CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221397822 1 Uitkomsten onderzoek depotgebouw culturele instellingen

commissie Ontwikkeling 22 juni 2023, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.15 uur Uitkomsten onderzoek depotgebouw culturele instellingen (DL)3.923 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opinienota

Onderwerp Uitkomsten onderzoek depotgebouw Haarlem Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2022/1397822 Loenen, D. van 4.2 Economie, toerisme en cultuur ECDW Böhne, B. 023-5114852 bbohne@haarlem.nl Het Noord-Hollands Archief (NHA) groeit uit haar voegen en is al enige tijd op zoek naar extra archiefruimte. Hun uitbreidingsbehoefte kwam tegelijk met de depotbehoefte van het Frans Hals Museum (FHM) en Archeologie. Daarom initieerde NHA in 2020 een eerste verkenning voor een gezamenlijk depot. Het NHA bewaart archieven van diverse overheden en organisaties. Voor de archeologische collectie en kunstcollectie in beheer bij het FHM is de gemeente als eigenaar primair verantwoordelijk. Om de collecties van onze stad goed te kunnen bewaren, zijn de mogelijkheden voor een nieuw gezamenlijk depotgebouw onderzocht. Met deze opinienota informeert het college de commissie over de uitkomsten van het onderzoek. Het onderzoek gaat in de basis over de depotbehoefte van FHM, Archeologie en het NHA. Secundair zijn de uitbreidingsbehoeften meegenomen van Museum van de Geest, Teylers Museum en de gemeente Velsen. Op basis van het programma van eisen is gezocht naar geschikte kavels en/of gebouwen die voldoende groot zijn voor een gebouw van circa 18.000 m2 bvo. Binnen Haarlem bleek alleen het Joh. Enschede gebouw voldoende groot voor een depotgebouw voor alle partijen. De geraamde kosten voor aankoop en renovatie tot depot zijn op hoofdlijnen geraamd en komt uit op circa € 69 miljoen.

Andere varianten van een gezamenlijk depot leiden tot minstens even hoge geraamde kosten. Het gevolg is een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse lasten voor alle partijen ten opzichte van de huidige situatie. Logisch omdat er meer ruimte wordt afgenomen dan in de huidige situatie en deze ruimte ook van een kwalitatief hoogwaardiger niveau is. Aangezien deze geprognotiseerde lasten te hoog zijn voor (onder andere) het NHA, is de realisatie van een gezamenlijk depot niet haalbaar. Binnen de varianten is gerekend voor nieuwbouw en bestaande bouw. Waarbij het inrichten van bestaande bouw tot depot weinig tot geen financiële voordelen heeft ten opzichte van nieuwbouw. Het is niet de verwachting dat de grondprijs buiten

Kenmerk: 2022/1397822

1/10

Haarlem substantieel lager is, maar een locatie buiten Haarlem biedt wel meer ruimtelijke mogelijkheden. Gezien de hoge geraamde kosten, de onzekerheid in de bouwmarkt en de complexe financiële haalbaarheid van deze varianten onderzochten we drie aanvullende varianten. Daarbij is uitgegaan van huisvesting van alleen de primaire partijen FHM en Archeologie met een metrage van 5.300 m2 bvo. Voor NHA is alleen de uitbreidingsbehoefte naast de huidige locaties op de Kleine Houtweg en de Janskerk in twee varianten meegenomen. De kosten voor deze minimale variant bedragen circa € 23 miljoen en inclusief NHA € 34 miljoen. Behandelvoorstel voor commissie

Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie Ontwikkeling. Als onderdeel van de Informatienota Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum van 27 oktober 20202 informeerden wij de commissie over de depotontwikkeling. Daarin heeft het college aangegeven bij u terug te komen met een nota om aan de hand van verschillende scenario’s samen met de raad richting te kiezen en een voorkeursvariant te bepalen. Graag gaan we met u in gesprek over de conclusies uit het rapport. Bespreken we gehanteerde uitgangspunten, de uitgewerkte varianten en mogelijke aanvullingen hierop, de financiering en de deelnemende partijen. En vragen we u ons richting te geven voor het vervolg middels deze vragen: 1) Concentreert het vervolg zich alleen op de depotbehoefte FHM en Archeologie waarvoor gemeente Haarlem verantwoordelijk is? 2) Welke kaders zijn daarbij essentieel om te behouden en waar zit de ruimte? 3) Is het van belang dat een eventueel depot in Haarlem komt of kan het depot ook buiten de stad komen? Door de beantwoording van deze vragen willen we gezamenlijk het vraagstuk trechteren van het ideale scenario voor een gezamenlijk depot naar een haalbare variant.

