20230459881 2 Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Zwemmerslaan 2-4
Tekst van het document
Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. 3.4.9 Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2018 - 2023 Het Verbreed Gemeentelijk Riolerings Plan (VGRP) 2018-2023 van de gemeente Haarlem (vastgesteld door de raad op 21 december 2017) is een beleidsmatig en strategisch plan dat het verbreed rioleringsbeheer (inclusief grondwaterbeheer) en de visie op riolering (en grondwater) voor de langere termijn beschrijft. Met het VGRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het VGRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. De nadruk in het VGRP 2018-2023 ligt de onderbouwde keuzes voor de noodzakelijke investeringen, om zo te kunnen blijven voldoen aan de gemeentelijke zorgplicht. Omdat de riolering veel samenhang heeft met rioolwaterzuiveringen en oppervlaktewater door bijvoorbeeld overstorten, is ook het hoogheemraadschap van Rijnland betrokken bij het opstellen van het VGRP. Met het VGRP staan o.a. de volgende zaken ingepland: Het renoveren en vervangen van de riolering waar dat dat nodig is.
Gemiddeld gaat het jaarlijks om 8 kilometer vrijvervalriool, 4 kilometer 34
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
drainage en onderdelen van verschillende gemalen. Het uitbreiden van bestaande drainage stelsels. De gemeente zet een transitie in naar risico gestuurd beheer, waarmee de kosten voor het rioolbeheer naar beneden kunnen zónder onaanvaardbare risico's te lopen. Het uitvoeren van aanpassingen om de kans op wateroverlast te verminderen. Het verder afkoppelen van hemelwater in bestaande situaties. Bij nieuwbouw zal het regenwater worden verwerkt op eigen terrein of rechtstreeks geloosd worden op het open water. Bij alle rioolwerkzaamheden wordt gezocht naar de mogelijkheden om met slimme aanpassingen een meer klimaat adaptieve leefomgeving te creëren. Onderzoek naar koppelingen met energietransitie via riothermie. Paragraaf 4.8 gaat verder in op het aspect water.
35
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
36
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
Hoofdstuk 4 4.1
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
M ilieuzonering
4.1.1 Inleiding Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies (woningen) dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG. Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof- en geluidshinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. 4.1.2 Beleid Bij realisering van nieuwe hindergevoelige functies (woningen) dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. Uitgangspunt daarbij is dat er ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Afstemming van bestaande en nieuwe functies gebeurt door het aanhouden van zogenaamde richtafstanden.
Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG (herziene versie, 2007). Bij deze richtafstanden wordt rekening gehouden met milieuaspecten als geur-, stof- en geluidshinder. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. Uit jurisprudentie en de genoemde VNG-publicatie blijkt dat in het geval van een gemengd gebied verkleinde richtafstanden gelden. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu in voldoende mate te reguleren, wordt ten aanzien van bedrijven in het bestemmingsplan gebruikgemaakt van een milieuzonering. De zonering van bedrijven gebeurt door het omschrijven van toelaatbare categorieën in de planregels. Daarbij wordt verwezen naar categorieën uit een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB). Dit is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gekoppeld aan een mate van milieubelasting. De Staat van Bedrijfsactiviteiten is opgesteld met behulp van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2007). De omgeving van het plangebied kan op grond van zijn karakteristiek (bestaande bedrijvigheid en diverse bestaande bouwwerken met een verscheidenheid aan functies geschaard worden onder het omgevingstype gemengd gebied.
In gebieden waar bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies reeds naast elkaar voorkomen of gewenst zijn, wordt gebruikgemaakt van de SvB 'functiemenging'. 37
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
Nota milieuzonering (2008) Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Het gebruik van een milieuzonering biedt de mogelijkheid om gevoelige functies te vrijwaren van (zware) bedrijvigheid, maar biedt ook de mogelijkheid bepaalde bedrijvigheid te versterken. In de milieuzonering staat de typering van (woon)gebieden centraal. Bij het wel of niet toelaten van bepaalde bedrijvigheid in (woon)gebieden is gelet op onder andere de ligging van (potentiële) bedrijven ten opzichte van de omgeving, de mate van eventueel te verwachten hinder en het na te streven karakter van de buurt/wijk. Bij het toepassen van de milieuzonering is het nieuwe groene boekje van de VNG Bedrijven en milieuzonering van 2007 gebruikt. Door middel van een passende bestemmings- en gebruiksregeling kan het bestemmingsplan een bijdrage leveren aan een afname van overlast binnen het plangebied, door niet-passende bedrijvigheid of activiteiten zoveel mogelijk te weren, te reduceren, of door hinder beperkende maatregelen te treffen. In geval van wegbestemming zal een financiële regeling moeten worden getroffen en/of zal er een verplaatsing moeten worden geregeld. Categorisering van bedrijven in het plangebied Het grondgebied van Haarlem is ingedeeld in gebieden of zones.
Deze opdeling is bepaald door de specifieke kenmerken van die gebieden. Het plangebied is getypeerd als Dagrecreatie. Dit gebied wordt echter herontwikkeld ten behoeve van een woonfunctie. De naastgelegen gebieden zijn gecategoriseerd als Flatwijk en laagbouw in hoge dichtheid. De maximale milieucategorie bij deze gebieden is B. 4.1.3 Onderzoek In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gevestigd. Wel zit aansluitend aan het plangebied een sportterrein. Op het sportterrein is een voetbalvereniging gevestigd. Vanuit het terrein van de sportvereniging kan mogelijk lichthinder veroorzaakt worden. Op 14 juli 2021 is door IDDS Ruimte & Ontwikkeling een lichthinder onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Wegens de realisatie van een nieuwe woonwijk dient er gekeken te worden naar de richtafstand van 30 meter (Veldsportcomplex (met verlichting)) vallend onder milieucategorie 3.1 vanuit de VNG. Op basis van de buffer rondom het sportveld, gezien vanuit de planologische mogelijkheden, komt naar voren dat de westelijke strook van het plangebied mogelijk beperkingen kent vanuit lichthinder. Hier wordt niet voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Wanneer het feitelijk gebruik bekeken, dan zorgt het sportterrein niet voor extra belemmeringen voor het planvoornemen.
Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat er kijkend naar het feitelijke gebruik van de naastliggende bestemming 'recreatieve doeleinden, sportterrein' geen belemmeringen optreden voor het planvoornemen. Daarbij is het niet aannemelijk dat de lichtmasten worden verplaatst tot ver buiten het voetbalveld of er dichter op de rand extra lichtmasten worden aangebracht ten behoeve van het sporten. 38
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
Voor wat betreft de planologische situatie, geldt dat er beperkingen optreden vanuit het naastgelegen sportterrein. De buffer vanuit lichthinder overlapt met de eerste 15 meter van de woonblokken. Aangezien er in de planologische situatie mogelijk sprake is van enige hinder, wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen om een bladhoudende bomenrij te behouden, danwel te realiseren, om de lichthinder zo veel mogelijk te beperken. Vanuit het huidige feitelijke gebruik vindt er geen overlast plaats voor lichthinder, echter is de planologische situatie in dit geval maatgevend. 4.1.4 Conclusie Door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting vormt het aspect lichthinder geen beperking voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Bodem
4.2.1 Inleiding Met het oog op een goede ruimtelijke ordening moet worden voorkomen dat gronden waarvan bekend is dat de milieuhygie¨nische kwaliteit onvoldoende is, worden bestemd met een bestemming die daarvoor gevoelig is. De gemeente heeft voor haar beheergebied een bodemkwaliteitskaart en gebied specifiek beleid vastgesteld (Nota bodembeheer 5-9-2013, BBV nr: STZ/MIL 2013/232071). Op grond van de Wet bodembescherming dient te worden getoetst of de aanwezige bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de beoogde nieuwe woonfuncties in het plangebied. Voor het plangebied wordt beoordeeld op basis van de bodemkwaliteitskaart en op de aan/afwezigheid van locaties verdacht van bodemverontreiniging en uitgevoerde onderzoeken in het plangebied. Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op onverdachte terreinen is de Haarlemse bodemkwaliteitskaart vastgesteld (zie onderstaande afbeelding, waarbij het plangebied rood omcirkeld is). In de Haarlemse bodemkwaliteitskaart worden acht bodemkwaliteitszones onderscheiden. Per bodemkwaliteitszone is de gemiddelde bodemkwaliteit vastgesteld.
39
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
40
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
4.2.2 Onderzoek
Bodemkw aliteitszones
Zeven zones zijn op de kaart zichtbaar als geografische eenheden. Het plangebied is gelegen in de bodemkwaliteitszone 5. In bodemkwaliteitszone 5 is de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) gemiddeld licht verontreinigd met lood, PAK en PCB. Plaatselijk komen lichte verontreinigingen voor met cadmium, koper, kwik, nikkel, zink, minerale olie, kobalt, barium en EOX. Gemiddeld is de ondergrond niet verontreinigd. In de ondergrond komen plaatselijk lichte verontreinigingen voor met koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, minerale olie, PCB en EOX. 4.2.2 Onderzoek Verkennend landbodemonderzoek Op 4 mei 2017 is door BK ingenieurs een gecombineerd milieuhygiënisch en asbestonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). Met dit bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit vastgelegd. De hypothese 'onverdacht op het voorkomen van verontreinigingen anders dan op basis van de Bodemkwaliteitskaart verwacht kunnen worden' is juist gebleken. De bovengrond is plaatselijk zeer licht verontreinigd met PAK, de ondergrond is niet tot licht verontreinigd. Het onderzoek bevestigt tevens dat ophoging van het terrein tijdens het bouwrijp maken in het verleden heeft plaats gevonden met zand. Dit bevestigt de onverdachtheid van de gedempte poldersloten. De aanwezige lichte verontreinigingen betreffen historische bodemverontreinigingen.
Op basis van de mate aan verontreiniging is het uitvoeren van nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. Asbest Met dit bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit ten aanzien van asbest vastgelegd. De hypothese 'verdachte locatie met diffuse boevestigd. Op het maaiveld zijn op twee locaties twee asbesthoudende fragmenten aangetroffen. Ter plaatse van de aangetroffen fragmenten zijn graafgaten geplaatst. In de mengmonsters van de contactzone ter plaatse (0,0 - 0,5 m - mv) is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Buiten de genoemde twee locaties is binnen de onderzoekslocatie geen asbest aangetroffen. In de mengmonsters van de contactzone (0,00 - 0,5 m -mv) is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Alle gewogen asbestconcentraties vallen ruim beneden de gecorrigeerde interventiewaarde (50 mg/kg ds). Op grond van de kwaliteit van de bodem ten aanzien van asbest is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde in de grond niet 41
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
wordt overschreden. Wel is de nuancering aangebracht dat slechts over circa 1/8 deel van de onderzoekslocatie een inspectie van het maaiveld heeft kunnen plaatsvinden. Verkennend waterbodemonderzoek Op basis van de NEN 5720 is het onderzoeksgebied ingedeeld in één monstervak. Uit het toetsingsresultaat “toepassen in zoet oppervlaktewater” blijkt dat vrijkomende baggerspecie voldoet aan klasse A. De baggerspecie is verspreidbaar op het aanliggende perceel. In het mengmonster van het slib (0,00 - 0,5) is analytisch geen asbest boven de bepalingsgrens aangetoond. Hiermee wordt de verwachting, onverdacht, bevestigd. Het uitvoeren van een aanvullend waterbodemonderzoek is niet noodzakelijk. Geadviseerd wordt: zo spoedig mogelijk de kwaliteitsverklaringen te achterhalen van de depots/vrachten grond/puin. Blijkt namelijk dat niet voldaan wordt aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit dan kan dit leiden tot 'nieuwe' bodemverontreiniging die dient te worden weggenomen. Tevens dienen dan de depots/vrachten te worden verwijderd; indien geen kwaliteitsverklaring te achterhalen is, de milieuhygiënische kwaliteit, inclusief aan-/afwezigheid van asbest, inzichtelijk te maken.
rekening te houden met de genoemde onzekerheid ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit, ook ten aanzien van asbest, van de bovengrond onder de depots/vrachten; bij werkzaamheden binnen de locatie alert te zijn op de mogelijke aanwezigheid van (zwerf)asbest. Er is reeds zwerfasbest aangetroffen en delen van de locatie zijn behoorlijk begroeid. Als gevolg van de begroeiing is slechts op 1/8 deel van de locatie een maaiveldinspectie mogelijk geweest. Het terrein aan de Zwemmerslaan is vanaf 1 september 2018 verhuurd voor het gebruik van 10 tiny houses voor een periode van 10 jaar. In de overeenkomst is in de overwegingen opgenomen dat tijdens de verhuurperiode: “een deel van de locatie aan de Zwemmerslaan namens de gemeente gebruikt zal worden als een tijdelijk opslagdepot ten behoeve van werkzaamheden aan de Europaweg”. Op het terrein zijn tijdens een maaiveld inspectie op 9 juni 2022 enkele verhogingen aangetroffen die niet natuurlijk zijn. De verhogingen aan de randen (oost- en westzijde) lijken zand die van het terrein zelf afkomstig zijn. Het depot aan zuidzijde begroeid met klaproos zou afkomstig kunnen zijn van de Europaweg, gelet op de gebruiksovereenkomst. Ook die grond is als gebiedseigen grond aan te merken. Grond van de Europaweg heeft dezelfde kwaliteit als de grond op de Zwemmerslaan.
