20221394097 5. Bijlage 4 Uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023
Tekst van het document
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem houdende regels omtrent de uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023 (2022/1394097)
Inleiding In de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023 (hierna: Verordening) heeft de gemeenteraad de kaders vastgesteld waarbinnen het college uitvoering geeft aan het raadsbeleid op grond van de Wmo 2015 (hierna: Wmo). De uitvoeringsregels maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2023 (hierna: uitvoeringsregels) zijn een aanvulling op en een verdere concretisering van hoe er uitvoering gegeven wordt aan dit beleid. Zij bevatten voor de uitvoering afwegingskaders voor het inzetten van passende ondersteuning (algemene en maatwerkvoorzieningen). Voor de definities in de uitvoeringsregels is aangesloten bij de verordening. Het Wmo-beleid wordt in de gemeente Haarlem namens het college (in mandaat) uitgevoerd door casemanagers van de gemeente, de Brede Centrale Toegang (BCT), VanHier Haarlem en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). In de Verordening en ook in de Uitvoeringsregels is een belangrijke rol weggelegd voor het proces om tot een passende oplossing te komen. Bij de afweging over maatwerkvoorzieningen wordt altijd nagegaan wat de mogelijkheden van inwoners zelf is (eigen kracht), wat het sociaal netwerk aan ondersteuning kan bieden, of er mogelijkheden zijn op basis van andere wettelijke regelingen en ten slotte of er algemene voorzieningen zijn die een hulpvraag kunnen oplossen.
Dit afwegingsproces is waar nodig per voorziening uitgewerkt in de Uitvoeringsregels. Uitgangspunt daarbij is de persoonlijke situatie van iedere inwoner. Dit betekent dat in de Uitvoeringsregels niet tot in detail is vastgelegd hoe het college in concrete situaties zal handelen. De Uitvoeringsregels bieden in lijn met de principes van de omgekeerde toets ruimte om in te spelen op persoonlijke mogelijkheden en omstandigheden.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
1
HOOFDSTUK 1 Maatschappelijke ondersteuning 1.1 De visie van de gemeente Met de decentralisaties in 2015 en het inrichten van de Sociale Wijkteams in 2013 is een start gemaakt met de transformatie in het Sociaal Domein en het bieden van ondersteuning in de leefwereld van de inwoners van Haarlem. In 2022 is de vervolgstap gemaakt richting zo regelarm mogelijk en duurzame ondersteuning aan inwoners. Dat doen we door nog meer ondersteuning laagdrempelig toegankelijk te maken zonder beschikking. Het primaire doel is dat ‘inwoners prettig samenleven’. Het gaat daarbij om een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen, zichzelf kan en mag zijn en oog heeft voor de medemens. Ondersteuning is voor alle inwoners toegankelijk, ongeacht sekse, geloof, herkomst, leeftijd of seksuele voorkeur (inclusief). Dat doen we door in te zetten op laagdrempelige en herkenbare ondersteuning in de wijken en buurten van Haarlem waar iedereen welkom is. Er is ondersteuning beschikbaar voor alle inwoners bij het redzaam zijn in het dagelijks leven en meedoen in de samenleving. Ondersteuning is dichtbij, laagdrempelig en herkenbaar en sluit aan bij de leefwereld en de mogelijkheden van inwoners en hun omgeving. De vraag of situatie van de inwoner is het vertrekpunt en het beoogde resultaat is leidend. Hierdoor kunnen de oplossingen divers zijn.
Het college omarmt het gedachtegoed van Positieve gezondheid en Herstelgericht werken waarin de mogelijkheden en het versterken van de omgeving van mensen centraal staan en niet een probleem of wat men niet kan. Het college kiest ervoor het dagelijks leven voorop te stellen, ‘het normale’, waarbij ieder inwoner uitdagingen en belemmeringen ervaart. Met deze normalisatie bedoelen we dat afwijkend niet onwenselijk is en dat er alledaagse oplossingen zijn voor alledaagse problemen. Geïndiceerde ondersteuning is de uitzondering en niet de regel. Het gaat erom dat inwoners zich prettig voelen en veerkrachtig zijn; dat zij kunnen omgaan met hun problemen en beperkingen, zich kunnen redden in hun omgeving en kunnen omgaan met tegenslagen in het leven. Soms is daar (tijdelijk) iets extra’s voor nodig, daarvoor is de ondersteuning vanuit de Wmo. Het college biedt een breed aanbod van ondersteuning, onder meer vanuit de Sociale Basis en de Sociale Wijkteams en aansluitend op regelingen vanuit andere wetten zoals de Jeugdwet en de Participatiewet. Het aanbod is integraal en er wordt vanuit een brede blik naar vragen en mogelijkheden in de verschillende leefdomeinen, levensfase, gezinssituatie, sociaal netwerk en omgeving gekeken en waar nodig wordt ondersteuning ingezet.
1.2 De voorliggende ondersteuning De Sociale Basis De Sociale Basis bestaat uit wat inwoners met en voor elkaar doen en de meer professionele, georganiseerde sociale basisvoorzieningen. De Sociale Basis omvat laagdrempelige ondersteuning en
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
2
diverse activiteiten voor inwoners. Het gaat bijvoorbeeld om hulp bij het invullen van formulieren, opvoedondersteuning, jongerenwerk, ontmoetingsactiviteiten (dagbesteding), maatjesprojecten, praktische diensten (vervoer, klussen) en waardevol werk. De Sociale Basis gaat ook over het faciliteren en ondersteunen van alle inwoners die iets voor een ander willen betekenen zoals bewonersinitiatieven, vrijwilligersondersteuning, mantelzorgers, lotgenotencontact en ervaringsdeskundigen. Ondersteuning en activiteiten in de Sociale Basis zijn als een algemene voorziening georganiseerd en zijn vrij toegankelijk en zonder beschikking. De Sociale Basis is dynamisch en de mogelijkheden en activiteiten wijzigen voortdurend. In de Sociale Basis worden ondersteuning en activiteiten georganiseerd die passen bij elke levensfase van de inwoner.
Het Sociaal Wijkteam De Sociaal Wijkteams bieden een laagdrempelige, fysieke inloop in de leefomgeving van inwoners. De Sociaal Wijkteams bieden voorzieningen op het gebied van informatie en advies, wegwijs maken in leefomgeving en lokale samenleving en alle vormen van laagdrempelige en vrij toegankelijke vormen van begeleiding; van vinger-aan-de-pols contact tot meer specialistische ondersteuning. Het Sociaal Wijkteam heeft een toeleidende functie naar de maatwerkvoorzieningen. Ook heeft het een sterke preventieve functie als het gaat om het signaleren van bijvoorbeeld schulden, dreigende dakloosheid of huiselijke geweld. Afhankelijk van de vraag van de inwoner en de expertise in het Sociaal Wijkteam kan de maatwerkvoorziening aanvullende ondersteuning ook door het Sociaal Wijkteam geboden worden.
1.3 Maatwerkvoorzieningen individuele begeleiding en groepsbegeleiding (aanvullende ondersteuning) In onderstaand afwegingskader is beschreven wanneer een cliënt in aanmerking komt voor individuele begeleiding of groepsbegeleiding (samen de maatwerkvoorziening: aanvullende ondersteuning). Aanvullende ondersteuning is een maatwerkvoorziening die ingezet kan worden als er meer deskundigheid of intensievere ondersteuning nodig is om samen met de cliënt de opgestelde doelen en resultaten te behalen. De doelen en resultaten staan beschreven in het met de cliënt opgestelde ondersteuningsplan. Om te komen tot invulling van het ondersteuningsplan vindt het onderzoek plaats zoals beschreven in artikel 2.3 van de Verordening.
