20221394097 5 Bijlage 4 Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023
Tekst van het document
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
22
Wachtlijst en prioritering wachtlijst opvanglocatie dak- of thuisloze jongeren Voorrang op de wachtlijst is in principe niet mogelijk. Alle jongeren die op de wachtlijst staan verkeren in een noodsituatie waarbij zij geen toereikende, veilige vorm van huisvesting hebben. Het is in het belang van al deze jongeren dat de periode waarop zij op de wachtlijst staan zo kort mogelijk duurt. Het komt echter voor dat een situatie dusdanig schrijnend/onstabiel is dat een zo snel mogelijke plaatsing wenselijk is. Hiervan is sprake als de huidige situatie leidt tot een zeer groot risico: • op ernstige mate van fysieke of psychische verwaarlozing; • op suïcide of een zware vorm van automutilatie; • dat bij voorbaat aannemelijk is dat de veiligheid van een jongere of hotelgasten/personeel in het geding komt; • op hoge maatschappelijke kosten bij het vasthouden aan de wachtlijst. Bijvoorbeeld dat een jongere volledig uit zicht verdwijnt en niet meer in contact is met de hulpverlening. Of dat er een grote kans is dat een jongere gedetineerd raakt; • een cliënt een ex-bewoner is. Het kan voorkomen dat een jongere in de periode na de opvang een terugval heeft. Bijvoorbeeld als de vervolgplaatsing niet naar wens verloopt of het een slechte match blijkt te zijn.
Deze jongeren kunnen tot 6 maanden na het verblijf in de opvanglocatie met voorrang op de wachtlijst worden geplaatst, op voorwaarde dat zij de periode tot plaatsing in de woonvoorziening van herkomst kunnen overbruggen. Afwezigheid Afspraken termijn garantie op bed bij terugkeer na afwezigheid
Reden afwezigheid
Termijn garantie op bed na afwezigheid
Opname kliniek Detentie Verlof Vermist Schorsing
28 nachten 28 nachten 14 nachten 2 nachten* 28 nachten
* termijn geldt 2 nachten na constatering van vermissing Afspraken termijn openhouden traject Het traject stopt niet bij afwezigheid van de cliënt, maar blijft tijdelijk openstaan. Reden
Termijn openhouden traject
Opname kliniek Detentie Verlof Vermist Schorsing
28 dagen 28 dagen 14 dagen 14 dagen* 28 dagen
* termijn geldt 14 nachten na constatering van vermissing
De termijnen kunnen worden verlengd als dit in het belang is van het herstel van een cliënt. Dit is maatwerk.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
23
HOOFDSTUK 7 Schorsing en eenzijdige zorgbeëindiging vanuit de maatschappelijke opvang en het beschermd wonen 7.1 Sancties bij grensoverschrijdend gedrag voor cliënten binnen de maatschappelijke opvang en beschermd wonen 7.1.1 Sancties Cliënten die grensoverschrijdend gedrag vertonen, kunnen een sanctie opgelegd krijgen. Het kan gaan om een waarschuwing of tijdelijke schorsing van de locatie. Hierover zijn keten brede afspraken gemaakt met aanbieders. Met deze afspraken is gewaarborgd dat in elke opvanglocatie in de keten op dezelfde wijze wordt gereageerd op grensoverschrijdend gedrag. De afspraken zijn neergelegd in onderstaand tabel. De sancties gelden ook voor de ziekenboeg.
Lichte incidenten Sanctie: waarschuwing, of schorsing van maximaal 1 dag
Matige incidenten Sanctie: schorsing van maximaal 3 dagen
VERBALE AGRESSIE
OBJECT VAN AGRESSIE
FYSIEKE
Agressieve stemverheffing
Slaan op tafel
Maken van dreigende gebaren
Lichte overlast
Dreigend op iemand afkomen
Matige overlast
Gematigd vloeken
Ernstige incidenten
Objecten neergooien
Persoonlijke beledigingen
Tegen meubilair deuren etc. slaan, schoppen of spuwen
Razen Zeer grof vloeken
Sanctie: Schorsing van maximaal 1 maand, terugkeer op casusniveau beoordelen
Slaan met deuren
Schreeuwen Grof vloeken
Lichte dreigementen
Zware persoonlijke beledigingen
AGRESSIE
OVERIGE INCIDENTEN
Discriminatie Geluidsoverlast
Objecten breken
Vastgrijpen van kleding
Meubilair, ramen etc. kapot slaan of schoppen
Slaan, schoppen, haren uittrekken.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
Herhaaldelijke extreme overlast Herhaaldelijke discriminatie
24
Extreme incidenten Sanctie: Schorsing langer dan 1 maand, terugkeer op casusniveau beoordelen (bespreken in het OOZ)
Ernstige dreigementen
Banden leksteken
Eenmalige dreiging met wapens
Bekladden
Herhaaldelijk en opzettelijk uiten van zware beledigingen
De boel verbouwen
Dreigen met grof geweld c.q. wapens
Aanvallen waarbij Handel in lichte verwondingen drugs ontstaan Wapenbezit Diefstal
Brandstichting
Aanvallen waarbij ernstige verwondingen worden toegebracht
Structurele intimidatie
Structurele extreme overlast Herhaaldelijke handel in drugs Wapenbezit Diefstal
Het overzicht bevat richtlijnen voor de vorm van incidenten en hoe hiermee om te gaan. De voorbeelden van agressie zijn niet uitputtend, maar kunnen houvast bieden om te zien om wat voor soort incident het gaat. Ketenpartners die geen opvang bieden aan de cliënt, maar wel begeleiding bieden, kunnen in overleg met de beheerder van de opvang een schorsing uitspreken voor hun cliënt.
7.1.2 Tijdelijke schorsing Een tijdelijk schorsing is een uiterste sanctie. Een cliënt kan tijdelijk niet verblijven in de locatie van de aanbieder waar hij een plek heeft. Na de periode van de schorsing en na een terugkeergesprek met de aanbieder, kan cliënt weer terugkeren. Een schorsing van een week wordt ook wel time-out genoemd. Een tijdelijke schorsing kan een middel zijn om de veiligheid van personeel, cliënten en de omgeving te waarborgen of om de cliënt uit de vertrouwde omgeving te halen.
7.1.3 Time-outbed Volwassenen Voor cliënten uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen in Midden- en ZuidKennemerland zijn time-out bedden beschikbaar als cliënt tijdelijk de opvanglocatie niet meer mag betreden. De opvang op een time-outbed is sober (bed, bad en brood) en wordt geboden van 18.00 – 9.00 uur ’s ochtends. Een time-outbed is niet beschikbaar:
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
25
• •
in geval van crisis. In dat geval kunnen cliënten terecht in de reguliere daklozenopvang; indien met enige mate van zekerheid gesteld kan worden dat het gedrag (gevaar voor cliënten en personeel) waarvoor iemand is geschorst zich zal herhalen op de locatie met time-outbed.
De cliënt kan ook geschorst worden van een time-outbed bij bovengenoemde gedragingen of indien deze zich niet houdt aan de huisregels op de locatie van het time-outbed.
Jongeren Ook voor jongeren is er een tijdelijk time-out/crisisbed beschikbaar.
