20230009349 2 Bijlage 1: Strategisch Huisvestingsplan Onderwijs (SHO) 2023 - 2038
Tekst van het document
Daarbij wordt de vraag gesteld of het terecht is dat de gemeente betaalt voor maatregelen waarvoor het schoolbestuur in de exploitatie de voordelen heeft. Natuurlijk, een goed geïsoleerd gebouw leidt tot een (veel) lager gasverbruik. Zonnepanelen zorgen ervoor dat er minder kosten voor elektriciteit zijn. Daar staat echter tegenover dat de onderhoudskosten voor de daarvoor benodigde installaties veelal weer hoger zijn. Het is daarom niet 1 op 1 vast te stellen dat schoolbesturen hiervan per saldo een voordeel hebben. Het uitgangspunt is daarom dat de gemeente schoolgebouwen bekostigt conform de wet- en regelgeving en het Haarlems kwaliteitskader. Eventuele plussen of duidelijke terugverdieneffecten en schoolbestuurlijke keuzes komen voor rekening van de schoolbesturen.
5.2
Toegankelijkheid
Voor de toegankelijkheid van scholen is niet alleen fysieke toegankelijkheid belangrijk, zoals wanneer een leerling of één van de ouders/verzorgers bijvoorbeeld in een rolstoel zit. Ook voor leerlingen of ouders/verzorgers met een zintuigelijke beperking zoals doofheid of slechtziendheid moet de toegankelijkheid van scholen optimaal te zijn. Op deze manier wordt inclusief onderwijs bereikt. Het Bouwbesluit 2012 bevat eisen waaraan een schoolgebouw moet voldoen om maximale toegankelijkheid scholen te waarborgen. Vaak zijn schoolgebouwen eerder gebouwd en niet voorzien van de middelen om volledige toegankelijkheid te bieden. Voor mensen met een beperking kan het dan lastig zijn om goed onderwijs te krijgen. Het College voor de Rechten van de Mens heeft daarom de minister geadviseerd om voor het PO en VO geadviseerd termijnen te stellen waarbinnen schoolgebouwen toegankelijk moeten zijn voor leerlingen met een beperking. Bovendien zijn scholen verplicht om in individuele situaties ervoor te zorgen dat alle leerlingen onderwijs kunnen volgen. Dit op grond van de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Scholen zijn wel zelf verantwoordelijk voor aanpassingen in of aan bestaande gebouwen en krijgen hiervoor geld van de Rijksoverheid.
Bij nieuwbouw en levensduur verlengende renovatie wordt toegankelijkheid meegenomen in het programma van eisen en door de gemeente gefinancierd.
24
5.3
Bewegingsonderwijs
Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor het vormgeven van het bewegingsonderwijs. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat er voldoende accommodaties zijn waar bewegingsonderwijs gegeven kan worden. In veel gevallen is de gymzaal gelegen bij de school en bezit de betreffende school ook het juridisch eigendom ervan (het economisch claimrecht ligt bij de gemeente). In een groot aantal andere gevallen is de gymzaal gemeentelijk bezit en wordt deze beheerd en geëxploiteerd door SRO. In een enkel geval wordt gebruik gemaakt van een gymaccommodatie van een derde, maar dat gebeurt alleen wanneer een eigen of gemeentelijke accommodatie niet beschikbaar is. In een aantal gevallen ligt de gymaccommodatie verder dan 1 kilometer hemelsbreed van de school vandaan. In dat geval wordt, bij het primair en speciaal onderwijs, door de gemeente betaald busvervoer ingezet. Tot slot maken enkele scholen in het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs gebruik van de zogenaamde ‘natte gymles’ in het zwembad. Deze les komt in de plaats van het reguliere bewegingsonderwijs in een gymzaal en behelst dus geen diplomazwemmen. Hoewel dit geen wettelijke eis is, wordt vaak verwezen naar de afmetingsnormen van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO) waarbij een gymzaal een functioneel zaaloppervlakte van 308 m² en een hoogte van 5,5 en bij voorkeur 7 meter moet hebben.
Deze afmetingen vergroten bovendien de mogelijkheid voor multifunctioneel gebruik van de gymzalen na schooltijd. Een groot aantal gymzalen voldoet daar niet aan. Daar waar mogelijk, wordt in dit SHO de vernieuwing (en vergroting) van gymzalen, die eigendom zijn van schoolbesturen, meegenomen bij de renovatie of vervangende nieuwbouw van een school. In een aantal gevallen is dit niet mogelijk, bijvoorbeeld wanneer de gymzaal integraal deel uitmaakt van een (monumentaal) schoolgebouw. Verder is er intern afstemming over de spreiding en vernieuwing van gymaccommodaties die gemeentelijk eigendom zijn. Gekeken wordt naar slimme combinaties tussen school en naschools gebruik van gymaccommodaties (gymzalen, sportzalen en sporthallen). Tot slot wordt er over nagedacht of de huidige vorm van de ‘natte gymles’ gehandhaafd moet blijven of dat er meer behoefte is aan diplomazwemmen via school. Deze discussie valt echter buiten het SHO.
5.4
Bredere maatschappelijke opgave
De projecten in dit SHO staan natuurlijk niet los van de bredere maatschappelijke opgave. Natuurlijk zijn er ook scholen die los van andere ontwikkelingen gerenoveerd, nieuw gebouwd of uitgebreid moeten worden. Tegelijkertijd maakt een aantal projecten deel uit van Ontwikkelzones en wordt er naar gekeken waar het mogelijk en wenselijk is om scholen te combineren met andere (maatschappelijke) voorzieningen of woningbouw. Dit alles gericht op enerzijds een efficiënt gebruik van de beperkt beschikbare ruimte en anderzijds op een inhoudelijke meerwaarde waar verschillende voorzieningen elkaar kunnen versterken.
