CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221560020 9. Bijlage 8 Soortenmanagementplan Haarlem Zuidwest

commissie Ontwikkeling 24 november 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.00 uur Ter inzage leggen ontwerp-masterplan ontwikkelzone Zuid-West (FR).12.507 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Laatvlieger kan profiteren van het versterken van de groenstructuur. Over de eisen van deze soort aan verblijfplaatsen in gebouwen is echter nog weinig bekend. Ze hebben een voorkeur voor bebouwing met veel groen in de omgeving, in dit opzicht liggen de kansen voor laatvliegers eerder elders in Haarlem nabij de grotere parken te liggen dan in de Ontwikkelzone Zuidwest. De Kathedrale Basiliek Sint Bavo biedt potenties voor gewone grootoorvleermuizen. Kerkzolders worden door gewone grootoorvleermuizen vaak gebruikt als winterverblijf. 34 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Van het versterken van de groenstructuur zullen naast de hier genoemde soorten ook tal van andere soorten profiteren, waaronder vlinders en andere insecten, kleine zoogdieren en voor stedelijk gebied kenmerkende (broed)vogels. 4.4

Monitoring maatregelen Dit voorliggende SMP is een pilot om ervaring op te doen met het opzetten van een SMP voor Haarlem, de daarvoor benodigde ambities en randvoorwaarden en de wettelijke procedures die noodzakelijk zijn om het SMP in de praktijk toe te passen. In deze paragraaf wordt geanticipeerd op de uitrol van het SMP voor geheel Haarlem. Het doel en de aanpak voor de monitoring wordt in algemene termen beschreven. De concretere invulling van de monitoring, welke routes of telpunten nodig zijn, zal moeten worden afgestemd met de kennis en hiaten over de betreffende soorten in andere wijken van Haarlem. Doel Monitoring in het kader van het SMP is wenselijk om te kunnen volgen of de hierin opgenomen maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan de instandhouding van gierzwaluw, huismus en gebouw-bewonende vleermuizen. De bekende standaardmaatregelen en maatregelen bij de nieuw te ontwikkelen woonwijken moeten de instandhouding versterken om eventuele schade aan deze soorten bij werkzaamheden aan bestaande gebouwen op te kunnen vangen. Dat betekent dat monitoring gericht zal moeten zijn op: 1. staat van instandhouding gierzwaluw, huismus en gebouw-bewonende vleermuizen; 2. effectiviteit toegepaste maatregelen.

Daarnaast kan monitoring een bijdrage leveren aan de hiaten in kennis bij wijken waar op dit moment nog onvoldoende gegevens beschikbaar zijn en onvoldoende kennis over de effectiviteit van maatregelen: 3. hiaten in kennis over de verspreiding; 4. hiaten in kennis over de werking van maatregelen. Instandhouding en verspreiding Het is wenselijk de verspreiding van gierzwaluw, huismus en gebouw-bewonende vleermuizen te volgen en eventuele hiaten in kennis over de dieren en hun gebruik van de stad op te vullen. Hiervoor zal op regelmatige basis waarnemingen moeten worden verzameld. Met het gestandaardiseerd verzamelen van waarnemingen kunnen op termijn ook trends worden vastgesteld die een belangrijke onderbouwing vormen voor het bepalen van de staat van instandhouding. Voor het verzamelen van gegevens over het voorkomen van gierzwaluw, huismus en gebouw-bewonende vleermuizen kan aangehaakt worden bij de in verschillende steden opgezette monitoringsinitiatieven met vrijwilligers. Vrijwilligers zijn actief bij vogeltellingen (SOVON Project MUS - Meetnet Urbane Soorten), puntsgewijze inventarisatie van vleermuizen (Zoogdiervereniging project Hopping detector) en transect-tellingen van vleermuizen (Vleermuismeetnet urbane soorten van de Zoogdiervereniging). De transect35 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