1.3.1 Resultaten van individuele- en groepsbegeleiding Het resultaat van individuele- en groepsbegeleiding (aanvullende ondersteuning) kan onder andere zijn dat: a) een cliënt zoveel mogelijk (weer) mee kan doen en/of redzaam is, eventueel samen met het eigen netwerk; b) een cliënt om kan gaan met zijn of haar beperking of belemmering, het eigen netwerk weer bereikbaar is, de cliënt weer actief kan zijn, inzet vanuit de omgeving mogelijk is en/of de omgeving kan worden ontlast.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
3
1.3.2 Afwegingskader individuele- en groepsbegeleiding Onderstaand afwegingskader is bedoeld als ondersteuning bij de afweging op welke manier de cliënt passende ondersteuning geboden kan worden. Een afweging waarin ook het beschermd wonen en de Wet langdurige zorg (hierna: Wlz) te vinden zijn is opgenomen in bijlage 1. Afwegingsaspect
Sociale Basis
Maatwerkvoorziening
Ontwikkelingsmogelijkheden
Ondersteuning is gericht op het behouden, aanleren of oefenen van vaardigheden en kennis op het gebied van redzaam en meedoen.
Ondersteuning is gericht op stabilisatie, aanleren of oefenen of begeleiden bij achteruitgang op het gebied van redzaam en meedoen. Na gemiddeld een periode van één jaar is men weer in staat of met het netwerk, ondersteuning uit de Sociale Basis of uit andere wet- of regelgeving om zelfstandig te functioneren.
Structuur en voorspelbaarheid
Structuur en voorspelbaarheid van de ondersteuning zijn op afspraak, flexibel en makkelijk aanpasbaar.
Structuur en voorspelbaarheid zijn in grote mate noodzakelijk om nadeel en regieverlies te voorkomen. Eventueel prikkelarm. Er is sprake van zorgmijdend gedrag, moeilijkheden om afspraken na te komen en/of het is noodzakelijk om (afgebakende) doelen te stellen en toe te werken naar een afgesproken resultaat.
Nabijheid van begeleiding/ ondersteuningsbehoefte
Cliënten hebben zelfstandig of met hun netwerk oplossend vermogen. Ondersteuning is planbaar en uitstelbaar zonder kans op ernstig nadeel of regieverlies.
Cliënten hebben minder zelfstandig of met hun netwerk oplossend vermogen. Ondersteuning ter voorkoming van ernstig nadeel of regieverlies is zeer regelmatig noodzakelijk, is planbaar en uitstelbaar.. Er kan soms sprake zijn van tijdelijke terugval of escalatie waarin de ondersteuning minder planbaar is met kans op ernstig nadeel of regieverlies. Specifiek voor groepsbegeleiding: Continue toezicht nodig om ernstig nadeel of regieverlies te voorkomen.
Motivatie en acceptatie
De cliënt heeft een hoge mate van motivatie en acceptatie voor ondersteuning of activiteiten en/of is hierin zelf actief (bijvoorbeeld als ervaringsdeskundige, maatje, vrijwilliger etc.)
De cliënt stelt zich begeleidbaar op en/of er wordt hiernaar toe gewerkt.
Als er tussen het college en cliënt overeenstemming is over de inhoud van het ondersteuningsplan dan geldt, in afwijking van de procedure zoals die geldt voor de overige maatwerkvoorzieningen, een ondertekend ondersteuningsplan als beschikking voor de maatwerkvoorziening aanvullende ondersteuning. In dit ondersteuningsplan zijn alle onderdelen opgenomen die volgens de Verordening onderdeel horen te zijn van de beschikking.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
4
In de volgende situaties wordt een beschikking voor aanvullende ondersteuning door het college afgegeven: a) als een cliënt erom vraagt; b) bij afwijzing van een maatwerkvoorziening aanvullende ondersteuning; c) als een cliënt tegen de geboden voorziening in bezwaar wil gaan of het niet eens is met inhoud van het ondersteuningsplan; d) bij inzet van een persoonsgebonden budget (pgb). Het ondertekende ondersteuningsplan is de basis voor deze beschikking en wordt als bijlage bij de beschikking toegevoegd.
1.4 Kortdurend verblijf Bij kortdurend verblijf wordt de cliënt in een huiselijke omgeving logeeropvang geboden om de mantelzorger te ontlasten. Daarbij kunnen toezicht en/of ondersteuning noodzakelijk zijn. Het verblijf kan worden geboden voor een periode van in beginsel maximaal drie etmalen per week. Hier kan maatwerk geleverd worden door etmalen achtereen toe te kennen, indien dit vanwege langduriger afwezigheid van de mantelzorger noodzakelijk is.
1.4.1 Resultaten van het kortdurend verblijf Het resultaat van kortdurend verblijf kan zijn: a) het ontlasten van de mantelzorger; b) dat de cliënt kan zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan wonen. We onderscheiden twee vormen van kortdurend verblijf, gericht op cliënten met verschillende kenmerken en ondersteuningsbehoefte: basis en plus.
1.4.2 Kortdurend verblijf basis Tijdens het kortdurend verblijf basis wordt voorzien in de basale/dagelijkse levensbehoeften van de cliënt en wordt ondersteuning geboden bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)1 . Waar mogelijk wordt de cliënt tijdens het kortdurend verblijf basis in de gelegenheid gesteld gebruik te blijven maken van eventuele andere activiteiten en ondersteuning, zoals dagbesteding. Cliënt is in staat zelf regie te voeren over de eigen ondersteuningsbehoefte.
1.4.3 Kortdurend verblijf plus Het kortdurend verblijf plus onderscheidt zich van basis doordat er sprake is van verminderde regievoering van de cliënt.
1
Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL): de handelingen die cliënt dagelijks in het gewone leven verricht. De volgende zelfzorgactiviteiten vallen onder de ADL: eten, inclusief medicijnen innemen, drinken, in en uit bed komen, in stoelen gaan zitten en weer opstaan, bewegen, lopen, ontspanning, zinvolle activiteit (hobby, sport), aan- en uitkleden, praten, gehoor, plassen, ontlasting, lichaamswarmte regelen (bv. kachel hoger/lager kunnen zetten, dunne of dikke kleding uitkiezen), lichamelijke hygiëne en reizen.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
5
De ondersteuning en/of het toezicht dat aan cliënt wordt geboden is gericht op: a) lichamelijke verzorging; b) fysieke ondersteuning ter voorkoming van bijvoorbeeld vallen; en/of c) het voorkomen van escalatie van eventuele gedragsproblemen.
HOOFDSTUK 2 Maatwerkvoorziening: Huishoudelijke ondersteuning Onderstaand wordt beschreven op welke wijze een afweging gemaakt kan worden over de inzet van huishoudelijke ondersteuning.
2.1 Resultaten huishoudelijke ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning is gericht op één of meer van de volgende resultaten: a) het schoon en leefbaar houden van de woning; b) het beschikken over schone en draagbare kleding; c) het beschikken over de benodigde dagelijkse maaltijden; d) het thuis kunnen zorgen voor de minderjarige kinderen; e) het organiseren van het huishouden.
2.2 Eigen kracht en/of gebruikelijke hulp Er kan een probleem bij het voeren van een huishouden ontstaan doordat de inwoner die gewend is voor het huishouden te zorgen dit, al dan niet tijdelijk, niet meer kan doen. Deze taken komen dan terecht bij huisgenoten. Het college gaat ervan uit dat zowel jonge als volwassen huisgenoten een bijdrage leveren aan het huishouden en taken (tijdelijk) over kunnen nemen. Vanaf 18 jaar is de huisgenoot hiertoe verplicht. Dit noemen we gebruikelijke hulp. Van iedere huisgenoot van 18 jaar wordt verwacht dat deze een eenpersoonshuishouden kan voeren, vanaf 23 jaar een volledig huishouden. Dit naast een volledige baan, het volgen van een opleiding of andere activiteiten in het kader van maatschappelijke participatie. Als gebruikelijke hulp geleverd wordt door (fulltime) werkenden, wordt met het werk en daarmee samenhangende drukte ten aanzien van huishoudelijke taken geen rekening gehouden. Stofzuigen of de badkamer schoonmaken kan immers ook in het weekend of vrije tijd verricht worden. Uitgangspunt is dat de huishoudelijke taken volledig kunnen worden overgenomen door de huisgenoten. Op grond van belastbaarheid of door langdurige afwezigheid van de huisgenoot kan hiervan worden afgeweken. In bijlage 2 is nader uitgewerkt wanneer sprake kan zijn van gebruikelijke hulp.
