20221436931 3 Bijlage B Bijlagen behorende bij het SPvE
Tekst van het document
buitenberging buitenberging buitenberging buitenberging 3 17
4 5
18 18
3
24 24
2 3
24 2
3 4
48
26
150
112
H
97 54 120 80
Routes leiden naar het har
G
H
E
D
openbaar en heeft een hoge
connectie Spaarndamseweg
12 85
5
10
25
OPSTELPLAATS HULPDIENSTEN
1649 164928.09.2022
BLOOM / SONNEBORNTERREIN - SPAARNDAMSEWEG HAARLEM P. 1
BLOOM
uitgifteG:\1649\1649‐Ontwerp 29.09.2022& Techniek\1649‐OT‐10 VO\1649‐OT10‐0 Revit\1649_arch_010_R21 [bng].rvt
Situatie Dak (1_500)
SITUATIETEKENING
Opstelplekken hulpdiensten
54
Spel en sport in het hart van het gebied
48 72
Bushaltes
72 8
Treinstation
351
Langzaam verkeer
32.
N
Tekening groenstructuur binnengebied n.t.b. dakpark
Landschap en natuur
Water
De bouwregel binnen de ontwikkelvisie Spaarndamseweg met betrekking tot groen luidt als volgt: Nieuwe ontwikkelingen voegen kwalitatief hoogstaande buitenruimte toe in de vorm van openbaar toegankelijke, groene verblijfsplekken. Momenteel is het terrein braakliggend en niet functioneel. Door sanering van een oude fabriek is het terrein niet als groen aan te schrijven. Het is momenteel grond die door niemand in gebruik en omheind is daarnaast wordt het al een aantal jaren niet onderhouden. Binnen de beoogde ontwikkeling wordt functioneel, openbaar toegankelijk groen ontwikkeld. De buitenruimten in het plangebied krijgen meer ruimtelijke kwaliteit: groener en aantrekkelijker voor voetgangers. Een goede balans in gebruik en een openbaar karakter voor de buurt is hierbij het uitgangspunt. Dit is versterkt naar aanleiding van wensen van bewoners uit omringende buurten. Deze wensen zijn tijdens een intensief participatietraject vastgesteld. Het plangebied bestaat voor 41% uit openbaar toegankelijk terrein en 21% uit privaat groen. Naast het toevoegen van groen op maaiveld worden groene daken toegevoegd aan de gebouwen. Groene daken hebben de eigenschap goed te isoleren. Hierdoor blijft de binnenruimte eronder koeler in de zomerperiode. Eveneens vangt een groen dakwater op en kan het de biodiversiteit in een gebied versterken. Er zal een extensief groen dak worden toegepast.
Bij een extensief groen dak wordt vaak een dunne laag beplanting met bijvoorbeeld sedum toegepast.
Door de klimaatverandering nemen de droge periodes toe en moeten we rekening houden met intensievere piekbuien. Om hier mee om te gaan zijn de volgende principes gehanteerd:
Algemeen -
Verstop de maatregelen voor de waterhuishouding niet, maak ze beleefbaar.
Tijdens hevige buien -
-
De eerste opvang van hemelwater op de dakoppervlakken vindt plaats door de toepassing van een inheems kruidendak. Wanneer het dak verzadigd is wordt het water vervolgens afgevoerd via regenpijpen naar een in de architectuur geïntegreerde waterbuffer, bijvoorbeeld in de vorm van regentonnen in combinatie met een in het dakpark geïntegreerde buffer. Hemelwater wat op het dakpark valt wordt opgenomen door de daar groeiende beplanting. Een overschot wordt vervolgens afgevoerd naar de waterbuffer. Een overschot in de waterbuffer wordt afgevoerd naar de wadi in het hof. Hemelwater wat in het noordelijke hof valt kan direct infiltreren in de bodem, bijvoorbeeld door toepassing van een wadi. De wadi heeft vervolgens een overstort richting het Spaarne.
Tijdens langdurige droogte Om tijdens droge periodes het leefklimaat aangenaam te behouden worden de volgende maatregelen genomen: -
-
34.
In het binnengebied worden bomen geplant. De schaduw van de bomen draagt bij aan het beperken van hittestress. Bij de detaillering van het dakpark wordt voldoende maat aangehouden voor de aanplant van een klasse 2 boom. Bomen op het dakpark ontvangen water vanuit de waterbuffers die worden gevuld tijdens de natte perioden. Zo hoeft er minder snel drinkwater worden
-
Conclusie
ingezet voor het in stand houden van de bomen. Bomen in het noordelijke hof staan in de volle grond en krijgen hun water uit de bodem.
Waterretentie parkeerdek
Op basis van het totaal verhard oppervlakte in het plangebied is er een bergingsopgaaf van 543 m³. Deze 543 m³ is gebaseerd op de eisen van de Hoogheemraadschap van Rijnland. De ontworpen berging heeft een totale berging van 547 m³ en voldoet daarmee aan de eisen van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Conform de eisen van de gemeente dient een klimaatbui van 70 mm in een uur volledig opgevangen te worden en vertraagd afgevoerd. Dit betreft 691 m³, hiervan zal 42 m³ opgevangen worden op straat wat leidt tot 3,4 cm water op straat. De waterberging zal na 117 uur weer geheel beschikbaar zijn. Dit voldoet niet aan de eis vanuit de gemeente dat de bergingsvoorziening binnen 60 uur weer beschikbaar dient te zijn. Gezien de geldende norm van vertraagde afvoer vanuit het waterschap is het niet mogelijk te voldoen aan een lediging van de berging binnen 60 uur. In mail contact met de gemeente is aangegeven dat de vertraagde afvoer eis van het waterschap Inspiratiebeelden leidend is.
Gezien de beperkte ruimten binnen het plangebied en de wens een groen dak te creëren boven de parkeergarage is één van de mogelijkheden het toepassen van Retentiedaken. Wanneer gewerkt wordt met het Nophadrain’s intensief groen dak systeem, en een substraat dikte van 400 mm kan een bergend volume van 255 l/m² gerealiseerd worden. Op het parkeerdek kan circa 2.500 m² efficiënt ingericht worden als waterretentie dak. Uitgaande van deze 255 l/m² kan er op de parkeergarage 637 m³ berging gerealiseerd worden. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de benodigde 375 m³ berging. Toetsing waterberging Het stelsel heeft gezamenlijk een waterberging van: 375 m³ (Waterretentie dak) +148 m³ (waterbergende fundering) + 24 m³ (wadi) is 547 m³. Hiermee voldoet de waterberging aan de eis van het waterschap met een minimale berging van 543 m³ (55 mm). In het geval van een klimaatbui van 70 mm in een uur dient 691 m³ water geborgen te worden (eis gemeente). Het waterrettentie-dak heeft ruimte beschikbaar voor deze aanvullende 15 mm ten opzichte van de eis van het waterschap. Op maaiveld is deze ruimte echter niet beschikbaar. Op maaiveld dient 216 m³ - 148 m³ - 24 m³ = 42 m³ water aanvullend geborgen te worden. Door de verharding en het groen rond de wadi’s te ontwerpen als laagste punt in het plangebied zal hier water op straat optreden zonder dat dit gevolgen heeft voor de bebouwing.
De verharding en het groen rond de wadi’s hebben gezamenlijk een oppervlakte van circa 1.250 m². Op dit oppervlakte zal gedurende een klimaatbui 42/1.250= 3,4 cm water op straat optreden. Deze 42 kuub is na 7,1 uur afgevoerd via de vertraagde afvoer (5,9 m³/uur). Er zal dus gedurende 66 minuten water op straat staan van 3,4 cm tot 0 gedurende de entree woningen aan hofje Trap richting Spaarne klimaatbui. De gehele waterberging zal na circa 117 uurkeuken weer + woonkamer liggen aan hofje speels geheel beschikbaar zijn. openbare ruimte maakt deel uit verhoogd maaiveld
WATERBERGING
beleefbaar maken
toegankelijk uitnodigend infiltratie
//vorm.nl/bloom
36.
Tekening t.b.v. berekening wateropgave
Tekening t.b.v. berekening wateropgave
BEZONNINGSSTUDIE 21 maart
21 juni
21 september
Duurzaamheid
Privacy en bezonning De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebeid. Bestaande woningen en of bedrijven kunnen hinder ondervinden door een afname van het aantal uren licht. Door de bebouwingswand langs de Spaarndamseweg getrapt vorm te geven wordt rekening gehouden met de bestaande bebouwing. De positionering van de achtertuinen van de nieuwe grondgebonden woningen naar de achtertuinen van de bestaande woningen wordt de privacy gewaarborgd. In een bezonningsstudie is de impact op de bezonning inzichtelijk gemaakt. Op basis van bezonning en schaduwwerking is het middelhoge accent meer naar het noorden geplaatst om de naastgelegen tuinen van voldoende zon te voorzien.