tellingen zijn door de Zoogdiervereniging in samenwerking met het CBS opgezet om trends van algemene soorten vleermuizen in landelijk en stedelijk gebied te volgen. Bij deze methode wordt meerdere keren per jaar een vaste route gereden met een Batlogger waarmee automatisch geluiden van vleermuizen met tijd en locatie worden vastgelegd. Deze methode leent zich goed voor routes in de stad, waarbij per avond 15-20 km kan worden afgelegd (Limpens et al. 2015). Voor de methodieken van MUS - Meetnet Urbane Soorten en het Vleermuismeetnet urbane soorten wordt verwezen naar de betreffende organisaties. Ingrepen en maatregelen Om de staat van instandhouding te volgen is het wenselijk inzicht te krijgen in het aantal ingrepen dat is uitgevoerd, de maatregelen die zijn toegepast en of er daarbij sprake kan zijn geweest van calamiteiten waarbij grotere groepen van dieren betrokken zijn geweest. Het zal hierbij niet nodig zijn elke kleine ingreep aan gebouwen in kaart te brengen. Maar het is wel van belang inzicht te hebben in grootschalige projecten en sloop, renovatie of isolatie van grote gebouwen met een duidelijk risico voor de soortgroepen van het SMP. Dit betekent dat bij grootschalige projecten aan de gemeente gerapporteerd moet worden: - De resultaten van een controle vooraf.

- Welke maatregelen zijn getroffen om schade tijdens werk te voorkomen dan wel te beperken? - Wat is het resultaat van deze maatregelen? Het is verder belangrijk te volgen of maatregelen gericht op de instandhouding van de functies van een gebouw (aanbieden van vervangende verblijfplaatsen) ook daadwerkelijk zijn uitgevoerd én te volgen of ze inderdaad het beoogde effect hebben. Voor verblijfplaatsen is het met name voor vleermuizen wenselijk te weten of nieuwe of vervangende verblijfplaatsen daadwerkelijk door de dieren worden gebruikt. Deze kennis moet bijdragen aan het verder optimaliseren van dit type maatregelen. Voor het verzamelen van gegevens over het gebruik van verblijfplaatsen kan aangehaakt worden bij de methodiek van monitoringsinitiatieven met vrijwilligers zoals tellingen van winterverblijven vleermuizen (Zoogdiervereniging) en tellingen van het gebruik van vleermuiskasten (gemeente Utrecht). Concreet gaat het om: - Monitoren van nieuwe verblijfplaatsen (kraam- en winterverblijven). - Monitoren bekende kraamverblijfplaatsen. - Monitoren bekende (massa)winterverblijfplaatsen.

36 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Literatuur Anema, L.S.A., F. Brekelmans, M.A. Karels & G.F.J. Smit, 2018. Gebouw-bewonende soorten in Haarlem. Inventarisatie van bestaande gegevens ten behoeve van soortmanagementplan. Bureau Waardenburg Rapportnr. 18-087. Bureau Waardenburg, Culemborg. BIJ12, 2017a. Gierzwaluw | Apus apus. Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017b. Huismus | Passer domesticus. Kennisdocument | Versie 1.0 Juli 2017. BIJ12, Utrecht. Broekmeyer, M.E.A., M.H.C. van Adrichem, R. Pouwels en R. Jochem, 2015. Soortmanagementplannen en de Habitatrichtlijn; Ruimtelijke onderbouwing duurzaamheid populaties Gewone dwergvleermuis. Wageningen, Alterra Wageningen UR (University & Research centre), Alterra-rapport 2608. Gemeente Haarlem. 2009. Vaststelling Groenstructuurplan 2020. Haarlem. Gemeente Haarlem. 2013. Ecologisch beleid 2013-2030. Haarlem. Gemeente Haarlem. 2018. Evaluatie Ecologisch beleidsplan. Notitie Haarlem. Gemeente Haarlem. 2019a. Rapportage Woningbouw Haarlem 2019. Gemeente Haarlem. 2019b. Ontwikkelvisie Zuid- West. Keijl, G., 2010. Gierzwaluw. pp. 220-221 in: Scharringa, C.J.G., W. Ruitenbeek & P.J. Zomerdijk, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN / Landschap NoordHolland. Korsten, E., 2012. Vleermuiskasten. Toepassing, gebruik en succesfactoren. Rapport 12-156. Bureau Waardenburg, Culemborg. Korsten, E. G.J. Brandjes & F.L.A.