5.5
Omgevingsvisie
Zoals alle gemeenten heeft Haarlem ook te maken met de invoering van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie 2045 is in januari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de Omgevingsvisie zijn zes strategische keuzes opgenomen, te weten: mengen en verdichten, buurtgericht ontwikkelen, vergroenen en vernatten, bevorderen gezonde leefomgeving, ruimte voor de energietransitie, mobiliteitstransitie. De projecten in het SHO lijken het meest onder de eerste drie 25
strategische keuzes te vallen, maar hebben ook duidelijke verbinding met de laatste drie strategische keuzes: 1. Mengen en verdichten: diverse projecten van het SHO vallen binnen de ontwikkelzones. Daarnaast wordt ook bij andere locaties gekeken in hoeverre bestaande onderwijslocaties verdicht kunnen worden waardoor er ruimte ontstaat voor andere ontwikkelingen. 2. Buurtgericht ontwikkelen: per buurt of wijk wordt gekeken naar de behoefte aan onderwijshuisvesting op basis van de leerlingenprognose. Inhoudelijk wordt vanuit schoolbesturen gekeken naar wat voor onderwijs passend is in de buurt en in hoeverre IKCvorming kan bijdragen aan de behoeften in de buurt. 3. Vergroenen en vernatten: schoolpleinen bieden grote kansen in het kader van vergroenen en vernatten. Schoolpleinen maken geen onderdeel uit van dit SHO maar zijn natuurlijk wel onlosmakelijk verbonden met de schoolgebouwen. 4. Bevorderen gezonde leefomgeving: de inrichting van met name de schoolpleinen kunnen zorgen voor het bevorderen van beweging. 5. Ruimte voor de energietransitie: nieuwe en te renoveren schoolgebouwen moeten voldoen aan de meest recente (duurzaamheids)eisen. Daarnaast bieden de grote dakoppervlakken van met name het voortgezet onderwijs kansen voor het plaatsen van zonnepanelen voor de buurt, zoals inmiddels al bij het Mendel College en het Rudolf Steiner College is gebeurd. 6.
Mobiliteitstransitie: volgend uit de verschillende mobiliteitsvisies en parkeernormen, zijn scholen bij uitbreiding verplicht voldoende parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein, voor zowel fiets als auto. Daarnaast is het veelal wenselijk een kiss & ride zone te realiseren. Tegelijkertijd is er de wens om zoveel mogelijk op de fiets, te voet of met het OV te verplaatsen.
5.6
Financiële en ruimtelijke gevolgen Rijks- en gemeentelijk beleid
We zien op dit moment huizenhoge ambities bij zowel het Rijk als binnen de gemeente op het gebied van de gebouwde omgeving. Nieuwe en bestaande gebouwen moeten worden verduurzaamd, energieneutraal worden en van het gas af. Daarnaast zijn er lokale ambities zoals vergroenen en vernatten, de mobiliteitstransitie, parkeren op eigen terrein, bevorderen van de biodiversiteit etc. Al deze ambities zetten een druk op zowel de financiën als de beschikbare ruimte. Binnen de beschikbare ruimte voor scholen moet voldoende ruimte zijn voor het schoolgebouw zelf en voor het schoolplein. Maar tegelijk moet er ruimte zijn voor vergroenen en vernatten, parkeren op eigen terrein etc. Deze ruimte is niet altijd beschikbaar of in bepaalde gevallen alleen tegen hoge kosten (zoals een parkeerkelder) te realiseren. Bovendien zorgt deze stapeling van wensen en eisen tot hogere kosten, waar de financiering van onderwijshuisvesting niet op is gebaseerd. De budgetten zoals opgenomen in dit SHO beogen voldoende te zijn voor het realiseren van duurzame, gasloze, (bijna) energieneutrale gebouwen. Bovendien wordt met een zeker inflatiepercentage rekening gehouden. Met aanvullende kosten, voortkomend uit lokaal beleid, is vooralsnog niet of beperkt rekening gehouden. Bij het vaststellen van dergelijk beleid zijn bovendien gemeentelijke budgetten voor het doen van investeringen niet evenredig meegegroeid.
Dit kan gevolgen hebben voor het tempo van realisatie van de in dit SHO opgenomen projecten.
26
6.
Groei Haarlem; leerlingenprognoses & capaciteit Ieder jaar worden de leerlingenprognoses geactualiseerd. De prognoses vormen samen met de technische nulmeting de basis voor de planning van de projecten voor de komende jaren. De leerlingenprognoses houden rekening met de opbouw van de bevolking en de veranderingen daarin door: a. Komst en vertrek van inwoners; b. Aantal geboorten; c. Aantal nieuw te bouwen en te slopen woningen. Bovendien houden de prognoses rekening met waar de leerlingen op een school vandaan komen. Wanneer er bijvoorbeeld veel leerlingen uit een andere gemeente komen, dan wordt de bevolkingsontwikkeling van die gemeente betrokken bij de prognose van die betreffende school. De afgelopen jaren zien we steeds dat de leerlingenprognoses telkens wat lager uitpakken dan het jaar daarvoor. De belangrijkste verklaringen hiervoor zijn: a. Het langzamere tempo van de groei van de stad dan verwacht; b. Het dalend aantal kinderen per gezin. Bij de prognoses is het van belang kennis te nemen van het feit dat de prognoses geen rekening houden en ook niet kan houden met zaken als aanname-, plaatsings- en lotingsbeleid op scholen, maximale omvang van scholen of juist scholen die extra groeien. De leerlingenprognoses geven wel een goed beeld van de totale te verwachten aantallen.