2.3 Algemeen gebruikelijke voorzieningen De cliënt is zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals stofzuigers, vaatwasmachines, wasmachines en drogers. Deze worden in het kader van de Wmo niet
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
6
verstrekt. Daarnaast zijn onder meer de volgende diensten algemeen gebruikelijk tenzij is aangetoond dat deze niet vanuit het een inkomen op minimumniveau kunnen worden bekostigd: a) maaltijddiensten, b) boodschappendiensten, c) glazenwasser, d) was- en strijkservice.
2.4 Andere voorzieningen Andere (wettelijke) regelingen gaan voor op (delen van) huishoudelijke ondersteuning via de Wmo: • • •
Voor-, tussen- en naschoolse opvang. Basisscholen zijn verplicht om voor- en naschoolse opvang aan te bieden. Kinderopvangtoeslag en kinderopvang. Kinderopvang is beschikbaar voor kinderen van 0 tot 4 jaar. Bij een Wlz-indicatie van thuiswonenden valt huishoudelijke ondersteuning onder de Wlz. Bij een meerpersoonshuishouden, waarbij iemand als thuiswonende een Wlz-indicatie heeft, zal bekeken moeten worden of de hulp die vanuit de Wlz wordt geleverd voldoende is om alle noodzakelijke activiteiten te kunnen uitvoeren. Mocht blijken dat dit onvoldoende is, dan kan de Wmo de hulp aanvullen.
2.5 Normenkader huishoudelijke ondersteuning De algemene en maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke ondersteuning zijn gebaseerd op het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning juni 2019. Bij toepassing van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning juni 2019 gelden de volgende uitgangspunten: •
•
Definitie van het resultaat: Een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De voorziening ‘schoon en leefbaar huis’ heeft betrekking op een schone woonkamer, slaapvertrekken, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Overige vertrekken en het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) vallen niet onder deze voorziening.
2.6 Algemene voorzieningen Er zijn drie algemene voorzieningen voor huishoudelijke ondersteuning beschikbaar: a) Schoon en leefbaar huis met eigen mogelijkheden: Betreft de doelgroep met een ondersteuningsvraag op het gebied van huishoudelijke taken waarbij de cliënt en/of het eigen netwerk in staat is zelf deels huishoudelijke taken uit te voeren. Deze omvat 3 uur huishoudelijke ondersteuning per twee weken (of 1,5 uur ondersteuning per week).
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
7
b) Schoon en leefbaar huis: Er is sprake van een ondersteuningsvraag op het gebied van huishoudelijke taken. De inzet bedraagt 2 uur en 5 minuten ondersteuning per week. c) Schoon en leefbaar huis en wasverzorging: Er is sprake van een ondersteuningsvraag op het gebied van huishoudelijke taken en de wasverzorging (gebaseerd op tweepersoonshuishouden). De inzet bedraagt 2 uur en 48 minuten ondersteuning per week.
2.7 Maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning De aard, frequentie en vorm van de inzet van de huishoudelijke ondersteuning wordt door het college in overleg met de cliënt vastgesteld. Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 van Bureau HHM wordt als richtlijn gehanteerd om de omvang van de huishoudelijke ondersteuning te bepalen. Het college legt de gemaakte onderzoeksresultaten en afspraken vast in het onderzoeksverslag dat op basis van het gesprek met de cliënt tot stand is gekomen. In de beschikking geeft het college ook de omvang aan van de in te zetten ondersteuning. Er zijn 2 vormen te onderscheiden: 1. Huishoudelijke ondersteuning ten behoeve van een schoon en leefbaar huis waarbij meer ondersteuning nodig is dan in de gemiddelde cliëntsituatie (zoals opgenomen in de algemene voorziening huishoudelijke ondersteuning) en/of waarbij sprake is van verminderde regie. 2. Huishoudelijke ondersteuning ten behoeve van een schoon en leefbaar huis voor cliënten met zware en/of complexe problematiek. Vanwege zware en/of complexe problematiek is sprake van geen of sterk verminderde eigen regie over het huishouden. Het gaat vaak om een combinatie van bijvoorbeeld verminderde sociale redzaamheid, gedragsproblemen (zoals bijvoorbeeld: dwangmatig, manipulatief, verbaal-agressief, zelfbeschadigend, grensoverschrijdend) en/of een psychische/ psychiatrische aandoening.
2.8 Grote schoonmaak Onderdeel van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning kan een grote schoonmaak zijn, zodat hierna de reguliere inzet van de huishoudelijke ondersteuning kan starten. Als er echter sprake is van een zeer zwaar vervuild of achterstallig huishouden en hierdoor brandgevaar en/of gevaar voor de volksgezondheid ontstaat, dan wordt de Gemeentelijke gezondheidsdienst (hierna: GGD) hiervoor ingeschakeld. Een grote schoonmaak wordt in de regel eenmalig ingezet.
Hoofdstuk 3 Maatwerkvoorziening: Woningaanpassing 3.1 Eigen kracht en algemene voorzieningen De maatwerkvoorziening woningaanpassing kan drie soorten voorzieningen betreffen: losse woonvoorzieningen, aanpassen van de woning en het verhuizen naar een andere, beter passende woning. Deze paragraaf beschrijft de voorzieningen die voorliggend zijn op de maatwerkvoorziening. Als deze voorzieningen een passende bijdrage leveren aan de ondersteuningsvraag, dan gaan deze voor op de maatwerkvoorziening.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
8
De inwoner gaat na of hij het woonprobleem zelf kan oplossen door gebruik te maken van algemene voorzieningen in de Sociale Basis. Het Sociaal Wijkteam kan hierbij behulpzaam zijn. In de Sociale Basis zijn er diverse voorzieningen aanwezig, zoals diensten in en om de woning, regelingen voor senioren om van een grotere naar een kleinere woning te verhuizen en de inzet van vrijwilligers via woondiensten. Voor woningeigenaren kan de Blijverslening een goede oplossing zijn, met name als het gaat om duurdere woningaanpassingen. Inwoners met een verhuiswens en een woning van een woningbouwcorporatie kunnen bij hun corporatie informeren naar specifieke regelingen om te verhuizen. Indien sprake is van een langere inschrijfduur bij Woonservice, is het mogelijk om op redelijk korte termijn zonder tussenkomst van de gemeente te verhuizen naar een andere passende gelijkvloerse (senioren-) woning. Voor losse woonvoorzieningen en woningaanpassingen kan de inwoner zelf voorzieningen aanschaffen die als algemeen gebruikelijk beschouwd worden. Het gaat dan om voorzieningen die bijvoorbeeld verkrijgbaar zijn in de bouwmarkt of in andere (web)winkels. De voorziening is niet specifiek bedoeld voor mensen met een beperking en de voorziening is ook aan te schaffen voor een persoon met een minimuminkomen.
Voorbeelden van dergelijke voorzieningen zijn wandbeugels, douchestoelen, verhoogde toiletpotten en kleine drempelhulpen. Ook aanpassingen of onderhoud dat voor rekening van de verhuurder komt op grond van het huurcontract of op grond van garantiebepalingen bij nieuwbouw, zijn voorliggend op een maatwerkvoorziening.
3.2. Uitvoering maatwerkvoorziening Wonen Normaal gebruik van de woning Een woonvoorziening wordt verstrekt om 'normaal gebruik’ van de woning mogelijk te maken. Onder normaal gebruik van de woning wordt verstaan het kunnen verrichten van de elementaire woonfuncties met onder andere de volgende resultaten: • slapen, eten en zoveel mogelijk zelf de lichaamsreiniging en toiletgang uitvoeren; • zelf verrichten van belangrijke huishoudelijke werkzaamheden; • koken en het gebruiken van de keuken; • normale verplaatsingen in en om de woning; • toegang tot de woning; • (spelende) kinderen zijn veilig in de woning, rekening houdend met redelijkerwijs te vragen oppasmaatregelen van ouders.