Brekelmans, 2016. Vleermuizen, gierzwaluw en huismus Tilburg Noord. Inventarisatie 2015. Rapport 16-014. Bureau Waardenburg, Culemborg. Landschapsbeheer Flevoland 2012. Brochure Vleermuisvriendelijk Bouwen. Handreiking voor huiseigenaar, architekt en beleidsmedewerker. I.s.m. Zoogdiervereniging. Limpens, H.J.G.A. E.A. Jansen, L. Höcker & M. Schillemans, 2015. Monitoring of Bats in an Urban Landscape - A monitoring system for bats in urban landscapes in the framework of the assessment of their conservation status. Rapport 2015.023. Bureau van de Zoogdiervereniging, Nijmegen. Mostert, K., 2002. Huismus Passer domesticus. pp. 460-461 in: SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels 1998-2000. – Nederlandse Fauna 5. Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS, Leiden. Simon, M., Hüttenbügel & S. Smit-Viergutz. 2004. Ecology and conservation of bats in villages and towns. Bundesamt für Naturschutz, Bonn-Bades Godesberg. Van Noorden, B. & J. van der Coelen, 2006. Gierzwaluw Apus apus apus. pp. 377-380 in: Hustings, F., J. van der Coelen, B. van Noorden, R. Schols & P. Voskamp, 2006. Avifauna van Limburg. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. Zoogdiervereniging VZZ, 2006. Basisrapport voor de Rode Lijst Zoogdieren volgens Nederlandse en IUCN-criteria. Stichting VZZ, Arnhem.

37 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bijlage 1 kaart ecologische hotspot- en potentielocaties in Haarlem Kaart van Haarlem met daarop aangegeven de ecologische hotspotlocaties (blauw) en de ecologische potentielocaties (oranje).

38 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bijlage 2 Factsheet Zorgplicht – Ecologische Check De gemeente geeft goedkeuring Indien werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor gebouwbewonende soorten als gierzwaluw, huismus en vleermuizen zijn de maatregelen uit het Soortenmanagementplan van toepassing. Beschikt de gemeente over een gebiedsgerichte ontheffing dan kan zij goedkeuring verlenen aan een project of ingreep. Met deze goedkeuring hoeft er geen afzonderlijke ontheffing worden aangevraagd1. De goedkeuring kan worden verkregen door in overleg met de gemeente te bepalen welke maatregelen voor beschermde soorten worden getroffen. Bij werkzaamheden aan gebouwen moet rekening worden gehouden met huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: 1.

Voorafgaande aan de start van werkzaamheden aan gebouwen dient een omgevingscheck uitgevoerd te worden op aanwezigheid van beschermde soorten. Bij aantreffen van beschermde soorten dienen passende maatregelen te worden getroffen.

2.

Voorafgaande aan sloop- en renovatiewerkzaamheden aan gebouwen dient voorkomen te worden dat exemplaren van de gierzwaluw, huismus, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis worden verwond of gedood door het gebouw voorafgaande aan de werkzaamheden, maar buiten de kwetsbare perioden, onaantrekkelijk te maken als verblijfplaats voor de soorten. De aanwezige exemplaren van deze soorten dienen op eigen kracht het gebouw te kunnen verlaten.

Hoe werkt het? Om bij werkzaamheden aan een gebouw rekening te kunnen houden met voorkomende planten en dieren wordt voor de start van de werkzaamheden een ecologische check uitgevoerd. Deze ecologische check geeft aan welke maatregelen in het kader van de zorgplicht en het Soortenmanagementplan nodig zijn Ecologische check Voor nieuwbouw, renovatie of sloop worden de volgende stappen doorlopen: 1.