Klimaat adaptief Centraal in het staat het groene dakpark. Hier staan in de leeflaag voldoende bomen voor de schaduwwerking en het beperken van hittestress. Het watersysteem van de locatie bestaat uit het vasthouden van regenwater in natte periodes zodat er een voorraad voor droge periodes wordt aangelegd. Zie voor ene uitgebreide omschrijving het voorgaande hoofdstuk: Ruimtelijke aspecten, waterveiligheid. 9.00
15.00
9.00
15.00
9.00
15.00
In het hart van het plan worden een dakpark en een groen hof gerealiseerd. Daken krijgen een kruidenmengsel en in de gevel wordt groen geïntegreerd. 3-30-300: vanuit elke woning zijn 3 bomen zien, 30 procent van het totale oppervlak van de wijk bestaat uit openbaar groen en in de nabijheid van 300 meter van een woning is een groen park of plantsoen toegankelijk. In het stedenbouwkundig plan zijn eisen gerealiseerd. (N.t.b. input landschapsarchitect)
Sociale veiligheid Zien en gezien worden is een van de belangrijkste elementen voor het creëren van een sociaalveilig gebied. Bij de toegang vanaf de Floresstraat zijn de patiowoningen zo gepositioneerd dat er vanuit de woningen zicht is op deze entree. Naar het hof en het dakpark worden voorkanten van woningen gerealiseerd, waarbij de woningen voorzien worden van een moderne variant op de erker wat het mogelijk maakt verder de ruimte in te kijken en daarmee de sociale veiligheid vergroot.
Groen en ecologie – groenparagraaf, voldoende groen (koppeling maken met hittestress)
12.00
18.00
12.00
18.00
12.00
Zonnestudie plangebied
//vorm.nl/bloom
18.00
10 minuten stad In de 10 minuten stad kunnen inwoners alle basale voorzieningen binnen tien minuten lopen of fietsen bereiken. Met dit uitgangspunt wordt de planning op wijkniveau steeds belangrijker en dient er meer gemengd programma gerealiseerd te worden. In de bestaande wijk is op 10 minuten wandelafstand een zeer compleet aanbod aan voorzieningen te vinden. Zo is er de winkelstraat Generaal Cronjéstraat met een vrij divers aanbod aan winkels, drie scholen, enkele zorgvoorzieningen en een bushalte nabij. Het treinstation en de binnenstad zijn op 25 minuten lopen, of met 10 minuten fietsen te bereiken. De locatie kent daarmee een vrij compleet aanbod in de directe omgeving. Een van de voorzieningen die in de wijk ontbreekt is groene verblijfsruimte. In het stedenbouwkundig plan staat de realisatie van een groene openbare buitenruimte dan ook bovenaan. Daarnaast biedt de ontwikkeling zelf ook ruimte voor ondernemen en lokaal werken. Dit vindt plaats in de plint langs de Spaarndamseweg. Binnen de bouwplot wordt de volgende voorzieningen gerealiseerd: [nader aan te vullen] Blok H Gezinshuis, in de plint een gemeenschappelijke functie daarboven individuele appartementen. Aan de Spaarndamseweg is een werkgelenheidsplint.
Veel voorzieningen op 10min wandelafstannd van de locatie station op 10 fietsafstand van de locatie 38.
Gezondheid
NATUURINCLUSIEVE STAD Circulair – op welke wijze wordt hier invulling aan
Energie – wijze van verwarmen/koelen bebouwing, opladen auto’s, trafo’s, opslag energie
gegeven voor bestaand en nieuwbouw
Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de verschillende mogelijkheden ten aanzien van energiemaatregelen. Voor elke parkeerplaats (fiets en auto) wordt de infrastructuur voorzien ten behoeve van laadpalen voor nu en- in de toekomst. Het duurzaam energiesysteem van BLOOM houdt rekening met: • • • •
Landelijke BENG-eisen en gasloos bouwen Aandacht voor stedenbouw en gebouwontwerpen in relatie tot energiebehoefte van gebouwen Opwekking van energie, onder meer op daken van gebouwen d.m.v. zonnepanelen Infrastructuur t.b.v. laadpalen elektrisch vervoer.
Inspiratiebeelden
Het oogsten en circulair slopen van bestaande bebouwing is helaas niet meer mogelijk. De bestaande fabriek en bijgebouwen zijn reeds verwijderd. Er wordt binnen het plan gestreefd naar het beperken van gebruik van grondstoffen en voorkomen van afval; • Zo min mogelijk primaire grondstoffen gebruiken • Gebruikte en hernieuwbare (biobased) grondstoffen gebruiken • Grondstoffen zo efficiënt mogelijk inzetten Per blok wordt een analyse gemaakt op verschillende schaalniveaus; de locatie (1-300 jaar), de schil (20-50 jaar), constructie (25-100 jaar), installaties (7-15 jaar), vaste inrichting (25 jaar) inventaris (5 jaar). Daaruit voorkomend wordt per blok een strategie bepaald: Preventie, hergebruik, biobased materialen, gerecyclede producten, losmaakbaar, flexibel, modulair, prefabricage, leasen, onderhoud en beheer en lokaal.
Bedrijven en milieuzonering De afstand tussen de woningen en hinder veroorzakend programma heeft invloed op het woon- en leefcomfort. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: 1. Ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woonen leefmilieu kan worden gegarandeerd
Natuurinclusief bouwen
PRIVE CA. 21 %
OPENBAAR
CA. 41 %
Onder natuurinclusief bouwen wordt verstaan dat een gebouw zo vormgegeven wordt dat er een bijdrage plaats vindt aan de biodiversiteit en de natuurwaarden. We nemen de volgende maatregels voor natuurinclusief Één van de nader uit te werken openbare ruimtes bouwen: • Neststeenkasten aan noordgevels • Vleesmuiskasten aan zuidwestgevels bijdrage aan biodiversiteit • Vergroenen van gevels landschapsontwerp met inheemse soorten • Geveltuinen creëren bij bijvoorbeeld de patiowoningen dragen bij aan extreme weersomstandigheden • Groeneklimaatbomen, erfafscheidingen • Kruidendaken/ Vergroenen van daken • Beschutte plaatsen; insecten hotels
2. Rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Impressiebeelden natuurinclusief
//vorm.nl/bloom 40.
Het stimuleren van beweging is belangrijk voor het welzijn van de bewoners van het complex en de wijk. Met de ontwikkeling van het centrale groene park wordt er een plek in de wijk toegevoegd waar men kan ontspannen, maar ook kan sporten. De specifieke inrichting van het groene binnengebied wordt in een participatieproces uitgewerkt. Het park is toegankelijk voor de buurtbewoners en de bewoners van het nieuwbouwcomplex. De groene inrichting draagt daarbij bij aan het welbevinden van de gebruikers. Veel voorzieningen in de wijk bevinden zich op wandelafstand, wat het aantrekkelijk maakt om hiernaartoe te wandelen en heirdoor bijdraagt aan de gezondheid. De goede toegankelijkheid van de fietsenstallingen zorgt ervoor dat het gebruik hiervan laagdrempelig plaats kan vinden. Hierdoor is aantrekkelijk voor mensen om de fiets te pakken naar bijvoorbeeld het treinstation, de binnenstad of recreatiegebieden.
De directe omgeving van het plangebied is voornamelijk bestemd als ‘Wonen en ‘Tuin’. Ten noorden van het plangebied zijn woningen en een kinderspeeltuin gelegen. Ten oosten grenst het plangebied aan de doorgaande Spaarndamseweg. Het zuiden is gekenmerkt door woningbouw met enkele percelen bestemd als ‘gemengde functie’ en ‘bedrijf’. Westelijk ligt de woonwijk ‘de Indische buurt’. Het plangebied kan zodoende worden getypeerd als een ‘gemengd gebied’. Het dichtstbijzijnde bedrijvenperceel ligt zuidelijk op een afstand van circa 150 meter. Op deze percelen zijn bedrijven of bedrijfsactiviteiten toegestaan van categorie A, B en C zoals vastgesteld in de VNG lijst functiemenging, hierbij is het maximale belastende aspect (geluid) vastgesteld met een richtafstand van 30 meter. De huidige invulling betreft een denksport- en biljartcentrum ‘t Spaerne en Garage Ooms. Het plangebied voldoet aan de richtafstanden van deze bedrijven. Ten oosten op een afstand van circa 210 meter ligt het bedrijventerrein Waarderpolder. In het vigerende bestemmingsplan van het bedrijventerrein wordt er rekening gehouden met de woonbebouwing aan de Spaarndamseweg. Bedrijventerrein de Waarderpolder is inwaarts gezoneerd. Op kortere afstand van de (woon)functies worden alleen wat lichtere categorieën (max. categorie 3.2 van de richtafstandenlijst) toegestaan.