De leerlingenprognoses zijn een startpunt voor overleg tussen gemeente en schoolbesturen over de toekomst van de scholen en de projecten die daarbij horen. Basisonderwijs Volgens de laatste prognoses (peildatum 1-10-2020) neemt het totaal aantal kinderen in het primair onderwijs de komende jaren tot 2026 licht toe met circa 400 leerlingen. Na 2026 zal het aantal leerlingen toe gaan nemen met circa 1.250 in 2030 t.o.v. 2022 tot circa 2.500 in 2041 t.o.v. 2022. De totale leerlingengroei komt hiermee op circa 20 % in 2040 t.o.v. 2022. De stadsdelen laten wel een uiteenlopend beeld zien. • In Haarlem Centrum neemt het leerlingenaantal eerst licht af en neemt na 2031 toe tot circa 75 leerlingen extra in 2041 ten opzichte van 2022. • In het noordelijke deel van Haarlem Noord neemt het leerlingenaantal toe met circa 200 leerlingen in 2041 ten opzichte van 2022. • Ook in het centrale deel van Haarlem Noord neemt het leerlingenaantal toe met circa 400 leerlingen ten opzichte van 2022. • In Haarlem Oost zien we een toename van het leerlingenaantal met circa 240 in 2041 ten opzichte van 2022. • In Haarlem Zuidwest neemt het leerlingenaantal sterk toe met circa 560 leerlingen in 2041 ten opzichte van 2022. Dat is vooral het gevolg van de woningbouw in de Ontwikkelzone Zuidwest.
• Ook in Schalkwijk neemt het leerlingenaantal de komende jaren sterk toe met meer dan 1.000 leerlingen in 2041 ten opzichte van 2022.
Leerlingentelling basisonderwijs (1-10-2022) en leerlingenprognose (o.b.v. telling 1 oktober 2020).
27
In de kolom “Telling 2022” staan de daadwerkelijke aantallen leerlingen op teldatum 1 oktober 2022. In de kolommen 2026 - 2041 staan de leerlingenprognoses, die nog gebaseerd zijn op de teldatumgegevens van 1 oktober 2020. Er zijn nog geen nieuwe prognoses op basis van de teldatum 1 oktober 2022.
28
Uit de tabel hierboven blijkt per stadsdeel het volgende: • Haarlem Centrum Er is een aanwezige capaciteit voor 1.225 leerlingen. Er worden maximaal 1.154 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen. Er zijn daarom geen uitbreidingen voorzien voor de scholen in dit stadsdeel. • Haarlem Noord, noord Er is een aanwezige capaciteit voor 1.325 leerlingen. Er worden maximaal 1.261 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen. Er zijn daarom geen uitbreidingen voorzien voor de scholen in dit stadsdeel. • Haarlem Noord, centrum Er is een aanwezige capaciteit voor 4.850 leerlingen. Er worden maximaal 4.405 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen. Er zijn daarom geen uitbreidingen voorzien voor de scholen in dit stadsdeel. • Haarlem Oost Er is een aanwezige capaciteit voor 1.900 leerlingen. Er worden maximaal 1.744 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen. Toch is een beperkte uitbreiding voorzien: wanneer De Talenten nieuwbouw krijgt, wordt een volledige 8-klassige school gerealiseerd. Dit betekent een beperkte toename van 2 groepen. • Haarlem Zuidwest Er is een aanwezige capaciteit voor 2.575 leerlingen.
Er worden maximaal 2.877 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit onvoldoende is voor het aantal leerlingen. Beoogd wordt om nieuwbouw te plegen voor de Bavo Jenaplanschool waarbij tevens meer capaciteit wordt gerealiseerd. Indien er nog meer capaciteit nodig is, kunnen de Beatrixschool en/of De Zuidwester worden uitgebreid met enkele lokalen. • Schalkwijk - Boerhaave Er is een aanwezige capaciteit voor 750 leerlingen. Er worden maximaal 828 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit onvoldoende is voor het aantal leerlingen. Hierop wordt geanticipeerd door bij de nieuwbouw van De Globe, Wadden Boerhaave en Don Bosco de capaciteit uit te breiden. - Europawijk Er is een aanwezige capaciteit voor 900 leerlingen. Er worden maximaal 828 leerlingen 29
•
verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen. Er zijn daarom geen uitbreidingen voorzien voor de scholen in dit stadsdeel. - Molenwijk Er is een aanwezige capaciteit voor 1.225 leerlingen. Er worden maximaal 1.113 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen. - Meerwijk Er is een aanwezige capaciteit voor 950 leerlingen. Er worden maximaal 1.087 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit onvoldoende is voor het aantal leerlingen. Hierop wordt geanticipeerd door de uitbreiding van Al Ikhlaas. Spaarndam Er is een aanwezige capaciteit voor 196 leerlingen. Er worden maximaal 168 leerlingen verwacht tot 2041. Dit betekent dat de capaciteit voldoende is voor het aantal leerlingen.
Via het plaatsingsbeleid wordt zoveel als mogelijk de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk ingezet. Het plaatsingsbeleid zal in een nieuwe verordening onderwijshuisvesting een plaats krijgen. Voortgezet onderwijs (VO) Ook voor het VO geldt dat het totale leerlingenaantal toe gaat nemen. Het leerlingenaantal op MAVO/HAVO/VWO neemt naar verwachting toe met circa 670 leerlingen in 2040 ten opzichte van 2022. Het aantal leerlingen op het beroepsgerichte VMBO neemt toe met circa 250 en het leerlingenaantal op het Praktijkonderwijs neemt ook toe met circa 75. De totale leerlingengroei is ca. 8,5 % in 2040 t.o.v. 2022. Leerlingentelling VO (werkelijke aantallen leerlingen per 1-10-2022) en leerlingenprognoses (o.b.v. telling 1 oktober 2021). Leerlingentelling VO (1-10-2022) en leerlingenprognose (o.b.v. telling 1 oktober 2020) School
Telling 2022
Het Schoter Coornhert Lyceum
Prognose
Capaciteit leerlingen
1391
2025 1473
2030 1477
2035 1474
2040 1546
1382
1392
1417
1433
1509
1500
ECL
1403
1410
1409
1395
1460
1345
Sancta Maria
1559
1598
1615
1610
1689
1480
Mendel College1) Rudolf Steiner College
1889
1933
1916
1894
1982
1810
1097
1105
1110
1114
1171
930
Stedelijk Gymnasium
823
845
840
830
868
869
Totaal VMBO-TL/HAVO/VWO Spaarne College
9544 834
9756 925
9784 929
9750 928
10225 974
9334 900
1400
Haarlem College
677
690
720
745
791
1000
Totaal VMBO BB/KB/GTL Oost ter Hout
1511 256
1615 289
1649 293
1673 298
1765 315
1900 260
De Schakel
113
121
121
121
128
158
Totaal Praktijkonderwijs
369
410
414
419
443
418
Totaal (exclusief ISK) Internationale Schakelklas (ISK)
11424 210
11781 112
11847 115
11842 118
12433 126
11652 144
ad. 1. Het Mendel College zal in aantal leerlingen teruggaan met circa 20 per jaar totdat het leerlingenaantal is gedaald tot 1.770 à 1.780 passend bij de capaciteit van het gebouw.