Vraag een ecologisch deskundige 2 op basis van de huidige situatie te beoordelen welke maatregelen in het kader van het Soortenmanagementplan nodig zijn. De ecologisch deskundige stelt vast: •

heeft het betreffende gebouw een functie voor soorten van het Soortenmanagementplan, ja/nee?

•

als er soorten aanwezig zijn welke maatregelen zijn dan nodig om schade aan deze soorten te voorkomen?

1 Bij het aantreffen van andere beschermde soorten dan genoemd in de ontheffing kan alsnog een ontheffing artikel 3 Wet natuurbescherming (Wnb) nodig zijn. Deze wordt aangevraagd bij de RUDNHN. Ook indien u de door de gemeente gevraagde maatregelen niet kunt uitvoeren kan een afzonderlijke ontheffing noodzakelijk zijn. 2 Onder een ecologische deskundige verstaat RvO iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Deze persoon heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis. https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-plantendieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

39 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

•

welke maatregelen zijn in het kader van het Soortenmanagementplan nodig? Dit zijn in de regel maatregelen die er op gericht zijn het aanbod aan verblijfplaatsen van een soort in een wijk te behouden of te verbeteren.

2.

Uit de ecologische check blijkt welke concrete maatregelen nodig zijn om onbedoelde schade aan dieren te voorkomen en te voldoen aan het Soortenmanagementplan. Het werk kan vervolgens worden ingepland.

Schade aan dieren voorkomen: •

bij risico op schade aan nesten van huismus en gierzwaluw en kraam- en zomerverblijven voor vleermuizen wordt buiten de kwetsbare periode gewerkt, deze loopt globaal van maart tot september.

•

bij risico op schade aan winterverblijven voor vleermuizen wordt buiten de kwetsbare periode voor overwinterende dieren gewerkt, deze loopt globaal van oktober tot maart.

•

Schade voorkomen bij werk binnen de kwetsbare perioden: werken binnen de kwetsbare perioden is mogelijk als buiten deze periode preventieve maatregelen zijn genomen om de gebouwen ongeschikt te maken als verblijfplaats. Vraag een ecologisch deskundige welke maatregelen in dat geval noodzakelijk zijn.

Dit kan bestaan uit het ontoegankelijk maken van nestlocaties, het deels strippen van muren en daken om ze onaantrekkelijk te maken voor vleermuizen. Laat kort vóór aanvang van het werk altijd controleren of de maatregelen met succes zijn uitgevoerd. Maatregelen in het kader van de ontheffing 3.

Uit de ecologische check blijkt welke maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de ontheffing, het behouden of verbeteren van aanbod aan verblijfplaatsen.

Maatregelen ten behoeve van verblijfplaatsen: •

In het Soortenmanagementplan is aangegeven voor welke soorten maatregelen nodig zijn om het aanbod aan verblijfplaatsen op peil te houden of te verbeteren. De ecologische check geeft aan welke maatregelen in een specifieke situatie wenselijk zijn. Overleg met de gemeente of de maatregelen toereikend zijn.

•

In enkele gevallen kan uit de ecologische check blijken dat er sprake is van een bijzondere situatie waarvoor maatwerk nodig is.

In dergelijke gevallen kan het noodzakelijk zijn aanvullend onderzoek uit te voeren om de maatregelen vast te stellen. Dergelijk onderzoek is vaak seizoensgebonden en kan gevolgen hebben voor de planning van de werkzaamheden. Uitvoering van de werkzaamheden gebeurt volgens het ecologisch werkprotocol SMP. Dit protocol geeft meer informatie over de hierboven genoemde maatregelen.