Echter gelet op de gebruiksovereenkomst zou dit een tijdelijk depot kunnen zijn van de Europaweg. Voor het bestemmingsplan wordt geen aanleiding gezien om gebiedseigen grond te onderzoeken. In de fase dat het terrein bouwrijp wordt opgeleverd moet rekening worden gehouden met de afvoer van een hoeveelheid grond. Het is verstandig om dan ook onderzoek te doen naar voorkomen van puinsteenslag in de bodem en in hoeverre dat een belemmering is voor het gebruik. In de boorprofielen wordt weinig aangetroffen, daarom is het advies om voor dat onderzoek sleuven te
42
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
graven en daarbij de contouren van de schoolbebouwing te volgen. 4.2.3 Conclusie Vanuit het oogpunt van bodem en asbest bestaan er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het plan.
4.3
Geluid
4.3.1 Inleiding De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, railverkeer en industriële activiteit. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. Bij besluit van 8 september 2009 heeft het college van B&W beleidsregels Hogere Waarden Geluidhinder vastgesteld (STZ/MIL Reg.nr. 2009/163223). 4.3.2 Onderzoek In het kader van de Wet geluidhinder is door BURO DB op 15 juli 2021 onderzoek gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de gevels van de nieuw te bouwen woningen (zie Bijlage 3). 4.3.3 Conclusie De bevindingen van het onderzoek met conclusies en eventuele aanbevelingen zijn hierna puntsgewijs samengevat. Ten gevolge van het geluid van het verkeer op de Europaweg is sprake van normoverschrijding aan de noordzijde van de woningen van Vlak 1 van het plan. De maximale geluidsbelasting is 56 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Ter plaatse van Vlak 2 en 3 is geen sprake van normoverschrijding, ook niet als in Vlak 1 geen bebouwing wordt gerealiseerd. Vanuit het oogpunt van geluid kunnen daar zonder verdere maatregelen woningen worden gebouwd.
Ten gevolge van de 30 km/uur-wegen Zwemmerslaan en Engelandlaan is de maximale ongecorrigeerde geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen van het plan 48 tot 50 dB. Daarmee wordt voldaan aan de grenswaarde van 55 dB van de MKM-classificatie en is sprake van een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat. Onderzoek naar c.q. het treffen van geluidsbeperkende maatregelen is voor deze situatie daarom ook niet nodig. Het treffen van geluidsbeperkende maatregelen voor het geluid van de Europaweg stuit op beperkingen van mogelijkheden in relatie tot het gewenste/benodigde effect. Het treffen van bron- en/of overdrachtsmaatregelen is niet doelmatig. Omdat de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden wordt aanbevolen om voor de woningen van het plan met normoverschrijding ontheffing van een hogere grenswaarde aan te vragen. Het toepassen van dove gevels is niet noodzakelijk en wordt afgeraden. 43
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
Bij het verlenen van ontheffing van een hogere grenswaarde stelt de gemeente Haarlem de aanwezigheid van minimaal één geluidsluwe zijde per woning als voorwaarde. Met het onderzoek is aangetoond dat dit goed realiseerbaar is. In geval van een geluidsbelasting vanaf 53 dB dient de aanwezige buitenruimte te zijn gesitueerd aan de geluidsluwe zijde van de woning en moet ten minste één slaapkamer aan de geluidsluwe zijde worden gesitueerd. Voor de woningen en appartementen van het plan met normoverschrijding dient middels nader akoestisch onderzoek te worden aangetoond dat wordt beschikt over voldoende geluidwerende gevels. De maximaal toelaatbare geluidsbelasting binnen de woningen moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. De overall conclusie is dat op basis van het voor plan uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeer kan worden gesteld dat met ontheffing van hogere grenswaarden voor het geluid van de Europaweg en met aantoonbaar voldoende geluidwerende gevels vanuit het oogpunt van geluid de nieuwbouw volgens plan kan worden gerealiseerd. Om een aanvaardbaar geluid niveau te waarborgen is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hiermee is het plan voor wat betreft het aspect geluid uitvoerbaar. Het ontwerpbesluit hogere waarde Wet geluidhinder is als Bijlage 4 toegevoegd.
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1 Inleiding In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging, zijn op grond van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) daarbij vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Op grond van de Regeling “Niet in betekenende mate” (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) de volgende projecten vrijgesteld van toetsing: woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen; kantoorlocaties met een vloeroppervlak van minder dan 100.000 m2; projecten die minder dan 3% van de (toekomstige) grenswaarde voor stikstofdioxide of fijnstof bijdragen. Dit komt overeen met 1,2 ìg/m3. 4.4.2 Onderzoek Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de bouw van maximaal 160 nieuwe woningen. Een dergelijk project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit volgt ook uit onderstaande berekening met de NIBM-tool 2021. Het plan geeft geen belemmeringen voor de luchtkwaliteit.
44
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
4.4.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1 Inleiding Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor 'niet bij de activiteit betrokken personen'. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat in basis daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. 4.5.2 Onderzoek Er is in voorbereiding op het bestemmingsplan door AVIV op 2 september 2021 onderzoek uitgevoerd naar het aspect externe veiligheid (Bijlage 5). Met dit onderzoek zijn de risico's in kaart gebracht op het gebied van externe veiligheid veroorzaakt door transportroutes, inrichtingen en buisleidingen. In dit kader zijn ten aanzien van het plangebied de volgende onderdelen beoordeeld: transport gevaarlijke stoffen via een buisleiding. transport gevaarlijke stoffen over de weg/spoor; risicovolle inrichtingen (LPG tankstation); 4.5.3 Conclusie Plaatsgebonden risico hogedruk aardgasleiding Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plan.
Groepsrisico hogedruk aardgasleiding Het groepsrisico is een factor 0.171 ten opzichte van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Belemmeringenstrook hogedruk aardgasleiding De toekomstige bebouwing ligt buiten de belemmeringenstrook. Plaatsgebonden risico LPG-tankstation Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plan. Groepsrisico LPG-tankstation De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt niet overschreden. In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico een factor 0.06 keer de oriëntatiewaarde. Een verantwoording van het groepsrisico is vereist en het
45
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. Effectbenadering LPG-tankstation Binnen de 60 m effectafstand bevinden zich geen zeer kwetsbare, kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. Binnen de 160 m effectafstand bevinden zich woningen, industrie, kantoren, een kas en een sportlocatie. Er zijn geen zeer kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Het is daarom niet nodig hier aanvullende maatregelen te overwegen of anderzijds te motiveren waarom wordt afgeweken van deze effectafstanden. Plaatsgebonden risico bevoorradingsroute Er is geen sprake van een PR 10-6-contour. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico bevoorradingsroute Het groepsrisico is een factor 0.307 ten opzichte van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen.