Relevante eerdere besluiten

Voorafgaand aan bespreking in de commissie vindt op donderdag 15 juni een werk sessie plaats.  Informatienota ‘Exploitatie, onderhoud en collectiebeheer Frans Hals Museum – plan van aanpak 2022’ (2022/32483) in commissie ontwikkeling 3 februari 2022  Informatienota ‘Exploitatie en huisvesting Frans Hals Museum’ (2022/1311888) in commissie ontwikkeling 27 oktober 2022

Kenmerk: 2022/1397822

2/10

Besluit College d.d. 30 mei 2023

1. Het college stelt de opinienota aan de commissie vast. de secretaris,

de burgemeester,

Inleiding In oktober 2022 is met de commissie Ontwikkeling gesproken over het lopende onderzoek naar een geschikte locatie voor het depotgebouw. Het beoogde depotgebouw is om de collecties van Archeologie (onderdeel gemeente/Erfgoed), Frans Hals Museum (FHM) en Noord-Hollands Archief (NHA) adequaat te bewaren. Op dit moment schieten de depotvoorzieningen kwalitatief en/of kwantitatief tekort. Dat geldt in meer of mindere mate ook voor Museum van de Geest, Teylers Museum en (de kunstcollectie van) de gemeente Velsen, die tevens zijn meegenomen in dit onderzoek. Hoe alle partijen samen te huisvesten en of dat haalbaar is, was één van de belangrijkste vragen. Toornend Partners heeft eerder de ruimtebehoefte in kaart gebracht en een gezamenlijk programma van eisen opgesteld. De raad is hier in oktober 2022 ook over geïnformeerd. Vervolgens is voor het onderzoek naar een nieuw depotgebouw het volgende proces doorlopen: 1. Procesopdracht is akkoord bevonden. Het doel is om te onderzoeken om met meerdere partijen een cultuurdepot te realiseren, een geschikte locatie te vinden en de financiële consequenties op hoofdlijnen in beeld brengen; 2. Locatieonderzoek opgesteld. Op basis van het rapport van Toornend is gezocht naar geschikte kavels en/of gebouwen die voldoende groot zijn voor een gebouw van circa 18.000 m2. Het locatieonderzoek vindt u in bijlage 1.

In dit onderzoek zijn meerdere locaties in Haarlem en één in Cruquius in beeld gebracht en getoetst of deze geschikt zijn voor een depot; 3. Ruimtelijke en financiële analyse opgesteld door BRINK. In deze analyse worden vijf mogelijke varianten nader uitgewerkt op het vlak van financiën, ruimtelijke inpassing en bouwkundige mogelijkheden. Daarnaast wordt tevens de beheer situatie en de exploitatiekosten per variant in beeld gebracht. Het rapport van BRINK in bijlage 2; 4. Aanvullend op de analyse van BRINK zijn drie minimale varianten in beeld gebracht. In deze minimalere varianten gaan slechts drie van de zes partijen gebruik maken van het depotgebouw. Binnen deze 3 varianten is ook de meest minimale variant opgenomen. Waarbij alleen voor de twee partijen Frans Hals Museum en Archeologie - waarvan de collectie gemeentelijk eigendom is - wordt gebouwd. De uitkomsten van deze aanvullende varianten (6,7,8) vindt u in bijlage 3. 2. Kernboodschap Het Noord-Hollands Archief (NHA) initieerde in 2020 een eerste verkenning voor een gezamenlijk depot. Hun uitbreidingsbehoefte kwam tegelijk met de depotbehoefte van het Frans Hals Museum