30
De capaciteit van het beroepsgerichte VMBO is (meer dan) voldoende voor de vraag naar dit type onderwijs. De capaciteit van met name HAVO is onvoldoende. Dit wordt opgevangen door het uitbreiden van het aanbod op het Haarlem College en doordat het Rudolf Steiner College ervoor heeft gekozen door te groeien tot circa 1.200 à 1.300 leerlingen. De gezamenlijke VOschoolbesturen zijn bovendien bezig met een proces om gezamenlijke afspraken te maken over de gewenste omvang van de diverse VO-scholen. Wanneer deze afspraken definitief gemaakt zijn en de gemeente hiermee akkoord is, zullen deze indien nodig onderdeel worden van een nieuw Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) en overgenomen worden in een geactualiseerd SHO. De totale capaciteit van het praktijkonderwijs is onvoldoende. We zien een sterke groei bij de Oost ter Hout en een stabiel leerlingenaantal bij De Schakel. In dit SHO is een voorstel opgenomen om Oost ter Hout beperkt uit te breiden om de groei op te vangen. Daarnaast zou verwezen kunnen worden naar de bestaande capaciteit bij De Schakel. Speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs Voor het speciaal onderwijs worden geen prognoses opgesteld. Zoals hierboven is vermeld, verwachten we een toename van het leerlingenaantal in het basisonderwijs met circa 20 % in de periode 2022 – 2041 en in het voortgezet onderwijs met circa 8 %.
Wanneer je dit doortrekt, kun je verwachten dat, bij ongewijzigd beleid t.a.v. speciaal onderwijs, het leerlingenaantal op het speciaal basisonderwijs (SBO) en speciaal onderwijs (SO) ook met 20 % gaat toenemen en op het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) met 8 %. In onderstaande tabel is dit verwerkt. Leerlingenontwikkeling (voortgezet) speciaal onderwijs School
Prognose
Telling 2020
2021
2022
20 % groei SO 8 % groei VSO
Lokalen
Capaciteit leerlingen
VSO Daaf Geluk
VSO
368
409
452
488
Prof. Dr. Gunningschool VSO
VSO
91
79
107
115
291) 14
150
EKC Zuid Kennemerland, locatie Schalkwijk
SO
183
184
176
211
18²)
216
De Parel
VSO
124
121
122
132
13
156
Van Voorthuijsenschool
SO
127
119
126
136
13
156
(V)SO De Schelp
(V)SO
100
108
129
155
13
154
SBO De Trapeze
SBO
146
142
164
197
12
216
Prof. Van Gilseschool
SO
117
116
93
112
17
255
IKC Zuid Kennemerland, locatie Focus
SO
149
170
179
215
15
180
Prof. Dr. Gunningschool SO
SO
74
70
68
82
7
98
Hildebrandschool
SO
48
54
42
50
1527
1572
1658
1893
104
1951
Totaal
370
ad. 1. Exclusief 4 noodlokalen ad. 2. Exclusief 2 noodlokalen
Voor bijna het gehele SO geldt dat er op dit moment voldoende capaciteit is voor het huisvesten van de leerlingen, met uitzondering van de Daaf Gelukschool. Wanneer we de huidige leerlingenaantallen verhogen met 16 % (SBO/SO) of 7 % (VSO) conform de te verwachten leerlingengroei, zien we dat meer scholen tegen de grenzen van hun capaciteit gaan lopen. Omdat we een dusdanige groei nog niet in de praktijk zien, wordt hiermee bij de voorliggende plannen in dit SHO nog geen rekening gehouden. Uiteraard wordt de werkelijke leerlingenontwikkeling in de gaten gehouden en indien nodig worden de plannen bij de tweejaarlijkse actualisatie daarop aangepast.
31
Voor de Daaf Geluk geldt dat het leerlingenaantal hard is toegenomen de afgelopen jaren. Deels komt dat door toestroom van buiten de regio. Deze toestroom is inmiddels grotendeels gestopt. Daarnaast is het vermoeden dat de groep als gevolg van effecten van corona tijdelijk groter is geworden. De verwachting is dat het leerlingenaantal de komende jaren wat zal dalen door de maatregelen die hierop worden ingezet. De toekomst van de Daaf Geluk is onderdeel van gesprek binnen het Samenwerkingsverband VO Zuid Kennemerland en tussen gemeente en schoolbestuur Dunamare. Flexibiliteit Los van de autonome groei van het leerlingenaantal, heeft de enorme toename van nieuwkomers in 2022 een flinke impact gehad op de vraag naar onderwijshuisvesting. Deze plotselinge toename van het leerlingenaantal heeft ons geleerd dat het raadzaam is om een of meer locaties aan te houden waarmee snel ingespeeld kan worden op een plotselinge toename van de vraag aan onderwijslocaties. Ook kan dit bijdragen aan schuifruimte of het bieden van tijdelijke huisvesting wanneer een school verbouwd of vernieuwd wordt. Deze flexibiliteit kan bestaan uit het beschikbaar houden van een bestaand pand en/of het beschikbaar houden van een kavel waarop tijdelijke huisvesting gerealiseerd kan worden. Overwogen kan worden tijdelijke huisvesting aan te schaffen in plaats van te huren vanuit kostenoverwegingen.