Ook dient in de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. 4.5.4 Verantwoording groepsrisico De verantwoording van het groepsrisico draait om de beoordeling van het risico van een ramp, uitgedrukt in aantallen doden (meer dan 10), dat mogelijk is bij een ruimtelijke ontwikkeling in de omgeving van een risicobron. Bij de beoordeling van risico's speelt in principe altijd de vraag mee of het nodig is extra maatregelen te nemen die het risico verder beperken ofwel de veiligheid verhogen. Het groepsrisico wordt in deze paragraaf verantwoord. Voor meer achtergrond informatie en details wordt verwezen naar Bijlage 5 Hogedruk aardgastransportleiding Omdat het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde en niet toeneemt door de voorgenomen ontwikkeling kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De volgende onderdelen dienen te worden vermeld: 1. De aanwezige en de op grond van het besluit te verwachten dichtheid van personen in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken; In bijlage I van de rapportage “Onderzoek externe veiligheid /Ontwikkeling Toekomstwijk in Haarlem” d.d.
2 september 2021 van Adviesgroep AVIV BV (welke is opgenomen in bijlage x) is de verdeling van het aantal personen in het invloedsgebied van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. 2. Het groepsrisico per kilometer buisleiding op het tijdstip waarop het besluit wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken 46
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
met de lijn die de kans weergeeft op een ongeval met 10 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-4 per jaar en de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers van ten hoogste 10-6 per jaar; Het groepsrisico van de leiding neemt door de voorgenomen ontwikkeling niet toe. In het rapport “Voorbereiding VGr / Ontwikkeling Toekomstwijk Haarlem” d.d. 24 november 2021 van Adviesgroep AVIV BV (welke is opgenomen in Bijlage 6 is de hoogte en de ontwikkeling van het groepsrisico beschreven. 3. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; De veiligheidsregio heeft een adviesrecht om in het kader van het groepsrisico te adviseren over de mogelijkheden van de hulpverlening bij een calamiteit bij de aardgasleiding. Op 26 januari 2022 is over dit onderwerp advies uitgebracht door de veiligheidsregio. Dit advies is opgenomen in Bijlage 7. Geadviseerd wordt om het risicobewustzijn te vergroten, functies voor niet-zelfredzame personen uit te sluiten in de planregels en de ondergrondse parkeergarage aan te wijze als schuilmogelijkheid in het geval van een fakkelbrand of dreigende explosie en dit duidelijk te maken voor de bewoners. In dit bestemmingsplan kunnen functies voor niet-zelfredzame personen worden uitgesloten. Dit advies wordt overgenomen.
Het is niet mogelijk om het risico bewustzijn in een bestemmingsplan te borgen of schuilmogelijkheden (en de communicatie daarover) aan te wijzen. Deze onderdelen van het advies zullen een plek krijgen in ons risicocommunicatie- en veiligheidsbeleid en daar verder uitgewerkt worden. 4. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. In het plangebied worden uitsluitend woningen bestemd. Er komen dus geen functies specifiek voor niet-zelfredzame personen. Aanwezigen kunnen ten tijde van een calamiteit afhankelijk van de incidentlocatie of schuilen in de woningen of vluchten uit de richting van de buisleiding naar een veilige locatie. Er zijn ruim voldoende (vlucht)wegen die van de buisleiding af leiden. De veiligheidsregio heeft een adviesrecht om in het kader van het groepsrisico te adviseren over de mogelijkheden van de zelfredzaamheid bij een calamiteit bij de aardgasleiding. Op 26 januari 2022 is over dit onderwerp advies uitgebracht door de veiligheidsregio. Dit advies is opgenomen in bijlage x.
Geadviseerd wordt om het risicobewustzijn te vergroten, functies voor niet-zelfredzame personen uit te sluiten in de planregels en de ondergrondse parkeergarage aan te wijze als schuilmogelijkheid in het geval van een fakkelbrand of dreigende explosie en dit duidelijk te maken voor de bewoners. In dit bestemmingsplan kunnen functies voor niet-zelfredzame personen worden uitgesloten. Dit advies wordt overgenomen. Het is niet mogelijk om het risico bewustzijn in een bestemmingsplan te borgen of schuilmogelijkheden (en de communicatie daarover) aan te wijzen. Deze onderdelen van het advies zullen een plek krijgen in ons risicocommunicatie- en veiligheidsbeleid en daar verder uitgewerkt worden. LPG Tankstation
47
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
De onderstaande afbeelding toont het groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie. De curve van de huidige situatie is niet zichtbaar omdat het aantal slachtoffers bij een frequentie van 10-9 (één op de miljard) kleiner is dan 10. Formeel is er dan geen sprake van een groepsrisico. Het groepsrisico in de toekomstige situatie is kleiner dan 0.001 keer de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico wordt om min of meer gelijke mate bepaald door de aanwezigheid van de ondergrondse opslagtank en de LPG-tankauto tijdens bevoorrading.
Volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen wordt bij de vaststelling van een ruimtelijk besluit in de toelichting bij of in de ruimtelijke onderbouwing van het desbetreffende besluit vermeld: a. De personendichtheid Binnen het invloedsgebied is weinig bebouwing aanwezig en dus zijn er weinig personen permanent aanwezig. Dit geldt voor zowel de huidige als toekomstige situatie. Dit verklaart ook de zeer geringe hoogte van het groepsrisico. b. Hoogte van het groepsrisico Het groepsrisico neemt door de voorgenomen ontwikkeling nauwelijks toe. c. Maatregelen ter beperking van het groepsrisico bij de inrichting, indien mogelijk In het kader van het ruimtelijk plan is het niet mogelijk om maatregelen aan de risicobron te nemen. Daarnaast is er gezien het zeer lage groepsrisico geen reden om extra maatregelen te nemen bij de risicobron. d. indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die in dat besluit zijn opgenomen Het ruimtelijk besluit heeft nauwelijks invloed op de hoogte van het groepsrisico. Er is daarom ook geen reden en mogelijkheid om maatregelen in het besluit te 48
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
nemen dat het groepsrisico verder verlaagt. e. de voorschriften ter beperking van het groepsrisico die het bevoegd gezag voornemens is te verbinden aan de risicovolle inrichting Gezien het zeer lage groepsrisico is er geen reden om extra maatregelen bij de risicovolle inrichting te nemen. Zie ook onderdeel c. f. de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico De voorgenomen ontwikkeling heeft nauwelijks invloed op de hoogte van het groepsrisico. De ruimtelijke ontwikkeling die ervoor zorgt dat het groepsrisico niet toeneemt, houdt in dat er geen woningen binnen het invloedsgebied van het tankstation worden gebouwd. Minder woningen betekent negatieve gevolgen voor de exploitatie van het plangebied. Gezien de geringe invloed van het plangebied op de toename en hoogte van het groepsrisico is het niet nodig om minder woningen in het invloedsgebied toe te staan. g. de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst Het groepsrisico verder verlagen kan in de nabije toekomst alleen door het LPG-tankstation te saneren. Gezien het zeer lage groepsrisico is er geen reden om het groepsrisico (verder) te beperken. h.
