onder de Omgevingswet (LHSO), alvast toegelicht.
67
Beleidskader VTH-milieu 2023 – 2026
Contactpersoon: A.A.A.M. Wolke Postbus 325 1940 AH Beverwijk 0251–263 863 info@odijmond.nl 29 maart 2023 | versie 2.0
www.odijmond.nl
68