20221488373 5 Bijlage 1D Koopovereenkomst, Brief resultaten milieuonderzoek en rapport verkennen bodemonderzoek Ted Vermeulenweg
Tekst van het document
In het generieke kader wordt onderscheid gemaakt in drie kwaliteitsklassen voor hergebruik: Altijd Toepasbaar, Wonen en Industrie. Bij hogere gehalten dan de maximale waarde Industrie, is er sprake van Niet Toepasbare grond. Er wordt voldaan aan de eisen voor ‘Altijd Toepasbaar’ indien de gehalten de Achtergrondwaarden niet overschrijden. Afhankelijk van het aantal geanalyseerde stoffen mag voor een aantal parameters de Achtergrondwaarde wel worden overschreden met maximaal een factor twee, mits de maximale waarde Wonen niet wordt overschreden (uitgezonderd nikkel). Bij analyse op het standaardpakket is deze overschrijding toegestaan voor maximaal twee parameters.
Toetsingskader PFAS – Tijdelijk handelingskader (landelijk) Op basis van het Tijdelijk handelingskader (THK) vindt er geen bodemcorrectie plaats bij een gehalte aan organische stof tot 10%. Bij lokale beleidsnormen kan ook bij een lager gehalte organisch stof een bodemtypecorrectie zijn voorgeschreven. De analyseresultaten moeten worden getoetst aan de eisen uit de beleidsnormen van de gemeente/regio waar de grond wordt toegepast. Als er geen lokaal beleid ten aanzien van PFAS-houdende grond is opgesteld, zijn de normen uit het THK van toepassing. Lokale beleidsnormen gaan dus vóór de normen uit het THK. In het THK zijn onder andere onderstaande eisen voor hergebruik opgenomen. Voor een totaaloverzicht wordt verwezen naar het THK. PFAS toepassingsnormen uit THK (μg/kg ds) Toepassingsmogelijkheden
PFOS
PFOA
overige PFAS
≤0,1
≤0,1
≤0,1
Grond toepassen op de bodem: Niet verontreinigd
≤1,4
≤1,9
≤1,4
Klasse Wonen/Industrie*2
≤3,0
≤7,0
≤3,0
Niet toepasbaar
>3,0
>7,0
>3,0
≤0,8
≤0,8
>0,8
>0,8
Achtergrondwaarde*
1
Grond toepassen in oppervlaktewater : Toepassen in een oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd de diepe plas: - Verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) en - Het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies.
≤1,1 (rijkswater: ≤3,7)
Toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater*3
≤3,7
Toepassen in vrijliggende diepe plassen en niet-vrijliggende plassen aan nietrijkswater*3,4
≤1,1
Niet toepasbaar
>3,7
Toelichting: Op de waarden uit deze tabel hoeft tot 10% organische stof geen bodemtypecorrectie toegepast te worden. PFOS = som PFOS (lineair+vertakt), PFOA = som PFOA (lineair+vertakt) Bij de norm ≤0,1 moeten PFOS lineair en vertakt apart getoetst worden. Som-PFOS is hier niet van toepassing. Idem voor PFOA *1 Voldoet aan achtergrondwaarden: - Altijd toepasbaar, m.u.v. toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden (daarvoor geldt als norm 0,1 of gebiedskwaliteit) - Toepasbaar in een GBT boven en onder grondwaterniveau *2 Voldoet aan maximale waarden: - Toepasbaar in een zone met toepassingsklasse Wonen of Industrie (bodemkwaliteitsklasse én functieklasse Wonen of Industrie) - Toepasbaar in een GBT boven grondwaterniveau of tot ten hoogste 1,0 m-mv in gebieden met een hoge grondwaterstand 3 * Mits geen kwetsbaar object in de nabijheid van de diepe plas 4 * Niet van toepassing op plassen die nog niet zijn verondiept
Toetsingskader bouwstoffen Onder bouwstoffen worden steenachtige materialen verstaan, zoals puingranulaat, asfaltgranulaat, slakken, etc. De (indicatieve) analyseresultaten worden met behulp van de landelijke toetsingsmodule BoToVa getoetst aan de volgende categorieën conform het Besluit Bodemkwaliteit (BBK): -
-
-
-
NV bouwstof (niet vormgegeven): o geschikt voor ongeïsoleerd hergebruik o BoToVa T.16 (emissie) en/of T.17 (samenstelling) NV bouwstof-verruimd: o bouwstof is reeds voor 2008 toegepast o hergebruik vindt plaats zonder tussentijdse bewerking o eis voor NV bouwstof mag voor 2 stoffen een factor 2 overschrijden (excl. asbest en PAK in asfaltproducten) o BoToVa T.31 (hergebruik) IBC bouwstof (isoleren, beheren en controleren): o geschikt voor geïsoleerd hergebruik o BoToVa T.16 (emissie) en/of T.17 (samenstelling) IBC bouwstof-verruimd: o bouwstof is reeds voor 2008 toegepast o hergebruik vindt plaats zonder tussentijdse bewerking o eis voor IBC bouwstof mag voor 2 stoffen een factor 2 overschrijden (excl. asbest en PAK in asfaltproducten) o BoToVa T.31 (hergebruik)
Als de bouwstof niet voldoet aan één van deze categorieën, mag het niet elders worden hergebruikt. Afvoer is dan alleen mogelijk naar een vergunde inrichting voor reiniging of stort. Terugplaatsen na een tijdelijke uitname is nog wel mogelijk, mits er wordt voldaan aan de zorgplicht (bescherming onderliggende bodem). Voorwaarde is tevens dat het asbestgehalte de hergebruiksnorm niet overschrijdt. Op basis van een indicatief onderzoek kan vrijkomend fundatiemateriaal aan een verwerker worden aangeboden. Voor een definitief oordeel is een AP04-partijkeuring nodig conform het BBK. Hergebruik van een bouwstof zonder AP04-partijkeuring is mogelijk indien er sprake is van tijdelijke uitname: bij toepassing in hetzelfde werk op of nabij dezelfde plaats, zonder tussentijdse bewerking en onder dezelfde condities. Hergebruik van een bouwstof zonder AP04-keuring is ook elders mogelijk, mits dit gebeurt onder dezelfde condities en mits de bouwstof niet van eigenaar verandert. In deze situatie moet het hergebruik gemeld worden bij www.meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl. Asfalt Voor PAK in asfalt is in het Besluit Bodemkwaliteit een samenstellingseis opgenomen van 75 mg/kg ds. In eerste instantie wordt het PAK-gehalte indicatief bepaald met behulp van de PAK-marker en UV-licht. Wanneer op deze wijze PAK wordt aangetoond, is het PAK-gehalte groter dan 250 mg/kg ds.