de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp in de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, waarvan de gevolgen zich uitstrekken buiten die inrichting De veiligheidsregio heeft een adviesrecht om in het kader van het groepsrisico te adviseren over de mogelijkheden van de hulpverlening bij een calamiteit bij het LPG-tankstation. Op 26 januari 2022 is over dit onderwerp advies uitgebracht door de veiligheidsregio. Dit advies is opgenomen in Bijlage 7. Geadviseerd wordt om het risicobewustzijn te vergroten, functies voor niet-zelfredzame personen uit te sluiten in de planregels en de ondergrondse parkeergarage aan te wijze als schuilmogelijkheid in het geval van een fakkelbrand of dreigende explosie en dit duidelijk te maken voor de bewoners. In dit bestemmingsplan kunnen functies voor niet-zelfredzame personen worden uitgesloten. Dit advies wordt overgenomen. Het is niet mogelijk om het risico bewustzijn in een bestemmingsplan te borgen of schuilmogelijkheden (en de communicatie daarover) aan te wijzen. Deze onderdelen van het advies zullen een plek krijgen in ons risicocommunicatie- en veiligheidsbeleid en daar verder uitgewerkt worden. i.
de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de inrichting die het groepsrisico veroorzaakt of mede veroorzaakt, om zich in veiligheid te brengen indien zich in die inrichting een ramp voordoet In het plangebied worden uitsluitend woningen bestemd. Er komen dus geen functies voor niet-zelfredzame personen. Aanwezigen kunnen ten tijde van een calamiteit schuilen in de woningen of vluchten uit de richting van het incident naar een veilige locatie. Er zijn ruim voldoende (vlucht)wegen die van het LPG-tankstation af leiden. De veiligheidsregio heeft een adviesrecht om in het kader van het groepsrisico te adviseren over de mogelijkheden van de zelfredzaamheid bij een calamiteit 49
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
bij de aardgasleiding. Op 26 januari 2022 is over dit onderwerp advies uitgebracht door de veiligheidsregio Dit advies is opgenomen in Bijlage 7 . Geadviseerd wordt om het risicobewustzijn te vergroten, functies voor niet-zelfredzame personen uit te sluiten in de planregels en de ondergrondse parkeergarage aan te wijze als schuilmogelijkheid in het geval van een fakkelbrand of dreigende explosie en dit duidelijk te maken voor de bewoners. In dit bestemmingsplan kunnen functies voor niet-zelfredzame personen worden uitgesloten. Dit advies wordt overgenomen. Het is niet mogelijk om het risico bewustzijn in een bestemmingsplan te borgen of schuilmogelijkheden (en de communicatie daarover) aan te wijzen. Deze onderdelen van het advies zullen een plek krijgen in ons risicocommunicatie- en veiligheidsbeleid en daar verder uitgewerkt worden. Effectafstanden Bij de verantwoording van het risico moet ook rekening worden gehouden met de zogeheten effectbenadering. Voor (beperkt) kwetsbare objecten geldt dat als deze binnen de 60 m effectafstand komen te liggen, deze situatie gemotiveerd dient te worden. Hetzelfde geldt voor zeer kwetsbare objecten binnen de 160 m effectafstand. Beide afstanden worden gemeten vanaf het vulpunt. De afstanden gelden alleen bij besluiten waarbij het risico toeneemt. Bij bijvoorbeeld conserverende bestemmingsplannen gelden deze afstanden niet.
Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen de 160 m effectafstand. Het plangebied maakt de realisatie van 140 woningen mogelijk. Woningen worden aangemerkt als kwetsbare objecten. Binnen de 160 m effectafstand zijn geen zeer kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Met de effectafstanden is dus voldoende rekening gehouden en zijn geen belemmering voor het plangebied. Bevoorrading LPG Het groepsrisico ligt onder de oriëntatiewaarde en wijzigt niet door de voorgenomen ontwikkeling. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Conform art. 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes kan volstaan worden met het ingaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. 1. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; De veiligheidsregio heeft een adviesrecht om in het kader van het groepsrisico te adviseren over de mogelijkheden van de hulpverlening bij een calamiteit op de Europaweg. Op 26 januari 2022 is over dit onderwerp advies uitgebracht door de veiligheidsregio. Dit advies is opgenomen in Bijlage 7.
Geadviseerd wordt om het risicobewustzijn te vergroten, functies voor niet-zelfredzame personen uit te sluiten in de planregels en de ondergrondse parkeergarage aan te wijze als schuilmogelijkheid in het geval van een fakkelbrand of dreigende explosie en dit duidelijk te maken voor de bewoners. In dit bestemmingsplan kunnen functies voor niet-zelfredzame personen worden uitgesloten. Dit advies wordt overgenomen. Het is niet mogelijk om het risico bewustzijn in een bestemmingsplan te borgen of schuilmogelijkheden (en de communicatie daarover) aan te wijzen. Deze onderdelen van het advies zullen een plek krijgen in ons risicocommunicatie- en veiligheidsbeleid en daar verder 50
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
uitgewerkt worden. 2. De mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. In het plangebied worden uitsluitend woningen bestemd. Er komen dus geen functies specifiek voor niet-zelfredzame personen. Aanwezigen kunnen ten tijde van een calamiteit afhankelijk van de incidentlocatie of schuilen in de woningen of vluchten uit de richting van de weg naar een veilige locatie. Er zijn ruim voldoende (vlucht)wegen die van de weg af leiden. De veiligheidsregio heeft een adviesrecht om in het kader van het groepsrisico te adviseren over de mogelijkheden van de zelfredzaamheid bij een calamiteit bij de aardgasleiding. Op 26 januari 2022 is over dit onderwerp advies uitgebracht door de veiligheidsregio. Dit advies is opgenomen in Bijlage 7. Geadviseerd wordt om het risicobewustzijn te vergroten, functies voor niet-zelfredzame personen uit te sluiten in de planregels en de ondergrondse parkeergarage aan te wijze als schuilmogelijkheid in het geval van een fakkelbrand of dreigende explosie en dit duidelijk te maken voor de bewoners. In dit bestemmingsplan kunnen functies voor niet-zelfredzame personen worden uitgesloten. Dit advies wordt overgenomen.
Het is niet mogelijk om het risico bewustzijn in een bestemmingsplan te borgen of schuilmogelijkheden (en de communicatie daarover) aan te wijzen. Deze onderdelen van het advies zullen een plek krijgen in ons risicocommunicatie- en veiligheidsbeleid en daar verder uitgewerkt worden. Slot overweging Voor de ontwikkeling in het plangebied zijn de groepsrisico's van een hogedruk aardgastransportleiding, een LPG-tankstation en de bevoorradingsroute beschouwd. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op de hoogte van alle drie de groepsrisico's. In overweging nemende dat: de vaststelling van het plan leidt niet tot een verandering van de hoogte van het groepsrisico's; de vaststelling van het plan de interventiemogelijkheden van de hulpdiensten en de zelfredzaamheid van de aanwezigen niet negatief beïnvloedt; wordt geconcludeerd dat het niet afnemen van het groepsrisico aanvaardbaar is en wordt ingestemd met de bestemmingsplanwijziging.