Vervolgens komen de zwaardere bedrijven tot en met maximaal categorie 4.2. Gestreefd wordt naar een minimale afstand van 100 m respectievelijk 200 en 300 m tot gevoelige functies. Het plangebied voldoet aan de richtafstanden van dit bedrijventerrein.
Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).
Externe veiligheid
Sinds 2008 hanteert de gemeente Haarlem de In november 2002 is de ‘Nota milieuzonering bedrijven’ als uitgangspunt voor toegestane vormen van bedrijvigheid. De nota voegt daar zelf een gebiedsindeling aan toe van uiteenlopende gebieden in de stad en welke categorie bedrijvigheid ze daar maximaal toe wil staan.
Overeenkomstig de risicokaart waarin relevante risicobronnen worden getoond, zijn in de nabije omgeving van het plangebied enkele risicobronnen gelegen.
Risicogebied t.a.v. bedrijven Haarlem
De beoogde ontwikkeling maakt kwetsbare objecten mogelijk. De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten.
Deze bronnen zijn der mate ver verwijderd van het plangebied en daarom niet relevant of schadelijk voor toekomstige gebruikers en bewoners.
Hindercirkel niet-gesprongen explosieven
• •• • ••• • •• • •••• • • • •• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
BEELDKWALITEIT
• • • • • • ••• • • • • • • • • • • • • •
• •• • ••• • •• • •••• • • • •• • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Bebouwing De nieuwbouw kent een aantal specifieke typologieën die bij elkaar horen wat beeldkwaliteit betreft. Hieronder behandelen we de verschillende types.
Stedelijke wand
aansluiten op de jaren ‘30 architectuur moderne interpretatie van diepte werking jaren ‘30 architectuur
Langs de grote ruimte van het Spaarne vormt het gebouw een stevige stadswand. De verschillende bebouwingsdelen zijn hier geparcelleerd door een licht verspringende rooilijn als referentie naar de oude industriële maatvoering. Het hoogte accent doet mee in de grotere ritmiek langs het Spaarne. De parcellering wordt verder benadrukt door een afwijkend vorm en materiaalgebruik. In de wand komt een grote opening ten behoeve van de trap naar het park. Deze is maar liefst drie lagen hoog waardoor deze uitnodigend is voor bezoekers en sociaal veilig. • • • • •
alzijdig blok speels, uitnodigend, uniek, begeleid maaiveld met stadspark
stedelijke wand: één vormentaal (familie) met duidelijke parcellering per functie invloeden van Amsterdamse school - zoekt relatie met het Spaarne
42.
uitgifte 29.09.2022
Bouwhoogte: 3 tot 10 lagen Kapvorm: plat dak Materiaal gevel: baksteen in aardse tonen of andere natuurlijke kleuren Natuurinclusief: kruidendak, mogelijk vergroende (zij-) gevels Vormgeving: één vormentaal (familie) met duidelijke parcellering per functie, invloeden van Amsterdamse school (zoekt relatie met architectuurstijl aan de Spaarndamseweg ter hoogte van nummer 406)
Continuïteit wand langs het Spaarne
• •• • • •••• • •• • • • • • • • • • • • • • • • • • • Accent langs Spaarne is naar het noorden opgeschoven ivm de afstand naar de bestaande woningbouw
uitgifte 21.09.2022 -- concept
BOUWBLOK stedelijke stadswand verspringende rooilijn duidelijke parcelering per functie
ROOILIJN Spaarndamseweg
Opbouw naar het hoogte accent
• •• • ••• • •• • •• • • • •• • • • • •• • • •• • ••• • • • • • •••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
• •• • ••• • •• • •• • • • •• • • • • •• • • •• • ••• • • • • • •••••••••••••••••••••••••••••••••••••••
bebouwing
bebouwing
eengezinswoningen spiegelen diepte werking door koppelen
eengezinswoningen overstek erker
optionele opbouw met dakkappel
schoorsteen op grens woning
rollaag dakrand
Grondgebonden woningen In schaal, maat en vormentaal sluiten de grondgebonden woningen aan op de bestaande woningen in de omliggende wijk. De grondgebonden woningen zijn in drie sub types verdeeld: de patiowoningen; grondgebonden dek woningen; grondgebonden hof woningen. Een moderne variant van een erker verzacht de overgang tussen de woningen, het dakpark en het hof.
Patiowoningen • • • • • •
Bouwhoogte: 1 laag met kleine optopping Kapvorm: plat dak Materiaal gevel: baksteen in aardse tonen of andere natuurlijke kleuren. Natuurinclusief: Kruidendak, groene gevel en geveltuintjes Erfafscheiding: wordt meegenomen in het volume van de patio Vormgeving: aansluiten op jaren ‘30 architectuur. Moderne interpretatie van dieptewerking jaren 30 architectuur.
Grondgebonden dekwoningen • • • • • • • • • • • •
44.
• •
fauna voor bijvoorbeeld zwaluwen en vleermuizen, nader te bepalen Erfafscheiding: haag op maaiveld, geen voortuinen, delftse stoep of dergelijke zonder afscheiding naar openbaar Vormgeving: aansluiten op jaren ‘30 architectuur. Moderne interpretatie van dieptewerking jaren 30 architectuur.
rollaag
standaard schuin dak met dakkapel gemetselde vensterbank
• •
• •
Bouwhoogte: 2 lagen Kapvorm: schuin dak, nok parallel aan voorgevelrooilijn Materiaal gevel: baksteen in aardse tonen of andere natuurlijke kleuren Materiaal kap: gebakken pannen Natuurinclusief: dakpannen en gevelstenen t.b.v. flora en fauna voor bijvoorbeeld zwaluwen en vleermuizen, nader te bepalen Erfafscheiding: Haag achtertuinen, geen voortuinen, mogelijk een delftse stoep Vormgeving: aansluiten op jaren ‘30 architectuur met een moderne interpretatie.
gemetselde vensterbank
bovenlicht dakrand erker loopt door in luifel voordeur
plint donkerder gevoegd
dubbele erker
voordeur onder raam en verhoogde dakrand
erker (recht) afwerking/kader loopt door in voordeur rollaag t.b.v. markeren plint
Referentiebeeld hof uitgifte 29.09.2022
natuurstenen drempel t.p.v. voordeur
uitgifte 29.09.2022
• •• • ••• • •• • •• • • • •• • • • • •• • • •• • ••• • • • • • ••••••••••••••••••••••••••••••••••••••• bebouwing
eengezinswoningen overstek erker
Bouwhoogte: 3 lagen Kapvorm: plat dak Materiaal gevel: baksteen in aardse tonen of andere natuurlijke kleuren Natuurinclusief: kruidendak Erfafscheiding: haag op maaiveld, geen voortuinen, delftse stoep of dergelijke zonder afscheiding naar openbaar Vormgeving: aansluiten op jaren ‘30 architectuur. Moderne interpretatie van dieptewerking jaren 30 architectuur. Grondgebonden hof woningen Bouwhoogte: 2 lagen Kapvorm: schuin dak, nok parallel aan voorgevelrooilijn Materiaal gevel: baksteen in aardse tonen of andere natuurlijke kleuren Materiaal kap: gebakken pannen Natuurinclusief: dakpannen en gevelstenen t.b.v. flora en
hoekaccent reliëf in metselwerk
optionele opbouw met dakkappel
dakrand
rollaag ramen met verschillende verdelingen gemetselde vensterbank rollaag ramen met verschillende verdelingen gemetselde vensterbank
benedenbovenwoning
uitgifte 29.09.2022
ANALYSE BEELDKWALITEIT OMRINGENDE WONINGEN Referentiebeeld dakpark en appartementencomplex
gelijke verdeling ramen met wit frame
voordeur met 2 zijlichten
Grondgebonden hof woningen • • •
dakrand
luifel gedeeld met buurman
Referentiebeeld vergroenen en bebouwing
sprong in gevel
OPENBARE RUIMTE
SOCIALE VEILIGHEID Suggesties
Appartementencomplex
Uitgangspunten dakpark
Het centrale appartementencomplex is alzijdig vormgegeven met een centrale ontsluiting. Het gebouw vormt een wand voor het Dakpark • • • • • •
Bouwhoogte: 4 lagen, bovenste laag heeft setback Kapvorm: plat dak Materiaal gevel: baksteen in aardse tonen of andere natuurlijke kleuren Natuurinclusief: kruidendak, geïntegreerde plantenbakken op balkons en groene gevels Erfafscheiding: begeleid maaiveld voor overgang naar park Vormgeving: alzijdig, speels uitnodigend en uniek.