Tot slot zal het uitgangspunt worden dat schoolgebouwen die vrij komen in principe niet afgestoten worden maar onderdeel blijven van de onderwijsportefeuille.
32
7.
Resultaten technische nulmeting & kwaliteitskader In 2020 zijn alle schoolgebouwen ouder dan 10 jaar onderzocht op de technische kwaliteit. De gebouwen zijn getoetst aan de hand van nieuwbouwnormen en beoordeeld op vier hoofdthema’s: • • •
•
Energie (20 %); leidend hierbij is de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) (een index die de energetische efficiëntie van nieuwbouw aangeeft. Binnenmilieu (25 %); aan de hand van de hoofdthema’s van Frisse Scholen: energie, lucht, temperatuur, licht en geluid. Functionaliteit (20 %); mate van aanpasbaarheid en hoe geschikt het gebouw (nog) is als onderwijsgebouw. Deze uitkomsten zijn onder andere van belang in de afweging renovatie/nieuwbouw. Technische kwaliteit (35 %); wordt beoordeeld op basis van uitstekend, goed, voldoende, matig en slecht. Dit is de GPR Gebouw-vertaling van de conditiemetingen uit NEN 2767 (instrument voor het objectief en uniform meten van de fysieke kwaliteit van bouw- en installatiedelen van gebouwen).
Uit deze vier deelonderzoeken volgt een totaalscore per schoolgebouw, eventueel gesplitst in kaart gebracht bij een gebouw dat aanzienlijk is uitgebreid en de facto dus uit twee gebouwdelen bestaat. Alle scholen zijn opgenomen in een ranglijst waar per afzonderlijke score en per onderdeel te zien is hoe zij zich tot elkaar verhouden. Deze ranglijst is als bijlage toegevoegd. Haarlem telt 86 schoolgebouwen die in gebruik zijn voor basis-, speciaal en voortgezet onderwijs. Tien van deze schoolgebouwen zijn niet in het onderzoek opgenomen omdat zij jonger dan 10 jaar zijn, recentelijk gerenoveerd of deel uitmaken van herontwikkeling van het gebied en op korte termijn voor vervangende nieuwbouw in aanmerking komen. In het onderzoek zijn zodoende 76 schoolgebouwen opgenomen waarvoor 86 rapportages zijn opgesteld. Tien scholen zijn gesplitst in kaart gebracht met een oud- en nieuwbouwgedeelte. De scholen hebben de volgende scores toegekend gekregen: • 4 schoolgebouwen een zeer onvoldoende totaalscore tussen 4,0 en 4,9. • 36 schoolgebouwen een onvoldoende totaalscore tussen 5,0 en 5,9. • 30 schoolgebouwen een voldoende totaalscore tussen 6,0 en 6,9. • 14 schoolgebouwen een goede totaalscore tussen 7,0 en 7,9. • 2 schoolgebouwen een uitstekende totaalscore tussen 8,0 en 8,9.
Om de lijst op een juiste manier te kunnen interpreteren is het goed te vermelden dat een nieuwbouwschool, die wordt gebouwd op Frisse Scholen klasse B niveau en bijna energieneutraal (BENG), een hoge score zal behalen. Bij renovatie van de bestaande schoolgebouwen zal door beperkingen aan het gebouw voor functionaliteit en/of duurzaamheid niet altijd een even hoge score behaald kunnen worden als bij nieuwbouw het geval is. Naast verbeteringen door renovatie en nieuwbouw van schoolgebouwen zijn er betere scores voorzien met quick wins door maatregelen door te voeren op het gebied van duurzaamheid, energiebesparing en voor het binnenklimaat. Dat zijn maatregelen die het schoolbestuur mee kan nemen in het reguliere binnen- en buitenonderhoud en waar zij verantwoordelijk voor zijn. De onderwijsgebouwenvoorraad in Haarlem omvat veel karakteristieke en/of monumentale panden die wij, wanneer ze in aanmerking komen voor vervangende nieuwbouw, veelal willen of moeten behouden. Het behoud van deze onderwijsgebouwen middels renovatie heeft in veel gevallen de voorkeur boven vervangende nieuwbouw en is in het geval van monumenten de enige optie.
33
De resultaten van de technische nulmeting zijn verwerkt in het nu voorliggende SHO. Dit betekent dat er ten opzichte van het vorige SHO veel meer projecten zijn opgenomen waarbij sprake is van vervangende nieuwbouw of renovatie vanwege de staat van het gebouw in plaats van uitbreiding als gevolg van de groei van de stad. In de update van het SHO 2018-2022 uit februari 2018 is een eerste aanzet voor een ‘Haarlems kwaliteitskader’ voor het primair en voortgezet onderwijs opgenomen. In dit gezamenlijk met de schoolbesturen opgestelde kwaliteitskader is opgenomen wat wordt verstaan onder de basiskwaliteit van de schoolgebouwen. De kwaliteitscriteria zijn richtinggevend, geen norm. In dat SHO was als actie opgenomen het kwaliteitskader verder uit te werken, waarbij onder meer een antwoord moet komen op de vraag welke kosten hiermee samenhangen en hoe deze kosten worden verdeeld tussen gemeente en schoolbesturen. Ook was opgenomen dat er meer inzicht verkregen moet worden in de huidige technische staat van de schoolgebouwen. Dat is met het uitvoeren van de hierboven beschreven technische nulmeting uitgevoerd en afgerond. In het SHO 2018 - 2022 waren de volgende acties benoemd:
De stand van zaken van deze acties is als volgt: • Uitgaan van kwaliteitskader en de bedragen jaarlijks actualiseren naar BENG: dit is uitgevoerd, BENG is inmiddels wettelijk voorgeschreven en de budgetten zijn geactualiseerd. De gemeente en de schoolbesturen realiseren door nieuwbouw en renovatie voorzieningen met lage energielasten door dit kwaliteitskader. • Renovatie: renovatie maakt onderdeel uit van dit voorliggende SHO. We zien echter wel renovatie als alternatief voor nieuwbouw. De kosten voor renovatie zijn veelal minstens gelijk aan de kosten voor nieuwbouw. We gaan daarom niet uit van levensduurverlenging van 25 jaar maar van 40 jaar bij renovatie zoals dat ook geldt voor (vervangende) nieuwbouw, zodat dit per saldo niet leidt tot hogere kosten voor de gemeente. • Renovatie met een budget van 50 % van nieuwbouw: de ervaring heeft inmiddels geleerd dat de kosten voor renovatie als alternatief voor nieuwbouw minstens gelijk zijn aan nieuwbouw. Maatwerk blijft wel essentieel bij renovatie. Bovendien is het belangrijk dat er uitgebreid voorbereidend onderzoek wordt gedaan vooraf. Wel zijn alle gebouwen op hoofdlijnen in kaart gebracht met de technische nulmeting. • Nulmeting: deze nulmeting is uitgevoerd en de resultaten daarvan zijn gebruikt voor het opnemen en prioriteren van de projecten in het voorliggende SHO. 34
•
Bijdrage schoolbesturen: In de praktijk dragen schoolbesturen bij aan projecten, met name waar het gaat om renovatie. Bij vervangende nieuwbouw zijn de kosten veel beter in te schatten op basis van normen. Maar bij zowel renovatie als vervangende nieuwbouw geldt dat schoolbesturen gereserveerde en toekomstige onderhoudsbudgetten kunnen en moeten inzetten zodat budgetten gebundeld kunnen worden en een beter resultaat haalbaar is.