Kenmerk: 2022/1397822

3/10

(FHM) en Archeologie. Het NHA bewaart archieven van diverse overheden en organisaties. Voor de archeologische collectie en kunstcollectie in beheer bij het FHM is de gemeente als eigenaar primair verantwoordelijk. Om de collecties van onze stad goed te kunnen bewaren, zijn de mogelijkheden voor een nieuw gezamenlijk depotgebouw onderzocht. Daartoe is een locatieonderzoek en een (financieel) haalbaarheidsonderzoek gedaan. Dit haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd door BRINK. Hun rapportage beschrijft de huidige situatie en onderzoekt vijf varianten. Daarnaast wordt in de financiële paragraaf de benodigde investeringen, alsmede de vertaling naar jaarlijkse exploitatielasten per partij in beeld gebracht. Ook heeft BRINK mogelijke organisatievormen uitgewerkt en tot slot een kwalitatieve analyse van de nieuwe situatie weergegeven. Voor het ideale scenario van een gezamenlijk depot hanteerden we onderstaande vijf uitgangspunten. Op basis van deze uitgangspunten zijn de onderzochte varianten bepaald. 1. Archeologie bij voorkeur geen zelfstandig depot omwille van de beperkte grootte, en wordt dus in combinatie met een andere partij(en) gehuisvest; 2. Archeologie bij voorkeur omwille van de bedrijfsvoering en intensieve samenwerking met vrijwilligers vestigen binnen Haarlem; 3.

Behoud van locatie Kleine Houtweg (eigendom Rijksvastgoedbedrijf) is een wenselijk scenario omwille van lage huurlasten en de huidige huisvesting van Stichting HART; 4. Het NHA heeft naast de Janskerk bij voorkeur één andere locatie: alle archieven uit de Kleine Houtweg gaan naar het nieuwe depotgebouw; 5. Museum van de Geest, Teylers Museum en gemeente Velsen niet als prioriteit meegenomen. Waar mogelijk ruimtebehoefte inpassen en financiële consequenties in beeld brengen. De ruimtebehoefte voor de partijen is in 2020 door Toornend in beeld gebracht. Zie onderstaande tabel. Op basis van het totaalmetrage is de zoektocht naar geschikte locaties gedaan.

Partij FHM Archeologie NHA Museum vd Geest Teylers Velsen TOTAAL

m2

%

4.181 1.243 9.968 2.260 565 113 18.330

23% 7% 54% 12% 3% 1% 100%

Bij centralisatie in een gezamenlijk depot is het mogelijk om ruimten met elkaar te delen en kan er een ruimte bespaard worden. Dat geldt met name voor werkruimten, logistieke ruimten en ondersteunende ruimten. Voor de individuele ruimtebehoefte van de partijen is uitgegaan van de door hen opgegeven metrages. Dat is kritisch bevraagd door BRINK en daarmee is er nog een efficiency slag gemaakt. Daarbij moet opgemerkt worden dat doorgaans een collectie groeit, en niet

Kenmerk: 2022/1397822

4/10

of nauwelijks afneemt. Ontzamelen (verkopen of afstoten) is begrensd door landelijke wet- en regelgeving. Met het hanteren van bovenstaande uitgangspunten en metrage is in eerste instantie gekeken naar een gezamenlijk depot voor alle partijen in Haarlem. Voor dit totale benodigde metrage van 18.000 m2 zijn de beschikbare locaties in Haarlem beperkt. Alleen het Joh. Enschede gebouw is voldoende groot en is derhalve onderzocht. Naast het scenario van alle partijen in dit gebouw, zijn varianten onderzocht waarbij partijen verdeeld zijn over twee locaties. Daarvoor kwamen het gebouw Kleine Houtweg en kavels in Haarlem en Cruquius in beeld. In totaal werkte BRINK vijf varianten uit waarin alle zes partijen zijn opgenomen en een sub variant (1a) voor drie partijen. Onderstaand een korte omschrijving per variant en de geraamde kosten voor realisatie: Variant 1) Eén depot voor 6 partijen  Gezamenlijke huisvesting in 1 bestaand gebouw: Joh. Enschede  FHM, NHA, Archeologie, Museum van de Geest, Teylers Museum, Velsen  Kosten € 69 miljoen Variant 1a) Eén depot voor 3 partijen in Joh. Enschede  FHM, NHA, Archeologie  Kosten € 66 miljoen Variant 2) Twee depots voor 6 partijen in bestaande bouw  Twee aparte locaties, beide in bestaande bouw: Joh.