•
Steeg Hof Steeg
• • •
Stadspark Hof
•
Stadspark
• •
Openbare ruimte
De totale openbare ruimte krijgt een groene inrichting waarbij waterberging en beleving van het water worden geïntegreerd. Het dakpark moet in beheer zijn van de gemeente Haarlem. Het dek moet openbaar toegankelijk zijn. De substraatdikte van het dakpark is minimaal 60 cm, dikker voor grotere bomen. De openbare ruimte wordt dusdanig ingericht dat deze goed te handhaven en te beheren is. Speeltoestellen voor de doelgroep conform speelbeleid. Het plangebied is autovrij met uitzondering van de entree naar de parkeergarage.
OPENBARE RUIMTE
Sug
Hof
N
De meest belangrijke openbare ruimte bestaat uit een grote uitnodigende ruimte in het hart van het plan: het dakpark. Aan de zuidzijde van en naar de Floresstraat is er de steeg te vinden en aan de noordzijde het Hof. Ze verschillen in gebruik maar hebben een vergelijkbare vormgeving. Het dakpark, het hof en de steeg worden groen ingericht. Gazon (of een kruidenmengsel) met heesters vormt de basis van het groen en krijgt een extensief beheer. Wandelpaden hebben allemaal hetzelfde materiaalgebruik en blijven op minimaal 2m afstand van de gevels om privacy te waarborgen. De verantwoordelijkheid voor de inrichting en het beheer van het dakpark, de steeg en het hof liggen bij de VVE. Hierdoor kan een hogere inrichting en beheerniveau worden aangehouden dan voor de reguliere woonstraten. Het dakpark uitgifte 21.09.2022 -- concept wordt ’s avonds wel/ niet afgesloten (n.t.b.). De ruimtes moeten goed toegankelijk zijn voor kinderen, Dakpark ouderen en invaliden, zodat het echte ontmoetingsplekken worden en iedereen kan genieten van de groene ruimtes. Het dakpark ligt boven op de op het maaiveld gesitueerde private parkeergarage. De exacte inrichting van het dakpark wordt opgepakt in een participatieproces met de buurt. Wij denken nu aan het plaatsen van zit – en speelgelegenheden. Het dakpark is openbaar toegankelijk en wordt ’s avonds wel/ niet afgesloten. 46.
Inspiratiebeelden
Routes leiden naar het hart van het project = openbaar en heeft een hoge verbijfskwaliteit
Steeg Hof Stadspark inrichting openbare ruimte is fictief ontwerp bij landschapsarchitect en tijdens participatietraject
Leeflaag: Omdat het dakpark boven op de parkeergarage is gelegen wordt deze van een leeflaag voorzien zodat het groen er kan groeien en er water kan worden opgenomen. Bomen: om echte grote bomen hier te realiseren is het van
Routes leiden naar
openbaar en heeft ee
belang voldoende substraat aan te brengen op het dakpark.
Woonprogramma aan de doorgang Floresstraat
entree woningen aan hofje keuken + woonkamer liggen aan hofje
Hof en steeg: referentiebeelden
Het hof bevindt zich op maaiveld en bevat paden, bomen en wadi’s. Vanaf hier zijn zowel de grondgebonden woningen als het centrale appartementencomplex en het dakpark te bereiken. In het hof wordt een wadi gerealiseerd om het hemelwater op te vangen en het water een kans te geven het grondwater te bereiken.
Steeg
LANDSCHAPPELIJKE TRAP(PEN)
De steeg is de entree vanaf de Floresstraat. De ruimte naast de verharding van het toegangspad wordt groen ingericht met gazon, struiken, bomen en een wadi.
Trappen en entrees Het dakpark wordt boven het parkeren gerealiseerd en is bereikbaar met enkele trappen. De trappen krijgen een landschappelijke vormgeving door de integratie van groen, water en of speelmogelijkheden.
Inspiratebeelden
Suggesties
Één van de nader uit te werken landschappelijke trappen
Trap: referentiebeelden mutifunctioneel gebruik 48.
Dakpark
Hof
//vorm.nl/bloom
Entree dakpark
Entree hof en parkeergarage
Spaarndamseweg Op het maaiveld langs de Spaarndamseweg worden voorzieningen en diverse woning typologieën langs het trottoir gerealiseerd. Hier vinden we ook de brede trap naar het dakpark, de ingang naar de grote fietsenstalling en de entree naar het hof. De variatie in het programma wordt benadrukt door een licht verspringende rooilijn. In het maaiveld wordt deze geaccentueerd door een afwijkend materiaalgebruik of patroon van het materiaal. Voor het langzaam verkeer is het wenselijk dat er ter hoogte van de trap naar het dakpark een verkeerveilige oversteek wordt gerealiseerd over de Spaarndamseweg. Hierdoor wordt het fietsen en wandelen langs het Spaarne op een laagdrempelige manier mogelijk gemaakt en omgekeerd wordt het park vanuit de omgeving extra toegankelijk.
Afvalinzameling
Wande langs de Spaarndamseweg
Voor de afvalinzameling is het uitgangspunt dit ondergronds op te lossen. In overleg met gemeente zal nagegaan worden of de bestaande capaciteit in de omgeving toereikend is of dat voorzien moet worden in a anvullende containers. In de directe omgeving van het plangebied zullen gezien het aantal woningen eventuele voorziening moeten worden toegevoegd. Het is nader te bepalen of dit gewenst is.
Trap naar de Spaarndamseweg 50.
Entree naar het hof vanaf de Spaarndamseweg
UITVOERING
Participatie 5.3
Voor de ontwikkelzone Spaarndamseweg is gekozen voor het informeren en raadplegen van bewoners. Op basis van de volgende uitgangspunten is het proces vormgegeven.
Spelregelkaart
•
5.3.1 Inleiding De spelregelkaart gaat niet uit van een verkaveling maar van met een aantal spelregels Het kader van het SPVE is vrij uitgebreid doordacht enbouwvlakken geeft waarbinnen kunnen daarmee een stevige koers aan voor de ontwikkeling van bouwplanontwikkelingen de plaatsvinden. locatie. In dit document hebben we weergegeven hoe we In het stedenbouwkundig plan is flexibiliteit ingebouwd waardoor de eigenaar ruimte invulling aan het kader geven. De spelregelkaart wordt hierbij heeft voor eventueel benodigde aanpassingen. op hoofdlijnen gevolgd.
Flexibiliteit
• • •
De ontwikkelaar VORM is in juni 2021 gestart met het betrekken van omwonenden bij het proces en inhoud. Aangezien er in dit deel van Haarlem-Noord, de Indische buurt-Zuid, geen wijkraad is, is er een klankbordgroep samengesteld om mee te denken. Deze klankbordgroep is een mix van bewoners die de buurt vertegenwoordigen; ‘Buren van Sonneborn’. Het traject is door middel van uiteindelijk zeven overleggen met de gevormde klankbordgroep doorlopen en een informatieavond voor de belanghebbenden op 21 juni 2022. De gemeente is hierbij aanwezig geweest met uitzondering van de eerste twee overleggen. De participatie heeft betrekking gehad op de onderwerpen speelvoorzieningen, groen, bebouwing en verkeer en parkeren binnen het SPvE. Vervolgstappen De volgende stap is het maken van een ontwikkelingsstrategie. Hierin gaat het om de processen die nodig zijn om de ontwikkelingen ook daadwerkelijk van de grond te krijgen. Ondertussen gaat het proces met initiatiefnemers ook door. Voorbereidingen voor overeenkomsten met initiatiefnemers zullen worden getroffen en werkzaamheden die leiden tot stedenbouwkundige- en beeldkwaliteitsplannen worden opgepakt.
Dit hoofdstuk bevat naast de spelregelkaart en spelregels ook aanzichten en principeprofielen. De spelregels voor deze locatie zijn gekoppeld aan De opstallen op de locatie zijn al geruime tijdde geleden gesteldegesloopt randvoorwaarden, eisen en wensen de bodem gesaneerd. De locatie was vervolgens vrij lang (toetsingscriteria). Het stedenbouwkundig plan dient braakliggend met een hek eromheen. Momenteel vindt er te passen binnen de spelregels.