3.2.1 Losse woonvoorzieningen Onder losse woonvoorzieningen worden onder meer verstaan: douchezitjes en toiletstoelen, drempelhulpen en tilliften.
3.2.2 Woningaanpassing Het plaatsen van trapliften, het aanhelen van drempels en aanpassen van een badkamer zijn voorbeelden van woningaanpassingen.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
9
Een aanpassing wordt aangebracht aan de woning: a) waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft. Een uitzondering is aanpassingen voor een kind van gescheiden ouders in het kader van co-ouderschap; en b) wanneer de ondervonden problemen niet voortvloeien uit de aard van de gebruikte materialen. Een voorbeeld is een onbestraat pad naar de voordeur of in de achtertuin. Dit zal eerst verhard moeten worden door de inwoner zelf; en c) de kosten van de woningaanpassing lager liggen dan € 7.500, -. Boven € 7.500,- - kan uitsluitend aangepast worden, als er belangrijke redenen zijn die zich verzetten tegen een verhuizing; en d) de woning langdurig geschikt gemaakt kan worden. Kwaliteitsniveau woningaanpassingen: Voor het kwaliteitsniveau van de woningaanpassing wordt aangesloten bij de eisen van het ‘Bouwbesluit 2012’ en bij wat gebruikelijk is in de sociale woningbouw. Dit betekent bijvoorbeeld dat bij een badkameraanpassing eenvoudige standaard witte tegels gebruikt zullen worden in plaats van duurdere tegels in groter formaat of andere kleuren. De woning dient na de woningaanpassing(en) ook geschikt te zijn voor gebruik in de toekomst. Er zal dus ook rekening gehouden moeten worden met toekomstige lichamelijke en cognitieve beperkingen conform de leeftijdsfase van inwoners, die te verwachten zijn.
3.2.3 Verhuisvoorziening Indien een verhuizing niet in eigen kracht opgelost kan worden, de geraamde kosten van de woningaanpassing hoger dan € 7.500, - zijn én er geen redenen zijn die zich verzetten tegen een verhuizing, dan zal het college een verhuizing faciliteren. De cliënt krijgt dan naast een Programma van Eisen (hierna: PvE) waar de nieuwe woning aan moet voldoen, ook een verhuiskostenvergoeding. Een verhuizing naar een reeds aangepaste woning of naar een goedkoper aan te passen woning is dan een adequate voorziening in de situatie van de cliënt. Iemand die niet in een zelfstandige woning woont of voor het eerst zelfstandig gaat wonen komt alleen in aanmerking voor een PvE voor de nieuwe woning. Zodoende weet de cliënt aan welke eisen de woning moet voldoen en betrekt hij/zij geen inadequate woning. De beschikking voor deze maatwerkvoorziening is 24 maanden geldig, ervan uitgaande dat cliënt binnen een medisch aanvaardbare termijn kan verhuizenAls binnen die termijn nog niet is verhuisd kan een nieuwe melding gedaan worden. Cliënten moeten zelf reageren op woningen via Woonservice. De woningcorporaties en ook het college kunnen een verhuizing niet verplichten, maar met informatie en advies worden cliënten wel bewust gemaakt van de voor- en nadelen van het al dan niet verhuizen.
Ook bestaat er de mogelijkheid om een verhuiscoach in te schakelen om te ondersteunen bij het zoeken naar een woning en de praktische zaken omtrent het verhuizen.
Het Programma van Eisen (PvE) Hieronder worden de drie mogelijke PvE's genoemd waaraan een nieuwe woning moet voldoen: 1. Woning waarbij geen trappen hoeven te worden belopen Het gaat om een woning die zonder trapgebruik te bereiken en te bewonen is. Deze woningen vallen binnen het reguliere aanbod van Woonservice en hebben geen aparte Wmo-vermelding. Er kunnen wel leeftijdsgrenzen gehanteerd worden, bijvoorbeeld bij het aanbod van seniorenwoningen. Kandidaten met een Wmo-indicatie hebben bij deze woningen geen voorrang op andere kandidaten. Bij een woning met traplift wordt beoordeeld of deze woning langdurig geschikt is voor senioren. DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
10
Met name (te kleine) badkamers en smalle (door-) gangen kunnen op termijn belemmeringen opleveren en dan als niet geschikt worden geacht. 2. Aangepaste woning Een 'aangepaste woning of Wmo-woning' is een woning die geschikt is gemaakt voor bewoning door een persoon met beperkingen. Indien deze persoon de woning verlaat komt de woning beschikbaar voor andere inwoners die aangewezen zijn op de reeds aanwezige aanpassingen. Het zijn woningen met 'kostbare aanpassingen', zoals bijvoorbeeld een traplift, een aangepaste keuken of een plafondliftsysteem. Vaak is er een mogelijkheid tot stalling van scootmobiel of andere hulpmiddelen. De aanwezige aanpassingen worden vermeld in de advertentie op de website van Woonservice. Wmo-cliënten met een beschikking voor een verhuizing en een PvE waaraan de aangepaste woning voldoet hebben bij deze woningen voorrang op kandidaten die dat niet hebben. 3. Rolstoel geschikte of toe- en doorgankelijke woning De rolstoelgeschikte woningen zijn niet voor iedereen beschikbaar. Cliënten reageren zelf op deze woningen met een passend PvE voor die woning. Overige voorwaarden Weigering van een aangeboden woning die voldoet aan het PvE wordt maximaal tweemaal toegestaan. Naast bovenstaande eisen kunnen ook aanvullende eisen gesteld worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de eis dat de woning geen hoge drempels of zware toegangsdeuren mag bevatten.
Bijdrage in de meerkosten bij verhuizen Als de cliënt gaat verhuizen naar een passende woning wordt de tegemoetkoming in de verhuiskosten uitbetaald nadat het door het college vastgestelde gereedmeldingsformulier is ingediend en het college de woning heeft goedgekeurd. Bij de goedkeuring controleert het college of de nieuwe woning aan het PvE voldoet.
Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorziening: Verplaatsen binnen de leefomgeving 4.1 Eigen kracht en algemene voorzieningen Indien het reguliere Openbaar Vervoer (OV) niet voldoet voor verplaatsingen binnen de leefomgeving en ook vervoer door het sociaal netwerk niet mogelijk of toereikend is, dan kan een maatwerkvoorziening voor verplaatsen aan de orde zijn. Hierbij wordt dan eerst nagegaan of andere mogelijkheden een oplossing kunnen zijn voor de verplaatsingsbehoefte. Bijvoorbeeld het vrijwilligersvervoer. Ook wordt er bijvoorbeeld gekeken of het tijdelijk huren van een voorziening een oplossing biedt. Daarnaast kan een algemeen gebruikelijke voorziening mogelijk ook het verplaatsingsprobleem van de cliënt oplossen. Hierbij kan gedacht worden aan een elektrische fiets.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
11
4.2 Maatwerkvoorziening verplaatsen Het resultaat van een verplaatsingsvoorziening is met name sociaal recreatief. Het gaat daarbij onder andere om: a) het kunnen bereiken van winkels; b) het kunnen onderhouden van sociale contacten; c) het kunnen deelnemen aan activiteiten, al dan niet in de vorm van een algemene voorziening, binnen de leefomgeving van de cliënt; d) de dagelijkse noodzakelijke verplaatsingen in en rondom de woning; e) overige noodzakelijke verplaatsingen in kader van het leven van alledag; f) een sport kunnen uitoefenen.