40 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bijlage 3 Ecologisch Werkprotocol SMP Werkplan in het kader van de ontheffing ruimtelijke ingrepen Algemeen Bij het werken aan gebouwen bestaat het risico op overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. De gemeente Haarlem heeft een Soortenmanagementplan opgesteld om de instandhouding van gebouwbewonende soorten in Haarlem te waarborgen. Dit werkprotocol geeft invulling aan het zorgvuldig handelen. De maatregelen zijn gericht op het voorkomen of beperken van schade aan gebouw-bewonende soorten als de huismus, gierzwaluw en vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, en laatvlieger. In gevallen waarin het niet mogelijk is de aangegeven beschermende maatregelen te treffen, of beschermde soorten worden aangetroffen waar in dit protocol geen maatregelen voor zijn beschreven, moet direct advies van een ter zake kundige1 worden ingewonnen. Alle betrokken partijen, met name de uitvoerenden op bouw- of projectlocatie, dienen van dit werkprotocol op de hoogte te zijn. Werkzaamheden moeten aantoonbaar conform de beschermende maatregelen in dit protocol worden uitgevoerd. Het bijhouden van het bij dit protocol gevoegde logboek is een middel om de getroffen maatregelen te registreren. Wat u altijd moet doen •

De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vogels en vleermuizen.

•

Dit ecologisch werkprotocol moet op de werklocatie aanwezig zijn.

•

U meldt de gemeente welke maatregelen zijn getroffen en waar en wanneer deze zijn uitgevoerd. Hiervoor gebruikt u het logboek bij dit werkprotocol.

Om bij de planning en uitvoering van het werk rekening te kunnen houden met beschermde soorten en om onverwachte situaties te voorkomen zult u tijdig de hierna beschreven stappen moeten doorlopen. Ecologische check Vraag een ecologisch deskundige op basis van de huidige situatie te beoordelen welke maatregelen in het kader van de ontheffing nodig zijn. Dit zijn maatregelen die er op gericht zijn het aanbod aan verblijfplaatsen van een soort in een wijk te behouden of te verbeteren. Ook kunnen maatregelen nodig zijn om schade aan beschermde soorten te voorkomen (zie Factsheet Zorgplicht). Als uit de ecologische beoordeling blijkt dat het gebouw betekenis heeft voor huismus of gierzwaluw:

1 Onder een ecologische deskundige verstaat RvO iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Deze persoon heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis. https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-plantendieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige

41 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

-

Voer sloop- of renovatiewerk uit buiten het broedseizoen om schade aan nesten van vogels te voorkomen. Voor gierzwaluwen is het broedseizoen globaal van mei tot half juli. Voor huismussen is de broedperiode van maart tot september. Belangrijker is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.

Als uit de ecologische check blijkt dat het gebouw betekenis heeft voor vleermuizen: -

Werk aan winter- en kraamverblijven wanneer deze niet in gebruik zijn.

-

Grote werkzaamheden in paargebieden alleen buiten de periode dat de verblijven in gebruik zijn.

De ecologisch deskundige geeft aan hoe u buiten deze kwetsbare perioden kunt werken. Indien het niet te voorkomen is dat werkzaamheden starten of doorlopen in de kwetsbare perioden voor vogels of vleermuizen, dan wordt in overleg met de ecologisch deskundige bepaald of en zo ja welke preventieve maatregelen genomen kunnen worden om schade aan deze soorten te beperken. Voorkom calamiteiten met een controle voor aanvang van het werk •

Om calamiteiten te voorkomen: als op basis van de ecologische beoordeling preventieve maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat er tijdens uitvoering van het werk dieren in het gebouw aanwezig zijn wordt kort vóór aanvang van het werk altijd gecontroleerd of de maatregelen met succes zijn uitgevoerd.

Logboek •

In een logboek wordt vastgelegd wanneer en waar ingegrepen hebben plaatsgevonden. Tevens wordt genoteerd welke mitigerende maatregelen zijn getroffen en waar deze maatregelen zijn uitgevoerd. Uit de gegevens moet duidelijk blijken om wat voor soort verblijfplaats het gaat en welke soorten het betreft. Project