7.2 Eenzijdige zorgbeëindiging Voor de aanbieder van maatschappelijke opvang en het beschermd wonen geldt een maximale inspanningsverplichting voor de levering van adequate ondersteuning/zorg. Hieronder wordt verstaan: de inspanningen binnen de eigen organisatie, het organiseren van een passend ondersteuningsaanbod in de vorm van overbruggingsondersteuning of alternatieve ondersteuning bij een andere aanbieder. In uitzonderlijke situaties, kan het voorkomen dat een aanbieder geen mogelijkheden meer ziet tot het bieden van passende zorg (intern of extern) en voornemens is de zorg eenzijdig te beëindigen. Het beëindigen is alleen mogelijk om zwaarwegende redenen en slechts onder bijzondere omstandigheden. Eenzijdige zorgbeëindiging door aanbieder Van eenzijdige zorgbeëindiging door de aanbieder is sprake als de ingezette zorg door de aanbieder wordt stopgezet, zonder verzoek van de cliënt daartoe, terwijl de zorgvraag nog actueel en/of noodzakelijk is. Voorbeelden van zwaarwegende redenen zijn: • een ernstige mate van bedreiging of intimidatie die de situatie onwerkbaar maakt; • extreem fysiek en/of verbaal geweld door cliënt; • de persoonlijke veiligheid of de vrijheid van de zorgverlener of medecliënten is in gevaar.
Deze situatie kan ontstaan vanuit de cliënt maar ook vanuit de omgeving van de cliënt; • een onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie; • hygiënische omstandigheden die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de zorgverlener; • het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen door de aanbieder; • cliënt is niet gemotiveerd en onttrekt zich volledig aan het traject, waardoor de ondersteuning of het beschermd wonen geen effect of meerwaarde heeft. Het college zorgt middels contractvoorwaarden en afspraken met de aanbieders voor een zorgvuldige procedure rondom de eenzijdige zorgbeëindiging. Hierbij is minimaal sprake van: • cliënt is herhaaldelijk gewaarschuwd, zowel mondeling als schriftelijk; en • er is voldoende onderzocht of de cliënt op andere wijze passende opvang geboden kan worden; en • er is een laatste waarschuwing gegeven, ook schriftelijk, met de consequenties; en
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
26
• • •
het voornemen tot eenzijdige zorgbeëindiging is tijdig mondeling en schriftelijk aan de cliënt medegedeeld; en er wordt overbruggingszorg ingezet tot een andere aanbieder is gevonden; en er vindt een zorgvuldige overdracht aan de nieuwe aanbieder plaats.
Het college beoordeelt het verzoek tot eenzijdige zorgbeëindiging na hoor- en wederhoor met de cliënt te hebben aangeboden. Indien het college middels beschikking akkoord gaat met de eenzijdige zorgbeëindiging neemt ze contact op met de cliënt om af te stemmen welke vervolgstappen moeten worden ondernomen. Binnen de maatschappelijke opvang wordt hierbij het advies van de veldregisseur (vanuit de GGD) betrokken. Eenzijdige zorgbeëindiging door de cliënt Van eenzijdige zorgbeëindiging door de cliënt is sprake wanneer de cliënt de ingezette ondersteuning stopzet, tegen de visie van de aanbieder. De aanbieder is van mening dat de ondersteuningsbehoefte beschermd wonen of de maatschappelijke opvang nog bestaat. De redenen voor eenzijdige zorgbeëindiging zijn bijvoorbeeld: • De cliënt voelt zich niet prettig bij de hulpverlener. • De vertrouwensrelatie is ernstig verstoord. • De cliënt ervaart geen toegevoegde waarde van verdere ondersteuning. • De geleverde ondersteuning voldoet niet aan de ondersteuningsvraag.
Einde van de indicatie Onverminderd het gestelde in artikel 2.3.10 van de Wmo en het bepaalde in hoofdstuk 11 van de Verordening kan een indicatie voor maatschappelijke opvang of beschermd wonen worden beëindigd indien: a) de afwezigheid van een cliënt op een beschermd wonen of opvangplek langer dan zes maanden duurt als gevolg van detentie; b) de cliënt uit beeld verdwijnt; c) cliënt structureel de geboden ondersteuning weigert waardoor de voorziening niet doelmatig en doeltreffend kan zijn conform artikel 3.1 van de Wmo.
Hoofdstuk 8 Maatwerkvoorziening: vrouwenopvang 8.1 Resultaten vrouwenopvang Vrouwenopvang is gericht op één of meer van de volgende resultaten ten behoeve van het zo snel mogelijk toe leiden naar zelfstandigheid: a) de cliënt heeft tijdelijke opvang en wordt begeleid naar zelfredzaamheid; en b) de cliënt wordt begeleid bij het aanvragen van een woonurgentie in de gemeente van keuze, waarbij het herstel van (duurzame) veiligheid voor de cliënt zoveel mogelijk wordt gewaarborgd.
8.2 Aanvullend afwegingskader toegang vrouwenopvang Bij besluitvorming over vrouwenopvang staat veiligheid voorop. Het gaat om situaties van direct gevaar en/of structurele onveiligheid. Uitgangspunten zijn: DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
27
• •
ambulant aanbod indien de veiligheid gewaarborgd is; en opvang indien die om veiligheidsredenen noodzakelijk is.
Bij de bepaling van het aanbod wordt systeemgericht gekeken. De belangen van cliënt, kinderen en het gezinssysteem (en eventuele andere betrokkenen) worden op een zorgvuldige wijze tegen elkaar afgewogen waarbij de veiligheid van cliënt en eventueel meegekomen kinderen voorop staat, alsmede het herstel van de (directe) veiligheid. Er vindt met alle kinderen in de opvang een gesprek plaats (zodra zij daartoe in staat zijn) over welbevinden en veiligheid.
8.3 Algemene uitgangspunten vrouwenopvang 1. Wanneer er directe dreiging is kan niet alleen de opvanginstelling, maar ook Veilig Thuis of de politie een slachtoffer met of zonder kinderen onderbrengen op een noodbed. Het noodbed wordt in beginsel voor maximaal 72 uur gebruikt en is gericht op bescherming. 2. Wanneer het niet mogelijk is om op andere manier in opvang te voorzien is crisisopvang elders beschikbaar. Hier wordt huisvesting geboden en intensieve begeleiding. In beginsel is het de bedoeling dat deze opvang niet langer dan 6 weken duurt. 3. Na de crisisopvang kan een slachtoffer indien nodig wonen in de opvang met begeleiding. Het is de bedoeling dat de cliënt na 6 maanden uitstroomt naar een zelfstandige woning in of buiten de regio door middel van woonurgentie. Wanneer mogelijk vindt warme overdracht richting een Sociaal Wijkteam of andere begeleiding plaats. In de regio wordt bovendien nazorg geboden door de opvanginstelling zelf. 4. Zo snel de cliënt daartoe in staat wordt geacht, maakt de instelling met de cliënt een plan om te werken aan directe veiligheid, het reduceren van het risico op het opnieuw ontstaan van een onveilige situatie en herstel. De cliënt is verplicht met de toegekende woonurgentie een passend woonaanbod te accepteren. Bij weigering vervalt de woonurgentie.
Het college kan in een dergelijke situatie besluiten dat geen beroep meer gedaan kan worden op opvang met begeleiding zoals genoemd onder punt 3.
Hoofstuk 9. Uitstroom HOOFDSTUK 9.1 Ondersteuning naar zelfredzaamheid Het doel van zorg en ondersteuning in de maatschappelijke opvang in de regio is de cliënt ondersteunen naar zelfredzaamheid, waaronder een plek waar hij, gegeven zijn perspectief, het beste past. De best passende plek kan zijn: • Zelfstandig wonen (eventueel binnen netwerk) • Zelfstandig wonen in woning met begeleiding • Beschermd Wonen (BW) • Zorg vanuit de Wlz. Dit hoofdstuk kan eveneens worden toegepast voor uitstroom uit een beschermd wonen voorziening, wanneer dit de meest passende vorm van uitstroom is. Uitstroom uit de keten kan ook worden veroorzaakt doordat iemand naar een andere regio verhuist, door overlijden van de cliënt of (tijdelijk) door detentie.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
28
9.1.1 Zelfstandig wonen zonder begeleiding Als cliënten in staat zijn zelfstandig te wonen zonder begeleiding in de regio kunnen zij zich inschrijven bij Woonservice of Woningnet voor een sociale huurwoning. Daarnaast zijn er mogelijkheden (een kamer) te huren op de particuliere markt. De BCT heeft de zogenaamde “huisvestingskaart” ontwikkeld waarop alle mogelijke vormen van (zoeken naar) huisvesting zijn opgenomen.