4.2.1 Collectief vervoer Als vaststaat dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, wordt eerst beoordeeld of het verplaatsingsprobleem kan worden opgelost door gebruik te maken van het collectief vervoer. Collectief vervoer in natura Het collectief vervoer wordt uitgevoerd door RegioRijder. Het gaat bij Wmo-vervoer om vervoer van deur tot deur, via reservering. Er wordt gereden met (rolstoel-) taxibusjes of een gewone taxi (personenauto). Met dit vervoer kan de cliënt binnen een straal van maximaal 25 kilometer hemelsbreed vanaf het woonadres reizen tegen een tarief dat gerelateerd is aan de tarieven in het openbaar vervoer. De maximale afstand is bepaald op 25 kilometer per rit om te zorgen voor een goede aansluiting op het landelijk vervoerssysteem Valys. Per jaar wordt een kilometerbudget van in beginsel 2000 kilometer toegekend. Informatie over de spelregels van het vervoer door RegioRijder en de geldende tarieven is te vinden op de website: https://www.regiorijder.nl/ Collectief vervoer in pgb: het persoonsgebonden budget voor lokale verplaatsingen (plv) De cliënt kan met dit budget zelf personen uit zijn sociaal netwerk betalen om vervoerd te worden.
4.2.2 Individuele maatwerkvoorzieningen vervoer en rolstoelen Indien de vervoersbehoefte niet of niet voldoende wordt opgelost met de collectieve verplaatsingsvoorziening kan in aanvulling op de RegioRijder een (individuele) verplaatsingsvoorziening worden toegekend. Er worden eisen opgesteld waaraan de voorziening moet voldoen zoals welk type hulpmiddel en welke aanvullende functionele eisen noodzakelijk zijn om het gewenste resultaat te bereiken. Hierbij geldt het principe goedkoopst adequaat. Denk hierbij onder meer aan rolstoelen, scootmobielen en driewielfietsen. Soms is een rijvaardigheidsbeoordeling nodig om de geschiktheid van een voorziening te onderzoeken of heeft iemand rijlessen nodig om veilig met een voorziening om te (leren) gaan. Dit is onderdeel van de voorziening. In het toegangsproces voor een hulpmiddel wordt gehandeld conform de uitgangspunten die in het “Convenant maatwerkprocedure toegang hulpmiddelen” staan vermeld. Dit betekent dat een cliënt in samenspraak met een zorgprofessional, zelf een functioneel advies kan aanleveren, waarin het programma van eisen van het hulpmiddel staat vermeld. Ook kan bij complexe hulpmiddelen casemanagement door de leverancier ingezet worden.
Het doel van casemanagement is borgen dat er iemand is die de controle heeft over het proces in een complexe hulpmiddelenverstrekking, en om één aanspreekpunt te creëren voor de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
12
Verplaatsingsvoorziening in natura Een voorziening in natura wordt in bruikleen verstrekt via de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten. De leverancier levert de voorziening aan de cliënt, is verantwoordelijk voor het afsluiten van een verzekering en verzorgt het onderhoud en reparatie van de voorziening. De gebruiker van de voorziening sluit met de leverancier een bruikleenovereenkomst af. De gemeente betaalt de leverancier voor de geleverde voorzieningen. Persoonsgebonden budget (pgb) voor een verplaatsingsvoorziening De cliënt kan met dit budget zelf een voorziening aanschaffen. De budgethouder is met dit budget verantwoordelijk voor de aanschaf van de voorziening en voor verzekering, onderhoud en reparatie. Een pgb voor een verplaatsingsvoorziening wordt in beginsel eenmaal in de zes jaar verstrekt. Het kan voorkomen dat er door een veranderde situatie van deze termijn wordt afgeweken. De voorziening die met het pgb wordt aangeschaft moet voldoen aan de in de beschikking gestelde eisen en moet het doel realiseren waarvoor de voorziening is toegekend.
4.3 Sportvoorziening Als sporten noodzakelijk is om sociale contacten te onderhouden en/of om deel te nemen aan de maatschappij, bestaat de mogelijkheid een sportvoorziening te verstrekken. Het gaat dan om situaties waarbij het sporten een groot onderdeel van iemands leven omvat en iemand zonder de sport niet kan participeren. De meest voorkomende sportvoorziening is een aangepaste sportrolstoel. Voorzieningen ten behoeve van topsport worden uitgesloten van verstrekking op grond van de Wmo. Hier kan door middel van sponsoring of andere regelingen een oplossing gevonden worden. Bij de verstrekking gaat het alleen om de verplaatsingsvoorziening. Zo zijn lidmaatschapskosten van een sportclub en gebruikelijke materialen, bijvoorbeeld een hockeystick, uitgesloten van de maatwerkvoorziening.
Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorziening beschermd wonen De gemeente Haarlem is als centrumgemeente namens de regio Haarlemmermeer (gemeente Haarlemmermeer), regio IJmond (gemeenten: Beverwijk, Heemskerk en Velsen) en de regio ZuidKennemerland (gemeenten: Bloemendaal, Haarlem, Heemstede en Zandvoort) verantwoordelijk voor het bieden van beschermd wonen.
5.1 Aanbod maatwerkvoorzieningen beschermd wonen In onze regio bieden we binnen de maatwerkvoorziening beschermd wonen de volgende producten: •
24 uur beschermd (beschermd wonen) Bij 24-uurs beschermd (beschermd wonen) woont de cliënt in één gebouw met anderen die ook begeleiding of bescherming nodig hebben. Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding oproepbaar of aanwezig in de woonvorm. Iedereen heeft een eigen kamer en er zijn ook
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
13
gemeenschappelijke ruimtes, zoals bijvoorbeeld een eetkamer. Een cliënt betaalt een eigen bijdrage voor de voorziening 24-uurs beschermd (beschermd wonen) en geen huur voor de woonvorm. •
Beschut wonen In beschut wonen woont de cliënt in een woonvoorziening of in een aantal reguliere (woon)huizen bij elkaar. Er zijn gezamenlijke ruimtes. Er is 24 uur per dag, 7 dagen per week begeleiding oproepbaar of aanwezig in de woonvorm. Er wordt bij deze woonvorm meer op afspraak gewerkt. Een cliënt betaalt zelf de huur voor de woonvorm en is een eigen bijdrage verschuldigd voor de voorziening beschut wonen.
•
Overbruggingszorg Overbruggingszorg is ambulante begeleiding waar een cliënt gebruik van maakt zolang deze op de wachtlijst staat voor beschermd- of beschut wonen. De client verblijft in een voorziening of woning van herkomst, waarbij het ontlasten en steunen van naasten en het eigen netwerk essentieel is.
5.2 Toegang en indicatie beschermd wonen In de regio verloopt de toegang tot beschermd wonen via centrumgemeente Haarlem en zoals beschreven in hoofdstuk 2 van de Verordening. Beschermd wonen is gericht op doelen binnen meerdere door het college vast te stellen resultaatgebieden ten behoeve van het vergroten van de zelfredzaamheid en het stabiliseren of voorkomen van verergering van de situatie van de cliënt. Per resultaatgebied zijn verschillende intensiteiten aan ondersteuning, de zogeheten “treden”, te onderscheiden. Een passende trede is afhankelijk van de aard en de intensiteit van de ondersteuningsvraag (zie afbeelding bij 5.3). Door de combinatie van verschillende treden in het arrangementenmodel op verschillende resultaatgebieden ontstaat een hersteltraject op maat. Aan elke trede hangt een deelbudget. De som van alle deelbudgetten vormt het totale cliëntvolgende budget. De bedragen zijn opgenomen in het lokale Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning. Samen met de cliënt worden de beoogde resultaten per resultaatgebied benoemd. De aanbieder kan het totale cliëntvolgend budget inzetten om deze resultaten te bereiken. Het is aan de aanbieder om in overleg met de cliënt het feitelijke ondersteuningsaanbod en de fasering daarvan in te vullen.