Enschede en Kleine Houtweg  1) NHA en Museum van de Geest en 2) Archeologie, FHM, Teylers en Velsen  Kosten € 79 miljoen Variant 3) Twee depots voor 6 partijen in bestaande bouw en nieuwbouw  Twee aparte locaties: bestaande bouw Joh. Enschede en nieuwbouw  1) NHA en 2) Archeologie, FHM, Museum van de Geest, Teylers en Velsen  Kosten € 77,5 miljoen Variant 4) Twee depots voor 6 partijen in nieuwbouw  Twee aparte locaties: beide nieuwbouw  1) NHA en 2) Archeologie, FHM, Museum van de Geest, Teylers en Velsen  Kosten € 77,5 miljoen Variant 5) Twee depots voor 6 partijen in nieuwbouw en bestaande bouw  Twee aparte locaties: nieuwbouw en bestaande bouw Kleine Houtweg  1) NHA en Museum van de Geest en 2) Archeologie, FHM, Teylers en Velsen  Kosten € 75,5 miljoen

Kenmerk: 2022/1397822

5/10

Uit de reactie van NHA en Museum van de Geest op het rapport werd duidelijk dat de financiële consequenties van een nieuw gezamenlijk depot te groot zijn: deze verhoging van de jaarlijkse lasten kunnen zij niet opbrengen. En daardoor is een gezamenlijk depot voor alle partijen helaas niet haalbaar. Gezien de hoge geraamde kosten en de complexe financiële haalbaarheid van de vijf varianten onderzochten we drie aanvullende kleinere varianten. Bij deze drie varianten is uitgegaan van huisvesting van alleen de primaire partijen FHM en Archeologie. De uitbreidingsbehoefte van het NHA is daarbij in twee varianten meegenomen. Daarbij is in aanmerking genomen dat hun depotgebouw aan de Kleine Houtweg tegen gunstige voorwaarden van het Rijksvastgoedbedrijf wordt gehuurd en is van behoorlijke kwaliteit is.

De drie minimale varianten zijn: Variant 6) Eén depot voor 2 partijen in nieuwbouw  Eén locatie: nieuwbouw  FHM en Archeologie  Kosten € 23 miljoen Variant 7) Eén depot voor 3 partijen in nieuwbouw  Eén locatie: nieuwbouw  FHM, Archeologie en uitbreiding NHA  Kosten € 34 miljoen Variant 8) Twee depots voor 2 partijen in nieuwbouw en 1 partij in bestaande bouw  FHM en uitbreiding NHA in nieuwbouw  Archeologie in Kleine Houtweg (bij huidige NHA depot)  Kosten € 35,5 miljoen De voornaamste conclusies uit het rapport van BRINK en aanvullend onderzoek naar minimale varianten onderstaand. Gezamenlijk huisvesten van partijen is de meest aantrekkelijke variant: financieel meest gunstig, inhoudelijk versterkend en efficiënt in (ruimte)gebruik. De geraamde kosten voor één gezamenlijk depot in het gebouw Joh. Enschedé bedragen circa 69 miljoen euro. De andere vier varianten worden geraamd tussen de circa € 72 en € 78 miljoen euro. De gezamenlijke oplossing (variant 1) kent de laagste lasten van alle varianten. Dit komt in belangrijke mate door de voordelen van lagere gebruikerslasten (schoonmaak, verbruik, beveiliging, receptie). Het totaalbedrag aan kosten blijft in alle varianten hoog en hoger dan in de huidige situatie.

In het rapport worden de voordelen benoemd op het gebied van bedrijfsvoering, conserverings- en restauratiewerkzaamheden, fotografie en digitalisering van collectie onderdelen en collectiebeschrijving. Daarnaast zijn er verschillende maatschappelijke, immateriële voordelen van een centralisatie van de verschillende collecties in één gezamenlijk depot. Deze voordelen worden in belangrijke mate mogelijk bij de keuze voor variant 1, maar in mindere mate voor de andere varianten