9.1.2 Zelfstandig wonen met begeleiding Uitstromen naar zelfstandig wonen met begeleiding is mogelijk via de Uitstroomregeling Pact voor inwoners van Zuid-Kennemerland en IJmond.
9.1.3 Uitstroom naar de Wet langdurige zorg (Wlz) Voor doorstroom naar zorg vanuit de Wlz (onder meer het langdurig verblijf in een instelling voor GGZ, Verstandelijke Gehandicaptenzorg en Lichamelijke Gehandicaptenzorg waarbij intensieve zorg en 24 uur, levenslange toezicht nodig is) moet een indicatie worden aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Informatie over aanvragen is te vinden op de website: www.ciz.nl.
HOOFDSTUK 9.2 Uitstroomregeling Pact Inleiding De Uitstroomregeling Pact biedt mogelijkheid tot uitstroom naar een zelfstandige woning met extra ondersteuning in het zelfstandig wonen en maatschappelijk participeren. De partijen bij het Convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom hebben afspraken gemaakt ter ondersteuning van een ‘zachte landing’ bij het zelfstandig wonen. De corporaties stellen op jaarbasis een aantal woningen beschikbaar, die middels een urgentie verkregen kunnen worden. Het gaat hier om de ‘urgentie uitstroomregeling’ zoals vastgelegd in de geldende lokale Huisvestingsverordening. De Uitstroomregeling Pact is beschikbaar voor een bepaalde doelgroep cliënten: cliënten die op grond van complexe problematiek minimaal twee jaar woonbegeleiding nodig hebben bij het zelfstandig (gaan) wonen. De twee jaar woonbegeleiding is een verplicht onderdeel van de huurovereenkomst. De huurovereenkomst wordt gesloten zodra een woning via de urgentie is toegekend. Onderstaand wordt beschreven hoe de regeling toegankelijk is en wat de regeling inhoudt (artikel 9.2.2). Voorts wordt in 9.2.3, 9.2.4 en 9.2.5 de doelgroep voor de Uitstroomregeling PACT nader beschreven.
Artikel 9.2.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - Convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom: Convenant waarin gemeenten, woningcorporaties, zorg- en welzijnsorganisaties in IJmond en Zuid-Kennemerland afspraken hebben gemaakt over regionale samenwerking om de uitstroom van cliënten gestroomlijnd en gespreid over de regio plaats te laten vinden en voor het zorgen voor een ‘zachte landing’ van cliënten in de wijk met aandacht voor omwonenden. DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
29
-
-
Intermediaire verhuur: De corporatie verhuurt de woning via een zorginstelling aan een kwetsbare inwoner. Samenwerkingsverband Pact voor Uitstroom: De deelnemende partijen bij het Convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom. Uitstroomregeling Pact: de urgentie die in het kader van de uitstroomregeling zoals genoemd in de geldende lokale Huisvestingsverordening wordt verstrekt en het bijbehorende verplichte woonbegeleidingstraject; Uitstroomurgentie: de urgentie voor woonruimte, verstrekt op grond van de geldende lokale Huisvestingsverordening; Woonbegeleidingsovereenkomst: een overeenkomst tussen de inwoner en een zorgorganisatie, die partij is bij het convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom, waarin afspraken zijn gemaakt over de verplichte woonbegeleiding en het gebruik van de woning.
Artikel 9.2.2 Uitstroom via Uitstroomregeling Pact 1. Een cliënt kan een verzoek voor uitstroom via de Uitstroomregeling Pact indienen middels het door het college vastgestelde aanvraagformulier. 2. Een cliënt kan in aanmerking komen voor de uitstroomregeling Pact indien: a) de cliënt voldoet aan de voorwaarden van de geldende lokale Huisvestingsverordening; en b) een zorgorganisatie, die partij is in het convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom, positief adviseert over de aanvraag van cliënt; en c) de cliënt behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 9.2.3; en d) de cliënt behoort tot een cliëntgroep zoals benoemd in artikel 9.2.4; of e) in afwijking van sub c en d van dit artikel, de cliënt behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 9.2.5. 3. Indien een cliënt in aanmerking komt voor een uitstroomurgentie ontvangt deze een driehoekscontract waarbij de cliënt direct van de woningcorporatie huurt. In de huurovereenkomst is een koppelbeding met minimaal twee jaar verplichte woonbegeleiding opgenomen met een zorgorganisatie die partij is bij het convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom. 4. Indien binnen de ondersteuningsvraag van de cliënt de slagingskans richting zelfstandig wonen hoger lijkt door de inzet van intermediaire verhuur verhuurt de woningcorporatie de woning in eerste instantie aan de zorgorganisatie.
De zorgorganisatie stelt de woning ter beschikking aan de cliënt. Bij deze intermediaire verhuur geldt een koppelbeding met minimaal twee jaar verplichte woonbegeleiding met een zorgorganisatie die partij is bij het convenant Uitstroomregeling Pact voor Uitstroom. 5. Het college verstrekt op advies van de betrokken zorgorganisatie aan de cliënt passende begeleiding op het gebied van wonen, ter ondersteuning van het zelfstandig wonen en het weer op eigen kracht kunnen handhaven in de samenleving.
Artikel 9.2.3 Doelgroep Uitstroomregeling Pact Een cliënt behoort tot de doelgroep die in aanmerking komt voor de Uitstroomregeling Pact indien: a) deze op grond van complexe problematiek minimaal twee jaar woonbegeleiding nodig heeft bij het zelfstandig (gaan) wonen; én b) tenminste twee van de afgelopen drie jaren (of voorafgaand aan zijn verblijf in één of meerdere instelling(en)) inwoner is geweest van één van de gemeenten in Zuid-Kennemerland; én c) behoort tot één van de cliëntgroepen zoals beschreven in artikel 9.2.4; én d) voldoet aan de indicatoren om zelfstandig te (gaan) wonen: i. de cliënt is in staat huur te betalen; en
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
30
ii. iii. iv. v. vi.
de cliënt is in staat zijn financiën te (laten) beheren, al dan niet met begeleiding waarmee deze financieel zelfredzaam is; en de cliënt veroorzaakt geen overlast of onveilige situaties; en de cliënt is in staat zijn woning op orde te houden; en de cliënt accepteert de verplichte woonbegeleiding; en de cliënt is in staat hulp te vragen.
Artikel 9.2.4 Cliëntgroepen Uitstroomregeling Pact De volgende cliëntgroepen worden onderscheiden, die in aanmerking kunnen komen voor de Uitstroomregeling Pact: 1) Intramuraal: Cliënten die bij zorgorganisaties (intramuraal2 of beschut) verblijven (onder meer vanwege verslaving, psychiatrische problemen of verstandelijke beperkingen) en gemotiveerd zijn om zelfstandig te gaan wonen met verplichte woonbegeleiding. 2) Voorkoming van instroom: Het betreft cliënten: • met GGZ-of LVB-problematiek; en • die te maken hebben met een verstoorde zelfstandige woonsituatie en voor wie - door een goede veilige thuissituatie te bieden voor het opbouwen van een zelfstandig bestaan instroom in een zorg instelling voorkomen wordt; en • bij wie de zelfstandige woonsituatie onhoudbaar is of dreigt te worden, waardoor (verder) herstel niet mogelijk is; en • die al ambulante hulp ontvangt van een van de deelnemers van het Samenwerkingsverband Pact voor Uitstroom, waardoor er een goed beeld is van de thuissituatie en of iemand in staat is om, met woonbegeleiding, zelfstandig te wonen; en • waarvoor voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen in de situatie van de cliënt niet passend worden geacht; en • die gemotiveerd is om zelfstandig te gaan wonen.
