20230459881 2 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Zwemmerslaan 2-4
Tekst van het document
De omgeving van het plangebied kan op grond van zijn karakteristiek (bestaande bedrijvigheid en diverse bestaande bouwwerken met een verscheidenheid aan functies geschaard worden onder het omgevingstype gemengd gebied. De verwachting is ook dat deze karakteristiek na realisatie van toepassing blijft, gelet op de functiemenging. Dit betekent dat de volgende richtafstanden gelden: Tabel 1: Richtafstanden bedrijven in relatie tot omgevingstype gemengd gebied
Milieucategorie
Richtafstand gemengd gebied [m]
1
0
2
10
3.1
30
3.2
50
4.1
100
4.2
200
De afstanden zijn volgens de VNG-brochure algemene richtafstanden en geen harde afstandseisen. Gemotiveerd afwijken van deze afstanden is mogelijk, zo volgt ook uit jurisprudentie. Bij de beoordeling van de richtafstanden dient niet alleen gekeken te worden naar de huidige situatie, maar eveneens naar de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan. Immers, de milieuruimte dient niet ingeperkt te worden door de omliggende bedrijvigheid en visa versa. Daarbij geldt op grond van jurisprudentie wel dat gekeken dient te worden naar een ‘representatieve invulling’ van de maximale planologische mogelijkheden. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van State op 1 mei 2013, zaaknummer 201202866/1/R1, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9083.
Functiemenging In sommige gebieden wordt de menging van functies nagestreefd. Hierbij kan gedacht worden aan stadscentra, dorpskernen, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen en (delen van) woongebieden met kleinschalige bedrijvigheid. Hiervoor geldt onder de Staat van Bedrijfsactiviteiten van de VNG een andere, meer specifieke indeling, doordat zulke gebieden in schaal sterk kunnen verschillen. Hierbij zijn de activiteiten onderverdeeld in drie categorieën, A, B en C: A. Activiteiten die weinig belasting op het milieu hebben en welke aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De activiteiten vallen onder milieucategorie 1; B. Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, maar door de milieubelasting bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dingen plaats te vinden; a. De activiteiten vallen in categorie 1 voor gevaar, in maximaal categorie 2 voor stof en geur, en in categorie 3.1 voor geluid; en
C. Activiteiten zoals onder B, waarbij door een relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting aan de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Met een index voor verkeer van maximaal 2 goederen en 3 personen. Hiervoor gelden vier aanvullende randvoorwaarden: 1. Het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. Productie en/of laad en loswerkzaamheden vinden alleen in de dag periode plaats; 3. De activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; en 4. Activiteiten uit categorie C beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur. Lichthinder Op grond van artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit gelden duidelijke regels omtrent lichthinder. In het Activiteitenbesluit milieubeheer is het voorkomen van lichthinder geregeld, onder meer door voor te schrijven dat tussen 23.00 en 07.00 uur én indien geen sport wordt beoefend, de verlichting ten behoeve van sportbeoefening moet zijn uitgeschakeld. Deze tijden zijn uitputtend geregeld. Dit betekent dat het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift geen andere tijden mag opleggen waarop de verlichting uitgeschakeld moet zijn. Lichthinder heeft drie verschillende effecten: 1. Hinder voor de mens; 2. Hinder/verstoring voor de natuur; en 3. Horizonvervuiling. Hinder voor de mens is gebaseerd op het niet kunnen onttrekken aan het aanwezige kunstlicht, ondanks dat daar behoefte aan is.
Hierin wordt een afweging gemaakt tussen maatschappelijke belangen en de hinderbeleving. Hinder voor de natuur is voornamelijk van toepassing op nachtelijk kunstmatige verlichting. Dit kan het gedrag van dieren (negatief) beïnvloeden. Licht kan zorgen voor desoriëntatie, afstoting, aantrekking, migratie barrières of zelfs een negatieve invloed op de instandhoudingsdoelstellingen. Horizonvervuiling heeft betrekking op de zichtbaarheid van licht op langere afstanden. Er is geen direct licht te meten, maar het licht is nog wel zichtbaar. Het gaat om afstanden van vijf tot tien kilometer op het land.
3.
Inventarisatie Planologische situatie
De eerste stap in de inventarisatie, is een onderzoek naar de reeds vergunde planologische situatie volgens de bestemmingsplannen. De onderstaande uitsnede geeft de huidige vergunde situatie weer. Het sportcomplex ten westen van het plangebied kent de enkelbestemming ‘Recreatieve doeleinden, sportterrein’. Op het sportterrein is een voetbalvereniging gevestigd. Het perceel wat voor mogelijke lichthinder zorgt is: Haarlem Y 4195.
De enkelbestemming ‘Recreatieve doeleinden, sportterrein’ is buiten het aanwezige bebouwingsvlak bestemd voor sportvelden en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals ondermeer fietssenstallingen, lichtmasten, ballenvangers en dug-outs. Volgens de regels behorende bij het bestemmingsplan ‘Schalkwijkerweg’ met identificatie: NL.IMRO.0392.OV9120020-va01 mag volgens artikel 16, lid 4 de hoogte van lichtmasten en antenne-installaties niet meer dan 18 meter bedragen. Wegens de realisatie van een nieuwe woonwijk dient er gekeken te worden naar de richtafstand van 30 meter (Veldsportcomplex (met verlichting)) vallend onder milieucategorie 3.1 vanuit de VNG. Op basis van de gestelde richtafstand van 30 meter is er een buffer ingetekend in onderstaande afbeelding.
Op basis van de buffer rondom het sportveld komt naar voren dat de westelijke strook van het plangebied mogelijk beperkingen kent vanuit lichthinder. Hier wordt niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter.
Feitelijk gebruik In de huidige situatie is op het sportterrein enkel het noordelijke veld voorzien van lichtmasten. Wanneer de buffer van 30 meter verkleind wordt tot enkel dit sportveld, is de mogelijke beperking voor het plangebied kleiner, zie onderstaande afbeelding.
Wanneer de grove indeling van het bestemmingsplan onder de buffer van het feitelijk gebruik wordt gelegd, krijgen we het resultaat zoals in onderstaande afbeelding. Hierop is te zien dat het feitelijk gebruik vanuit de lichtmasten en het sportterrein niet voor extra belemmeringen zorgen voor het planvoornemen.
Rechts van het sportveld en links van het plangebied is een bomenrij gevestigd. Deze bomenrij zorgt ervoor dat een deel van het licht ‘tegengehouden’ wordt. Dit zorgt voor nog minder lichthinder in het plangebied. Onderstaand is een foto impressie van de zichtbaarheid van het voetbalveld van buitenaf.