Kenmerk: 2022/1397822

6/10

waarbij de partijen over twee locaties zijn verdeeld en daarmee wordt ingeboet op de kracht en synergie van samenwerking. Uit de huisvestingsanalyse in het rapport komt naar voren dat de meeste (ruimtelijke en inhoudelijke) synergie wordt behaald door zo veel mogelijk partijen samen te voegen op één locatie. Hiermee wordt een mogelijke besparing qua vloeroppervlakte mogelijk geacht van circa 950 m2 bvo. Locatie Joh. Enschedé is voldoende groot voor inpassing van alle partijen. Het totaal van 16.655 m2 bvo, dat vanuit het geoptimaliseerde programma nodig is voor variant 1, kan met de bouwkundige aanpassingen door het toevoegen van extra verdiepingsvloeren en optoppen van het Joh. Enschedegebouw worden ingepast. Combinatie van verwerven Joh. Enschedé en verbouwen Kleine Houtweg is kostbaar. Het Joh. Enschedegebouw is eigendom van een private partij. Deze partij heeft aangegeven open te staan om een deel van het gebouw te willen verkopen ten behoeve van het depot. De huidige locatie van het NHA aan de Kleine Houtweg is eigendom van het Rijksvastgoedbedrijf en wordt gehuurd. We consulteerden bedrijfsmakelaars en de afdeling Vastgoed om een reële inschatting van deze marktwaarde te doen. Het aankopen en verbouwen van beide locaties maakt de totale investering hoog.

Daarnaast geeft het RVB aan dat het gebouw aan de Kleine Houtweg ingevolge het Didam-arrest niet direct één op één mag worden verkocht aan de gemeente. Aanpassen van de Kleine Houtweg - om het gebouw passend te krijgen voor een depot voor FHM - is kostbaar. De eisen van het museum voor onder meer grote stukken in de collectie, vereisen grootschalige bouwkundige ingrepen. Bouwkosten geraamd op € 3.600 per m2 ipv € 3.000 per m2 vanwege veranderde markt, inflatie en stijging materiaalkosten. Het adviesrapport van Toornend (uit 2021) dat met u is gedeeld in januari 2022 ging nog uit van een vierkante meterprijs van € 3.000 per m2 kale bouwkosten. Anno 2023 is er sprake van een aanzienlijke stijging van de bouwkosten. BRINK rekent in zijn rapport met een bedrag € 3.600 per m2. Deze getallen zijn getoetst aan bouwprijzen in recente projecten en onderschrijven deze stijging. Deze stijging komt onder andere door de veranderende markt, inflatie en stijging materiaalkosten. Organisatievorm ‘Eigendom gemeente Haarlem’ is financieel aantrekkelijkst. De organisatievariant waarin de gemeente als eigenaar optreedt, leidt in alle gevallen tot de goedkoopste oplossing. Ten opzichte van een separate beheerstichting met projectfinanciering bespaart dit circa € 0,6 tot € 0,7 miljoen per jaar. Ten opzichte van het huren bij een commerciële derde partij scheelt dit € 2,2 tot 2,7 miljoen per jaar.

Na realisatie in alle varianten een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse lasten. Uit de resultaten komt naar voren dat het pro rata toegerekende kostenniveau voor de partijen FHM, NHA en Archeologie in alle varianten en modellen fors boven de huidige lasten ligt. Dit is op zichzelf niet onlogisch, omdat er (a) meer ruimte wordt afgenomen dan in de huidige situatie en (b)

Kenmerk: 2022/1397822

7/10

deze ruimte ook van een kwalitatief hoogwaardig niveau is. De kwaliteit van de huidige depots (en de daarvoor beschikbare budgetten) is daarom eigenlijk niet te vergelijken met de nieuwe situatie.  Voor FHM zijn de huidige lasten circa € 52.000. In de nieuwe situatie (variant 1) komen de lasten op € 1.423.000 per jaar.  Voor NHA zijn de huidige lasten circa € 621.000. In de nieuwe situatie (variant 1) komen de lasten op € 3.144.000 per jaar.  Voor Archeologie zijn de huidige lasten circa € 77.000. In de nieuwe situatie (variant 1) komen de lasten op € 423.000 per jaar. Aanvullend onderzoek naar minimale variant: lagere initiële investering van circa € 23 miljoen. Jaarlijkse lastenverhoging voor FHM en Archeologie blijft circa € 2 miljoen. BRINK onderzocht drie minimale varianten aanvullend op de reeds onderzochte vijf varianten. De huisvestingsbehoefte van de partijen Museum van der Geest, Teylers Museum en gemeente Velsen blijven in deze analyse dus buiten beschouwing. De investering in variant 6 bedraagt bijna € 23 miljoen. De investering in variant 7 bedraagt ruim € 34 miljoen. Door de extra verbouwing in Kleine Houtweg neemt de investering in variant 8 toe tot circa € 35,5 miljoen. Het kleine depotgebouw in variant 6 is per m2 duurder dan de centrale variant 1. De kosten voor de twee partijen (FHM en Archeologie) bedragen per jaar circa € 2 miljoen.