5.3 Het arrangementenmodel: De negen resultaatgebieden De negen resultaatgebieden zijn afgeleid van de leefgebieden van de zelfredzaamheidsmatrix: 1. Wonen 2. Veiligheid 3. Financiën 4. Dagbesteding 5. Sociale relaties 6. Opvoeden en opgroeien
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
14
7. Zingeving 8. Persoonlijk functioneren 9. Lichamelijke gezondheid
Resultaatgebieden
Intensiteitstreden
1. Wonen 2. Veiligheid
Beschut Groepswonen Beperkt toezicht
3. Financiën 4. Dagbesteding A/B
Beperkt Beperkt
Beperkt/ midden
Beschermd Wonen Middelzwaar Intensief toezicht toezicht Middelzwaar Intensief Midden Intensief Zeer intensief
5. Sociale relaties Beperkt Middelzwaar Intensief 6. Opvoeden en Betrekken van de lokale deskundigheid op het gebied van Jeugd opgroeien 7. Zingeving Activeren en aanwakkeren 8. Persoonlijk Beperkt Middelzwaar Intensief Zeer intensief functioneren 9. Lichamelijke Beperkt Middelzwaar gezondheid (Tabel 1: resultaatgebieden beschermd en beschut wonen) De inhoudelijke beschrijvingen van de negen resultaatgebieden en de aard van de intensiteitstreden zijn opgenomen in bijlage 3. Overbruggingszorg Als een cliënt niet direct beschermd- of beschut kan wonen maar op een wachtlijst komt wordt er overbruggingszorg ingezet. Overbruggingszorg is ambulante begeleiding waarvan de intensiteit op dezelfde manier wordt bepaald als voor de overige maatwerkvoorzieningen ambulante begeleiding. Afhankelijk van de ondersteuningsvraag van de cliënt wordt bepaald welke trede van toepassing is. Het doel van overbruggingszorg is stabilisatie (of tegengaan van teruggang) van de huidige situatie. Zo mogelijk werkt de cliënt al aan zijn/haar doelen. Aanbod buiten de regio Het is mogelijk dat er geen passend aanbod beschermd- of beschut wonen (bijvoorbeeld crisisplek of een specifieke ondersteuning) aanwezig is binnen de regio.
Het college kan in die situatie besluiten om een aanbieder van buiten de regio tijdelijk te contracteren of om de cliënt middels een pgb in staat te stellen voor een bepaalde periode buiten de regio ondersteuning in te kopen, ook als de cliënt zich na de aanvraag in een gemeente buiten de regio inschrijft. Hierbij kunnen afwijkende tarieven worden gehanteerd.
5.4 Afwegingscriteria beschermd en beschut wonen Om in aanmerking te komen voor één van de maatwerkvoorzieningen beschermd of beschut wonen moet een cliënt voldoen aan de voorwaarden die staan genoemd onder de kopjes 1 en 2 hieronder: 1. Landelijke toegankelijkheid
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
15
De gemeente Haarlem hanteert het Convenant Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen zoals vastgesteld door de VNG. 2. Aard van de problematiek en ondersteuningsbehoefte •
•
•
• • •
Diagnose en problematiek: De cliënt heeft psychische of psychosociale problemen en beschikt over een DSM-V diagnose die niet ouder is dan 2 jaar. Sommige cliënten hebben geen DSM-V diagnose. In dat geval moet er aangetoond worden dat er sprake is van een sterk vermoeden van DSM-V diagnose; Noodzaak van de voorziening: dit wordt vastgesteld met het door de cliënt (al dan niet in samenwerking met derden) ingevulde meldingsformulier beschut en beschermd wonen en in het daarop volgende gesprek waarin is vastgesteld dat cliënt niet zelfstandig kan wonen. Daarnaast is vastgesteld dat het voor de cliënt noodzakelijk is om in een woonsetting te verblijven waar 24uurs begeleiding geboden kan worden door een aanbieder.
Die begeleiding is fysiek aanwezig en/of 24 uur per dag oproepbaar; Positieve bijdrage beschermd- of beschut wonen: De voorzieningen beschermd- of beschut wonen hebben een positieve invloed op de ontwikkeling van een cliënt en moeten bijdragen aan het versterken van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, het psychisch of psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen; Tijdelijkheid van de hulpvraag: De verwachting is dat een cliënt na een periode van gemiddeld 3 jaar weer in staat is om zelfstandig te wonen, al dan niet met behulp van voorzieningen zoals extramurale begeleiding; Behoefte aan begeleiding: De cliënt heeft behoefte aan de begeleiding die geboden wordt in de woonsetting en de client heeft behoefte aan traject begeleiding . De begeleiding draagt bij aan de ontwikkeling van een cliënt richting zelfstandig wonen; Motivatie en acceptatie: De cliënt accepteert de begeleiding die geboden wordt in de woonsetting en is gemotiveerd om de doelen te behalen die nagestreefd worden met de begeleiding.
5.5 Voorliggende voorzieningen en redenen om beschermd wonen te weigeren Er zijn redenen om geen maatwerkvoorziening beschermd- of beschut wonen toe te kennen. Dat kan te maken hebben met contra-indicaties of voorliggende voorzieningen waarvan eerst gebruik moet worden gemaakt of die passender zijn. Hieronder zijn deze redenen omschreven. Een cliënt komt niet in aanmerking voor een voorziening beschermd- of beschut wonen wanneer: •
•
een cliënt in staat is om zich in een eigen woning te handhaven met voldoende individuele begeleiding en/of behandeling. Wanneer een cliënt beschikt over een eigen woning is het streven dat er zoveel mogelijk wordt gedaan en ingezet om een cliënt in de eigen woning te laten blijven wonen; er nog onvoldoende gebruik is gemaakt van voorliggende voorzieningen bijvoorbeeld wanneer een cliënt nog nooit individuele begeleiding heeft ontvangen, in de gemeente van herkomst, of te weinig om de ondersteuningsvraag te kunnen beantwoorden;
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
16
•
•
•
• • • •
er nog onvoldoende gebruik is gemaakt van ambulante of intramurale behandeling. Behandeling is voorliggend. Bijvoorbeeld behandeling door een GGZ-instelling of vanuit de verslavingszorg, welke wordt betaald door de ziektekostenverzekering. Voor jongeren met ook een licht verstandelijke beperking is er in sommige gevallen ook behandeling nodig in een gesloten woonsetting (SGLVG-setting). Deze behandeling wordt betaald door het zorgkantoor. In dat geval moet een cliënt een indicatie aanvragen voor de Wlz; de verwachting is dat een cliënt behoefte heeft aan een levenslange vorm van beschermd- of beschut wonen, of wanneer een cliënt behoefte heeft aan permanent toezicht voor 24 uur per dag, 7 dagen per week, of wanneer een woonsetting noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen. In dat geval moet een cliënt een Wlz-indicatie aanvragen; de cliënt slachtoffer is van mensenhandel en/of van mishandeling. In dat geval wordt de cliënt doorverwezen naar de politie, Veilig Thuis of de vrouwenopvang. De opvang van slachtoffers van mensenhandel is landelijk geregeld.
Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen in eerste instantie terecht bij Veilig Thuis Kennemerland om daar verdere ondersteuning te krijgen; er sprake is van een crisissituatie veroorzaakt door de psychische- of psychosociale problemen van een cliënt waardoor een cliënt, of zijn omgeving, ernstig nadeel ervaren en er GGZbehandeling in een gesloten setting noodzakelijk is; er sprake is van ernstige gedragsproblematiek die kan leiden tot ontwrichting of extreme overlast op een locatie voor beschermd- of beschut wonen; de cliënt dakloos is en niet voldoet aan alle voorwaarden die gelden voor beschermd- of beschut wonen (als cliënt dakloos is en niet voldoet aan de voorwaarden volgt een doorverwijzing naar de maatschappelijke opvang); er sprake is van actief middelengebruik bij een cliënt én het middelengebruik leidt tot ernstige gedragsproblematiek.
Indien de cliënt een justitiële titel opgelegd heeft gekregen én een forensische indicatie heeft om te kunnen verblijven in een beschermende woonvorm valt de financiering van de plek in de woonvorm onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie & Veiligheid.
5.6 Toewijzing, plaatsing en einde zorg Op basis van het onderzoek kijkt de casemanager samen met de cliënt naar de best passende aanbieder. Voor de gecontracteerde aanbieders geldt een acceptatieplicht. De aanbieder heeft de plicht om cliënten met een beschikking voor beschermd of beschut wonen (ZZP of arrangement) die aan hen worden toegewezen ondersteuning te leveren. Voor de aanbieder geldt een maximale inspanningsverplichting voor de levering van adequate ondersteuning/zorg. Hieronder wordt verstaan: • de inspanningen binnen de eigen organisatie om cliënt een passende plek en ondersteuning te bieden; óf • het bieden van een passend ondersteuning in de vorm van overbruggingszorg in afwachting van een passende plek; óf • het organiseren van passende ondersteuning bij een andere aanbieder.