51
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
4.6
Duurzaamheid en energie De huidige manier waarop we omgaan met grondstoffen en het klimaat is op de lange termijn niet volhoudbaar. De manier waarop we ons verplaatsen, hoe we de openbare ruimte inrichten, hoe we onze gebouwen verwarmen en de manier waarop we met grondstoffen omgaan verandert. Haarlem zet vaart achter de ontwikkelingen om de stad toekomstbestendig te maken. Enerzijds door het gebruik van fossiele brandstoffen door de verkeer en vervoersector terug te dringen en de stedelijke distributie te verduurzamen en anderzijds door de (aanleg en onderhoud) van de gebouwde omgeving te verduurzamen. Gemeente Haarlem heeft een richtlijn duurzaam bouwen opgesteld die als minimale eis geld voor deze ontwikkeling. In de richtlijn is het Haarlemse duurzaamheidsbeleid vertaald naar concrete uitgangspunten, onderverdeeld in 5 verschillende thema's: Energie en warmte Klimaatadaptatie Groen en Ecologie Circulariteit Mobiliteit Energie en warmte In de Toekomstwijk is aardgas niet beschikbaar om woningen en gebouwen te verwarmen. Dat betekent ten eerste dat het energieverbruik beperkt moet worden. De resterende warmtevraag zal uit duurzame bronnen komen. Opwekking van elektriciteit moet 100% duurzaam zijn. Dat betekent dat gezocht moet worden moeten naar nieuwe manieren om gebouwen te verwarmen, te koken en water te verwarmen.
Klimaatadaptatie, groen en ecologie Er moeten zo veel mogelijk maatregelen genomen worden om het gebied weerbaar te maken tegen een veranderend klimaat. Dat betekent bijvoorbeeld dat er minder verharding is en veel groen en water. Dat draagt bij aan een schonere lucht, brengt verkoeling en helpt om de overlast van extreem weer (regen, hitte) op te vangen. Bovendien dragen groen en water positief bij aan de ruimtelijke kwaliteit en versterken de natuur, ecologie en biodiversiteit van de stad. Ook gebouwen in de Toekomstwijk dragen bij aan klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door groene (of blauwe) daken en gevels. Door natuurinclusief bouwen worden kansen voor het verbeteren van ecologische kwaliteit benut. Het watersysteem is toekomstbestendig en voorbereid op waterover- en onderlast. Hemelwater wordt zo veel mogelijk geïnfiltreerd in de bodem of opgeslagen. Circulariteit Zowel betrokken marktpartijen, de gemeente als toekomstige bewoners en gebruikers passen de principes van de circulaire economie toe: ze maken gebruik van hernieuwbare energiebronnen, produceren alleen grondstoffen die opnieuw te gebruiken zijn en leveren allemaal een bijdrage aan de circulaire keten. Er wordt circulair gebouwd door materialen her te gebruiken en door bij nieuwbouw rekening te houden met hergebruik van materialen. Daartoe krijgen 52
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
gebouwen een materialenpaspoort. De openbare ruimte wordt gerealiseerd conform de aanpak duurzaam GWW. Mobiliteit Door uitstoot van CO2 en fijnstof verslechterd de luchtkwaliteit. Om de stad zowel bereikbaar als leefbaar te houden, kiezen we in de Toekomstwijk door schone en duurzame mobiliteit. Dat wil zeggen dat de wijk zo wordt ingericht dat de fiets, het OV of te voet een vanzelfsprekende keuze is. Het gebied zelf wordt autoluw. Er komen goede fietsverbindingen en voldoende goede fietsparkeerplekken in de Toekomstwijk en het gebruik van openbaar vervoer en elektrische deelauto's wordt gestimuleerd.
4.7
Verkeer en parkeren
4.7.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen ervoor zorgen dat de bestaande behoefte aan parkeerplaatsen verandert, of dat de ruimte die nodig is om goederen te laden of lossen wijzigt. Aan een gewijzigde parkeerbehoefte als gevolg van nieuwe ontwikkelingen dient in beginsel op eigen terrein te worden voldaan. Dit draagt bij aan een goede ruimtelijke ordening en voorkomt verkeers- en parkeeroverlast als gevolg van een tekort aan parkeerplaatsen in een bepaald gebied. Naast het beoordelen van de parkeersituatie moet ook gekeken worden of het verkeer gegenereerd door een ruimtelijke ontwikkeling op een goede manier ontsloten kan worden. 4.7.2 Beleid Op 6 juni 2013 stelde de gemeenteraad van Haarlem de Parkeervisie vast waarmee de gemeente inzet op een goede bereikbaarheid van Haarlem en voldoende parkeervoorzieningen. Hierbij wordt ingezet op het leveren van maatwerk en het realiseren van de gewenste kwaliteit van de openbare ruimte. Om te kunnen bepalen welke extra parkeerbehoefte een nieuwe ontwikkeling veroorzaakt, wordt gebruik gemaakt van parkeernormen. De functie en de locatie bepalen de parkeernormen en liggen vast in de "Beleidsregels parkeernormen''. Uitgangspunt daarbij is dat er voldoende parkeerplaatsen en ruimte voor het laden en/of lossen van goederen op het eigen terrein worden gerealiseerd.
Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om af te wijken van de parkeernormen. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de Beleidsregels parkeernormen. Een gewijzigde parkeerbehoefte kan zowel gaan over het toevoegen van bouwactiviteiten als op het wijzigen van een functie. Het parkeerbeleid is alleen van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Al bestaande situaties zijn hiervan uitgezonderd.
53
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
4.7.3 Onderzoek Door Buro DB is op 5 juli 2021 onderzoek gedaan naar de verkeersintensiteit en ontsluiting van de ontwikkeling 'Zwemmerslaan 2-4 ' (Bijlage 8). Er worden circa 52 grondgebonden koopwoningen gerealiseerd. Het betreft allemaal tussen- en hoekwoningen. In het noordelijke plandeel is de bouw van circa 108 appartementen beoogd. Het plangebied zal met ten minste twee aansluitingen voor autoverkeer worden ontsloten op de Zwemmerslaan (30 km/uur). Er komt geen directe aansluiting voor autoverkeer op de Europaweg (50 km/uur). De voor de bewoners en bezoekers van het plan benodigde parkeerruimte wordt ingericht binnen de grenzen van het plangebied. Naast enkele parkeerplaatsen op terrein (grondgebonden woningen) en in het openbaar gebied wordt voor de beoogde appartementen een parkeerkelder aangelegd. Er wordt binnen het plan voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Het aspect parkeren levert dan ook geen belemmering op voor het plan. Bij toetsing van de aanvragen omgevingsvergunning wordt getoetst aan de in dit bestemmingsplan opgenomen regels over parkeren. De regels uit het parapluplan parkeernormen Haarlem 2018 zijn in dit bestemmingsplan geïntegreerd. Uit de berekening van de verkeersgeneratie volgt dat (per saldo) door het plangebied verkeersaantrekkende werking met maximaal 1.000 motorvoertuigen per etmaal zal toenemen.