Locatie

Periode van uitvoering

Omschrijving

Wijk, straat

Van … tot …

Maatregelen zorgplicht Soort

maatregel

uitgevoerd op

Huismus

Afsluiten toegang tot dak

Februari 202x

controle effectiviteit Mei 202x

Maatregelen verblijfplaatsen Soort

maatregel

uitgevoerd op

Vleermuis

Inbouwen 2 kraamkasten

Februari 202x

Calamiteiten Mochten er ondanks het zorgvuldige handelen toch sprake zijn van calamiteiten (sterfte van dieren) dan wordt dit gemeld, geanalyseerd en geëvalueerd. Dit is nodig om de juiste maatregelen te kunnen nemen om verdere schade te beperken en soortgelijke gebeurtenissen in de toekomst te voorkomen. De uitvoerder legt in geval van calamiteiten de werkzaamheden stil en neemt direct contact op met de directie en met een ter zake kundige ecoloog. 42 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Maatregelen bij uitvoering van renovatiewerk -

Uit de ecologische check blijkt welke maatregelen nodig zijn om de functie van gebouwen voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen te behouden of te verbeteren. Hierbij is rekening gehouden met de potenties die de Ontwikkelzone Zuidwest voor deze soorten kan hebben.

-

In het geval van preventieve maatregelen om schade te voorkomen wordt kort vóór aanvang van het werk altijd gecontroleerd of de maatregelen met succes zijn uitgevoerd

Voorbeelden van overige maatregelen die uit de ecologische check kunnen komen zijn: Huismus, gierzwaluw -

Houd de onderste dakpannenrijen van woonhuizen toegankelijk voor huismussen.

-

Bij dakisolatie wordt bij voorkeur geen vogelschroot geplaatst. Mocht vogelschroot nodig zijn dan dient het vogelschroot vanaf de vierde rij dakpannen geplaatst te worden. Hierdoor blijven de onderste dakpannen bereikbaar voor vogels. Of er dient een mussenvide geplaatst te worden.

-

Bij werkzaamheden aan oude gebouwen zoals kerken en monumentale panden, dient u ruimten geschikt als nestplaats voor de gierzwaluw toegankelijk te houden. Hierbij kan uitgegaan worden van het toegankelijk houden van de ruimte tussen boeidelen en dakpannen of het maken van sleuven in gootbekistingen.

-

Realiseer nieuwe nestplaatsen voor gierzwaluwen bij nieuwbouw- en renovatieprojecten indien uit de ecologische check blijkt dat gierzwaluwen in betreffende wijk voorkomen.

Vleermuizen -

Realiseer nieuwe verblijfplaatsen bij nieuwbouw- en renovatieprojecten, dit zijn inpandige (inbouw) voorzieningen. Tijdens de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd kan het nodig zijn tijdelijk uitpandige voorzieningen (vleermuiskasten) aan te bieden.

-

De maatregelen gericht op behoud van verblijfplaatsen bij renovatie en na-isolatie worden uitgevoerd aan hetzelfde gebouw als waarin de vaste rust- en verblijfplaats is vastgesteld.

Maatregelen bij uitvoering van sloopwerkzaamheden -

Sloop kan in een kwetsbare periode plaatsvinden wanneer zeker is dat geen individuen van huismus, gierzwaluw of vleermuizen in het gebouw aanwezig zijn. Uit de ecologische check blijkt welke preventieve maatregelen nodig zijn om schade aan huismus, gierzwaluw en vleermuizen te voorkomen.

-

In het geval van preventieve maatregelen om schade te voorkomen wordt door een deskundige kort vóór aanvang van het werk altijd gecontroleerd of de maatregelen met succes zijn uitgevoerd

Voorbeelden van maatregelen die uit de ecologische check kunnen komen zijn: Huismus, gierzwaluw -

Ongeschikt maken van gebouwen voor huismus en gierzwaluw vindt plaats voor aanvang van de werkzaamheden en onder begeleiding van een deskundige. Ongeschikt maken bestaat uit het plaatsen van vogelwering onder dakpannen na het broedseizoen en voor de winter, in de periode september-oktober, onder begeleiding van een ecologisch deskundige.

-

Breng alternatieve verblijfplaatsen voor huismus en/of gierzwaluw aan binnen 100-200m van het projectgebied, tegelijk met het ongeschikt maken van het leefgebied. 43

Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

-

Bij gebouwen met verblijfplaatsen van huismussen mag in de winter tijdens vorstperioden niet gewerkt worden aan daken of andere essentiële onderdelen van het leefgebied.