Tijdelijkheid
tijdelijk gebruik plaats doordat deze wordt gebruikt voor de huisvesting van migranten. 5.3.2
Bestemmingsplan De spelregelkaart is de basis voor het nieuw op te stellen bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is de juridische vertaling en wordt door de Gemeenteraad vastgesteld. Deze planontwikkeling past niet in de hier vigerende beheersverordening Deli-terrein / Sonneborn (vastgesteld 26-05-2016). 5.3.3 De spelregels De spelregels zijn hieronder uitgewerkt per thema. Naast de thematische spelregels gelden de volgende algemene spelregels: • Er dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening waarbij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. • Het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk mag niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand.
23
Spelregelkaart uit het SPvE
52.
Informeren en voortborduren op de gebiedsvisie uit 2008. Ophalen waar mogelijk, raadplegen waar nog ruimte is Inzetten op de thema’s: hoogbouwprincipes, openbare ruimte en verkeer Zo volledig en toegankelijk mogelijk informeren.
De ontwikkeling van het gebied zal stapsgewijs tot stand komen. Er zijn projecten die lopen projecten en projecten die al snel gestart kunnen worden. Maar de visie biedt ook houvast voor projecten die pas over langere termijn plaats zullen vinden. Dat vraagt een adaptieve ontwikkelingsstrategie: soms stapje voor stapje, soms versnelt het gebied tot ontwikkeling brengen. Eigenaren en markt pakken de ontwikkelingen van het vastgoed op, de gemeente zorgt voor de samenhang en de openbare ruimte.
BLOOM te Haarlem
Auteur(s): ing. Marc Koops
AFR - 7269
CFD-studie windhinder en windgevaar
Controlleur: ir. Dean Pelkmans
Versie 1.0
Datum: 17/08/2022
©2022 Actiflow BV
Inhoudsopgave
1
Introductie
A
Inlegvel NEN 8100:2006
2
Normstelling
B
Windhinder en windgevaar: situatie bladdragend en bladloze vegetatie, en jaargemiddeld
3
Opzet van de berekening
C
Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen
3.1 Software 3.2 Geometrie en rekenrooster 3.3 Aannames en randvoorwaarden 4
Resultaten
5
Aanvullende maatregelen
6
Conclusie
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
i
1 Introductie Voorliggende rapportage omschrijft een windstudie uitgevoerd door Actiflow B.V. in opdracht van VORM Ontwikkeling B.V. in relatie tot de ontwikkeling van het project BLOOM te Haarlem.
Figuur 1.1: Locatie van het project (Bron: Google Earth)
Spa
arn
e
Het nieuwbouwproject wordt gerealiseerd in de Indischewijk gelegen in HaarlemNoord. De projectlocatie wordt omsloten door de Obistraat in het noorden, de Spaarndamseweg in het oosten, de Floresstraat in het zuiden en in het westen door de Molukkenstraat. Ten oosten van de projectlocatie ligt de rivier de Spaarne met op verdere afstand industriële bebouwing. Ten noorden, zuiden en westen wordt het plangebied gekenmerkt door residentiële laagbouw (zie figuur 1.1). De projectlocatie bestaat momenteel uit een braakliggend terrein. Het bouwproject omvat de realisatie van meerdere woningen op dit terrein met onder anderen een toren van circa 32 m (zie figuur 1.2).
N
Het inpassen van de nieuwbouw zal leiden tot een wijziging van het lokale windklimaat. Dit kan zorgen voor een situatie die als onprettig of gevaarlijk wordt ervaren. Daarnaast vragen de functies van het gebouw en het verwachte gebruik van de openbare buitenruimten om een acceptabel comfortniveau ten aanzien van wind. Het is dan ook noodzakelijk het windklimaat inzichtelijk te maken, zodat mogelijke knelpunten kunnen worden aangepakt. Actiflow B.V. is gevraagd om het windklimaat inzichtelijk te maken met behulp van berekeningen op basis van Computational Fluid Dynamics (CFD). In deze studie is gebruik gemaakt van de normstelling omtrent windhinder en windgevaar, de Nederlandse norm NEN 8100:2006 ‘windhinder en windgevaar in de gebouwomgeving’. Een uitgebreide beschrijving van de richtlijnen wordt gegeven in hoofdstuk 2. De geometrie van het gebouw en de omgeving, de numerieke instellingen, het rekenrooster, en de randvoorwaarden zijn weergegeven in hoofdstuk 3. De resultaten worden vervolgens getoond en beschreven in hoofdstuk 4, waarna aanvullende maatregelen ter verbetering volgen in hoofdstuk 5. Tenslotte wordt een conclusie gevormd in hoofdstuk 6.
Ob
t a a r st
ist
en k k u
l Mo
Figuur 1.2: Impressie van het project.
ra a
t
zicht vanuit het zuidoosten
Fl
or es
str aa
eg w e s
t
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
m a d rn
aa
Sp
e
S
rn a a p
1
2 Normstelling In onderhavige windstudie wordt het windklimaat ter plaatse van de openbare buitenruimte in kaart gebracht. Dit wordt gedaan aan de hand van de richtlijnen in NEN 8100:2006. In deze norm wordt onderscheid gemaakt tussen windhinder en windgevaar. De definitie van windhinder is het ondervinden van hinder door wind. Dit zal bij een gemiddeld persoon gebeuren wanneer de lokale uurgemiddelde windsnelheid meer dan 5 m/s bedraagt. Windgevaar is het optreden van een dergelijk hoge windsnelheid waarbij in ernstige mate problemen optreden bij het lopen, zoals evenwichtsverlies, waardoor het onmogelijk wordt zich staande te houden of zich lopend voort te bewegen. Windgevaar vindt vooral tijdens vlagen plaats. Dit fenomeen wordt vanwege de benodigde rekenkracht en conform de norm, niet gemodelleerd in een tijdsafhankelijke berekening, maar in een aanvulling op de statistische windhinderanalyse. Hier wordt aangenomen dat windgevaar optreedt als de uurgemiddelde lokale windsnelheid meer dan 15 m/s bedraagt.
Tabel 2.1: Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windhinder Activiteiten
Overschrijdingskans (%) (Lokaal windsnelheid > 5 m/s) (van het aantal uren per jaar)
Kwaliteitseis
<2.5%
Doorlopen
Slenteren
Langdurig zitten
A
Goed
Goed
Goed
2.5 - 5%
B
Goed
Goed
Matig
5 - 10%
C
Goed
Matig
Slecht
10 - 20 %
D
Matig
Slecht
Slecht
> 20%
E
Slecht
Slecht
Slecht
Tabel 2.2: Eisen voor de beoordeling van het lokale windklimaat voor windgevaar
NEN 8100:2006 geeft een indeling voor windhinder naar kwaliteitsklassen. Deze indeling is terug te vinden in tabel 2.1. Aan de hand van de kans op overschrijding van de grenswaarde voor windhinder wordt bepaald in welke klasse een locatie valt. Afhankelijk van het gebruiksdoel van de locatie wordt een bepaalde klasse gekarakteriseerd als goed, matig of slecht.
Overschrijdingskans (%) (Lokaal windsnelheid > 15 m/s) (van het aantal uren per jaar)
Kwaliteitseis
0.05 - 0.30 %
Beperkt risico
> 0.30%
Gevaarlijk
Tabel 2.2 toont de indeling en kwalificatie voor de kans op windgevaar op vergelijkbare wijze als voor windhinder wordt gedaan. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor activiteiten ‘Slenteren’ en ‘Langdurig zitten’ zelfs een beperkt risico al onacceptabel is. Voor deze activiteiten geldt dat enkel p≤0.05 acceptabel is. Een gevaarlijk windklimaat moet te allen tijde worden vermeden. Toetsing vindt plaats op een hoogte van 1,75 m boven het grondoppervlak.
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
2
3 Opzet van de berekening Figuur 3.1: Impressie van het model
Voor een overzicht van de instellingen bij de berekening wordt verwezen naar het inlegvel uit de NEN 8100:2006, welke is toegevoegd in bijlage A.
3.1 Software
De berekening is uitgevoerd met behulp van OpenFOAM v2112, een softwarepakket dat bedoeld is voor het oplossen van problemen in de continuüm mechanica en thermodynamica. Voor dit project is “simpleFoam” gebruikt. Deze solver is gebaseerd op de incompressibile Reynolds-Averaged Navier-Stokes (RANS) vergelijkingen en houdt rekening met turbulentie. Turbulentie is gemodelleerd gebruik makend van het k-ω SST model.