Dit aantal komt bovenop de verkeersverwachting van de autonome situatie. Het plangebonden verkeer wordt in hoofdzaak direct afgewikkeld van en naar het hoofdwegennet (de Europaweg) van Haarlem. Slechts een zeer beperkt deel van het plangebonden verkeer zal gebruik maken van de route in zuidelijke richting. De toename van de verkeerintensiteit op de Europaweg en Engelandlaan als gevolg van het plan is relatief zeer beperkt (circa 2 procent). Het kruispunt van de Europaweg en de Zwemmerslaan is uitgevoerd als een enkelstrooksrotonde met langzaam verkeer in de voorrang. Deze rotonde is in 2017 aangelegd in de plaats van een met verkeerslichten geregeld kruispunt. De realisatie van het plan zal naar verwachting niet leiden tot een verslechtering van de bereikbaarheid en/of doorstroming van het verkeer op de Europaweg. Gelet op de reeds hoge verkeersintensiteit op de Europaweg en de benadering van de kritische grens van de capaciteit van de enkelstrooksrotonde, vormt de verkeersafwikkeling op de rotonde een aandachtspunt. Aanbevolen wordt om het functioneren van het kruispunt in de bestaande situatie nader objectief vast te stellen en te monitoren tijdens en na de realisatie van plan 'Toekomstwijk Zwemmerslaan'. Op de Zwemmerslaan neemt de verkeersintensiteit door het plan toe met maximaal 77 procent naar circa 2.300 motorvoertuigen per etmaal.
De maximale capaciteit van de (erftoegangs)weg wordt hiermee niet overschreden. De verkeersafwikkeling van de weg komt niet in het gedrang. Uit de uitgevoerde kruispuntberekeningen volgt dat ook ter plaatse van het kruispunt van de nieuwe aansluiting(en) van het plan sprake zal zijn van een acceptabele verkeersafwikkeling. De afstand van de meest noordelijke nieuwe aansluiting van het plan tot de rotonde van de Europaweg is voldoende groot. Met de te verwachten maximale wachtrijlengte van het verkeer op de Zwemmerslaan voor het zebrapad bij de rotonde, worden geen knelpunten in de
54
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
verkeersafwikkeling verwacht. 4.7.4 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.8
Waterparagraaf
4.8.1 Inleiding Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. Waterbeheerders worden in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken bij het proces van ruimtelijke planvorming. De Watertoets is hiervoor het wettelijk geregelde procesinstrument, zie www.dewatertoets.nl. De resultaten van het doorlopen van dit proces van afstemming zijn weergegeven in deze waterparagraaf. Deze paragraaf benoemt de waterbeheerder, beschrijft het relevante beleid en het huidige watersysteem en gaat in op de effecten daarop van ruimtelijke ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. 4.8.2 De waterbeheerder in het plangebied Het hoogheemraadschap van Rijnland is in het plangebied het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. In het proces van ruimtelijke planvorming heeft Rijnland een adviserende rol. In de uitvoerings- en beheerfase van ruimtelijke plannen heeft Rijnland een regelgevende rol. 4.8.3 Beleid 4.8.3.1 Rijksbeleid 4.8.3.1.1 Bestuursakkoord Water Het Bestuursakkoord Water (2011) vervangt het Nationaal Bestuursakkoord Water (2003 en geactualiseerd in 2008) en het Bestuursakkoord Waterketen (2007).
In het Bestuursakkoord Water zetten het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven in op versterking van de watersector door te investeren in kennis, innovatie en samenwerking mede ter uitvoering van de Europese Kaderrichtlijn Water. Het doel is een mooi, veilig, schoon, gezond en duurzaam beheer van het watersysteem en de waterketen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
55
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
4.8.3.1.2 Nationaal Waterplan en Deltaprogramma Het in december 2015 vastgestelde Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021 met een vooruitblik richting 2050. In het plan zijn de afspraken uit het Bestuursakkoord Water en de Deltabeslissingen uit het Deltaprogramma opgenomen. Het NWP2 richt zich op een klimaatbestendige inrichting van het watersysteem met een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. Het Deltaprogramma anticipeert op ons veranderende klimaat en heeft als doel Nederland te beschermen tegen overstromingen en te zorgen voor voldoende zoetwater. Uit het Deltaprogramma zijn vijf zogenaamde Deltabeslissingen voortgekomen, waaronder de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, dat zich richt op een klimaatbestendige (her)ontwikkeling in bebouwd gebied. 4.8.3.2 Provinciaal beleid 4.8.3.2.1 Watervisie 2021 Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water.
De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2021 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. 4.8.3.3 Beleid waterbeheerder 4.8.3.3.1 Waterbeheerplan Rijnland In het Waterbeheerplan 2016 – 2021 geeft het Hoogheemraadschap van Rijnland (hierna te noemen: Rijnland) zijn ambities aan en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De vier hoofddoelen zijn 1. waterveiligheid 2. voldoende water 3. schoon en gezond water en 4. waterketen. Bij het doel 'waterveiligheid' wordt gestreefd naar het beschermen tegen overstromingen, gevolgbeperking en het voorbereiden op eventuele calamiteiten. Bij voldoende water wordt gestreefd naar juiste waterpeilen, instandhouding van het watersysteem, voorkomen van wateroverlast en voldoende zoetwater.
Bij schoon en gezond water wordt gestreefd naar het verminderen van watervervuiling, ecologisch beheer en onderhoud, het realiseren van schone meren, plassen en natuurgebieden en schone en veilige zwemwaterlocaties. Bij het doel waterketen wordt gestreefd naar het op een 56
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
doelmatige wijze verwerken van afvalwater en het verduurzamen van de verwerking van afvalwater en het optimaal hergebruiken van afvalwater. Het Waterbeheerplan 2016 – 2021 van Rijnland is te vinden op www.rijnland.net. Keur 2020 en uitvoeringsregels 2020 Rijnland Rijnland dient haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder adequaat te kunnen uitvoeren. De “Keur” is een verordening van de waterbeheerder met juridisch bindende regels (gebod- en verbodsbepalingen). De nu geldende Keur is vastgesteld op 13 mei 2020. Zo zijn werken en werkzaamheden in en bij waterkeringen (dijken, kaden, duinen) en watergangen (sloten, vaarten, plassen) zonder of in afwijking van een vergunning op grond van de Keur niet toegestaan. Ook het aanbrengen van verhard oppervlak (bebouwing, bestrating) en het onttrekken van grondwater zijn in veel gevallen vergunningsplichtig. In de uitvoeringsregels die bij de Keur horen, bevatten een zorgplicht, een algemene regel en een beleidsregel. De Keur en uitvoeringsregels zijn te vinden op de website van het waterschap: www.rijnland.net. Beleid riolering en afvalwaterzuivering Rijnland Rijnland geeft de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater. Naast een voorkeursvolgorde voor afvalwater geldt voor de behandeling van hemelwater de zorgplicht. Rijnland geeft daarbij de voorkeur aan brongerichte maatregelen boven 'end-of-pipe' maatregelen.