5.7 Niet in zorg name In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een aanbieder, ondanks zijn maximale inspanningsverplichting, geen mogelijkheden ziet tot het bieden van passende ondersteuning (intern
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
17
of extern). De situatie kan zich voordoen dat de aanbieder de cliënt geen ondersteuning kan leveren en er geen alternatieve passende aanbieder is gevonden. De aanbieder kan een cliënt geen ondersteuning verlenen om de volgende redenen: • Het aantoonbaar tekortschieten van de expertise van de aanbieder om te komen tot een voor de cliënt passend ondersteuningsaanbod. Dit leidt tot onveiligheid en/of onveilige situaties voor cliënt, medecliënten, medewerkers en/of derden; of • Het leveren van de gevraagde ondersteuning kan niet gerealiseerd worden zonder (direct) ernstig gevaar op fysiek of psychisch letsel voor medewerkers, medecliënten en derden die voor betreffende aanbieder werken (bijvoorbeeld: ernstige bedreiging, gewelddadig gedrag, ernstige vervuiling, agressieve huisdieren); of • Eerdere ervaringen met de cliënt geven aanleiding om geen zorgovereenkomst aan te gaan. Bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van een (voldoende) vertrouwensbasis; of • De cliënt heeft tijdelijk behoefte aan een 24-uurs woonomgeving (trede 3 van het resultaatgebied wonen), maar de aanbieder biedt deze woonondersteuning niet. Het college zorgt middels contractvoorwaarden en afspraken met de aanbieders voor een zorgvuldige procedure rondom niet in zorgname. Het college beoordeelt het verzoek tot niet in zorgname. Zij neemt zo nodig contact op met de cliënt voor wederhoor.
Indien het college akkoord gaat met de niet in zorg name neemt ze contact op met de cliënt om af te stemmen welke vervolgstappen moeten worden ondernomen.
5.8 Voorrang bij plaatsing Op grond van een crisissituatie kan het college voorrang geven bij plaatsing op de wachtlijst van een aanbieder voor beschermd wonen.
5.9 Voorwaarden bij gebruik van beschermd en beschut wonen Aan het gebruik van de voorziening beschermd of beschut wonen zijn voor de cliënt de volgende voorwaarden verbonden: 1. Een cliënt kan een passende plek beschermd of beschut wonen in principe niet weigeren. Als een cliënt tweemaal een aangeboden passende plek weigert dan meldt de aanbieder dat bij het college. Het college onderzoekt dan of beschermd of beschut wonen nog passend is. 2. De cliënt moet zich houden aan de huisregels die gelden bij de aanbieder. 3. De cliënt werkt naar eigen kunnen optimaal mee aan het zo snel mogelijk weer op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving. Samen met de aanbieder werkt de cliënt aan vooraf gestelde doelen. 4. De cliënt werkt mee aan een noodzakelijke verhuizing naar een andere locatie of aanbieder. 5. De cliënt betaalt de eigen bijdrage behorende bij de indicatie.
Hoofdstuk 6 Maatwerkvoorziening: maatschappelijke opvang
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
18
6.1 Centrumgemeente De gemeente Haarlem is centrumgemeente voor de maatschappelijke opvang in de regio's Haarlemmermeer, IJmond en Zuid-Kennemerland. Dit betreft altijd een tijdelijke en kortdurende opvang.
6.2 Doelgroep Cliënten van de maatschappelijke opvang kampen met feitelijke dakloosheid en een verminderde zelfredzaamheid. Zij zijn, vaak als gevolg van complexe problematiek, niet in staat om zich op eigen kracht of met behulp van het eigen sociaal netwerk of andere voorzieningen in de samenleving te handhaven. Maatschappelijke opvang is dan ook gericht op eén of meer van de volgende resultaten: a) tijdelijke opvang voor de cliënt die dakloos is; b) begeleiding naar zelfredzaamheid. In de regio, wordt in de doelgroep onderscheid gemaakt tussen: 1. OGGZ-daklozen: Onder de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ)-doelgroep vallen de (kwetsbare) mensen die te kampen hebben met een combinatie van problemen zoals psychiatrische problemen, psychosociale problemen, verslaving, schulden en/of een verstandelijke beperking gecombineerd met (dreigende) dakloosheid. Een deel van de groep is zorgmijdend. De opvang van OGGZ-daklozen is regionaal georganiseerd. 2. Economische daklozen: Dakloze mensen die niet tot de OGGZ doelgroep behoren, worden geschaard onder de “economische doelgroep”. Bij deze groep staat de huisvestingsvraag op de voorgrond. Ze zijn (financieel) zelfredzaam en zware psychische problematiek en verslaving zijn niet aan de orde.
De gedachte is dat het maatschappelijk herstel van economisch daklozen op lokaal niveau effectiever is dan op regionaal niveau, daarom wordt de opvang voor economische daklozen door individuele gemeenten georganiseerd en gefinancierd. Vervolgens is binnen de twee bovengenoemde doelgroepen een onderscheid gemaakt in volwassenen, gezinnen met kinderen en jongvolwassenen: a) Dakloze volwassenen: Cliënten van 23 jaar of ouder die dakloos zijn. b) Dakloze gezinnen met kinderen: Dakloze gezinnen met één of twee meerderjarige ouders met één of meer minderjarige kinderen. c) Dakloze jongvolwassenen: Dit zijn dakloze jongeren van 18 tot 23 jaar.
6.3 Toegang: Melding en onderzoek De Brede Centrale Toegang (BCT) verzorgt de toegang voor alle dak- of thuislozen. De BCT geeft informatie en advies bij (dreigende) dakloosheid en geeft (in mandaat) de beschikking af voor (de toegang tot) de maatschappelijke opvang. Economisch daklozen worden binnen de regio door de gemeente van herkomst opgevangen. De BCT geleidt economisch daklozen uit de regiogemeenten terug naar de gemeente van herkomst. Economisch daklozen uit Haarlem kunnen zich wel melden bij de BCT.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
19
In de maatschappelijke opvang worden in uitzonderlijke gevallen ook de volgende mensen tijdelijk opgevangen: • cliënten met een beschermd wonen (BW) indicatie die op de wachtlijst staan, kunnen tijdelijk in de maatschappelijke opvang worden opgevangen. Vanuit de beschermd wonen-indicatie wordt overbruggingszorg in de vorm van begeleiding en dagbesteding geleverd; • personen die van buiten de Europese Unie (EU) afkomstig zijn, die geen asiel aanvragen, geen verblijfstitel hebben en ook geen status "uitgeprocedeerde asielzoeker", waarbij sprake is van betrokkenheid van minderjarige kinderen. Aan deze groep wordt alleen bed, bad en brood aangeboden; • ingezetenen uit de EU die op basis van de Wmo (artikel 1.2.2) minder dan drie maanden in Nederland verblijven, waarbij sprake is van risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld en/of sprake is van betrokkenheid van minderjarige kinderen. Wanneer zij na drie maanden verblijf in Nederland niet tot de doelgroep behoren, kan in schrijnende gevallen opvang worden geboden als de situatie daar om vraagt (maatwerk).