Ongeveer gelijk aan variant 1 voor het gezamenlijke depot. De lasten voor variant 1 t/m 5 variëren tussen de € 1,8 en € 2,25 miljoen). Voor de minimale varianten zijn kavels van 4.000 m2 in de Waarderpolder of Cruquius een optie. Uit het locatieonderzoek kwamen diverse kavels in Haarlem die mogelijk geschikt zijn voor de variant 6, 7 en 8. Daarnaast is ook voor deze varianten de kavel van Spaarne Werkt in Cruquius een optie. De benodigde omvang van de kavel is enigszins afhankelijk van de variant, we gaan uit van circa 4.000 m2. In de Waarderpolder is de kavel in de Noordkop mogelijk geschikt. Deze kavel is in eigendom van de gemeente en al enige tijd gereserveerd voor het depot, in afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek. Voor de varianten is gerekend met een grondprijs van € 350 per m2. Grondverwerving bij een kavel van 4.000 m2 bedraagt € 1,4 miljoen. Het is niet de verwachting dat de grondprijs buiten Haarlem substantieel lager is, maar een locatie buiten Haarlem biedt wel meer ruimtelijke mogelijkheden. Arbeidsplaatsennorm Waarderpolder wordt niet gehaald voor depot. Voor de Waarderpolder geldt een door de gemeente vastgelegde arbeidsplaatsennorm: elke 1.000 m2 gebouwd oppervlak moet plaats bieden aan 8 fte arbeidsplaatsen. Het depot haalt deze norm niet.

Er wel een aanzienlijk aantal mensen direct en indirect werkzaam zijn in het gebouw maar geen 40 tot 64 vaste arbeidsplaatsen (behorend bij 5.000 tot 8.000 m). Daarom zal - als een kavel in de Waardepolder de aangewezen plek is voor het depot - deze norm moeten worden losgelaten.

Kenmerk: 2022/1397822

8/10

Realisatie depotgebouw duurt minimaal vier jaar, afhankelijk van besluitvorming. Voor de planontwikkelingsfase wordt uitgegaan van een periode van drie jaar. Dit is indicatief en sterk afhankelijk van de gekozen variant. Ook is de planning afhankelijk van onder andere bestuurlijke besluitvorming, te kiezen contractvorm, aanbestedingstrajecten, kredietverlening gemeenteraad en marktomstandigheden. Voor de bouwtijd lijkt een periode van negen tot twaalf maanden reëel, afhankelijk van het nader uitwerken ontwerp, bouwsysteem en locatie. Op basis hiervan wordt voor de investeringskosten een prijsstijging van gemiddeld 3% per jaar meegenomen. Na oplevering van het gebouw duurt het nog enige tijd om de klimaatinstallaties goed in te regelen, voordat de collecties kunnen worden ingehuisd. Ook de inhuizing vergt enige tijd. Dit betekent dat sommige partijen gedurende het eerste jaar van ingebruikname te maken krijgen met dubbele lasten. Urgentie voor nieuwe huisvesting, vanuit partijen en voor ontwikkeling Korte Verspronckweg. De ontwikkelplanning van de nieuwe huisvesting heeft een zekere mate van urgentie voor verschillende partijen.