3) Uitstroom uit detentie: Het betreft ex-gedetineerden na detentie, die • uitstroomt uit detentie of recent is uitgestroomd uit detentie; en • re-integratiebegeleiding heeft vanuit het Regionaal Coördinatiepunt Nazorg Exgedetineerden (RCN) en/of van een andere partij die re-integratiebegeleiding uitvoert aan ex-gedetineerden, en • waarbij een onderdeel van het re-integratietraject huisvesting is, aangezien de cliënt voorafgaand aan of door de detentie dakloos is geraakt; en • geen BW-indicatie (Wmo of forensisch) heeft; en • gemotiveerd is om zelfstandig te gaan wonen met woonbegeleiding.
Artikel 9.2.5: Doelgroep jonge gezinnen 1. In afwijking van artikel 9.2.3 en 9.2.4 behoort eveneens tot de doelgroep die in aanmerking komt voor de Uitstroomregeling Pact, de cliënt: a) met één of meer kinderen onder de 18 jaar; en b) waarbij het gezin minimaal 1,5 jaar in de maatschappelijke opvang verblijft; en c) waarbij het, ondanks volledige medewerking aan het opstellen en uitvoeren van een trajectplan gericht op uitstroom, nog niet is gelukt om zelfstandige woonruimte te vinden; en d) die gemotiveerd is om zelfstandig te gaan wonen met verplichte woonbegeleiding.
2
Een zorginstelling voor volwassenen (MO of residentiele instelling), Uitstroom jeugdvoorziening
(indien er sprake is van meerderjarigheid), GGZ (inclusief verslavingszorg) en VG (Verstandelijk Gehandicapt)
31 DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
2. Het college beoordeelt of de inzet van extra verplichte woonbegeleiding noodzakelijk is bij de verstrekking van de uitstroomurgentie.
HOOFDSTUK 10 Verstrekking van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) Een algemene voorziening wordt verstrekt in natura. Een maatwerkvoorziening wordt verstrekt in natura, in de vorm van een persoonsgebonden budget (hierna pgb) of in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Om cliënten de mogelijkheid te bieden om zelf regie te voeren en ondersteuning in te kopen, wordt voor een aantal voorzieningen een pgb geboden als alternatief voor een voorziening in natura. Een pgb is mogelijk als de cliënt kan motiveren dat dit gewenst is, duidelijk kan aangeven hoe het pgb bijdraagt aan het oplossen van de ondersteuningsvraag en hoe deze van voldoende kwaliteit is. Daarbij dient de cliënt pgb-vaardig te zijn of een pgb-vaardige vertegenwoordiger aan te wijzen (pgbvertegenwoordiger). Als de cliënt zijn maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor diensten wil aanvragen, dan moet hij hiervoor een pgb-plan aanleveren en wordt een separaat pgb-gesprek gevoerd. In de Wmo is het pgb een gelijkwaardig alternatief voor ondersteuning in natura. Als door het Sociaal Wijkteam de inzet van een maatwerkvoorziening wordt geadviseerd en de cliënt wenst deze in de vorm van een pgb te ontvangen, dan neemt het college daarover een besluit. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1.
Verstrekking van een persoonsgebonden budget (pgb) Pgb voor diensten Een cliënt die een geïndiceerde maatwerkvoorziening voor diensten wenst in de vorm van een pgb geeft dit gemotiveerd aan en hij stelt een pgb-plan op. Pgb voor een hulpmiddel Bij een aanvraag voor een pgb voor een woonvoorziening, verplaatsingsvoorziening of rolstoel is geen pgb-plan nodig. Het college toetst de aanvraag en de aanvrager enkel – beperkt - op pgbvaardigheid en motivatie. Het pgb wordt uitbetaald als de voorziening voldoet aan het pakket van eisen in de beschikking en bijdraagt aan het doel van de voorziening. Bij toekenning van een pgb aan een cliënt is deze cliënt pgb-houder (de termen cliënt en pgbhouder worden hierna door elkaar gebruikt). 2. Pgb-vaardigheid Om het pgb te kunnen beheren moet de pgb-houder of diens pgb-vertegenwoordiger pgbvaardig zijn. Dat betekent dat men de aan het pgb verbonden taken en verplichtingen voldoende kan uitvoeren. De pgb-vaardigheid wordt – mede aan de hand van het pgb-plan – getoetst in het pgb-gesprek. De 10 punten pgb-vaardigheid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zijn hierin leidend. 3. Pgb-gesprek In het geval de cliënt een pgb voor een dienst wenst vindt, na het gesprek in het kader van het onderzoek, een tweede gesprek plaats: het pgb-gesprek.
In dit gesprek worden de motivatie, de doelmatigheid van het voorstel en de pgb-vaardigheid van de aanvrager van een pgb getoetst aan de hand van het pgb-plan van de aanvrager.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
32
Indien de cliënt een pgb-vertegenwoordiger aanwijst, dan dient ook deze bij dit gesprek aanwezig te zijn en wordt tijdens het pgb-gesprek de pgb-vaardigheid van die vertegenwoordiger getoetst. Bij het pgb-gesprek zijn uitsluitend de cliënt en diens eventuele pgb-vertegenwoordiger aanwezig. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat ook de aanbieder hierbij aanwezig is, tenzij daarvoor een gegronde en door het college goedgekeurde reden bestaat. 4. Pgb-vertegenwoordiger De pgb-vertegenwoordiger dient voldoende nabij te zijn om de aan het pgb verbonden taken adequaat te kunnen uitvoeren. Denk bijvoorbeeld aan het kunnen volgen van de inhoudelijke ontwikkeling van de ondersteuningsvraag en de ondersteuning, zodanig dat deze kunnen worden beoordeeld en bijgestuurd. Als de pgb-houder de Nederlandse taal niet voldoende beheerst, dient de pgb-vertegenwoordiger naast de Nederlandse taal ook de taal van de pgb-houder te spreken. Iedere wijziging in pgb-vertegenwoordiging dient de pgb-houder aan het college te melden. 5. Aanbieder uit sociaal netwerk of professioneel Een cliënt kan individuele begeleiding of huishoudelijke ondersteuning vanuit een pgb betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk onder de voorwaarden zoals gesteld in artikel 5.3 van de verordening. Tevens dient de zorgverlener te voldoen aan de kwaliteitseisen (zie onder 6 en bijlage 4). 6.
Kwaliteit van de ondersteuning Er gelden voor zowel professionele als informele hulpverleners kwaliteitseisen. De pgb-houder dient deze kwaliteitseisen vóór het aangaan van een zorgovereenkomst met de aanbieder te delen en zich ervan te vergewissen dat de betrokken aanbieder(s) aan deze kwaliteitseisen voldoet. De kwaliteitseisen zijn opgenomen in bijlage 4. (Tussen)evaluatie van de resultaten van de ondersteuning In het pgb-gesprek spreken de pgb-houder en het college af binnen welke termijn (uiterlijk twee jaar na indicatie) wordt geëvalueerd of de ingezette ondersteuning voldoende bijdraagt aan het behalen van de doelen en of dat doelen of ondersteuning dienen te worden bijgesteld. Ook wordt bij de evaluatie (opnieuw) beoordeeld of de ingekochte ondersteuning aan de kwaliteitseisen voldoet. 7. Combinatie van zorg in natura en persoonsgebonden budget Als een cliënt meerdere maatwerkvoorzieningen nodig heeft, is het mogelijk dat hij de ene voorziening in natura ontvangt en de andere voorziening met een pgb regelt. Het is níet mogelijk om één maatwerkvoorziening deels in natura en deels in de vorm van een pgb te ontvangen, tenzij hiervoor een gegronde en door het college goedgekeurde reden bestaat. 8.