35
8.
Nieuwe projecten 2023-2038 & investeringsagenda De groei van de stad en de technische nulmeting leiden tot een grote lijst aan benodigde projecten voor de komende jaren, inclusief behoorlijke investeringsagenda. Dit is zoveel als mogelijk inzichtelijk gemaakt voor de komende 16 jaar. De projecten worden voor de jaren 2023 t/m 2026 per jaar benoemd. Voor de periode daarna wordt alleen benoemd in welke vierjaarsperiode het project uitgevoerd zou kunnen worden. Iedere twee jaar worden er twee nieuwe jaren concreet gemaakt bij de actualisatie van het SHO. Bij de planning is zoveel als mogelijk rekening gehouden met een realistische planning. In een aantal gevallen zijn de scholen afhankelijk van andere plannen, zoals het tempo van de realisatie van de ontwikkelzone. Alle projecten zijn zowel intern als met de schoolbesturen afgestemd. De ramingen zijn als volgt tot stand gekomen: • Voor het jaar 2021 wordt uitgegaan van een investering van € 3.000/m² BVO; • Voor 2022 en 2023 wordt gerekend met een indexatie van 6 %; • Voor 2024 en 2025 wordt gerekend met een indexatie van 3 % per jaar; • Voor de jaren daarna wordt gerekend met een indexatie van 2 % per jaar. Voor renovatie wordt de volledige nieuwbouwprijs aangehouden in onderstaande tabel met de totale benodigde investering.
Ervaringen tot nu toe hebben laten zien dat levensduurverlengende renovatie (voor 40 jaar) niet goedkoper is dan nieuwbouw. In enkele gevallen kan het wellicht goedkoper uitvallen, maar dat zullen businesscases die op initiatief van het schoolbestuur maar in overleg met de gemeente worden opgesteld, moeten uitwijzen. Dit alles leidt tot een indicatieve investeringsagenda die er als volgt uitziet (alle bedragen in miljoenen): Investeringsoverzicht SHO 2023 - 2038 Aanvullende investering
Periode
Investering
10 % diversen1)
Totaal investering
Beschikbaar
2023 t/m 2026
€ 118.000.000
€ 11.800.000
€ 129.800.000
€ 55.000.000
€ 74.800.000
2027 t/m 20301 2031 t/m 2034
€ 185.000.000
€ 18.500.000
€ 203.500.000
€0
€ 203.500.000
€ 42.300.000
€ 4.200.000
€ 46.500.000
€0
€ 46.500.000
2035 t/m 2038
€ 6.200.000
€ 600.000
€ 6.800.000
€0
€ 6.800.000
€ 351.500.000
€ 35.100.000
€ 386.600.000
€ 55.000.000
€ 331.600.000
Totaal
ad. 1. 10 % aanvulling t.b.v. sloopkosten, (eventuel) aankoop locaties, tegenvallende aanbestedingen ad. 2. inclusief circa € 36 miljoen voor een nieuwe VO in Schalkwijk
Dit SHO is leidend, hetgeen betekent dat schoolbesturen geen aanvragen kunnen indienen bij de gemeente voor projecten die niet genoemd staan in het SHO, met uitzondering van: • Aanvragen eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair; • Aanvragen voor tijdelijke huisvesting die een relatie hebben met de in het SHO opgenomen projecten; • Aanvragen voor vergoedingen als gevolg van schade en vandalisme; • Spoedaanvragen. Iedere twee jaar wordt het SHO geactualiseerd. Indien minder middelen beschikbaar komen dan opgenomen in het SHO, zal in overeenstemming met de schoolbesturen een prioritering afgesproken moeten worden. Indien een schoolbestuur een eigen project bij nader inzien naar voren in de tijd wil halen, zal het daarbij zelf voorstellen moeten doen welk project van dat betreffende schoolbestuur later in de tijd uitgevoerd kan worden. 36
Het grote voordeel van een SHO voor de periode van 16 jaar is dat schoolbesturen duidelijkheid krijgen over wanneer een bepaalde school aan de beurt is voor renovatie of vervangende nieuwbouw. Er is natuurlijk nog wel een onzekerheid over of de gemeentelijke middelen daadwerkelijk beschikbaar komen. Deze planning maakt dat de schoolbesturen goede keuzes kunnen maken in de verduurzaming van de panden die niet in het SHO zijn opgenomen of pas laat aan de beurt zijn. Deze maatregelen kunnen tijdens regulier onderhoud of op andere verstandige momenten worden genomen. Op deze wijze zullen tevens de scores op onderdelen van de technische nulmeting verbeterd worden. Beoogde projecten in de 1ste vierjaarsperiode Beoogde projecten in de 1 ste periode SHO Project Coornhert, vervangende nieuwbouw
2024 € 1.480.000
Coornhert, levensduur verlengende renovatie1) VO in Schalkwijk, aanpassing Haarlem College
€ 5.000.000
2025
2026
€ 20.500.000
Oost ter Hout, uitbreiding
€ 555.000
Rudolf Steiner College, uitbreiding
€ 7.000.000
HMS, levensduur verlengende renovatie1) De Globe, vervangende nieuwbouw
€ 8.000.000
De Kring 2, levensduur verlengende renovatie
€ 1.000.000
€ 7.680.000
EKC Schalkwijk, vervangende nieuwbouw
€ 6.950.000
De Talenten, vervangende nieuwbouw incl. gymzaal2) Don Boscoschool, vervangende nieuwbouw
€ 6.540.000
Wadden Boerhaave, vervangende nieuwbouw
€ 7.680.000
Gymzalen Floris van Adrichemlaan
€ 5.730.000
€ 4.860.000
Liduina Timorstraat, levensduur verlengende renovatie1)
€ 6.525.000
Vrije School Wouwermanstraat, levensduur verlengende renovatie1) Al Ikhlaas, uitbreiding
€ 2.060.000
Prof. Dr. Van Gilseschool vervangende nieuwbouw incl. gymzaal
€ 6.860.000
€ 4.760.000
Focus, aankoop semipermanent gebouw
€ 140.000
ITK, vervangende nieuwbouw (o.b.v. 300 ll.)