Niet alleen vanwege het gebrek aan kwaliteit en de matige bewaaromstandigheden van de huidige depots, maar in het specifieke geval van afdeling Archeologie ook vanwege de aanstaande sloop van hun locatie aan de Korte Verspronckweg 7-9 binnen drie tot vijf jaar om woningbouw te realiseren. Voor het FHM is de situatie zeer urgent: de huidige depotomstandigheden zijn ondermaats. Uit het inspectierapport van Helicon (2020) bleek dat de beheeromstandigheden in de verschillende depotlocaties verre van optimaal zijn. De locaties zijn compact ingericht (staan te vol), bevatten grotendeels geen brandcompartimentering, overige gepaste brandbescherming of waterverklikkers, hebben grote logistieke beperkingen door slechte toegankelijkheid, hebben weinig tot geen pest management (ongediertebestrijding) en hebben ondermaatse klimatologische omstandigheden. Het museum wijst op het risico van de huidige versnippering van de collectie over het grote aantal depotlocaties. Een nieuw depot is de oplossing voor deze problematische situatie. Door de collectie vanuit de huidige locatie HOF naar het nieuwe depot te verplaatsen komt ruimte vrij. Dat biedt de gelegenheid locatie HOF te renoveren. Met een ingrijpende renovatie kan het monumentale gebouw tot een duurzaam museum transformeren.

Daarnaast heeft het FHM de wens uitgesproken voor een unilocatie aan het Groot Heiligland, en de vrijgekomen (depot)ruimten in te zetten als tentoonstellingsruimte. 3. Consequenties Gezamenlijk depotgebouw voor alle partijen is voor de organisaties (te) kostbaar.  De benodigde investering voor een depotgebouw in de gezamenlijke variant is € 69 miljoen. De financiële consequenties voor de organisaties en de gemeente zijn groot. Elke partij reageerde op ons verzoek afzonderlijk op de rapportage van BRINK en de financiële consequenties voor hun organisatie. Daaruit blijkt dat een gezamenlijk depot voor het NHA en Museum van de Geest niet haalbaar is.

Kenmerk: 2022/1397822

9/10

Voor het FHM en Archeologie is de consequentie voor een gezamenlijk archief met alle partijen min of meer hetzelfde als een minimale variant voor hen twee. Voor de financiering zijn deze twee partijen afhankelijk van de gemeente. Het NHA onderzoekt opties voor alternatieve uitbreidingsmogelijkheden en op welke wijze de meerkosten - als gevolg van de uitbreiding - omgeslagen kunnen worden over de gebruikers en/of partners in de gemeenschappelijke regeling. De lasten voor de extra depotbehoefte van het NHA kunnen immers niet (alleen) aan de gemeente Haarlem worden toegerekend. Echter heeft NHA aangegeven dat de berekende lasten voor een gezamenlijk depot niet haalbaar is. NHA prefereert twee locaties boven uitbreiding met een derde locatie.

Overall kan geconcludeerd worden dat door de aanzienlijke financiële gevolgen een gezamenlijk depot voor alle partijen helaas geen haalbare kaart is. Daarnaast kunnen we concluderen dat in alle gevallen een nieuw depot een aanzienlijke verhoging van de jaarlijkse lasten voor alle partijen ten opzichte van de huidige situatie met zich meebrengt. Logisch omdat er meer ruimte wordt afgenomen dan in de huidige situatie en deze ruimte ook van een kwalitatief hoogwaardiger niveau is. Ook is de conclusie dat de kosten niet substantieel verlaagd kunnen worden door buiten Haarlem een depot te realiseren en ook het verschil tussen verbouw en nieuwbouw is beperkt. 4. Vervolg Met de input uit de bespreking gaat het college in gesprek met de partijen om de verwachtingen en (on)mogelijkheden voor het depotgebouw met hen te bespreken. Hierbij zal ook kritisch gekeken worden naar de mogelijkheden om de depotbehoefte verder te specificeren en bij te stellen. Er wordt een plan van aanpak met financiële onderbouwing voor het vervolg opgesteld. Dit plan van aanpak bespreekt het college idealiter begin 2024 in de commissie. 5. Bijlagen 1. Locatie onderzoek gemeente Haarlem geschikte locatie depotgebouw 11.000 – 18.000 m2 2. Rapport BRINK financiële haalbaarheid gezamenlijk en separaat depotgebouw zes partijen 3. Memo BRINK onderzoek aanvullende minimale varianten

Kenmerk: 2022/1397822

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12865464/1