Vleermuizen -

Ongeschikt maken van gebouwen voor vleermuizen vindt plaats ruim voor aanvang van de werkzaamheden en onder begeleiding van een deskundige. Ongeschikt maken bestaat in de regel uit het aanbrengen van openingen in daken en gevels zodanig dat het binnenklimaat onaantrekkelijk voor vleermuizen wordt.

-

In de periode tussen sloop en nieuwbouw kunnen tijdelijke verblijfplaatsen nodig zijn om de functie van kraam-, winterverblijven of paarverblijven in stand te houden.

-

Bij aantasten van een massawinterverblijfplaats dient u 4 weken voorafgaande aan het verwijderen/ontmantelen van de verblijfplaats een melding te maken bij het gemeente Haarlem.

Maatregelen bij nieuwbouw -

Als voorafgaande aan het realiseren van nieuwbouw sloop noodzakelijk is worden de hierboven genoemde maatregelen bij sloop uitgevoerd.

-

Uit de ecologische check blijkt welke maatregelen nodig zijn om in de nieuwbouw een functie voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen te realiseren. Deze maatregelen worden altijd uitgevoerd, ongeacht of deze soorten in de oude woning aanwezig waren. Dit is noodzakelijk om te zorgen dat op wijkniveau voldoende aanbod aan verblijfplaatsen beschikbaar zijn.

-

Het kan zijn dat de nieuwbouw deels in een kwetsbare periode voor huismus, gierzwaluw of vleermuizen wordt uitgevoerd. De ecologische check geeft aan of het nodig is tijdelijk voorzieningen voor deze soorten te realiseren om de periode voordat de nieuwbouw is gerealiseerd te overbruggen.

Voorbeelden van overige maatregelen die uit de ecologische check kunnen komen zijn: Huismus, gierzwaluw -

Verblijfplaatsen voor huismussen en gierzwaluwen worden onder andere gerealiseerd met het aanbrengen van zogenaamde mussenvides onder daken en gierzwaluw stenen hoog in de gevels.

Vleermuizen -

Verblijfplaatsen voor vleermuizen worden onder andere gerealiseerd door het aanbrengen van inbouwkasten in de spouw van gevels. Gevels zonder isolatie - bijvoorbeeld bij trapportalen en liftkokers – kunnen door open voegen voor vleermuizen toegankelijk worden gemaakt.

Voor maatregelen als verblijfplaatsen voor huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen zijn meerdere overzichten in omloop. We verwijzen o.a. naar de soortenstandaarden van het Ministerie van EZ. Met de ecologische check kunnen concrete voorstellen worden uitgewerkt op maat gemaakt voor uw project. Raadpleeg hiervoor uw ecologisch adviseur.

44 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bijlage 4 Huismusonderzoek 2019

Waarnemingen huismussen 2019 (C. Van den Tempel, Natuurlijke zaken).

Beschrijving zie Paragraaf 3.2.

45 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bijlage 5 Gierzwaluw 2015-2020

Locaties met kolonie gierzwaluw 2015 - 2020 (NDFF; met aanvulling veldonderzoek huismus, vleermuizen).

Beschrijving zie Paragraaf 3.2.

46 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bijlage 6 Gewone dwergvleermuis 2019

Waarnemingen Zomerverblijf Balts Belangrijke jachtplek Vliegroute Waarnemingen gewone dwergvleermuizen 2019 (Natuurlijke zaken, Bureau Waardenburg).

Beschrijving zie Paragraaf 3.3. 47 Soortenmanagementplan huismus, gierzwaluw en vleermuizen in Ontwikkelzone Zuidwest

Bureau Waardenburg bv Onderzoek en advies voor ecologie en landschap Varkensmarkt 9, 4101 CK Culemborg Telefoon 0345-512710 E-mail info@buwa.nl, www.buwa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263598/1