Sociale Verzekeringsbank (hierna: SVB) en de zorgovereenkomst De zorgovereenkomst is een overeenkomst tussen pgb-houder en aanbieder waarin afspraken over de te verlenen ondersteuning worden vastgelegd. Vóór aanvang van de ondersteuning dient de pgb-houder bij de SVB een zorgovereenkomst (conform het toepasselijke format van de SVB) aan te leveren. De zorgovereenkomst wordt vervolgens door het college gecontroleerd en bij akkoord goedgekeurd. Pas na deze goedkeuring kan de SVB tot uitbetaling overgaan. De SVB verzorgt de betalingen vanuit het pgb aan de aanbieder op basis van door de pgb-houder goedgekeurde declaraties.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
33
Iedere wijziging in een lopende zorgovereenkomst meldt de pgb-houder aan de SVB en aan het college. Het college dient deze goed te keuren.
HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Intrekking oude uitvoeringsregels en overgangsrecht 1. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020 onder de voorwaarden van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. 2. Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020 wordt beslist met inachtneming van de Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020, tenzij de toepassing van deze uitvoeringsregels gunstiger is voor de cliënt. 3. De Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2020 worden ingetrokken.
Artikel 11.2 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit besluit treedt in werking de dag na die van bekendmaking. 2. Dit besluit wordt aangehaald als: “Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023.” Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 november 2022, de secretaris,
de burgemeester,
mr. C.M. Lenstra
drs. J. Wienen
Bijlagen Bijlage 1: Afweging individuele begeleiding en groepsbegeleiding Bijlage 2: Gebruikelijke hulp Bijlage 3: Indicatie beschermd wonen: de negen resultaatgebieden en de intensiteitstreden. Bijlage 4: Kwaliteitskader persoonsgebonden budget
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
34
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
35
Bijlage 1: Afweging individuele begeleiding en groepsbegeleiding Afwegingskader mate van redzaamheid Afwegingsaspe ct
Sociale Basis
Aanvullende ondersteuning
Beschermd thuis/ trajectbegeleiding
Wlz
Ontwikkelingsmogelijkheden
Ondersteuning is gericht op het behouden, aanleren of oefenen van vaardigheden en kennis op het gebied van redzaam en meedoen.
Ondersteuning is gericht op stabilisatie, aanleren of oefenen of begeleiden achteruitgang op het gebied van redzaam en meedoen. Na gemiddeld een periode van 1 jaar is men weer in staat of met hun netwerk, ondersteuning uit de Sociale Basis of uit andere wet- of regelgeving om zelfstandig te functioneren.
Ondersteuning is gericht op het stabiliseren, behouden, aanleren of oefenen van vaardigheden en kennis op het gebied van redzaam en ter voorkoming van ernstig nadeel of regieverlies. Begeleiding wordt geboden in de woonsetting en draagt bij aan de ontwikkeling van een cliënt richting zelfstandig wonen. Na een periode van 3 jaar weer in staat zijn om weer zelfstandig te wonen. Al dan niet met ondersteuning van eigen netwerk, uit andere weten regelgeving, de Sociale Basis en of aanvullende ondersteuning.
Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals bedoeld in artikel 3.2.1 van de Wlz) wil zeggen dat deze behoefte niet meer over gaat.
Structuur en voorspelbaar heid
Structuur en voorspelbaarh eid van de ondersteuning zijn op afspraak, flexibel en makkelijk aanpasbaar.
Structuur en voorspelbaarheid zijn in grote mate noodzakelijk om nadeel en regieverlies te voorkomen. Eventueel prikkelarm. Er is sprake van zorgmijdend gedrag, moeilijkheden om afspraken na te komen en of het is noodzakelijk om (afgebakende) doelen te stellen en toe te werken naar een afgesproken resultaat.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid (zoals bedoeld in artikel 3.2.1 van de Wlz) wil zeggen dat deze behoefte niet meer over gaat.
36
Nabijheid van begeleiding/ ondersteunings behoefte
Cliënten hebben zelfstandig of met hun netwerk oplossend vermogen. Ondersteuning is planbaar en uitstelbaar zonder kans op ernstig nadeel of regieverlies.
Motivatie en acceptatie
De cliënt heeft een hoge mate van motivatie en acceptatie.
Cliënten hebben minder zelfstandig of met hun netwerk oplossend vermogen. Ondersteuning is zeer regelmatig noodzakelijk, is planbaar en uitstelbaar ter voorkoming van ernstig nadeel of regieverlies. Er kan soms sprake zijn van tijdelijke terugval of escalatie waarin de ondersteuning minder planbaar is met kans op ernstig nadeel of regieverlies. Bij dagopvang: Continue toezicht nodig om ernstig nadeel of regieverlies te voorkomen.
Bij BW is er altijd sprake van psychische problemen en dient men te beschikking over een DSM-V diagnose of een sterk vermoeden van. Er is een tijdelijke behoefte aan toezicht of ondersteuning in de nabijheid ter voorkoming van ernstig nadeel of regie verlies vanwege: - Mogelijkheid tot escalatie - Psychische beperkingen - Gedragsproblemen
Een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid vanwege: - Mogelijkheid tot escalatie - Fysieke beperkingen - Gedragsproblemen Het functioneren kan misschien wel verbeteren, maar zelfs als het verbetert blijven de beperkingen zodanig dat permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig blijft.
De cliënt accepteert begeleiding in de woonsetting en is gemotiveerd om afgesproken doelen te behalen.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
37
Bijlage 2: Gebruikelijke hulp Om de situatie van een cliënt goed te kunnen beoordelen is het belangrijk om de personen in de omgeving van cliënt bij het onderzoek te betrekken. Bij de ondersteuning die zij eventueel aan een cliënt bieden wordt onderscheid gemaakt in gebruikelijke hulp en mantelzorg. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot/ partner, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Het uitgangspunt is dat huisgenoten met elkaar gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor al het huishoudelijk werk. Dat betekent dat als de ene persoon uitvalt, van andere personen verwacht wordt dat zij het gewoon overnemen, naast werk of studie. Bij kinderen tot 18 jaar gaat dat naar rato van hun leeftijd. Hoe ouder een kind wordt, hoe meer bijdrage verwacht mag worden, zoals het dekken van de tafel, het in- en uitruimen van de vaatwasser en het bijhouden van de eigen kamer. Vanaf 18 jaar wordt men verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen draaien.