6.4 Melding en onderzoek Wanneer een cliënt zich meldt bij de BCT wordt gekeken of een aanvraag voor een plek in de maatschappelijke opvang gedaan kan worden (meldingsfase). Is de inschatting dat iemand in aanmerking komt voor maatschappelijke opvang in de regio, dan volgt een onderzoeksgesprek (onderzoeksfase). In dit gesprek loopt de BCT de gebieden van de zelfredzaamheidsmatrix langs en legt deze gegevens vast in het onderzoeksverslag (ook wel trajectplan genoemd). Is nader onderzoek nodig dan worden de benodigde gegevens hiervoor uitgevraagd en meegewogen. Het college conformeert zich aan het convenant “Landelijke toegankelijkheid Maatschappelijke Opvang” van de VNG. Dat betekent dat dakloze cliënten - ongeacht uit welke gemeente zij komen zich bij de centrumgemeente kunnen melden. Als uit onderzoek blijkt dat de maatschappelijke opvang het beste in een andere centrumgemeente kan plaatsvinden, wordt de cliënt warm overgedragen. Het kan nodig zijn de cliënt in afwachting van de overdracht kortdurend opvang te verlenen. Uit het onderzoek volgt een toewijzingsbeschikking of afwijzingsbeschikking.
6.5 Afgifte en duur beschikking Bij de afgifte en duur van de beschikking wordt onderscheid gemaakt tussen cliënten uit de OGGZdoelgroep en economisch daklozen. De BCT geeft een beschikking af voor verschillende locaties van de maatschappelijke opvang. De duur van de beschikking kan variëren van 5 dagen tot 6 maanden. Aan passanten van wie al meteen vaststaat dat zij de duur van vijf dagen opvang niet overschrijden, geeft de BCT een beschikking van 5 dagen af. Voor afgifte van een beschikking voor 6 maanden kan voor de cliënten in de 24-uursopvang tijdens de onderzoeksfase voor een periode van 14 dagen bekeken worden of iemand ook daadwerkelijk slaapt in de opvang. Economisch daklozen
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
20
Bij economisch daklozen (alleenstaanden en gezinnen) in Haarlem wordt niet standaard een beschikking afgegeven voor 6 maanden. De termijn van de beschikking kan variëren en is maatwerk. De gedachte hierachter is dat economisch daklozen sneller kunnen uitstromen.
6.6 Plaatsing in de maatschappelijke opvang De cliënt wordt geplaatst in de centrumgemeente of regio waar de kans op een succesvol herstel het grootst is. De volgende belangen en omstandigheden worden meegewogen en vastgesteld: • de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk; • bekendheid bij zorginstellingen of MO-instellingen; • redenen om de cliënt uit zijn sociaal netwerk te halen; • de plaats waar aantoonbare bekendheid is bij de hulpverlening en/of politie; • de plaats van geboorte. Een cliënt kan ook worden geplaatst in een andere gemeente dan waar is aangemeld. Een reden hiervoor kan zijn dat de cliënt het laatste jaar vóór zijn aanmelding aantoonbaar zijn hoofdverblijf in die centrumgemeente of regio had. Dit moet blijken uit inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) of gegevens van zorginstellingen. Acceptatieplicht Voor de gecontracteerde partijen maatschappelijke opvang geldt een acceptatieplicht: aanbieders zijn verplicht om ondersteuning te bieden aan cliënten met een beschikking voor maatschappelijke opvang. Tijdelijke uitbreiding capaciteit maatschappelijke opvang Gedurende de periode van 1 december tot 1 april zijn er jaarlijks extra bedden beschikbaar (Winternoodopvang fase I). In geval van extreme kou (een gevoelstemperatuur beneden de -10) zijn er extra bedden beschikbaar in de dagopvang (Winterfase II).
Voor deze opvang gelden dezelfde voorwaarden en regels als bij de gewone opvang.
6.7 Voorwaarden voor maatschappelijke opvang Voorwaarden voor de maatschappelijke opvang zijn: a) de cliënt werkt constructief mee aan de verduidelijking van de ondersteuningsbehoefte; b) de cliënt dient zelf alles in het werk te stellen om zo snel mogelijk een oplossing te vinden voor zijn opvang- en woonproblematiek. De cliënt werkt mee aan een traject dat is gericht op het zich op eigen kracht handhaven in de samenleving, waaronder het accepteren van: i. een woning binnen of buiten de regio; of ii. een verblijf in een meer passende voorziening binnen of buiten de regio. c) de cliënt is verplicht de van toepassing zijnde eigen bijdrage te betalen zoals opgenomen in de beschikking, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn waarom deze bijdrage niet voldaan kan worden. Als cliënt geen inkomen heeft en (nog) niet in staat is de eigen bijdrage te betalen, dan spreekt de BCT een betalingsregeling af. Heeft de cliënt een inkomen maar betaalt de eigen bijdrage niet, dan kan de toegang tot de opvang worden beëindigd; d) de cliënt houdt zich aan de huisregels van de opvanglocatie; e) de cliënt werkt constructief mee aan een eventuele verhuizing naar een andere opvanglocatie als dat gezien zijn situatie wenselijk is.
DEF Uitvoeringsregels MO gemeente Haarlem 2023
21
6.8 Trajectbegeleiding Binnen de maatwerkvoorziening maatschappelijke opvang biedt een trajectbegeleider van de aanbieder trajectbegeleiding gericht op uitstroom. Uitstroom kan ook naar een vervolgplek buiten de regio IJmond, Zuid-Kennemerland of Haarlemmermeer zijn. De geboden ondersteuning richting uitstroom betekent niet dat het college en/of de trajectbegeleider een plek van uitstroom organiseert. Middels de trajectbegeleiding worden cliënten voorbereid op het zelfstandig leven en worden zij ondersteund in het vinden van een eigen (woon)plek. Het trajectplan loopt af drie maanden na einde van de opvang (wanneer cliënt zelfstandig gaat wonen), zodat aansluitende trajectbegeleiding georganiseerd en geboden kan worden. Indien de cliënt doorstroomt, naar bijvoorbeeld beschermd wonen, dan wordt het trajectplan, met instemming van de cliënt, overgedragen. Een OGGZ-cliënt die in de twee weken na melding minimaal tien dagen in de opvang heeft verbleven krijgt een trajecthouder toegewezen vanuit de opvangvoorziening. De trajecthouder is afkomstig van de organisatie waar de cliënt verblijft. Economisch daklozen krijgen begeleiding via het Sociaal Wijkteam en/of CJG. Aanvullend op deze begeleiding is er sinds 1 juni 2019 een pilot gestart waarbij economisch daklozen ook een trajecthouder vanuit de opvangvoorziening kunnen krijgen. Deze pilot loopt door tot 1 juli 2023.
Het is aan de professionals om de inschatting te maken wie er voor deze pilot in aanmerking komen. Jongvolwassenen krijgen direct bij de start van de opvang een begeleider toegewezen van de opvanglocatie. Bij dak- en thuisloze jongeren is – naast de begeleider van de opvanglocatie– de (CJG) regisseur van de “eigen” gemeente samen met de jongvolwassene verantwoordelijk voor het organiseren van de noodzakelijke (specialistische) hulpverlening tijdens en na de periode van opvang. Het aantal uur begeleiding is maatwerk. Het doel is dat de jongvolwassene binnen 6 tot maximaal 9 maanden kan doorstromen naar een passende vervolgplek. Uitgeprocedeerde asielzoekers krijgen begeleiding van Stem in de Stad en/of Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Cliënten die buiten slapen/geen verblijfplaats hebben ontvangen trajectbegeleiding vanuit Vangnet en Advies van de GGD, tenzij al een andere ketenpartner begeleiding/behandeling geeft.
6.9 Plaatsing in en gebruik van de maatschappelijke opvang Als er geen plek beschikbaar is in de opvang komt de cliënt op de wachtlijst. De wachtlijst wordt door de BCT beheerd. De BCT kan aan cliënt of trajecthouder informatie geven over de plek op de wachtlijst, maar cliënt kan hier geen rechten aan ontlenen. Cliënten op de wachtlijst kunnen als dat noodzakelijk is, tijdelijk worden ondergebracht in alternatieve opvangmogelijkheden. Melden door cliënt Tijdens de eerste 14 dagen in de maatschappelijke opvang geldt een dagelijkse meldingsplicht, ook voor cliënten op de reservelijst. Daarna geldt een wekelijkse meldingsplicht. Cliënten die zich melden en gebruik maken van het toegekende bed, krijgen garantie op een bed voor de volgende dag.