€ 5.930.000
ISK, vervangende nieuwbouw (o.b.v. 250 ll.)
€ 8.770.000
ad. 1. renovaties zijn becijferd op nieuwbouwkosten van aanwezige capaciteit. Businesscases moeten uitwijzen hoeveel daadwerkelijk nodig is. ad. 2. in begroting sport is aanvullend € 527.500 opgenomen voor nieuwe gymzaal De Talenten. Deze middelen zijn bedoeld voor het geschikt maken van multifunctioneel gebruik van de gymzaal voor andere gebruikers dan het onderwijs.
37
Beoogde projecten in de 2de vierjaarsperiode (2027 t/m 2030)
Beoogde projecten in de 3e vierjaarsperiode (2031 t/m 2034) Project
2031 t/m 2034 € 8.795.000
Koningin Emmaschool, levensduurverlengende renovatie1) Bernardus, levensduurverlengende renovatie1) Veronica, vervangende nieuwbouw
€ 10.485.000 € 5.370.000
Bavo Reviusstraat, vervangende nieuwbouw incl. gymzaal
€ 8.050.000 1)
Vrije School Weltevredenstraat, levensduurverlengende renovatie
€ 10.040.000
ad. 1. renovaties zijn becijferd op nieuwbouwkosten van aanwezige capaciteit. Businesscases moeten uitwijzen hoeveel daadwerkelijk nodig is.
Beoogde projecten in de 4e vierjaarsperiode (2035 t/m 2038) Project Willem van Oranjeschool, levensduurverlengende renovatie1)
2035 t/m 2038 € 6.240.000
ad. 1. renovaties zijn becijferd op nieuwbouwkosten van aanwezige capaciteit. Businesscases moeten uitwijzen hoeveel daadwerkelijk nodig is.
38
Projecten waarvoor op een later moment nadere uitwerking nodig is.
Prioritering en afwegingskader 1e vierjaarsperiode Voor de eerste vierjaarsperiode is reeds € 55 miljoen beschikbaar. Vanwege het belang van kwalitatieve goede scholen is besloten om in de Kadernota 2024 voor te stellen aanvullend € 7,5 miljoen beschikbaar te stellen voor de realisering van de met de schoolbesturen eind 2022 opgestelde prioritering van huisvestingsprojecten (zie volgende bladzijde).
39
40
Het grote belang van goede scholen voor de ontwikkeling van de kinderen en jeugd in Haarlem heeft bovenop de € 7,5 miljoen geleid tot het voorstel om aanvullend € 20 miljoen extra voor de onderwijshuisvesting vanuit de gemeentelijke vrije investeringsruimte beschikbaar te stellen. Met de vaststelling van de Kadernota 2024 wordt het totale investeringsbudget voor onderwijshuisvesting derhalve verhoogd van € 55 miljoen naar circa € 82,5 miljoen. Hierdoor kan een grote kwaliteitsslag worden gemaakt in de onderwijshuisvesting. Ondanks de gemeentelijke prioritering voor onderwijshuisvesting zullen er nog steeds keuzes moeten worden gemaakt in het realiseren van alle beoogde projecten. In overleg met de schoolbesturen zal dit plaatsvinden waarbij o.a. de volgende criteria worden gehanteerd: • Er mogen geen leerlingen ‘op straat’ staan vanwege een tekort aan capaciteit. Het capaciteitstekort kan ook door noodlokalen opgelost worden; • Projecten die afhankelijk zijn van een gebiedsontwikkeling en daarin ‘mee’ moeten, krijgen prioriteit; • Schoolgebouwen die laag scoren op de technische nulmeting, krijgen prioriteit; • Een streven is een verdeling over schoolbesturen.