Vanaf 23 jaar wordt men verondersteld een volledig huishouden te kunnen draaien. In geval van een meerpersoonshuishouden staat het hebben van een normale baan of het volgen van een opleiding per definitie niet in de weg aan het leveren van gebruikelijke hulp. Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie. Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijk werk willen en/of kunnen verrichten' leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken door middel van een voorziening. Indien hiervoor motivatie aanwezig is- kan er een indicatie worden gesteld voor 6 weken zorg voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden. (AIV). Typen leefsituaties Bij een aantal typen leefsituaties gelden afwijkende bepalingen in het kader van de aanwezigheid van gebruikelijke hulp. • •
•
Kamer huren bij cliënt: De huurder wordt niet tot de leefeenheid gerekend. De huurder houdt wel de gehuurde ruimte(n) schoon en levert een evenredige bijdrage aan gezamenlijke ruimten. Geclusterd wonen: Hier is geen sprake van een leefeenheid. De bewoner is verantwoordelijk voor het schoonmaken van de eigen woonruimte(n) en slechts voor een evenredig deel van de gemeenschappelijke ruimten. Leef- en woongemeenschappen: Een bewoner kan enkel een indicatie voor een voorziening krijgen voor het schoonmaken van de eigen kamer en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten die vallen binnen het niveau van de sociale woningbouw. Bibliotheken, gebedsruimten etc. vallen buiten het niveau van de sociale woningbouw en behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
38
Uitzonderingen op het uitgangspunt gebruikelijke hulp Persoonlijke omstandigheden kunnen reden zijn voor afwijking van de norm van gebruikelijke hulp. Hieronder zijn een aantal voorbeelden nader uitgewerkt. Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting Een huisgenoot of partner kan geen gebruikelijke hulp leveren als deze zodanige gezondheidsproblemen heeft dat er redelijkerwijs geconcludeerd moet worden dat de betreffende taken niet door hem of haar uitgevoerd kunnen worden. Wanneer echtgenoot/partner of huisgenoot aangeeft dat deze overbelast dreigt te raken door gezondheidsproblemen en beperkingen of door de combinatie van een (volledige) werkkring of opleiding en het voeren van het huishouden, dient deze (medische) gegevens ter onderbouwing hiervan aan te leveren. Het college vormt hier een objectief oordeel over. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk, gebruikelijke hulp en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. In geval van dreigende overbelasting kan een indicatie worden gesteld voor de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen.
Hetzelfde geldt als een partner/echtgenoot/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder overbelast dreigt te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen. Fysieke afwezigheid Indien de huisgenoot van een cliënt vanwege zijn/haar werk fysiek niet aanwezig is wordt hiermee bij de indicatiestelling rekening gehouden. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Korte levensverwachting In geval de cliënt een zeer korte, bekende levensverwachting heeft kan ter ontlasting van de leefeenheid van de cliënt afgeweken worden van de normering van gebruikelijke hulp. Er kan dan een (tijdelijke) maatwerkvoorziening worden verstrekt.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
39
Bijlage 3: Indicatie bescherm wonen: de negen resultaatgebieden en de intensiteitstreden. In dit onderdeel wordt verstaan onder: ADL-activiteiten: Handelingen die cliënt dagelijks in het gewone leven verricht. Het begrip wordt onder meer gebruikt om te bepalen in hoeverre iemand zelfredzaam is. Voorbeelden zijn: eten, drinken, uit bed komen, lichaamswarmte regelen (bv kachel hoger en lager kunnen zetten, dikke of dunne kleding uitkiezen en aandoen), toiletgang en reizen. De beschrijving van de resultaatgebieden en intensiteitstreden is als volgt: 1. Wonen Dit resultaatgebied is gericht op het bieden van een passende en beschermende thuissituatie voor cliënten die niet in staat zijn zich op eigen kracht (of met behulp van hun netwerk) te handhaven in de samenleving. Het streven is dat de cliënt zijn stabiliteit behoudt en zo mogelijk doorstroomt naar volledig zelfstandig wonen. Dit resultaatgebied kent twee treden: • beschut (groeps)wonen: de cliënt woont met meerdere cliënten in een locatie met een gemeenschappelijke ruimte. De cliënt heeft baat bij het wonen in een groep en/of bij contact en gezamenlijke activiteiten die op de locatie plaatsvinden.
De cliënt kan over het algemeen zelf zijn hulpvraag formuleren en die uitstellen tot het volgende contactmoment met de begeleider, maar kan wel terugvallen op ongeplande ondersteuning De cliënt betaalt zelf de huur, voedingskosten en hotelmatige kosten. • 24-uurs beschermd (beschermd wonen): Beschermd wonen biedt een veilige en afgeschermde woon- en leefomgeving voor cliënten die door psychische of psychosociale problemen niet in staat zijn zelfstandig te leven. De cliënt betaalt geen huur, voedingskosten en hotelmatige kosten. 2. Nachtelijk toezicht (veiligheid) Dit resultaatgebied is gericht op veilige huisvesting van cliënten en hun omgeving in de nacht. Het gaat om cliënten die een gevaar kunnen vormen voor zichzelf, op onvoorspelbare momenten nietuitstelbare zorgvragen hebben, overlast kunnen veroorzaken in de omgeving of kwetsbaar zijn voor negatieve invloeden uit hun omgeving. Dit resultaatgebied kan voorzien in: - Actief of wakend toezicht door een zorgverlener op groepswoonlocaties. - Oproepbare zorg in de vorm van een ‘slapende wacht’ of iemand op afstand die telefonisch bereikbaar is en binnen korte tijd op de locatie aanwezig kan zijn. - De inzet van domotica voor toezicht en alarmering. Beveiligers vallen niet onder dit resultaatgebied. Dit resultaatgebied kent 3 treden: a. Beperkt toezicht: De cliënt heeft op de woonlocatie behoefte aan oproepbare zorg.
Dat wil zeggen dat toezicht niet standaard aanwezig is op de woonlocatie maar dat de cliënt ’s nachts kan bellen voor overleg of om te vragen of iemand langs kan komen. Eventueel wordt domotica ingezet. b. Middelzwaar toezicht: De cliënt heeft ’s nachts behoefte aan zorg in de nabijheid in de vorm van een slaapwacht die op de locatie aanwezig is en zo nodig direct hulp kan bieden. De cliënt vormt geen gevaar voor zichzelf en anderen. Eventueel wordt domotica ingezet.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
40
c. Intensief toezicht: De cliënt heeft ’s nachts behoefte aan continu actief toezicht op de woonlocatie door iemand die direct hulp kan bieden. De cliënt vormt mogelijk een gevaar voor zichzelf of voor anderen, is gevoelig voor negatieve invloeden uit de omgeving of kan niet altijd zelf de hulpvraag formuleren en deze zeer beperkt uitstellen. De aanwezigheid van iemand die toezicht houdt zorgt voor veiligheid en rust. Het toezicht heeft een fysieke, ondersteunende of preventieve aard. Eventueel wordt domotica ingezet. 3. Financiën Dit resultaatgebied is erop gericht om cliënten overzicht en controle over hun financiën en administratie te geven zodat hun financiële situatie stabiliseert. Dit resultaatgebied kent 3 treden: a. Beperkte ondersteuning bij financiën: De cliënt onderhoudt zelf (of met behulp van het sociaal netwerk) de administratie en financiën maar heeft behoefte aan iemand die een oogje in het zeil houdt, om de financiële situatie stabiel te houden, de inkomsten en uitgaven in balans te houden, te zorgen dat er geen nieuwe schulden ontstaan of te zorgen dat bestaande schulden afnemen met behulp van schuldhulpverlening. Het kan ook gaan om cliënten met een bewindvoerder die ondersteund worden in het contact en nakomen van afspraken. Deze ondersteuning heeft in beginsel wel tot doel om op termijn het zonder bewindvoering te kunnen stellen. b.