3.2 Geometrie en rekenrooster
(a) Overzicht, vanuit het zuiden
De geometrie van het model is gebaseerd op het verkregen 3D-model van de opdrachtgever en openbare hoogtedata van het gebied. Het model omvat alle gebouwen binnen een straal van minimaal 300 meter. Dit betreft de situatie na toevoeging van alle nieuwbouw, zoals weergegeven in figuur 3.1. Daarnaast wordt de bestaande en toekomstige vegetatie in het plangebied meegenomen om een jaargemiddeld resultaat te verkrijgen waarin zowel een situatie met bladdragende
als bladloze vegetatie wordt beschouwd. Voor de toekomstige vegetatie is hierbij de indeling aangehouden zoals deze is getoond in het stedenbouwkundig plan (1649-Stedenbouwkundigplan 20220602 - concept). De omliggende bebouwing is als eenvoudige massa’s weergegeven. Rond dit gebied is een cilindervormig domein geplaatst met een doorsnede van 3 000 m en een hoogte van 500 m. Het plangebied is centraal in dit domein geplaatst, zodat hier verschillende windrichtingen op kunnen worden toegepast zonder dat het voorof achtergebied te klein wordt. De ruwheid van het voorland is afgestemd op de werkelijke situatie conform NPR 6097:2006.
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
(b) Close-up, vanuit het zuidoosten
3
Figuur 3.2: Impressie rekengrid
500 m
Het luchtvolume in de hierboven omschreven geometrie is vervolgens opgedeeld in een groot aantal kleine volumecellen. Deze cellen tezamen vormen het rekenrooster voor onderhavige situatie (figuur 3.2). Dit rooster bestaat uit 29 781 329 cellen. Over het grondoppervlak en de bebouwing zijn vijf lagen prisma’s geplaatst. Deze prismalaag zorgt voor een betere berekening van de snelheidsgradiënten in de grenslagen.
3.3 Aannames en randvoorwaarden
Om inzicht te krijgen in het windklimaat is de gehele windroos doorgerekend, te weten 12 windrichtingen. Er is aangenomen dat de atmosferische grenslaag een snelheidsprofiel heeft volgens vergelijking 3.1 en 3.2. Hierin is Un de horizontale windsnelheid, z de hoogte vanaf het maaiveld, en z0 een ruwheidslengte. De ruwheidslengte is een maat voor de ruwheid van het terrein. Verder geldt dat k = 0,41. Deze empirische constante is gerelateerd aan het modelleren van grenslagen.
(a) Overzicht, vanuit het zuiden
3000 m
(b) Close-up, vanuit het zuidoosten
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
4
Ook de turbulente grootheden k en ω verlopen volgens een voorgeschreven profiel, zoals aangegeven in vergelijking 3.3 en vergelijking 3.4. Hierin heeft Cμ de waarde 0,09. Deze empirische constante komt voort uit het gebruikte turbulente model (k-ω SST).
Figuur 3.3: Visualisatie van de windstatistiek conform NPR 6097:2006 welke is gebruikt bij de bepaling 20 van windhinder en windgevaar
Windroos: relatieve wind verdeling 0° (N)
330° (NNW)
30° (NNO)
18
Windroos: relatieve wind verdeling 20% 300° (WNW)
(NNO)
5%
300° (WNW)
15%
60° (ONO)
90° (O)
10% 5%
270° (W)
90° (O)
240° (WZW)
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
14 18
20%
120° (OZO) 240° (WZW)
210° (ZZW)
210° 180° (ZZW) (Z)
150° (ZZO) 180° (Z)
120° (OZO) 150° (ZZO)
12 16 10 14 8 6
12 10 8
4 6 2 4 0 2 0
5
wind snelheid [m/s]
Vervolgens wordt de windstatistiek conform NPR 6097:2006 gecombineerd met de berekende versterkingsfactor, zodat voor elke windsnelheid op een locatie een overschrijdingskans kan worden bepaald van verschillende windsnelheden. Deze overschrijdingskans wordt vervolgens getoetst aan de gewenste kwaliteitsklasse om te bepalen of er een comfortabel windklimaat kan zijn. Een visualisatie van de lokale windstatistiek als windroos en als frequentieverdeling van de windsnelheid op 60 m hoogte is weergegeven in figuur 3.3.
270° (W)
10%
16 20
60° 15% 30° (ONO)
wind snelheid [m/s]
Voor de berekeningen is een referentie windsnelheid Uref van 5 m/s op een hoogte van 60 m opgegeven. Hierbij is een atmosferisch grenslaagprofiel toegepast. Voor de 12 windrichtingen die in beschouwing zijn genomen wordt een resulterend snelheidsveld bepaald. Hiermee is voor elke locatie per windrichting de versterkingsfactor ten opzichte van de opgelegde referentie windsnelheid vastgelegd.
330° (NNW)
0° (N)
4 Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten voor windhinder en windgevaar ter plaatse van de openbare buitenruimte weergegeven conform NEN 8100:2006. De resultaten worden weergegeven op horizontale doorsneden op 1,75 m boven maaiveld. Figuur 4.1 t/m 4.3 tonen de jaargemiddelde resultaten. Als richtwaarden voor het windklimaat wordt het volgende aangehouden: • Op locaties met voor voetgangers een verkeersfunctie dient windhinder bij voorkeur klasse A, B of C te zijn. Klasse D biedt een matig niveau. Klasse E biedt een slecht niveau en dient vermeden te worden; • Op locaties die gezien kunnen worden als verblijfsgebied voor voetgangers, bijvoorbeeld een winkelstraat of park dient windhinder bij voorkeur klasse A of B te zijn. Klasse C biedt een matig niveau en klassen D en E bieden een slecht niveau. Deze twee hoogste klassen dienen op deze locaties vermeden te worden; • Ter plaatse van gebouwentrees dient bij voorkeur klasse A behaald te worden. Klasse B biedt een matig niveau. Klassen C, D en E bieden een slecht niveau en dienen vermeden te worden op deze locaties; • Windgevaar dient bij voorkeur voorkomen te worden. Een beperkt risico kan lokaal geaccepteerd worden. Het windklimaat rondom de ontwikkeling kan als overwegend kalm omschreven worden en kenmerkt zich door windklassen A t/m C. Ook is er één enkele zone waargenomen waar klasse D geldt, zie figuur 4.1.
Het windklimaat in de Molukkenstraat, de Floresstraat en in de Obistraat kan als kalm omschreven worden en kenmerkt zich door windklassen A en B. Deze klassen zijn geschikt voor alle voetgangersactiviteiten, zie figuur 4.2.
Aan de kade van de Spaarne heersen relatief windrijkere condities die zich kenmerken door windklasse C. Windklasse C is geschikt om doorheen te lopen en te slenteren. Er wordt aangenomen dat de condities welke hier gekenmerkt worden door windklasse C, reeds aanwezig zijn en dat de nieuwbouw hier slechts een marginaal aandeel in heeft. Nabij de zuidelijke hoek van de ontwikkeling (Blok H) heersen windcondities die gekenmerkt worden door klasse B en C. Er wordt in deze hoek een entree voorzien. Om een goed windklimaat ter hoogte van deze entree te kunnen garanderen wordt geadviseerd de entree te verplaatsen richting de zijde van blok H in de Floresstraat zodat de entree in een kalm klasse A gebied komt te liggen. Anderzijds kan er voor gekozen worden om de entree in de hoek te behouden, maar deze circa een halve meter in de gevel te plaatsen om zo een luwte te creëren waardoor men comfortabel gebruik kan maken van de entree. De overige entrees van de ontwikkeling liggen in windluwe gebieden die een comfortabel klimaat bieden voor beoogd gebruik. In de doorgang tussen blokken D&E en E&F heersen windcondities die gekenmerkt worden door klassen B en C. Indien het gewenst is om de activiteit langdurig zitten te realiseren in de zones met klasse C (plaatsing bankjes) wordt aanbevolen om aanvullende maatregelen te treffen.
In de doorgang onder blok G, tussen blokken E&H, heersen relatief windrijke condities die zich kenmerken door windklassen B t/m D. De condities welke gekenmerkt worden door klasse D zijn enkel geschikt om doorheen te lopen. In het geval er wordt voorzien dat men hier zal gaan slenteren worden er in hoofdstuk 5 maatregelen voorgesteld ten einde het windklimaat te verzachten. Indien het gewenst is om de activiteit langdurig zitten te realiseren in de zones met klasse C (plaatsing bankjes) wordt aanbevolen om aanvullende maatregelen te treffen. In het plangebied geldt geen risico op windgevaar in de openbare buitenruimte, zie figuur 4.3.