Met de voorgestelde aanvullende middelen ter hoogte van € 20 miljoen in de Kadernota kan ook een deel van de overige projecten, die zijn opgenomen in de 1ste fase uitvoering SHO, maar buiten de hiervoor weergegeven prioritering vielen, uitgevoerd worden. Hierover zal nog verder overleg plaatsvinden met de schoolbesturen. Het gaat o.a. om de volgende projecten, die binnen de financiële kaders van € 55 miljoen + € 7,5 miljoen nog niet kunnen worden uitgevoerd: • Coornhert vervangende nieuwbouw: het gebouwdeel dat vervangen moet worden is in slechte staat. Het is de vraag hoelang dit gebouw nog tegen acceptabele kosten in stand kan worden gehouden (€ 1,48 miljoen). • Coornhert levensduur verlengende renovatie: de totale kosten voor deze renovatie zijn nog niet bekend. Wel zal in overleg met Dunamare worden overlegd de renovatie in fases uit te voeren om te voorkomen dat er tijdelijke huisvesting nodig is. Een idee kan zijn de benodigde budgetten uit te smeren over de jaren zodat het deels in de tweede vierjaarsperiode valt. Dunamare pleit er voor om circa 1/4 tot 1/3 van het bedrag beschikbaar te stellen (€ 5,13 € 6,83 miljoen). • EKC Schalkwijk vervangende nieuwbouw: Spaarnesant wil graag de nieuwbouw van dit EKC (Satelliet en Dumont) combineren met de nieuwbouw van De Globe, op het kavel van De Globe.
Wanneer deze projecten uit elkaar getrokken worden, zal de nieuwbouw in twee fasen gerealiseerd moeten worden, wat extra kosten met zich meebrengt. Bovendien komen de locaties van De Satelliet en De Dumont dan niet beschikbaar voor herbestemming (€ 8,86 miljoen inclusief gymzaal). In het eerste of tweede kwartaal van 2023 wordt de startnotitie voor de herontwikkeling van de voorzieningen in de Floris van Adrichemlaan verwacht. In deze startnotitie zullen onder meer uitgangspunten voor de bestemming van de verschillende kavels worden opgenomen. Wellicht leidt deze startnotitie tot het geven van bepaalde prioriteiten aan ontwikkelingen binnen deze zone. • Renovatie De Kring: deze renovatie is al enkele malen uitgesteld wegens het ontbreken van middelen. Spaarnesant vraagt daarom voor dit project toch middelen beschikbaar te stellen (€ 1 miljoen). Na besluitvorming over de Kadernota 2024 vindt nader overleg plaats met de schoolbesturen over de in de 1ste fase uit te voeren huisvestingsprojecten. Met de extra aanvullende middelen kunnen meer huisvestingsprojecten worden uitgevoerd en zal er in overleg met de schoolbesturen een aangepaste uitvoeringsagenda worden opgesteld. Hierin zullen verdere keuzes gemaakt moeten worden met betrekking tot o.a. fasering, taakstellende budgetten, medegebruik (ter oplossing van capaciteitsvraagstukken) en cofinanciering.
41
9.
Risicoanalyse, voortgang en actualisatie 9.1
Risicoanalyse
Onvoldoende overeenstemming Dit SHO is samen met de schoolbesturen tot stand gekomen. Wanneer om bijvoorbeeld budgettaire redenen geprioriteerd moet worden, moet hierover opnieuw overeenstemming gezocht worden. Aangezien ieder project in meer of mindere mate noodzakelijk is, zal het lastig zijn hierover overeenstemming te vinden. Onvoldoende financiële middelen Er moet een inhaalslag gemaakt worden om de schoolgebouwen in Haarlem up-to-date te maken. De benodigde investering voor de eerstkomende vier jaar is berekend op circa € 130 miljoen. Er is op dit moment circa € 55 miljoen beschikbaar. Dat betekent dat voor een volledige uitvoering van het programma er nog voor circa € 75 miljoen dekking gevonden zou moeten worden voor de komende vier jaar. Onvoldoende personele middelen Dit risico kan zich op drie onderdelen voordoen: 1. Capaciteitstekort bij de gemeente: verschillende gemeentelijke disciplines moeten input geven op de plannen van het onderwijs. Het is algemeen bekend dat op een aantal cruciale onderdelen te weinig capaciteit beschikbaar is en het ook niet lukt deze capaciteit binnen te halen. 2. Capaciteitstekort bij de schoolbesturen: wanneer er meerdere projecten uitgevoerd moeten worden bij een zelfde schoolbestuur, zal gekeken moeten worden of dit uit te voeren is.
Daar waar nodig zal door het schoolbestuur ondersteuning ingehuurd moeten worden maar de ervaring leert dat ook binnen de advieswereld een gebrek is aan gekwalificeerde adviseurs. 3. Capaciteitstekort bij aannemers: de aannemers hebben op dit moment veel werk. Bij aanbestedingen is het de vraag of er voldoende aannemers inschrijven. Bovendien moet je lang van tevoren inplannen. Onzekerheid in de wereld Corona en de oorlog in Oekraïne hebben ertoe geleid dat productiestromen verstoord zijn. Materialen kunnen niet altijd worden geleverd. Prijzen stijgen door de grote vraag. Het ziet er bovendien niet naar uit dat de onzekerheid en onrust in de wereld op korte termijn afneemt. We moeten daarom rekening houden met de onzekerheid die dit met zich meebrengt.
9.2
Nieuwe technische nulmeting
Voor de schoolgebouwen die zijn vernieuwd sinds het opstellen van de technische nulmeting geldt dat in 2024 een nieuwe technische nulmeting wordt uitgevoerd. Ook voor de schoolgebouwen die tijdens het uitvoeren van de eerste technische nulmeting niet zijn meegenomen omdat ze jonger dan 10 jaar waren, wordt alsnog een technische nulmeting uitgevoerd.
9.3
Evaluatie en actualisatie
Iedere twee jaar wordt het SHO geactualiseerd. Daarbij zal gekeken worden of de voorgenomen projecten nog in het juiste tijdsbestek staan. Ook wordt gekeken of er projecten toegevoegd of afgevoerd moeten worden. Twee nieuwe jaren worden wat investering betreft concreet gemaakt 42
en twee nieuwe jaren worden toegevoegd. Met andere woorden: bij de eerste actualisatie eind 2024 zullen de jaren 2027 en 2028 concreet gemaakt worden en de jaren 2039 en 2040 worden toegevoegd. Bovendien worden de benodigde investeringen geactualiseerd en indien nodig aangepast aan het actuele prijspeil.
43
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 6 juni 2023
Tekst: Krijno van Vugt ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl
44