Middelzware ondersteuning bij financiën: De cliënt heeft behoefte aan iemand die actief ondersteunt bij de financiën en administratie, gericht op het krijgen van overzicht in de financiële situatie, ordening van de administratie en inkomsten en uitgaven in balans brengen. Bijvoorbeeld door het aanboren van extra inkomsten of het toeleiden naar schuldhulpverlening of bewindvoering. De situatie is complex, inkomsten en uitgaven zijn uit balans, dreigen uit balans te raken of er zijn schulden. c. Intensieve ondersteuning bij financiën: De cliënt heeft behoefte aan tijdelijke intensieve ondersteuning bij het acuut voorkomen van escalaties door financiële problemen. De cliënt heeft geen overzicht in de financiële situatie, geen inkomen en een flinke betaalachterstand. Er is (nog) geen sprake van bewindvoering of inkomensbeheer. Het streven is dat de intensieve ondersteuning en overnemen van zaken van beperkte duur is en de ondersteuning minder intensief wordt als de situatie stabiel(er) is. 4. Dagbesteding Dit resultaatgebied is met het uitvoeren van zingevende en betekenisvolle activiteiten gericht op: - Cliënten met behoefte aan sociale contacten, het versterken van het sociaal netwerk en ontmoeting. De cliënt heeft baat bij georganiseerde en gestructureerde activiteiten die hier aan bijdragen.
- Cliënten met nadrukkelijke behoefte aan dagstructuur, die nog niet toe zijn aan activiteiten met een arbeidsmatig karakter. - Cliënten met behoefte aan het ontwikkelen van competenties en arbeidsmatige vaardigheden om de zelfregie te vergroten. Er is een afstand tot de arbeidsmarkt. Dit resultaatgebied kent twee varianten: • Dagbesteding A: Er is sprake van gemiddeld een begeleider op acht cliënten. • Dagbesteding B: Er is sprake van gemiddeld een begeleider op vier cliënten. Beide varianten bestaan uit vijf treden: a. Beperkt (1-2 dagdelen): Dit heeft vooral tot doel het steunsysteem van de cliënt te ontlasten en/of het netwerk te vergroten. Kan ook worden ingezet om te starten met een lage frequentie en dit op te bouwen.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
41
b. Beperkt/ midden (3-4 dagdelen): Dit heeft vooral tot doel het steunsysteem van de cliënt te ontlasten en/of het netwerk te vergroten en/of structuur aan de dag te geven, maar de cliënt heeft behoefte aan meer dan 1-2 dagdelen. c. Midden (5-6 dagdelen): Passend voor cliënten die matige tot ernstige beperkingen ervaren bij reguliere daginvulling zoals school, werk of vrijetijdsbesteding. De dagbesteding biedt structuur aan de dag, zo veel mogelijk om te werken aan sociale en/of werknemersvaardigheden. Een hele week deelnemen aan dagbesteding is te belastend voor de cliënt en kan leiden tot overvraging. d. Intensief (7-8 dagdelen): Passend voor cliënten die matige tot ernstige beperkingen ervaren bij reguliere daginvulling zoals school, werk of vrijetijdsbesteding. De dagbesteding biedt structuur aan de dag, zoveel mogelijk om te werken aan sociale en/of werknemersvaardigheden. De cliënt heeft baat bij dagbesteding gedurende een groot deel van de week en zal daarmee niet overvraagd worden. e. Zeer intensief (9 dagdelen): Passend voor cliënten die matige tot ernstige beperkingen ervaren bij reguliere daginvulling zoals school, werk of vrijetijdsbesteding. De dagbesteding biedt structuur aan de dag, zoveel mogelijk om te werken aan sociale en/of werknemersvaardigheden. De cliënt heeft geen andere vormen van daginvulling en heeft veel behoefte aan structuur en veiligheid.
De cliënt is in staat om de hele week deel te nemen aan dagbesteding. Dit kan ook een opstap zijn naar andere vormen van arbeidsmatige inzet, zoals beschut werk. Binnen dit resultaatgebied is het mogelijk om in aanmerking te komen voor vervoer als de dagopvang niet op de woonlocatie plaatsvindt en de cliënt door medische beperkingen, gedragsproblemen of psychiatrische problemen geen gebruik kan maken van een algemene verplaatsingsvoorziening en geen andere vervoersmogelijkheden heeft. 5. Sociale relaties Dit resultaatgebied is gericht op het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Het gaat om cliënten die behoefte hebben aan structuur en hulp nodig hebben bij regie of het aanleren van praktische vaardigheden op sociaal vlak. Bijvoorbeeld bij het aangaan of onderhouden van contacten. Dit resultaatgebied kan voorzien in verschillende vormen van individuele begeleiding: het aanleren van vaardigheden, het bieden van structuur of het overnemen van taken. Dit resultaatgebied kent 3 treden; a. Beperkte ondersteuning bij sociale relaties: De cliënt heeft hooguit wekelijks behoefte aan een steuntje in de rug bij het onderhouden van sociale contacten. De ondersteuning is gericht op regie of op praktische vaardigheden. De ondersteuner houdt vooral een vinger aan de pols. b.
Middelzware ondersteuning bij sociale relaties: De cliënt heeft wekelijks behoefte aan een stevige steun in de rug bij het onderhouden van sociale contacten of bij het aangaan van nieuwe sociale relaties en is hierin gemotiveerd en goed op weg maar nog niet zelfstandig, of weinig zelfstandig en/of gemotiveerd maar omdat andere resultaatgebieden meer prioriteit hebben is middelzware ondersteuning op dit moment voldoende. c. Intensieve ondersteuning bij sociale relaties: De cliënt heeft meerdere keren per week behoefte aan ondersteuning bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden omdat hij/zij deze vaardigheden nu onvoldoende heeft om sociale relaties te onderhouden. 6. Opvoeden en opgroeien Dit resultaatgebied is gericht op de ondersteuning bij opvoeden en opgroeien van kinderen. De ondersteuning is gericht op het betrekken van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) en daarmee op het inzetten van ondersteuning gericht op de opvoeding, het creëren van veiligheid en zorgen voor positieve ontwikkeling van kinderen, het herkennen en doorbreken van patronen van geweld en verwaarlozing, het herkennen en doorbreken van schade en achterstanden en het aansluiten bij wat kinderen zelf willen. De ondersteuning richt zich op het hele gezin. Dit resultaatgebied voorziet niet in de daadwerkelijke ondersteuning aan het gezin. Dat wordt op een andere manier bekostigd.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
42
Dit resultaatgebied kent 1 trede: het betrekken van lokale deskundigheid op het gebied van jeugd. 7. Zingeving Dit resultaatgebied is gericht op persoonlijk herstel en het aanwakkeren van zingeving en eigen kracht bij de cliënt. Het gaat om cliënten die behoefte hebben aan het werken aan de toekomst. Denk aan herstel door de ontwikkeling van zelfacceptatie, van de eigen waardigheid, een zinvol bestaan, zingeving, zich prettiger en (veer)krachtiger voelen, een betekenisvolle rol hebben in de samenleving, anders mogen zijn. Dit resultaatgebied kent 1 trede: activeren en aanwakkeren. 8. Persoonlijk functioneren Dit resultaatgebied is gericht op het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden, inclusief het opnieuw leren van vaardigheden die de cliënt is kwijt geraakt. Het gaat om cliënten die behoefte hebben aan structuur en hulp nodig hebben bij regie of het aanleren van praktische vaardigheden op persoonlijk vlak. Het gaat tevens om cliënten met een (verleden van) verslaving die ondersteuning nodig hebben bij het onder controle houden daarvan, of het toeleiden van cliënten naar behandeling in geval van verslaving of andere psychiatrische problematiek. Dit resultaatgebied kent 4 treden: a. Beperkte ondersteuning bij persoonlijk functioneren: De cliënt heeft hooguit wekelijks behoefte aan een steuntje in de rug bij persoonlijke vaardigheden. b.