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
6
Figuur 4.1: Windhinder op voetgangersniveau
Obis
traa
ewe g
F
B
Mol
E C
C
ne
D
Spa ar
A
ams
ukke
A
Spa arnd
nstr aa
t
t
H Flo
res s
traa
t
N
Windhinder - Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid A
% dagen/jaar
B
2.5 9
C
5 18
E
D
10 36.5
20 73
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
7
Figuur 4.2: Windhinder beoordeling per activiteit
Obis
Obis
traa
traa
traa
t
Flo
res s
traa
t
(a) Beoordeling jaargemiddelde resultaat voor activiteit doorlopen
N
t
Mol uk
kens traa t
Flo
res s
nda N
traa
t
(b) Beoordeling jaargemiddelde resultaat voor activiteit slenteren Goed
Matig
Spa ar
Spa ar
Spa ar
nda
nda
mse weg
Mol uk
mse weg
Mol uk
kens traa t
kens traa t
t
mse weg
Obis
Flo
res s
N
traa
t
(c) Beoordeling jaargemiddelde resultaat voor activiteit langdurig zitten
Slecht
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
8
Figuur 4.3: Windgevaar op voetgangersniveau
Obis
traa
ewe g
F
B
Mol
E C
C
ne
D
Spa ar
A
ams
ukke
A
Spa arnd
nstr aa
t
t
H Flo
res s
traa
t
N
Windgevaar - Overschrijdingskans 15 m/s drempelsnelheid Geen risico
% dagen/jaar
0.05 0.2
Beperkt risico
Gevaar
0.3 1
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
9
5 Aanvullende maatregelen Figuur 5.1: Stroomlijnen bij wind uit het WZW nabij doorgang blok G
Door bij de individuele windrichtingen naar de overschrijdingskans te kijken kan worden afgeleid dat de wind uit het westzuidwesten en westen een sterke invloed hebben op de windcondities op voetgangersniveau in de doorgang onder blok G (zie bijlage C). Door de stromingen uit deze richtingen verder te analyseren wordt duidelijk hoe het algemene stromingsveld zich rondom het bouwvolume van blokken G&H vormt en welke invloed dit heeft op de windcondities op de openbare buitenruimten. In figuur 5.1 worden de stroomlijnen getoond voor de wind die vanuit het westzuidwesten door het D-klasse gebied in de doorgang onder blok G stroomt. De wind stroomt over de relatief lage omgevingsgebouwen heen en komt vervolgens in contact met blok H waarna de wind richting de doorgang wordt geleid. Nabij de hoek van blok H versnelt de wind als gevolg van een hoekversnelling wat uiteindelijk resulteert in de windrijke condities op voetgangersniveau in de doorgang.
zicht vanuit het noordwesten
G
H
E
Om de windrijke condities te verzachten kan men ervoor kiezen gebruik te maken van een windscherm van circa 6 m hoog en 4 m breed, zie figuur 5.2. Door gebruik te maken van een scherm kan de wind moeilijker de hoek om versnellen en zal deze uiteindelijk met een lagere snelheid door de doorgang stromen. Anderzijds kan er gekozen worden voor de plaatsing van extra vegetatie in de vorm van een boom, zie figuur 5.3. Deze boom kan ervoor zorgen dat de wind die nu met blok H in contact komt eerst afgeremd wordt alvorens deze de hoek bereikt. Dit kan uiteindelijk het windklimaat in de doorgang verzachten.
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
10
Figuur 5.2: Mitigerende maatregelen: plaatsing windscherm (geel)
Figuur 5.3: Mitigerende maatregelen: plaatsing extra vegetatie
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
11
6 Conclusie Onderhavige rapportage omschrijft een windstudie uitgevoerd door Actiflow B.V. waarin het effect van de realisatie van het project BLOOM aan de Spaarndamseweg te Haarlem-Noord inzichtelijk is gemaakt met betrekking tot het windklimaat op de openbare buitenruimten. Deze studie is uitgevoerd conform NEN 8100:2006. De resultaten hebben het volgende laten zien: • Rondom de ontwikkeling heersen overwegend kalme condities die zich kenmerken van windklassen A t/m C; er is ook één zone gevonden waar windklasse D geldt. • In de Molukkenstraat, de Floresstraat en in de Obistraat heersen kalme windcondities gekenmerkt door windklassen A en B. Aan de kade van de Spaarne heersen relatief windrijkere condities die gekenmerkt worden door klasse C. • Tussen blokken D&E en E&F heersen windcondities die gekenmerkt worden door windklassen B en C. Indien het gewenst is om de activiteit langdurig zitten te realiseren in de zones met klasse C (plaatsing bankjes) wordt aanbevolen om aanvullende maatregelen te treffen. • In de doorgang onder blok G heersen windcondities die gekenmerkt worden door windklassen C en D. Klasse D biedt een slecht klimaat om te slenteren. Er zijn maatregelen voorgesteld welke indien gewenst kunnen worden toegepast ten einde het windklimaat te verzachten. • Rondom de ontwikkeling is geen kans op windgevaar waargenomen.
Bij de keuze voor verdere maatregelen die genomen dienen te worden en het beoordelen van hun effectiviteit kan Actiflow B.V. geraadpleegd worden.
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
12
Algemeen
A Inlegvel NEN 8100:2006
Rekenrooster
NEN 8100:2005
Turbulentiemodellering
Technisch inlegvel numerieke simulatie
Convectieve differentieschema's Randvoorwaarden Instroomprofiel Uitlaat Boven-/Zijwanden Vloer/bodem Overige
Project Projectnaam Opdrachtgever Projectleider Datum Model Omvang gemodelleerd gebied
Projectgegevens BLOOM VORM Ontwikkeling B.V. ing. Marc Koops 16/08/2022 Algemene gegevens van het model Bebouwing 300 m rondom ontwikkeling
Kerngebied
BLOOM, Spaarndamseweg, Floresstraat, Molukkenstraat, Obistraat
Omgeving Afmetingen model Blokkeringsgraad Gemodelleerd groen Onderzochte windrichtingen (minimaal 12 over de windroos) Onderzochte configuraties Computeropstelling
Omgeving in massa's straal kerngebied=300m straal buitengebied=1500m <2% Bomen en struiken: poreuze zone
Programmatuur
Algemeen
Rekenrooster Turbulentiemodellering Convectieve differentieschema's Randvoorwaarden Instroomprofiel Uitlaat Boven-/Zijwanden Vloer/bodem Overige
windhinder en windgevaar Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur FVM (eindige volume methode) FEM (eindige elementen methode) anders Programmatuur: OpenFOAM Versie: v2112 drie-dimensionaal tijd-onafhankelijk isothermisch passieve scalars twee-dimensionaal tijd-afhankelijk thermisch actieve scalars Overige:
tijd-onafhankelijk tijd-afhankelijk
isothermisch thermisch
Hybride ongestructureerd: tetraëders mesh met prismalaag. 29 781 329 cellen bestaande situatie k-omega-SST Snelheidscomponenten: linearUpwindV Turbulente grootheden: limitedLinear1 Scalaire variabelen: n.v.t. Gebruikte randvoorwaarden Logaritmische atmosferische grenslaag, z0 = 1,6 m Druk-uitlaat Slip-wanden No-slip, ruwe wand No-slip, ruwe wand
Gegevensverwerking en -beoordeling informatie voor locatie en berekening windklimaat Amersfoortse coördinaten van de locatie Toegepaste eisen
12 2x (vegetatie bladloos/in blad)
Versie: v2112 drie-dimensionaal passieve scalars twee-dimensionaal actieve scalars Overige:
Voor comfort Doorlopen Slenteren Zitten Regionale correctie Voor gevaar
Gepresenteerde resultaten
X:104836 VDR m/s
Y:490260 Overschrijdings-kans Gewenste kwaliteits-klasse %
Beoordeling
p (VLOK > VDR;H) 5.0 5.0 5.0 n.v.t.
A, B, C, D A, B, C A, B n.v.t.
< 20 < 10 <5 n.v.t.
Goed Goed Matig n.v.t.