Hierbij geldt de volgende toelichting. 'Hemelwater kan de capaciteit van riolering en zuivering aanzienlijk belasten. Dat is niet wenselijk en vaak ook niet nodig. Zeker bij nieuwbouw ontwikkelingen is het gescheiden aanbieden van hemelwater en afvalwater vaak een doelmatige maatregel. Rijnland volgt hierbij een de voorkeursvolgorde (rijksbeleid), waarbij vooropstaat het voorkomen van het ontstaan van afvalwater. Ten behoeve van afvalwater is het zoveel mogelijk beperken van verontreiniging en waar mogelijk afvalwaterstromen scheiden het uitgangspunt. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). De uiteindelijke afweging wordt lokaal gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat'. Het te lozen hemelwater mag geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater veroorzaken. Maatregelen om dit te bereiken zijn duurzaam bouwen, infiltratie, het toepassen van berm- of bodempassage en straatkolken met extra voorzieningen.
Als ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of- als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. Compensatieregeling Een algemene regel met betrekking tot de waterkwantiteit is het compenseren van een eventuele toename van verharding (wegen, gebouwen). Indien verharding in een gebied toeneemt, zullen waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden om waterbezwaar als gevolg van de toegenomen verharding te voorkomen. Gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland stellen als richtlijn dat - indien gebouwd wordt en hierbij meer dan 500 57
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
m2 onverhard oppervlak omgezet wordt naar verhard oppervlak - minimaal 15 procent van de toename aan verharding gecompenseerd dient te worden in de vorm van oppervlaktewater.Voor toename aan verhard oppervlak, graven of dempen van oppervlaktewater, werken in of nabij de kern- en beschermingszones van waterkeringen of oppervlaktewater of in kwelgevoelig gebied moet een vergunning/melding op grond van de Waterwet te worden aangevraagd bij het hoogheemraadschap via het Omgevingsloket Online (OLO). Voor deze water gerelateerde aspecten zijn de Keur van Rijnland 2020 en de bijbehorende uitvoeringsregels van toepassing. Het uiteindelijk te compenseren oppervlak hangt af van overige maatregelen die de waterhuishouding in een gebied ten goede kunnen komen, zoals het vertraagd afvoeren van hemelwater. Of maatregelen mogelijk zijn en welke maatregelen dat zijn vraagt om nadere afstemming tussen de ontwikkelaar en het waterschap. Goed om te benoemen is dat het in 2012 aanwezige verhard terrein in 2023 komt te vervallen bij de berekening van de verhardingstoename. De bestaande situatie wordt dan beschouwd als onverhard en moet voor elke nieuw aangelegde verharding compenserend oppervlaktewater worden gegraven.
4.8.3.4 Gemeentelijk beleid 4.8.3.4.1 Integraal Waterplan Haarlem De gemeente Haarlem en het Hoogheemraadschap van Rijnland hebben eind 2004 het Integraal Waterplan Haarlem vastgesteld en in 2014 geactualiseerd. Centrale doelstelling van het Integraal Waterplan is het ontwikkelen en behouden van een veilig, veerkrachtig en ecologisch gezond watersysteem. Het plan functioneert als strategisch kader voor gerelateerde beleidsvelden zoals het grondwater-, afvalwater-, en baggerbeleid. Om ervoor te zorgen dat het Haarlemse waternetwerk bestand is tegen klimaatsverandering (hoger zeeniveau, toename van de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag), inklinking van de bodem, en verstedelijking (toename verhard oppervlak) is ruimte voor oppervlaktewater nodig. Ruimte voor extra oppervlaktewater kan worden gevonden door het verbreden van bestaande watergangen, het graven van nieuwe watergangen en het weer open leggen van gedempte grachten. Doelstelling voor het oppervlaktewater is het creëren van een veilig watersysteem met voldoende afwaterend en bergend vermogen, een adequate doorstroming en maximale benutting van gebiedseigen water. Als streefbeeld heeft de gemeente voor ogen een verbeterd waternetwerk dat uitgebreid is met nieuw water. 4.8.3.4.2 Gemeentelijk Rioleringsplan Het GRP is een beleidsmatig en strategisch plan waarin het verbreed rioleringsbeheer (incl.
financiën) en de visie op riolering voor de langere termijn worden beschreven. Met het GRP beschikt de gemeente over een instrument om systematisch inzicht te krijgen in de te beheren en onderhouden rioleringsobjecten en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan de wettelijke (milieu)eisen. Door het opstellen van het GRP wordt het verbreed rioleringsbeleid inzichtelijk en toetsbaar. Er zijn vier doelstellingen voor het GRP van toepassing, te weten:
58
bestemmingsplan "Zwemmerslaan 2-4" (ontwerp)
1. het doelmatig inzamelen van het afvalwater en het hemelwater; 2. het transporteren van het rioolwater naar een geschikt lozingspunt; 3. het zoveel mogelijk voorkomen van wateroverlast; 4. het beperken van vervuiling door overstorten middels aanleg van randvoorzieningen (o.a. BBB's) en afkoppelen.
4.8.4 Watertoets Voor het voorliggende bestemmingsplan is een digitale watertoets uitgevoerd via www.dewatertoets.nl. Naar aanleiding van deze watertoets is het overleg met waterschap Rijnland opgestart. Omdat er een ondergrondse parkeergarage wordt gerealiseerd is een goede afstemming met het waterschap van belang. Hierna worden de verschillende wateraspecten belicht. Afvalwater Het afvalwater wordt apart van het hemelwater ingezameld en met een vuilwaterriool afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. Afvalwater wordt dus apart aangeboden op het gemeentelijk stelsel. De locaties van de aansluitingen op het gemengde stelsel worden in nadere uitwerking en in overleg met de gemeente Haarlem vastgesteld. Hemelwater Het gaat harder, vaker en langduriger regenen. Het extra hemelwater moet zoveel mogelijk geïnfiltreerd, bovengronds geborgen en tenslotte worden afgevoerd naar open water. De ontwikkeling moet klimaatbestendig zijn en uitgangspunt is zo veel mogelijk infiltreren van afgekoppeld water (van schone verharding) in groenstroken. Op basis van de grondwaterstand en doorlatendheid van de bodem ter plaatse worden eisen gesteld over de minimale hoeveelheid water die moet worden geïnfiltreerd of gebufferd op eigen terrein (mm/m2). Het overtollige hemelwater mag via de openbare ruimte afstromen. Er mag geen hemelwater worden geloosd op het gemeentelijk rioleringssysteem.