Middelzware ondersteuning bij persoonlijk functioneren: De cliënt heeft wekelijks een stevige steun in de rug nodig bij het nemen van beslissingen en overzien van de consequenties daarvan, het kennen en accepteren van zijn beperkingen en het omgaan moet moeilijke situaties. c. Intensieve ondersteuning bij persoonlijk functioneren: De cliënt heeft meerdere keren per week ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden. De cliënt wordt ondersteund in het nemen van beslissingen en overzien van de consequenties daarvan, het kennen en accepteren van zijn beperkingen en het omgaan met moeilijke situaties. d. Zeer intensieve ondersteuning bij persoonlijk functioneren: De cliënt heeft meerdere keren per dag ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden. De cliënt wordt ondersteund bij dagelijkse activiteiten, in het nemen van beslissingen en overzien van de consequenties daarvan, het kennen en accepteren van zijn beperkingen en het omgaan moet moeilijke situaties. 9. Lichamelijke gezondheid Dit resultaatgebied is gericht op lijf-gebonden zaken, gezondheid en leefstijl. Het gaat om cliënten die de zelfzorg onvoldoende zelf kunnen uitvoeren of onvoldoende regie hebben op het onderhouden van hun eigen gezondheid. Dit resultaatgebied kent twee treden: a.
Lichte ondersteuning bij lichamelijke gezondheid: De cliënt kan de ADL-activiteiten en activiteiten in relatie tot de eigen gezondheid zelf uitvoeren maar heeft behoefte aan enig toezicht of stimulatie bij het uitvoeren. b. Middelzware ondersteuning bij lichamelijke gezondheid: De cliënt voert de ADL-activiteiten en activiteiten in relatie tot de eigen gezondheid onvoldoende zelf uit en heeft daarbij dagelijks behoefte aan toezicht en stimulatie bij het uitvoeren en/ of hulp nodig bij het uitvoeren van de dagelijkse zelfzorg.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
43
Bijlage 4: Kwaliteitskader persoonsgebonden budget Bijlage bij Hoofdstuk 10 Verstrekking van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) Inleiding Het merendeel van de zorg en ondersteuning aan inwoners van Haarlem wordt geboden in de vorm van zorg in natura. De ondersteuning wordt geleverd door aanbieders met wie het college contractuele afspraken heeft gemaakt over onder meer de kwaliteit van de te leveren zorg en ondersteuning. Op deze wijze heeft het college de kwaliteit geborgd. Naast zorg in natura bestaat voor cliënten – voor zover zij zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening - de mogelijkheid om door middel van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb) zelf die zorg in te kopen. Zij kunnen kiezen wie ze als hulpverlener inhuren, bijvoorbeeld een familielid of bekende, een zelfstandige of een zorginstelling. In dat geval is de budgethouder, de cliënt met het pgb, er zelf verantwoordelijk voor iemand in te huren die voldoet aan de gemeentelijke eisen aan de kwaliteit van de ondersteuning. Het college heeft als verstrekker van de maatwerkvoorziening een belangrijke taak om bij pgb’s, even goed als bij zorg in natura, te borgen dat de kwaliteit van de ingekochte zorg volstaat. In dat kader is het onderstaande kwaliteitskader met kwaliteitseisen voor informele hulpverleners en voor professionals van toepassing.
De door de budgethouder ingehuurde hulpverleners dienen aan deze eisen te voldoen. Indien bij een lopend pgb een tekort wordt gesignaleerd bestaat, afhankelijk van de ernst van de afwijking, de mogelijkheid om deze binnen een afgesproken termijn te herstellen. 1.1 Kwaliteitseisen voor informele hulpverleners Onder een informele hulpverlener wordt verstaan een natuurlijk persoon die op persoonlijke titel en niet beroepsmatig voor een pgb-budgethouder werkt. De voorziening is veilig verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo) De informele hulpverlener dient: 1. in geval van een calamiteit dit te melden aan de cliënt, aan de Wmo-toezichthouder (GGD) en aan het college. Afhankelijk van de situatie kan de toezichthouder of het college een onderzoek (laten) instellen; 2. bij vermoedens van huiselijk geweld in het huishouden van de pgb-budgethouder voor advies contact op te nemen met Veilig Thuis. De voorziening is doelmatig en doeltreffend verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo) De informele hulpverlener: 1. verleent de ondersteuning op basis van een ondersteuningsplan opgesteld in overleg met de cliënt. Het geeft planmatig aan welke activiteiten worden ingezet om de ondersteuningsdoelen te realiseren zoals geformuleerd in het onderzoeksverslag.
Het moet aannemelijk zijn dat deze activiteiten uitgevoerd zullen worden zoals in het ondersteuningsplan voorgenomen en adequaat zijn om de ondersteuningsdoelen te realiseren. Voor huishoudelijke ondersteuning kan het ondersteuningsplan zoals opgesteld door het college tevens gebruikt worden als ondersteuningsplan van de informele hulpverlener; 2. bespreekt de op basis van het ondersteuningsplan verleende ondersteuning regelmatig met de cliënt (en diens eventuele vertegenwoordiger) en stelt dit plan zo nodig bij; DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
44
3. houdt een administratie bij met een registratie van de ondersteuning (waaronder de data en tijdstippen waarop de ondersteuning is geboden). Dit is niet nodig als de ureninzet blijkt uit getekende urenbriefjes (incl. data en tijdstippen); 4. dient in de directe omgeving van de cliënt de zorg te kunnen bieden. Dit moet tot uiting komen in het ondersteuningsplan van de informele hulpverlener. Ook moet de informele hulpverlener bij de zorgverlening passende kennis hebben van lokaal beschikbare voorzieningen. De afstand tot de woonplaats van de informele hulpverlener mag geen belemmering vormen voor een adequate hulpverlening aan de cliënt. De voorziening is cliëntgericht verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo) 1. De informele hulpverlener biedt de ondersteuning met een cliëntvriendelijke en servicegerichte instelling. 2. De informele hulpverlener dient rekening te houden met de mogelijkheden en de omstandigheden van de cliënt en met de aard van diens problematiek. De voorziening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt (artikel 3.1, tweede lid, onder b van de Wmo) 1. De op basis van het ondersteuningsplan geboden ondersteuning sluit aan op de reële behoefte en mogelijkheden van de cliënt en zijn/haar sociaal netwerk (waaronder eventuele mantelzorgers).
De ondersteuning is passend bij de ondersteuningsvraag van de cliënt en diens eigen (on)mogelijkheden om tot een oplossing daarvan te komen. 2. De aangeboden ondersteuning is voldoende afgestemd op andere vormen van geboden hulp en zorg die de cliënt ontvangt. 3. De zorgverlener dient te beschikken over voor de benodigde ondersteuning relevante kennis van lokaal beschikbare voorzieningen en hulpaanbod. De voorziening wordt verstrekt met respect voor en in achtneming van de rechten van de cliënt (artikel 3.1, tweede lid, onder d van de Wmo) De informele hulpverlener: 1. bejegent de cliënt te allen tijde passend en op respectvolle wijze; 2. respecteert de privacy van de cliënt en gaat vertrouwelijk om met informatie van cliënt en diens persoonlijke situatie. Algemene eisen en uitsluitingsgronden De informele hulpverlener: 1. dient volledige medewerking te verlenen aan toezicht en aangekondigd en onaangekondigd onderzoek door het college (of daartoe aangewezen derden) op inhoudelijke kwaliteit en op rechtmatigheid; en 2. kan van hulpverlening worden uitgesloten vanwege het leveren van kwalitatief onvoldoende ondersteuning, misleiding, fraude en/of het (anderszins) handelen in strijd met relevante wetgeving of lokale regelgeving.
1.2 Kwaliteitseisen voor professionele hulpverleners Onder een professionele aanbieder (werkgever)/ professionele zorgverlener (ZZP’er of werknemer) wordt verstaan een organisatie of persoon die beroepsmatig maatschappelijke ondersteuning biedt. De voorziening is veilig verstrekt (artikel 3.1, tweede lid, onder a van de Wmo)