15 n.v.t. 0,05 < p < 0,30 beperkt risico 15 n.v.t. p ≥ 0,3 gevaarlijk Windhindercontouren en klassenindeling, windgevaarcontouren
Opmerkingen en eventuele conclusies van proefoverschrijdend belang
Hybride ongestructureerd: tetraëders mesh met prismalaag. 29 781 329 cellen bestaande situatie k-omega-SST Snelheidscomponenten: linearUpwindV Turbulente grootheden: limitedLinear1 Scalaire variabelen: n.v.t. Gebruikte randvoorwaarden Logaritmische atmosferische grenslaag, z0 = 1,6 m Druk-uitlaat Slip-wanden No-slip, ruwe wand No-slip, ruwe wand
Gegevensverwerking en -beoordeling informatie voor locatie en berekening windklimaat Amersfoortse coördinaten van de locatie Toegepaste eisen
X:104836 VDR
Y:490260 Gewenste
Overschrijdings-kans
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar Beoordeling
13
B Windhinder en windgevaar: situatie bladdragend en bladloze vegetatie, en jaargemiddeld Gemiddeld resultaat
N
N N
Windhinder - Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid A
% dagen/jaar
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
B
2.5 9
C
5 18
E
D
10 36.5
20 73
14
B Windhinder en windgevaar: situatie bladdragend en bladloze vegetatie, en jaargemiddeld Gemiddeld resultaat
N
N N
Windgevaar - Overschrijdingskans 15 m/s drempelsnelheid Geen risico
% dagen/jaar
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
0.05 0.2
Beperkt risico
Gevaar
0.3 1
15
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑ BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
16
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
↑
↑
Wind
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
17
Wind
Wind
↑
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen ↑
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
18
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑
BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
19
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑ BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
20
C Overschrijdingskans 5 m/s drempelsnelheid voor individuele windrichtingen Wind
Wind
↑
↑ BLOOM te Haarlem - CFD-studie windhinder en windgevaar
21
Actiflow BV Tramsingel 1, 4814 AB Breda +31 (0)76 5422 220 contact@actiflow.com www.actiflow.nl
BLOOM te Haarlem
Auteur(s): ir. Shirin Masoudi
AFR - 7269
Bezonningsstudie
Controlleur: ing. Marc Koops
Versie 1.0
Datum: 19/08/2022
©2022 Actiflow BV
Inhoudsopgave
1
Inleiding
2
‘Lichte‘ TNO bezonningsnorm
3
Resultaten
4
Conclusie
A
Hoeveelheid direct zonlicht op elk meetpunt
BLOOM te Haarlem - Bezonningsstudie
i
1 Inleiding Dit rapport beschrijft een bezonningsstudie uitgevoerd door Actiflow B.V. in opdracht van VORM Ontwikkeling B.V. voor het project BLOOM te Haarlem. Deze studie heeft tot doel de bezonning in de huidige en de toekomstige situatie te analyseren om zo inzichtelijk te maken hoe de inpassing van de nieuwbouw de nabije omgeving zal beïnvloeden.
Flo res str
aat
Spaa rne
Molu kken straa t
Obis traa t
Spaa rnda mse weg
De bezonnigsstudie in deze rapportage volgt de richtlijnen uit de ‘lichte‘ TNO-norm en analyseert het verschil in direct zonlicht wat wordt ontvangen door de omliggende gebouwen tussen de bestaande en toekomstige situatie op de referentiedag 19 februari.
Atjeh straa t
Het project is gelegen op een momenteel lege kavel langs de rivier de Spaarne (figuur 1.1). Het project bestaat uit een complex van meerdere gebouwen van verschillende hoogte waarvan de hoogste circa 32 m bereikt (figuur 1.2).
Figuur 1.1: Locatie van het project
N
Figuur 1.2: Impressie van de toekomstige situatie
N
BLOOM te Haarlem - Bezonningsstudie
2
2 ‘Lichte‘ TNO-bezonningsnorm Onderhavige studie is uitgevoerd conform de ‘lichte’ TNO-norm zoals omschreven in het TNO-rapport ‘Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving‘. Deze norm stelt dat de woonkamers van de omliggende gebouwen tenminste 2 bezonningsuren per dag dienen te hebben in de periode van 19 feb.- 21 okt. Het zonlicht wordt te midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam gemeten. In onderhavige studie is, in lijn met best-practice, enkel 19 februari beschouwd als worstcase en dus maatgevend. In figuur 2.1 is het pad geïllustreerd dat de zon op deze dag volgt. Hierin is zichtbaar dat de zon om 7u48 opkomt en ondergaat om 18u02.
Figuur 2.1: Zonnepad op 19 februari in Haarlem.
0° Feb 19
Zonsopkomst
Meridiaan
07:48 107° OZO
Bron: www.timeanddate.com
Zonsondergang
12:55 180° Z
18:02 253° WZW
Er is een schaduwanalyse uitgevoerd om te bepalen welke van de omgevingsgebouwen een reductie in zonlicht zullen ervaren na de plaatsing van de nieuwbouw. De resultaten worden in figuur 2.2 getoond. De huizen met de onderstaande adressen worden beïnvloed door de plaatsing van de nieuwbouw:
BLOOM te Haarlem - Bezonningsstudie
kken
sew eg ndam Spaa r
Deze studie vertegenwoordigt echter een vereenvoudiging van de ‘lichte’ TNO-norm. Het meetpunt bevindt zich met name in de gevel en niet aan de binnenkant van het raam. Verder is er gekozen om bij de meeste huizen het meetpunt op 0,75 m boven de begane grond te plaatsen omdat de exacte locatie van het raam onbekend was. De positie van de meetpunten is geïllustreerd in figuur 2.3.
Molu
Atje h
De studie is daarom uitgevoerd op de voor- en achtergevels van deze huizen.
straa t
Obis traa t straa t
ͳ Spaarndamseweg 484 t/m 490 ͳ Obistraat 30 t/m 54 ͳ Molukkenstraat 2 t/m 52 & 1 t/m 53 ͳ Atjehstraat 84 t/m 96 & 87 t/m 97
Figuur 2.2: Schaduwen geworpen door het project op de omliggende gebouwen op 19 februari
N
3
Figuur 2.3: Meetpunt op een hoogte van 0,75 m in het midden van het raam van residentiële gebouwen.
97 53
96
84
52 30
Molu
1
nd
r Spaa 490 484
ist Ob
raat t s n kke
54
54
t raa
484
490
eg w e s am
t straa
30 52 53
nd
r Spaa
2
ist Ob
t raa
2
eg w e s am
kken u l o M
84 aat r t s h Atje
96 97
N
BLOOM te Haarlem - Bezonningsstudie
1
87
N
87 aat str h e j t A
4
3 Resultaten Figuren 3.1 en 3.2 geven een overzicht van de bezonningsuren op de gevels van de geanalyseerde omgeving in de bestaande en toekomstige situatie. De resultaten tonen dat het projectgebouw een grotere invloed heeft op de woningen die in de directe nabijheid van het gebouw staan, bovendien heeft het projectgebouw geen invloed op de westelijke gevels van de gebouwen in de Molukkenstraat en de Atjehstraat. Dit geldt ook voor de noordgevels van de gebouwen in de Obistraat en de oostgevels van de gebouwen aan de Spaarndamseweg. Het aantal bezonningsuren is gevisualiseerd voor elke straat in figuren 3.3 t/m 3.8. Ook is het exacte aantal bezonningsuren per meetpunt in de tabellen in bijlage A uiteengezet. Figuur 3.3 toont de resultaten voor de woningen aan de Spaarndamseweg. Het aantal zonuren vermindert met ongeveer 2,5 uur op de westelijke gevels. Echter ligt het totaal aantal zonuren op de voor- en achtergevel ongeveer tussen de 5 en 9 uur. De geanalyseerde woningen krijgen daarom voldoende zonuren.
Het aantal zonuren van de gebouwen van nummers 1 t/m 53 in de Molukkenstraat variëren tussen de 3 en 7,5 uur (figuur 3.6). Het aantal zonuur vermindert meestal aan het hoogste deel van de gevel. Op geen enkel punt is er een verschil gemeten tussen het aantal zonuren van de bestaande en toekomstige situatie. Figuren 3.7 en 3.8 tonen de resultaten voor de huisnummers 84 t/m 96 en 87 t/m 97 in de Atjehstraat. Voor deze huizen vermindert het aantal bezonningsuren alleen aan het hoogste deel van de oostgevels. Het aantal bezonningsuren varieert tussen de bestaande en toekomstige situatie niet voor de meetpunten van deze gebouwen. De huizen met nummers 84 t/m 96 krijgen tussen de 6,40 en 7 uur direct zonlicht. Huisnummers 87 t/m 97 krijgen een totaal van 6:25 aan direct zonlicht.