De grens voor hergebruik van 75 mg/kg ds wordt in dat geval ruimschoots overschreden. Dientengevolge worden deze lagen niet verder onderzocht. Indien met het indicatief onderzoek geen verdachte lagen worden aangetoond, is het PAK-gehalte kleiner dan 250 mg/kg ds. Ter beoordeling of het PAK-gehalte kleiner is dan de hergebruiksnorm van 75 mg/kg ds worden er aanvullende kwantitatieve analyses uitgevoerd conform de CROW 210, tenzij het asfalt aantoonbaar na 1994 is aangebracht.
Verklarende woordenlijst Wet bodembescherming (Wbb): Deze wet is er vooral op gericht om in het belang van het milieu regels te stellen om bodemverontreiniging te voorkomen, te onderzoeken en te saneren. NEN-5725: Richtlijn voor gedegen vooronderzoek. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (= veld- en laboratoriumonderzoek). De bij het vooronderzoek verzamelde informatie dient om te komen tot een adequate invulling van het veld- en laboratoriumonderzoek en draagt bij aan de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek. NEN-5740: Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. De norm is van toepassing op verkennend onderzoek van zowel onverdachte als verdachte locaties. Standaard NEN analysepakket grond en grondwater Boven- en ondergrond
Grondwater
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink)
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK)
*
Polychloorbifenylen (PCB)
*
Minerale olie
*
*
Vluchtige aromaten (BTEXSN)
*
Vluchtige chlooralifaten (VOCl)
*
m-mv: diepte in meter minus maaiveld pH en EC: zuurgraad en Geleidingsvermogen NTU: de eenheid waarin troebelheid (van onder andere) water wordt uitgedrukt. Streefwaarde: deze waarde geeft voor grondwater aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem Achtergrondwaarde: deze waarde is voor grond vastgesteld op basis van de gehalten zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Interventiewaarde: Is de waarde die het kwaliteitsniveau aangeeft, waarop de functionele eigenschappen van de bodem, voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen tot worden verminderd. INEV: Indicatief niveau voor ernstige verontreiniging, voor stoffen waarvoor geen interventiewaarde is opgesteld. T-waarde (tussenwaarde): Is voor grondwater gelijk aan (streefwaarde+interventiewaarde)/2 en voor grond gelijk aan (achtergrondwaarde+interventiewaarde)/2. Overschrijding van de T-waarde geeft aan dat er mogelijk een aanvullend/nader onderzoek nodig is. Maximale Waarde wonen (MWw): deze waarde geeft de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie ‘wonen’.
Maximale Waarde industrie (MWi): deze waarde geeft de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden voor de functie ‘industrie’. Gebruikte afkortingen van stoffen: Ba
Barium
Olie
Minerale olie
Cd
Cadmium
VAK
Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen
Co
Kobalt
B
Benzeen
Cu
Koper
T
Tolueen
Hg
Kwik
E
Ethylbenzeen
Pb
Lood
X
Xylenen
Mo
Molybdeen
S
Styreen
Ni
Nikkel
Naft.
Naftaleen
Zn
Zink
VOCl
Vluchtige Organochloorverbindingen
PAK
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen
PCB
Polychloorbifenylen
Oer: een inspoelingslaag van sesqui-oxiden (aluminium- en ijzeroxiden) boven de hoogste grondwaterstand. De oxiden zijn afkomstig van hoger gelegen bodemhorizonten. Oer is vaak harder dan het bodemmateriaal zelf. Gley: (oranje-bruine) ijzer-/roestvlekken die worden gevormd als gevolg van een fluctuerende grondwaterstand. Gley komt, in tegenstelling tot oer, niet voor in hardere brokjes maar uit zich voornamelijk in kleurverschil.